Onthullingen en filosofische gedachten na Contact van Roswitha Bergmann

Door RiRo, gezien 24 januari 2014


Wat doet een klassiek geschoold zanger na een door hem gezongen aria in de Matthäus-Passion van Bach? Dan denkt hij aan seks. Dat onthult theatermaakster en sopraan Roswitha Bergmann in het nagesprek van haar voorstelling Contact in het Grand Theatre in Groningen.

Daarbij gaat het volgens haar niet om die ene seksverslaafde die haar openhartig onthulde dat hij dan aan tieten en sperma denkt. Nee, meer zangers bekenden haar zonder schroom dat ze tussen de aria's aan seks denken. Voor alle duidelijkheid: na 'Ich will Jesum selbst begraben. Denn er soll nunmehr in mir für und für Seine süsse Ruhe haben', denken zangers van de Matthäus-Passion aan tieten, aan sperma, of op een andere manier aan seks. 
 
De onthullingen van de zangers vormden voor Roswitha Bergmann de aanleiding voor de door haar gemaakte, en door Grand Theatre geproduceerde, voorstelling Contact. Daarin probeert een zanger te studeren, wat hem niet goed lukt omdat hij steeds worstelt met zijn drang om naar zijn laptop te gaan voor webcamseks. Hij wordt boos, streelt een stoel, gaat de stoel seksueel te lijf. Hij probeert daar weliswaar aan te ontsnappen met behulp van yoga-oefeningen en mediteren. Maar zijn lichaam is sterker dan zijn geest. Wat hij ook probeert, zijn verslaving wint. Ook tijdens yoga gaat zijn lichaam over in de copulatiemodus. 
 
Speciaal voor het nagesprek in de zaal is filosoof Ad Verbrugge naar Groningen gekomen. Heen en weer lopend zoals een universitair docent geacht wordt te doen, associeert Verbrugge vrijuit naar aanleiding van wat we net hebben gezien. Dat er in de voorstelling die we zagen slechts één personage op de vloer is, weerspiegelt volgens hem de biotoop van de mens van nu. Want die sluit zich met zijn smartphone niet alleen af voor de ander. Hij sluit zich ook af voor een deel van zichzelf. 
 
'Seksontsporing en seksverslaving zijn vormen van getransformeerde seksualiteit, van aanwezig zijn in afwezigheid', zo vat hij wat we gezien hebben samen. Daar houden filosofen van. Van zinnen met tegenstellingen. Aanwezigheid in afwezigheid. Mooi. Een voorstelling over afgeslotenheid die Contact heet. Ook mooi. Als iemand uit de zaal suggereert dat Bach misschien ook wel seksverslaafd was, gezien het aantal kinderen dat hij heeft voortgebracht, antwoordt niet hij, maar Roswitha Bergmann, dat haar dat niks zou verbazen.

Een leuk nagesprek. Met verrassende onthullingen. En sprankelende filosofieën. Na een niet zo heel boeiende voorstelling.

Recensie: Van den vos van FC Bergman / Toneelhuis

●●●●○

FC BERGMAN / TONEELHUIS

VAN DEN VOS

Door RiRo, gezien 18 januari 2014


Ysengrym, de wolf, in het dertiende-eeuwse epische gedicht Van den vos Reynaerde, in zijn aanklacht tegen de vos: 'Dat hi mijn wijf hevet verhoert, ende mine kindre so mesvoert dat hise beseekede daer si laghen, datter twee noint ne saegen ende si worden staer blent.'

Het was Liesa Van der Aa die twee jaar geleden met het plan kwam om een opera over de Reynaert te maken. Uiteindelijk werd het dus geen opera maar een voorstelling. Maar wel een voorstelling waarin muziek een belangrijke rol speelt. In Van den vos van FC Bergman is niet Reynaert maar Ysengrym de hoofdpersoon. De wolf is in deze bewerking een speurder die een persoonlijke frustratie maar ook een fascinatie heeft voor de moordenaar en verkrachter die hij moet arresteren. 
 
