RIRO'S TOPVIJF VAN HET SEIZOEN 2020-2021

 

RIRO'S TOPVIJF VAN HET SEIZOEN 2020-2021



Door Piet van Kampen, 12 juli 2021

Van de voorstellingen die ik dit seizoen zag, maakten deze de meeste indruk:

1. Do not look back with regret van Theater Rotterdam / Davy Pieters

2. Hendrik IV: Koning van de Verbeelding van Theater Bellevue / Teun Donders & Roel Pronk

3. Age of Rage van ITA-Ensemble & Holland Festival, Bl!ndman, La Villette / Ivo Van Hove

4. De zaak Shell van Anoek Nuyens & Rebekka de Wit / Frascati Producties / De Nwe Tijd

5. Mount Average van Julian Hetzel / Campo

Recensie: Age of Rage van ITA-Ensemble & Holland Festival, Bl!ndman, La Villette / Ivo Van Hove

●●●●○

 

AGE OF RAGE


ITA-ENSEMBLE & HOLLAND FESTIVAL, BL!NDMAN, LA VILETTE / IVO VAN HOVE

 

Door Piet van Kampen, gezien 27 juni 2021

Is een kraakheldere voorstelling waarin een hele stoet Griekse tragedies met veel vuur tot een bijna vier uur durend spektakel wordt gesmeed teleurstellend omdat er voor theaterwetenschappers en ervaren theaterbezoekers te weinig lagen in zitten of te weinig regievondsten? Of is zo'n voorstelling juist heel goed, omdat Van Hove daardoor die voorstelling ook toegankelijk maakt voor bovenbouwleerlingen van het vwo en 'het grote publiek'?

Laten we Age of Rage eens met die twee maten meten.

Ivo Van Hove rijgt in Age of Rage de mythologische verhalen over de vervloekte Atriden-familie aan elkaar. Verhalen waarin onder meer Agamemnon zijn dochter offert en Klytaimnestra haar man doodt en later zelf om zeep wordt geholpen door haar kinderen Orestes en Elektra. En knoopt daar de tragische geschiedenis van de Trojaanse koningin Hekabe en haar nageslacht aan vast.

Als ik de voorstelling zie - inmiddels gelukkig weer in een zaal vol toeschouwers - loopt het in Age of Rage mogelijk gesmeerder dan bij de anderhalve meter - première een week eerder. Vijf extra dagen om op elkaar ingespeeld te raken, geïnspireerd worden door een volle zaal, dat zal toch wel invloed hebben gehad op de interactie tussen de acteurs? En misschien ook wel op de samenhang tussen acteren, dansen en muziek.

Al voor de zaallichten doven, knettert het vuur en is Maarten Heijmans in de weer met een hakmes. De scène die daarop volgt, is overweldigend. Met oorverdovende death metal. En zingende en dansende acteurs, ondersteund door drie professionele dansers, vier eigenlijk, want kersvers ITA-acteur Jesse Mensah is ook een fenomenale danser.

De eerste woorden worden gesproken door Agamemnon (Hans Kesting): 'Geen geluid. Niet van vogels. Niet van de zee.' Rustig uitgesproken. Dat blijkt de voorbode van een voorstelling waarin met de tekst in een rustig tempo en op een heel duidelijke manier het verhaal wordt verteld over wraak die wraak genereert. Datzelfde verhaal wordt, wat abstracter, ook in dans uitgebeeld, en nog weer wat abstracter met de soundtrack (vooral percussie), het lichtplan en de scenografie.

Met de blik van een verwende toneelkijker heb ik wel wat kritiek. Ilke Paddenburg bijvoorbeeld die in een van de mooiste scènes, als Ifigenia in de armen van haar vader en moeder, perfect maat houdt in haar stille spel, heeft vlak daarvoor haar 'stille spel' enorm overdreven met veel te lang aangehouden gebaartjes om Ifigenia's angst om geofferd te worden uit te beelden.

