Recensie: Beckett Boulevard van De Koe

●●●●○

 

BECKETT BOULEVARD 

DE KOE  


Door RiRo, gezien 5 februari 2016



De wederopbouw van het midden begint met de epiloog, we horen hoe Natali Broods wordt geïnterviewd door Jan Hautekiet, we zien Peter Van den Eede in de spiegel kijken en Willem de Wolf een stoel uitpakken.

Daarna maken we mee hoe Natali, Willem en Peter in een ondergrondse parking aan de Beckett Boulevard het centraal gemiddelde bespreken, op niveau -9 belanden, daar het gevoel krijgen één lichaam te zijn, wat dan weer een gevoel van eenzaamheid oplevert, en dat allemaal na een bezoek aan een tentoonstelling van miniatuurkunst in een heel groot museum in Quebec. Hoe vervolgens het licht in de parking uitvalt, waarna de versies over hoe het vanaf dat moment verder ging sterk uiteenlopen en de drie besluiten de dingen voortaan in het midden te laten.

Is het echt een ober? Of is het Peter? Dat vragen Natali en haar ex Willem zich in een in espuma gespecialiseerd restaurant af. Waar Natali vertelt dat ze wil stoppen met acteren om de politiek in te gaan en zich daar in het midden te profileren. De ober, of is het toch Peter die geen acteur meer wil zijn, omdat hij vindt dat er teveel onechte echtheid is, en dat er daarom echte onechtheid nodig is, waar een ober de ultieme belichaming van is: 'Iedereen is op de een of andere manier sociaal geëmigreerd'. Dan zal het toch wel Peter zijn.

Ze doen alsof er muziek klinkt, want het is toneel, ze herkennen een nummer van Chic, wat Willem ingrijpende en baanbrekende muziek vindt. Dan komen we zo langzamerhand bij de ontroerende dialoog tussen de Peter van het einde van de voorstelling (of is het de Peter van het begin van de voorstelling omdat de voorstelling wordt teruggespoeld) en het spiegelbeeld van de Peter van gisteren, waarna Peter, een van de Peters, het gedicht Afstand van vader Van den Eede voordraagt. 

En dan vergeet ik nog bijna het hilarische hoogtepunt. Het interview door Tom Lenaerts. Die de vraag stelt waar de voorstelling over gaat. Waar de drie het dan niet over eens worden. Dat zal ergens in het midden zijn geweest.

De lichtheid van de zwaarte, dat is wat De Koe tot in de perfectie beheerst. Ook in Beckett Boulevard is de intellectualistische spielerei van Broods, De Wolf en Van den Eede, met al die prachtige zinnetjes, met al die heerlijke filosofische redenerinkjes, weer om van te smullen.


Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: De Koe

Recensie: Dit zijn de namen van NTGent/Philipp Becker

●●●○○

DIT ZIJN DE NAMEN

NTGENT / PHILIPP BECKER


Door RiRo, gezien 1 februari 2016

Een toneelbewerking van een roman, van een recente roman. Dan verwacht je dat die iets toevoegt. Er een ander licht op laat schijnen. Een onverwachte invalshoek kiest. Dat is niet echt het geval bij de voorstelling Dit zijn de namen van de Duitse regisseur Philipp Becker. De roman wordt redelijk getrouw naverteld, maar omdat de acteurs zich meestal rechtstreeks tot het publiek richten, is de voorstelling bij momenten nogal saai. De schrijver van de roman, Tommy Wieringa, applaudisseert na afloop overigens heel enthousiast. Maar dat zegt natuurlijk niet zoveel.

In Dit zijn de namen duiken vijf verwilderde vluchtelingen op in de grensstad waar Pontus Beg politiecommissaris is. Maandenlang hebben ze gedoold door de steppe op zoek naar een beter leven in het Westen. Daar zullen ze nooit aankomen want ze zijn bedrogen door mensensmokkelaars die vluchtelingen in een vrachtauto een fictieve grens laten oversteken. Commissaris Beg ontrafelt tijdens zijn verhoor de geschiedenis van hun tocht, een verhaal dat verweven raakt met de zoektocht naar zijn eigen afkomst.

