Recensie: Crashtest Ibsen II – Volksvijand van NNT / Sarah Moeremans

●●○○○  

CRASHTEST IBSEN II - VOLKSVIJAND

NNT / SARAH MOEREMANS


Door RiRo, gezien 29 maart 2014

Ben ik gewoon net iets te allergisch voor dit over de top gedoe? En voor die jaren tachtig humor? Het zal wel aan mij liggen, maar ik vind dit een heel matige voorstelling.

Natuurlijk, er zijn ook positieve punten. In de dialoog tussen de dokter en de burgemeester in het tweede bedrijf actualiseert bewerker Joachim Robbrecht de woorden van Ibsen zonder al te veel flauwe woordspelingen. In dit gesprek tussen dokter Stockmann, die de vervuiling van het water in het kuuroord openbaar wil maken, en zijn broer, burgemeester Stockmann, die dat juist wil voorkomen, wordt gewoon goed en professioneel geacteerd. Door Matthijs IJgosse als de dokter, en door Joep van der Geest als de burgemeester.

Met het slot kan ik ook nog wel leven. Overbodig misschien, maar wel een origineel idee om te besluiten met de vraag of alles altijd in een catastrofe moet eindigen. En in een rubberbootje Ibsen te bevragen over het dilemma idealisme en opportunisme.

Mijn grootste probleem met deze voorstelling is de wisselende kwaliteit van de tekst. Te vaak is die te geforceerd lollig, te vaak zijn de actualiseringen te simplistisch, te vaak zijn er woordspelingen van het niveau 'zijn er dan ook asociale media?' Of grappen als 'de bezitterige klasse'. Misschien is dat laatste één keer leuk. Maar drie of vier keer?

Maar ook het spel. Misschien is het ironisch bedoeld, maar wat moet ik in godsnaam met een soort parodie op het acteren in het amateurtoneel van lang geleden? Veel geschreeuw. Veel heen en weer rennen. Waarom? Is dat grappig? Het decor sluit daar overigens perfect bij aan. Dat dan weer wel.

Voor alle zekerheid: Crashtest Ibsen II – Volksvijand is niet een matige voorstelling omdat er matige acteurs op het podium staan. Joep van der Geest, als burgemeester, laat zijn klasse zien. Rosa van Leeuwen speelt, vooral in haar rol als journalist Billing, erg sterk.

Maar ik begrijp gewoon niet wat tekstschrijver Joachim Robbrecht heeft bewogen om zoveel meligheid in zijn tekst te stoppen, en wat regisseur Sarah Moeremans heeft bezield om er opzettelijk zo'n knullige voorstelling van te maken.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: NNT

Recensie: Heimat, een theatervoorstelling van De Nwe Tijd / Freek Vielen

●●●●● 

HEIMAT, EEN THEATERVOORSTELLING

 

FREEK VIELEN, REBEKKA DE WIT, TOM STRUYF, SUZANNE GROTENHUIS EN HARALD AUSTBO


Door RiRo, gezien 28 maart 2014


Heimat, een theatervoorstelling is een intelligente, intieme, en ongelooflijk rijke voorstelling. Met subtiele humor. Die ontzettend goed in elkaar zit. En die ontroert. Zowel door de inhoud als door de vorm. Zonder twijfel de beste voorstelling die ik dit seizoen heb gezien.

Vijf jonge theatermakers. Vier op het podium, één in de zaal (regisseur Freek Vielen). De vier op het podium zeggen om en om een paar zinnen. Zo bouwen drie van de vier langzaam het beeld op van hun vader, en de vierde, Suzanne Grotenhuis, van haar moeder. Later, in het gesprek met haar oma, zal blijken waarom. Want later verschijnen op een scherm regelmatig fragmenten uit interviews die ze hadden met vijf ouders en vijf grootouders. Die ze vragen voorleggen als 'Wat zou je anders doen als je je leven over mocht doen?'

De Wit: Mijn vader is een dominee. Met een lengte van 1.60 meter. Wat voor een dominee vrij klein is. Voor mannen in het algemeen ook.
Struyf: Mijn vader kent elk type vliegtuig uit zijn hoofd.
Grotenhuis: Mijn moeder was echt heel slecht in het maken van vlechten.
Austbø: Mijn vader is Noor. Hij rookt Gitane zonder filter.