En waar Janni Goslinga (als Hekabe), Maria Kraakman (als Kassandra) en Majd Mardo (als Orestes) met succes hebben gezocht naar een voor hun personage passende, gelaagde en prikkelende manier van acteren, hebben Hélène Devos (als Elektra) en Gijs Scholten van Aschat (als Menelaos) zo te zien hun cruise control aangezet. Wat bij de eerste leidt tot acteren met voortdurend gierende banden, en bij de tweede tot een tot bumperkleven provocerende gemakzucht.

Even voor de duidelijkheid: kritiek op acteren en op acteurs is eerst en vooral kritiek op de regisseur, want die heeft die manier van acteren gevraagd, of op z'n minst getolereerd.

Er zijn dus wel wat kanttekeningen te plaatsen.

Maar als ik de andere meetlat erbij neem, en dat is voor een afgewogen oordeel over een voorstelling nodig, en reflecteer op wat de makers mogelijk hebben beoogd. Dan zie ik een heel toegankelijke voorstelling. Maar ook een voorstelling die visueel ongelooflijk rijk is. Vooral door de extra's die de heldere choreografie en het steeds weer vernuftig gecreëerde toneelbeeld (met oog voor diagonalen en diepte) aan de tekstregie van Van Hove toevoegen.

Het zou me dan ook niet verbazen als Age of Rage, die Ivo Van Hove samen met scenograaf Jan Versweyveld, choreograaf Wim Vandekeybus en componist Eric Sleichim heeft gemaakt, ook internationaal succesvol zal blijken te zijn.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: ITA-Ensemble

 

Recensie: Hendrik IV: Koning van de Verbeelding van Theater Bellevue / Teun Donders & Roel Pronk

●●●●○

 

HENDRIK IV: KONING VAN DE VERBEELDING


THEATER BELLEVUE / TEUN DONDERS & ROEL PRONK

 

Door Piet van Kampen, gezien 17 juni 2021

Hendrik IV: Koning van de Verbeelding is gebaseerd op Enrico Quarto, de tragedie in drie bedrijven die Luigi Pirandello precies honderd jaar geleden schreef. Teun Donders en Roel Pronk voegen aan Pirandello's spel met tijd en taal hun eigen vooral talige vondsten toe.*

Het voortdurend verspringen van de tijd - naar de middeleeuwen en weer terug - is één van vele ingenieuze spelletjes in Hendrik IV: Koning van de Verbeelding. De tekst staat ook vol met heerlijke zinnen als 'Waarheid verliest het in fictie altijd van de leugen' en 'Ik heb feilloos de leugen beklommen' of  'Helder als een visioen'.

In een afgelegen villa leeft een man (die nergens met zijn eigen naam wordt aangeduid) in de waan dat hij een middeleeuwse koning is. Zijn omgeving speelt het spel mee. In Hendrik IV: Koning van de Verbeelding is het heden dat bij Pirandello 1920 was, verplaats naar het huidige nu, met verwijzingen naar onder meer smartphones en AH-bezorgservicemedewerkers. 

Hendrik IV: Koning van de Verbeelding van Teun Donders en Roel Pronk is een enorm rijke voorstelling van twee zeer getalenteerde makers, die vorig jaar afstudeerden aan de Amsterdamse Toneelschool & Kleinkunstacademie. 

Teun Donders speelt in zijn quasi-monoloog twee personages: de man die doet of hij raadsman Landolpho is en de 'gek' die denkt dat hij Hendrik IV is. En beeldt er één uit: de fictieve koningin. Alle andere rollen spelen wij in de zaal. Of we dat willen of niet. Weigeren is geen optie.  

Het spel van Donders is overrompelend goed. Hij zegt niet alleen een uur lang in een hoog tempo de, vaak geestige, tekst. Maar wat hij daar met zijn fenomenale gebruik van mimiek en gestiek aan toevoegt, is onovertroffen. Vooral dat laatste, zijn houdingen, gebaren en lichaamsbewegingen getuigen van zijn enorme talent als acteur. Ik noteer Teun Donders alvast als een toekomstige winnaar van een Louis d'Or.

