Theaterverhaal: Verstoorde stilte bij Conversations (at the end of the world) van Het Zuidelijk Toneel en Kris Verdonck

 

CONVERSATIONS (AT THE END OF THE WORLD) 

 

ZUIDELIJK TONEEL EN KRIS VERDONCK



Door RiRo, gezien 26 september 2017

De voorstelling Conversations (at the end of the world) van Het Zuidelijk Toneel en Kris Verdonck is een met een muziekstuk vergelijkbare compositie van vier elementen: zwarte sneeuw, live uitgevoerde pianomuziek, korte anekdotes zonder pointe van Daniil Charms, en stilte. Bij die stiltes, waarvan de eerste al beduidend langer duurt dan de ruim vierenhalve minuut bij 4'33'' van John Cage, gebeurt er op het podium helemaal niks, geen beweging, geen geluid, niks.

In een uitverkochte concertzaal, en dan ook nog het liefst in een uitvoering door een groot symfonieorkest, komt 4'33'' van John Cage het best tot zijn recht. Al die musici met hun instrumenten in de aanslag, zonder geluid te produceren, zonder ook maar de geringste beweging te maken. Een zaal vol toeschouwers van wie niemand kucht, niemand ook maar een millimeter gaat verzitten. Dat maakt die compositie zo indrukwekkend. Met zoveel mensen bij elkaar volledige stilte ervaren, dat doet iets met je. Wat dat is, zal niet voor iedereen hetzelfde zijn, maar ik kom dan in een soort meditatieve rust.

En ook het publiek vanavond bij Conversations (at the end of the world) in de Rabozaal van de Stadsschouwburg Amsterdam blijft meteen al bij de eerste lange stilte op het podium, die meer dan tien minuten duurt, muisstil en bewegingloos. Niet iedereen zal het op dezelfde manier hebben gedaan, maar ik probeerde bij die stilte de dreunende basgeluiden die doorklinken vanuit De Melkweg te negeren door een aantal keer volledig uit te ademen en dan weer rustig in te ademen.

Maar ik had die voorstelling toch liever in een echt stille zaal willen meemaken.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Het Zuidelijk Toneel

Recensie: Het lijden van de jonge Werther van Toneelschuur Producties/Eline Arbo

●●○○○

 

HET LIJDEN VAN DE JONGE WERTHER


TONEELHUIS PRODUCTIES / ELINE ARBO



Door RiRo, gezien 23 september 2017

In Goethe's roman Die Leiden des jungen Werthers (1774) beschrijft Werther in brieven aan 'Wilhelm' (waardoor het de vorm heeft van dagboekfragmenten) wat er in hem omgaat nadat hij in het (fictieve) stadje Wahlheim op slag verliefd is geworden op Lotte. Die helaas al verloofd blijkt met Albert. Ook nadat Lotte met Albert is getrouwd, komt Werther veelvuldig op bezoek. Hij blijft zijn hartstocht boven zijn verstand stellen en blijft dus lijden onder zijn verliefdheid. 

Als Lotte hem tenslotte, twintig maanden na hun kennismaking, dringend verzoekt om de frequentie van zijn bezoeken wat te verlagen, vindt Werther dat hij geen keus meer heeft. Na nog één vergeefse poging waarbij hij Lotte innig kust, leent hij met een smoes een van Alberts wapens en pleegt daarmee zelfmoord.

Regisseur Eline Arbo (1986) zorgde zelf voor de bewerking van deze klassieker van Goethe. Ze handhaaft daarbij de briefvorm en laat Werther zijn monologen dus steeds met een datum beginnen. Dat werkt heel goed. Ook haar aanpassingen en moderniseringen in de tekst, zoals de dialoog tussen Werther en Albert over romantische liefde (die wat doet denken aan wat filosoof Jan Drost daarover schrijft in Het romantisch misverstand) zijn heel geslaagd.

Wat me ook goed bevalt is het acteren van Victor IJdens. Met zijn tekstbehandeling, zijn mimiek en zijn lichaamstaal weet hij vanaf het begin de volledig door zijn gevoel beheerste Werther heel overtuigend neer te zetten.

Lotte blijkt, als Werther haar ontmoet, voor haar jongere broertjes en zusjes te zorgen, omdat haar moeder is overleden. Dat decorontwerper Juul Dekker plastic kinderspeelgoed heeft gebruikt, is dus niet zo'n gek idee. Vooral niet omdat dat speelgoed op zo'n manier gerangschikt blijkt te zijn dat het, nadat een deel ervan omhoog is getrokken, het landschap verbeeldt waar Werther zo verrukt over is.

Allemaal lovende opmerkingen. Waarom dan geen vier of vijf van die groene ballen? Waarom maar twee? Dat ga ik nu toelichten.

