Recensie: Het jaar van de kreeft van Toneelgroep Amsterdam / Luk Perceval

●●●●○

 

HET JAAR VAN DE KREEFT

TONEELGROEP AMSTERDAM / LUK PERCEVAL 


Door RiRo, gezien 26 maart 2016


In Het jaar van de kreeft van Luk Perceval zijn lichaamstaal, beweging en live uitgevoerde muziek minstens zo belangrijk als woorden. Perceval snoeide stevig in de tekst van de roman van Hugo Claus uit 1972, en bracht die terug tot de dialogen tussen de twee hoofdpersonages. Met alleen als het voor het begrijpen van het verhaal strikt noodzakelijk is een monologue intérieur van de 'hij'.

Dat blijkt een gouden greep. Want alle focus gaat daardoor naar de kern, naar de door seksuele verlangens gedomineerde relatie van de twee geliefden. Gijs Scholten van Aschat als de 'hij' is ingetogen in zijn bewegingen, want ingehouden en gecontroleerd in het uiten van zijn gevoelens. Maria Kraakman beweegt expressiever, maar wel heel esthetisch, want als 'zij' is ze grilliger en onvoorspelbaarder.

Zowel Scholten van Aschat als Kraakman blinken uit in die gestileerde en gechoreografeerde vorm waarmee Perceval wil laten zien dat de twee gevangen zitten in de onmogelijkheid van hun liefde. Met prachtige, dan weer aan martial arts, dan weer aan tantra refererende bewegingen wordt benadrukt dat de twee niet zonder elkaar kunnen, maar toch onafwendbaar op weg zijn naar een fatale afloop.

De scenografie van Katrin Brack, met de opblaaspoppen met de fallussen, en vooral de live uitgevoerde repetitieve muziek van en door Jeroen van Veen beklemtonen de spanning en de dwangmatigheid van dit onorthodoxe liefdesverhaal van Hugo Claus. Met als resultaat dat Het jaar van de kreeft een voorstelling is van grote schoonheid.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Toneelgroep Amsterdam

Recensie: Ideën van 't Barre Land en Maatschappij Discordia

●●●○○

IDEEN

'T BARRE LAND EN MAATSCHAPPIJ DISCORDIA



Door RiRo, gezien 19 maart 2016

Als je je recensie schrijft als er nog geen andere recensies zijn verschenen, loop je in ieder geval niet het risico dat je door de mening van een andere recensent wordt beïnvloed. Er is nog een voordeel. Je bent er dan zeker van dat de snedige zin die je meteen na afloop van de voorstelling hebt bedacht, een uiterst originele én zeer ter zake doende zin, niet al door een ander is gebruikt. Wat heel frustrerend zou zijn, omdat je dan je idee dat jouw idee zo origineel is, zou moeten laten vallen.

Om dat frustrerende gevoel te compenseren zou je het idee kunnen koesteren dat juist omdat in het hoofd van een andere recensent blijkbaar precies dezelfde zin is opgekomen, die zin dan weliswaar niet origineel was, maar dat het idee dat die zin ter zake doend was er door wordt bevestigd.

De Ideën van Multatuli, verschenen tussen 1862 en 1877 in zeven bundels, zijn grotendeels korte opmerkingen, commentaren, aforismen. Verspreid over die zeven delen heeft Multatuli er ook het toneelstuk Vorstenschool en de roman Woutertje Pieterse in opgenomen.

Margijn Bosch en Czeslaw de Wijs van 't Barre Land en Jorn Heijdenrijk van Discordia staan naast elkaar, bladeren door hun manuscripten, en lezen hun keuzes uit Multatuli's Ideën voor. Af en toe is er een onderbreking. Dan krijgen we water, thee, of oude jenever aangeboden.

Het blijkt dat Multatuli's losse gedachten ook nu nog heel geestig en actueel overkomen. Dat was ongeveer de zin die ik in mijn hoofd had na afloop. Maar die staat dus al in de recensie van Vincent Kouters in de Volkskrant. Hoewel. Hij zegt niet 'Multatuli's gedachten', wat ik van plan was te doen, maar 'Multatuli's hersenspinsels'.