*Jammer dat er naast schitterende taalvondsten ook zoveel taalslordigheden zijn, ik telde er zo'n twintig. Een paar voorbeelden. De rouw dat, in plaats van de rouw die. Vervuld zijn met in plaats van vervuld zijn van. Ontwetend in plaats van onwetend. Echt heel jammer, zonder die slordigheden zou ik vijf van die groene ballen boven deze recensie hebben gezet.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Theater Bellevue

 

Recensie: La Codista van Marleen Scholten / Wunderbaum

 

●●●●○

 

LA CODISTA


MARLEEN SCHOLTEN / WUNDERBAUM

 

Door Piet van Kampen, gezien 14 juni 2021

'64, ik heb 127', zegt de codista. Ze staat in de rij. Voor iemand anders. Voor mevrouw D'Angelo. Net als babysitters, poetsvrouwen en hondenuitlaters nemen codistas mensen werk uit handen.

In Japan zijn vanaf de jaren negentig professioneel gerunde bedrijven waar je stand-ins voor van alles en nog wat kunt huren. Wat tot kunst leidde. Want de documentaire Rent a Family Inc van Kaspar Astrup Schröder uit 2012 over een Japans bedrijf dat gespecialiseerd is in het verhuren van 'familieleden', inspireerde De Theatertroep tot de voorstelling Hoe echt is echt echt (2016) en Werner Herzog tot zijn film Family Romance, LLC (2019)

In Italië kwam Giovanni Cafaro, toen hij zijn baan verloor, op het idee om tegen betaling voor anderen in de rij te gaan staan, om zich als stand-in te specialiseren in wachten. Ook dat leidde tot kunst. Want theatermaker Marleen Scholten, die in Milaan woont, nam zijn verhaal als uitgangspunt voor haar monoloog La Codista.

Scholten interviewde als voorbereiding allerlei mensen over de betekenis en over het effect van stilstaan, en ging in lange rijen staan om zelf te ervaren wat wachten met je doet. Voor haar tekst La Codista, over je verplaatsen in een ander, over het ongeduld en het verlangen dat bij wachten hoort, won ze in Italië de toneelschrijfprijs Antonio Conti.

In een uiterst sobere enscenering brengt Marleen Scholten die tekst in haar voorstelling La Codista tot leven. Ze beweegt nauwelijks. Dat is ook niet nodig. Haar heldere, krachtige stem en haar perfectie dictie volstaan.

Gezien op het HOLLAND FESTIVAL

Recensie: L'Étang van Gisèle Vienne

●●●○○

 

L'ÉTANG


GISÈLE VIENNE

 

Door Piet van Kampen, gezien 7 juni 2021
  

Zaallicht uit, toneellicht aan. We zien zeven aangeklede etalagepoppen. Zes daarvan liggen of zitten op een eenpersoonsbed, de zevende een paar meter daarvandaan op de grond. Een inspiciënt draagt de poppen een voor een heel behoedzaam het podium af. Wie nog niet wist dat poppen in het werk van Gisèle Vienne een belangrijke rol spelen, weet dat nu.

Der Teich (de vijver), van de Zwitserse schrijver Robert Walser uit 1902, gaat vooral over een moeder-zoonverhouding. Fritz loopt weg en zegt dat hij zich gaat verdrinken in de vijver omdat zijn ouders niet van hem houden. De andere kinderen in dat verhaal, Klara en Paul, geloven hem.