Behalve het plastic speelgoed dat vastzit aan de achterwand, ligt er ook allerlei ander plastic speelgoed op de vloer. De drie acteurs pakken regelmatig zo'n stuk speelgoed op. Dat voegt zelden iets toe. Integendeel, meestal verstoort het alleen maar het verhaal over Werthers lijdensweg.

Victor IJdens speelt zijn personage Werther op een manier die volledig recht doet aan Goethe's roman. Maar regisseur Arbo laat de twee andere acteurs, Diewertje Dir (als Lotte) en Sander Plukaard (als Albert) te pas en te onpas iets lolligs doen. Dat contrast in speelstijl doet de voorstelling geen goed. Sterker nog, daarmee haalt Arbo haar voorstelling steeds weer onderuit.

Dat maakt ze nog erger door Dir en Plukaard ook af en toe de spelende broertjes en zusjes van Lotte te laten verbeelden (ik neem tenminste aan dat dat de reden is voor dat kinderachtige gedoe met die ballen en die badmintonrackets). En dan zijn er ook nog al die onderbrekingen met liedjes die op de een of andere manier iets met het thema hartstocht of verliefdheid te maken hebben.

Het lijkt wel of Arbo bang is dat haar voorstelling te serieus wordt, dat ze daarom de monologen van Victor IJdens met iets luchtigs wil afwisselen. Jammer. Want zonder dat onnodig lollige en dat onnodig kinderachtige, en zonder die vertragende muzikale onderbrekingen, zou Het lijden van de jonge Werther een goede voorstelling zijn geweest. Jonge regisseurs moeten natuurlijk de tijd krijgen om te experimenteren, om zo al doende hun eigen stijl te ontwikkelen. Dat geldt ook voor Eline Arbo. Ik ben dus heel benieuwd naar haar volgende regie.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Toneelschuur Producties

Recensie: Zielzoekers van Theater Malpertuis & Toneelhuis/Mokhallad Rasem en Grensgeval van Toneelhuis/Guy Cassiers & Maud Le Pladec

●●●○○

 

ZIELZOEKERS VAN THEATER MALPERTUIS & TONEELHUIS / MOKHALLAD RASEM

 

EN

 

GRENSGEVAL VAN TONEELHUIS / GUY CASSIERS & MAUD LE PLADEC




Door RiRo, gezien 20 september 2017

Theatermaker Mokhallad Rasem vluchtte in 2005 uit Irak en verblijft daarna eerst in een asielzoekerscentrum. Twaalf jaar later, begin 2017, gaat Rasem weer naar een asielzoekerscentrum. Deze keer in het West-Vlaamse Menen. Nu is hij daar niet als vluchteling maar als kunstenaar. Hij blijft er zes weken en sprokkelt verhalen van de bewoners. De Nederlandse première van het resultaat daarvan, Zielzoekers, is vanavond in de grote zaal van de Stadsschouwburg Amsterdam. Voorafgaand aan Zielzoekers, in dezelfde zaal, Grensgeval, een bewerking van Die Schutzbefohlenen van Elfriede Jelinek uit 2013 door Toneelhuis/Guy Cassiers.

In Grensgeval zijn geen personages, geen dialogen. En zoals gebruikelijk bij teksten van Jelinek zijn de woorden genadeloos en cynisch. Vier acteurs (Katelijne Damen, Abke Haring, Han Kerckhoffs en Lukas Smolders) zitten aan een tafel en spreken die genadeloze woorden: Over zevenentwintig vluchtelingen op een boot. De dieselmotor die het begeeft. Wind die er niet is. Het idee om een klein meisje te offeren. In een choreografie van Maud Le Pladec verbeelden ook zestien dansers van het Conservatorium in Antwerpen de moeizame tocht van de bootvluchtelingen.

Achter de dansers projecties van vluchtelingen die de oversteek hebben overleefd en in Europa zijn, maar ook projecties van andere nieuwsflitsen. De vier acteurs maken zich los van de tafel en lopen door de groep dansers. Ze geven commentaar: 'Een kist.' 'Een knuffelbeer.' 'Daar heeft ze nu meer aan dan in haar land van herkomst.' De tekst blijft cynisch. De hoofdkleur blijft zwart. Ook in het decor en in de kleding. Aan het slot integreren de vier acteurs volledig in de groep dansers. Een hoopvol einde waarmee Cassiers toch wat afstand neemt van Jelineks cynisme.

