Recensie: De Terugkeer-Turk van Lizzy Timmers Groep

●●●○○

 

DE TERUGKEER-TURK

 

LIZZY TIMMERS GROEP



Door RiRo, gezien 15 januari 2017


Als voorbereiding op de voorstelling De Terugkeer-Turk spraken theatermaker en regisseur Lizzy Timmers en actrice Yonina Spijker met Turkse Nederlanders die van plan zijn te verhuizen of al verhuisd zijn naar Turkije. Jaarlijks emigreren drieduizend in Nederland geboren Turkse Nederlands naar het land van hun ouders of grootouders. Naar het land dat ze alleen kennen van vakanties. In De Terugkeer-Turk speelt Yonina Spijker alle personages. Ata Güner en Floris van Bergeijk zorgen voor de live muziek.

Als de voorstelling begint, is sociologe Maaike in gesprek met haar (voormalige) partner. Ze bespreekt het verschil in verwachtingen tijdens hun relatie. Dan richt ze zich tot ons in de zaal. Eerst met cijfers, en met de mogelijke redenen voor de remigratie van Nederlanders met Turkse roots. Maar daarna vooral over de verwarring van de linkse Nederlander. 'Nu zie ik pas echt de hoofddoek! Vroeger keek ik ernaar als naar een jas. Iets dat je ook weer uit kon trekken.'

Slim om te beginnen met de zich kwetsbaar opstellende Nederlandse Maaike. Om daarmee te legitimeren dat een Nederlandse actrice Turkse Nederlanders gaat verbeelden. Als Maaike vertelt Spijker over een bezoek aan Atila “Turk zijn hoort bij mijn identiteit, ik wil helemaal niet kiezen, maar dat kan niet meer”.

Hierna volgt een wat abrupte overgang naar de Marokkaanse jongen Rachid. Een Marokkaanse jongen? Wat heeft dat met terugkerende Turken te maken? Waarschijnlijk is deze scène bedoeld om te laten zien dat ook andere Nederlanders met roots in Verweggistan te maken hebben met geïnstitutionaliseerd racisme.

Vervolgens is Spijker een filmmaakster met een hoofddoek die allerlei plannen indient voor haar afstudeerproject. Maar de reactie is: 'Kun je niet wat met je afkomst doen?' Vooral deze scène blijkt voor de Turkse Nederlanders die ik na afloop spreek heel herkenbaar.

Een skypegesprek met Deniz die naar Turkije was geëmigreerd maar nu weer in Nederland woont, een heen-en-weer-Turk dus. Die blijkt een positieve kijk te hebben op recente beeldvormende incidenten: “ Driehonderd Turkse Nederlanders op een brug in Rotterdam, driehonderd boze witte Nederlanders in Geldermalsen. Dat zijn er dus maar zeshonderd!”

Na een vrouw die een jaar geleden naar Turkije is verhuisd en het daar naar haar zin heeft, vooral als ze verwend wordt bij de kapper, eindigt Spijker met het personage waarmee ze begon, met Maaike, de sociologe. Met het symbool van de linkse Nederlander die zich geen raad weet met de hoofddoeken.

Er is op De Terugkeer-Turk wel wat kritiek mogelijk. De Marokkaanse Rachid bijvoorbeeld is een beetje een vreemde eend in de bijt, ook inhoudelijk is dat niet de sterkste scène. En wat moeten niet Turks sprekende toeschouwers - en die zullen ook na de première waarschijnlijk de meerderheid vormen - met een door Ata Güner in het Turks gezongen tekst zonder boventiteling?

Toch is De Terugkeer-Turk een voorstelling die de moeite waard is. Want met de personages die Yonina Spijker ons laat zien, komen op een integere maar toch luchtige manier thema's als dubbele loyaliteit van Turkse Nederlanders, verwachtingen van linkse Nederlanders, en geïnstitutionaliseerd racisme aan de orde. De Terugkeer-Turk is daarmee een voorstelling die uitnodigt tot napraten. En dat gebeurt dan ook uitgebreid.
 
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Lizzy Timmers Groep

Recensie: Sontag van Frascati Producties/Naomi Velissariou

●●○○○  


SONTAG


FRASCATI PRODUCTIES / NAOMIE VELISSARIOU



Door RiRo, gezien 7 januari 2017

Met Sontag maakt Naomi Velissariou (1984) een wel erg impliciete voorstelling over Susan Sontag (1933-2004). En dat in een juist heel realistisch decor: een kamer met een vloer van visgraatparket, een grote volledig met boeken gevulde boekenkast, een lichtgekleurde bank, een schemerlamp. Als we de zaal in komen, zit Ingrid Wender, die Susan Sontag speelt, al midden in die, door een zwart kader omhulde, kamer in een relaxfauteuil. Ze leest het tweede deel van de dagboeken van André Gide.

Hoewel Susan Sontag ooit in een interview heeft verklaard dat ze haar verhaal weigert in oneliners te verpakken, 'I don't have soundbites', lijkt het wel of Rik van den Bos bij het schrijven van zijn tekst steeds de mogelijkheden heeft gezocht om het personage Sontag juist wel oneliners in de mond te leggen. Meteen al in de tweede scène, het is dan in de kamer van Susan Sontag half drie 's nachts, zegt ze tegen een bevriende recensent: 'Theater is niet gemaakt om te raken. Dat is de taak van de oorlog'. En later komen er soundbites als 'Betekenis vind ik interessanter dan de waarheid'.

