Recensie: Caligula van Thibaud Delpeut/De Utrechtse Spelen en De Coproducers

●●●○○

CALIGULA

THIBAUD DELPEUT/DE UTRECHTSE SPELEN EN DE COPRODUCERS


Door RiRo, gezien 18 april 2014


Caligula van Albert Camus werd in 1945 voor het eerst gespeeld. Thibaud Delpeut regisseert nu zijn eigen bewerking van dat toneelstuk. 

Na de dood van Drusilla, zijn zus en minnares, beseft de Romeinse keizer Caligula eens te meer dat de mens sterft en niet gelukkig is. Maar vanaf nu legt hij zich niet meer neer bij het lot. Hij gaat voor het onmogelijke: 'Ik wil de maan!' Caligula dwingt zijn omgeving met hem mee te gaan in een logica die hij tot het absurde doortrekt. Door het negeren van waarschuwingen dat er een complot tegen hem is beraamd, kiest hij aan het slot zelf voor zijn dood.

Vincent van der Valk speelt Caligula als een heerser die hardvochtig is maar die tegelijkertijd lijdt. Door die dualiteit blijven zijn woorden en daden invoelbaar. Daardoor zijn het niet de woorden en daden van een onberekenbare gek, maar van een gekweld mens die vanuit een op zich niet al te vreemde gedachte tot in het absurde doorredeneert. En die dan ook nog eens in de positie verkeert om de consequenties van die logica te laten uitvoeren.

'Is de schatkist belangrijker dan de onderdanen volgens jou?', vraagt Caligula aan zijn tegenpool, de realist Cherea (Martijn Nieuwerf). Laten we dan alle rijke onderdanen een testament laten maken ten gunste van de staat. En ze vervolgens in een willekeurige volgorde doden. Volkomen logisch, volkomen consequent. En de goden? Of hij daar dan in ieder geval respect voor heeft? Hoe hij over de goden denkt, laat Caligula zien door een rood gordijntje open te schuiven en de godin Venus te tonen. Poppetje gezien kastje dicht.

De oorspronkelijke toneeltekst van Camus ken ik niet. Maar de tekst van de bewerking van Delpeut vind ik meteen vanaf het begin heel boeiend. Het begint filosofisch. Gaandeweg wordt het steeds meer een psychologische analyse van de in zijn machtsuitoefening doorgeslagen keizer. Of zoals Delpeut het zelf noemt 'een sectie op de ziel'.

De regie is strak. De enscenering ook. Drie zwarte stoelen, vier camera's op statieven, live video op de achterwand. Wat ik in de voorstelling heel geslaagd vind, is dat Caligula ondanks zijn gekte een mens blijft, een mens die, weliswaar op een extreme manier, onvrede heeft met het leven en met de sterfelijkheid zoals zoveel anderen. Dat is natuurlijk te danken aan de tekst en aan de regie van Delpeut. Maar het is ook de verdienste van Vincent van der Valk, die als Caligula een uitstekende prestatie levert.

De Coproducers zijn Toneelschuur (Haarlem), De Rotterdamse Schouwburg, Theater Frascati (Amsterdam), Theater aan het Spui (Den Haag), De Verkadefabriek (Den Bosch), Theater Kikker (Utrecht) en het Grand Theatre (Groningen). Samen willen ze de ontwikkeling van vernieuwend dans- en theateraanbod bevorderen. Ze kiezen elk jaar een aantal veelbelovende plannen van makers waarvan ze de productie ondersteunen.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Toneelschuur

Recensie: Hamlet vs Hamlet van Toneelhuis / Toneelgroep Amsterdam / Guy Cassiers

●●●●● 

HAMLET VS HAMLET

TONEELHUIS / TONEELGROEP AMSTERAM / GUY CASSIERS


Door RiRo, gezien 17 april 2014

'Wie bent u?' vraagt Hamlet. Dat vraagt hij vooral aan zichzelf. Want we kijken niet naar de Hamlet van Shakespeare maar naar Hamlet vs Hamlet van Tom Lanoye. Naar Hamlet geconfronteerd met zichzelf. Met een jongensachtige actrice (Abke Haring) in de rol van Hamlet. De keuze voor die actrice past heel goed bij de ambiguïteit van het personage. De koningszoon die nog een jongen is, nog geen man. Terwijl de situatie daar wel om vraagt. Een intelligente adolescent die deels in zijn verbeelding leeft. Die zowel melancholisch is als cynisch.

