Recensie: The Head & The Load van William Kentridge, Philip Miller, Thuthuka Sibisi, Gregory Maqoma

 

●●●●○

 

THE HEAD & THE LOAD

 

WILLIAM KENTRIDGE, PHILIP MILLER, THUTHUKA SIBISI, GREGORY MAQOMA




Door Piet van Kampen, gezien 29 mei 2019

Hoofdthema van The Head & The Load van William Kentridge is de tragedie van de anderhalf à twee miljoen Afrikaanse 'carriers' (dragers) tijdens de Eerste Wereldoorlog. Die dragers uit verschillende Afrikaanse landen, die vaak onder dwang werkten voor de koloniale legers van de Britten, Fransen en Duitsers in Afrika, stierven massaal door uitputting en ziektes. Een Europese officier in de voorstelling (gespeeld door Xolani Dlamini): “They are not men because they have no name. They are not soldiers because they have no number. You don’t call them, you count them.”

Een tweede thema is de dialoog tussen twee muzikale werelden van in en vlak na de Eerste Wereldoorlog. Met aan de ene kant onder meer composities van Hindemith en Schönberg en aan de andere kant de klankwereld van de Afrikaanse zang en koormuziek. Met het klankgedicht Ursonate van Kurt Schwitters wordt ook een link gelegd met het dadaïsme. Een link die ook op allerlei manieren terug te zien is in de beeldtaal van de voorstelling.

The Head & The Load is een overvolle voorstelling. Op een podium van zo'n vijftig meter breed brengt Kentridge het tragische verhaal over de Afrikaanse dragers in WO I met alle denkbare theatrale middelen. Ik tel alleen al zo'n veertig acteurs, danser, zangers en musici. En dan is er ook nog regelmatig film en schaduwspel te zien op het achterdoek.

Al snel merk ik dat het onmogelijk is om alles wat er op het podium gebeurt te volgen. Er gebeurt doodgewoon teveel tegelijk. Omdat de muziek me meteen vanaf het begin fascineert, besluit ik om me daar ieder geval zo goed mogelijk op te concentreren. En dan maar zien of ik ook nog wat van de overweldigende visuele indrukken kan opslaan, en wat van de tekst kan onthouden.

Ondanks het feit dat ik me vooral op de muziek (en op de andere geluiden) focus, zijn me toch allerlei kleine visuele details bijgebleven. De sjerp in de kleuren van Ghanese vlag bij tenor N'Faly Kouyate bijvoorbeeld. En de drie kleine kwastjes in dezelfde kleuren rood, geel en groen op de koto, die hij, als hij er niet op speelt, als een vuurwapen voor zich houdt. Of de kunstig gevouwen bruine papieren zak op het hoofd van sopraan Ann Masina, die me doet denken aan de plastic zak op het hoofd van Paula, de dochter van fotograaf Hendrik Kerstens.

Maar de meeste indruk op me maakt de speciaal voor The Head & The Load gecomponeerde muziek van Philip Miller en Thuthuka Sibisi (die ook als dirigent op het podium staat). Wat die twee ons op muzikaal gebied laten beleven, is vanaf de eerste gezongen sirenegeluiden voortdurend verrassend. Hoe Ann Masina Je Te Veux van Satie bijvoorbeeld over laat gaan in een roep om onafhankelijkheid. Of hoe het koor God Save The King in een koraal verandert en een violiste met een vioolsonate van Fritz Kreisler wordt weggeblazen door een oorlogslied in het Zoeloe.

Met The Head & The Load opent het Holland Festival met muziektheater van vooral visueel en muzikaal hoog niveau, met een voorstelling die op een boeiende (maar wel iets te overdadige) manier het 'vergeten verhaal' van de tragiek van de Afrikaanse 'carriers' in WO I onder onze aandacht brengt.

Gezien op het HOLLAND FESTIVAL
 

Recensie: ALL. van Lisa Verbelen / BOG. collectie en Het Zuidelijk Toneel

 

●●●●○

 

ALL.

 

LISA VERBELEN / BOG. COLLECTIE EN HET ZUIDELIJK TONEEL




Door Piet van Kampen, gezien 27 mei 2019

Op de enorme speelvloer van de grote zaal van de Brakke Grond in Amsterdam staat een klein platform waarop Lisa Verbelen haar solovoorstelling ALL. creëert. Dat contrast met die grote vloer maakt dat die performer daar in haar eentje op dat platform meteen al iets kwetsbaars krijgt.*

In ALL. onderzoekt Lisa Verbelen hoe muziek, taal en beeld elkaar beïnvloeden. Door klank, beeld en woorden te combineren zoekt ze naar manieren om de muzikaliteit van taal te tonen, en om ons muziek als taal te laten horen. Ze wil laten zien hoe muziek, taal (en decor) samen een compositie kunnen vormen.