Een half uur na Grensgeval begint Zielzoekers. Nu is wit de hoofdkleur. Mokhallad Rasem loopt rond in een decor van wit papier, overal dat witte papier, ook op de vloer. Met op dat papier heel veel snel met houtskool geschetste gezichten. Maar ook met deze tekst: 'Lieve ziel laat me niet alleen, blijf bij mij.' Na een woordloze performance door Rasem kijken we naar de in elkaar overvloeiende beelden van de interviews die hij maakte in dat asielzoekerscentrum.

Zielzoekers is dus meer film dan theater. Maar het is een hartverwarmende film. Want bij bijna iedereen in het asielzoekerscentrum overheerst hoop, overheerst het vertrouwen dat als je eenmaal verblijfspapieren hebt, je een nieuw leven kunt beginnen. Aan de manier waarop de asielzoekers in Menen met hem praten is te zien hoe dicht Mokhallad Rasem met zijn zachte aanpak bij hun gevoel is kunnen komen. Zijn film eindigt met woordeloze close-ups, hij zoomt met zijn camera net zo lang in op een gezicht tot er een glimlach op verschijnt.

Grensgeval raakte me niet, daarvoor is het te afstandelijk. Maar van Zielzoekers ben ik onder de indruk. Ook door de goed gekozen muziek is het een kunstwerk geworden dat een abstract begrip als asielzoekers een gezicht geeft. En een ziel.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Toneelhuis

Recensie: Het verzamelde werk van William Shakespeare (ingekort) van Het Nationale Theater / Theu Boermans

 

●●●●○

 

HET VERZAMELDE WERK VAN WILLIAM SHAKESPEARE (INGEKORT)

 

HET NATIONALE THEATER / THEU BOERMANS



Door RiRo, gezien 8 september 2017

Bij Shakespeare denk je toch aan diepgravende tragedies en komedies. Misschien zelfs aan talige stukken vol metaforen. Of aan historische koningsdrama's over recht en onrecht. Al die tragedies en komedies, al die 37 stukken van Shakespeare, zo inkorten dat je ze op één avond kunt spelen. Kan dat? Drie acteurs die de in totaal 1834 personages uit die stukken vertolken? Ja, dat blijkt te kunnen! De voorstelling Het verzamelde werk van William Shakespeare (ingekort) is het bewijs. Je kunt die 37 stukken zo comprimeren en zo spelen dat het een hilarische klucht wordt, die zo grappig is dat je als toeschouwer voortdurend in de lach schiet.

Dertig jaar geleden ging The Complete Works of William Shakespeare (abridged) van het rondreizende Amerikaanse theatergezelschap Reduced Shakespeare Company in première. En ze spelen het nog steeds. Toen Reduced Shakespeare Company zo'n twintig jaar geleden Nederland aandeed, zag ik het. Wat ik me daar nu nog van herinner, is vooral dat ik heel veel heb gelachen, en dat de drie acteurs alle drie heel soepel bewegende rondspringende mannen waren.

In Den Haag bij de première van Het verzamelde werk van William Shakespeare (ingekort) heb ik weer ontzettend moeten lachen. Ook de Nederlandse bewerking is hilarisch. Ik weet niet meer of ik me dat twintig jaar geleden ook al realiseerde, maar dit stuk is een slimme mix van theater voor highbrow Shakespearekenners en voor mensen die alleen een globale kennis hebben van het werk van Shakespeare.

Toen ik weer thuis was, heb ik op YouTube de integrale registratie van het Amerikaanse origineel even bekeken. Wat meteen opvalt, is hoe dicht vertaler Rezy Schumacher en regisseur Theu Boermans in hun bewerking bij het origineel blijven. Met alleen hier en daar een verwijzing naar typisch Nederlandse zaken als GTST en Heel Holland Bakt.

Het verzamelde werk van William Shakespeare (ingekort) begint vrij rustig. Met eerst een inleiding door een Shakespearekenner en dan Romeo en Julia. Bij Titus Andronicus als kookprogramma en daarna Othello gaat het tempo al wat omhoog. Vanaf de compilatie van Shakespeare's 16 komedies gaat het full speed. En dat blijft zo.

Ook in Het verzamelde werk van William Shakespeare (ingekort) staan maar drie acteurs. Maar anders dan in het Amerikaanse origineel zijn die niet alle drie gezegend met een soepel lichaam. Jappe Claes en Vincent Linthorst moeten het dan ook meer hebben van hun tekstbehandeling en mimiek dan van hun uitbundige lichaamstaal.