De dertigers behandelen wezenlijke vragen van het leven door én live zichzelf te acteren, én op het scherm in dialoog te gaan met een van hun ouders en grootouders. Dat wisselen ze in vloeiende overgangen af met muziek. Met zang, met cello, of pianola. Terwijl ook het geheel door het uitgekiende ritme, door de perfecte timing, en door de soepele overgangen een haast muzikale opbouw heeft. Die prachtig uitgebalanceerde vorm versterkt de schoonheid van deze inhoudelijk toch al zo overweldigende en indrukwekkende voorstelling.

Als Harald Austbø met zijn vader musiceert, Harald live op cello op het podium, zijn vader, een concertpianist, op de piano op scherm achter hem, is dat niet alleen bijzonder omdat ze allebei hele goede musici zijn. Maar ook omdat we zien hoe nauwgezet ze samenspelen. Terwijl we als toeschouwers dan al weten dat hun vader - zoon relatie niet altijd zo optimaal was.

De oma van Suzanne, op haar vraag wat ze anders zou doen als ze haar leven over mocht doen. De oma denkt na en antwoord: 'Niets'. Suzanne probeert het op een andere manier. Als je nou nog vijf levens had, wat zou je dan in al die vijf levens meenemen? De oma zwijgt eerst, dan zegt ze: 'Ik zal je wat vertellen.' En ze vertelt wat. En dat doet ze op een manier die bijblijft. Ik ga niet zeggen hoe ze dat doet. En niet wat ze vertelt. Want deze voorstelling moet nog veel vaker gespeeld worden, vind ik. Zodat nog veel meer mensen ervan kunnen genieten, en nog veel meer mensen er door kunnen worden geraakt.

Recensie: Cyrano van NTGent / Julie Van den Berghe

●●●○○

CYRANO

NTGENT/JULIE VAN DEN BERGHE


Door RiRo, gezien 26 maart 2014

De man? Zonder taal is hij triviaal.
 
Cyrano is een man die graag dicht. 'Dol op spitse taal, vooral in samenklank met puntig staal', luidt het in het rijm van Edmond Rostand die Cyrano de Bergerac in 1897 schreef. Hij is verliefd op zijn nichtje Roxane. Maar denkt geen enkele kans bij haar te maken. Vanwege zijn neus.

Roxane ziet op haar beurt wel wat in de nieuwe cadet in de compagnie van Cyrano, de jonge Christian de Neuvilette. Ze valt op zijn uiterlijk. Maar verwacht dat hij haar met taal verleidt. 'Ik heb het innerlijk maar niet het uiterlijk', zo begint Cyrano zijn voorstel aan Christian, 'ik leen u mijn woord.' 
 
Bewerker Bernard Dewulf is een man die graag schrijft. In zijn taal is hij de meester van het kleine. Met een paar goed getroffen alledaagse woorden kan hij een verfijnde poëtische wereld oproepen. Hij deed dat in zijn miniaturen in De Morgen, die later werden gebundeld onder de titel Kleine dagen. En als toneelschrijver met zijn tekst voor Een lolita, waarvoor hij in 2013 de Taalunie Toneelschrijfprijs won.
 
Dewulf heeft het verhaal van Cyrano teruggebracht tot de essentie, tot drie personages, zodat wat overblijft een kleinood is over de liefde. In zijn bewerking verweeft hij zijn eigen taal op een fijnzinnige manier met de oorspronkelijke poëzie van Rostand. Het resultaat is een tekst om van te smullen. 
 
Bert Luppes weet wel raad met die mooie woorden. Voortdurend een degen in zijn hand, maar uitsluitend met taal schermend speelt hij Cyrano grandioos. Hoe hij in de balkonscène fluisterend met de woorden jongleert, alleen dat is al een meesterwerk. 
 
