Recensie: Instant Love van Via Berlin & Cello Octet Amsterdam / Ria Marks

●●●●○

 

INSTANT LOVE

 

VIA BERLIN & CELLO OCTET AMSTERDAM / RIA MARKS




Door Piet van Kampen, gezien 15 juli 2018, geplaatst 3 januari 2019 

Zes jaar geleden hoorde ik cellist Harald Austbø voor het eerst. Dat was in Liever Niet, een voorstelling van Freek Vielen. Freek deed het woord, Harald speelde cello. In latere voorstellingen, bijvoorbeeld die van De Nwe Tijd, zag ik Austbø niet alleen op cello, maar ook als acteur. Dan speelde hij of zichzelf of iemand die daar dichtbij stond. Nu in Instant Love is Austbø niet alleen componist en cellist, maar ook echt acteur, een acteur die iets speelt dat juist ver van hem af staat.

Cellist René van Munster rijdt vijf cello spelende prostituees in een kooi de vloer op. King, de pooier, kijkt toe. Foute zonebril, rood leren jack over zijn blote bast, haar in een staart, foute grijns. Zo verandert cello-virtuoos Austbø in een ordinaire pooier. Die ook als hij cello speelt die foute grijns op zich gezicht houdt. Austbø blijkt een rasacteur.


Instant Love is een schrijnend verhaal over vrouwen die onder valse voorwendsels verleid worden hun land te verlaten en worden gedwongen als hoer te werken. King (Harald Austbø) is de meedogenloze bedrieger, Grace (Dagmar Slagmolen) zijn nieuwste slachtoffer, en Ko van de Bosch de ideale tekstschrijver voor zo'n thema. Want wie anders komt op woordcombinaties als 'nageboorte van een verloren oorlog'?
 
De speciaal voor deze voorstelling gecomponeerde muziek van Austbø geeft extra scherpte aan de thematiek van de internationale vrouwenhandel. Soms is dat muziek voor het ensemble (zes leden van het Cello Octet Amsterdam*) op een ander moment een solo voor de componist zelf. Hoogtepunt is de quatre-mains van Austbø en Slagmolen, zonder strijkstokken, op één cello.

Regisseur Ria Marks heeft gezorgd voor genoeg luchtige momenten en heeft de cellisten niet ergens in een hoekje weggezet. Integendeel, in een choreografie van Pim Veulings zijn ze volledig in het verhaal geïntegreerd. Ook dat draagt ertoe bij dat Instant Love heel goed muziektheater is, een voorstelling waarin tekst, spel en muziek elkaar op een overtuigende manier versterken.

* De zes leden van het Cello Octet Amsterdam: Sanne Bijker, Sanne van de Horst, Justa de Jong, René van Munster, Rares Mihailescu, Genevieve Verhagen.
Gezien op het OVER HET IJ FESTIVAL 2018 
THEATERTOURNEE vanaf 15 januari 2019

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Via Berlin

Recensie: Een antwoord op alle vragen van Laura van Dolron

●●●●○

 

EEN ANTWOORD OP ALLE VRAGEN

 

LAURA VAN DOLRON




Door Piet van Kampen, gezien 13 december 2018 

Terwijl Laura van Dolron op een meditatiekussen zit, een klankschaaltje bij de hand, spreekt Willem de Wolf op blote voeten een proloog. Daarna legt Van Dolron uit dat we niet 'het' antwoord maar 'een' antwoord op onze vragen kunnen verwachten. Dat zij en De Wolf zich zo min mogelijk hebben voorbereid. En dat ook de muziek (door Wilko Sterke en Frank van Kasteren) voor een groot deel pas vanavond zal ontstaan.