Op de vierkante vloer van haar kleine platform verschuift Verbelen op kaartjes geschreven woorden. Steeds verplaatst ze met een vinger zo'n kaartje waardoor steeds nieuwe woordcombinaties ontstaan. Die dan worden geprojecteerd op een cirkelvormig scherm. Eerst onderzoekt Verbelen op deze manier de relatie tussen YOU en THE WORLD. Dan de relatie tussen NOW en PAST, die tussen NOW en FUTURE, en tenslotte die tussen YOU en YOU.

Na elk semantisch onderzoek met die op kaartjes geschreven woorden, zingt Verbelen uitsluitend uit klanken bestaande muziek. Het is fascinerend om mee te maken hoe ze dat aspect van haar voorstelling stap voor stap opbouwt. Hoe ze beat op beat stapelt, en stem op stem op stem. Hoe ze eerst eenstemmig, dan tweestemmig, en tenslotte driestemmig zingt. Met maar een beperkt aantal klanken creëert ze op die manier een steeds complexere en steeds boeiendere compositie. En omdat de klanken die ze gebruikt geen woorden zijn, worden die klankcombinaties met elke volgende stap zelf een steeds betekenisvollere taal.

Voor de slotmonoloog komt het platform met Verbelen tot vlak voor de eerste rij. Terwijl ze aan het slot van haar vorige solovoorstelling ONE. met haar cover van Who Knows Where The Time Goes nog geleende woorden gebruikte, doet ze dat deze keer bij ALL. niet. Deze keer zijn het haar eigen woorden. Nu schreef ze zelf haar slottekst. En wat voor tekst! De slotmonoloog van ALL. doet me denken aan de poëzie van Charles Bukowski. Niet alleen door de poëtische vorm, ook door de inhoudelijke kracht ervan.

Lisa Verbelen slaagt erin om me in ALL. mee te nemen in een steeds geraffineerdere compositie waarin taal muziek wordt. En waarin muziek taal wordt. Om me aan het eind van haar voorstelling als 'spoken word artist' ook nog eens te overdonderen met haar krachtige poëzie. 


* Omdat Verbelen in het decor geen achterdoek en geen zijwanden gebruikt, zal het scènebeeld in elke zaal anders zijn. In een zaal met een klein vloeroppervlak zal het kleine speelplatform waarschijnlijk een ander effect hebben dan hier in de enorme ruimte van de grote zaal van de Brakke Grond.
Ga voor de speellijst of en voor meer informatie naar: BOG. collectie of Het Zuidelijk Toneel

Recensie: De wereld volgens John van Het Nationale Theater / Eric de Vroedt

 

●●●○○

 

DE WERELD VOLGENS JOHN


HET NATIONALE THEATER / ERIC DE VROEDT

 

Door Piet van Kampen, gezien 13 mei 2019

In een radiostudio presenteert John Landschot (Bram Coopmans) zijn talkradioprogramma De wereld volgens John, als het koor in een Griekse tragedie levert de populistische John commentaar op het lokale Haagse nieuws. En het belangrijkste Haagse nieuws van de dag is dat over Jan K. uit de arbeiderswijk Duindorp.
 

Zoals in Eugene O’Neills The Hairy Ape (1922) - waarop de voorstelling losjes is gebaseerd - de stoere stoker Yank uit zijn evenwicht raakt als een mooie jonge vrouw van het eersteklasdek naar het benedendek komt, zo raakt Jan K. van slag als de jonge Gooise journaliste Kim (Whitney Sawyer) naar zijn Haagse arbeidersbuurt komt omdat ze van hem het verhaal over het vreugdevuur wil horen.

Schrijver Joeri Vos heeft het personage Jan K. met uiterste zorgvuldigheid geschetst, hij laat in zijn tekst de onmacht en de kwetsbaarheid van Jan K. steeds met kleine stapjes toenemen. Regisseur Eric de Vroedt heeft op zijn beurt de tijd genomen om ons zorgvuldig alle krenkingen en alle pech te laten zien die geleid hebben tot Jan K's dramatische besluit om zich in te laten sluiten in het apenverblijf van Blijdorp.