'Voorstelling' is misschien niet het goede woord. Want Van den vos is meer dan een voorstelling. Het is een totaalkunstwerk, een compositie waarin acteren, muziek, opgenomen film, live video, en ruimtelijke enscenering één geheel vormen. Alle stoelen uit de schouwburgzaal zijn weggehaald voor een zwembad met daarin het lijk van Reynaerts eerste slachtoffer Coppe, de toeschouwers zitten op de balkons. Vooral dat totaal van verschillende kunstvormen maakt Van den vos zo bijzonder.

Daarbij vormt de live uitgevoerde muziek het fundament. Die bepaalt voor een groot deel de kleur. De muziek werd (in samenwerking met het uitvoerend ensemble Kaleidoskop) gecomponeerd door Liesa Van der Aa. Die we als toneelbezoeker onder andere kennen uit de Musiltrilogie van Guy Cassiers. In het derde deel daarvan acteerde ze niet alleen, maar speelde ze ook haar eigen composities. Verrassende, hedendaagse muziek was dat. Waarbij ze uit haar viool de meest onwaarschijnlijke klanken te voorschijn toverde.
 
Op de tekst van Josse de Pauw zou je eventueel kritiek kunnen hebben omdat het nogal fragmentarisch is. Maar dat zou onterecht zijn. Want dat fragmentarische past perfect in het artistieke idee, in die totaalcompositie. Vooral de zinnen die hij Viviane De Muynck, als koningin, in de mond legt, vind ik heel fraai. De koningin is het personage dat afstand weet te houden. Dat niet zoals de wolf zowel weerzin voelt, als zich voelt aangetrokken tot de wreedheid en wellust van De Vos. Mooi gevonden dat contrast. Mooi ook dat de koningin haar filosofische betoogje over waaraan je je allemaal niet moet hechten, afsluit met 'je moet je natuurlijk ook niet hechten aan je eigen onthechting'.

Behalve naar Viviane De Muynck is het een genot om naar Dirk Roofthooft als de wolf te luisteren. En te kijken. Niet alleen dus vanwege zijn voortreffelijke tekstbehandeling, maar ook vanwege zijn meesterlijke lichaamstaal. 
 
Van den vos doet me wat betreft uitwerking van het thema en gebruik van beeldmateriaal denken aan het werk van hedendaagse componisten als Steve Reich of onze eigen Jacob TV. Ik vind Van den vos een overweldigende theatrale belevenis.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Toneelhuis

NRC het nieuwe Moose

 NRC HET NIEUWE MOOSE

 Door RiRo, 11 januari 2014




Ooit op Moose kon je wel eens acht recensies over dezelfde voorstelling lezen. Of zelfs meer. Mooie tijden waren dat. Vooral als ze heel verschillend waren en als de recensenten elkaar flink tegenspraken. Wat dat betreft is de Theaterkrant maar saai met steeds maar één recensie. En wat te denken van RiRoToneelrecensies met maar één recensent. Gevoelens van nostalgie dan ook bij twee artikelen in NRC Handelsblad. Herien Wensink op woensdag en Joyce Roodnat vandaag. Allebei over We are your friends van De Warme Winkel. 
 
Die nostalgie is het hevigst (het lijkt verdorie wel of ik een traan voel opkomen) als ik de passages over de door Maria Kraakman en Ward Weemhoff gespeelde scène met de twee Roma naast elkaar leg. Wensink: 'Bij het opvoeren van twee opdringerige Roma-zigeuners verwordt We are your friends helemaal tot een gemakzuchtige verkleedpartij.' Roodnat: (…) zij weten dat wij weten dat zij geen echte zigeuners zijn (…). Maar terwijl wij rekenen op de codes van het theater, wringen hun personages zich in onze realiteit en dat doen ze zo goed dat we geen verweer hebben.' 
 
Herien Wensink vindt We are your friends duidelijk helemaal niks en ze zet boven haar recensie dan ook maar twee bolletjes (geweien wilde ik bijna zeggen). Joyce Roodnat waardeert de voorstelling in haar NRC gaat uit met 'weergaloze voorstelling'. Dat mag ik denk ik wel vertalen als het maximaal te vergeven vijf bolletjes.