In de versie van Tom Lanoye, en in de regie van Guy Cassiers, speelt Abke Haring een zichtbaar getormenteerde, maar ondertussen venijnig welbespraakte jongeman op weg naar zijn volwassenheid. Ze doet dat overtuigend. En met een perfecte tekstbehandeling. Wat tekstbehandeling betreft valt er sowieso weinig te klagen. Johan Van Assche als Claudius is een geweldige woordkunstenaar met een prachtige dictie. De anderen, met uitzondering van Gaite Jansen als Ophelia (maar die is nog erg jong), doen daar nauwelijks voor onder.

Guy Cassiers is deze keer uiterst spaarzaam met live video. De focus ligt daardoor (anders dan bij zijn regies van de laatste jaren) meer op de acteurs en op het acteren. Daardoor is Hamlet vs Hamlet veel minder afstandelijk. Daarbij komt dat de scenografie van Ief Spincemaille heel open is. Het rottingsproces zichtbaar onder glas. De andere materialen in het decor ook transparant. Ook dat draagt ertoe bij dat deze Hamlet vs Hamlet toegankelijker is dan Cassiers' recente andere werk.

Maar het is wel heel talig. Het vereist dus de nodige concentratie van de toeschouwer. Voor de komische noot, voor de af en toe noodzakelijke ontspanning, zorgen de toneelspelers en de grafdelvers. In beide gevallen vertolkt door Marc Van Eeghem en Kevin Janssens. Fraai gedaan. Mooi klein gespeeld. En heel grappig. Ik heb er enorm om moeten lachen.

Tegen het einde zit ik op het puntje van mijn stoel. Want Tom Lanoye heeft niet alleen Shakespeare's Hamlet meesterlijk, maar ook vrijmoedig, herschreven. In schitterend hedendaags Nederlands. Op rijm. Hij heeft niet alleen veel personages geschrapt (en er een aan toegevoegd, de geest van Yorick). En niet alleen het generatieconflict geaccentueerd, de jongeren tegenover de ouderen, Hamlet en Laërtes tegenover Claudius (met zijn hedendaagse politiek-economische redeneringen) en Polonius.

Tom Lanoye heeft ook nog eens het slot volledig veranderd. Dat laatste levert een verrassende en aangrijpende finale op, waarin uiteindelijk de twee jongeren zelf tegenover elkaar komen te staan. Met een heel goede Eelco Smits als Laërtes, die gedesillusioneerd en verbeten van het front terugkeert, tegenover Abke Haring als de inmiddels volledig vereenzaamde Hamlet.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Toneelhuis of Toneelgroep Amsterdam


Recensie: The Truth About Kate van Frascati Producties / Davy Pieters

●●●●○

THE TRUTH ABOUT KATE

FRASCATI PRODUCTIES / DAVY PIETERS


Door RiRo, gezien 3 april 2014


Naomi Velissariou begint te praten in een soort übercorrect Nederlands. Dan gaat ze zitten. Aan de keukentafel. Ze schilt een appel. Een groene. Haar lichaamshouding verandert een klein beetje. Ze begint weer te praten. Nu in het Vlaams. Het is sowieso al razendknap hoe Velissariou met minieme veranderingen van houding een ander personage wordt.

