Recensie: FRONT Polyphonie van Thalia Theater Hamburg en NTGent

●●●○○

FRONT POLYPHONIE

THALIA THEATER HAMBURG EN NTGENT


Door RiRo, gezien 24 september 2014


Duitse en Vlaamse acteurs als instrumenten in een orkest. Gekleed zoals orkestleden, in alleen zwart en wit. Met muziekstandaards voor zich. Een setting waarin regisseur Luk Perceval zijn acteurs noodzaakt nauwkeurig te luisteren. Niet alleen naar elkaar, maar ook naar de oorlogsgeluiden uit de metalen klankinstallatie aan de achterwand. En ze daardoor dwingt steeds weer nauwkeurig te timen wanneer en hoe ze hun tekst gaan zeggen.
 
Verschillende talen, verschillende verhalen en perspectieven, verschillende klanken en beelden. Een polyphonie die het publiek als een geheel van stemmen het lijden en de smart van de soldaten aan beide zijden van het front wil laten ervaren.
 
FRONT Polyphonie is daarmee een theatraal requiem voor de onbekende soldaat aan zowel de geallieerde als de Duitse kant van het front in de IJzervlakte, nog geen 40 kilometer van de schouwburg in Gent waar ik de voorstelling zie. De Duitse tekst gebaseerd op Im Westen nichts Neues uit 1929 van Erich Maria Remarque; de tekst van de geallieerden onder meer op Le Feu, het oorlogsdagboek van de Franse soldaat-vrijwilliger Henri Barbusse uit 1916.

Een opvallend onderdeel van FRONT Polyphonie zijn de steeds terugkerende dialogen tussen de naïeve Emiel Seghers, 'den nieuwen', en luitenant De Wit. Daarin wordt de tegenstelling tussen de Vlaamse boerenzonen, die in de voorste linies de dood werden ingejaagd, en hun Franstalige officieren gesymboliseerd. Maar het lijkt erop dat Perceval er iets te nadrukkelijk voor wil zorgen dat we sympathie gaan opbrengen voor de lieve zachtaardige soldaat Emiel (Oscar Van Rompay). En vooral niet voor de luitenant. Hij laat Steven Van Watermeulen, als de Franstalige luitenant, in ieder geval naar hartenlust schmieren.
 
Ondanks het indrukwekkende effect van de geluiden uit de enorme staalplaten (Ferdinand Förschen) en van de projecties van oorlogsbeelden (Philip Bussmann), ontkom ik er door de grote hoeveelheid woorden, in vier talen, niet aan om me vooral op de tekst te concentreren. FRONT Polyphonie blijft daardoor dan ook, voor mij, voornamelijk teksttheater. 
 
En omdat topacteur Burghart Klaussner en de andere Duitse en Vlaamse acteurs een groot deel van de voorstelling in een rij naast elkaar zitten, of naast elkaar staan, ervaar ik het, ondanks mijn bewondering voor Perceval als regisseur, en ondanks mijn bewondering voor de vakbekwaamheid van de acteurs, toch ook als vrij statisch theater. Theater dat inhoudelijk ook niet echt veel toevoegt aan wat er dit herdenkingsjaar al aan boeken en documentaires over de gruwelen in de loopgraven van de Grote Oorlog is verschenen.
 
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: NTGent

Recensie: Tasso van Het Nationale Toneel / Theu Boermans

●●●●○

TASSO

HET NATIONALE TONEEL


Door RiRo, gezien 18 september 2014


In een helder geënsceneerde voorstelling plaatst regisseur Theu Boermans Goethe's Torquato Tasso uit 1790 in het heden. Maar wel met behoud van de nog steeds heel aangenaam klinkende versregels. Vijf jonge acteurs moeten daarmee aan de slag (in een mooie vertaling van Tom Kleijn). Dat gaat ze alle vijf goed af. En dan blijken ze, tot mijn verrassing, ook nog eens meer dan redelijk te kunnen zingen.

Alfonso, de mecenas die de dichter Tasso in zijn huis in Ferrara heeft opgenomen, is een rijke internetondernemer. Tasso, een vrije, creatieve geest, komt steeds meer op gespannen voet te staan met de rol die hij in dat huis gedwongen wordt te spelen. Het stuk gaat dan ook vooral over de afhankelijkheid van de kunst en de kunstenaar van geldschieters en politici. Toen en nu. Boermans onderzoekt daarmee ook de relevantie van Goethe's ruim tweehonderd jaar oude tekst voor de positie van de kunstenaar en het publiek van vandaag.