Het mooie van tegengestelde meningen, ooit op Moose, en nu dus in de NRC, is dat je denkt, tenminste ik denk dat in zo'n geval, nou wil ik die voorstelling zelf ook wel eens even zien zeg. Al is het maar om te kijken wie er gelijk heeft.

Recensie: We are your friends van De Warme Winkel

●●●○○

 

WE ARE YOUR FRIENDS

DE WARME WINKEL


Door RiRo, gezien 7 januari 2014

Het begint met een mooie subtiele solo van Maria Kraakman als de Thaise masseuse Mushi. Perfect uitgevoerd. Niets op aan te merken. Maar Esther Scheldwacht deed kort geleden een vergelijkbare act. Net zo subtiel. En net zo perfect uitgevoerd. Dat wist het publiek in bijvoorbeeld Toulouse mogelijk niet. Maar dat weten wij in Amsterdam natuurlijk wel.
 
Want We are your friends, gemaakt met Europees geld, in het Engels, was eerder al in Brussel, Berlijn, Praag, Lissabon en Toulouse te zien, voordat vandaag de Nederlandse première plaatsvindt. Dat de acteurs van De Warme Winkel op een scherm verschijnen met 'We zijn er niet. Via een beeldverbinding sturen we locale artiesten aan. Daarmee sparen we subsidie uit', kwam in Berlijn en in die andere steden waarschijnlijk toch net wat geloofwaardiger over dan hier in hun thuisbasis Amsterdam. 
 
Meer dan mooi is de lange scène met Ward Weemhoff als de locale performer Olaf Royé, en Vincent Rietveld als de coach die hem via een scherm met opmerkingen als 'Houd het persoonlijk' en 'Blijf in het moment' instrueert. Meesterlijk vind ik dat. Hilarisch en ongemakkelijk tegelijk. En zó goed getimed. Een typische Warme Winkel scène ook. Heel lang blijft de performer de instructies, met steeds meer tegenzin, opvolgen, totdat hij dan toch uit de cirkel van woorden breekt die hem gevangen houdt.
 
Zo halverwege wordt de voorstelling helaas wat minder. Als ik nou Tsjech was en de voorstelling in Praag zou hebben zien? Zou ik dat dan ook vinden? Hoe dan ook hier in Amsterdam, bij de speech van een door Vincent Rietveld (met pruik) gespeelde culturele beleidsmaakster, onderbroken door een voorgelezen verklaring door technicus Rikus Brederveld (een verwijzing naar de door Tom Lanoye geschreven verklaring die Eelco Smits en Halina Reijn in Sint-Petersburg voorlazen) begint de voorstelling naar mijn gevoel een beetje in te zakken. Inhoudelijk is dit gedeelte gewoon niet verrassend genoeg. Niet hier. Niet in Amsterdam.
 
Tja, en dan die het publiek schofferende Roma. Is dat schofferen bedoeld om ons de leus 'Europese solidariteit moet je doen!' met harde hand duidelijk te maken? Willen ze dat het lachen (ik heb veel gelachen tot dan toe) me vergaat? Dat laatste lukt. Maar verder werkt de scène niet, voor mij in ieder geval niet. Als Ward Weemhoff, in zigeuner-outfit, zich agressief tot een toeschouwer op de eerste rij richt, lukt het hem niet om mij, wat verderop in de zaal, daarbij betrokken te houden. Ik verlies mijn belangstelling. Of ligt het aan mij? Ben ik gewoon te blasé?

Al met al is We are your friends niet het beste wat ik van De Warme Winkel heb gezien. Maar die ene meesterlijke scène, met de performer en de appel en de rietjes, die had ik toch niet graag willen missen.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: De Warme Winkel

Recensie: Hyllos van Veenfabriek en Asko|Schönberg

●●●○○

 

HYLLOS 

VEENFABRIEK EN ASKO/SCHÖNBERG


Door RiRo, gezien 13 december 2013


Dat Joep van der Geest en Reinout Bussemaker goede acteurs zijn, wist ik. Die heb ik allebei vaker op het podium gezien. Ook in deze door Herman Altena geschreven nieuwe Griekse tragedie is de manier waarop die twee (als Hyllos en Lykos) acteren heel overtuigend. De grote verrassing als acteur is voor mij Bas Maassen, als Menestheus. Niet alleen vanwege zijn perfecte dictie. Maar ook omdat hij in zijn stille spel, met zijn mimiek en oogopslag, heel klein, maar toch heel betekenisvol acteert.
 