Het lijkt erop dat regisseur Julie Van den Berghe wat te nadrukkelijk wil laten zien dat het thema van alle tijden is. Dan weer hedendaagse kostuums en karaoke. Dan ineens een negentiende-eeuwse outfit. Dan toch maar weer de zeventiende eeuwse rapier en pluimhoed. En dat allemaal beginnend met een droom op het trapje van zo'n caravan waar filmacteurs zich omkleden. Stuk voor stuk mooie beelden, dat wel. Maar het zou wat enscenering betreft wel ietsje strakker mogen. Want dit gegoochel met beelden uit allerlei genres en uit allerlei tijden is toch ook wel een beetje verwarrend.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: NTGent

Recensie: Who's afraid of Virginia Woolf? van Toneelschuur Producties en Toneelgroep Oostpool

●●●●○

WHO'S AFRAID OF VIRGINIA WOOLF? 

TONEELSCHUUR PRODUCTIES EN TONEELGROEP OOSTPOOL


Door RiRo, gezien 18 maart 2014


Na een feestje van de universiteit is er nog een afterparty bij Martha en George. Als George hun jonge gasten Nick en Honey heeft ingeschonken, begint, rijkelijk besprenkeld met alcohol, het beroemde verbale gevecht Who's afraid of Virginia Woolf?. Op zaterdag 8 maart 2014 ging het in de regie van Erik Whien in première in Haarlem. Vijftig jaar daarvoor, op zaterdag 7 maart 1964, was het stuk voor het eerst in Nederland te zien. Toen met Ank van der Moer als Martha.

Hein Janssen vindt in zijn recensie dat Maria Kraakman (1975), die nu Martha speelt, 'simpelweg te jong (is) voor deze rol'. Ook het wellustige aspect in haar spel stoort hem. Want 'als zij de jonge Nick verleidt, is dat niet genant', zegt hij, 'maar geil.' Verder vindt hij het een voorbeeldige productie.

'Martha, een grote, luidruchtige vrouw, 52, goed geconserveerd, stevig gebouwd, maar niet mollig. George, haar echtgenoot, mager, met grijzend haar, 46.' Dat waren de aanwijzingen toen, in de vertaling uit 1964. Jacob Derwig als George is niet mager, en Maria Kraakman als Martha niet stevig gebouwd. Derwig is ook nog eens zes jaar ouder dan Kraakman. Een overtreding van twaalf jaar in het leeftijdsverschil dus. Ik vind dat geen probleem.
 
Maria Kraakman acteert goed. Luidruchtig zoals haar rol vereist, pijn zichtbaar verbergend onder ogenschijnlijke hardheid. Jacob Derwig is meer dan goed. Hij zet een George neer zoals alleen hij dat kan. Met voortdurend zowel ironie als verdriet onder zijn sardonische en af en toe vileine tekst. 
 
In het tweede bedrijf zitten Nick en Honey naast elkaar op de bank die midden op het podium staat. Hun gezichten naar de zaal. Links en rechts van hen staan George en Martha. Half van ons afgewend. De jonge bezoekers hebben in de regie van Erik Whien een veel centralere plaats dan in eerdere uitvoeringen die ik zag. Ook is de afstand tussen George en Martha en hun bezoekers (en dat niet alleen door de leeftijden van de acteurs) kleiner dan ik me van eerdere uitvoeringen herinner.
 
Hein Janssen vindt niet dat Kirsten Mulder (1973) simpelweg te oud is. Gelukkig maar. Ik ook niet. Ik vind dat in principe een acteur of actrice trouwens niet te jong of te oud kan zijn voor een rol. Een acteur of actrice kan het personage dat hij of zij moet spelen wel te jong, of te oud, neerzetten. Maar Kirsten Mulder zet 'Honey, een blond, 26 jarig, zielig, bloedarm meisje, bepaald niet knap' (aanwijzing uit 1964) juist heel sterk neer. En haar dansje op de zevende van Beethoven is heerlijk genant. Ik vind het zelfs in de verste verte niet geil.

In de trein leg ik de oorspronkelijke tekst en de vertaling van G.K. van het Reve, zoals de volksschrijver toen nog heette, naast elkaar. Ik verwachtte het eigenlijk wel, toch controleer ik het even. De quasi terloopse opmerking van George tegen Nick dat 'het niet de universiteit van Kiev is of zoiets' kom ik in beide versies niet tegen. Ik houd wel van die stiekeme actualiseringen. Er zitten er nog wel een paar in. 
 