Ik merk dat ik tijdens de voorstelling vooral let op het acteren. Niet zo gek natuurlijk bij een regie van Theu Boermans, acteursregisseur bij uitstek, en met alleen maar jonge acteurs op de planken. Daarbij concentreer ik me op de drie jonge acteurs die sinds kort in vaste dienst zijn bij het Nationale Toneel.

Joris Smit heb ik al een keer of tien eerder zien spelen. Bij verschillende regisseurs. Heel goed vond ik hem als Heathcliff in Woeste Hoogten van Theater Artemis. Een rol waaraan veel geduw en getrek te pas kwam. Dat fysieke past heel goed bij hem. Ook voor Tasso maakt hij, op een iets bescheidener manier, gebruik van de expressiviteit van zijn lichaamstaal. En van zijn van nature al wat getormenteerd ogende mimiek.

Tasso is de dichter die zich wil onttrekken aan de te grote invloed van zijn mecenas (Bram Suijker), hij is de man vol emoties die in aanvaring komt met de juist heel berekenende politicus Montecatino (een sterke rol van Justus van Dillen), en ook de kunstenaar die iets opwindenders dan een lauwerkrans verwacht van Alfonso's dochter. In het personage van de gevoelsmens Tasso komen de kwaliteiten van Joris Smit dan ook goed tot hun recht.

Bij Hannah Hoekstra, als Eleonore, valt me niet alleen haar voorbeeldige dictie op. Die is bij alle vijf overigens goed verzorgd. Maar daarnaast ook hoe ze door alleen haar ogen te gebruiken de zaal iets duidelijk kan maken (ik zie haar vanavond voor het eerst op toneel, kende haar tot nu toe alleen van film). Ze kan die ogen als het ware van betekenis laten veranderen, zodat ze alleen met dat expressiemiddel in 'het stille spel' een dialoog aan kan gaan.

Sallie Harmsen speelt anders. Moet ook anders spelen. Want haar personage, Leonore, de dochter van de mecenas, is niet zo gezond. Ze is een beetje neerslachtig. Om die zwakke gezondheid uit te beelden, neemt ze af en toe medicijnen in. Met een beetje water. Dan is het wel duidelijk. Vind ik. Ook nog pleisters op haar benen? Ik zit me dan toch af te vragen of ze, Sallie dus, niet Leonore, zich die ochtend misschien heeft gesneden bij het scheren. Sallie Harmsen acteert overigens ondank die pleisters wel heel goed, heel subtiel.

Wat een mooie zinnen schreef die Goethe trouwens. Ik mag er maar één kiezen? Dan kies ik deze, omdat hij zo eenvoudig lijkt, maar toch iets ongrijpbaars blijft houden: 'Kijk om je heen, zie de ander, en herken wie je bent.'
 
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Het Nationale Toneel

Thyestes van Simon Stone, Belvoir, Sydney

Thyestes van Simon Stone, Belvoir, Sydney

Dit is zo fucking goed!
Je krijgt er ongelooflijk spijt van als je hier niet naartoe gaat.
Ik schrijf geen recensie (want dan zou ik maar vijf sterren kunnen geven).
Ik schrijf gewoon de Australische Herald Sun over: 'Thyestes is rock 'n roll theatre, confronting, transgressive, uncomfortable, hilarious, horrifying and beautiful.'
Nog te zien woensdag 25, donderdag 26 en vrijdag 27 juni.
In Theater Bellevue in Amsterdam.

Recensie: Gavrilo Princip van De Warme Winkel

●●●●● 

GAVRILO PRINCIP

DE WARME WINKEL


Door RiRo, gezien 20 juni 2014

Na drie razendsnelle, en een beetje nerveuze, monologen, trekken Jeroen de Man, Vincent Rietveld en Ward Weemhoff een enorm scherm omhoog. De Warme Winkel gebruikt ook nu, zoals in elke voorstelling, allerlei verschillende stijlmiddelen. Maar net als in Jandergrouwnd uit 2012 overheerst deze keer live film, waarbij we tegelijkertijd dus het filmen zelf als het gefilmde te zien krijgen. Dat levert, mede dankzij cameraman Emo Weemhoff, prachtig, en vaak verrassend, theater op.