Na zo'n vijf kwartier is er weer een pauze. En hoewel de gedachten van Multatuli (hersenspinsels heeft voor mij toch een wat negatievere lading dan het meer neutrale gedachten), hoewel dus de gedachten van Multatuli me boeien, merk ik dat ik er een beetje tegenop zie om nog eens ruim drie kwartier te worden voorgelezen. Ik neem daarom deze keer jenever. Een flink glas.

Maar dan, bij Woutertje Pieterse! Wow! Czeslaw de Wijs neemt zijn vertrouwde rol van souffleur op zich en Margijn Bosch en Jorn Heijdenrijk gaan in een hogere versnelling, en in een nog hogere versnelling. In een alsmaar toenemend tempo spreken die twee de tekst, maken zich los van hun manuscripten, en zetten daarbij steeds meer acteertechnieken in. Die laatste drie kwartier is theater van een heel hoog niveau!


Multatuli was niet alleen wat betreft politiek, godsdienst en natuurlijk Indië nogal eigengereid, hij hield er ook een eigenwijze spelling op na. Hij noemt zijn ideeën dan ook consequent ideën.

Multatuli, idee 337: 't Is 'n treurig verschynsel dat het woord 'origineel' 'n lofspraak is.
     
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Maatschappij Discordia

Recensie: De Sleutel van LOD & Josse De Pauw

●●●○○

 

DE SLEUTEL

LOD & JOSSE DE PAUW



Door RiRo, gezien 9 maart 2016

Het meditatieve ritueel van het aantrekken van de kimono. Het trage, haast eindeloos durende opvouwen van de kleding. De uiterst langzame bewegingen van danseres Fumiyo Ikeda (de vrouw) bij al haar andere handelingen. Danseres Taka Shamoto (de schoonzoon), haar gezicht volledig expressieloos, die uitsluitend met bewegingen haar personage gestalte geeft. Hoe percussioniste Kuniko Kato de marimba speelt, de schoonheid die schuilt in de manier waarop ze daarbij haar hele lichaam gebruikt. Weldadig.

Junichiro Tanizaki's roman De sleutel (1956) gaat over een oudere man en zijn jongere echtgenote voor wie het niet mogelijk is openlijk hun seksuele verlangens te bespreken. Door de sleutel van hun dagboek op een vindbare plek te leggen, lossen ze dat op. In hun dagboek brengen ze hun diepste wensen onder woorden, wetende dat de ander die heimelijk zal lezen.

Er zijn mooie zinnen. 'Fatsoen is hoe je je gedraagt als je alleen bent', zegt de vrouw bijvoorbeeld een aantal keer. En de man, als zijn vrouw in haar dagboek schrijft dat ze zich seksueel aangetrokken voelt tot hun beoogde schoonzoon: 'Mijn hartstocht komt op als ik jaloers ben.'

Maar de kracht van deze voorstelling zit niet zozeer in de tekst, het is niet zozeer de stem van Josse De Pauw via de voice-over, of de woorden gesproken door Frieda Pittoors als de man (in het Nederlands) en Fumiyo Ikeda als de vrouw (in het Japans). Het is de weldadige traagheid van de bewegingen, het is de verstilling die de choreografie van Fumiyo Ikeda bewerkstelligt die De Sleutel tot een boeiende voorstelling maakt.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: LOD

Recensie: John Gabriel Borkman van DeutschesSchauSpielHausHamburg / Karin Henkel

●●●●● 

 

JOHN GABRIEL BORKMAN

DEUTSCHESSCHAUSPIELHAUS HAMBURG / KARIN HENKEL



Door RiRo, gezien 1 maart 2016

Regisseur Karin Henkel laat in haar fenomenale interpretatie van Ibsen's John Gabriel Borkman (1906) zien wat er tevoorschijn komt als de maskers vallen. In een grandioze enscenering kijken we naar de schaduwkant van het menselijk leven. Daar waar primitieve instincten vrijkomen en eigenbelang niet meer verhuld is. Daar waar agressie onverbloemd naar buiten komt. Met grotesk spel tonen de meesterlijke acteurs ons die nachtmerrie. Wat een ongelooflijk goede voorstelling!