Een van de twee verhaallijnen van de roman, die van de groep vluchtelingen in de steppe, is in de voorstelling geïntegreerd in de andere verhaallijn en wordt dus verteld vanuit het perspectief van Pontus Beg. De huiveringwekkende communicatie tussen de in eerste instantie dertien vluchtelingen in de roman is in de voorstelling vervangen door antwoorden op vragen van de politiecommissaris. Dat vind ik jammer. Wel een mooie ingreep is dat Afrika, de zwarte man, al vanaf het begin alleen als hoofd in een plastic zak ten tonele wordt gevoerd. Ook de muziek, door de acteurs zelf meerstemmig akoestisch gezongen, is een sterk detail.

Daarentegen is het acteren niet altijd even overtuigend, hoewel Steven Van Watermeulen (Pontus Beg), de talentvolle Estlandse acteur Risto Kübar (De Jongen), en Mark Verstraete (Vitaly) in positieve zin opvallen. Tim Bogaerts (De Lange) strekt af en toe zijn hoofd en nek ver naar voren, een pose die me bekend voorkomt (uit Aneckxander van Alexander Vantournhout & Bauke Lievens). Waarom Bogaerts dat doet, snap ik niet zo goed. Twee acteurs, de bij Münchner Kammerspiele werkende Risto Kübar en Lia Hoensbroech (De Vrouw) spreken af en toe Duits of Engels (er zijn boventitels). Maar ik vind niet dat dat veel toegevoegde waarde heeft.

Al met al is Dit zijn de namen van NTGent een niet in alle opzichten geslaagde voorstelling. Gebaseerd op een wel erg goede roman. Een aanrader die roman van Tommy Wieringa. Maar dan zou ik ook Dzjan van Andrej Platonov er even bij pakken. Vanwege de opvallende overeenkomsten.
 
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: NTGent

Recensie: Wachten op de barbaren van Toneelschuur Producties & Korzo

●●●○○

WACHTEN OP DE BARBAREN

TONEELSCHUUR PRODUCTIES & KORZO



Door RiRo, gezien 21 januari 2016

Bij de magistraat van een niet met name genoemde grensplaats meldt zich op een zeker moment kolonel Joll van het Derde Bureau met zijn manschappen. Want de hoofdstad van Het Rijk heeft aanwijzingen over op handen zijnde bedreigingen door de nomaden aan de andere kant van de grens. Door de kolonel consequent barbaren genoemd. Het Rijk moet dus voorzorgsmaatregelen treffen.

De magistraat denkt er het zijne van: 'Van deze onrust zag ik zelf niets. Voor mezelf was ik tot de overtuiging gekomen dat elke generatie een periode van hysterie over de barbaren kent. Er woont geen vrouw aan de grens die niet heeft gedroomd van een donkere barbarenhand die onder haar bed vandaan komt om haar enkel te grijpen, geen man die zichzelf niet bang heeft gemaakt met visioenen van barbaren die bacchanalen houden in zijn huis, borden breken, gordijnen in brand steken, zijn dochters verkrachten. Deze dromen zijn een gevolg van een te bezadigd leven. Toon me een barbarenleger en ik zal ze geloven.' (J.M. Coetzee, Wachten op de barbaren, Uitgeverij Cossee, Amsterdam, 2002, pagina 17, vertaling door Peter Bergsma van Waiting for the Barbarians uit 1980)

De magistraat is een oude man, bijna met pensioen. Hij neemt een jong meisje in zijn huis op. Een nomadenmeisje. Gemarteld, gewond, en zo goed als blind achtergelaten door kolonel Joll die alweer op weg is om nieuwe gevangenen te maken. Hij masseert elke dag haar gekwetste voeten en benen. Daarna slaapt ze bij hem in bed. Daar wordt wat vreemd tegenaan gekeken in het grensplaatsje.

De roman van Coetzee is voornamelijk een 'stream of consciousness' van de magistraat, met slechts hier en daar een dialoog. Niet zo'n gek idee dus van regisseur Michiel de Regt om er een theatermonoloog van te maken. Jan-Paul Buijs (1984) speelt de oude magistraat met een grijze pruik op. 