'Je hebt een zendmicrofoon', wil ik al bijna gaan roepen tegen Ward Kerremans die de recensent speelt, 'je hoeft dus niet zo te schreeuwen.' Gelukkig doe ik dat niet, want in de loop van de voorstelling blijkt dat stijlmiddel vaker te worden ingezet. Het waarom blijft mij onduidelijk. Ook Tim Schmidt, die de zoon van Sontag speelt, gaat, ondanks de zendmicrofoon, met enige regelmaat in de schreeuwmodus.

Ik heb in mijn boekenkast maar één titel van Susan Sontag staan, en ik weet heel weinig over haar leven. Dat is een behoorlijke handicap bij deze voorstelling. Om te beginnen heeft zowel de recensent als de zoon in Sontag geen naam. Omdat Susan Sontag maar één zoon heeft, kan het niet anders dan om David Rieff gaan. Dat weet ik dan nog net wel. 

Maar omdat er verder alleen maar heel impliciet aan werk en leven van Susan Sontag wordt gerefereerd, tast ik vaak in het duister. Wie de bezoekende recensent is? Geen idee. Over welke verbroken relatie van Susan Sontag het in de volgende scènes gaat? Ook geen idee. Waarom Susan Sontag voortdurend op boze toon spreekt?

Naomi Velissariou speelt zelf ook een rol in haar voorstelling. Als er een feest is waar Susan Sontag wel wordt verwacht, maar niet verschijnt, komt Velissariou in feestkleding en door stroboscopisch licht beschenen te voorschijn met een handmicrofoon. Ze zingzegt haar tekst, stapt halverwege uit het zwarte kader, keert daar niet in terug, maar gaat om het kader heen weer terug de coulissen in.

Hebben Velissariou (concept en regie) en tekstschrijver Van den Bos bewust gekozen voor een zo impliciet mogelijke vertelling? Wordt er bewust houterig geacteerd en bewust hard geschreeuwd? Ik kan hier weinig mee. Sontag van Frascati Producties/Naomi Velissariouis is een voorstelling waar ik (mogelijk door mijn geringe kennis over leven en werk van Susan Sontag) geen raad mee weet.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Frascati Producties

Recensie: De Vader van Senf Theaterpartners & Kik Productions / Gijs de Lange

●●●●○

 

DE VADER

 

SENF THEATERPARTNERS & KIK PRODUCTIONS / GIJS DE LANGE  




Door RiRo, gezien 20 december 2016  


Florian Zeller (1979), schrijver. Hans Croiset (1935), acteur. De Franse auteur Zeller schreef met Le Père een ingenieus toneelstuk waarin het publiek een verhaal ziet door de ogen van een man met Alzheimer. Croiset, die het bij het applaus te kwaad kreeg, speelt zijn rol, de demente André, fenomenaal goed. 

Florian Zeller heeft zijn toneelstuk zo gecomponeerd dat je als toeschouwer als het ware in het hoofd van de demente André meekijkt naar wat er met hem gebeurt. En daarom vaak dezelfde verwarring voelt als hij. Ook wij weten niet of dochter Anne gescheiden is en bij haar nieuwe vriend in Londen gaat wonen. Of getrouwd is en in Parijs woont. Ook wij weten niet of het appartement op het podium dat van de vader zelf is. Of dat van zijn dochter. Ook wij weten (tot aan de tiende scène) niet waarom de andere dochter, Elise, nooit op bezoek komt. 

Eén van de middelen die Zeller hanteert om zijn doel te bereiken, om ons dus de verwarring van iemand met Alzheimer te laten voelen, is door op onverwachte momenten een andere acteur een personage te laten spelen dat we al denken te herkennen.

De Vader bestaat uit vijftien scènes. In de eerste zien we een ruim gemeubileerd appartement: een bank, een fauteuil, een salontafel, een wandkast, bijzettafeltjes, een eettafel met bijbehorende stoelen. Na elke scène gaat aan de zijlijnen van de set witte verlichting aan. De set zelf is dan even donker. Scène na scène neemt het aantal meubels af. En wordt de wandkast leger. 
 
1.Vader heeft al drie verzorgsters versleten. De laatste heeft hij bedreigd met een gordijnroe. Daarvan herinnert hij zich niks. Hij vindt sowieso dat er niks met hem aan de hand is. Dochter Anne (Johanna ter Steege) zegt dat ze iemand heeft ontmoet en daarom zal verhuizen naar Londen. 2. Anne woont met haar partner Pierre (Wim Bouwens) in Parijs. Vader herkent zijn dochter Anne (Rian Gerritsen) niet. Even later: 'Dit is toch wel mijn huis? Anne! Dit is toch wel mijn huis?' 3. De nieuwe verzorgster Laura (Emma Linssen) komt kennismaken. 4. Anne droomt dat ze haar vader wurgt. 5. De vader herkent Pierre niet. Wij ook niet. Want Wim Bouwens speelde toch Pierre? 6. Anne wil dat vader bij haar komt inwonen. 7. Pierre wordt kwaad. 8. Pierre vindt dat Anne's vader opgenomen moet worden. 9. Anne en Pierre hebben even tijd voor elkaar. 10. Pierre (Christo Van Klaveren) bedreigt zijn schoonvader. 11. Vader staat angstig tegen de kast terwijl Pierre (Wim Bouwens) toekijkt 12. Anne en Pierre hebben even tijd voor elkaar. 13. Vader is bang voor verzorgster Laura (Rian Gerritsen). 14. Vader en Anne huilen samen. 15. Hans Croiset zit op een verder leeg podium op een bed: 'Wie bent u?' Rian Gerritsen: 'Ik ben de verpleegster, ik ben Martine'. Hans Croiset: 'En wie is dat?' Rian Gerritsen: 'Olivier'. Hans Croiset: 'En ik? Wie ben ik?' Rian Gerritsen: 'André'. Hans Croiset: 'Weet u dat zeker?'
 