Nu ik ze toch bij de hand heb, kan ik ook wel even op de achterkant kijken. De vertaling citeert het Algemeen Dagblad. Die noemde Who's afraid of Virginia Woolf? toen 'een requiem voor de illusie'. De redacteur van de Engelstalige versie hield het op 'a matrimonial corrida'. Ik vind die van het Algemeen Dagblad mooier.
 
Net als Hein Janssen vind ik de Who's afraid of Virginia Woolf? in de regie van Erik Whien een voorbeeldige productie. Maar geen perfecte. Het toneelbeeld is helemaal oke. Daar ligt het dus niet aan. Jacob Derwig als George en Kirsten Mulder als Honey zijn meer dan goed. Waar ligt het dan wel aan? Toch aan Maria Kraakman?

Nee, ik denk dat het contrast tussen de speelstijl van Jacob Derwig aan de ene kant en die van Sanne den Hartogh en Maria Kraakman aan de andere kant net even te groot is. Misschien hadden die twee, ook al was het maar een klein beetje, ook al was het maar af en toe, ook wat ironie onder hun kwetsbare stoerheid (Nick) en pijn maskerende hardheid (Martha) moeten leggen. Niet omdat hun personages dat vereisen, en zelfs als dat voor hun personages eigenlijk niet gepast zou zijn. Want nu steekt die verdomde Derwig met zijn perfecte driedubbel gelaagde acteren er net iets te ver bovenuit. Ja, daar ligt het aan. Het ligt aan Jacob Derwig.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Toneelgroep Oostpool

Recensie: Elektra van Het Nationale Toneel / Casper Vandeputte

●●●○○

ELEKTRA

HET NATIONALE TONEEL /CASPER VANDEPUTTE


Door RiRo, gezien 11 maart 2014

Erg veel woorden in deze Elektra van Hugo von Hoffmansthal in de regie van Casper Vandeputte. Tantalus is het eerste woord. Dat is het woord waarmee Betty Schuurman de inleiding begint. Ze vertelt wat eraan voorafging, wat er allemaal al gebeurd was voor Elektra boos werd omdat haar moeder, samen met haar minnaar, Elektra's vader Agamemnon vermoordde.
 
Beïnvloed door tijdgenoten als Freud moderniseerde Von Hoffmansthal zo'n honderd jaar geleden het Griekse mythologische verhaal. Kwellingen zijn niet meer het gevolg van vervloekingen door de goden, maar liggen besloten in de driften. Hysterie was in die tijd erg in de mode als diagnose voor opstandig gedrag. Vooral als het ging om opstandig gedrag van vrouwen die iets traumatisch hadden meegemaakt. In dit geval moord binnen het gezin.

Betty Schuurman, als het koor, vertolkt met teksten als 'het is gewoon het universum dat zijn gang gaat' hedendaagse ideeën over het omgaan met verlies. Vandeputte moderniseert op zijn beurt dus ook. Maar het overgrote deel van de voorstelling bestaat uit een woordenstroom van Elektra, gebaseerd op inmiddels wat achterhaalde ideeën over het menselijke gevoelsleven.

De regisseur rechtvaardigt zijn keuze voor juist dit stuk door op te merken dat het 'een plek kan zijn voor toeschouwers om langs de eigen afgrond van het leven te lopen, om vrede te vinden met de grote gebeurtenissen van het leven.'
 
De focus van de voorstelling ligt bijna volledig bij Elektra, bij het hysterische wraakzuchtige personage zoals Von Hoffmansthal dat schetste, en dat wordt gespeeld door Mariana Aparicio Torres. Bijna anderhalf uur lang is ze boos en wraakzuchtig. Dat doet ze goed. Maar het is wel heel erg veel van hetzelfde.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Het Nationale Toneel

Vragen over Jeremia van Sadettin Kirmiziyüz en Marjolijn van Heemstra

Door RiRo, 28 februari 2014


Vragen over Jeremia van Sadettin Kirmiziyüz en Marjolijn van Heemstra

Boven bijna alle recensies van Jeremia staan vier sterren. Veel waardering dus van de critici in de kranten. Meteen na de première op vrijdag 7 februari 2014 barst op Facebook en in nrc next ook nog eens de discussie los. Tevredenheid alom. Eindelijk weer eens theater dat er toe doet. Waarover wordt gepraat. Theater over een maatschappelijk onderwerp. Theater dat relevant is.
 