Borkman, een bankier met grootheidswaan, maar zonder spijt of wroeging, heeft vijf jaar in de gevangenis gezeten en zich daarna teruggetrokken op de bovenverdieping van zijn huis. De tweelingzussen Gunhild en Ella (de eerste de vrouw, de tweede de vroegere geliefde van Borkman) vechten om Borkman's twintigjarige zoon. Gunhild is zijn moeder, maar Ella heeft hem na het bankroet in huis genomen en verzorgd. De twee zussen, maar ook Borkman, zien de jongen als verlosser, verwachten via hem hun onvervulde verlangens alsnog te realiseren.

De nachtmerrie speelt zich af in een grauwe betonnen bunker met enorme traptreden. Aan het begin van de voorstelling ligt helemaal bovenaan, als vooruitblik, de bankier, fantastisch gespeeld door Josef Ostendorf, al opgebaard. Terwijl tegelijkertijd beneden, in een terugblik, de zussen, meesterlijk vertolkt door Lina Beckmann (Ella) en Julia Wieninger (Gunhild), als kleine kinderen ruzie maken. Wat een openingsbeeld!

In de strijd om de jongen schotelt Henkel ons in de loop van de voorstelling veel prachtige beelden voor. Soms bijbels geïnspireerd, de zussen reinigen de jongen in een badkuip, koesteren hem als in een pietà, trekken aan weerszijden aan zijn mouwen tot het beeld van de gekruisigde ontstaat. Vaak ook met verwijzingen naar comics of films over ondoden en zombies. Ook de muziekkeuze past daarbij. Als de zoon voor zichzelf kiest, en het huis verlaat, klinkt Danse macabre van Saint-Saëns.

Henkel heeft ervoor gekozen om niet te verwijzen naar de recente kredietcrisis. Is dat erg? Nee, en het is ook helemaal niet nodig, want de tekst van Ibsen heeft nog niks aan actualiteit ingeboet. Maar John Gabriel Borkman is vooral zo'n ongelooflijk goede voorstelling door de perfecte balans tussen de briljante enscenering en het groteske van het spel, waardoor de nachtmerrie die het leven zou zijn als de vernislaag er vanaf is op een magnifieke manier zichtbaar wordt gemaakt. 

Gezien tijdens BRANDHAARDEN
 

Recensie: Schiff der Traüme van DeutschesSchauSpielHausHamburg / Karin Beier

●●●○○

 

SCHIFF DER TRAUME 

DEUTSCHESSCHAUSPIELHAUS HAMBURG / KARIN BEIER



Door RiRo, gezien 25 februari 2016

Hoe zal ik het zeggen. Heeft regisseur Karin Beier een ander gevoel voor humor dan ik? Of zijn de grappen in Schiff der Traüme, met als ondertitel Ein Europäisches Requiem, af en toe gewoon opzettelijk plat of melig? Natuurlijk, er zijn ook komische ingrepen die heel geslaagd zijn, maar neem nou deze: De hostess van het cruiseschip, Astrid, gespeeld door Lina Beckman, stottert. Dus als ze haar naam zegt, klinkt dat als 'Arschtritt'. Leuk? Humor blijft natuurlijk een kwestie van smaak. Een veel belangrijker kritiekpunt is vind ik dat Schiff der Traüme niet hard genoeg is, niet confronterend genoeg om te verontrusten.