Regisseur Gijs de Lange heeft ervoor gekozen om met zijn regie en met het decor (van Jos Groenier) alle ruimte te laten aan de ingenieuze tekst van Florian Zeller (in de vertaling van Jolijn Tevel) en aan de uitstekend spelende Hans Croiset. Een terechte keuze. De Vader is daarmee ook in de Nederlandse versie een memorabele voorstelling geworden. Een voorstelling die het voor een deel moet hebben van herkenbare situaties. Maar zeker niet alleen daarvan. Want de 'truc' van Zeller om het publiek in het hoofd van de demente vader te laten kruipen en te laten voelen wat hij voelt, werkt. 
 
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Senf Theaterpartners

Recensie: De Meiden van Toneelgroep Amsterdam / Katie Mitchell

●●○○○  


DE MEIDEN

 

TONEELGROEP AMSTERDAM / KATIE MITCHELL




Door RiRo, gezien 11 december 2016

In De Meiden van Jean Genet uit 1947 hebben de Poolse zussen Claire en Solange, die als dienstmeid bij een rijke mevrouw werken, een 'ceremonie'. Elke keer als mevrouw uit is, trekt Claire, gespeeld door Marieke Heebink, een van de mooie jurken van mevrouw aan en doet een van haar pruiken op. Ze dwingt haar zus Solange (Chris Nietvelt) haar kleren aan te doen. 

In 'de ceremonie' is Claire dus de mevrouw die Claire (gespeeld door haar zus Solange) commandeert en schoffeert. Solange zou die rollen wel eens willen omdraaien, maar dat staat Claire niet toe. De twee zussen gebruiken het vaste ritueel van hun ceremonie om met de macht van de verbeelding hun uitzichtloze situatie wat draaglijker te maken. En om moed te verzamelen voor wat ze uiteindelijk van plan zijn.

Want het spel van 'de ceremonie' is voor de twee zussen ook een voorbereiding om zich definitief te bevrijden. Eerst zorgen ze er met vervalste brieven voor dat meneer achter de tralies komt. Dan wordt het tijd voor hun finale daad: zich met tien tabletten Amytal in een kopje kamillethee van hun meesteres ontdoen. Maar juist op de avond waarop ze dat plan willen uitvoeren, komt meneer vrij, en staat het hoofd van mevrouw meer naar champagne dan naar kamillethee.

Als mevrouw, in haar allermooiste glitterjurk, de stad in is om het vrijkomen van meneer te vieren, rest de zussen niets anders dan terug te vallen op hun 'ceremonie'. Deze keer dwingt Claire, die de mevrouw speelt, haar zus om haar het kopje kamillethee te serveren. Zo bevrijdt Claire zichzelf dan toch nog op een andere manier dan de zussen zich hadden voorgenomen uit een leven van onderdanigheid en afgeblaft worden.

Tot zover over de inhoud van het toneelstuk van Genet. Nu wordt het tijd om wat vragen te stellen bij de manier waarop gastregisseur Katie Mitchell dat bij Toneelgroep Amsterdam op de planken brengt. Ze doet dat in een scenografie (van Chloe Lamford) die honderd procent realistisch is. Voor Nederlandse (en Vlaamse) begrippen is dat vrij ongebruikelijk. 

Want in Nederland en Vlaanderen wordt meestal gekozen voor óf een geabstraheerd decor, zoals bij Toneelgroep Amsterdam Jan Versweyveld eigenlijk altijd doet. Óf voor hyperrealisme. Zo'n 'gewoon' realistisch decor met slaapkamer en kledingkast komt daarom ontzettend oubollig over. Ook het omkleden, belangrijk in dit stuk, gebeurt realistisch en uitvoerig. Dat is is dus elke keer een behoorlijk tijdrovend gedoe.

De twee actrices die de meiden spelen, spreken meestal Nederlands, soms Pools. Als ze Nederlands spreken zijn er Poolse boventitels, als ze Pools spreken Nederlandse. Toegevoegde waarde? Een poging om duidelijk te maken dat het bij de meiden om arbeidsimmigranten gaat? Overbodig wat mij betreft. Want dat had ik zonder dat gedoe met die talen ook wel begrepen.