Als we allemaal een vraag hebben opgeschreven, worden die eerst stuk voor stuk voorgelezen en dan met de blanco achterkant naar boven neergelegd. Van Dolron en De Wolf kiezen een willekeurige vraag. De eerste vraag vanavond is 'Bestaat de waarheid?' Uit de manier waarop Van Dolron en De Wolf daarop antwoorden, wordt meteen duidelijk dat de kracht van de voorstelling voor een belangrijk deel bestaat uit hoe verschillend die twee in Antwerpen wonende Nederlandse theatermakers en denkers zijn.

Want terwijl Van Dolron op een rustige manier haar antwoord 'Nee, de waarheid bestaat niet' aan het toelichten is met een verwijzing naar de zenmeesters die ze om raad vroeg, staat De Wolf met zweetdruppeltjes op zijn voorhoofd ongeduldig ja te knikken. Als Van Dolron klaar is, blijkt waarom. De vraag of de waarheid bestaat, heeft bij De Wolf emotionele herinneringen opgeroepen aan zijn jeugd in een communistisch gezin in Groningen: 'Ja, De Waarheid bestaat wel!!!' *

Af en toe zijn er in Een antwoord op alle vragen tekstfragmenten die doen vermoeden Van Dolron en De Wolf ze hebben voorbereid, maar een groot deel van de tekst wordt daadwerkelijk ter plekke geïmproviseerd.

Hetzelfde geldt voor de muziek. Sterke en Van Kasteren hebben natuurlijk wat klaar staan. Maar er zijn publieksvragen waarbij Van Dolron (die op een onopvallende manier de touwtjes van haar voorstelling in handen houdt) de twee musici om een muzikaal antwoord vraagt. Dan kruipt Sterke achter de piano en probeert wat uit, waarna Van Kasteren zich op gitaar bij hem aansluit.

De consequentie van het concept van Een antwoord op alle vragen is dat de voorstelling elke avond anders zal zijn. Dus een garantie dat het weer zo goed wordt, is er niet. Maar vanavond was Een antwoord op alle vragen heel goed muziektheater. En vooral door de verschillen tussen Van Dolron en De Wolf een heel spannend avontuur.

* De Waarheid, van 1940 tot 1990 de krant van De Communistische Partij van Nederland (CPN).
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Laura van Dolron of de KOE

Recensie: Complexity of Belonging van Chunky Move / Anouk van Dijk & Falk Richter

●●●○○

 

COMPLEXITY OF BELONGING 

 

CHUNKY MOVE / ANOUK VAN DIJK & FALK RICHTER



Door Piet van Kampen, gezien 9 december 2018 

Wat een weidsheid! Wat een ruimte! Een achterdoek met de weidsheid van Australië. Wat een ramp zo'n achterdoek! Alle scènes verdwijnen erin, geen enkele scène is door die achtergrond te kaderen, alles vervliegt in die ruimte.

De Nederlandse choreografe Anouk van Dijk en de Duitse theatermaker Falk Richter maakten voor Chunky Move uit Melbourne een voorstelling waarin ze inzoomen op negen levens in het tijdperk van de sociale media. Wat is individuele identiteit in een wereld van hyperverbondenheid: 'How and where do I belong?'

'Je hebt een logo nodig, zodat de mensen weten wie je bent'. 'I' am in a creative lock-down mode.' Van een homopaar dat gaat voor 'international surrogacy', springen we naar de Aboriginals met de vraag of het klopt dat 'place is more important for them than time?' Of naar een therapeute die via skype contact heeft met haar partner 'Do you want to wank?'

De parodie op de 'spirituele' vrouw die 176 voorwaarden stelt waaraan een man moet voldoen, is heel geestig, heel goed ook. Heel goed geacteerd, fenomenaal gedanst. Wel wordt er opzichtig naar een open doekje toegewerkt. Zodat pas na die bewust gecreëerde pauze blijkt dat het een uitbarsting was van een cliënt in een een gesprek met haar therapeute.