In L'Étang, haar bewerking van Der Teich, wil Gisèle Vienne expliciet dat we meer lagen zien. Naast de traag als poppen bewegende twee actrices die hun teksten, net als poppen, zonder mimiek zeggen, zet Vienne met dat doel als contrapunten kleurwisselingen in de belichting in en geluid (loeiharde muziek van het feestje dat Fritz ontvlucht). Voor publiek in niet-Franstalige landen komt daar nog een extra laag bij: de op de achterwand geprojecteerde vertaling, in dit geval in het Engels en het Nederlands.*

Adèle Haenel (ja, dat is die van 'Portrait de la jeune fille en feu') speelt de drie kinderen met van elkaar verschillende stemmetjes. Ruth Vega Fernandez neemt op een vergelijkbare manier de twee moeders en de vader voor haar rekening. Dat werkt. Maar vooral door het ontbreken van zichtbare interactie tussen de personages en van mimiek, levert het wel een nogal abstracte voorstelling op.

Je kunt je overigens afvragen - ik deed dat althans het eerste half uur - of het niet aan het publiek is om al dan niet meer lagen in een voorstelling te ontdekken, in plaats van dat door de maker opgedrongen te krijgen. De ene toeschouwer ontwaart er in dat geval misschien maar één, een ander twee, de heel ervaren toneelbezoeker drie of meer.

Toch kreeg ik in de loop van de voorstelling wel meer waardering voor Vienne's aanpak. Want door in L'Étang de verschillende lagen in de relatie tussen Fritz en zijn ouders te expliciteren, doet ze natuurlijk wel recht aan de gecompliceerdheid die familierelaties nou eenmaal vaak hebben.

Gezien op het HOLLAND FESTIVAL

* Helaas zijn die vertalingen nogal eens verkortingen van het gesproken Frans. Ook bij de door de vertaler gemaakte keuzes zijn af en toe wel vraagtekens te plaatsen. Zou bijvoorbeeld 'Doe die klotedeur dicht! niet meer recht doen aan 'Ferme cette putain porte!' dan 'Doe verdomme die deur dicht!'?

 

Drie Zusters van Toneelschuur Producties / Eline Arbo

●●●○○

 

DRIE ZUSTERS


TONEELSCHUUR PRODUCTIES / ELINE ARBO

 

Door Piet van Kampen, gezien 21 november 2020
  

Regisseur Eline Arbo (1986) gebruikt haar bewerking van Drie Zusters van Tsjechov om het effect van de vier feministische golven te analyseren. En ze besluit die analyse met een poging de toeschouwers met een karrenvracht aan cijfers van de juistheid van haar analyse te overtuigen.

Pianomuziek en zang. Een kamer in een suf provinciestadje. We zijn aan het eind van de negentiende eeuw. Olga, Irina en Masja, alle drie in zwarte hoepelrokken. Ira is jarig. Maar het lukt de jarige niet om aan het woord te komen. En haar zus Masja niet om door te gaan met pianospelen. Want Olga, de oudste, overschreeuwt haar twee zussen met een idealisering van hun vroegere leven in Moskou.

Pas als de mannen, Nikolaj (Matthijs IJgosse) en Wesjinnin (Benjamin Moen), op bezoek zijn, lukt het Ira om te zeggen wat ze al steeds wilde zeggen: 'Wat wij nodig hebben is werk.' Nadat Irina daarmee de eerste feministische golf heeft geïnitieerd, snoeren de twee mannen haar onmiddellijk de mond. En beginnen met veel aplomb met elkaar te filosoferen over vrouwenrechten en stemrecht voor vrouwen.

Datzelfde procedé herhaalt zich in de volgende drie scènes, bij de drie volgende drie feministisch golven. Elke poging van Irina (Dieuwertje Dir) of haar zussen Masja (Sarah Janneh) en Olga (Keja Klaasje Kwestro) om ook een duit in het zakje te doen, wordt door de mannen in de kiem gesmoord. Elke keer zijn het de mannen die met elkaar over vrouwenrechten en over gelijkheid van mannen en vrouwen van gedachten wisselen.

Is er dan geen enkele vrouw die die rolverdeling doorbreekt? Ja die is er. Sterker nog, de opkomst in gendereneutrale kleding van Ntianu Stuger, als Natasja, aan het eind van de eerste scène, zorgt voor hevige ontsteltenis bij de drie zussen. En geeft de toeschouwer al een vooruitblik naar de toekomst.

