Recensie: Una costilla sobre la mesa: Madre van Atra Bilis Teatro / Angélica Liddell

●●●●○

 

UNA COSTILLA SOBRE LA MESA: MADRE


ATRAS BILIS TEATRO / ANGÉLICA LIDDELL

 

Door Piet van Kampen, gezien 22 september 2021

Tussen zes menselijke tronen vertelt Angélica Liddell in een wanhopige openingsklaagzang, met steeds heftigere gebaren, over haar dode moeder. Met toenemende ontsteltenis onthult ze dat ze in haar moeders laatste uren alleen maar liefde voelde voor de vrouw die ze vijftig jaar had gehaat. En dat ze dat haatte.

Geïnspireerd door As I lay dying van William Faulkner maakt Liddell vervolgens met behulp van zo'n twintig figuranten een rituele reis naar Extramadura, de geboortegrond van haar moeder, in het traditionele zuidwesten van Spanje. Wat we tijdens dat requiem voor een gehate moeder te zien krijgen is een processie van zowel in beeld als muziek in grote schoonheid omgezette woede en pijn.

Zo'n twintig figuranten staan Liddell bij in het scheppen van die prachtige beelden, zoals in de scène waarin we Liddells moeder zien als een klein meisje in een kist, gedragen door mannen met als het firmament beschilderde torso's.

Barokke sacrale muziek, van onder andere Pachelbel, en live gezongen religieuze en rituele liederen door flamencozanger Niño de Elche versterken steeds die beelden. Met als muzikaal hoogtepunt een langdurige door De Elche 'gezongen' jammerklacht van Legioen, een door demonen bezeten man.

Hoewel er vraagtekens geplaatst kunnen worden bij de grote hoeveelheid op het achterdoek geprojecteerde nogal mysterieuze teksten, is Una costilla sobre la mesa: Madre een oprechte en bij vlagen hartverscheurende voorstelling van een unieke kunstenaar die er alweer in slaagt haar particuliere pijn in schoonheid om te zetten.

Recensie: Cliënt E. Busken van ITA-Ensemble / Maria Kraakman

 

●●●○○

 

CLIËNT E. BUSKEN


ITA-ENSEMBLE / MARIA KRAAKMAN

 

Door Piet van Kampen, gezien 16 september 2021
  

Maria Kraakman debuteert als regisseur bij ITA. Op een verrassende manier. Met muziektheater. In de stijl van Orkater. Met als acteurs/muzikanten Gijs Scholten van Aschat en Jip van den Dool, die allebei in muziektheatervoorstellingen van Orkater hebben gestaan.

Cliënt E. Busken (2020), de roman van Jeroen Brouwers, is een monologue intérieur van een man op de gesloten afdeling van een instelling, die weigert te spreken en doet of hij doof is. Maar die wel, soms warrig, soms helder, voortdurend zwijgend denkt en herinnert en becommentarieert. Het niet willen spreken van Busken lijkt gericht tegen de psychiater van de instelling en de domheid van zijn medepatiënten, maar is ook een protest tegen het steeds verder aftakelen van zijn lichaam.

Voegt de voorstelling Cliënt E. Busken iets toe aan het stilistische meesterwerk van Jeroen Brouwers waarop het is gebaseerd?

In eerste instantie zou je meteen, zonder er verder over na te denken, zeggen nee. Want noodzakelijkerwijs moet er voor een voorstelling van negentig minuten veel tekst uit de roman sneuvelen. De prachtige zinnen uit de roman die ze voor de voorstelling wel gebruiken, hebben bewerker Scholten van Aschat en regisseur Kraakman overigens, gelukkig, volledig intact gelaten.

Brouwers' geweldig goed geschreven roman is één gedachtenstroom waarin verzet, verontwaardiging en herinnering, steeds zonder afronding, maar ook zonder onderbrekingen, in elkaar overgaan.

In de voorstelling is dat niet zo. Met door Gijs Scholten van Aschat gezongen viriele songs, uit de jaren dat 'het gevalletje' van Busken zich nog zonder moeite en veelvuldig oprichtte, wordt de toeschouwer van de theatermonoloog, in tegenstelling tot de lezer van de roman, af en toe bewust uit de gedachtenstroom van Busken gehaald. Voegt dat iets toe? Ik vind van niet.  