In de twee eerdere voorstellingen van Anouk van Dijk & Falk Richter die ik zag, Trust en Protect me, waren de teksten filosofisch en maatschappijkritisch. Nu is de angst voor migranten (in Australië is dat vooral de vrees voor immigratie van nog meer Aziaten) het enige maatschappelijke thema. Tekstschrijver Richter focust in Complexity of Belonging vooral op de individuele psychologie van de negen personages. Onderhoudend, interessant, vaak geestig, want schrijven kan hij wel. Maar relevant? Urgent?

De therapeute met de claimende echtgenoot, die fantaseert over intimiteit met een vrouwelijke cliënt, vat de psychologische hoofdlijn van de voorstelling samen als het verlangen om aangeraakt te worden. De uiteindelijk conclusie van Complexity of Belonging
is: 'Belonging is the only relation'.

Nee, de tekst van Richter vind ik, hoe goed geschreven ook, teleurstellend. Het decor, van Robert Cousins, een ramp. Wat Complexity of Belonging desondanks tot een bijzondere voorstelling maakt, is de indrukwekkende choreografie van Van Dijk. En het verbluffend goede acteren van de dansers.


Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Chunky Move

Recensie: Frou Frou van Bambie / Jochem Stavenuiter

●●●●○

 

FROU FROU

 

BAMBIE / JOCHEM STAVENUITER




Door Piet van Kampen, gezien 6 december 2018 

'Leven is op weg zijn naar herinneren.' Geschminkt als een pierrot, wit gezicht, zwarte tranen onder zijn ogen, zit Jochem Stavenuiter als clown Frou Frou op zijn krukje. Om hem heen de rekwisieten die bij zijn leven in het circus hoorden. Als hij moeizaam opstaat, zien we aan zijn trage bewegingen hoe breekbaar hij is, de clown die zijn einde voelt naderen.

De woorden die de clown met krakende stem spreekt zijn korte en ultrakorte gedichten. Aforismen. Waarin de hand van de dichter Harry Ikink merkbaar is, die samen met Ko van den Bosch en Jochem Stavenuiter verantwoordelijk was voor de tekst van Frou Frou.

Twee cellisten (Amber Docters van Leeuwen en Pepijn Meeuws) die door de 'barrière' in het roodfluwelen gordijn* komen en gaan, roepen met hun muziek herinneringen op bij Frou Frou: flarden van circusnummers, van trucs die hij ooit beheerste, van kunsten die hij ooit vertoonde.

Met zijn stram geworden lichaam laat Frou Frou ze nog één keer zien. Voor de laatste keer struikelt hij keer op keer over de rand van de piste en verbaast hij zich erover dat de lamp van de lantaarnpaal elke keer aan en uit gaat als hij zich er tegen stoot. Soms pakt de oude clown een rekwisiet op, kijkt ernaar, zoekt in zijn geheugen naar waar het ook weer bij hoorde, schudt dan mistroostig zijn hoofd, en legt het terug.

Als Frou Frou zich een nummer wel herinnert, probeert Stavenuiter dat nummer te spelen, bijgestaan door de twee cellisten, die dan in goochelaar, dresseur van paarden, of circusdirecteur veranderen. Maar als Frou Frou terugdenkt aan hoe de vrouw op wie hij verliefd was hem negeerde, en zich liet inpalmen door Arlecchino, wordt het hem teveel. Hij bedekt de twee onder witte lakens. Maar ook bedekt onder die lakens blijven Docters van Leeuwen en Meeuws muzikanten, blijven ze heel zachtjes muziek maken.

Nergens in Frou Frou wordt van de ingeslagen weg afgeweken, voortdurend blijft de breekbaarheid en melancholie merkbaar: in de woorden, de enscenering, de muziek, de krakende stem en de lichaamstaal van de clown. Van het begin tot het einde worden de weemoedige herinneringen subtiel en ontroerend gebracht. Een prachtige voorstelling.