Maar ze gebruikt dan ook nog eens voor elke personage een andere taal, of een andere taalvariant. Frans en Duits doet ze op maar één of twee manieren. Maar Nederlands en Vlaams! Hoeveel varianten en dialecten gebruikt ze daar wel niet van! En hoeveel soorten Engels? Ik raak de tel kwijt. En hoeveel personages speelt ze! Een stuk of twintig?

Twee van die personages. Duitse modeverslaggeefsters op tv. De een tegen de andere: 'Was sind die Tips und Trends von die Superstars, Anastasia?'

The Truth About Kate is het ware verhaal over de fictieve Kate. Celebrity-documentaires van 'beroemdheden' als Miley Cyrus en Beyoncé dienen als inspiratie. De waarheid van Kate is een geënsceneerde waarheid. Het is de geënsceneerde werkelijkheid zoals die dag in dag uit op MTV en dat soort zenders te zien is. De waarheid van Kate is dat de 'waarheid' maakbaar is. Want The Truth About Kate gaat over vrouwen, meisjes, die beroemd willen zijn. Die willen worden als de 'beroemdheden' die ze op de televisie hebben gezien. Inclusief het verzinnen van een leven dat daarbij hoort.

Al Kate's avonturen, zoals het winnen van een award, het van een dochter bevallen tijdens een vulkaanuitbarsting, en het veranderen in een sprekende pop, beleeft Kate ondertussen gewoon in haar keuken. Hoewel? Haar allerlaatste avontuur? De stap in de ultieme leegte? Heeft dat ook in de keuken plaatsgevonden? Of is ze daarvoor naar buiten gestapt?

In de voorstelling zijn nogal wat verwijzingen naar 'beroemdheden' en naar televisieprogramma's verstopt. Dat kan natuurlijk niet anders bij zo'n thema. Maar ook voor iemand die die verwijzingen niet altijd herkent, ook voor iemand die (zoals ik) bijna nooit een celebrity-documentaire ziet, is dit een heerlijke voorstelling. Omdat de tekst, van Jibbe Willems, ook zonder dat je die kennis hebt, heel veelzeggend is (en ondertussen ook nog eens heel humoristisch). Davy Pieters zorgde voor een heldere en strakke regie. Helemaal naar mijn smaak. En dan het spel van Naomi Velissariou. Dat is echt fenomenaal!



Recensie: De Pelikaan van Toneelgroep Amsterdam / Susanne Kennedy

●●●●○

DE PELIKAAN

TONEELGROEP AMSTERDAM / SUSANNE KENNEDY


Door RiRo, gezien 2 april 2014


Steeds op dezelfde manier uitgesproken, met tot in de kleinste details dezelfde lichaamstaal, zo herhalen de vijf acteurs keer op keer dezelfde zinnen. De meid, in sprookjesachtig donkerblauw, en met een sprookjesachtige zwarte pruik (dat belooft dus niet veel goeds) voert uit een oranje steelpan steeds weer met exact dezelfde bewegingen de in het geel gehulde moeder. Dit is de kenmerkende manier waarop regisseur Susanne Kennedy ook nu weer de acteurs gebruikt.

Een moeder zegt zich op te offeren voor haar kinderen. Maar doet het tegenovergestelde. Beetje bij beetje komt die waarheid boven tafel. Ze heeft na de dood van haar echtgenoot al het geld gebruikt voor zichzelf. Vooral voor eten voor zichzelf. En haar zoon en dochter verwaarloosd.

De dochter, vel over been, geen borsten, hoewel al twintig: 'Tegen je moeder ben je weerloos. Ze is immers heilig.' De zoon, in de ban van Schopenhauer: 'De wil is zelf de wereld. De wereld is mijn voorstelling.' Zes keer, zeven keer dezelfde zinnen. Dezelfde blik. Dezelfde bewegingen.

Ook nu weer zoekt Susanne Kennedy in decor, kostuums, geluid, én acteren de extreme kunstmatigheid op. Om op die manier onder het verhaal van een klassieker te komen, in dit geval onder het verhaal van De Pelikaan van August Strindberg. Om op die manier de essentie ervan bloot te leggen. En ook nu weer levert dat een fascinerende voorstelling op.