Daarmee kom ik bij de absolute uitblinker in deze voorstelling, bij de acteur die laat zien dat hij in dit genre van ongekend hoog niveau is. Want het is vooral dankzij het fenomenale acteren van Bram Suijker dat Het verzamelde werk van William Shakespeare (ingekort) de hilarische voorstelling is geworden die het is.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Het Nationale Theater

Recensie: Hamnet van Dead Centre

●●●●● 

 

HAMNET 

 

DEAD CENTRE

 


Door RiRo, gezien 24 augustus 2017

Hamnet, het is geen typfout, is de nieuwste voorstelling van Dead Centre waarin we kennismaken met Hamnet, de zoon van William Shakespeare die op elfjarige leeftijd overleed. Drie jaar daarna schreef de toneelschrijver Hamlet. Of het verdriet na het overlijden van zijn enige zoon (Hamnet had een tweelingzus, Judith, en een oudere zus, Susanna) Shakespeare aanzette tot het schrijven van Hamlet, is onduidelijk. Maar als publiek ontkomen we er niet aan om bij Hamnet aan Hamlet te denken. En daar maken de theatermakers Ben Kidd en Bush Moukarzel van het Ierse gezelschap Dead Centre op ingenieuze wijze gebruik van.

Hamnet komt op. Een scholier in een hoody, met in zijn rugzak het verzamelde werk van zijn vader, en in zijn broekzak het nieuwste type smartphone. Op een plek buiten ruimte en tijd - hij zou nu 500 jaar zijn maar is nog steeds elf - gooit hij voor de drieënnegentigmiljoenste keer een bal tegen de muur. Want op zijn smartphone heeft hij iets gelezen over het tunneleffect in de kwantummechanica. Wie weet kan hij op de een of andere manier 'de tunnel door' om zijn vader te vinden. Of zijn vader de tunnel door om hem te vinden. Ook als hij in een toneelstuk van zijn vader iets niet begrijpt, pakt hij zijn smartphone. In dat geval om Google een vraag te stellen.

De elfjarige Ollie West speelt Hamnet. Het is haast niet te geloven dat zo'n jonge acteur een voorstelling, die voor het grootste deel een solovoorstelling is, kan dragen. West zegt zijn teksten met precies die lichte ironie die nodig is. Dat alleen al is heel bijzonder. Maar als later in de voorstelling een projectie van (de geest van) zijn vader (gespeeld door Bush Mourkazel) wordt vertoond, heeft West een heel nauwkeurige timing van zijn bewegingen nodig in de dialoog met wat er achter hem gebeurt. Ook dat doet hij prefect.

Technisch is Hamnet een hoogstandje. Met een combinatie van live acteren, opgenomen beelden, en live video worden de twee werelden opgeroepen, de twee uiteinden van 'de tunnel'. Met aan de ene kant Hamnet en aan de andere zijn vader, aan de ene kant de levenden en aan de andere kant (de geesten van) de doden.

Hamnet van Dead Centre blijkt uiteindelijk niet alleen te gaan over wat een kind zich voorstelt bij volwassen worden en volwassen zijn, maar ook over de vraag hoe je omgaat met de dood. De beroemde vraag uit Shakespeare's Hamlet 'to be or not to be' wordt in Hamnet op allerlei manieren onderzocht, maar blijft uiteindelijk onbeantwoord. Ontmoet Hamnet de geest van zijn vader aan het eind van het stuk, of Shakespeare de geest van zijn zoon? Wie van de twee is, en wie van de twee is niet?

Net als vorig jaar toen het meesterlijke Chekhov's First Play van Dead Centre in Nederland alleen in Groningen te zien was, stond ook Hamnet dit jaar alleen een paar dagen op Noorderzon geprogrammeerd. Ik denk dat het tijd wordt dat ook het publiek elders in Nederland kan kennismaken met het werk van Dead Centre.

Gezien op NOORDERZON

Hamnet van Dead Centre ging in april 2017 in première in de Schaubühne in Berlijn.

Recensie: De Parade: Anatol van Nina Spijkers en Keetje van Karina Kroft

●●●●○

 

DE PARADE: ANATOL VAN NINA SPIJKERS EN KEETJE VAN KARINA KROFT   



Door RiRo, gezien 19 augustus 2017 

Twee vrouwelijke regisseurs gaan de uitdaging aan om een klassieker uit de toneelliteratuur in een Paradevoorstelling van een half uur te persen. Dat levert twee juweeltjes op. Nina Spijkers (1988) gaat in Anatol aan de slag met het gelijknamige stuk van Arthur Schnitzler uit 1893. Karina Kroft (1974) met Das Kätchen von Heilbronn van Heinrich von Kleist uit 1808. In beide voorstellingen gaat het over de liefdesperikelen van een heer van stand. In beide voorstellingen valt er heel wat te lachen. En dat moet natuurlijk ook bij een voorstelling op de Parade.