* De roodfluwelen gordijnen en de kostuums in Frou Frou zijn geleend van de voorstelling Fellini van het NNT uit 2013, waarin Stavenuiter de melancholieke clown speelde en Ko van den Bosch de cineast vertolkte.
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Bambie

Recensie: De verse tijd van Dood Paard & Toneelhuis

●●○○○

 

DE VERSE TIJD


DOOD PAARD & TONEELHUIS




Door Piet van Kampen, gezien 4 december 2018

Kuno Bakker is verbonden aan Dood Paard, maar werkt ook regelmatig met anderen. Niet zo lang geleden speelde hij bijvoorbeeld nog mee in Poquelin II van tg Stan. Mokhallad Rasem ging vorig jaar (terug) naar een asielzoekerscentrum, bleef er zes weken, en maakte Zielzoekers, een hartverwarmend project waarin hij onder meer met zijn camera net zo lang op het gezicht van een asielzoeker inzoomt tot er een glimlach op verschijnt.

De Nederlander Kuno Bakker en de Irakees Mokhallad Rasem, die allebei in Antwerpen wonen, schetsen in De verse tijd in negen korte hoofdstukken de ups and downs van hun kennismaking. De kennismaking met elkaar, met elkaars taal, en met elkaars manier van denken. 


Heel lang blijft het bij erg triviale onderwerpen: de uitspraak van hun naam, favoriete kleur, op welk dier ze lijken. Steeds spelen Bakker en Rasem dat ze elkaar door talige miscommunicatie niet meteen begrijpen. Wat op den duur een beetje irritant wordt. Langzamerhand worden de thema's gelukkig wel iets wezenlijker.

Kuno Bakker zoekt vaak oogcontact met het publiek, alsof hij instemming wil van ons.
Mokhallad Rasem doet dat niet. Het vaste schema in alle negen hoofdstukken is dat Bakker bij een onderwerp naar de logica zoekt, Rasem naar het poëtische. Af en toe zijn er mooie 'discussies'. Zoals die waarbij Rasem na weer een taalcorrectie van Bakker niet toegeeft: 'De stad heeft haar identiteit verliest, vind ik poëtischer'. 

Als Rasem vertelt over een brief van een dode, en bij de metafoor van de klimmer, wordt het niveau van alleen maar talige miscommunicatie en poëzie versus logica, even overstegen. Maar de meeste scènes hebben erg weinig diepgang.

Het woordeloze slot, dat doet denken aan het werk van Benjamin Verdonck, is heel mooi. Toch verlaat ik de zaal met het gevoel dat Bakker en Rasem met De verse tijd vooral willen laten zien hoe lief en begripvol ze voor elkaar zijn. 

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Dood Paard of Toneelhuis

Recensie: Strindberg en dal van De Gemeenschap

●●●○○

 

STRINDBERG EN DAL

 

DE GEMEENSCHAP




Door Piet van Kampen, gezien 30 november 2018 

Rob de Graaf (tekst) en Roy Peters (regie) gaan met Strindberg en dal in op de actuele onthullingen over seksueel grensoverschrijdend gedrag in de toneelwereld. Toneelgezelschap &Co* repeteert 'Dal in de mist', een tekst van August Strindberg die net uit de archieven is opgedoken. Daarin wordt de uitgeputte frontsoldaat Vlado ingekwartierd in het huis van moeder Ira en dochter Maren. Het repeteren van 'Dal in de mist' wordt regelmatig onderbroken door regisseur Dic.

Meteen al bij zijn eerste interruptie wordt duidelijk waar het de komende twee uur over zal gaan. Regisseur Dic (Dic van Duin) richt zich eerst tot actrice Henke (Henke Tuinstra) die dochter Maren speelt: 'Iets in jou wil hem, dat weet je, dat komt niet uit je hoofd, dat komt hiér vandaan, tussen je benen dampt het'. Meteen daarna neemt hij Barnaby (Barnaby Luke Savage) die de luitenant speelt onder handen: 'Je voelt waar je energie zich ophoopt: in je kaak, in je tanden, in je lippen. En hier ook!' (regisseur Dic wijst naar zijn eigen kruis).