Hoe Coetzee het voor elkaar krijgt weet ik niet, maar bij het lezen van zijn roman voel je voortdurend een onderlaag van doem, van dreiging. Zowel onder het hoofdthema (het optreden tegen) het vermeende gevaar van de nomaden, als onder (de zuiverheid van) de motieven van de oude man in zijn omgang met het meisje.

Coetzee kiest er in zijn roman bewust voor om geen plaatsaanduidingen, geen tijdperk, nauwelijks namen te gebruiken. Je ontkomt er als lezer dus niet aan om je verbeelding gebruiken. Bij de voorstelling gaat dat anders. De verbeelding wordt niet bij de toeschouwers gelaten. Maar ingevuld door drie danseressen (in een choreografie van Iván Pérez).

Beelden die danseressen de gelaagdheid van het verhaal uit? En lukt dat? Ik vraag het me af. Ze zijn ongeveer even oud, even jong dus, als de acteur. Waardoor het voor de lezer van de roman ongemakkelijk fysieke contact tussen de oude man en het meisje, in de voorstelling normale aanrakingen tussen leeftijdgenoten worden. Lukt het de danseressen dan wel om de onderliggende dreiging van het hoofdthema te laten zien? Ik versta de taal van de dans nauwelijks. Ik weet het dus niet.

In de loop van het verhaal wordt de magistraat een gevangene. Later wordt hij door Joll's adjudant Mandel publiekelijk vernederd. Mandel dwingt hem bijvoorbeeld om in vrouwenkleren rond te lopen. De magistraat gaat zich daardoor cynischer en roekelozer gedragen. Maar uiteindelijk, als de soldaten zich weer hebben teruggetrokken, neemt hij zijn plaats als magistraat weer in. 

Maar de manier waarop Jan-Paul Buijs speelt, verandert nauwelijks. Zijn lichaamstaal en de manier waarop hij de tekst zegt, blijft ongeveer hetzelfde. De verandering van het personage moet ik dus opmaken uit wat Buijs als de magistraat zegt, niet uit hoe hij het zegt. Of moet ik ook dat opmaken uit de dans? Ik heb bij Wachten op de barbaren moeten vaststellen dat ik weinig van dans begrijp, dat ik misschien wel 'andansabeet' ben.
   
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Toneelschuur Producties

Recensie: Voor niks Umsonst van 't Barre Land en Comp.Marius

●●●●● 

 

VOOR NIKS UMSONST

'T BARRE LAND EN COMP.MARIUS



Door RiRo, gezien 19 januari 2016


Kris Van Trier speelt dat hij Arthur is, op verzoek van Arthur, die wordt gespeeld door Vincent van den Berg, die wat later Georg is, de kelner van herberg Het Kapotte Wiel, die wordt gespeeld door Anouk Driessen. Zo'n soort komedie is het dus. Maar dan wel met een parodiërende existentiële onderlaag. En een sublieme tekst. Waarin een vernuftig spel met de waarheid wordt gespeeld. De verwikkelingen in deze briljante voorstelling gaan na verloop van tijd zo razendsnel, dat het niet anders kan, dan dat er achter de ogenschijnlijk achteloze bewegingen en het quasi improviserende acteren een virtuoze montage schuil gaat.

'Ik verval steeds in dezelfde toon, de toon van gemaakte vertwijfeling.' Dat is aan het begin. 'Dan was alle vertwijfeling dus voor niets!' Zo eindigt het. In de komedie Umsonst van de Oostenrijkse toneelschrijver Johann Nestroy (1801-1861) verlaat toneelspeler Arthur samen met zijn vriend Pitzl het provinciale toneelmilieu. Op de vlucht voor schulden en op zoek naar liefde en roem. Hij beleeft allerlei, amoureuze, avonturen, waarbij hij zich steeds met persoonsverwisselingen uit moeilijke situaties weet te redden. Vincent van den Berg schittert in de rol van Arthur. Deze vorm van theater lijkt hem op het lijf geschreven.