Anatol 

In Anatol van Nina Spijkers zijn we getuige van de amoureuze avonturen van de narcistische womanizer Anatol (Sander Plukaard). Zijn vriend Max (Eva van Gessel) staat hem daarbij steeds met gevraagde of ongevraagde adviezen terzijde. Alle scènes spelen zich af voor, op, of in een oude Opel Corsa. In zeven aktes, waarin hij steeds een andere vrouw weet te veroveren, volgen we hoe de van seks bezeten Anatol bij elk avontuur meer en meer de controle verliest.

In de eerste akte zit Keja Klaasje Kwestro, die alle vrouwenrollen speelt, als Cora op de Corsa. Anatol, die zelf van het ene liefje naar het andere fladdert, wil erachter komen of Cora hem trouw is. Anatol heeft de touwtjes nu nog volledig in handen. Hij brengt haar zelfs onder hypnose, de ultieme manier om iemand in je macht te hebben.

Na elke akte verkleedt Keja Klaasje Kwestro zich in de Corsa razendsnel om in de volgende akte weer een ander liefje van Anatol te spelen. Steeds vaker moet Max daarbij, met gebaren die Anatol wel kan zien maar het liefje in kwestie niet, zijn vried te hulp komen.

De laatste akte speelt zich af op de ochtend van de dag dat Anatol in het huwelijk zal treden. Ilona, het meisje voor één nacht dat hij op zijn laatste avond als vrijgezel mee naar huis heeft genomen, komt er ondanks Anatols pogingen om dat te verbergen, achter dat het zijn trouwdag is. Nu zijn de machtsverhoudingen het tegenovergestelde van die in de eerste akte. Nu is Anatol volledig aan een vrouw overgeleverd, want Ilona heeft de macht zijn huwelijk van die middag onmogelijk te maken. Zijn vriend Max, die al die tijd al heimelijk verliefd op hem is, moet Anatol uit die netelige situatie redden. Dat laat regisseur Nina Spijkers hem doen in een homo-erotische slotscène. Door daarvoor te kiezen, sluit ze zich aan bij de opvatting dat verdrongen homoseksuele gevoelens een verklaring zouden kunnen zijn voor de vele vluchtige affaires die Arthur Schnitzler zelf met vrouwen had.

Al met al maakt Nina Spijkers met Anatol een wervelende paradevoorstelling zonder de klassieker van Schnitzler geweld aan te doen. Integendeel, met het expliciete seksuele taalgebruik en met de hilarische vrijscène in de oude Corsa is het een voorstelling om je vingers bij af te likken.


Keetje

Keetje begint als een riddersprookje met alles wat daarbij hoort. Zwaarden. Paarden. Voorspellende dromen. Maar regisseur Karine Kroft zal er een onverwachte draai aan geven waarmee ze op een niet mis te verstane wijze een statement maakt.

Er zijn drie acteurs, van wie er één, Rein Hofman, 'de regisseur' speelt. Die geeft waar nodig ook samenvattingen, want er is maar een half uur om het hele verhaal te vertellen. En omdat er geen tegenspeler is doet Christopher Parren als graaf Vom Strahl het zwaardgevecht in zijn eentje, in een prachtige in slow motion gespeelde scene.

Sarah Bannier speelt Keetje die verliefd is op de graaf. Ze volgt hem als een hondje maar wordt steeds op botte wijze door hem weggestuurd. Als Bannier opkomt met een pruik om Kunigunde te spelen, grijpt de 'regisseur' in. Hijzelf zal Kunigunde wel even spelen. Net als Keetje, de mooie jonge dochter van de wapensmid, wordt ook actrice Bannier met minachting behandeld. Ze mag hooguit rekwisieten komen brengen.

Halverwege de voorstelling heeft Bannier er genoeg van. Eerst uit ze in een schitterende monoloog haar woede over hoe ze als vrouw door haar mannelijke 'regisseur' wordt behandeld, waarbij ze onder andere Beyoncé citeert, dan loopt ze weg. Ze bekijken het maar, die twee mannen. De hautaine manier waarop in het ridderverhaal met Keetje wordt omgesprongen (totdat blijkt dat ze een onecht kind van de keizer is) trekt regisseur Karina Kroft met die monoloog door naar (de theaterwereld van) nu.

Na enige (gespeelde) aarzeling gaan Rein Hofman en Christopher Parren dan maar met z'n tweeën verder met het ridderverhaal over Vom Strahl, Kunigunde, en Keetje. Dan komt Sarah Bannier toch nog terug. Niet als Keetje, maar als Beyoncé. De technicus schuift de volumeknop op vol: 'Who run the world? Girls!' Als de muziek abrupt eindigt met de titelzin van die song, is dat ook meteen het einde van deze sublieme voorstelling.  