Met het live uitgevoerde We Gotta Get Out Of This Place belanden we op een 'fuif' in de jaren zestig van de vorige eeuw. De drie zussen worden nu niet belemmerd door hoepelrokken en knellende korsetten, maar door schoenen met enorme plateauzolen. Ook hier hebben de mannen het hoogste woord, nu over de vrouwenbeweging. 

Met Running Up That Hill van Kate Bush komen we bij de derde golf, rond 1990. Ook nu kapen de mannen het thema. Pas bij de vierde, als we in het heden zijn beland, doet 'de man' een stapje terug. Met een pleidooi dat wel wat doet denken aan 'de boetedoening' van Ruut Weissman aan het slot van de documentaire van Judith de Leeuw, zegt Wesjinnin dat het tijd wordt voor een ander soort man.

Ook nu staan de zussen erbij en kijken ernaar. Zo heeft Tsjechov ze in Drie Zusters nou eenmaal neergezet. Masja verzucht 'Hoe lang staan we hier nou eigenlijk al? Het voelt als bijna 120 jaar.' (Drie Zusters van Anton Tsjechov ging in 1901 in Moskou in première)

Dan neemt eindelijk een vrouw het heft in handen. Ntianu Stuger (1998), die schoonzus Natasja speelt, en die al de hele voorstelling in kleding rondloopt die op geen enkele wijze knelt of belemmert, spreekt een epiloog. Met heel veel cijfers. En met heel veel percentages. Want met cijfers en percentages kun je je gelijk bewijzen. Denkt Eline Arbo. Het is een epiloog die doet denken aan Proloog, een gelijkhebberig theatergezelschap uit de zeventiger jaren.

Drie Zusters van Toneelschuur Producties / Eline Arbo is weliswaar een boeiende voorstelling. Mede omdat de tekst (Anton Tsjechov en Eline Arbo), het decor (Sarah Nixon) en de fraaie kostuums (Rebekka Wörmann) een harmonieuze eenheid vormen. Het acteren is, zoals we bij regies van Arbo gewend zijn, van hoog niveau, waarbij Sander Plukaard als Andrej de uitblinker is. Maar Arbo's analyse van het effect van feminisme is nogal eendimensionaal. En je gelijk willen halen met een bombardement van cijfers? Tja.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Toneelschuur Producties


 


 

Istanbul, bericht van de andere kant van Michaël Bloos / Stichting Nieuwe Helden

●●●○○

 

ISTANBUL, BERICHT VAN DE ANDERE KANT


MICHAËL BLOOS / STICHTING NIEUWE HELDEN

 

 

Door Piet van Kampen, gezien 29 oktober 2020

De voorstelling begint met een monoloog: Michaël Bloos vertelt dat een van zijn leraren op de toneelschool eens tegen hem zei: “Theatraliteit is de spanning tussen het echte en het onechte.” Het is de eerste keer dat ik Michaël Bloos zie, voor het eerst ook dat ik hem hoor praten.

Kun je als acteur/theatermaker een tekst die je door een ander hebt laten schrijven op zo'n manier zeggen dat je niet alleen de woorden, maar ook de dictie en de zinsmelodie van die schrijver, al dan niet bedoeld, overbrengt? Dat blijkt te kunnen. Ik hoef mijn ogen niet eens dicht te doen om niet Michaël Bloos te zien en te horen maar Freek Vielen, de schrijver van de tekst.

Lucas Kramer komt de speelvloer op, doet zijn muts af, en pakt zijn sitar uit.

Samen met Gillis Biesheuvel en Lucas Kramer vertelt Michaël Bloos in Istanbul, bericht van de andere kant het verhaal van een zoon die bang is dat hij ooit gek zal worden. De echte vader van Michaël Bloos vertrok, toen Michaël nog in de buik van zijn moeder zat, voor een lange reis in het land van de waanzin. Hij overleed in 2016.