Na de dood van Herakles gaat de macht in Trachis over op zijn halfbroer Hyllos. Die is na een bezoek aan het Athene van Theseus gecharmeerd van de nieuwe democratische bestuursvorm daar. Lykos, een van de getrouwen van de overleden Herakles, argumenteert tegen die vernieuwing, wijst op de mogelijk onbedoelde gevolgen ervan. Als het slechte nieuws uit Athene komt dat het nieuwe bestel al weer met geweld is omvergeworpen, lijkt Lykos gelijk te krijgen. Menestheus, de nieuwe heerser van Athene, komt naar Trachis om Hyllos te waarschuwen zich niet met de binnenlandse aangelegenheden van Athene te bemoeien.

In de Oudheid vonden de debatten buiten plaats, op een plein, anno nu gebeurt dat binnen, 'op camera'. Die moderne setting, live in een televisiestudio, van dit nieuwe, maar wel rond 400 v.C. spelende drama, werkt goed. De overeenkomsten tussen toen en nu komen daardoor goed tot hun recht. Ook de duetten tussen muziek en spel, tussen de de instrumentalisten van Asko|Schönberg en de acteurs van de Veenfabriek voegen wat toe, ze geven een extra dimensie aan de voorstelling.

Wat ik minder vind, is de ruimtelijke enscenering. De toeschouwers zitten aan vier kanten van een, ook vierkante, verhoging. Die verhoging dient als televisiestudio. Daar staan en zitten dus de acteurs, en staan de camera's en de beeldschermen. De muzikanten hebben hun plaats buiten dat speelvlak, lager dan de acteurs, op hetzelfde niveau als de toeschouwers. Af en toe bewegen die muzikanten weliswaar met hun instrumenten door de ruimte, maar veel voegt dat muzikaal niet toe vind ik. Terwijl het gebruik van een relatief grote ruimte ondertussen wel meer afstand creëert dan nodig is. In ieder geval meer dan ik prettig vind.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Veenfabriek

Recensie: Bloedbruiloft van Toneelgroep Amsterdam / Frascati Producties / Juli Van den Berghe

●●●○○

 

BLOEDBRUILOFT

TONEELGROEP AMSTERDAM (TA-2) /  FRASCATI PRODUCTIES

Door RiRo, gezien 7 december 2013


Met hooggespannen verwachtingen loop ik de zaal van Frascati binnen. Na de eerste regie van Julie Van den Berghe die ik zag, Salomé (2011), schreef ik in mijn recensie: 'Dit is een regisseur die durft, die vol overtuiging haar handtekening zet'. Een jaar later was ik enorm enthousiast over Een lolita (2012): 'Ja! Dit is zo'n juweeltje dat je maar af en toe tegenkomt!' In Bloedbruiloft werkt Van den Berghe, net als in Salomé en Een lolita, samen met scenograaf André Joosten. Ook dat draagt bij aan mijn verwachtingen, want ik hou erg van de beeldtaal van Joosten.

De acteurs bewegen in de openingsscène als eenheid, als aan elkaar vastgekluisterde kleine gemeenschap op het Andalusische platteland waar passie wordt onderdrukt. In een volgende scène zal die onderdrukte passie openbarsten in de vorm van een vendetta. Het zijn gebeurtenissen uit een stuk van García Lorca uit 1932 die voor mij, als nuchtere Nederlander, niet erg invoelbaar zijn.
 
In die eerste scène, die me doet denken aan recente regies van Luk Perceval, zingen de acteurs, geschminkt alsof ze maskers dragen, af en toe samen Duitse Schlagers. Waarmee ze als het koor in Griekse tragedies commentaar geven op de gebeurtenissen. 
 