Eerst zien we alleen maar een urn. Dan horen we gefluisterde dichtregels van Rilke 'Der Tod ist groß. Wir sind die Seinen'. Dat blijkt even later het begin van de compositie Human Rights Nr. 4. Want aan boord van cruiseschip Europa Culture Cruising is een groep orkestleden op weg om de laatste wens van hun onlangs overleden dirigent uit te voeren: zijn as uitstrooien boven de Egeïsche zee en zijn favoriete compositie Human Rights Nr. 4 spelen. Behalve bezig zijn met het uitvoeren van die laatste wens, eten ze, zijn veganist, of maken daar juist grappen over, drinken, maken ruzie, filosoferen, vervloeken het despotisme van de overleden dirigent, drinken te veel, en stoten uiteindelijk de urn om.

Dit deel, waarvan we weten dat het het voorspel is, duurt anderhalf uur. Wat nogal lang is. Na die anderhalf uur van af en toe komische, soms platte, maar wel steeds heel goed geacteerde scenes door uitsluitend blanke acteurs, kondigt de purser aan dat er van een schip in nood drieënzestig uitgeputte mensen aan boord zijn genomen. Zwarte uitgeputte mensen. Vluchtelingen uit Afrika.

Eerst zingt Josef Ostendorf, gekleed in een rode operajurk, nog Beautiful van Christina Aguilera, maar dan nemen vijf Afrikaanse acteurs het cruiseschip, en de voorstelling over. Die vijf Afrikaanse acteurs, onder leiding van Gotta Depri, zijn overduidelijk alle vijf echte performers. Ze zijn ook nog eens ongelooflijk fit. Kortom veel te perfect om geloofwaardig als bootvluchtelingen over te komen.

De vijf zwarte acteurs dansen, houden monologen, en stellen quizvragen. De strekking van hun interventies is dat zij zo'n gevaarlijke tocht hebben ondernomen, dat zij zoveel ontberingen hebben geleden, om ons, Europeanen, te komen helpen. Slikken we tenslotte niet bijna allemaal antidepressiva? Nou zij niet hoor, in Afrika. Stoppen wij onze oude vaders en moeders soms niet allemaal in tehuizen? Wat een schande, dat doen ze in Afrika echt niet. 

Ook in dit gedeelte valt weer heel wat te lachen, maar ik heb de indruk dat het de intentie van Beier's bewerking van Felllini's film E la nave va moet zijn geweest dat het lachen ons dat laatste uur zou vergaan. Maar daarvoor is zowel de inhoud van de teksten, als de manier waarop wij als publiek met die teksten worden geconfronteerd, toch echt te braaf, te ongevaarlijk.

Gezien tijdens BRANDHAARDEN

Recensie: Effi Briest-allerdings mit anderem Text und auch anderer Melodie van DeutschesSchauSpielHausHamburg / Clemens Sienknecht & Barbara Bürk

●●●○○

 

EFFI BRIEST 

DEUTSCHESSCHAUSPIELHAUS HAMBURG / CLEMENS SIENKNECHT & BARBARA BURK



Door RiRo, gezien 23 februari 2016


Coverbandmuziek houd ik daarvan? Ook als het heel goed gedaan is? Perfect zelfs? Zoals in deze voorstelling de live-uitvoering van God Only Knows van The Beach Boys? Nee, daar houd ik niet zo van. Ik veer pas op als de acteurs een verrassende draai aan zo'n hit geven. Ik veer op bij de dialoog die is gemaakt van Love Me Tender van Elvis Presley. En vooral bij It's A Man's Man's Man's World van James Brown in een hartverscheurende angstschreeuwversie door Michael Wittenborn.

Effi Briest van Theodor Fontane uit 1894 is een Duitse roman die thuishoort in het rijtje Anna Karenina, Madame Bovary, Eline Vere, een verhaal over vrouwenleed en mannenlust. Effi wordt op zeventienjarige leeftijd uitgehuwelijkt aan de ruim twintig jaar oudere baron Geert von Instetten. Ze is ongelukkig en bezwijkt voor de charmes van de knappe majoor Crampas. Zes jaar na die affaire komt Von Instetten erachter, hij dood Crampas in een duel, en stuurt Effi weg. Die belandt uiteindelijk ziek bij haar ouders. Waar ze al snel sterft. Maar niet voordat ze alle schuld op zich heeft genomen. En Von Instetten heeft vrij gepleit.