Wie zou dat feestje nou willen verpesten met vragen over de vorm? Met vragen over theatrale middelen? Doet de vorm er nog wel toe als de inhoud zoveel losmaakt? Ik denk het wel. Drie weken nadat ik de zaal uitliep, heb ik die vragen nog steeds. Ik ga ze nu toch maar eens stellen.

Jeremia behandelt enerzijds het racistische gescheld op de sociale media, gebaseerd op Sadettin Kirmiziyüz ervaringen met Gekke Toon die hem dood wenste op Twitter. Daarnaast de vraag waarom Geert Wilders nu ongestraft veel ergere dingen kan zeggen dan Hans Janmaat toen. Die tweede verhaallijn is vooral een verslag van een bezoek dat Van Heemstra en Kirmiziyüz brachten aan Wil Schuurman, de weduwe van Janmaat. 
 
Aan het begin van de voorstelling trekt Marjolijn van Heemstra een van haar twee normale schoenen uit en vervangt die door een veel lompere. Die twee verschillende schoenen is het eerste moment. Heel even een blonde pruik op het hoofd van Kirmiziyüz het tweede. Kirmiziyüz en Van Heemstra, rechtop staand en ernstig kijkend alsof het volkslied klinkt, luisterend naar Amsterdam huilt (waar het eens heeft gelachen) van Rika Jansen is het derde moment. 
 
Dat zijn, in mijn herinnering, de drie momenten die anders zijn. Waarop, behalve in het decor, andere theatrale middelen zijn ingezet dan het vrijwel letterlijk navertellen van de tweets van Gekke Toon en van het bezoek aan Schuurman. Misschien ben ik een of twee van die afwijkende momenten vergeten, maar hoe dan ook Jeremia is vooral het navertellen van wat er in de voorbereiding van de voorstelling is ontdekt.

Kirmiziyüz en Van Heemstra zijn allebei opgeleid om zich met verbeelding bezig te houden. Hij op de toneelschool, zij tijdens haar studie Godsdienstwetenschap. Allebei krijgen ze als theatermaker subsidie om via de verbeelding te vertellen wat ze willen zeggen. Ook bij een voorstelling die bedoeld is als discussiestuk, waarover daadwerkelijk is gediscussieerd, zou je je daarom af moeten vragen in hoeverre ze gebruik maken van verbeelding. Welke theatrale middelen ze daarbij inzetten.

Even terug naar de première. Naast de eerste rij zit Wil Schuurman. In een rolstoel. Als gevolg van het geweld in Kedichem bij een actie tegen de Centrumpartij is ze haar rechterbeen kwijt. Tijdens de voorstelling kom ik ook dingen over haar te weten die ik nog niet wist. Zoals dat ze een Joodse oma heeft, en drie papegaaien. En dat één van die papegaaien klompvoeten heeft. Je kunt je dus afvragen of die weinige afwijkende stijlmiddelen, de lompe schoen, het lied over de Jodenhoek, wel zo subtiel zijn. Of dat niet een beetje te direct op het sentiment is. 
 
De discussie in de afgelopen weken ging daar niet over. Die ging over de inhoud van de tweede verhaallijn. Over de vraag waarom Wilders ergere dingen kan zeggen dan Janmaat. En over de vraag of de voorstelling niet te naïef is, teveel een rehabilitatie van de Centrumpartij. Maar mijn vragen gaan over de vorm. Zitten Kirmiziyüz en Van Heemstra niet veel te dicht op hun research? Hebben ze zichzelf wel voldoende tijd en voldoende afstand gegund om wat ze tegenkwamen aan feiten, om wat ze tegenkwamen in zichzelf, te laten bezinken, om er daarna via de verbeelding met theatrale middelen een vorm aan te geven?