Zou het veel uitmaken als niet vijf acteurs van Toneelgroep Amsterdam de rollen van moeder, zoon, dochter, schoonzoon, en meid zouden spelen? Maar vijf acteurs van bijvoorbeeld het Nationale Toneel? Wel iets natuurlijk. Vooral Marieke Heebink, als de moeder, en Alwin Pulinckx, als de zoon, voegen in hun spel wel wat toe. Maar de sterren in deze voorstelling zijn niet de acteurs.

De werkelijke sterren zijn Katrin Bombe, die weer een schitterende gesloten ruimte maakte. Niet van één kamer deze keer, maar van drie. Of eigenlijk tweeënhalf, want er is maar een halve kelder. En Lotte Goos, die alleen al door precies de goede kleuren geel, rood, blauw en groen te kiezen een sprookjessfeer weet te creëren. En natuurlijk Richard Janssen, met zijn werkelijk prachtige geluidsontwerp.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Toneelgroep Amsterdam

Weer overlast smartphone, weer iemand voortijdig de zaal uit

Door RiRo, 5 april 2014

In Gisteravond naar Poëten & Bandieten van De Warme Winkel” schreef ik hoe een van de acteurs van die voorstelling, Ward Weemhoff, meelevend zijn hand op een schouder legt als een onwel geworden toeschouwer voortijdig de zaal verlaat.

Maar het ging er in dat stukje vooral over of ik iets had moeten doen. Had moeten reageren toen een jonge vrouw schuin voor me alsmaar bezig was met haar smartphone. Of ik niet bij de vijfde of zesde keer dat dat beeldscherm opflitste, resoluut in had moeten grijpen.

Een van de andere acteurs van die voorstelling, Jeroen de Man, reageerde op Twitter: 'Ja! RiRo in dat soort situaties moet je als publiek ingrijpen. Ik wilde het doen. Maar het lukte niet.'

Woensdag 2 april, bij De Pelikaan, in de grote zaal van de schouwburg van Amsterdam. Een vrouw, deze keer in dezelfde rij als ik, weer een vrouw, houdt voor de derde keer haar smartphone boven haar hoofd om een foto te maken van het inderdaad schitterende tafereel voor haar. Ik moet me over een paar mensen heen buigen, maar ik doe het. Ik denk aan de woorden van Jeroen de Man en ik maak er resoluut een einde aan.

Donderdag 3 april, bij The Truth About Kate, in Frascati in Amsterdam. Een kwartier voor het einde. Een vrouw, deze keer weer schuin voor me, en weer een vrouw, maakt met haar smartphone een foto van de scène met de blauwe pruik. Ik zit startklaar om nu al meteen bij de tweede keer in te kunnen grijpen.

Omdat ik dat laatste kwartier van The Truth About Kate met een half oog de vrouw schuin voor me in de gaten blijf houden, zie ik toeschouwer Ward Weemhoff zo'n tien minuten voor afloop van de voorstelling de zaal uit sluipen. En er is niemand, helemaal niemand, die even meelevend een hand op zijn schouder legt.

Recensie: Crashtest Ibsen II – Volksvijand van NNT / Sarah Moeremans

●●○○○  

CRASHTEST IBSEN II - VOLKSVIJAND

NNT / SARAH MOEREMANS


Door RiRo, gezien 29 maart 2014

Ben ik gewoon net iets te allergisch voor dit over de top gedoe? En voor die jaren tachtig humor? Het zal wel aan mij liggen, maar ik vind dit een heel matige voorstelling.