Wat wel iets toevoegt is de andere manier waarop muziek wordt ingezet. Als Jip van den Dool de tekst, die Scholten van Aschat uitspreekt, ondersteunt met live uitgevoerde muziek. En er op andere momenten met zijn composities juist een tegenkleur aan geeft. (In het laatste half uur, bij de definitieve lichamelijke aftakeling van Busken, komt Van den Dool ook als acteur in actie.)

Voor wie nog nooit iets van Jeroen Brouwers heeft gelezen is wat Gijs Scholten van Aschat uit Brouwers' laatste roman laat horen misschien een stimulans om dat wel te gaan doen. En omdat de inbreng van Jip van den Dool als componist en muzikant de voorstelling iets extra's geeft, is Cliënt E. Busken van ITA-Ensemble/Maria Kraakman ook voor wie Cliënt E. Busken heeft gelezen toch ook nog wel de moeite waard.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Internationaal Theater Amsterdam

Recensie: Gevechten en metamorfosen van een vrouw van ITA-Ensemble / Ivo Van Hove

●●●○○

 

GEVECHTEN EN METAMORFOSEN VAN EEN VROUW


ITA-ENSEMBLE / IVO VAN HOVE

 

Door Piet van Kampen, gezien 14 september 2021
  

In zijn eerste roman, En finir avec Eddy Bellegueule (2014), vertelt Édouard Louis (1992) over zijn traumatische jeugd in een gezin uit de onderklasse. Een gezin met een alcoholische vader die op zijn zestiende in de fabriek ging werken, en die net als alle andere mannen in dat milieu drinkt en vecht. En met een moeder die al op haar zeventiende zwanger raakte. En dus huisvrouw werd. En ongelukkig.

Qui a tué mon père uit 2018 (door Ivo Van Hove als Wie heeft mijn vader vermoord voor toneel bewerkt) is een hommage van Édouard Louis aan zijn vader, maar vooral een aanklacht tegen het systeem dat zijn vader (en diens vader) heeft gemaakt tot wat hij is geworden.

In Combats et métamorphoses d'une femme (2021) zijn vierde roman, en de derde over het gezin waarin hij opgroeide, beschrijft Édouard Louis hoe zijn moeder uit het mistroostige leven in het Noord-Franse dorpje Hallencourt weet te ontsnappen. In de bewerking en vertaling van Ivo Van Hove heet de voorstelling die op deze roman is gebaseerd Gevechten en metamorfosen van een vrouw.*

In een voor scenograaf Versweyveld ongebruikelijk realistisch decor met een morsige keuken, de geur van frituurvet, en een slonzig geklede Marieke Heebink (als de moeder), brengen regisseur Ivo Van Hove en Jan Versweyveld ons terug in de tijd. Naar hoe een moeder van vijf kinderen boodschappen doet, eten kookt, afwast, het huis schoonmaakt, weer kookt en weer afwast. En ongelukkig is met haar alcoholisch man en haar zuipende oudste zoon die zijn vrouw slaat, zoals veel jonge mannen in dat godvergeten dorp.

In het laatste deel van de voorstelling springen Van Hove en Versweyveld vooruit in de tijd. Een smetteloos wit gedekte tafel verbeeldt het chique restaurant in Parijs waarnaar haar inmiddels succesvolle zoon Édouard (gespeeld door Majd Mardo) zijn moeder jaren later heeft meegenomen, als ze na haar metamorfose bevrijd lijkt te zijn.

In Gevechten en metamorfosen van een vrouw is de liefdevolle reflecterende monoloog van een zoon over zijn moeder (in het boek waarop de voorstelling is gebaseerd) veranderd in een samenspraak tussen zoon en moeder. In die quasi-dialoog wordt het terugblikken van de zoon, waar dat maar enigszins kan, door Van Hove opgeblazen tot schreeuwend en tierend gespeelde ruzies.