Behalve de drie volwaardige personages John Landschot, journaliste Kim en vooral Jan K. lopen er in De wereld volgens John ook minder zorgvuldig uitgewerkte personages rond. Het lijkt erop dat zowel Vos als De Vroedt na het met kleine penseeltjes tot in detail schilderen van de psychologische ontwikkeling van Jan K. in tijdnood zijn gekomen. En dat ze toen maar de grootste kwast en de dikste verfroller ter hand hebben genomen om die bijrollen er nog snel even bij te zetten.

Des te opmerkelijker is de enorme prestatie van Joris Smit, die de groeiende onmacht van Jan K. met een perfecte combinatie van stoerheid en kwetsbaarheid neerzet. Schrijf Joris Smit voor zijn rol in De wereld volgens John maar vast op voor het lijstje van de Louis d'Or.


Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Het Nationale Theater

Recensie: De Verschrikkelijke Wittgenstein van Bellevue Lunchtheater / Roeland Hofman

●●●○○

 

DE VERSCHRIKKELIJKE WITTGENSTEIN

 

BELLEVUE LUNCHTHEATER / ROELAND HOFMAN




Door Piet van Kampen, gezien 5 mei 2019 

'Je moet niet een geladen geweer op het podium neerzetten als dat niet in het laatste bedrijf afgaat’, schreef Tsjechov ooit in een brief aan een beginnende toneelschrijver.
 

Een salontafel met drie ranke goudkleurige pauwen als ondersteuning. Op een ander tafeltje een vaas met pauwenveren. De symboliek lijkt duidelijk: we kijken naar de weelderige salon van een rijke familie. De voorstelling begint: een witgehandschoende butler stoft met een plumeau de tafeltjes en de pauwenveren af. De uitdrukking 'De butler heeft het gedaan' schiet meteen door mijn hoofd; een ongeschreven wet die zegt dat in whodunits een respectabel iemand als een butler het juist nooit gedaan kan hebben. Is wat we gaan zien in De Verschrikkelijke Wittgenstein een whodunit?

De pianist Paul Wittgenstein verloor in de Eerste Wereldoorlog zijn rechterarm. Hij kwam gelukkig uit een rijke Weense familie en kon zich dus permitteren om Ravel en andere componisten pianostukken voor alleen de linkerhand te laten schrijven. Voordat de Tweede Wereldoorlog uitbrak, vluchtte de eenarmige pianist naar New York. Tot zover de feiten. Tekstschrijver (en regisseur) Roeland Hofman laat zijn fantasie de vrije loop over wat Paul Wittgenstein in 1951 meegemaakt zou kunnen hebben als 64-jarige pianoleraar van een 12-jarige tweeling uit een rijk Amerikaanse gezin.

Terwijl Wittgenstein de beleefde omgangsvormen uit zijn Weense jeugd nog steeds koestert, en zich ook nog steeds uitdrukt in nauwkeurig gecomponeerde volzinnen, slaan zijn verwende leerlingen Charlie en Matilda heel andere taal uit. In korte oneliners zetten de twee kinderen zich tegen Wittgenstein af. Om verlost te zijn van de vingeroefeningen die Wittgenstein hen opdraagt, smeedt de tweeling zelfs een plan om definitief van hun pianoleraar af te komen. De butler. Daar is hij weer. De butler biedt beide partijen een luisterend oor. En geraffineerde adviezen.

Als tekstschrijver zorgde Roeland Hofman met De Verschrikkelijke Wittgenstein voor een vernuftig opgebouwde en verrassende komedie. Met een verhaal waarin op egoïsme gebaseerde motieven (van de tweeling) en verheven waarden (van de pianoleraar) met elkaar conflicteren. Terwijl bij het acteren van Martijn Nieuwerf (als Paul Wittgenstein) en Tobias Nierop (als butler Stiglitz) het komische vooral zit in onderkoeld spel, laat Roeland Hofland, als regisseur, Isabelle Houdtzagers en Billy de Walle (de tweeling Matilda en Charlie) als contrast juist karikaturen van hun personages maken.

Dat laatste leidt ertoe dat wat Houdtzagers en De Walle na hun eerste scène laten zien nogal voorspelbaar is geworden. Jammer. Desondanks is De Verschrikkelijke Wittgenstein een onderhoudende en komische voorstelling. Wat - behalve aan de goede tekst - vooral te danken is aan Tobias Nierop en Martijn Nieuwerf. De eerste valt (als in eerste instantie alleen maar luisterende butler) meteen al op door zijn subtiele stille spel. En niet veel later laat ook Martijn Nieuwerf zien wat goed komediespelen inhoudt, dat het een vak is waarbij subtiliteit en een perfecte timing essentieel zijn.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Bellevue Lunchtheater

Recensie: The Way She Dies van tg STAN & Teatro Nacional D. Maria II / Tiago Rodrigues

●●●●○

 

THE WAY SHE DIES

 

TG STAN & TEATRO NACIONAL D. MARIA II / TIAGO RODRIGUES




Door Piet van Kampen, gezien 27 maart 2019, geplaatst 17 april 2019 

Een station in Rusland, 1877. Anna Karenina, echtgenote van Karenin, minnares van Vronski, werpt zich voor een aanstormende trein.