Op de flyer van de voorstelling staat een fotomontage, die eruit ziet als ouderwets knip- en plakwerk. Het middelste deel van het gezicht van Gavrilo Princip is over dat van Franz Ferdinand gelegd. Gavrilo Princip is de jonge idealist die op 28 juni 1914 kroonprins Franz Ferdinand doodde en daarmee het startschot gaf voor de Eerste Wereldoorlog.
 
In de informatie bij de voorstelling is met precies dezelfde knip-en plaktechniek het gezicht van Princip over dat van Che Guevara gelegd. In Gavrilo Princip blijft De Warme Winkel dicht bij het leven en de idealen van Princip en zijn kameraden, maar impliciet trekken ze de lijn van alle tijden door, die van jonge mannen (en af en toe een vrouw) die uit idealisme naar een ander land afreizen om 'de wereld te verbeteren'. Tot aan, tegen het einde van de voorstelling, misschien iets te expliciet, de Syrië-gangers van nu. Begon De Warme Winkel trouwens ook niet als een groep angry young men (and one woman) die in figuurlijke zin een aanslag beraamde op wat ze zagen als de gevestigde orde van het toneel, met name Ivo Van Hove en Theu Boermans?
 
Net als in hun eerdere voorstellingen blijft ook in Gavrilo Princip, vooral in de enscenering, het voor De Warme Winkel kenmerkende maakproces voor de toeschouwers zichtbaar, waardoor ze ons in feite met terugwerkende kracht meenemen in dat maakproces, achteraf inzicht geven in hun zoektocht. We kunnen dus als het ware meekijken hoe tijdens hun research (waarin ze deze keer werden bijgestaan door Czeslaw de Wijs) ideeën ontstonden, die ze vervolgens op verschillende manieren theatraal uitwerkten. Het is niet nieuw, want zo doen ze het elke keer, maar het werkt in deze voorstelling, ook door de enorme (fysieke) ruimte die ze benutten, wel héél erg goed.

Remco de Jong en Florentijn Boddendijk. Het is niet de eerste keer dat ik deze namen in een recensie opneem. Is er eigenlijk een prijs voor? Voor geluidscompositie? Hoe dan ook, wat De Jong en Boddendijk voor Gavrilo Princip hebben bedacht, vind ik meesterlijk. Vooral door de geluiden die de acteurs, ogenschijnlijk terloops, live aan de compositie bijdragen. Ook visueel is het trouwens een voorstelling om je vingers bij af te likken.

Gavrilo Princip is juweeltje. Een van de beste van De Warme Winkel die ik zag.



Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: De Warme Winkel


Recensie: I See You van Frascati Producties / Naomi Velissariou

●●●●○

I SEE YOU

FRASCATI PRODUCTIES / NAOMI VELISSARIOU


Door RiRo, gezien 10 juni 2014


'Liefde is een continu machtsspel waarvan ik hoop dat ik verlies.' Als De Zus dat zegt, is het nog een enigszins mysterieuze uitspraak. Later, als ze tijdens een date geil wordt van De Man, en op de kamer van diens dochter seks met hem heeft, komen verleden en heden bij elkaar, en wordt de tragiek van haar verzuchting op een bijna ondraaglijke manier duidelijk.

Een jonge vrouw, De Zus, heeft een one night stand met een oudere man, De Man. Ondertussen is De Broer op een feesteiland waar hij eigenlijk niet wil zijn, en heeft daar intieme contacten met een pad. Op Schiphol, waar De Man zijn vrouw en dochter af komt halen, en ook De Broer terugkeert, komen de verhaallijnen bij elkaar.

Naomi Velissariou (1984) bracht Huis clos van Sartre terug tot de pure essentie, en ze regisseerde. Rik van den Bos (1982) schreef de tekst. Velissariou zelf (Zus), Sadettin Kirmiziyüz (Broer), en Bram Coopmans (Man) zijn in I See You niet alleen personage, maar ook verteller. Door die structuur kunnen de personages ook steeds naar zichzelf kijken, commentaar op zichzelf geven. De Zus: 'Ik maak fouten, maar ik maak de verkeerde fouten.'