Voegt dat iets toe? Heeft de tekst van Édouard Louis dat nodig? Ik denk het niet. Integendeel, ik denk dat daarmee de impliciet maatschappijkritische kracht van de roman tekort wordt gedaan.

Marieke Heebink en Majd Mardo, als de moeder en de zoon, doen wat ze van hun regisseur moeten doen, en ze doen het goed. Maar door te kiezen voor een lelijk realistisch in plaats van een gestileerd decor en voor onnodige stemverheffingen, levert Van Hove met Gevechten en metamorfosen van een vrouw niet bepaald zijn beste regie af.

De voorstelling wordt beloond met een daverend applaus. Op de recensent van de Theaterkrant na, die demonstratief blijft zitten, staat iedereen op voor een staande ovatie. Maar voor wie doen ze dat? Voor de acteurs? Voor de regisseur?

Ik hoop voor Édouard Louis. Want omdat Louis, net als in zijn eerdere werk, ook in Combats et métamorphoses d'une femme via het kleine (huiselijke) drama het grote maatschappelijke onrecht laat zien, is Gevechten en metamorfosen van een vrouw toch een redelijk boeiende voorstelling.

* Ivo Van Hove vertaalde en bewerkte de roman al vóór de Franse publicatie, dus ook voordat de Nederlandse vertaling ervan op de markt kwam. In de inmiddels door De Bezige Bij uitgegeven vertaling (van Reintje Ghoos en Jan Pieter van de Sterre) heet de roman Strijd en metamorfose van een vrouw.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Internationaal Theater Amsterdam

 

MARIA MARIA MARIA van Veenfabriek / Joeri Vos

 

●●○○○


MARIA MARIA MARIA


VEENFABRIEK / JOERI VOS

 

Door Piet van Kampen, gezien 1 september 2021

De door Joeri Vos geschreven tekst van MARIA MARIA MARIA eindigt zo: 'Het is zo makkelijk om te vergeten wat je moet onthouden.' 

Mijn in stilte uitgesproken repliek meteen daarna, nog tijdens het applaus: Het is minstens zo gemakkelijk om te onthouden dat je die banale tekst maar het beste zo snel mogelijk kunt vergeten.

Veenfabriek maakt muziektheater. Ook in MARIA MARIA MARIA speelt live uitgevoerde muziek een belangrijke rol. De voorstelling begint met een door Anass Habib loepzuiver gezongen Ave Maria in het Aramees, met meteen daarna een heerlijk duet tussen basklarinet en de spreekstem van Jacobien Elffers.

Later in de voorstelling horen we, behalve nog twee door dezelfde Habib prachtig gezongen liederen uit de vroegmiddeleeuwse Cantigas de Santa Maria, ook intrigerende door Bastiaan Woltjer gecomponeerde instrumentale muziek.

Maar. Ik ben geen muziekkenner. En hoewel ik onder de indruk ben van vooral de zang van Habib en het spel van Ghaeth Almaghoot op klarinet, basklarinet en duduk, weeg ik bij het bepalen van het aantal ballen boven deze recensie bewust de muziek niet mee. Ik kies ervoor om me bij mijn oordeel over MARIA MARIA MARIA te beperken tot het waarderen van de door Joeri Vos geschreven tekst en de regie van dezelfde Joeri Vos.  

Tekstschrijver Joeri Vos serveert ons een ontzettend kinderachtig verhaal over Maria, op smaak gebracht met flauwe grappen van het niveau 'Als ze maar niet alleen gaan zeiken over de slechte grappen.' De goed spelende Jacobien Elffers valt natuurlijk niet te verwijten dat ze zo'n tekst uitspreekt, de verantwoordelijkheid daarvoor ligt volledig bij regisseur Joeri Vos. 

Regisseur Vos slaagt er niet in om radicaal genoeg te schrappen in de vondsten van schrijver Vos. Als hij echt kritisch had gekeken, zou hij er minimaal een derde uit hebben gehaald. En dan zou hij en passant altviolist Milena Haverkamp hebben bespaard om zonder muzikale begeleiding de Cantiga voor Alfonso uit de Cantigas de Santa Maria op te zeggen. 