De bruiloftsscène daarna is heel anders van sfeer. Het feest speelt zich af in en rond een kubus. Licht, kleur, muziek en beweging vertellen, veel meer dan woorden, het verhaal. Het is een meer suggestieve dan duidende scène. Heel mooi gedaan vind ik. En ook in lijn met wat Van den Berghe en Joosten in Salomé en Een lolita lieten zien.
 
De liefdesscène tussen de bruid en Leonardo, haar vroegere minnaar, is dan juist weer heel talig en heel expliciet. Net als de epiloog door de moeder. (Alleen de minnaar heeft bij García Lorca een naam, de anderen worden aangeduid met bruidegom, meid, enzovoort). 
 
Al met al vind ik Bloedbruiloft meer een interessante dan een goede voorstelling. Interessant omdat Van den Berghe ook nu weer laat zien dat ze een regisseur is die durft, die niet de makkelijke weg kiest, die de uitdaging aangaat. Maar na haar perfecte Een lolita bij NTGent vind ik deze Bloedbruiloft bij TA-2/Frascati toch een wat minder geslaagde voorstelling. 

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Toneelgroep Amsterdam



Recensie: A Tragedy (simplified) van Naomie Velissariou

●●●○○

 

A TRAGEDY (SIMPLIFIED)

 

NAOMIE VELISSARIOU



Door RiRo, gezien 27 november 2013


Ze neemt er de tijd voor. Eerst staat Naomi Velissariou (1984) met een gele pruik op achter een microfoonstandaard (waar nog geen snoer in zit), ze wacht tot haar medespeler en geluidsontwerper Jim Zoet klaar is met het opbouwen van de scène. Tot ze besluit toch maar te beginnen. Zonder microfoon. Op een afstandelijke manier legt ze dan uit wat een tragedie is, hoe die is opgebouwd. En dat zij Elektra is, de dochter van Agamemnon. Vervolgens kalkt ze zwijgend namen en plaatsen op een zwarte zijwand.
 
Ik zie wel dat ze bezig is de stamboom van de Oresteia te verweven met die van haar Vlaams-Griekse familie in Genk, de stad van de kolenmijnen en, na de sluiting daarvan, van de Ford-fabriek. Maar ze licht het pas toe als ze helemaal klaar is met schrijven. En dat neemt behoorlijk wat tijd in beslag.

Net als ik onrustig begin te worden en begin te denken dat er wel heel erg weinig gebeurt, kantelt de voorstelling. Op een tekstueel subtiele manier haalt ze haar uitleg van daarvoor voor een deel weer onderuit. Daarbij spaart ze zichzelf en haar jeugd in Genk niet. En ook het huidige Griekenland wordt van de nodige kritische kanttekeningen voorzien.
 
Steeds expressiever wordt haar spel nu. Ze brengt blauwe schmink aan rond haar ogen, zet vleugels als grote oren op haar hoofd, en gebruikt vijf microfoons tegelijk. Soms schreeuwt ze, dan weer dempt ze haar stem. Dit ziet er echt heel mooi uit. De tekst is nu ook heel sterk, vind ik. En nu, achteraf, blijkt dat de traagheid van de openingsscène wel degelijk functioneel was.

In de laatste scène komt de verstilling. Zittend in een stoel, afgeschminkt, quasi als zichzelf, houdt ze een intieme monoloog over de problematisch relatie met haar zus (een monoloog die in de verte doet denken aan Zus van, de tekst van Lot Vekemans gespeeld door Elsie de Brauw). In deze mooie slotscène laat Velissariou zien dat ze niet alleen het expressieve werk beheerst, maar ook heel goed uit de voeten kan met klein acteren.