Een station in Vlaanderen, 2017. Op het station van Mechelen neemt een getrouwde vrouw afscheid van haar Portugese minnaar. Zij neemt de trein naar Antwerpen, hij die naar Brussel.

Tolstoj's Anna Karenina, in de Franse vertaling, speelt een belangrijke rol in The Way She Dies. De voorstelling laat zien hoe Tolstoi's klassieker het leven beïnvloedt van twee echtparen: het ene in het Lissabon ten tijde van Salazar, het andere in het Antwerpen van nu.

Lissabon 1967. Een vrouw (Isabel Abreu) leest de Franse vertaling van Anna Karenina omdat ze haar Frans wil verbeteren. Want ze heeft een Belgische minnaar (Frank Vercruyssen) en wil naar hem toe. Haar man (Pedro Gil) die als militair in Angola was, vindt het onzin, haar Frans is al goed genoeg, en hij verbiedt haar naar België te gaan. In het Portugal van toen had een vrouw toestemming nodig van haar echtgenoot om naar het buitenland te reizen.

Antwerpen, 2017. Een man (Frank Vercruyssen) is verdiept in de Franse vertaling van Anna Karenina, een erfstuk van zijn overleden moeder. Uit de onderstrepingen in die roman probeert hij zijn moeder postuum beter te begrijpen. Maar hij gebruikt het lezen van Tolstoj's roman ook om zijn emoties uit te stellen, om niet te hoeven reageren op zijn vrouw (Jolente De Keersmaeker) die hem duidelijk probeert te maken dat ze een minnaar heeft. Pas als hij het boek uit heeft, zal hij haar 'we moeten praten' niet meer negeren.

The Way She Dies vertelt drie keer de hoofdlijn van Tolstoj's Anna Karenina. In drie tijden. Op een groot speelvlak met nauwelijks rekwisieten laten vier acteurs de ingenieuze tekst van Rodrigues horen: fragmenten uit de roman van eind negentiende eeuw in het Frans, scènes in het Lissabon tijdens de dictatuur in het Portugees, en die in het Antwerpen van nu in het Nederlands. Bij de dialogen tussen de Portugese vrouw en haar Belgische minnaar, en tussen de Vlaamse vrouw en haar Portugese minnaar, bedienen de acteurs zich van het Frans.

Met The Way She Dies onderzoekt Tiago Rodrigues wat er gebeurt als je Anna Karenina omzet naar een ander land, naar een andere tijd, naar een andere cultuur. Om tenslotte kort in te gaan op de verschillen in de vertalingen (in het Frans, Portugees en Nederlands). Zonder verandering van stem wisselen de twee Portugese en de twee Vlaamse acteurs regelmatig van rol en van taal. Desondanks is The Way She Dies een heel transparante voorstelling. Met een tekst om van te smullen.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: tg STAN

Recensie: Black/ The Sorrows of Belgium 1: Congo van NTGent / Luk Perceval

●●●●○

 

BLACK/ THE SORROWS OF BELGIUM 1: CONGO

 

NTGENT / LUK PERCEVAL




Door Piet van Kampen, gezien 9 april 2019 

Voor een immense landkaart van Equatoriaal Afrika van eind negentiende eeuw staat een biljart. Met daarboven een overkapping. Tijdens de moesson schuilen de personages onder die overkapping voor de regen. Over het hele podium hangen dikke touwen als lianen naar beneden. Rechts zit muzikant Sam Gysel. Met percussie en op gitaar zorgt hij voor muziek. Soms zacht en ingehouden als achtergrond bij het spel van de acteurs, dan weer voluit om een aspect van het verhaal met muziek te accentueren.

Rode draad in de voorstelling is het dagboek van de Afro-Amerikaanse presbyteriaanse missionaris William Henry Sheppard,* die vanaf 1890 een reis van twintig jaar maakte door Congo-Vrijstaat. Als een van de eersten rapporteert Sheppard in die notities over de wreedheden van de Force Publique.**

Black is geen geschiedenisles over Congo. De voorstelling vertelt niet één doorlopend verhaal, maar is een collage van, soms onafgemaakte, fragmenten. Daarbij wordt vooral gericht gezocht naar wat het publiek raakt. Niet in alle, maar wel in veel scènes, gaat het erom de (witte) toeschouwers uit te dagen om te onderzoeken of ze bij zichzelf nog restanten van koloniaal denken kunnen ontdekken.