En dan komt Vos ook nog eens met deze pretentieuze disclaimer: 'Als de voorstelling onverhoopt nieuwe inzichten oplevert, een wereldbeeld verandert, inspireert en/of aanzet tot bepaalde voornemens, dan zijn alle eventuele daaruit voortvloeiende veranderingen in manier van leven, geloven, of anderszins, geheel de verantwoordelijkheid van de toehoorder en niet van de Veenfabriek.' Tja. Hoe puberaal wil je het allemaal hebben.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: De Veenfabriek

Koliek van Theater Utrecht / Thibaud Delpeut

●●●●●

 

KOLIEK


THEATER UTRECHT / THIBAUD DELPEUT

 

Door Piet van Kampen, gezien 25 augustus 2021

In Koliek, het derde deel van de theatertrilogie Krieg van Rainald Goetz uit 1986 speelt de strijd zich af in het hoofd van een man. Denken vecht in dat hoofd tegen denken, taal tegen taal. In de vertwijfelde neo-expressionistische monoloog van Goetz is denken altijd ook rekenen, rekenen ook denken, en is mathematica de matrix van wanhopige filosofische pijnigingen die leiden tot obsessief drinken. Met de dood tot gevolg.

Koliek is een hels karwei voor een acteur. De tekst begint met een stortvloed aan losse woorden.'Mens man kop hersens tuig (...)' en gaat dan over in tekstflarden als 'Kanteling. Kanteling omwenteling. Altijd weer altijd. Toch weer kanteling omwenteling. Afbraak. Alles afbraak. Alles geheel (...).' En dan moet die acteur ook nog eens zo'n honderd keer de regieaanwijzing 'trinkt' opvolgen.

In de regie van Thibaud Delpeut is de monoloog Koliek een dialoog tussen de taalorgie van de door Vincent van der Valk gespeelde 'Man' en door Delpeut zelf gecomponeerde en gespeelde muziek. En óók een dialoog tussen duistere gedachten en met spiegels van baan veranderend helder licht (lichtplan van Yuri Schreuders).

Wat acteur Vincent van der Valk in Koliek op het podium presteert is fenomenaal. Met zijn meesterlijke tekstbehandeling geeft hij de stroom gedachten van zijn personage meteen vanaf het begin én inhoud én een stuwend ritme. Terwijl hij ondertussen nauwgezet spiegels verplaatst en over de daardoor ontstane lichtbanen springt. En drinkt. Heel vaak. En heel veel.

De première van Koliek, die stond gepland voor maart 2021, moest worden uitgesteld tot 25 augustus 2021. Waarmee Koliek onbedoeld de openingsvoorstelling van het nieuwe seizoen is. Koliek nu al uitroepen tot de beste voorstelling van het nog maar net begonnen theaterseizoen is te voorbarig. Maar de lat ligt meteen al wel erg hoog.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Theater Utrecht

 

RIRO'S TOPVIJF VAN HET SEIZOEN 2020-2021

 

RIRO'S TOPVIJF VAN HET SEIZOEN 2020-2021



Door Piet van Kampen, 12 juli 2021

Van de voorstellingen die ik dit seizoen zag, maakten deze de meeste indruk:

1. Do not look back with regret van Theater Rotterdam / Davy Pieters

2. Hendrik IV: Koning van de Verbeelding van Theater Bellevue / Teun Donders & Roel Pronk

3. Age of Rage van ITA-Ensemble & Holland Festival, Bl!ndman, La Villette / Ivo Van Hove

4. De zaak Shell van Anoek Nuyens & Rebekka de Wit / Frascati Producties / De Nwe Tijd

5. Mount Average van Julian Hetzel / Campo

Recensie: Age of Rage van ITA-Ensemble & Holland Festival, Bl!ndman, La Villette / Ivo Van Hove

●●●●○

 

AGE OF RAGE


ITA-ENSEMBLE & HOLLAND FESTIVAL, BL!NDMAN, LA VILETTE / IVO VAN HOVE

 

Door Piet van Kampen, gezien 27 juni 2021

Is een kraakheldere voorstelling waarin een hele stoet Griekse tragedies met veel vuur tot een bijna vier uur durend spektakel wordt gesmeed teleurstellend omdat er voor theaterwetenschappers en ervaren theaterbezoekers te weinig lagen in zitten of te weinig regievondsten? Of is zo'n voorstelling juist heel goed, omdat Van Hove daardoor die voorstelling ook toegankelijk maakt voor bovenbouwleerlingen van het vwo en 'het grote publiek'?