De mevrouw wordt gespeeld door een man, Thomas Cammaert. Waarom een mannelijke acteur als de mevrouw? Mitchell zegt daarover in een interview: 'Er zijn al zo weinig toneelstukken vanuit de vrouwelijke beleving. Het is zonde er eentje te verspillen aan vrouwen die andere vrouwen onderdrukken'. Misschien is het handig dat antwoord van Mitchell nog een keer te lezen want het is nogal cryptisch. Een hint: mevrouw Mitchell staat bekend om haar radicale feministische aanpak.

Cammaert heb ik wel eens beter zien spelen. Nauwkeuriger gezegd, wel eens beter hóren spelen. In De Meiden lijkt het er op of hij zich heeft voorgenomen om, als de tekst daarvoor de mogelijkheid biedt, in elke zin op dezelfde plaats de klemtoon te leggen. Marieke Heebink en Chris Nietveld doen wat ze kunnen. Het zijn allebei topactrices, dus ze kunnen er echt wel wat van. Maar de kans om dat te laten zien, krijgen ze in de extreem doorgevoerde realistische regie van Mitchell nauwelijks. 

 Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Toneelgroep Amsterdam

Recensie: De dingen die voorbijgaan van Toneelgroep Amsterdam & Toneelhuis / Ivo Van Hove

●●●●● 

 

DE DINGEN DIE VOORBIJGAAN

 

TONEELGROEP AMSTERDAM & TONEELHUIS / IVO VAN HOVE



Door RiRo, gezien 8 december 2016


In De dingen die voorbijgaan verstrijkt de tijd, wordt er gewacht op de dood. Want de drie direct betrokkenen bij het geheim, 'het ding' – de zevenennegentigjarige oma Ottilie, haar bijna even oude amant Emile Takma en de achtentachtigjarige dokter Roelofsz – willen wat zestig jaar geleden in Indië is gebeurd meenemen in hun graf.

Door dat geheim, de moord uit passie op Ottilie's echtgenoot, zestig jaar geleden, lijkt de Haagse familie vervloekt, gevangen in leugens, angst en verdringing. Een vervloeking die van generatie op generatie wordt doorgegeven. Bij de tweede generatie leidt dat tot onstilbare hunkering naar aanraking (dochter Ottilie), pedofilie (zoon Anton) neuroses (zoon Harold) of religieus fanatisme (dochter Thérèse). Bij de derde generatie onder andere tot klagen over ouder worden en verregaande inertie (kleinzoon Lot).

De dingen die voorbijgaan, de bewerking van Koen Tachelet van de roman Van oude mensen, de dingen die voorbijgaan van Louis Couperus, begint met een dialoog van twee personages. Allebei in het zwart: Anna, de dienstmeid (Janni Goslinga) en Elly (Abke Haring). Daarna volgen dialogen van de zestigjarige Ottilie (Katelijne Damen) met haar tien jaar jongere man Steyn (Robert de Hoog) en met haar zoon Lot (Aus Greidanus jr.). Ook alle drie in het zwart. Statisch toneel denk ik dan nog. Met veel tekst. Typisch verteltheater. In een prachtig decor. Dat wel.

Maar al snel blijkt daar weinig van te kloppen. Want terwijl onze aandacht uitgaat naar de dialogen in die eerste scènes, nemen haast ongemerkt alle andere acteurs plaats op de wachtkamerstoelen die aan de zijkanten staan. Ook de andere tien acteurs zijn in het zwart gekleed. Het begint me nu ook op te vallen dat de muziek en de geluiden die Harry de Wit achteraan aan het maken is vol betekenis zijn. Alleen al het geluid van de pendule die het voortschrijden van de tijd symboliseert (De Wit zal die pendule pas stilzetten op het moment dat oma Ottilie de geest geeft). En ik zie nu ook dat de bewegingen van de acteurs heel bijzonder zijn, heel gestileerd.

Terwijl de drie oude mensen, Ottilie (Frieda Pittoors), Takma (Gijs Scholten van Aschat) en Roelofsz (Fred Goessens) ervan overtuigd blijven dat niemand hun geheim heeft ontdekt, blijkt gaandeweg dat juist wel iedereen te weten is gekomen wat er zestig jaar geleden is gebeurd. Als zoon Daan (Bart Slegers) onthult dat hij ook al enige tijd op de hoogte is, omdat hij ermee is gechanteerd, is de voorstelling inmiddels een bloedstollende thriller geworden.

Eerst sterft Emile Takma, dan de dokter. Als ook oma Ottilie haar laatste adem uitblaast, is dat in de onjuiste overtuiging dat daarmee ook 'het ding', het geheim begraven wordt. Zoon Daan verzucht: 'Het is weg.' 'Het is eindelijk weg.'

Tijdens de slotmonoloog van kleinzoon Lot, de achtendertigjarige journalist die geen ambitie heeft om schrijver te worden, en die er niet aan moet denken oud te worden, trekt er mist op tot aan zijn knieën. Muzikant De Wit speelt op zijn basklarinet steeds maar weer dezelfde toon. 'Morgen ga ik aan de slag', is de slotzin van Aus Greidanus jr. die Lot speelt. En hij laat zich op zijn zij zakken om in de mist te verdwijnen.