De voorstelling opent met de bluestraditional You Gotta Move, met de hele cast (vier zwarte en vier witte acteurs) dansend en zingend. Redelijk onschuldig nog als we als publiek hierbij zouden denken dat de zwarte acteurs soepelere dansers zijn dan de witte. Pijnlijker wordt het als
acteur Frank Focketyn ons er verderop in de voortteling op wijst hoe kritiekloos we waarschijnlijk even daarvoor hebben zitten luisteren naar hoe de acht acteurs Johnny Wakkelins foute jaren '70-hitje In Zaire ten gehore brachten.

Niet allen bij de gezongen, ook bij de door de acteurs gespeelde scènes, en bij de monologen, speelt Black in op wat we voelen. Meestal door ons te verleiden mee te gaan in wat in eerste instantie vrij onschuldig lijkt, hooguit maar een heel klein beetje fout is. Zoals de scène waarin Peter Seynaeve, als de witte missionaris Samuel Lapsley, na een grappig begin, uiteindelijk in een plat Vlaams dialect 'de zwartjes' vernedert. 'Ze kunnen niets!', schreeuwt de schuimbekkende missionaris tegen de zaal, en vraagt ons vervolgens die leuze te herhalen. Wat we gelukkig niet doen. Maar het bezorgt ons ondertussen wel een onprettig gevoel.***

Gaandeweg de voorstelling komt het personage van William Sheppard, gespeeld door Nganji Mutiri en Yolanda Mpelé, centraler te staan. Met onder andere een prachtige poëtische monoloog van Mutiri die begint met het omkeren van Sartre's L'enfer, c'est les autres: 'De hel zijn niet de anderen, de hel is wat anderen doormaken'. Een speech die culmineert in een pleidooi voor radicale gelijkheid en meervoudige identiteit.

Aan het slot van de voorstelling richten de acteurs zich, met de zaallichten aan, rechtstreeks tot het publiek. 'Ziet ge mij echt voor wie ik ben?', vraagt de Belgisch - Malinese actrice Aminata Demba.
 

Regisseur Perceval laat ons met deze eerste van zijn trilogie over het verdriet van België de schaduwkant voelen van wat in de koloniale tijd 'het brengen van de beschaving' werd genoemd. De acht acteurs slagen er in Black/ The Sorrows of Belgium 1: Congo in om ons te raken, om de toeschouwers zich af te laten vragen wat er eventueel nog aan racistische restjes onder onze (met begrippen als diversiteit doorspekte) opvattingen schuil zou kunnen gaan. 

*In Nederland is een missionaris een katholieke geestelijke die eropuit trekt om mensen te bekeren. Een protestantse geestelijke met bekeringsdrift wordt een zendeling genoemd. In andere landen wordt dat onderscheid niet gemaakt.
**Van 1885 tot 1908 is Congo onder de naam Congo-Vrijstaat een privéonderneming van Leopold II. Daarna, van 1908 tot de onafhankelijkheid in 1960, een Belgische kolonie. De Force Publique is in Congo-Vrijstaat het door Belgen opgeleide en geleide koloniale leger.
**Zoals regisseur Luk Perceval dat eerder deed in zijn regie van Platonov, laat hij de acteurs ook nu in Black voor een deel in hun eigen dialect spreken. Maar er is boventiteling, zowel in het Nederlands als in het Engels.
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: NTGent

Recensie: Dood in Venetië van ITA & KCO / Ivo Van Hove

●●●○○

 

DOOD IN VENETIË

 

ITA & KCO / IVO VAN HOVE




Door Piet van Kampen, gezien 8 april 2019 

'Mit Erstaunen bemerkte Aschenbach, dass der Knabe vollkommen Schön war.'

Terwijl het Koninklijk Concertgebouworkest onder leiding van David Robertson Weberns Fünf Sätze ten gehore brengt, zien we hoe Thomas Mann (Steven Van Watermeulen) in zijn werkkamer zijn bril poetst. Even later schrijft Mann de eerste woorden van wat zijn novelle Der Tod in Venedig (1912) zal worden.