Gisteravond naar Poëten & Bandieten van De Warme Winkel

Door RiRo, gezien 25 februari 2014


Gisteravond naar Poëten & Bandieten van De Warme Winkel. 
 
Die had ik nog niet gezien. Ik vond een een heel goede voorstelling. Als ik er een recensie over zou schrijven, zou ik er vier sterren boven zetten. 

Een wat oudere vrouw op de derde rij werd onwel en zakte onderuit. Met behulp van de man naast haar en een medewerker van het theater, lukte het haar om overeind te komen. Nadat ze moeizaam, haar hoofd voortdurend naar beneden gericht, de drie traptreden was afgedaald, rustte ze, ondersteund door haar twee begeleiders, op de rand van de speelvloer even uit.
 
De voorstelling ging gewoon door.
 
Ward Weemhoff, die op dat moment even geen tekst had, liep met een bezorgde blik naar het drietal toe en bleef toen op gepaste afstand staan. Toen de drie weer in beweging kwamen op weg naar de uitgang, legde hij even meelevend zijn hand op de schouder van de man waarvan ook hij mogelijk dacht dat het wel eens de partner van de onwel geworden vrouw zou kunnen zijn. Daarna draaide hij zich om en nam weer deel aan de voorstelling.

De jonge vrouw schuin voor me was bezig met haar smartphone.
 
Het was al de vijfde of zesde keer dat ik dat beeldscherm voor me zag opflitsen. En ook na de gebeurtenis met de onwel geworden vrouw zou dat nog zeker vijf of zes keer gebeuren. Bij de eerste keer dacht ik nog laat ik niet te snel oordelen, misschien is er iemand van haar vrienden vlak voor de voorstelling in een ziekenhuis opgenomen en wil ze even checken of alles in orde is, of misschien ligt er een familielid op sterven.

Had ik iets moeten doen?

Bij de tweede keer dat het licht van de smartphone me afleidde van de voorstelling, overwoog ik mijn hand op de schouder van de jonge vrouw te leggen en haar vriendelijk maar dringend te sommeren het ding uit te zetten. Ik deed het niet, bang daarmee de voorstelling te verstoren. Ik zag de man recht voor me elke keer als die smartphone naast hem oplichtte naar voren buigen. Die had er dus waarschijnlijk ook last van. Achteraf denk ik dat ik hem met een snelle beweging en zo geruisloos mogelijk uit haar handen had moeten trekken en uit had moeten schakelen. Om hem pas na afloop terug te geven.

Recensie: Tauberbach van Münchner Kammerspiele / Les Ballets C de la B / NTGent

●●●○○

 

TAUBERBACH 

MUENCHNER KAMMERSPIELE / LES BALLETS C DE LA B / NTGENT


Door RiRo, gezien 6 februari 2014

Danser Ross McCormack krijgt een open doekje. Zeg maar gewoon een stevig applaus. Zijn, met geluiden, imiteren van muggen gaat, via een verbaal versnellen en vertragen, naadloos over in adembenemend mooie versnelde en vertraagde bewegingen. Prachtig. Na afloop is er voor de actrice en de vijf dansers een staande ovatie. Ook regisseur Alain Platel zelf staat te klappen. Twee rijen achter me. Tauberbach is inderdaad intelligent gemaakt. En heel ontroerend. Ook nu gaat het, zoals altijd bij Platel, over de schoonheid van het onvolmaakte. Ook nu, net als in C(h)oeurs, gaat het over individu en groep. En ook nu, net als in pitié, is de muziek van Bach er een wezenlijk onderdeel van.

Over pitié (gezien tijdens het Holland Festival van 2009) was ik heel enthousiast. Zowel over de inhoud (het seculariseren van de Matthäus Passion van Bach) als over de vorm (Platel’s unieke, op de bewegingen van mentaal gehandicapten geënte, danstaal). Die voorstelling ontroerde me omdat danstaal en muziek daarin zo’n virtuoze eenheid vormden. Bij C(h)oeurs (gezien tijdens het Holland Festival van 2012) was ik vooral onder de indruk van hoe de leden van het koor van Teatro Real individuen werden. Hoe ze uit hun comfort zone kwamen en zich liggend op de grond bij de dansers voegden.