Natuurlijk, er zijn ook positieve punten. In de dialoog tussen de dokter en de burgemeester in het tweede bedrijf actualiseert bewerker Joachim Robbrecht de woorden van Ibsen zonder al te veel flauwe woordspelingen. In dit gesprek tussen dokter Stockmann, die de vervuiling van het water in het kuuroord openbaar wil maken, en zijn broer, burgemeester Stockmann, die dat juist wil voorkomen, wordt gewoon goed en professioneel geacteerd. Door Matthijs IJgosse als de dokter, en door Joep van der Geest als de burgemeester.

Met het slot kan ik ook nog wel leven. Overbodig misschien, maar wel een origineel idee om te besluiten met de vraag of alles altijd in een catastrofe moet eindigen. En in een rubberbootje Ibsen te bevragen over het dilemma idealisme en opportunisme.

Mijn grootste probleem met deze voorstelling is de wisselende kwaliteit van de tekst. Te vaak is die te geforceerd lollig, te vaak zijn de actualiseringen te simplistisch, te vaak zijn er woordspelingen van het niveau 'zijn er dan ook asociale media?' Of grappen als 'de bezitterige klasse'. Misschien is dat laatste één keer leuk. Maar drie of vier keer?

Maar ook het spel. Misschien is het ironisch bedoeld, maar wat moet ik in godsnaam met een soort parodie op het acteren in het amateurtoneel van lang geleden? Veel geschreeuw. Veel heen en weer rennen. Waarom? Is dat grappig? Het decor sluit daar overigens perfect bij aan. Dat dan weer wel.

Voor alle zekerheid: Crashtest Ibsen II – Volksvijand is niet een matige voorstelling omdat er matige acteurs op het podium staan. Joep van der Geest, als burgemeester, laat zijn klasse zien. Rosa van Leeuwen speelt, vooral in haar rol als journalist Billing, erg sterk.

Maar ik begrijp gewoon niet wat tekstschrijver Joachim Robbrecht heeft bewogen om zoveel meligheid in zijn tekst te stoppen, en wat regisseur Sarah Moeremans heeft bezield om er opzettelijk zo'n knullige voorstelling van te maken.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: NNT

Recensie: Heimat, een theatervoorstelling van De Nwe Tijd / Freek Vielen

●●●●● 

HEIMAT, EEN THEATERVOORSTELLING

 

FREEK VIELEN, REBEKKA DE WIT, TOM STRUYF, SUZANNE GROTENHUIS EN HARALD AUSTBO


Door RiRo, gezien 28 maart 2014


Heimat, een theatervoorstelling is een intelligente, intieme, en ongelooflijk rijke voorstelling. Met subtiele humor. Die ontzettend goed in elkaar zit. En die ontroert. Zowel door de inhoud als door de vorm. Zonder twijfel de beste voorstelling die ik dit seizoen heb gezien.

Vijf jonge theatermakers. Vier op het podium, één in de zaal (regisseur Freek Vielen). De vier op het podium zeggen om en om een paar zinnen. Zo bouwen drie van de vier langzaam het beeld op van hun vader, en de vierde, Suzanne Grotenhuis, van haar moeder. Later, in het gesprek met haar oma, zal blijken waarom. Want later verschijnen op een scherm regelmatig fragmenten uit interviews die ze hadden met vijf ouders en vijf grootouders. Die ze vragen voorleggen als 'Wat zou je anders doen als je je leven over mocht doen?'

De Wit: Mijn vader is een dominee. Met een lengte van 1.60 meter. Wat voor een dominee vrij klein is. Voor mannen in het algemeen ook.
Struyf: Mijn vader kent elk type vliegtuig uit zijn hoofd.
Grotenhuis: Mijn moeder was echt heel slecht in het maken van vlechten.
Austbø: Mijn vader is Noor. Hij rookt Gitane zonder filter.

De dertigers behandelen wezenlijke vragen van het leven door én live zichzelf te acteren, én op het scherm in dialoog te gaan met een van hun ouders en grootouders. Dat wisselen ze in vloeiende overgangen af met muziek. Met zang, met cello, of pianola. Terwijl ook het geheel door het uitgekiende ritme, door de perfecte timing, en door de soepele overgangen een haast muzikale opbouw heeft. Die prachtig uitgebalanceerde vorm versterkt de schoonheid van deze inhoudelijk toch al zo overweldigende en indrukwekkende voorstelling.