Het (fictieve) toneelstuk 'Dal in de mist' fungeert als een soort spiegel voor de scènes tussen de regisseur en zijn acteurs. In 'Dal in de mist' zijn zowel dochter Maren als moeder Ira (Monique Kuijpers) niet ongevoelig voor de charmes van de luitenant. Maar moeder Ira wil hem voor zichzelf. Om dat te bereiken fleemt ze dat het haar zo goed doet dat Vlado een luisterend oor voor haar heeft. En laat ze er geen misverstand over bestaan dat er in het huwelijk met haar overleden man wat ontbrak: 'Ons bed was zo kil als een onverwarmde kelder.'

De andere kant van Strindberg en dal, tegelijkertijd het hoofdthema ervan, is de manier waarop een oudere regisseur seksuele toenadering zoekt tot een jonge actrice. Onder het mom dat hij even alleen met haar een scène wil doornemen gaat Dic vlak voor Henke staan. Wat er op toneelscholen en bij toneelgezelschappen aan op hiërarchie gebaseerd grensoverschrijdend gedrag heeft plaatsgevonden is samengevat in deze heel bedreigend overkomende scène.

Ook de dialogen tussen de oudere actrice Monique en de regisseur, en tussen de regieassistent en de regisseur, gaan direct of indirect over grensoverschrijdend gedrag en seksueel misbruik. Bij Monique zijn dat naar cynisme neigende opmerkingen in de geest van 'Nee hé, niet weer.' Het felst is regieassistent Tessa (heel sterk gespeeld door Tessa Jonge Poerink) die uit haar dienende positie losbreekt en de archaïsche opvattingen van de regisseur stuk voor stuk fileert.

Strindberg en dal moet het niet hebben van een verrassende enscenering. De kracht ervan zit vooral in de tekst van Rob de Graaf. Met zoals altijd van die typische De Graaf-zinnetjes die op z'n minst een glimlach tevoorschijn roepen. Bij mij in ieder geval wel.

Toch vind ik Strindberg en dal niet een van zijn beste teksten. Niet omdat het een te eenzijdige afrekening zou zijn met heteroseksuele mannen die hun positie misbruiken. Want dat is het niet. De Graaf (1952) schreef al zo'n honderd toneelstukken, die weet inmiddels wel hoe je zoiets aanpakt. Hij zorgt ervoor dat 'de regisseur' steeds een repliek heeft, vaak zelfs het laatste woord krijgt.

Maar De Graaf valt deze keer iets teveel in herhalingen. Op een gegeven moment is het punt wel gemaakt, zijn de pleidooien wel afgerond, heeft de verdediging wel genoeg ruimte gehad voor een weerwoord. Jammer dat regisseur Peters niet wat overbodige tekst heeft geschrapt.

Dat neemt niet weg dat De Gemeenschap met Strindberg en dal erin is geslaagd om de vinger te leggen op de problematiek van het grensoverschrijdend gedrag in de toneelwereld. En dat op een manier waarbij de afhankelijke positie van in dit geval actrices voor de toeschouwers af en toe pijnlijk invoelbaar wordt. Terwijl er gelukkig toch ook nog wat ruimte blijft voor wat humor.

* Een verwijzing naar het in 2012 opgeheven toneelgezelschap Keesen & Co waarin Monique Kuijpers een van de acteurs was en waarvoor Rob de Graaf veel teksten schreef. 