(In)Voor niks Umsonst werken Vincent van den Berg, Margijn Bosch, Anouk Driessen en Czeslaw de Wijs van het niet meer gesubsidieerde 't Barre Land samen met de nog wel gesubsidieerde Waas Gramser, Kris Van Trier en Jonas Vermeulen van de Vlaamse groep Comp.Marius.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Comp.Marius

Recensie: De Revisor van Het Nationale Toneel / Theu Boermans

●●●●○

 

DE REVISOR

HET NATIONALE TONEEL / THEU BOERMANS


Door RiRo, gezien 16 januari 2016


'Ongevaarlijke poppenkast' lees ik in een al verschenen recensie. Ongevaarlijk? Voorstellingen waar bijna niemand naar komt kijken, die zijn ongevaarlijk. Maar als De Revisor nou eens een publiekslieveling zou blijken te zijn? En een breed publiek zou bereiken? Dan lijkt het me niet zo erg dat de incrowd niet zo gecharmeerd is van de musical-aanpak van regisseur Theu Boermans. Want het is een voorstelling waar wel degelijk voldoende scherpe kantjes aan zitten.

Het lukt me om in de trein naar Den Haag De Revisor, Comedie in vijf bedrijven van N.W. Gogolj (in de vertaling uit 1908 van Josine C. Termaat) uit te lezen. Wat me daarom opvalt is hoe dicht Boermans met zijn bewerking (en Maaike van Rijn met haar vertaling) bij de oorspronkelijke tekst en bij de oorspronkelijke structuur van Gogol's stuk uit 1836 blijft. En het desondanks uiterst actueel weet te maken. Met bijvoorbeeld de Syrische vluchteling Osman, heel mooi gespeeld door Mark Rietman, als de facto de assistent van de revisor (in plaats van dienaar Osiep).

In een provincieplaats gaat het gerucht dat de revisor, een overheidscontroleur, zich incognito in een plaatselijk hotel bevindt. De burgemeester (Stefan de Walle) en de wethouders (die daarnaast ook onderwijsinspecteur, ondernemer, of directeur van een kliniek zijn) raken in paniek. Alles wat niet door de beugel kan, moet onmiddellijk worden toegedekt. Daarnaast zal de revisor met de nodige smeermiddelen moeten worden bewerkt. Later blijkt dat het niet om de revisor maar om een berooide theatermaker uit Den Haag (oorspronkelijk een schrijver uit Sint-Petersburg) gaat. Ingrediënten voor een kluchtige komedie dus.

Boermans kadert het verhaal door een van de dochters van de burgemeester (Hannah Hoekstra) met poppen het kerstverhaal te laten naspelen. En geeft, vooral voor het komische effect, de secretaris van de burgemeester (Bram Suijker) een becommentariërende rol. Ook die twee ingrepen werken. Maar vooral het steeds weer toespitsen op de manier waarop er nu in Nederland met vluchtelingen wordt omgegaan, maakt De revisor tot een relevante voorstelling. Wat minder blij ben ik met Boermans' idee om het gemeentebestuur de amateurvoorstelling De ark van Noach te laten repeteren. Dat wordt, zeker na de pauze, wel heel erg koddig.

En dan, toch wel verrassend, de acteurs beginnen met enige regelmaat te zingen. In de stijl van de musicals. Een parodie? Ja. Maar erg goed uitgevoerd. Voor de pauze komt dat tot een voortijdig hoogtepunt met een persiflage van The Passion. Op de grens waar parodie en kitsch elkaar raken, dat wel. Maar het kan nog net.

Na de pauze is wat de vorm betreft de verrassing er natuurlijk af. Ook is de afwikkeling van het stuk wat minder boeiend dan de ontwikkelingen in het eerste deel. En De ark van Noach is voor mij nu toch echt te veel van het goede. Daarbij komt ook nog dat Joris Smit, als de revisor, de komedie meer dan voor de pauze moet dragen. En dat gaat Smit minder goed af dan Stefan de Walle die dat voor de pauze voor een groot deel doet. Ervaren acteurs als De Walle, maar ook Antoinette Jelgersma, Jaap Spijkers en Jappe Claes, lijken het vak komediespelen beter te beheersen dan de nog jonge Joris Smit. Hoewel het sublieme spel van Bram Suijker het tegendeel lijkt te bewijzen.