We blijven in deze toneelbewerking niet lang dralen in München. Al snel zet veerman Charon (Aus Greidanus jr.) Aschenbach – schrijver en alterego van Thomas Mann - van München over naar Venetië. Daar neemt Aschenbach (Ramsey Nasr) zijn intrek in het Grand Hotel Des Bains op het Lido. Terwijl Aschenbach tijdens het diner voor het eerst zijn oog laat vallen op de veertienjarige beeldschone Tadzio, zingt countertenor Yuriy Mynenko het door Nico Muhly bewerkte Pur ti miro pur ti godo van Monteverdi. Versterkt helaas, waardoor het geluid wat blikkerig wordt.

Ramsey Nasr, die de tekst voor deze theaterbewerking schreef, heeft flink aan de novelle van Thomas Mann gesleuteld. Zijn opvallendste ingreep: het toevoegen van twee personages, die van de schrijver zelf en die van zijn vrouw Katja. Het voordeel van die ingreep is dat de dialogen tussen enerzijds Mann en zijn romanpersonage Aschenbach, en anderzijds tussen Mann en zijn echtgenote, kunnen zorgen voor de bij een theaterbewerking noodzakelijke spanning.

Die beoogde spanning komt pas echt tot zijn recht op zo'n twee derde van de voorstelling als Katja (Marieke Heebink) zonder Mann's toestemming het manuscript van Der Tod in Venedig leest. En dan ziet wat haar echtgenoot van plan is in literaire vorm te onthullen: niet alleen zijn homo-erotische verlangens, ook zijn lustgevoelens voor een jongen tijdens hun vakantie in Venetië. Katja: 'Tien Tommie, tien!' Mann: 'Ik maak hem wel ouder, dertien, vijftien.' Even later: 'Je denkt nog veel aan hem hè.' Mann: 'Aan wie? Aan hem?' Katja: 'Laat maar.' 


Het KCO zorgt voor prachtige muziek (van onder meer Schönberg, Webern en Richard Strauss). Maar theatraal is het eerste uur, hoe mooi ook om te zien, vrij vlak. Als de figuranten ruim de tijd nemen om de tafels te dekken, gaan mijn verlangens, hoezeer ik ze ook probeer te onderdrukken, uit naar de dansers van Peeping Tom. En als ze stoeien met Tadzio, droom ik ervan hoe de dansers van Les Ballet C de la B dat zouden doen. Sorry dat ik me zo door mijn verlangens laat meevoeren. Maar wat de zes figuranten in Dood in Venetië laten zien, is wat choreografie betreft gewoon erg matig.

'Fragole, fragole' roept een verkoper op het strand van het Lido. Aschenbach bestelt er 'uno', neemt er 'due', en eet ze vervolgens op. Het zal zijn dood worden. De aardbeien zijn besmet met de cholerabacterie. 


Hoewel de spanning van de dialogen en de droombeelden in de laatste drie kwartier wel wat goed maken, is Ivo Van Hove er - ondanks de unieke samenwerking tussen Internationaal Theater Amsterdam en het Koninklijk Concertgebouworkest - niet in geslaagd de hooggespannen verwachtingen waar te maken. Uiteindelijk is zijn Dood in Venetië wel gewoon goed, maar niet uitzonderlijk goed muziektheater geworden.


Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: ITA

Recensie: In wankel evenwicht van Toneelschuur Producties i.s.m. ITA 2 / Maren E Bjørseth

●●●○○

 

IN WANKEL EVENWICHT

 

TONEELSCHUUR PRODUCTIES I.S.M. ITA 2 / MAREN E BJORSETH




Door Piet van Kampen, gezien 30 maart 2019 

Het wankele evenwicht van het huwelijk van Agnes en Tobias, een echtpaar van middelbare leeftijd, wordt op de proef gesteld als Harry, al veertig jaar de beste vriend van Tobias, en zijn vrouw Edna voor de deur staan. Ze zijn hun eigen huis ontvlucht vanwege een niet nader omschreven grote angst. Even later meldt dochter Julia zich nadat haar vierde huwelijk op de klippen is gelopen. Claire, de alcoholische zus van Agnes, die al langer bij hen woont, completeert het kwartet 'vluchtelingen' dat van vrijdagavond tot zondagochtend in het huis van Agnes en Tobias onderdak vindt.

Met A Delicate Balance uit 1966 won Edward Albee zijn eerste Pulizer Prize for Drama. Net als in Who is afraid for Virginia Woolf onderzoekt Albee ook in In wankel evenwicht de grenzen van een relatie en van de liefde die daaronder zit, of er ooit onder heeft gezeten. In dit geval hoe Agnes en Tobias er in één weekend mee worden geconfronteerd dat het vermijden van het maken van keuzes, waarop hun huwelijk al sinds de vroege dood van hun zoon is gebaseerd, niet meer werkt.