Michaëls niet echte vader vertrekt in november 2017 naar Istanbul om het Museum van de Onschuld te bezoeken. Die niet echte vader heeft af en toe moeite om het het verschil tussen echt en niet-echt te onderscheiden, hij lijdt aan psychoses. In Istanbul verdwijnt hij. Spoorloos.

Michaël en zijn zus Amber gaan in Istanbul op zoek naar Michaëls niet echte vader. Met behulp van een in Turkije populair tv-programma van presentatrice en journaliste Müge Anlı vinden ze hem uiteindelijk. In ruil daarvoor wil Anlı de hereniging live uitzenden.

Lucas Kramer pakt zijn sitar in, zet zijn muts op, en verlaat de speelvloer.

Michaël Bloos heeft tekstschrijver Freek Vielen gevraagd om de belevenissen tijdens die zoektocht in Istanbul, en de vraag wat het is om zoon te zijn, voor hem om te zetten in een theatertekst.

Vielen verwerkt in zijn tekst voor Michaël Bloos ook een aantal beschrijvingen die Wouter Kusters in zijn boek Filosofie van de waanzin van zijn psychoses geeft. En het verhaal over een machine die alles omdraait, zodat je als je eruit komt het idee hebt dat niet jij maar de werkelijkheid is omgedraaid. 

Het idee van die machine (de Rheniusmachine uit het sciencefictionboek Stersteen van Roger Zelany) is voor Lucas Kramer dan weer een van de inspiratiebronnen voor het ontwerpen van het decor.

Istanbul, bericht van de andere kant is een boeiende en onderhoudende voorstelling geworden. Maar Michaël Bloos wilde neem ik aan meer dan boeiend en onderhoudend zijn, hij wil ook zijn angst voor gekte, en de spanning van de zoektocht in Istanbul, voor ons invoelbaar maken. Lukt hem dat? Voelt het publiek mee met zijn angst en met die spanning?

Ik kan natuurlijk alleen maar voor mezelf spreken: voor mij blijft Istanbul, bericht van de andere kant, ook door de vrij afstandelijke speelstijl, niet meer dan een heel boeiend en heel onderhoudend verteld (waargebeurd) verhaal.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Universum van de waanzin

Mount Average van Julian Hetzel / Campo

●●●○○

 

MOUNT AVERAGE


JULIAN HETZEL / CAMPO

 

 

Door Piet van Kampen, gezien 14 oktober 2020

Per tijdslot van tien minuten worden bij Mount Average vier bezoekers toegelaten, voor wat 'een performatief parcours door een fabriek' wordt genoemd. Een fabriek waar, naar zal blijken, niet iets wordt geproduceerd, maar wordt getransformeerd. Samen met de drie anderen van de groep 'twintig na acht' (20.20 uur) ga ik voorzien van een koptelefoon naar binnen.

Eerst komen we in een ruimte waarin een fluïde standbeeld (Pitcho Womba Konga) ons in abstracte lijnen schetst wat er staat te gebeuren. In de volgende ruimte wordt het concreter, sterker nog, in die tweede ruimte gaan we zelf aan de slag, met onze eigen handen brengen we een transformatie tot stand.

Mount Average is ervaringstheater, een vorm van theater die doet denken aan het werk van bijvoorbeeld het Berlijnse collectief Rimini Protokoll, waarvan in 2017 tijdens Brandstichter een aantal voorstellingen in Amsterdam waren te zien. Notoir lastig voor een recensent altijd dat ervaringstheater. Voor je het weet geef je informatie weg waardoor je afbreuk doet aan de ervaring van wie er nog naartoe wil.

Een van de onderdelen van All Inclusive, de vorige voorstelling van Julian Hetzel bij Campo, was het creëren van levende standbeelden (van de daders van iconische moordaanslagen). Je zou Mount Average daar in zekere zin een vervolg op kunnen noemen. Maar deze keer gaat het niet om de constructie van standbeelden maar om de deconstructie ervan (te beginnen bij dat van Leopold II).