Laten we Age of Rage eens met die twee maten meten.

Ivo Van Hove rijgt in Age of Rage de mythologische verhalen over de vervloekte Atriden-familie aan elkaar. Verhalen waarin onder meer Agamemnon zijn dochter offert en Klytaimnestra haar man doodt en later zelf om zeep wordt geholpen door haar kinderen Orestes en Elektra. En knoopt daar de tragische geschiedenis van de Trojaanse koningin Hekabe en haar nageslacht aan vast.

Als ik de voorstelling zie - inmiddels gelukkig weer in een zaal vol toeschouwers - loopt het in Age of Rage mogelijk gesmeerder dan bij de anderhalve meter - première een week eerder. Vijf extra dagen om op elkaar ingespeeld te raken, geïnspireerd worden door een volle zaal, dat zal toch wel invloed hebben gehad op de interactie tussen de acteurs? En misschien ook wel op de samenhang tussen acteren, dansen en muziek.

Al voor de zaallichten doven, knettert het vuur en is Maarten Heijmans in de weer met een hakmes. De scène die daarop volgt, is overweldigend. Met oorverdovende death metal. En zingende en dansende acteurs, ondersteund door drie professionele dansers, vier eigenlijk, want kersvers ITA-acteur Jesse Mensah is ook een fenomenale danser.

De eerste woorden worden gesproken door Agamemnon (Hans Kesting): 'Geen geluid. Niet van vogels. Niet van de zee.' Rustig uitgesproken. Dat blijkt de voorbode van een voorstelling waarin met de tekst in een rustig tempo en op een heel duidelijke manier het verhaal wordt verteld over wraak die wraak genereert. Datzelfde verhaal wordt, wat abstracter, ook in dans uitgebeeld, en nog weer wat abstracter met de soundtrack (vooral percussie), het lichtplan en de scenografie.

Met de blik van een verwende toneelkijker heb ik wel wat kritiek. Ilke Paddenburg bijvoorbeeld die in een van de mooiste scènes, als Ifigenia in de armen van haar vader en moeder, perfect maat houdt in haar stille spel, heeft vlak daarvoor haar 'stille spel' enorm overdreven met veel te lang aangehouden gebaartjes om Ifigenia's angst om geofferd te worden uit te beelden.

En waar Janni Goslinga (als Hekabe), Maria Kraakman (als Kassandra) en Majd Mardo (als Orestes) met succes hebben gezocht naar een voor hun personage passende, gelaagde en prikkelende manier van acteren, hebben Hélène Devos (als Elektra) en Gijs Scholten van Aschat (als Menelaos) zo te zien hun cruise control aangezet. Wat bij de eerste leidt tot acteren met voortdurend gierende banden, en bij de tweede tot een tot bumperkleven provocerende gemakzucht.

Even voor de duidelijkheid: kritiek op acteren en op acteurs is eerst en vooral kritiek op de regisseur, want die heeft die manier van acteren gevraagd, of op z'n minst getolereerd.

Er zijn dus wel wat kanttekeningen te plaatsen.

Maar als ik de andere meetlat erbij neem, en dat is voor een afgewogen oordeel over een voorstelling nodig, en reflecteer op wat de makers mogelijk hebben beoogd. Dan zie ik een heel toegankelijke voorstelling. Maar ook een voorstelling die visueel ongelooflijk rijk is. Vooral door de extra's die de heldere choreografie en het steeds weer vernuftig gecreëerde toneelbeeld (met oog voor diagonalen en diepte) aan de tekstregie van Van Hove toevoegen.