Kortom. De revisor is een voorstelling die tot de pauze alles heeft wat nodig is voor succes bij een groot publiek. Maar die me na de pauze wat minder kan bekoren.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Het Nationale Toneel

Recensie: Hoe echt is echt echt/Zeeziek in het zwembad van De Theatertroep

●●●○○

HOE ECHT IS ECHT ECHT/ZEEZIEK IN HET ZWEMBAD 

DE THEATERTROEP



Door RiRo, gezien 8 januari 2016

Na de positieve geluiden over Vaudeville op De Parade was ik nieuwsgierig geworden naar De Theatertroep. Teleurgesteld ben ik niet. Want Hoe echt is echt echt/Zeeziek in het zwembad is een vermakelijke voorstelling.

Maar, het ligt aan mij, ik geef het toe, want ik had een vooroordeel, van een groep twintigers had ik iets meer vernieuwing verwacht. En vernieuwend is het bepaald niet wat De Theatertroep in Hoe echt is echt echt/Zeeziek in het zwembad laat zien. In aanpak, enscenering, en manier van acteren, lijkt het wel de jongerenafdeling van bijvoorbeeld 't Barre Land of tg Stan.

Het stuk voor de pauze is gebaseerd op de Deense documentaire Rent a Family Inc over een bedrijf dat mensen verhuurt. In Hoe echt is echt echt zoekt Bert (Kyrian Esser) bijvoorbeeld iemand voor zijn vader. En duikt er op een familiereünie een ongenode gast op (Jasmijn Vriethoff). De verhaallijnen in dit deel worden steeds onderbroken door een andere verhaallijn, om dan later weer te worden opgepakt. Waarbij de dialogen tussen Rosa Asbreuk en Patrick Duijtshoff als rustpunt fungeren: 'Kom we gaan.' 'Waarnaartoe?' 'Naar waar het weer echt is.'

De tweede 'theaternovelle' zoals ze het zelf noemen, Zeeziek in het zwembad, gaat over een afvalvakantie voor mensen met overgewicht. Die er ook akkoord mee gaan tijdens die vakantie geen nieuws tot zich te nemen. Een exemplarisch verhaal dus over vakanties en weekenden voor 'cure-hoppers'. Met herkenbare typetjes. En een muzikaal intermezzo door Rosa Asbreuk en Kyrian Esser. Leuk gedaan. Maar het is een nogal oppervlakkig verhaal.

Al met al een vermakelijke, luchtige, toneelavond. Waarbij de scènes vloeiend in elkaar overlopen. Met smakelijke vlierbessenlimonade tussen de twee delen. Ik had meer verwacht. Wie weet komt dat bij een van hun volgende voorstellingen.

Het tweeluik Hoe echt is echt echt / Zeeziek in het zwembad schreven de tien theatermakers van De Theatertroep in samenwerking met Judith Herzberg. Voor de regie zorgde Hans Man in 't Veld. De Theatertroep bestaat uit: Rosa Asbreuk, Patrick Duijtshoff, Kyrian Esser, Elisabeth ten Have, Timo Huijzendveld, Jordi Möllering, Nicoline Raatgever, Jochum Veenstra, Roos Visser en Jasmijn Vriethoff.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: De Theatertroep

Recensie: De Kersentuin van NTGent / Johan Simons

●●●●● 

DE KERSENTUIN

NTGENT / JOHAN SIMONS


Door RiRo, gezien 22 december 2015


Johan Simons, terug bij NTGent, regisseert een messcherpe De Kersentuin. Met een op maat uitgedunde tekst, met uitblinkende acteurs, en in een perfect werkende enscenering.

Die enscenering is puur en direct. De acteurs hebben een speelruimte zonder diepte, en met maar ongeveer een halve meter manoeuvreerruimte. Voor zich de afgrond, de onbekende toekomst, achter zich panelen, de restanten van wat eens een landhuis was, de ruïnes van een tijd die voorbij is. De belichting komt vooral van achter uit de zaal, onbarmhartig fel. Er zijn geen zendmicrofoons.