Gezien tijdens DE PARADE

Recensie: Julius Caesar van Orkater en Bostheater

●●●○○

 

JULIUS CAESAR

 

ORKATER EN BOSTHEATER




Door RiRo, gezien 4 augustus 2017  

Julius Caesar van Shakespeare gaat niet over het leven van Caesar maar over zijn dood. Over de redenen voor zijn dood, over de dood zelf, en over de consequenties ervan.

Al vijfhonderd jaar is Rome een republiek maar nu lijkt Caesar uit te zijn op absolute macht. Een aantal Romeinse aristocraten wil dat voorkomen. Daartoe aangezet door de gewetenloze opportunist Cassius smeden ze een moordcomplot.

De werkelijke hoofdpersoon van dit drama is Brutus, de man van de rede, de vriend van Caesar, die geen vijandelijke gevoelens heeft tegen de persoon Caesar. Maar die ervan overtuigd is dat hij handelt in het belang van Rome en zich daarom laat overhalen om de leiding van de samenzwering op zich te nemen. Na de moord maakt Brutus de fatale vergissing om Marcus Antonius toe te staan een toespraak te houden. Die fout leidt tot een burgeroorlog waarin Marcus Antonius en Octavianus (de latere keizer Augustus) aan de ene kant staan en Brutus en Cassius aan de andere kant. Voor de laatste twee loopt dat slecht af.

De voorstelling in het openluchttheater in het Amsterdamse bos begint abrupt met een koperkwintet dat op volle kracht losbarst en een giechelende Caesar (Mattias Van de Vijver) die in een witte bontjas over een witte catwalk opkomt om een proloog af te steken in quasi Italiaans. Een sterk begin, in een mooi decor: de witte hand en voet van de Colossus van Constantijn (zodat we weten dat we in het Capitool zijn), het witte stoeltje dat veel te klein is voor de grootheidswaan van Caesar, de zwarte capes van de muzikanten, de kleding van de acteurs met alleen wit, zwart en grijs.

Voor regisseur Michiel de Regt (die samen met acteur Jip van den Dool en dramaturg Wout van Tongeren de tekst bewerkte) is vorm belangrijk. Dus dat deze voorstelling visueel in orde zou zijn, was wel te verwachten. Muziek speelt bij Orkater natuurlijk ook een belangrijke rol. Behalve de vijf blazers bespelen ook de acteurs regelmatig muziekinstrumenten (gitaar, toetsen en percussie).

De bedoeling is om met muziek een extra laag aan te brengen en om dan weer de tekst te versterken dan weer ertegen in te spelen. Natuurlijk geeft dat iets extra's. Maar er zit ook een nadeel aan. Door de vele muzikale intermezzo's duurt het erg lang voor we bij het hoogtepunt van dit drama zijn en voor we bij het sterkste deel van dit stuk komen. We moeten dus behoorlijk lang wachten om te zien en te horen hoe Matthijs van de Sande Bakhuyzen (Brutus) en Jip van den Dool (Marcus Antonius) na de dood van Caesar ons (de Romeinen) met hun toespraken zullen proberen te overtuigen.

De retorische truc waarmee Shakespeare Antonius deze verbale krachtmeting laat winnen, zouden we nu 'framen' noemen. Elke positieve opmerking die hij over de zojuist overleden Caesar maakt, en hij maakt er veel, besluit Antonius op dezelfde manier: 'Maar Brutus zegt dat hij ambitie had, en Brutus is een zeer fatsoenlijk man'. En elke keer dat Antonius die opmerking maakt schuift de betekenis van 'zeer fatsoenlijk man' verder af van de letterlijke betekenis ervan. Jammer dat Van den Dool deze toespraak niet wat kleiner speelt, jammer dat hij niet gewoon de woorden hun werk laat doen. Want Marcus Antonius overtuigt de Romeinen met zijn retorica, niet door veel emotie te tonen, niet door grote gebaren te maken. 

Tot aan de moord is het vooral een luchtige en vermakelijke voorstelling, waarin Mattias Van de Vijver (Caesar) en vooral Erik van der Horst (Casca) alle ruimte krijgen om te laten zien wat ze in huis hebben. Van der Horst mag (weer) laten zien dat hij én goed kan acteren, én goed gitaar spelen én goed zingen.

Na de moord is het aan Jip van den Dool en Matthijs van de Sande Bakhuyzen om de voorstelling puur op hun acteerkwaliteiten tot een goed einde te brengen. Voor zover je de dood van Cassius (Charlie-Chan Dagelet) en Brutus een goed einde kunt noemen natuurlijk. Dat gaat ze redelijk goed af. Ook omdat vanaf de toespraken bij het lijk van Caesar de inbreng van de muziek bescheidener is. Daardoor is in dit laatste deel de spanningsboog ook wat strakker. En dat is te merken aan het publiek. Dat is nu muisstil. 