Het zou me dan ook niet verbazen als Age of Rage, die Ivo Van Hove samen met scenograaf Jan Versweyveld, choreograaf Wim Vandekeybus en componist Eric Sleichim heeft gemaakt, ook internationaal succesvol zal blijken te zijn.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: ITA-Ensemble

 

Recensie: Hendrik IV: Koning van de Verbeelding van Theater Bellevue / Teun Donders & Roel Pronk

●●●●○

 

HENDRIK IV: KONING VAN DE VERBEELDING


THEATER BELLEVUE / TEUN DONDERS & ROEL PRONK

 

Door Piet van Kampen, gezien 17 juni 2021

Hendrik IV: Koning van de Verbeelding is gebaseerd op Enrico Quarto, de tragedie in drie bedrijven die Luigi Pirandello precies honderd jaar geleden schreef. Teun Donders en Roel Pronk voegen aan Pirandello's spel met tijd en taal hun eigen vooral talige vondsten toe.*

Het voortdurend verspringen van de tijd - naar de middeleeuwen en weer terug - is één van vele ingenieuze spelletjes in Hendrik IV: Koning van de Verbeelding. De tekst staat ook vol met heerlijke zinnen als 'Waarheid verliest het in fictie altijd van de leugen' en 'Ik heb feilloos de leugen beklommen' of  'Helder als een visioen'.

In een afgelegen villa leeft een man (die nergens met zijn eigen naam wordt aangeduid) in de waan dat hij een middeleeuwse koning is. Zijn omgeving speelt het spel mee. In Hendrik IV: Koning van de Verbeelding is het heden dat bij Pirandello 1920 was, verplaats naar het huidige nu, met verwijzingen naar onder meer smartphones en AH-bezorgservicemedewerkers. 

Hendrik IV: Koning van de Verbeelding van Teun Donders en Roel Pronk is een enorm rijke voorstelling van twee zeer getalenteerde makers, die vorig jaar afstudeerden aan de Amsterdamse Toneelschool & Kleinkunstacademie. 

Teun Donders speelt in zijn quasi-monoloog twee personages: de man die doet of hij raadsman Landolpho is en de 'gek' die denkt dat hij Hendrik IV is. En beeldt er één uit: de fictieve koningin. Alle andere rollen spelen wij in de zaal. Of we dat willen of niet. Weigeren is geen optie.  

Het spel van Donders is overrompelend goed. Hij zegt niet alleen een uur lang in een hoog tempo de, vaak geestige, tekst. Maar wat hij daar met zijn fenomenale gebruik van mimiek en gestiek aan toevoegt, is onovertroffen. Vooral dat laatste, zijn houdingen, gebaren en lichaamsbewegingen getuigen van zijn enorme talent als acteur. Ik noteer Teun Donders alvast als een toekomstige winnaar van een Louis d'Or.

*Jammer dat er naast schitterende taalvondsten ook zoveel taalslordigheden zijn, ik telde er zo'n twintig. Een paar voorbeelden. De rouw dat, in plaats van de rouw die. Vervuld zijn met in plaats van vervuld zijn van. Ontwetend in plaats van onwetend. Echt heel jammer, zonder die slordigheden zou ik vijf van die groene ballen boven deze recensie hebben gezet.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Theater Bellevue

 

Recensie: La Codista van Marleen Scholten / Wunderbaum

 

●●●●○

 

LA CODISTA


MARLEEN SCHOLTEN / WUNDERBAUM

 

Door Piet van Kampen, gezien 14 juni 2021

'64, ik heb 127', zegt de codista. Ze staat in de rij. Voor iemand anders. Voor mevrouw D'Angelo. Net als babysitters, poetsvrouwen en hondenuitlaters nemen codistas mensen werk uit handen.

In Japan zijn vanaf de jaren negentig professioneel gerunde bedrijven waar je stand-ins voor van alles en nog wat kunt huren. Wat tot kunst leidde. Want de documentaire Rent a Family Inc van Kaspar Astrup Schröder uit 2012 over een Japans bedrijf dat gespecialiseerd is in het verhuren van 'familieleden', inspireerde De Theatertroep tot de voorstelling Hoe echt is echt echt (2016) en Werner Herzog tot zijn film Family Romance, LLC (2019)

In Italië kwam Giovanni Cafaro, toen hij zijn baan verloor, op het idee om tegen betaling voor anderen in de rij te gaan staan, om zich als stand-in te specialiseren in wachten. Ook dat leidde tot kunst. Want theatermaker Marleen Scholten, die in Milaan woont, nam zijn verhaal als uitgangspunt voor haar monoloog La Codista.