Het feit dat de acteurs nauwelijks bewegingsruimte hebben is een vondst, het versterkt de inertie van de personages en accentueert hun eenzaamheid. De ideale omgeving dus voor Tsjechov's laatste stuk, een metafoor voor het Rusland van rond 1900 dat met zijn gezicht naar het verleden stond. Een stuk ook waarin niet alleen de eigenares van de kersentuin moeite heeft om de toekomst onder ogen te zien. En waarin bijna alle personages voornamelijk praten en filosoferen, nagenoeg niet in actie komen.

Ljoebov, schitterend gespeeld door Elsie de Brauw, is eigenares van een landgoed aan de oever van een rivier, een rivier waarin haar zoontje is verdronken kort nadat ze haar man had verloren aan de alcohol. Ze vluchtte naar Parijs, nu is ze teruggekeerd naar haar landgoed dat door de opgehoopte schulden moet worden verkocht.

Tsjechov schreef De Kersentuin in 1904 als komedie in vier bedrijven. En Simons houdt zich aan die aanwijzing. In zijn regie is het een komedie in de ware zin van het woord: achter de humor is het schrijnende steeds zichtbaar. Mede dankzij de fantastische acteurs die komedie spelen zoals het moet, ernstig, waardoor het bittere van de situatie dus steeds invoelbaar blijft.

Het laatste gesprek tussen de eeuwige student Trofimov (Benny Claessens) en de rijke koopman Lopachin (Pierre Bokma) is voor mij het hoogtepunt van de voorstelling. Een prachtige scène waarin de sinds kort bij NTGent in dienst getreden Bokma en de uit München met Simons mee teruggekeerde Claessens een subtiele, kwetsbare, haast breekbare, manier van komediespelen laten zien.

Maar het spel van de andere acteurs is ook om je vingers bij af te likken. Lien Wildemeersch, als Varja, die vaak met alleen haar lichaamstaal zo ontzettend veelzeggend is, Alejandra Theus als dochter Anja, het meest realistische personage in het landhuis, en Els Dottermans en Oscar Van Rompay in hun dubbelrollen.

De Kersentuin is door de bijzondere enscenering en het meesterlijke acteren een heel intense voorstelling. Een voorstelling om van te smullen. Zonder meer een topprestatie van Simons.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: NTGent

Recensie: Paradis van LOD / Hof van Eede

●●●○○

PARADIS

LOD / HOF VAN EEDE


Door RiRo, gezien 17 december 2015

Een fotoalbum als herinnering. LOD-componist (en verzamelaar) Thomas Smetryns koopt een foto van een danseres en ontvangt een heel album. Blije zwart-wit foto's van de vrouw, haar man, en hun zoon. Gemaakt in Le Paradis, een wijk ergens in Zuid-Frankrijk. De zeven laatste foto's in het album zijn anders, die zijn gemaakt door de politie op de plaats van het ongeluk. Zestien jaar werd de jongen. Dat is wat aan de voorstelling voorafging.

Paradis is muziektheater, een tragikomedie over de dood van een kind, over rouwen en over ontroering. Met als belangrijkste vragen: Voelen we echte ontroering bij het verdriet van mensen die we niet kennen? Hoeveel uitleg mag je geven, hoeveel verbeelding mag je opwekken om empathie te bewerkstelligen voor zo'n familiedrama? En hoeveel toegevoegd sentiment is nog acceptabel?

Die vragen worden verkend met behulp van beelden, muziek en tekst. Een arrangement van Kindertotenlieder van Mahler, uitgevoerd door de drie leden van Ensemble Besides, wordt al na minder dan een minuut onderbroken. In een dialoog, waarin ze ook elkaar onderbreken, leggen de acteurs Ans Van den Eede en Jeroen Van der Ven ons op licht ironische wijze precies uit wat we bij die muziek zouden moeten voelen.

Langzamerhand verschuift de inhoud in Paradis van concreet naar abstract. 'Zoals Mondriaan steeds meer abstraheerde', redeneert Jeroen Van der Ven in een fraaie monoloog, 'om uiteindelijk bij alleen maar een lijn uit te komen'. En die zou je volgens Van der Ven eigenlijk ook weg kunnen laten. Want dan schilder je afwezigheid. 'Zo zou je ook muziek moeten abstraheren en alleen de naklank moeten laten horen' (verbaasde blikken bij de drie muzikanten).