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: De Gemeenschap

Recensie: I C O N van LOD Muziektheater & Asko|Schönberg

●●●●○

 

I C O N

 

LOD MUZIEKTHEATER & ASKO|SCHONBERG




Door Piet van Kampen, gezien 22 november 2018 

Atelier Bildraum (regie en scenografie) creëerde voor I C O N een vierkante ruimte waarin het publiek, de twee performers, en de muzikanten dicht op elkaar zitten. In de hoeken speakers en camera's. Op de vier wanden eerst projecties van quasi live gemaakte foto's en later onder andere ook live gefilmde beelden van het duet tussen sopraan Lieselot De Wilde (i c o n) en acteur Tibo Vandenborre (mr. Death)

De belangrijkste twee inspiratiebronnen voor I C O N zijn de mythevorming rond het dodenmasker van L'inconnue de la Seine en (keer de letters van de titel om) Nico, de zangeres die door Andy Warhol in zijn legendarische studio The Factory werd samengebracht met The Velvet Underground.

Terwijl sopraan De Wilde, als i c o n, in het donker achter een camera staat, luisteren we de eerste vijfentwintig minuten naar de door Frederik Neyerinck gecomponeerde muziek en naar de stem van mr. Death. Met een monoloog die begint met 'This is the end, beautiful friend, this is the end, my only friend' (de eerste woorden van The End van The Doors).

Tijdens zijn monoloog maakt mr. Death (in een naar de film Blow-up van Antonioni verwijzende setting) foto's van foto's. Als i c o n zich wat schuchter bij hem voegt, zingt sopraan De Wilde 'met lucht op de stem' op een introverte manier (begeleid door de basklarinet). Maar als ze daarna in een mooi gechoreografeerde verleidingsscène transformeert in een femme fatale gebeurt dat met haar stem op volle kracht. Aan het eind van I C O N transformeert het zingen van De Wilde nog een keer, nu naar een vorm van vragend zingen met een relatief lage zangstem.

Fotograferen en foto's spelen in de beeldtaal van I C O N een belangrijke rol. Warhol liet een halve eeuw geleden zien dat een foto een onbekende in een kunstwerk kan veranderen. Nu, met een selfie, kan iemand zelfs zichzelf fotograferend in kunst veranderen. 


Transformeren is het hoofdthema in I C O N. Frederik Neyrinck componeerde klanktransformaties, evolutief-repetitieve muziek met steeds dezelfde noot die hij van ritme of kleur laat veranderen. Het vrouwelijke personage i c o n evolueert van slachtoffer via femme fatale in icoon. En het mannelijke personage, mr. Death, die als stoere macho begint, verandert met rode lipstick en vrouwelijke hoofdbewegingen in een feminiene man.

De tekst (van Sabryna Pierre) is af en toe wat eendimensionaal, die had wel wat verrassender gemogen. Maar gelukkig laat de regie acteur Vandenborre en sopraan De Wilde in hun stem en zang (en in hun spel) voor die extra dimensie zorgen. 


Het zijn de bijzondere enscenering van Atelier Bildraum* en de inventieve composities van Neyrinck die de creatieve basis vormen voor I C O N. Waarin niet alleen De Wilde en Vandenborre uitblinken, maar ook het ensemble. Want de manier waarop de vijf** van Asko|Schönberg onder leiding van dirigent Joey Marijs de muziek van Neyrinck spelen is een geweldige prestatie. Hoe ze aan het slot, centraal in de ruimte opgesteld als een soort popgroep, Neyrinck's omwerking van Dream Baby Dream van Suicide uitvoeren, is een belevenis op zich.

Vooral visueel en muzikaal is I C O N heel goed gemaakt, heel gelaagd muziektheater.

*Atelier Bildraum: Charlotte Bouckaert & Steve Salembier
**David Kweksilber: klarinet, Koen Kaptijn: trombone, Marijke van Kooten: viool, David Bordeleau: cello, Quirijn van     Regteren Altena: contrabas.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: LOD

Recensie: Kill All Kids van Iona & Rineke / Orkater

●●●●● 

 

KILL ALL KIDS


IONA & RINEKE / ORKATER



Door Piet van Kampen, gezien 18 november 2018

Het is geen vijf voor twaalf meer. Het is twee voor twaalf. Het gaat echt mis met de aarde. Er moet nu een oplossing komen. Met de dreigende ondergang van de wereld als uitgangspunt schreven Iona Daniel en Rineke Roosenboom (die allebei Writing for Performance studeerden aan de HKU) een fictief documentaire theatertekst gebaseerd op eigen research en bestaand wetenschappelijk onderzoek.