Scholten interviewde als voorbereiding allerlei mensen over de betekenis en over het effect van stilstaan, en ging in lange rijen staan om zelf te ervaren wat wachten met je doet. Voor haar tekst La Codista, over je verplaatsen in een ander, over het ongeduld en het verlangen dat bij wachten hoort, won ze in Italië de toneelschrijfprijs Antonio Conti.

In een uiterst sobere enscenering brengt Marleen Scholten die tekst in haar voorstelling La Codista tot leven. Ze beweegt nauwelijks. Dat is ook niet nodig. Haar heldere, krachtige stem en haar perfectie dictie volstaan.

Gezien op het HOLLAND FESTIVAL

Recensie: L'Étang van Gisèle Vienne

●●●○○

 

L'ÉTANG


GISÈLE VIENNE

 

Door Piet van Kampen, gezien 7 juni 2021
  

Zaallicht uit, toneellicht aan. We zien zeven aangeklede etalagepoppen. Zes daarvan liggen of zitten op een eenpersoonsbed, de zevende een paar meter daarvandaan op de grond. Een inspiciënt draagt de poppen een voor een heel behoedzaam het podium af. Wie nog niet wist dat poppen in het werk van Gisèle Vienne een belangrijke rol spelen, weet dat nu.

Der Teich (de vijver), van de Zwitserse schrijver Robert Walser uit 1902, gaat vooral over een moeder-zoonverhouding. Fritz loopt weg en zegt dat hij zich gaat verdrinken in de vijver omdat zijn ouders niet van hem houden. De andere kinderen in dat verhaal, Klara en Paul, geloven hem.

In L'Étang, haar bewerking van Der Teich, wil Gisèle Vienne expliciet dat we meer lagen zien. Naast de traag als poppen bewegende twee actrices die hun teksten, net als poppen, zonder mimiek zeggen, zet Vienne met dat doel als contrapunten kleurwisselingen in de belichting in en geluid (loeiharde muziek van het feestje dat Fritz ontvlucht). Voor publiek in niet-Franstalige landen komt daar nog een extra laag bij: de op de achterwand geprojecteerde vertaling, in dit geval in het Engels en het Nederlands.*

Adèle Haenel (ja, dat is die van 'Portrait de la jeune fille en feu') speelt de drie kinderen met van elkaar verschillende stemmetjes. Ruth Vega Fernandez neemt op een vergelijkbare manier de twee moeders en de vader voor haar rekening. Dat werkt. Maar vooral door het ontbreken van zichtbare interactie tussen de personages en van mimiek, levert het wel een nogal abstracte voorstelling op.

Je kunt je overigens afvragen - ik deed dat althans het eerste half uur - of het niet aan het publiek is om al dan niet meer lagen in een voorstelling te ontdekken, in plaats van dat door de maker opgedrongen te krijgen. De ene toeschouwer ontwaart er in dat geval misschien maar één, een ander twee, de heel ervaren toneelbezoeker drie of meer.

Toch kreeg ik in de loop van de voorstelling wel meer waardering voor Vienne's aanpak. Want door in L'Étang de verschillende lagen in de relatie tussen Fritz en zijn ouders te expliciteren, doet ze natuurlijk wel recht aan de gecompliceerdheid die familierelaties nou eenmaal vaak hebben.

Gezien op het HOLLAND FESTIVAL

* Helaas zijn die vertalingen nogal eens verkortingen van het gesproken Frans. Ook bij de door de vertaler gemaakte keuzes zijn af en toe wel vraagtekens te plaatsen. Zou bijvoorbeeld 'Doe die klotedeur dicht! niet meer recht doen aan 'Ferme cette putain porte!' dan 'Doe verdomme die deur dicht!'?