Als Harald Austbø met zijn vader musiceert, Harald live op cello op het podium, zijn vader, een concertpianist, op de piano op scherm achter hem, is dat niet alleen bijzonder omdat ze allebei hele goede musici zijn. Maar ook omdat we zien hoe nauwgezet ze samenspelen. Terwijl we als toeschouwers dan al weten dat hun vader - zoon relatie niet altijd zo optimaal was.

De oma van Suzanne, op haar vraag wat ze anders zou doen als ze haar leven over mocht doen. De oma denkt na en antwoord: 'Niets'. Suzanne probeert het op een andere manier. Als je nou nog vijf levens had, wat zou je dan in al die vijf levens meenemen? De oma zwijgt eerst, dan zegt ze: 'Ik zal je wat vertellen.' En ze vertelt wat. En dat doet ze op een manier die bijblijft. Ik ga niet zeggen hoe ze dat doet. En niet wat ze vertelt. Want deze voorstelling moet nog veel vaker gespeeld worden, vind ik. Zodat nog veel meer mensen ervan kunnen genieten, en nog veel meer mensen er door kunnen worden geraakt.

Recensie: Cyrano van NTGent / Julie Van den Berghe

●●●○○

CYRANO

NTGENT/JULIE VAN DEN BERGHE


Door RiRo, gezien 26 maart 2014

De man? Zonder taal is hij triviaal.
 
Cyrano is een man die graag dicht. 'Dol op spitse taal, vooral in samenklank met puntig staal', luidt het in het rijm van Edmond Rostand die Cyrano de Bergerac in 1897 schreef. Hij is verliefd op zijn nichtje Roxane. Maar denkt geen enkele kans bij haar te maken. Vanwege zijn neus.

Roxane ziet op haar beurt wel wat in de nieuwe cadet in de compagnie van Cyrano, de jonge Christian de Neuvilette. Ze valt op zijn uiterlijk. Maar verwacht dat hij haar met taal verleidt. 'Ik heb het innerlijk maar niet het uiterlijk', zo begint Cyrano zijn voorstel aan Christian, 'ik leen u mijn woord.' 
 
Bewerker Bernard Dewulf is een man die graag schrijft. In zijn taal is hij de meester van het kleine. Met een paar goed getroffen alledaagse woorden kan hij een verfijnde poëtische wereld oproepen. Hij deed dat in zijn miniaturen in De Morgen, die later werden gebundeld onder de titel Kleine dagen. En als toneelschrijver met zijn tekst voor Een lolita, waarvoor hij in 2013 de Taalunie Toneelschrijfprijs won.
 
Dewulf heeft het verhaal van Cyrano teruggebracht tot de essentie, tot drie personages, zodat wat overblijft een kleinood is over de liefde. In zijn bewerking verweeft hij zijn eigen taal op een fijnzinnige manier met de oorspronkelijke poëzie van Rostand. Het resultaat is een tekst om van te smullen. 
 
Bert Luppes weet wel raad met die mooie woorden. Voortdurend een degen in zijn hand, maar uitsluitend met taal schermend speelt hij Cyrano grandioos. Hoe hij in de balkonscène fluisterend met de woorden jongleert, alleen dat is al een meesterwerk. 
 