Al met al heeft Julius Caesar van Orkater en Bostheater precies de ingrediënten die nodig zijn voor een zomervoorstelling in de open lucht: het is mooi om te zien, er klinkt goede muziek, en er wordt behoorlijk geacteerd.

Julius Caesar van Orkater en Bostheater is tot en met 9 september te zien in het openluchttheater in het Amsterdams bos. Vanaf 11 september is er een tournee door het hele land die in december wordt afgesloten in de Stadsschouwburg van Amsterdam.

Bij de kassa is een boekje te koop met de integrale tekst en veel interessante informatie over de voorstelling.
 
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Bostheater of naar Orkater

Recensie: Kronieken van de stad, deel 1, Tussen werven en hotels van Timen Jan Veenstra/Olivier Diepenhorst

●●●●○

 

KRONIEKEN VAN DE STAD, DEEL 1, TUSSEN WERVEN EN HOTELS


TIMEN JAN VEENSTRA / OLIVIER DIEPENHORST   



Door RiRo, gezien 16 juli 2017 

Soms vraag je je bij een locatievoorstelling af wat zo'n plek in godsnaam toevoegt aan de voorstelling. En waarom je nou zo nodig eerst naar een verzamelpunt moest om daarna als kleuters achter een vrijwilligster naar weer een andere plek te lopen. Waar je dan een poncho krijgt voor je weet maar nooit, en op een tribune in de open lucht moet gaan zitten.

Bij Tussen werven en hotels is dat anders. Vrijwel meteen nadat Stefan Rokebrand de eerste woorden van de door Timen Jan Veenstra geschreven theatermonoloog heeft uitgesproken, weet je het. Er was maar één manier om op die speellocatie te komen die recht zou doen aan de voorstelling: Lopen vanaf het Zonneplein. En er was maar één locatie waar die voorstelling kon worden gespeeld: Het pleintje bij De Sacramentskerk aan de Kometensingel.

Tussen werven en hotels is het eerste deel van een vierluik van toneelschrijver Timen Jan Veenstra over Amsterdam en gaat over Amsterdam Noord, over Tuindorp Oostzaan. Veenstra deed uitgebreid onderzoek, dook in de archieven, en interviewde zowel arbeiders en hun vrouwen en kinderen uit de tijd van de werven en de kranen, als nieuwe bewoners van Noord die nog niet zolang geleden het IJ zijn overgestoken. Het resultaat: een theatermonoloog van een pater die in 1971 het huis betrok tegenover wat toen nog Kerk van het Allerheiligste Sacrament heette. Een monoloog waarin die pater - kenner bij uitstek van wat er veranderde en van wat dat met mensen deed - zijn verhalen en zijn persoonlijke herinneringen vertelt.

Tot hij in 2005 overleed was pater Jos Kobessen ruim dertig jaar steun en toeverlaat geweest voor de bewoners van Tuindorp Oostzaan. Acteur Stefan Rokebrand, bruine pantalon, overhemd met stropdas met daar overheen een paarse trui, legt zijn hand op de deur van de kerk: 'Als deze deuren open konden, zou ik u als eerste de eikenhouten banken laten zien. Tien rijen aan weerskanten, plek voor driehonderd man met de kansel daarachter en ondertussen de zon die uit de kleine ramen daarboven precies genoeg naar binnen scheen. Uw gezichten net genoeg belicht.'

De tekst begint beschrijvend. Om ons in te wijden in waar we zijn en waar het over gaat, veronderstel ik. Maar al snel wordt het verhaal van eerst de werven, de kranen en de halfgebouwde schepen, tot later het werkeloos toekijken hoe slechts één kraan mocht blijven, al snel wordt dat verhaal meer poëzie dan proza. Door de manier waarop Veenstra het materiaal dat hij tijdens zijn research heeft verzameld door pater Kobessen laat vertellen, is het een verhalend gedicht geworden. Tussen werven en hotels is een theatermonoloog van alleen maar welluidende zinnen, een tekst om stil van te worden.

Door zijn dictie en door op precies de goede momenten rust in te bouwen weet Stefan Rokebrand ons met die prachtige tekst, in een sobere maar functionele regie van Olivier Diepenhorst, ruim een uur lang te boeien en te ontroeren. Kronieken van de stad, deel 1, Tussen werven en hotels is voor zowel 'Noorderlingen' als voor Amsterdammers van de andere kant van het IJ dan ook een must. 