Het publiek zit aan drie zijden van de speelvloer. De Zus, De Broer, De Man zijn alle drie in wit en zandkleur gekleed en rijden rond op rolschaatsen. Op de rechthoekige vloer, in de kleur van de hel, schaatsen de drie naast elkaar, cirkelen ze om elkaar heen, steeds met elkaar in discussie, in een poging aan hun situatie, en aan hun verleden, te ontsnappen. Maar hun trauma's blijven. Ze zoeken wel contact, maar relativeren dat dan onmiddellijk. De Zus tegen De Man: 'Ik praat niet tegen jou, maar via jou met hen (het publiek).' 
 
I See You is een voorstelling met een indrukwekkend goede tekst. Het gebruik van rolschaatsen pakt verrassend goed uit, het maakt het mogelijk dat de drie ook fysiek in een voortdurend meanderende beweging zijn. Vertragen en versnellen, toenadering zoeken en zich dan weer distantiëren. Ja, zeker de moeite waard deze voorstelling. 
 
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Frascati

Recensie: The Valley of Astonishment van Peter Brook, Marie-Hélène Estienne, Théâtre des Bouffes du Nord

●●○○○  

THE VALLEY OF ASTONISHMENT

PETER BROOK, MARIE-HELENE ESTIENNE, THEATRE DES BOUFFES DU NORD


Door RiRo, gezien 5 juni 2014


Een theatraal onderzoek. Zo noemen de makers het. En dat is het ook.

Dus om nou te zeggen een memorabele voorstelling? Nee.

Na een half uur heb ik het door. Dit gaat geen voorstelling worden. Waar ik tot nu toe naar zit te kijken was niet een inleiding. Tot het einde zal het vooral een presentatie blijven van wat de makers tijdens hun research te weten zijn gekomen over synesthesie. Die presentatie van neurologische kennis gebeurt weliswaar in scènes, en door acteurs (en twee muzikanten). Maar wat er op het podium te zien is, heeft veel meer weg van een documentaire dan van een voorstelling.

Op zich een heel interessant fenomeen, synesthesie. Daarbij zien mensen bijvoorbeeld geluiden als beelden, proeven ze kleuren, of ervaren ze getallenreeksen als landschappen. Kathryn Hunter, die een vrouw speelt met zo'n enorm goed geheugen dat ze er ook last van heeft, is een fantastisch actrice. En wie niet, zoals ik, allergisch is voor alles wat naar New Age zweemt, zal misschien ook de mystieke dimensie van The Valley of Astonishment kunnen waarderen. Want de makers presenteren niet alleen wetenschappelijke feiten, ze willen de toeschouwer (onder andere met tekstfragmenten van een soefie-dichter) ook verleiden het leven bewuster, en met meer verwondering, te ervaren.

Peter Brook (1925) was een van de eerste regisseurs die koos voor een lege, open theaterruimte. Ook The Valley of Astonishment wordt gespeeld in een minimalistische setting, met alleen een paar eenvoudige houten stoelen en tafels. Een toneelbeeld dat overigens perfect past bij de inrichting van de zaal van het Muziekgebouw aan 't IJ, waar deze Holland Festival-voorstelling te zien is. Maar hoe interessant het onderwerp ook is, de schoolse uitleggerigheid van deze 'voorstelling' is niet mijn smaak. Ik vind het nogal saai. 

Recensie: De Entertainer van Toneelgroep Amsterdam / Eric de Vroedt

●●●●○

DE ENTERTAINER

TONEELGROEP AMSTERDAM / ERIC DE VROEDT


Door RiRo, gezien 27 mei 2014


Zou het waar zijn, zoals Scholten van Aschat bij Pauw en Witteman zei, dat je eerst goed moet kunnen tapdansen voor je een slechte tapdanser kunt spelen? Eerst goede grappen moet kunnen vertellen voor je met foute de planken op gaat? Zal ik dan ook het positieve in mijn recensie maar eerst noemen voor ik aan het kritische begin? Laat ik dat maar doen.
 
Daar gaan we: Een tien voor de vertaling en de bewerking door Eric de Vroedt. Want er is niets moeilijker dan het vertalen van humor. Laat staan van geforceerde humor. Een tien ook voor het muziekontwerp van Remco de Jong en Florentijn Boddendijk, voor hoe ze vijftiger jaren klanken opsloegen in een soort USB-orgel, waarop Alwin Pulinckx live kan spelen. 
 