Het toneel ademt de sfeer van de zeventiger jaren. Op 'Radio Briest' loopt de serie Berühmte Seitensprünge der Weltliteratur. We beginnen steeds met een stukje gesproken versie van de roman vanaf een langspeelplaat. Vlak voor een belangrijke scène gaat de platenspeler uit en pakken de acteurs hun instrumenten om wat er verder gebeurt duidelijk te maken met behulp van live-uitvoeringen van hits uit de zestiger, zeventiger en tachtiger jaren. Veel Engelstalige, geen enkele Duitstalige als ik me goed herinner, en op het eind, gezongen door Ute Hannig als Effi, het Franstalige La Chanson d'Hélène van Philippe Sarde.

Clemens Sienknecht en Barbara Bürk kiezen in hun muzikale interpretatie van Theodor Fontane's klassieke zedenroman naar mijn smaak net even te vaak voor muzikale perfectie. Terwijl kunst om spannend te zijn, en geen kunstnijverheid te worden, naar mijn idee nou juist net niet perfect moet zijn. Aan de andere kant, het is wel heel knap hoe bij zo'n muzikale en ook heel komische bewerking de tragedie van de roman totaal niet in het gedrang komt.

Gezien tijdens BRANDHAARDEN

Recensie: Der Entertainer van DeutschesSchauSpielHausHamburg / Christoph Marthaler

●●●●○

 

DER ENTERTAINER

DEUTSCHESSCHAUSPIELHAUS HAMBURG / CHRISTOPH MARTHALER  


Door RiRo, gezien 20 februari 2016



De slechte mop en de foute opmerking zijn in Der Entertainer tot kunstvorm verheven, in een voorstelling over de schoonheid van verval en ontluistering. Het oorspronkelijke stuk The entertainer van John Osborne (over een Britse familie van Music Hall artiesten die niet kunnen accepteren dat hun genre verdwijnt) werd voor het eerst gespeeld in de jaren vijftig van de vorige eeuw tijdens het conflict over het Suezkanaal. De Zwitserse regisseur Christoph Marthaler verplaatst de thematiek naar het Europa, en naar de conflicten, van vandaag.

Der Entertainer gaat niet alleen over het variététheater dat voorbij is, maar ook over de manier waarop Europeanen van nu met de gevolgen van oorlogen omgaan. Het gezin van de aan lager wal geraakte entertainer Archie Rice wacht op de terugkeer van zoon Mick (die als huurling voor Blackwater ergens in een ver buitenland vecht). Maar de toename van buitenlanders in hun eigen land houdt de familie Rice meer bezig. Archie: 'Was denn nun: liegen die auf der faulen Haut, oder nehmen sie uns die Arbeitsplätze weg.' Opzettelijk foute grappen dus. Over Turken. Over Polen. Over de IS. Over de oorlog in Syrië. En natuurlijk over de recente vluchtelingenproblematiek.

Duri Bischoff ontwierp voor deze voorstelling een overweldigend decor. Een vervallen theater met een gat in het dak en met vochtvlekken op het tapijt. Maar wel een showtrap. Met boven dat theater (dat ook de woning van de familie van Rice is) nog een theater, met een heuse lijst en een rood gordijn. Met ook daar weer een showtrap. In dat theater in het theater laten Josef Ostendorf en Bettina Stucky als corpulente reality-tv types een verdubbeling van 'De Kunst van het Mislukken' zien. Al hun variéténummers gaan de mist in.

Op de voorgrond ondertussen drie generaties vertellers van slechte grappen, tevens makers van foute opmerkingen. Archie zelf, vader Billy, en zoon Frank (bij Marthaler in tegenstelling tot bij Osborne hier ook entertainer). Archie: 'Negers', mag ik dat woord niet meer gebruiken? 'Frauen' darf man ja heute (auch) nicht mehr sagen. Das sind jetzt 'Menschen mit Menstruationshintergrund'.