Rondom het huis een 'gazon' van houtsnippers. De woonkamer waar alle teksten van het stuk worden gezegd, is sober ingericht. Er staat niet meer dan nodig is. Daarboven de volledig open en volledig lege slaapkamer waar dochter Julia na elk mislukt huwelijk weer enige tijd haar toevlucht zocht. Een slaapkamer met een ondergrond die bij elke stap die de onverwachte logés Harry en Edna er zetten zo'n enorm geluid maakt dat de personages daaronder even hun adem inhouden. Meer moet dat niet zijn! De scenografie (van Juul Dekker) is functioneel en glashelder.

Dat geldt ook voor de regie van Maren Bjørseth. Geen zendmicrofoons, geen live video. Geen andere technisch snufjes alleen maar omdat het kan. Gewoon 'good old acting': functioneel en glashelder. Waarbij Bjørseth erin slaagt om ook in de manier waarop ze de spelers laat acteren de 'delicate balance' te vinden. Malou Gorter speelt een Agnes die terwijl ze zoveel mogelijk controle probeert te houden toch heel subtiel twijfel laat doorschemeren. Aan het spel van Hajo Bruins als Tobias, de schipperende echtgenoot die zijn emoties verbergt, kun je zien dat die emoties vroeg of laat toch zullen moeten komen.

Bij het, wat betreft het vinden van de balans, lastigste personage, de alcoholische zus Claire, laat Bjørseth Janneke Remmers tot de grens van overacting gaan. Waarmee ze Remmers de kans geeft een onvergetelijke versie van Claire neer te zetten, een personage dat met haar vileine vragen en opmerkingen de dilemma's van Agnes en Tobias steeds op scherp zet.

Terwijl dertiger Thomas Cammaert door een stramme lichaamshouding en door het staccato uitspreken van zijn teksten er wel in slaagt om Harry, zijn veel ouder personage, neer te zetten, heeft twintiger Emma Joosten daar als Edna veel moeite mee. Maar dat kun je iemand die nog op de toneelschool zit niet kwalijk nemen. Hetzelfde geldt voor Carina de Vroome, te jong nog en te onervaren om al geloofwaardig een vrouw te spelen die vier huwelijken achter de rug heeft. 

Maren E Bjørseth bevestigt
met In wankel evenwicht dat ze het vak beheerst. Ook met deze regie laat ze weer zien dat ze bij een tragikomedie precies weet waar de grenzen liggen om zo'n stuk op een sprankelende manier op de planken te brengen. Is Bjørseth toe aan de grote zaal? Ik denk het wel.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Toneelschuur Producties of ITA

Recensie: Who's afraid of Virginia Woolf? van de KOE

●●●●○

 

WHO'S AFRAID OF VIRGINIA WOOLF?

 

DE KOE




Door Piet van Kampen, gezien 15 februari 2019 

Het Antwerpse de KOE bestaat dertig jaar. Mede om dat te vieren hernemen ze na veertien jaar hun succesvolle Who’s afraid of Virginia Woolf? Net als in 2005 kruipen Natalie Broods en Peter Van den Eede in de rol van Martha en George, een echtpaar van rond de vijftig met een vastgelopen huwelijk. Michael Vergauwen en Tanya Zabarylo zijn in deze herneming hun gasten.

De scenografie (van Hanneke van de Kerkhof) is om van te smullen. Van de Kerkhof koos voor een living met een tapijt van tijdschriften en als centraal attribuut een tafel met heel veel glazen. Op de achtergrond een tv met Amerikaanse programma's als de Oprah Winfrey Show, en, vlak voor het einde, fragmenten uit de filmversie van Who’s afraid of Virginia Woolf? uit 1966.

In Edward Albee's Who’s afraid of Virginia Woolf? (1962) heeft Martha, zonder overleg met haar echtgenoot George, na een feestje van de universiteit het twintig jaar jongere stel Nick en Honey uitgenodigd voor een afterparty. Als die twee zich om twee uur 's nachts hebben gemeld, worden ze, rijkelijk voorzien van alcohol, betrokken in het spel van beledigingen en illusies waarmee George en Martha aan de sleur van hun vastgelopen huwelijk proberen te ontsnappen.

In elke Who’s afraid of Virginia Woolf? die ik heb gezien, is er wel iets waar ik extra van onder de indruk ben. De ene keer is dat het venijn van Martha of het sarcasme van George, een andere keer de manier waarop de timide Honey zich staande houdt. In de versie van de KOE heb ik het meest genoten van de scènes met George en Nick.