Uiteindelijk blijkt deze voorstelling, in een eindregie van Gillis Biesheuvel, toch behoorlijk goed in elkaar te zitten. A Tragedy (simplified) is het eerste wat ik zie van Naomi Velissariou als maakster. Maar dit smaakt naar meer. Ik ga haar werk in de gaten houden.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Frascati Producties

Recensie: Zwarte Woud Forever van De Nwe Tijd / Suzanne Grotenhuis

●●●●● 

 

ZWARTE WOUD FOREVER

 

DE NWE TIJD / SUZANNE GROTENHUIS



Door RiRo, gezien 26 november 2013

De Nederlandse actrice Suzanne Grotenhuis studeerde af aan het Herman Teirlinck Instituut in Antwerpen. Dit seizoen speelt ze onder andere in de herneming van Scènes uit een huwelijk van Toneelgroep Amsterdam. In december vorig jaar, nog net voor het einde van de wereld op 21 december 2012, deed ze haar monoloog Zwarte Woud Forever in Turnhout. Nu, een jaar later, tijdens Jonge Harten, is die prachtige locatievoorstelling voor het eerst in Nederland te zien.

Als we, allemaal met een Noorse trui om ons heen geslagen, een plaats hebben gevonden in de koude Groningse kerk, begint Grotenhuis met een beschrijving van wat we zouden zien aan decor als er niet die vervelende stroomstoring zou zijn. Met die beschrijving neemt ze het publiek al meteen volledig voor zich in. Niet in de laatste plaats door haar ontwapende vertelstijl. De global warming en het einde van de wereld zijn daarna weliswaar steeds het vertrekpunt, maar steeds ook komt er een relativering. Waarbij ze met behulp van haar verfijnde mimiek op een subtiele manier humor en ontroering afwisselt.

Fraai hoe Grotenhuis ons er regelmatig aan herinnert hoe koud we het eigenlijk hebben hier in de kerk. En ook dat dan meteen weer relativeert. Bijvoorbeeld door een beschrijving van het leven in Jakoetsk in Siberië. Waar het zo ontzettend koud is dat het van het hoofd rukken van iemands muts al een moordaanslag is. Heel sterk ook is haar verhaal over de aanschaf van 150 biologische kerstbomen bij Patrick. En niet te vergeten de hilarische, en toch ook weer relativerende, belevenissen tijdens haar pelgrimstocht naar Santiago de Compostella.

Tegen het einde van de voorstelling bespreekt Grotenhuis wat er zoal in een survival kit voor 72 uur zou moeten zitten. Voor als we alleen nog in het Zwarte Woud kunnen overleven omdat Nederland onder water staat. Dan bedenkt ze zich. Ze wil toch maar liever een pakket voor twee voor 36 uur. Uiteindelijk prevaleert dus de liefde. Met haar perfect getimede spel heeft Suzanne Grotenhuis ons in zeventig minuten van het doemdenken weer naar het licht geleid, van de kou naar een hartverwarmende ontknoping.

Zwarte Woud Forever is van het begin tot het eind een even grappige als ontroerende monoloog. En een dramaturgisch ijzersterk opgebouwde voorstelling. 

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: De Nwe Tijd


Recensie: Badke van KVS, Les Ballets C de la B, A.M. Quattan Foundation

●●●●○

BADKE

KVS, LES BALLETS C DE LA B, EN A.M. QUATTAN FOUNDATION

 

Door RiRo, gezien 23 november 2013


De choreografen Koen Augustijnen en Rosalba Torres Guerrero en de dramaturge Hildegard De Vuyst werkten drie maanden met tien jonge Palestijnse dansers aan deze productie. Eerst een maand in Ramallah, daarna twee maanden in Brussel. Badke is een woordspeling op de traditionele, in Palestina populaire, dabke, gedanst door gasten op bruiloftsfeesten. De tien jonge dansers in Badke hebben hun achtergrond in allerlei verschillende dans- en bewegingsvormen, van hedendaagse dans tot hiphop en circus.

Badke is een voorstelling waar je vooral blij van wordt. Al is het alleen al vanwege de muziek: een live-opname van Nasar Al-Fares en zijn ballroom orkest, weldadig opzwepend en heel aanstekelijk. Af en toe hoor je, als een integraal aspect ervan, de stem van Al-Fares zelf, als een soort rapper. Hij verwelkomt dan bijvoorbeeld nieuwe bruiloftsgasten. Of doet huishoudelijke mededelingen als 'wil de eigenaar van de Mitsubishi Jeep zijn voertuig verplaatsen.'