De dingen die voorbijgaan is veel meer dan verteltheater, zoals ik de eerste vijf minuten even dacht. Het is totaaltheater, perfect totaaltheater. Een voorstelling die niet alleen zo perfect is omdat er met Ivo Van Hove een geniale regisseur aan het werk is. En niet alleen vanwege het superieure vakmanschap van de acteurs van Toneelgroep Amsterdam en Toneelhuis.

De voorstelling is ook zo goed door de magnifieke scenografie van Jan Versweyveld, met aan beide zijden van de rechthoekige vloer wachtkamerstoelen, zo'n twintig aan elke kant, en een achterwand van spiegelglas, zodat alles wat zich op de speelvloer afspeelt wordt verdubbeld. Ook door het kledingontwerp van An D'Huis, en door de live geproduceerde muziek en geluiden door Harry de Wit. Met zijn houten tafel met percussiebenodigdheden. En de pendule. Maar vooral, en dat vind ik het meest opvallende aan deze voorstelling, door de toegevoegde waarde van choreografie.

Want een personage zonder tekst of handeling zit niet zomaar wat te wachten in zo'n wachtkamerstoel. Ook in scènes waarin een acteur ogenschijnlijk geen rol heeft, blijft hij of zij met de bij het personage horende lichaamstaal 'meespelen'. Dat wachtende personage is door die kenmerkende lichaamshouding een tableau. Een tableau dat samen met de anderen in de andere stoelen weer een volgend tableau vormt. Het kan haast niet anders, daar moet ook de bij de credits vermelde choreograaf Koen Augustijnen invloed op hebben gehad.

De enige scène met kleur (alle andere zijn zwart) – Lot en Elly met champagne, slagroom en aardbeien in de weer op bezoek bij Lot's zus Ottilie (Katelijne Damen in een dubbelrol) – wordt beëindigd door een met prachtige langzame bewegingen dichterbij komende zwarte colonne van alle andere personages. Een deel van die zwarte colonne splitst zich vervolgens af en maakt zonder woorden de vloer schoon. Onmiskenbaar de invloed van een choreograaf.

En dan de prachtige scène met de openklappende paraplu's en de zwarte sneeuw, en het indrukwekkende tableau met in het midden de drie gestorven oudjes. Ik moet me wel erg vergissen als ik daar niet ook de handtekening van Augustijnen onder zie staan.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Toneelgroep Amsterdam

Recensie: Ne Swarte van Jan Decorte/Bloet/Comp.Marius

●●●●○

 

 NE SWARTE

 

JAN DECORTE/BLOET/COMP.MARIUS 



Door RiRo, gezien 30 november 2016  


Zoals hij dat eerder deed met andere klassiekers, ontbeent Jan Decorte in Ne Swarte Shakespeare's Othello. Hij probeert door te dringen tot de kern en maakt vervolgens een poëtische herschrijving. Zijn werkwijze: achter zijn computer gaan zitten en beginnen. In het geval van Ne Swarte staat in acht dagen de volledige tekst van het stuk op papier. Genoteerd zoals Decorte dat in zijn eerdere bewerkingen van klassiekers ook deed. Niet van links naar rechts zoals ik doe bij het schrijven van deze recensie. Maar van boven naar beneden. Zoals een dichter:

hebtchet
ni gesien
da heidens
gedans
mettie
cassio
en de
swarte
zechttatem
ni jaloes
is terwijl
tchroen
monster
aan sij
chat bijt

Ne Swarte blijft heel dicht bij Shakespeare's Othello. Dicht bij het verhaal dus van de zwarte generaal Othello die bedrogen wordt door Jago, de intrigant die Othello met zijn gemanipuleer zo argwanend en jaloers maakt dat hij uiteindelijk eerst zijn geliefde Desdemona wurgt en daarna de hand aan zichzelf slaat. 

Drie acteurs waarmee Decorte al eerder werkte, spelen de drie personages die in Ne Swarte voorkomen: Kris Van Trier is Othello, Sigrid Vinks speelt Jago, en Waas Gramser vertolkt Rodrigo. Zo nodig vertelt een van die drie personages wat Desdemona heeft gezegd. Of wat Emilia, de vrouw van Jago en dienster van Desdemona, heeft gedaan.

De vierde acteur, Herwig Ilegems, spreekt niet. Hij beweegt. Danst. Meestal tussen twee scènes in. Zodat we even op adem kunnen komen van het luisteren naar de tekst. Maar soms ook tijdens een scène zelf, bij een monoloog van Othello bijvoorbeeld laat hij de gemoedstoestand van Desdemona zien. Op een ander moment verbeeldt hij met een dans kwaadheid. 

Naast zijn aanvullende rol in het Othello-verhaal onderstreept Ilegems zo nu en dan ook de persoonlijke verhalen waarmee Jan Decorte af en toe onderbreekt. Bijvoorbeeld door met tape een hakenkruis op zijn shirt te plakken.

Want als de voorstelling begint zit, links vooraan, in een cirkel van hoopjes zand, Jan Decorte. Achteraan wachten de vier acteurs, waarvan er één dus niet zal spreken. In zijn cirkel van zand neemt Decorte het woord met een herinnering aan zijn tijd als klein jongetje die op zijn trommel een Congolees liedje begeleidde. 