Nog nooit eerder zag ik het stuk met een George die het gevecht met Martha met zo'n geïroniseerd sarcasme aanging. Met een George die het vernederen van Nick en Honey op zo'n subtiele manier fysiek versterkte. Nog nooit ook met een George die, door steeds te reageren op de zaal, het publiek zo voor zijn karretje wist te spannen.

Ik schaam me er wel een beetje voor, maar ik betrapte mezelf erop dat ik steeds weer hard moest lachen als Peter Van den Eede (George) de toch al onzeker gemaakte Nick nog meer vernedert door Michael Vergauwen met zes glazen in zijn armen te dwingen om te gaan zitten, en dan vrijwel meteen daarna om weer op te staan.

Heel knap ook hoe Michael Vergauwen ook met zijn lichaamstaal zijn personage Nick laat evolueren. Van volledig door zijn gastheer en gastvrouw overrompeld tot iemand die zich daar steeds meer tegen verzet. En die tenslotte het spel van Martha en George doorziet.

In hun Who’s afraid of Virginia Woolf? laten alle vier acteurs van de KOE zien dat ze ware meesters zijn in het verbeelden van 'de ondraaglijke lichtheid van het bestaan' in Albee's klassieker. Wat een heerlijke voorstelling!

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: de KOE

Recensie: Best of Fringe Tour 2019, Körper van NEON & Song of the Sisters van King Sisters

●●●●○

●●●○○

 

BEST OF FRINGE TOUR 2019

 

KÖRPER VAN NEON & SONG OF THE SISTERS VAN KING SISTERS




Door Piet van Kampen, gezien 11 februari 2019 

Best of Fringe Tour 2019 is een tournee met twee van de drie prijswinnaars van het Amsterdam Fringe Festival van vorig jaar, met in de pauze een kort optreden van Rikkert van Huisstede.

Voor de pauze het fascinerende Körper van NEON, een strakkere versie van Körper Körper waarmee de Deense Nanna Hanfgarn Jensen en de Duitser Leon Emil Franzke in 2017 afstudeerden aan de dansacademie van ArtEZ in Arnhem.

Nadat
Franzke en Hanfgarn Jensen eerst als Adam en Eva in voortdurend contact met elkaar zijn gebleven, maken de twee dansers zich van elkaar los en versnellen ze hun bewegingen. Allebei trekken ze mannenkleding aan. Pakken, en een stropdas. En identieke laarsjes, met hakken. Die hakken gebruiken ze - als in een tapdans - om het ritme aan te geven van een duet waarbij ze elkaar eerst enige tijd volgen, maar daarna, in een steeds hoger ritme, gaan beconcurreren. Een uitputtingsslag waarbij ze uiteindelijk allebei slachtoffer worden.

Maar ach, dat narratief doet er eigenlijk niet zoveel toe. Want wat Körper vooral zo fascinerend maakt, is dat Hanfgarn Jensen en Franzke, hoewel ze het uiterste van hun krachten vergen, alles met zo'n perfecte lichaamsbeheersing doen en met zo'n verfijnde afstemming op elkaar, dat ze het publiek van het begin tot het eind ademloos weten te boeien.

In de prijswinnende voorstelling van na de pauze, Song of the Sisters van King Sisters, onderzoeken de zussen Joske, Annelie en Marthe Koning wat hen met elkaar verbindt, en waarin ze van elkaar verschillen.

Zowel in de gespeelde als in de gezongen scènes zien we en horen we hoe de drie zussen manoeuvreren tussen symbiose en autonomie. Waarbij zowel de rangorde - oudste, middelste, jongste - als de competentie een rol speelt. Zo trekt bij de gezongen scènes Annelie, hoewel ze de middelste is, vanwege haar conservatoriumopleiding toch de leiding naar zich toe. Terwijl bij de verkleedkist de andere twee hun oudere zus Joske, vooruitlopend op haar studie aan de Toneelacademie Maastricht, als autoriteit accepteren.

Wie vrouw is en een of meer zussen heeft, zal in Song of the Sisters ook in de gespeelde scènes heel veel herkennen. Voor de anderen zijn er in ieder geval de gezongen scènes om van te genieten. Want de zes verschillende manieren waarop de drie All of me (van Gerald Marks en Seymour Simons) zingen, en het prachtig uitgevoerde meerstemmige Dona nobis pacem aan het slot zijn de hoogtepunten in deze heel charmante voorstelling.

Met het herkenbare en muzikaal sterke Song of the Sisters van King Sisters na de pauze en de fascinerende dansvoorstelling Körper van NEON ervoor is
Best of Fringe Tour 2019 absoluut de moeite waard.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Amsterdam Fringe Festival