Je wordt ook blij van Badke omdat de dansers voortdurend met een glimlach op hun gezicht heel energiek in beweging zijn. Waarbij het lijkt alsof ze regelmatig improviseren, terwijl we weten dat er wel degelijk een strakke choreografie is. Steeds beginnen de tien als collectief, in een lijn, zoals gebruikelijk bij de dabke. Maar steeds ook gaat het allerlei kanten op. Zodat je op een gegeven moment zelfs een mannelijke danser een buikdans ziet uitvoeren. In duet met een breakdancer.

Natuurlijk is er niet alleen maar vrolijkheid, de werkelijkheid van Palestina dringt zich af en toe op. Ineens is er geen licht. En geen muziek. Door plotselinge stroomuitval. Verweesd staan de dansers in het donker te wachten tot dat probleem is opgelost. Dan besluit een van hen met zijn handen drummend op een plastic vat zelf maar een ritme in te zetten. Iedereen komt weer in beweging. De glimlach verschijnt weer. Waarna enige tijd later, even plotseling als het uitviel, het licht weer aangaat. En de muziek weer uit de luidsprekers komt.

Tot nu toe is Badke alleen in Europa te zien geweest, nog nooit in Palestina of de Palestijnse Gebieden. De bedoeling is dat dat in het voorjaar van volgend jaar gaat gebeuren.

Ik vind het een voorstelling van hoog niveau. De staande ovatie en het gejuich na afloop waren wat mij betreft volkomen terecht.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: KVS

Recensie: Who run the world van Stephanie Louwrier / Daria Bucvic

●●○○○  

 

WHO RUN THE WORLD

STEPHANIE LOUWRIER / DARIA BUKVIC

Door RiRo, gezien 23 november 2013

Stephanie Louwrier (1986) deed de opleiding Theatraal Performer van de Toneelacademie Maastricht en studeerde daar in 2010 af. Meteen daarna had ze succes op de Parade met de solo’s Pauvre Lola en Amazing Grace. Daria Bukvić (1989) studeerde in 2011 af aan de regie-opleiding, ook van de Toneelacademie Maastricht. Nu werken ze voor het eerst samen.

In de solovoorstelling Who run the world, die op het Jonge Harten Theater Festival in Groningen in première is gegaan, onderzoekt Louwrier het beeld dat hedendaagse jonge vrouwen van zichzelf hebben. Ze doet dat vanuit verzet, sterker nog, vanuit haat tegen mannelijke dominantie. Om dat te illustreren laat ze in de foyer al fragmenten zien uit James Bond films. Fragmenten waarin deze held uiterst onzachtzinnig met vrouwen omgaat.

Louwrier begint haar solo in cabareteske stijl. Ze opent haar zinnen met 'weet je …', en richt ze zich nogal eens tot een individuele toeschouwer op de eerste rij. Via een heel fysieke en beeldende act, waarin ze als Miss Europa over het toneel dendert, eindigt ze ingetogen en contemplatief. 's Morgens, onopgemaakt, kijkend in de spiegel van de badkamer, overtuigt ze zich ervan dat ze mag zijn zoals ze is.

In deze solo van iets minder dan een uur zitten nogal wat stijlbreuken in de theatrale middelen die ze inzet. Dat doet ze opzettelijk. Maar het helpt niet echt om er een overtuigende voorstelling van te maken. Dertien mannen schreven mee aan de tekst. Ook dat, zoveel verschillende invloeden, is niet bevorderlijk voor de eenheid. En dan was er ook nog, naast de regie van Daria Bukvić, de coaching door Ko van den Bosch.

Aan de reacties van het publiek is te merken dat Louwrier voor jonge vrouwen herkenbare situaties en gevoelens verbeeldt. Ik ben geen jonge vrouw. Wat ik in de voorstelling mis, is een heldere dramaturgische lijn, en ik heb moeite met de verschillen in theatrale vorm waarin ik geen overkoepelend idee kan ontdekken. Ze heeft ontegenzeggelijk lef, Stephanie Louwrier. Dus daarom ben ik toch wel nieuwsgierig naar haar volgende project.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Jonge Harten