In een uiterst vernuftig filosofisch maar ook kwetsbaar betoog komt Van der Ven tenslotte tot de conclusie dat je alleen los van de anekdotiek tot de abstractie van ontroering kunt komen. Samen met de monoloog van Ans Van den Eede over de niet specifieke ontroering die ze als kind voelde als ze 's avonds in bed lag en nog niet in slaap kon komen, is dit het hoogtepunt van de voorstelling.

In Paradis wordt op drie elkaar aanvullende manieren over verdriet en ontroering nagedacht. Met op zes panelen geprojecteerde foto's uit het fotoalbum. Met arrangementen in de stijl van de vroeg-impressionistische Franse componisten. En met monologen en dialogen a la façon de Stan en De Koe. 

Het is jammer dat het net wat te lang duurt voor er echt diepgang in komt en de voorstelling niet alleen over ontroeren gaat maar zelf ook ontroert. Maar als het dan zover is, dan is vooral de tekst ook echt heel goed. Na afloop blijft de naklank van Paradis me dan ook nog behoorlijk lang bij.

 Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Hof van Eede

Recensie: RAARRR van Veenfabriek / Joep van der Geest

●●●○○

RAARRR

VEENFABRIEK / JOEP VAN DER GEEST


Door RiRo, gezien 11 december 2015


Vlak voor ik naar de première van RAARRR in Leiden ga, hoor ik bij toeval De Volharding van Louis Andriessen uit 1972 op de radio, een compositie waarbij al tijdens de eerste uitvoering het publiek boos begon te fluiten. Ruim veertig jaar later werpt acteur Joep van der Geest zich in Theater Ins Blau op als ambassadeur van contemporaine muziek.

Want zegt hij, nu nog steeds zijn composities uit de twintigste en eenentwintigste eeuw voor veel mensen alleen maar herrie. Ook wie wel van abstracte beeldende kunst houdt, haakt bij abstracte muziek nogal eens af. Met als motto 'muziek is belichaming van in klank besloten intelligentie' wil Van der Geest die mensen met zijn voorstelling over de streep trekken.

Het eerste deel van RAARRR vind ik net wat te kinderachtig. Musicus Ton van der Meer die zogenaamd boos wegloopt omdat Van der Geest eerst uitleg wil geven. Daarna componist en cellist Lam Lai die verontwaardigd weg beent omdat de uitvoering van haar werk al na 2.42 minuten wordt onderbroken. In het begin wordt het publiek naar mijn smaak iets te veel als een groep schoolkinderen behandeld. Met ook nog eens een in jip-en-janneke taal gepresenteerde aanval op figuratieve kunst (Figuratief schaadt! Hoe abstracter hoe rijker!) en op programmamuziek.

Maar vanaf de muzikale en theatrale uitleg over het begrip 'organised sound' bij Varèse, en over de grote veranderingen sinds de uitvinding van de elektronische muziek, is de voorstelling veel evenwichtiger, en voel ik me als volwassen theaterbezoeker serieus genomen.

Na een muzikaal intermezzo volgt er een sterke monoloog van Joep van der Geest, geschreven in samenwerking met filosoof Maarten Doorman. Samengevat: Wilt u amusement? Of wilt u een stuk horen waarvan u straks misschien niet weet wat u ermee aan moet? Want kunst is niet een raadsel met een oplossing, maar een oplossing met een raadsel.

Ik vind dat Van der Geest lof verdiend voor zijn lef om zo'n voorstelling te maken. En op dat eerste half uur na is de manier waarop hij zijn pleidooi vorm heeft gegeven zeker de moeite waard. Als toneelrecensent is het muziekgedeelte van de voorstelling natuurlijk niet mijn afdeling. Maar toch zeg ik dat ik het heel goede muziek vind.

Helpt de uitleg? Is het nodig? Voor iemand die al regelmatig naar concerten met hedendaagse muziek gaat, is zo'n pleidooi misschien overbodig. Maar voor wie er niet zo bekend mee is, en er op een heldere en toegankelijke manier kennis mee wil maken, is RAARRR een aanbeveling.