Dat zal Decorte vaker doen, de geschiedenis over Othello, Desdemona, en haar vermeende relatie met Cassio, onderbreken met herinneringen aan zwarten of aan het zwarte uit zijn eigen leven. Herinneringen aan het oorlogsverleden van zijn vader, die zwart was in de tweede wereldoorlog, collaboreerde met de Duitsers. En aan de dood van zijn vader en moeder.

Als ik het zo opschrijf, zo van links naar rechts, zou het kunnen lijken of de drie elementen van de voorstelling Ne Swarte enigszins los van elkaar staan. En ik geef toe, tijdens de voorstelling heb ik dat idee af en toe. Maar na afloop, als ik wat ik heb gezien nog eens overdenk, realiseer ik me hoe knap het is gedaan, hoe mooi die drie elementen met elkaar verbonden zijn en een geheel vormen. 
 
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Bloet

Recensie: De moed om te doden van Toneelhuis / Guy Cassiers

●●●○○

 

DE MOED OM TE DODEN

 

TONEELHUIS / GUY CASSIERS



Door RiRo, gezien 26 november 2016


Cassiers beargumenteert zijn keuze voor De moed om te doden van de Zweedse toneelschrijver Lars Noren onder meer met het feit dat het aansluit op Natuurgetrouw, een voorstelling die hij in 1984 maakte samen met zijn vader Jef Cassiers. Dat stuk ging over een verjaardagsfeest voor een vader dat ontaardt in een enorme ruzie met zijn zoon. Om die link met Natuurgetrouw en met zijn eigen vader-zoon relatie te benadrukken gebruikt Cassiers voor de aankondigingsflyer van De moed om te doden zelfs een foto van zichzelf met zijn vader.

De moed om te doden gaat over twee mensen die opgesloten zitten in een onverwerkte vader-zoon relatie. Een vader komt op bezoek bij zijn zoon en is voorlopig niet van plan weg te gaan. Hij doet zich voor als zwak, eenzaam, en hulpbehoevend. Daarmee maakt hij het moeilijk voor zijn zoon, want die wil zich juist losmaken van 'de vader', losmaken van het verleden, van de hindernis waardoor hij zich geremd voelt in zijn zelfontplooiing

De vader is altijd ober geweest, de zoon verwijt hem dat en vindt dat hij zich zijn leven lang heeft laten vernederen. Ondertussen is de zoon zelf ook ober, in een louche zaak, waar hij zich ook met half criminele activiteiten bezighoudt. Dat levert hem heel wat meer op dan zijn vader toen die nog werkte. 
 
Als de vriendin van de zoon thuiskomt, kijkt ze enigszins verbaasd naar het voortdurende verbale gevecht. Maar door haar aanwezigheid verandert de vader van een zeurderige huilebalk in een charmeur. De zoon creëert aan het slot van de avond bewust een situatie waarin zijn vader en zijn vriendin alleen zijn. Zodat hij zijn vader kan betrappen. En daardoor de moed kan krijgen.
 
Cassiers zegt dat hij met zijn voorstelling ook zijn analyse over het Vlaanderen van nu wil laten zien, maar slaagt er niet in die extra laag over het voetlicht te krijgen. 

De moed om te doden is een atypische Cassiersvoorstelling: geen zendmicrofoons, geen videoprojecties, geen close-ups. Gewoon drie acteurs in een uiterst sober decor waarin de speelruimte is verkleind tot alleen het voortoneel. Ik was al geen liefhebber van het werk van Noren, en hoewel ik me de bijna twee uur die de voorstelling duurt niet echt heb verveeld, heeft Cassiers's versie van De moed om te doden daar geen verandering in gebracht.
 
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar:Toneelhuis

Recensie: Moeder van Peeping Tom

●●●●● 

 

MOEDER

 

PEEPING TOM



Door RiRo, gezien 25 november 2016


Moeder, dat op 29 september 2016 in première ging, is de tweede in een trilogie waarvan Vader (2014) de eerste was. De derde, Kinderen, staat voor 2018 gepland. Peeping Tom, met Gabriela Carrizo en Franck Chartier als regisseursduo, maakt danstheater, maar dan wel in een mix met gesproken tekst, live muziek, slapstick en acrobatiek. En nu, in de fantastische voorstelling Moeder, voor het eerst ook met op het toneel live geproduceerd en versterkt geluid.

Dat laatste, waarvoor samenwerking werd gezocht met een Foley artist, is een geniale toevoeging aan het toch al zo rijke arsenaal aan theatrale middelen waarvan Peeping Tom gebruik maakt. Dat live geproduceerde en versterkte geluid wordt in Moeder niet alleen ingezet om de aandacht van de toeschouwer naar situaties en personages te leiden, het speelt ook een sturende rol in de choreografie én het versterkt de emoties van de personages.

In het eerste deel van de trilogie, Vader, kwam een zoon wekelijks gehaast binnen voor een bezoekje aan zijn in een verzorgingstehuis opgenomen seniele vader. Aan het eind van die voorstelling is de zoon ook een 'vader' geworden, ook iemand die verzorgd moet worden. Vader was een voorstelling over het op weg zijn naar de dood, een heel goede voorstelling overigens. Het nog betere Moeder begint juist met de laatste rochels van een stervende. Vanuit het rouwen om de dood van die gestorven moeder komen vervolgens op allerlei fascinerende en verrassende manieren ook andere aspecten van vrouw zijn en moeder zijn aan de orde. Gevoelens en emoties zijn daarbij, meer dan gebeurtenissen, het uitgangspunt.