Hoge cijfers ook voor het acteren. Gijs Scholten van Aschat, als de variétéartiest op zijn retour, een tieneneenhalf. Minimaal een negen min voor de anderen. Mariana Aparicio Torres, Fred Goessens. Prachtig hoe Janni Goslinga, als de vriendin, steeds schrijnender de vernedering van haar personage laat zien. Hoe ze daarmee het thema –  de ondergang van het variététheater (en van het Britse Rijk als grootmacht) – in het kleine, op de achtergrond, in het huiselijke, symboliseert. Zoals Archie Rice, de entertainer, datzelfde op de voorgrond doet, in de spotlights. En dan Pulinckx met zijn verrassende vertolking van zoon Frank. Zoals hij eerder dit seizoen ook al verraste met een fraaie bijrol in De Pelikaan. Nóg een tien dus voor Eric de Vroedt. Nu voor zijn rol als acteursregisseur.

Voor een glittergordijn doet Archie Rice zijn optredens. In een fout pak, met een fout snorretje. En met foute grappen. Over homo's, vrouwen, immigranten. Achter dat gordijn is een trechtervormig decor met helemaal achterin de woonkamer van het gezin Rice. 
 
Maar die gezinsscènes worden niet daar achterin, niet aan het eind van de trechter gespeeld, maar helemaal vooraan. In die scènes zien we hoe Archie ook thuis een verbitterde man is die over weinig gevoel en tact beschikt, en die met wrange humor zijn vriendin schoffeert. Met dat decor gebeurt dus eigenlijk niks. Het enige wat die diepte doet, is afstand suggereren tussen wat er vóór en wat er achter het gordijn gebeurt, tussen wat er in de spotlights gebeurt en wat er privé gebeurt. 
 
Ik zal wel niks van het stuk hebben begrepen, maar gaat het er niet óók om dat er juist zo weinig verschil is tussen de Archie als entertainer en de Archie als minnaar en vader? Op z'n minst dus een vraagteken bij de keuze voor die trechter van scenograaf Maze de Boer.

Regisseur Eric de Vroedt laat de acteurs elkaar niet of nauwelijks aankijken, ze spelen bijna voortdurend met hun gezicht naar de zaal. Dat lijkt een beetje op hoe regisseur Susanne Kennedy werkt, en ook Luk Perceval. Maar die regisseurs combineren dat met statische posities van de acteurs. Kennedy doet dat in extreme mate, waardoor dat 'terugkijken' extra wordt geaccentueerd. In De Entertainer bewegen de acteurs wel. 
 
De Vroedt kiest dus, terecht, zijn eigen manier. Maar door die enorme ruimte achter de acteurs, wordt wat hij mogelijk beoogt, het uitvergroten (voor mij in ieder geval) voor een deel weer teniet gedaan. Een tweede vraagteken dus bij dat toneelbeeld van Maze de Boer.
 
Al met al, de plussen en minnen met elkaar verrekenend, kom ik toch tot een positieve conclusie. De Entertainer is een interessante, boeiende voorstelling, waarin zó goed wordt geacteerd dat de jury van de VSCD Toneelprijzen het eigenlijk niet kan maken om maar één acteur uit deze productie te nomineren. Dat moeten er minimaal twee zijn.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Toneelgroep Amsterdam

Recensie: Fight Night van Ontroerend Goed & The Border Project

●●●●○


FIGHT NIGHT 

 

ONTROEREND GOED / THE BORDER PROJECT


 Door RiRo, gezien 21 mei 2014

Fight Night is ervaringstheater. Het is een interactieve voorstelling waarbij je als toeschouwer, of je nou wil of niet, deel wordt van wat er gebeurt. In de (Engels gesproken) Australisch-Gentse coproductie staan vijf acteurs in een boksring, voor een wedstrijd over acht ronden. Met een stemapparaat breng je na elke ronde je stem uit. Zo bepaal je als publiek steeds de loop van de voorstelling. En uiteindelijk beslis je wie van de vijf kandidaten de winnaar wordt.

Eerst laat spelleider Angelo Tijssens ons aan het stemsysteem wennen. Met vragen over bijvoorbeeld onze leeftijd, onze sekse, en inkomenscategorie. Daar zitten overigens ook wel een paar gewaagdere vragen bij. Daarna introduceert hij de vijf kandidaten. Elke keer stemmen we. 