Wat voor mij zeker wél helpt, is het uitstel. Want op het moment dat I walk into the electric pulse van Lam Lai eindelijk integraal wordt uitgevoerd, is alles wat ik die dag heb meegemaakt ver weg, ben ik helemaal op de muziek gefocust, en word ik er volledig door meegesleept.
 
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Veenfabriek

Recensie: Caligula van Toneelhuis / Guy Cassiers

●●●●○

 

CALIGULA

TONEELHUIS / GUY CASSIERS 


Door RiRo, gezien 1 december 2015


De Romeinse keizer Caligula pleegde willekeurige moorden omdat hij een ideale wereld nastreefde. Hij negeerde waarschuwingen dat er een complot tegen hem werd beraamd en koos er bewust voor om door de samenzweerders gedood te worden. Een zelfmoordterrorist dus. Caligula zocht zijn dood op dezelfde manier als een idealistische moordenaar van nu die met getrokken wapens opzettelijk het geweervuur van de politie tegemoet loopt. 

Als Caligula van Albert Camus in de regie van Guy Cassiers begint, zijn de senatoren in hun perfect gestreken witte overhemden bijeen in het crisiscentrum. Hun zwarte toga's hangen achter op het podium en zullen daar de hele voorstelling ongebruikt blijven hangen. Af en toe gaat er een telefoon. Maar elke keer blijkt het om geruchten te gaan. De senatoren wachten op nieuws over Caligula die nu al drie dagen vermist is.

Na de dood van zijn zus en minnares Drusilla heeft Caligula namelijk het paleis verlaten. Als hij weer komt opdagen, is hij veranderd, hij legt zich niet meer neer bij het feit dat de mens sterfelijk is, en niet vrij. Hij dwingt zijn senatoren mee te gaan in een logica die hij tot in het absurde doortrekt. Met de macht die hij als keizer heeft zal hij van nu af aan met willekeurige moorden zijn omgeving gaan terroriseren, om via dat experiment het onmogelijke te bereiken, volledig vrij zijn.

De intelligente vrijgelaten slaaf Helicon en Caligula's vroegere minnares Caesonia zijn de enigen die tot het eind trouw blijven aan Caligula, ondanks zijn grillen en zijn wreedheid. Alle senatoren wijzen de consequente maar dodelijke logica van Caligula af. Maar alleen senator Cherea komt daar, in misschien wel de mooiste dialoog van het stuk, oog in oog met Caligula, openlijk voor uit.

Vanaf het tweede bedrijf (het is dan drie jaar nadat Caligula met zijn gruwelijke experiment is begonnen) dragen de senatoren verschoten oranje broeken en vale oranje hemden. Dat roept beelden op van de gevangenen in Guantanamo Bay. En van de onthoofdingen door Daesh (Isis). Daardoor is het onmogelijk om niet de link met de actualiteit te zien.

Net als bijvoorbeeld in zijn Hamlet vs Hamlet legt Guy Cassiers in zijn regie ook nu weer het accent bijna volledig op de tekst. Dat vereist natuurlijk wel wat concentratie van het publiek. Maar met zulke fantastische acteurs als Katelijne Damen als Caesonia, Nico Sturm als Scipio, en Johan Van Assche als Cherea is dat heel goed op te brengen. En het acteren van Tom Dewispelaere als Helicon en Kevin Janssens als Caligula is zelfs puur genieten.

De hele voorstelling is het zo goed als muisstil in de zaal van de Koninklijke Schouwburg in Den Haag. Slechts één keer wordt er even gelachen. Dat is als Caligula een senator angst aanjaagt met een banaan, op een manier die verwijst naar Bert en Ernie uit Sesamstraat. Maar als Caligula wat later een fragment van Florent van de Gentse noiserockband Raketkanon playbackt, wordt het weer heel stil.

Caligula van Toneelhuis is een hele rijke voorstelling. Door de tekst, waarin al twee historische lagen zitten (de tijd van Caligula en de tijd van Nazi-Duitsland). Door het fantastische acteren. Maar vooral omdat de confrontatie met de realiteit van vandaag onontkoombaar is. 
 
Het eerste manuscript van Caligula dateert van 1939. Maar Albert Camus herschreef het een aantal keer voordat hij het uiteindelijk in 1944 publiceerde.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Toneelhuis