Zoals altijd bij Peeping Tom is het decor hyperrealistisch. Deze keer is het een museum. In dat decor wordt, soms realistisch, soms surrealistisch, maar meestal met een combinatie daarvan, elke levensfase van 'de moeder' verbeeld. Wat Moeder zo overdonderend goed maakt, is vooral de manier waarop bij al die levensfases live muziek en live geluiden steeds zowel initiërend als versterkend zijn.

'It's a sad day today', zijn de eerste woorden in de voorstelling. En hoewel gemis, verlies en verdriet vaak terugkomen, wordt de voorstelling nooit larmoyant. Vooral omdat elke scène uiteindelijk absurdistisch wordt, steeds wordt met macabere humor en groteske overdrijving het pijnlijke en het schrijnende verzacht.

Een kleine greep: Na de dood van haar moeder wil een vrouw zich, in een dans, op de vloer van het podium verdrinken, het geluid van het water wordt achter het glas van een opnamestudio/kraamkamer live gemaakt en door de technici verstrekt. Een overrompelende scène is dat. Een moeizame bevalling culmineert verrassend in een live gezongen lied (Cry Baby van Janis Joplin). Een koffiemachine met een navelstreng overlijdt.

Nog een paar voorbeelden: Verdrietige ouders vieren de verjaardag van hun dochter van zeven, die nog steeds in een couveuse ligt, een aangrijpend beeld dat, zo blijkt, later nog absurder wordt. Met in haar armen haar baby, maakt een voormalige Braziliaanse Olympische turnster salto's voorover. En dat is dan nog maar één van de vele ongelooflijke staaltjes acrobatiek in deze voorstelling. Een poetsvrouw dweilt het bloed op dat uit de afbeelding van een hart gutst, en blijft gutsen.

Vader, waarvoor Franck Chartier de hoofdverantwoordelijke was (Cabriela Carizzo assisteerde) had weliswaar een duidelijkere verhaallijn dan Moeder, dat associatiever is. Toch vind ik deze tweede voorstelling in de trilogie, nu met Carizzo als regisseur en Chartier als haar assistent, nog beter dan de eerste. Want juist dat associatieve vormt de basis voor het meesterwerk dat Moeder van Peeping Tom is geworden.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Peeping Tom

Recensie: Learning How to Walk van NTGent / Benny Claessens

●○○○○

 

LEARNING HOW TO WALK


NTGENT / BENNY CLAESSENS



Door RiRo, gezien 15 november 2016

Als de Nederlandse première van Learning How to Walk begint, zitten er 75 toeschouwers in de grote zaal van de Stadsschouwburg in Amsterdam. Dat is een vreemde ervaring. Zo weinig in zo'n grote zaal. En dat bij een Nederlandse première van een voorstelling van NTGent. Drie kwartier later zijn er van die 75 nog 60 over. De eerste twee uur tot de pauze blijft dat zo.

Maar het overgrote deel van die blijvers komt na de pauze niet terug. De voorstelling duurt vier uur, maar het deel na de pauze wordt door nog maar vijftien toeschouwers gezien. Zeggen toeschouwersaantallen iets over het belang of de kwaliteit van een voorstelling? Kun je zeggen dat een voorstelling niet goed is, alleen maar omdat 80 % van het publiek afhaakt?

Aan het prachtige slot van de laatste scène voor de pauze denk ik nog steeds terug. Dat had, in ieder geval op mij, een enorm kalmerend, een uiterst meditatief effect. Omdat de vloer van het podium van de Amsterdamse schouwburg licht naar voren helt, duurt die slotscène erg lang. En hoewel ik al bijna twee uur zat, en in die twee uur weinig opwindends had gezien, had het wat mij betreft toch nog veel langer mogen duren.

Vijf acteurs zijn aan het slot van Learning How to Touch, de derde scène van Learning How to Walk, de laatste voor de pauze, bezig om met doeken van verschillende kleuren de vloer droog te maken. Omdat de urine van de vijf acteurs door het hellen van het podium naar voren loopt, moeten ze daar, vlak voor het publiek, extra dweilen. Maar ze blijven dat doen met heel rustige bewegingen. De manier waarop de vijf zonder haast te maken bezig zijn met die doeken, die dweilen en die emmers water, is volkomen natuurlijk. Dat er in die scène zo volkomen niet gespeeld wordt, ervaar ik als een verademing na wat er daarvoor te zien was.

In de eerste scène spelen de acteurs onder meer dat ze kinderen zijn die elkaar uitdagen om over een verhoging te springen. Maar volwassenen die spelen dat ze kinderen zijn? In de tweede, Learning How to Talk, kijken ze toe hoe één van hen, Elsie de Brauw, klanken uitstoot. Ik veronderstel op grond van die eerste twee scènes dat de acteurs bewust afstand doen van wat ze aan acteermogelijkheden in huis hebben, en de hele voorstelling gaan proberen te handelen en zo nodig te improviseren alsof ze weer kind zijn. Maar dat zijn ze niet. En dat maakt wat ze op het podium aan het doen zijn niet gespeeld onecht maar echt onecht waardoor het niet werkt.