Maar waar de vijf kandidaten nou eigenlijk voor staan, weten we niet echt. Er zijn geen verwijzingen naar inhoudelijke standpunten of naar actuele politieke situaties. Toch stemmen we. Na elke ronde. Worden we gevraagd te kiezen uitsluitend op grond van hun uiterlijk? Dan doen we dat. Op grond van hun stemgeluid? Doen we ook. Langzamerhand weet je wel iets meer over de ideeën van de kandidaten, maar (en dat realiseer je je steeds meer) je blijft kiezen op grond van niet veel meer dan sympathie of antipathie. Je weet het. Toch doe je het.

Hoe makkelijk oordeel je over mensen? En hoe makkelijk doe je dat als jouw keus mede bepaalt of een kandidaat mag blijven of weg moet? En waarom doe je dat eigenlijk? Waarom weiger je af en toe niet gewoon? Hoe makkelijk manipuleerbaar blijk je te zijn? En wat is er nodig om je van mening te doen veranderen? Met dat soort vragen wordt elke toeschouwer in Fight Night voortdurend geconfronteerd.

Als er bij een van de rondes een paar niet-stemmers zijn, blijkt uit zijn reactie dat de spelleider elk stemapparaat kan identificeren. Ogenblikkelijk gaat de respons naar honderd procent. Net als ik, realiseert iedereen zich waarschijnlijk op dat moment dat je eventueel uit de anonimiteit van het publiek zou kunnen worden gehaald. Is dat dan zo erg? Nee, maar het misschien toch wel het veiligst om bij 'de meerderheid' te blijven.

Fight Night is een confronterende voorstelling, een voorstelling die je aan het denken zet. Want bij elke stemronde kom je voor een dilemma te staan. Maar omdat er geen context is, je niet echt inhoudelijk een standpunt hoeft te bepalen, en er geen verwijzingen zijn naar werkelijke, actuele, politieke onderwerpen, blijft Fight Night wat 'veiliger' dan zou kunnen. Pas tegen het einde, als het er om gaat 'uit het systeem te stappen' of er in te blijven, vereist het moed om niet bij 'de meerderheid' te blijven. Pas dan wordt het een beetje gevaarlijk. Dat had wat mij betreft wel ietsje eerder en ietsje vaker gemogen.

Ik besloot mijn recensie van Audience, een eerdere voorstelling van Ontroerend Goed, een voorstelling die een stuk verder ging bij het aanpakken van het publiek (en die na afloop dan ook meer discussie losmaakte) met een paar citaten uit Engelstalige recensies waar ik het mee eens was. Laat ik dat nu bij Fight Night ook maar doen:

'Fight Night doesn’t pack quite enough punch.'
'They could have pushed us a bit harder here.'

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Ontroerend Goed

Recensie: Othello (Bye Bye) van Dood Paard

●●●●● 

OTHELLO (BYE BYE)

DOOD PAARD


Door RiRo, 13 mei 2014

Dood Paard maakte al eerder een paar hele goede voorstellingen in wat ik voor het gemak maar even ‘bloedserieus slapsticktheater vanuit de verkleedkist’ noem (ook de voorstellingen van Kuno Bakker met Jorn Heijdenrijk reken ik daartoe). Met Bye Bye, een magnifieke bewerking van Shakespeare’s Othello, voeren Kuno Bakker en Gillis Biesheuvel dit genre naar de absolute top. 

Othello: ‘Hoe dan ook, ik ben bedrogen / En ik walg van haar.’
Jago: ‘Othello, ik wil je vragen om het los te laten / De tijd doet z’n werk wel’.

Bakker en Biesheuvel spelen op wankele planken vol rekwisieten alle rollen. Met alleen maar een ander sjaaltje verandert bijvoorbeeld Othello in Emilia of Jago in Desdemona. Het spel is af en toe heel fysiek, maar wel steeds in prachtige taal (een eigen vertaling van Dood Paard) en in een strak tempo. Meesterlijk theater vind ik het.

Als tegen het eind de Marokkaans-Nederlandse acteur Chaib Massaoud (tot dan toe achter zijn tafeltje aan de zijkant) zich bij de twee op het podium voegt, wordt het verhaal over de wraak van Jago en de jaloezie van Othello op een onverwachte manier de actualiteit ingetrokken. Maar ook dan wordt, zoals in de hele voorstelling, de tekst van Shakespeare geen geweld aangedaan. Want het is niet alleen een heel goede (en af en toe ook heel komische) voorstelling, maar ook een heel integere.