Het lijkt erop dat regisseur Julie Van den Berghe wat te nadrukkelijk wil laten zien dat het thema van alle tijden is. Dan weer hedendaagse kostuums en karaoke. Dan ineens een negentiende-eeuwse outfit. Dan toch maar weer de zeventiende eeuwse rapier en pluimhoed. En dat allemaal beginnend met een droom op het trapje van zo'n caravan waar filmacteurs zich omkleden. Stuk voor stuk mooie beelden, dat wel. Maar het zou wat enscenering betreft wel ietsje strakker mogen. Want dit gegoochel met beelden uit allerlei genres en uit allerlei tijden is toch ook wel een beetje verwarrend.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: NTGent

Recensie: Who's afraid of Virginia Woolf? van Toneelschuur Producties en Toneelgroep Oostpool

●●●●○

WHO'S AFRAID OF VIRGINIA WOOLF? 

TONEELSCHUUR PRODUCTIES EN TONEELGROEP OOSTPOOL


Door RiRo, gezien 18 maart 2014


Na een feestje van de universiteit is er nog een afterparty bij Martha en George. Als George hun jonge gasten Nick en Honey heeft ingeschonken, begint, rijkelijk besprenkeld met alcohol, het beroemde verbale gevecht Who's afraid of Virginia Woolf?. Op zaterdag 8 maart 2014 ging het in de regie van Erik Whien in première in Haarlem. Vijftig jaar daarvoor, op zaterdag 7 maart 1964, was het stuk voor het eerst in Nederland te zien. Toen met Ank van der Moer als Martha.

Hein Janssen vindt in zijn recensie dat Maria Kraakman (1975), die nu Martha speelt, 'simpelweg te jong (is) voor deze rol'. Ook het wellustige aspect in haar spel stoort hem. Want 'als zij de jonge Nick verleidt, is dat niet genant', zegt hij, 'maar geil.' Verder vindt hij het een voorbeeldige productie.

'Martha, een grote, luidruchtige vrouw, 52, goed geconserveerd, stevig gebouwd, maar niet mollig. George, haar echtgenoot, mager, met grijzend haar, 46.' Dat waren de aanwijzingen toen, in de vertaling uit 1964. Jacob Derwig als George is niet mager, en Maria Kraakman als Martha niet stevig gebouwd. Derwig is ook nog eens zes jaar ouder dan Kraakman. Een overtreding van twaalf jaar in het leeftijdsverschil dus. Ik vind dat geen probleem.
 
Maria Kraakman acteert goed. Luidruchtig zoals haar rol vereist, pijn zichtbaar verbergend onder ogenschijnlijke hardheid. Jacob Derwig is meer dan goed. Hij zet een George neer zoals alleen hij dat kan. Met voortdurend zowel ironie als verdriet onder zijn sardonische en af en toe vileine tekst. 
 
In het tweede bedrijf zitten Nick en Honey naast elkaar op de bank die midden op het podium staat. Hun gezichten naar de zaal. Links en rechts van hen staan George en Martha. Half van ons afgewend. De jonge bezoekers hebben in de regie van Erik Whien een veel centralere plaats dan in eerdere uitvoeringen die ik zag. Ook is de afstand tussen George en Martha en hun bezoekers (en dat niet alleen door de leeftijden van de acteurs) kleiner dan ik me van eerdere uitvoeringen herinner.
 
Hein Janssen vindt niet dat Kirsten Mulder (1973) simpelweg te oud is. Gelukkig maar. Ik ook niet. Ik vind dat in principe een acteur of actrice trouwens niet te jong of te oud kan zijn voor een rol. Een acteur of actrice kan het personage dat hij of zij moet spelen wel te jong, of te oud, neerzetten. Maar Kirsten Mulder zet 'Honey, een blond, 26 jarig, zielig, bloedarm meisje, bepaald niet knap' (aanwijzing uit 1964) juist heel sterk neer. En haar dansje op de zevende van Beethoven is heerlijk genant. Ik vind het zelfs in de verste verte niet geil.

In de trein leg ik de oorspronkelijke tekst en de vertaling van G.K. van het Reve, zoals de volksschrijver toen nog heette, naast elkaar. Ik verwachtte het eigenlijk wel, toch controleer ik het even. De quasi terloopse opmerking van George tegen Nick dat 'het niet de universiteit van Kiev is of zoiets' kom ik in beide versies niet tegen. Ik houd wel van die stiekeme actualiseringen. Er zitten er nog wel een paar in. 
 