Toch zou het mooi zijn als ze dat onecht kinderlijke de volle vier uur zouden volhouden. Dan zou Benny Claessens weliswaar een heel ongebruikelijke, en door veel toeschouwers niet gewaardeerde, maar in ieder geval wel heel consequente en consistente voorstelling hebben neergezet.

In de pauze loop ik mee in de flow van mensen die zonder opgewonden gemopper, maar ook zonder enige twijfel of aarzeling, in alle rust naar de garderobe gaan in plaats van naar de bar. Bij een voorstelling vindt er altijd een interactie plaats tussen spelers en publiek. En je in die interactie laten meeslepen, is dat nou juist niet wat toneel zo bijzonder maakt?

Wel jammer dat ik daardoor het deel na de pauze niet heb gezien. En dus niet weet of Lara Barsacq, Benny Claessens, Elsie de Brauw, Lisa Estaras, en Risto Kübar dat onecht kinderlijke nou wel of niet de volle vier uur hebben volgehouden.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: NTGent

Recensie: Race van het Nationale Toneel

●●●○○

 

RACE

 

het NATIONALE TONEEL



Door RiRo, gezien 5 november 2016


De affaire DSK. In mei 2011 wordt de Fransman Dominique Strauss-Kahn, op dat moment directeur-generaal van het IMF, in Amerika gearresteerd omdat een hotelmedewerkster hem ervan heeft beschuldigd haar in zijn hotelkamer te hebben aangerand. Daar moet ik bij Race meteen aan denken. Maar dat kan voor David Mamet natuurlijk onmogelijk de aanleiding zijn geweest om het te schrijven, want Race ging in 2009 in première.

Een rijke witte man, gespeeld door Hein van der Heiden (met een grijze pruik op, ik zou niet weten waarom) meldt zich bij een advocatenkantoor met maar drie advocaten: een witte man (Mark Rietman), een zwarte man (Werner Kolf) en een zwarte stagiaire (Romana Vrede). Ook Romana Vrede draagt een pruik. Ook in dit geval weet ik niet waarom.

Charles, de rijke witte man, wordt ervan beschuldigd zich in een hotelkamer te hebben vergrepen aan een zwarte vrouw die twee keer zo jong is als hijzelf. In de krant verklaart die vrouw: 'Hij rukte mijn nieuwe paillettenjurk van mijn lijf. Hij smeet me op bed. En verkrachtte me.' Terwijl de witte advocaat Jack en de zwarte advocaat Henri zich nog beraden of ze deze cliënt wel of niet zullen aannemen, heeft hun stagiaire Susan het de facto al onmogelijk gemaakt dat ze er nog onderuit kunnen.

Vanaf dat moment zien we in Race de voorbereiding van een rechtszaak in Amerikaanse stijl, met een jury, en dus het vooraf bedenken van manieren om die jury te beïnvloeden. Een ander Amerikaans aspect speelt ook een rol: positieve discriminatie waarbij een werkgever verplicht is een bepaald quotum te halen. Het aannemen van stagiaire Susan, vrouw en zwart, door haar baas Jack heeft met die verplichting te maken.

Het gedrag van de vier personages in Race wordt mede bepaald door het feit dat ze wit of zwart zijn. En man of vrouw. Waarbij het thema tegen het einde verschuift van ras en racisme naar sekse en seksisme. Helaas blijven de discussies tussen de twee mannelijke advocaten over de raciale aspecten van de rechtszaak én de seksistische manier waarop ze met hun collega Susan omgaan keurig binnen de lijntjes van de comfortzone van het bijna volledig witte publiek.

De vier personages in Race, behalve de door Mark Rietman gespeelde witte advocaat Jack, blijven nogal vlak. Bij het enige vrouwelijke personage stoort dat het meest. Toneelschrijver David Mamet maakte van haar eigenlijk gewoon een assistente in plaats van de cum laude afgestudeerde jurist die hij aankondigt. Vreemd. Dat Susan een bordkartonnen personage blijft, ligt dan ook zeker niet aan Romana Vrede.

Wat goed is aan Race, is het snedige intellectuele debat tussen de snelle en meedogenloze witte advocaat Jack, en de cynische zwarte advocaat Henry. En de manier waarop die twee hun cliënt aan een kruisverhoor onderwerpen. Maar regisseur Eric de Vroedt heeft niet voor Race gekozen omdat hij rechtbankdrama's uit films en tv-series naar de kroon wil steken. Met Race wil hij laten zien dat vanaf nu bij het Nationale Toneel actuele politieke en maatschappelijke thema's op het menu staan.

Als dat zo is, kun je je afvragen of Race wel zo'n goede keus was. Want hoe boeiend als advocatendrama misschien ook, als discussiestuk over racisme blijft Race aan de veilige kant. Wat Race mist is humor. Niet dat sommige dialogen niet geestig zijn, nee wat ontbreekt is de harde zwarte humor die de thematiek voor een wit publiek gevaarlijk kan maken. Toch mag je Race niet missen. Tenminste als je zelf wilt zien waarom de weergaloos spelende Mark Rietman voor zijn rol als advocaat Jack genomineerd moet worden voor de Louis d'Or.
 
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: het Nationale Toneel