Deze recensie verscheen eind maart 2011 als minirecensie op de theaterwebsite Moose. Omdat ik wat toen nog alleen Bye Bye heette meesterlijk theater vond, én omdat de voorstelling woensdag 28 mei 2014 in de Dood Paard Week eenmalig te zien is in Frascati, plaats ik hem nu, hier op RiRoToneelrecensies, nog een keer.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Dood Paard

Recensie: Geloof Liefde Hoop van Frascati Producties / Maren E. Bjørseth

●●●○○

GELOOF LIEFDE HOOP

FRASCATI PRODUCTIES / MAREN E. BJORSETH


Door RiRo, gezien 3 mei 2014


Duitsland. Jaren dertig van de vorige eeuw. Crisis. Hyperinflatie. Werkloosheid. Elisabeth is een van de vele slachtoffers. Omdat ze schulden heeft, werkt ze zich in de nesten. Ze begint met een poging haar lijk op voorhand te verkopen aan het Anatomisch Instituut. Daarna bemachtigt ze (met enig bedrog) een ventvergunning en laat ze zich onderhouden door een jonge politieagent. Al die manieren om uit de problemen te komen, werken niet. Omdat het met Geloof en Liefde niet lukt, verliest Elisabeth haar Hoop. Ze probeert zich te verdrinken. Dat mislukt in eerste instantie want ze wordt gered. Maar even later sterft ze toch nog.

Marjolijn Brouwer (scenografie en kostuumontwerp) koos voor een toneelbeeld met drie keer twee stoelen, een witte koelkast, een kapstok, drie deuren, een hert, en een duif. En een rooster in de vloer. Bij vier van de vijf acteurs verwerkte ze in de kleding dezelfde felle kleur groen. Alleen Keja Kwestro, als Elisabeth, is gekleed in onschuldig wit. Terwijl ze door die anderen in dat felle groen, welke rol ze dan ook spelen, juist wordt beschouwd als de schuldige.

Want Kwestro blijft steeds Elisabeth, terwijl de vier anderen (Nettie Blanken, Bart Klever, Benjamin Moen, en Tobias Nierop) allemaal meerdere rollen spelen. Dat doen ze zonder van stem of van houding te veranderen. Met alleen af en toe een jas aan of uit. Nettie Blanken begint als man (de hoofdpreparateur van het Anatomisch Instituut) en wordt dan ineens een vrouw (de echtgenote van de rechter). Bart Klever verandert op datzelfde ogenblik, zonder verandering van taalgebruik of lichaamstaal, in een vrouw. Het is toneel, dus zulke rolwisselingen moeten kunnen. Maar die wel erg plotselinge overgangen, maken het, zeker in het begin van de voorstelling, niet altijd even makkelijk om te weten wie wie is.

Een rooster in de vloer. Een jonge blonde vrouw in een witte rok. Een opvlieger in de stijl van Marlilyn Monroe ligt op de loer, denk ik dan. Maar dat gebeurt niet. Een witte koelkast waar nooit iemand iets uit haalt (of in zet). Je zou er een feeks in kunnen temmen. Dat gebeurt natuurlijk ook niet (wat er wel gebeurt, komt er wel aardig dicht bij in de buurt trouwens).

Door de consequent volgehouden licht absurdistische (en enigszins groteske) speelstijl, zonder dat het (god zij dank) ook maar de schijn heeft een parodie te worden, heb ik de hele voorstelling met een glimlach op mijn gezicht zitten kijken. Toch mis ik iets. Iets waardoor het voor mij meer is dan een redelijk tot goed geslaagde voorstelling. Wat ik mis is iets wat de noodzaak van dit (toch wel wat gedateerde) stuk van Ödön van Horváth voor de crisis van nu zou laten zien bijvoorbeeld.

Regisseur Maren Bjørseth (1984) is vanaf het volgend seizoen in dienst van Toneelgroep Amsterdam. In het kader van Ta-2 debuteert ze met Een bruid in de morgen van Hugo Claus. In Ta-2 werken Toneelgroep Amsterdam en Frascati Producties samen bij het begeleiden van jonge talentvolle regisseurs.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Frascati Producties