Het onderdeel over de Union Minière in het koloniale Congo is, door de net iets te simplistische inhoud en de net wat te kinderlijke vorm, weliswaar wat minder. Maar wat er in de laatste ruimte gebeurt, maakt weer veel goed. Daar zorgt Kristien De Proost voor een gespeeld vrolijk en 'hoopvol' slot.

Het is de bedoeling van de voorstelling Mount Average dat je als bezoeker de transformatie, dus de constructie en de deconstructie, niet alleen ziet, maar ook ervaart. Wat mij betreft is dat gelukt.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Campo

 

De Nijl is in Caïro aangekomen van De KOE

 

●●●●○

 

DE NIJL IS IN CAÏRO AANGEKOMEN


DE KOE

 

Door Piet van Kampen, gezien 7 oktober 2020

Twee broers, oude mannen al, zoeken elkaar regelmatig op. Veel meer dan dat hebben ze ook niet meer sinds de dood van Leentje. De jongste, Peter, steekt van wal met het etaleren van zijn dedain voor mensen die zich onledig houden met trivialiteiten als kaartspelen, 'als Érzats'. Peter heeft dat niet nodig, hij mag dan wel een uitgerangeerde artiest equilibrist zijn, als 'denker' en als kenner van het werk van grote filosofen, weet hij het genot van eenzaamheid te waarderen. 

'Erzáts' zegt zijn twee jaar oude broer Willem, 'niet Érzats.

Dat doen ze vaker, elkaar corrigeren bij wat ze over zichzelf vertellen. Als Willem mijmert over zijn successen als acteur (toen hij nog zonder leesbril zijn teennagels kon knippen), relativeert Peter dat met 'Ja, als Tasso.' En na zijn broers 'die heb ik meer dan 200 keer gespeeld, voor volle zalen', haalt Peter zijn schouders op. 'Ja, je bent te lang doorgegaan, en niet zoals ik op het hoogtepunt gestopt'.

Peter koketteert graag met Michel de Montaigne, zijn broer zoekt het meer bij Arthur Schopenhauwer. Maar de twee dienen hun van die filosofen geleende gedachten steeds op op een bedje van licht verteerbare smalltalk. 

Zo vindt Willem, die van lekker eten houdt ('nierstenen hebben én geen oesters mogen eten, dat zijn twéé kwalen!'), dat geen saus zo lekker is als het zout dat je uit goed gezelschap haalt. Zijn broer Peter kan het daar onmogelijk mee oneens zijn, want een grote geest als hij kijkt niet naar wát hij eet, maar met wíe hij eet: 'Ik eet dan ook alleen'.

Terwijl de broers met hun filosofietjes en bij het ophalen van hun herinneringen steeds duidelijker gehinderd worden door de pijn die door hun nierstenen wordt veroorzaakt, wordt het ons in de zaal steeds duidelijker dat onder hun opschepperij tristesse en eenzaamheid schuilgaat.

Twee broers, kronkelend van pijn, dicht bij de dood, die ook nog eens triest en eenzaam blijken te zijn? Is dat dan niet een heel deprimerende voorstelling? Nee, zo werkt dat niet bij De KOE.

Met de van De KOE kenmerkende manier van acteren, met veel terzijdes, en met in deze voorstelling ook nog eens veel slapstick, staan Van den Eede en De Wolf garant voor een onderhoudende, leerzame avond, die je onmogelijk door kunt komen zonder regelmatig in de lach te schieten.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: De KOE

Flight 49 van ITA-Ensemble / Simon Stone

 

●●●○○

 

FLIGHT 49


ITA-ENSEMBLE / SIMON STONE

 

 

Door Piet van Kampen, gezien 3 oktober 2020

Op 24 december 1900 loopt vissersweduwe Kniertje met haar pannetje koude koteletten voor het eerst bedroefd over het podium van de schouwburg. Herman Heijermans, de schrijver van Op hoop van zegen, is dan 36 jaar.