In de orkestbak (in de Rabozaal van de Amsterdamse Schouwburg blijkt ineens een orkestbak te zijn) speelt de vijfkoppige Archie Rice Allstar Band. Op het eerste podium dansen drie wat verlopen vaudeville danseressen, op het tweede zingt de Engelse zangeres Rosemary Hardy. Maar acteur Michael Wittenborn als Archie Rice blijkt ook goed te kunnen zingen. Het meest aangrijpend vind ik zijn (in het ijskoude licht van de slotscène) uiterst traag gezongen a capella versie van Death of a Clown van Dave Davies.

Der Entertainer is typisch Marthaler. Het werk van een regisseur die niet alleen van muziek houdt, maar ook van heel traag. Gelukkig heb ik zijn Maeterlinck gezien, waarin de klok op het podium stil staat, en er soms een half uur bijna niets gebeurt, dus ik was erop voorbereid. Zo traag als Maeterlinck is Der Entertainer niet. En als het je lukt om je aan het tempo over te geven, is Der Entertainer een heerlijke, politiek incorrecte, en juist daarom relevante muziektheatervoorstelling.

Gezien tijdens BRANDHAARDEN.

Recensie: Beckett Boulevard van De Koe

●●●●○

 

BECKETT BOULEVARD 

DE KOE  


Door RiRo, gezien 5 februari 2016



De wederopbouw van het midden begint met de epiloog, we horen hoe Natali Broods wordt geïnterviewd door Jan Hautekiet, we zien Peter Van den Eede in de spiegel kijken en Willem de Wolf een stoel uitpakken.

Daarna maken we mee hoe Natali, Willem en Peter in een ondergrondse parking aan de Beckett Boulevard het centraal gemiddelde bespreken, op niveau -9 belanden, daar het gevoel krijgen één lichaam te zijn, wat dan weer een gevoel van eenzaamheid oplevert, en dat allemaal na een bezoek aan een tentoonstelling van miniatuurkunst in een heel groot museum in Quebec. Hoe vervolgens het licht in de parking uitvalt, waarna de versies over hoe het vanaf dat moment verder ging sterk uiteenlopen en de drie besluiten de dingen voortaan in het midden te laten.

Is het echt een ober? Of is het Peter? Dat vragen Natali en haar ex Willem zich in een in espuma gespecialiseerd restaurant af. Waar Natali vertelt dat ze wil stoppen met acteren om de politiek in te gaan en zich daar in het midden te profileren. De ober, of is het toch Peter die geen acteur meer wil zijn, omdat hij vindt dat er teveel onechte echtheid is, en dat er daarom echte onechtheid nodig is, waar een ober de ultieme belichaming van is: 'Iedereen is op de een of andere manier sociaal geëmigreerd'. Dan zal het toch wel Peter zijn.

Ze doen alsof er muziek klinkt, want het is toneel, ze herkennen een nummer van Chic, wat Willem ingrijpende en baanbrekende muziek vindt. Dan komen we zo langzamerhand bij de ontroerende dialoog tussen de Peter van het einde van de voorstelling (of is het de Peter van het begin van de voorstelling omdat de voorstelling wordt teruggespoeld) en het spiegelbeeld van de Peter van gisteren, waarna Peter, een van de Peters, het gedicht Afstand van vader Van den Eede voordraagt. 

En dan vergeet ik nog bijna het hilarische hoogtepunt. Het interview door Tom Lenaerts. Die de vraag stelt waar de voorstelling over gaat. Waar de drie het dan niet over eens worden. Dat zal ergens in het midden zijn geweest.

De lichtheid van de zwaarte, dat is wat De Koe tot in de perfectie beheerst. Ook in Beckett Boulevard is de intellectualistische spielerei van Broods, De Wolf en Van den Eede, met al die prachtige zinnetjes, met al die heerlijke filosofische redenerinkjes, weer om van te smullen.


Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: De Koe

Recensie: Dit zijn de namen van NTGent/Philipp Becker

●●●○○

DIT ZIJN DE NAMEN

NTGENT / PHILIPP BECKER


Door RiRo, gezien 1 februari 2016

Een toneelbewerking van een roman, van een recente roman. Dan verwacht je dat die iets toevoegt. Er een ander licht op laat schijnen. Een onverwachte invalshoek kiest. Dat is niet echt het geval bij de voorstelling Dit zijn de namen van de Duitse regisseur Philipp Becker. De roman wordt redelijk getrouw naverteld, maar omdat de acteurs zich meestal rechtstreeks tot het publiek richten, is de voorstelling bij momenten nogal saai. De schrijver van de roman, Tommy Wieringa, applaudisseert na afloop overigens heel enthousiast. Maar dat zegt natuurlijk niet zoveel.

In Dit zijn de namen duiken vijf verwilderde vluchtelingen op in de grensstad waar Pontus Beg politiecommissaris is. Maandenlang hebben ze gedoold door de steppe op zoek naar een beter leven in het Westen. Daar zullen ze nooit aankomen want ze zijn bedrogen door mensensmokkelaars die vluchtelingen in een vrachtauto een fictieve grens laten oversteken. Commissaris Beg ontrafelt tijdens zijn verhoor de geschiedenis van hun tocht, een verhaal dat verweven raakt met de zoektocht naar zijn eigen afkomst.

Een van de twee verhaallijnen van de roman, die van de groep vluchtelingen in de steppe, is in de voorstelling geïntegreerd in de andere verhaallijn en wordt dus verteld vanuit het perspectief van Pontus Beg. De huiveringwekkende communicatie tussen de in eerste instantie dertien vluchtelingen in de roman is in de voorstelling vervangen door antwoorden op vragen van de politiecommissaris. Dat vind ik jammer. Wel een mooie ingreep is dat Afrika, de zwarte man, al vanaf het begin alleen als hoofd in een plastic zak ten tonele wordt gevoerd. Ook de muziek, door de acteurs zelf meerstemmig akoestisch gezongen, is een sterk detail.

Daarentegen is het acteren niet altijd even overtuigend, hoewel Steven Van Watermeulen (Pontus Beg), de talentvolle Estlandse acteur Risto Kübar (De Jongen), en Mark Verstraete (Vitaly) in positieve zin opvallen. Tim Bogaerts (De Lange) strekt af en toe zijn hoofd en nek ver naar voren, een pose die me bekend voorkomt (uit Aneckxander van Alexander Vantournhout & Bauke Lievens). Waarom Bogaerts dat doet, snap ik niet zo goed. Twee acteurs, de bij Münchner Kammerspiele werkende Risto Kübar en Lia Hoensbroech (De Vrouw) spreken af en toe Duits of Engels (er zijn boventitels). Maar ik vind niet dat dat veel toegevoegde waarde heeft.

Al met al is Dit zijn de namen van NTGent een niet in alle opzichten geslaagde voorstelling. Gebaseerd op een wel erg goede roman. Een aanrader die roman van Tommy Wieringa. Maar dan zou ik ook Dzjan van Andrej Platonov er even bij pakken. Vanwege de opvallende overeenkomsten.
 
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: NTGent

Recensie: Wachten op de barbaren van Toneelschuur Producties & Korzo

●●●○○

WACHTEN OP DE BARBAREN

TONEELSCHUUR PRODUCTIES & KORZO



Door RiRo, gezien 21 januari 2016

Bij de magistraat van een niet met name genoemde grensplaats meldt zich op een zeker moment kolonel Joll van het Derde Bureau met zijn manschappen. Want de hoofdstad van Het Rijk heeft aanwijzingen over op handen zijnde bedreigingen door de nomaden aan de andere kant van de grens. Door de kolonel consequent barbaren genoemd. Het Rijk moet dus voorzorgsmaatregelen treffen.