Nu ik ze toch bij de hand heb, kan ik ook wel even op de achterkant kijken. De vertaling citeert het Algemeen Dagblad. Die noemde Who's afraid of Virginia Woolf? toen 'een requiem voor de illusie'. De redacteur van de Engelstalige versie hield het op 'a matrimonial corrida'. Ik vind die van het Algemeen Dagblad mooier.
 
Net als Hein Janssen vind ik de Who's afraid of Virginia Woolf? in de regie van Erik Whien een voorbeeldige productie. Maar geen perfecte. Het toneelbeeld is helemaal oke. Daar ligt het dus niet aan. Jacob Derwig als George en Kirsten Mulder als Honey zijn meer dan goed. Waar ligt het dan wel aan? Toch aan Maria Kraakman?

Nee, ik denk dat het contrast tussen de speelstijl van Jacob Derwig aan de ene kant en die van Sanne den Hartogh en Maria Kraakman aan de andere kant net even te groot is. Misschien hadden die twee, ook al was het maar een klein beetje, ook al was het maar af en toe, ook wat ironie onder hun kwetsbare stoerheid (Nick) en pijn maskerende hardheid (Martha) moeten leggen. Niet omdat hun personages dat vereisen, en zelfs als dat voor hun personages eigenlijk niet gepast zou zijn. Want nu steekt die verdomde Derwig met zijn perfecte driedubbel gelaagde acteren er net iets te ver bovenuit. Ja, daar ligt het aan. Het ligt aan Jacob Derwig.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Toneelgroep Oostpool

Recensie: Elektra van Het Nationale Toneel / Casper Vandeputte

●●●○○

ELEKTRA

HET NATIONALE TONEEL /CASPER VANDEPUTTE


Door RiRo, gezien 11 maart 2014

Erg veel woorden in deze Elektra van Hugo von Hoffmansthal in de regie van Casper Vandeputte. Tantalus is het eerste woord. Dat is het woord waarmee Betty Schuurman de inleiding begint. Ze vertelt wat eraan voorafging, wat er allemaal al gebeurd was voor Elektra boos werd omdat haar moeder, samen met haar minnaar, Elektra's vader Agamemnon vermoordde.
 
Beïnvloed door tijdgenoten als Freud moderniseerde Von Hoffmansthal zo'n honderd jaar geleden het Griekse mythologische verhaal. Kwellingen zijn niet meer het gevolg van vervloekingen door de goden, maar liggen besloten in de driften. Hysterie was in die tijd erg in de mode als diagnose voor opstandig gedrag. Vooral als het ging om opstandig gedrag van vrouwen die iets traumatisch hadden meegemaakt. In dit geval moord binnen het gezin.

Betty Schuurman, als het koor, vertolkt met teksten als 'het is gewoon het universum dat zijn gang gaat' hedendaagse ideeën over het omgaan met verlies. Vandeputte moderniseert op zijn beurt dus ook. Maar het overgrote deel van de voorstelling bestaat uit een woordenstroom van Elektra, gebaseerd op inmiddels wat achterhaalde ideeën over het menselijke gevoelsleven.

De regisseur rechtvaardigt zijn keuze voor juist dit stuk door op te merken dat het 'een plek kan zijn voor toeschouwers om langs de eigen afgrond van het leven te lopen, om vrede te vinden met de grote gebeurtenissen van het leven.'
 
De focus van de voorstelling ligt bijna volledig bij Elektra, bij het hysterische wraakzuchtige personage zoals Von Hoffmansthal dat schetste, en dat wordt gespeeld door Mariana Aparicio Torres. Bijna anderhalf uur lang is ze boos en wraakzuchtig. Dat doet ze goed. Maar het is wel heel erg veel van hetzelfde.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Het Nationale Toneel