Op zaterdag 26 september 2020 vraagt de bedroefde weduwe Christina in het tot een aankomsthal van een luchthaven omgetoverd podium voor het eerst om een oplader voor haar telefoon. Simon Stone, de schrijver van Flight 49, is dan 36 jaar.

Zo'n twee weken voor de première heeft ITA besloten de titel van de als Op hoop van zegen aangekondigde voorstelling te veranderen in Flight 49. Want er is geen vissersboot die met man en muis vergaat, maar een vliegtuig dat van de radar verdwijnt. Geen reder Clemens maar vliegtuigbouwer Clemens, met een dochter die niet Clementine heet maar Cloë.

En ook geen angstige Barend die zich verstopt en door zijn moeder wordt gedwongen aan boord te gaan. Maar een angstige Daniel die zich verstopt en door een telefoontje van zijn moeder tegen zijn wil aan boord wordt gebracht.

Oorzaak van de ramp met Kompas Air Vlucht 49 is dan ook niet het om puur economische redenen negeren van de alarmerende waarschuwingen van scheepmakersknecht Simon over de mankementen aan het schip, maar het om diezelfde reden terzijde leggen van alarmerende e-mails van ingenieur Simon over het tekort schieten van het Maneuvering Characteristics Augmentation System (MCAS) van het vliegtuig.

Tot zover een aantal parallellen.

De Australische theatermaker Simon Stone schrijft zijn teksten tijdens het repetitieproces. Elke repetitiedag schaaft hij er verder aan. En elke avond of nacht vertaalt Peter van Kraaij de wijzigingen, zodat de acteurs er de volgende dag weer mee aan de slag kunnen. En ook deze keer, net als bij Ibsen Huis, levert die werkwijze van Stone een heel sterke tekst op.

Als acteursregisseur is Stone een perfectionist, als hij niet tevreden is, schuift hij dat niet onder stoelen of banken. Het resultaat daarvan is ook bij Flight 49 weer dat er meesterlijk wordt geacteerd. Door alle negen acteurs, in alle negentien rollen. Toch wil ik er drie van die negen even uitlichten.

Hans Kesting moest minder dan een week voor de première invallen (beterschap Bart!) en had dus nauwelijks tijd om te repeteren. Als ik de voorstelling zie, op de vierde speelavond, is daar niets meer van te merken. En hij speelt drie rollen, waaronder die van Clemens, de vliegtuigbouwer.

Maarten Heijmans komt in zijn rol als autistische nerd Kevin heel dicht in de buurt van het Nederlands record snelspreken, maar zet als de angstige, onzekere Daniel ook een volledig daarmee contrasterend personage neer. En Ilke Paddenburg laat als Cloë op overtuigende wijze zien waarom Ivo Van Hove haar vorig seizoen aan het ITA-ensemble heeft toegevoegd.

Simon Stone deed het eerder. Tegelijkertijd zowel de tekst schrijven als regisseren. Dus zonder dat hij echt de tijd neemt om te reflecteren. Zonder dat hij, al is het maar een paar dagen, met een glas whiskey achterover leunt om te kijken of er niet toch nog een darling om zeep geholpen kan worden.

En dat is jammer. Want als hij dat wel zou hebben gedaan, zou hij misschien Hugo Koolschijn als Simon tijdens de herdenkingsplechtigheid niet nog een keer hebben laten uitleggen hoe fout Clemens (dus Boeing) was. We hadden dat echt al begrepen. En als hij dan toch bezig was, zou hij misschien die hele overbodige herdenkingsscène hebben geschrapt. Net als die net iets te zweverige epiloog met Chris Nietvelt en Achraf Koutet.

Door de goede tekst en het uitstekende acteren verveelt Flight 49 geen moment. Maar een beetje relativering van het realisme en van de ernst door er een minder starre enscenering tegenover te zetten, zou misschien geen slecht idee zijn geweest. En af en toe het publiek de mogelijkheid bieden om op z'n minst wat te gniffelen, zou ook geen kwaad hebben gekund.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: ITA