De magistraat denkt er het zijne van: 'Van deze onrust zag ik zelf niets. Voor mezelf was ik tot de overtuiging gekomen dat elke generatie een periode van hysterie over de barbaren kent. Er woont geen vrouw aan de grens die niet heeft gedroomd van een donkere barbarenhand die onder haar bed vandaan komt om haar enkel te grijpen, geen man die zichzelf niet bang heeft gemaakt met visioenen van barbaren die bacchanalen houden in zijn huis, borden breken, gordijnen in brand steken, zijn dochters verkrachten. Deze dromen zijn een gevolg van een te bezadigd leven. Toon me een barbarenleger en ik zal ze geloven.' (J.M. Coetzee, Wachten op de barbaren, Uitgeverij Cossee, Amsterdam, 2002, pagina 17, vertaling door Peter Bergsma van Waiting for the Barbarians uit 1980)

De magistraat is een oude man, bijna met pensioen. Hij neemt een jong meisje in zijn huis op. Een nomadenmeisje. Gemarteld, gewond, en zo goed als blind achtergelaten door kolonel Joll die alweer op weg is om nieuwe gevangenen te maken. Hij masseert elke dag haar gekwetste voeten en benen. Daarna slaapt ze bij hem in bed. Daar wordt wat vreemd tegenaan gekeken in het grensplaatsje.

De roman van Coetzee is voornamelijk een 'stream of consciousness' van de magistraat, met slechts hier en daar een dialoog. Niet zo'n gek idee dus van regisseur Michiel de Regt om er een theatermonoloog van te maken. Jan-Paul Buijs (1984) speelt de oude magistraat met een grijze pruik op. 

Hoe Coetzee het voor elkaar krijgt weet ik niet, maar bij het lezen van zijn roman voel je voortdurend een onderlaag van doem, van dreiging. Zowel onder het hoofdthema (het optreden tegen) het vermeende gevaar van de nomaden, als onder (de zuiverheid van) de motieven van de oude man in zijn omgang met het meisje.

Coetzee kiest er in zijn roman bewust voor om geen plaatsaanduidingen, geen tijdperk, nauwelijks namen te gebruiken. Je ontkomt er als lezer dus niet aan om je verbeelding gebruiken. Bij de voorstelling gaat dat anders. De verbeelding wordt niet bij de toeschouwers gelaten. Maar ingevuld door drie danseressen (in een choreografie van Iván Pérez).

Beelden die danseressen de gelaagdheid van het verhaal uit? En lukt dat? Ik vraag het me af. Ze zijn ongeveer even oud, even jong dus, als de acteur. Waardoor het voor de lezer van de roman ongemakkelijk fysieke contact tussen de oude man en het meisje, in de voorstelling normale aanrakingen tussen leeftijdgenoten worden. Lukt het de danseressen dan wel om de onderliggende dreiging van het hoofdthema te laten zien? Ik versta de taal van de dans nauwelijks. Ik weet het dus niet.

In de loop van het verhaal wordt de magistraat een gevangene. Later wordt hij door Joll's adjudant Mandel publiekelijk vernederd. Mandel dwingt hem bijvoorbeeld om in vrouwenkleren rond te lopen. De magistraat gaat zich daardoor cynischer en roekelozer gedragen. Maar uiteindelijk, als de soldaten zich weer hebben teruggetrokken, neemt hij zijn plaats als magistraat weer in. 

Maar de manier waarop Jan-Paul Buijs speelt, verandert nauwelijks. Zijn lichaamstaal en de manier waarop hij de tekst zegt, blijft ongeveer hetzelfde. De verandering van het personage moet ik dus opmaken uit wat Buijs als de magistraat zegt, niet uit hoe hij het zegt. Of moet ik ook dat opmaken uit de dans? Ik heb bij Wachten op de barbaren moeten vaststellen dat ik weinig van dans begrijp, dat ik misschien wel 'andansabeet' ben.
   
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Toneelschuur Producties