Gezien tijdens OVER HET IJ FESTIVAL

RIRO'S TOPTIEN VAN HET SEIZOEN 2016 - 2017

RIRO'S TOPTIEN VAN HET SEIZOEN 2016-2017


Door RiRo, 28 juni 2017

Van de vijftig voorstellingen die ik het afgelopen seizoen zag, maakten deze de meeste indruk:

1.   De dingen die voorbijgaan van Toneelgroep Amsterdam / Ivo Van Hove
2.   Volpone van Dood Paard
3.   De Warme Winkel speelt De Warme Winkel van De Warme Winkel
4.   De Vader van Senf Theaterpartners i.s.m. Kik Productions
5.   Het leven is droom van Toneelschuur Producties / Olivier Diepenhorst
6.   Risjaar Drei van Toneelhuis / Olympique Dramatique
7.   Ne Swarte van Bloet, Comp.Marius, Kaaitheater / Jan Decorte 
8.   The Nation (1-3) van Het Nationale Theater / Eric de Vroedt
9.   Troje Trilogie van Toneelschuur Producties / Paul Knieriem
10.  Onschuld van De Roovers

Een bijzondere vermelding krijgt Chekhov’s First Play van Dead Centre die bij RiRoToneelrecensies niet onopgemerkt is gebleven. Intelligent, ingenieus en verrassend. Maar uit Dublin. En dus niet uit Nederland of Vlaanderen. 

Recensie: The Dreamers van Toneelacademie Maastricht/Charli Chung

●●●●○


THE DREAMERS

 

TONEELACADEMIE MAASTRICHT / CHARLI CHUNG



Door RiRo, gezien 20 mei 2017, geplaatst 19 juni 2017   

Parijs, mei 1968. De tweeling Theo en Isabelle is elke dag in de Cinématèque te vinden om films te zien. Daar ontmoeten ze de Amerikaanse student Matthew, ook een filmfanaat. De voorstelling begint als de Cinématèque voorlopig gesloten blijkt. Verontwaardigd trekken Theo en Isabelle zich terug in het ruime appartement waar ze met hun niet bepaald onbemiddelde ouders wonen. Die zijn nu met vakantie. Ze overreden Matthew om zijn sobere hotelkamer op te zeggen en bij hen in te trekken.

Terwijl buiten andere studenten in gevecht zijn met de politie, betrekken Theo en Isabelle de wat schuchtere Matthew bij hun favoriete spelletje: wie niet op tijd een door een van de twee nagespeelde filmscène herkent, moet een opdracht uitvoeren. Wanneer Isabelle een door Theo gespeelde sterfscène uit Scarface niet herkent, is zijn opdracht aan zijn zus om seks te hebben met Matthew, terwijl hij toekijkt.

De afstudeervoorstelling The Dreamers is een toneelbewerking van de gelijknamige film van Bernardo Bertolucci uit 2003. Van de drie acteurs in de toneelbewerking valt Marius Mensink als Matthew me het meest op. Voor Bertolucci was Jake Gyllenhaal eigenlijk de eerste keus voor de rol van Matthew, maar die weigerde vanwege de expliciete naaktscènes. Mensink, die wel wel wat op Gyllenhaal lijkt, speelt heel overtuigend, ook in de naaktscènes.

Als regisseur sta je bij een toneelbewerking van een film altijd voor de vraag wat je weglaat en waar je het accent legt. Charli Chung (1995) heeft de goede keuzes gemaakt. Pas helemaal aan het eind laat hij de studentenopstand in een monoloog van Matthew de voorstelling inkomen. Ook de ouders van de tweeling die Bertolucci in de film tussendoor even laat thuiskomen, om daar glimlachend te zien hoe hun kinderen verstrengeld met een andere jongen in bed liggen, en dan weer weer weggaan, heeft Chung er helemaal uit gelaten. Terecht.

Want Chung concentreert zich volledig op de drie jonge mensen die onderzoeken wie ze zijn, vooral op seksueel gebied, met de droomwereld van hun favoriete films als speelterrein. Hij probeert niet om met de manier waarop hij de acteurs laat spelen en met hoe het eruitziet zo dicht mogelijk bij de film te blijven. (Wat bijvoorbeeld Anna Verkouteren Jansen met haar toneelbewerking van The Lobster wel doet). Chung kiest zijn eigen weg, zowel als acteursregisseur als met zijn beeldtaal, en zet met The Dreamers duidelijk zijn handtekening als veelbelovende jonge regisseur. Ik zou het niet gek vinden als zijn voorstelling na het ITS Festival nog een tournee gaat maken.

The Dreamers en ook The Lobster (en nog veel meer afstudeervoorstellingen uit Nederland en België) zijn te zien op het ITS Fesival in Amsterdam, dat duurt van woensdag 21 juni t/m zondag 25 juni.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Het ITS Festival