Ook met Tauberbach weet Platel met de schoonheid van het onvolmaakte te ontroeren. Maar toch. Ondanks het feit dat dit een veel kleinere, veel intiemere voorstelling is, biedt Tauberbach vergeleken bij zijn eerdere werk niet veel nieuws. Weer individu en groep. Weer het uit de comfort zone komen. In dit geval is het een actrice die haar houvast, de taal, loslaat en gaat bewegen met de vijf dansers. De actrice (Elsie de Brauw) speelt een verwarde vrouw die leeft op een vuilnisbelt. Ze heeft eerst nog wel dialogen (met de stemmen in haar hoofd) maar laat zich uiteindelijk door de dansers meenemen naar een andere, naar een niet verbale manier om individu te zijn.
 
De muziek van Bach klinkt deze keer deels uit de monden van dove kinderen. Misschien zou het anders zijn als ik de cd een aantal keer zou beluisteren. Dan zou mogelijk de onvolmaakte schoonheid van de zang me wel raken. Maar tijdens de voorstelling ervaar ik dat niet.
 
Tegen de thema's van Alain Platel valt weinig in te brengen. Menselijke waardigheid in alle omstandigheden. Schoonheid met welke handicap dan ook. Vrijheid van het individu, ook in een groep. Wie zou het daar niet mee eens kunnen zijn. En zou ik, als Tauberbach de eerste voorstelling was die ik van Platel zag, niet enthousiaster zijn? Misschien wel. Maar voor mij brengt Tauberbach toch te weinig nieuws.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: les ballets C de la B

Onthullingen en filosofische gedachten na Contact van Roswitha Bergmann

Door RiRo, gezien 24 januari 2014


Wat doet een klassiek geschoold zanger na een door hem gezongen aria in de Matthäus-Passion van Bach? Dan denkt hij aan seks. Dat onthult theatermaakster en sopraan Roswitha Bergmann in het nagesprek van haar voorstelling Contact in het Grand Theatre in Groningen.

Daarbij gaat het volgens haar niet om die ene seksverslaafde die haar openhartig onthulde dat hij dan aan tieten en sperma denkt. Nee, meer zangers bekenden haar zonder schroom dat ze tussen de aria's aan seks denken. Voor alle duidelijkheid: na 'Ich will Jesum selbst begraben. Denn er soll nunmehr in mir für und für Seine süsse Ruhe haben', denken zangers van de Matthäus-Passion aan tieten, aan sperma, of op een andere manier aan seks. 
 
De onthullingen van de zangers vormden voor Roswitha Bergmann de aanleiding voor de door haar gemaakte, en door Grand Theatre geproduceerde, voorstelling Contact. Daarin probeert een zanger te studeren, wat hem niet goed lukt omdat hij steeds worstelt met zijn drang om naar zijn laptop te gaan voor webcamseks. Hij wordt boos, streelt een stoel, gaat de stoel seksueel te lijf. Hij probeert daar weliswaar aan te ontsnappen met behulp van yoga-oefeningen en mediteren. Maar zijn lichaam is sterker dan zijn geest. Wat hij ook probeert, zijn verslaving wint. Ook tijdens yoga gaat zijn lichaam over in de copulatiemodus. 
 
Speciaal voor het nagesprek in de zaal is filosoof Ad Verbrugge naar Groningen gekomen. Heen en weer lopend zoals een universitair docent geacht wordt te doen, associeert Verbrugge vrijuit naar aanleiding van wat we net hebben gezien. Dat er in de voorstelling die we zagen slechts één personage op de vloer is, weerspiegelt volgens hem de biotoop van de mens van nu. Want die sluit zich met zijn smartphone niet alleen af voor de ander. Hij sluit zich ook af voor een deel van zichzelf. 
 
'Seksontsporing en seksverslaving zijn vormen van getransformeerde seksualiteit, van aanwezig zijn in afwezigheid', zo vat hij wat we gezien hebben samen. Daar houden filosofen van. Van zinnen met tegenstellingen. Aanwezigheid in afwezigheid. Mooi. Een voorstelling over afgeslotenheid die Contact heet. Ook mooi. Als iemand uit de zaal suggereert dat Bach misschien ook wel seksverslaafd was, gezien het aantal kinderen dat hij heeft voortgebracht, antwoordt niet hij, maar Roswitha Bergmann, dat haar dat niks zou verbazen.

Een leuk nagesprek. Met verrassende onthullingen. En sprankelende filosofieën. Na een niet zo heel boeiende voorstelling.

Recensie: Van den vos van FC Bergman / Toneelhuis

●●●●○

FC BERGMAN / TONEELHUIS

VAN DEN VOS

Door RiRo, gezien 18 januari 2014


Ysengrym, de wolf, in het dertiende-eeuwse epische gedicht Van den vos Reynaerde, in zijn aanklacht tegen de vos: 'Dat hi mijn wijf hevet verhoert, ende mine kindre so mesvoert dat hise beseekede daer si laghen, datter twee noint ne saegen ende si worden staer blent.'

Het was Liesa Van der Aa die twee jaar geleden met het plan kwam om een opera over de Reynaert te maken. Uiteindelijk werd het dus geen opera maar een voorstelling. Maar wel een voorstelling waarin muziek een belangrijke rol speelt. In Van den vos van FC Bergman is niet Reynaert maar Ysengrym de hoofdpersoon. De wolf is in deze bewerking een speurder die een persoonlijke frustratie maar ook een fascinatie heeft voor de moordenaar en verkrachter die hij moet arresteren. 
 
'Voorstelling' is misschien niet het goede woord. Want Van den vos is meer dan een voorstelling. Het is een totaalkunstwerk, een compositie waarin acteren, muziek, opgenomen film, live video, en ruimtelijke enscenering één geheel vormen. Alle stoelen uit de schouwburgzaal zijn weggehaald voor een zwembad met daarin het lijk van Reynaerts eerste slachtoffer Coppe, de toeschouwers zitten op de balkons. Vooral dat totaal van verschillende kunstvormen maakt Van den vos zo bijzonder.

Daarbij vormt de live uitgevoerde muziek het fundament. Die bepaalt voor een groot deel de kleur. De muziek werd (in samenwerking met het uitvoerend ensemble Kaleidoskop) gecomponeerd door Liesa Van der Aa. Die we als toneelbezoeker onder andere kennen uit de Musiltrilogie van Guy Cassiers. In het derde deel daarvan acteerde ze niet alleen, maar speelde ze ook haar eigen composities. Verrassende, hedendaagse muziek was dat. Waarbij ze uit haar viool de meest onwaarschijnlijke klanken te voorschijn toverde.
 
Op de tekst van Josse de Pauw zou je eventueel kritiek kunnen hebben omdat het nogal fragmentarisch is. Maar dat zou onterecht zijn. Want dat fragmentarische past perfect in het artistieke idee, in die totaalcompositie. Vooral de zinnen die hij Viviane De Muynck, als koningin, in de mond legt, vind ik heel fraai. De koningin is het personage dat afstand weet te houden. Dat niet zoals de wolf zowel weerzin voelt, als zich voelt aangetrokken tot de wreedheid en wellust van De Vos. Mooi gevonden dat contrast. Mooi ook dat de koningin haar filosofische betoogje over waaraan je je allemaal niet moet hechten, afsluit met 'je moet je natuurlijk ook niet hechten aan je eigen onthechting'.

Behalve naar Viviane De Muynck is het een genot om naar Dirk Roofthooft als de wolf te luisteren. En te kijken. Niet alleen dus vanwege zijn voortreffelijke tekstbehandeling, maar ook vanwege zijn meesterlijke lichaamstaal. 
 
Van den vos doet me wat betreft uitwerking van het thema en gebruik van beeldmateriaal denken aan het werk van hedendaagse componisten als Steve Reich of onze eigen Jacob TV. Ik vind Van den vos een overweldigende theatrale belevenis.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Toneelhuis