In de voorstelling betrekken Daniel en Roosenboom (die samen met muzikant Jonathan Bonny zelf op de vloer staan) het publiek in een gedachte-experiment: Wat zouden we doen om de aarde te redden als met een kleine chirurgische ingreep ons reptielenbrein (waar de primaire overlevingsreflexen zitten) uitgeschakeld zou kunnen worden? Ter geruststelling: Hoewel de titel dat wel suggereert, wordt er in de oplossing waarmee Daniel en Roosenboom uiteindelijk komen niemand gedood: 'We zijn niet pro-moord maar anti-nataal'.

Tekst, spel, regie, muziek, decor en kostuums in Kill All Kids zijn van een onwaarschijnlijk hoog niveau. En uiterst harmonieus op elkaar afgestemd.

De tekst is inhoudelijk heel sterk en heel geraffineerd geconstrueerd. Met steeds die vertelvorm die op dat moment het meest effect sorteert. Soms een monoloog. Af en toe een dialoog. Meestal een vertelvorm waarin Iona en Rineke met om en om een zin aan het woord zijn. Of om en om met een deel van een zin. Als Rineke ons bijvoorbeeld heeft gevraagd onze hand op te steken als we kinderen hebben, en daarna heeft uitgelegd dat zowel Iona als zijzelf er lichamelijk klaarder voor zijn dan ooit:
Iona: Die ander is gewoon niet gezwicht …
Rineke: … voor de eierstokken en die …
Iona: … blikken van jullie. En die een …
Rineke: … die gelooft nog steeds dat het beter is …
Iona: … on niet geboren te worden.
Rineke: Dat er niemand geboren hoeft te worden …
Regisseur Alexandra Broeder heeft de manier van kijken naar het publiek die ze eerder toepaste in haar voorstellingen met acterende kinderen nu ook gebruikt voor Iona Daniel en Rineke Roosenboom. En dat werkt! Voortdurend laten Iona en Rineke hun blik langzaam over de toeschouwers gaan. Dat heeft het effect dat het publiek zich als het ware gegijzeld voelt, dat je als toeschouwer het gevoel krijgt dat je er niet aan kunt ontkomen om mee te gaan in het gedachte-experiment.

En dan de soundscape en de slagwerk-composities van Frank Wienk. Wienk, opgeleid als klassiek slagwerker, nam de vraag wat je zou horen als het afgelopen is met de menselijke wereld als uitgangspunt. Met onder meer ontmantelde speakers waarin objecten liggen die gaan trillen, en een liggende gitaar die bespeeld wordt als een soort marimba, heeft hij voor muzikale juweeltjes gezorgd.

De kwaliteit van decor en kostuums doet daar niet voor onder. Sasha Zwiers koos voor pasteltinten voor zowel het decor als de bovenkleding van muzikant Jonathan Bonny. En als contrast voor volledig zwarte outfits voor Iona Daniel en Rineke Roosenboom. Waarmee Kill All Kids dus ook nog eens een streling is voor het oog.

Al met al is Kill All Kids subliem muziektheater met een indringende, heel goed geschreven tekst, waarin ook nog eens alle theatrale middelen van heel hoog niveau zijn.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Orkater

Recensie: Kras van Toneelschuur Producties / Paul Knieriem

●●●○○

 

KRAS

 

TONEELSCHUUR PRODUCTIES / PAUL KNIERIEM




Door Piet van Kampen, gezien 15 november 2018 

Drie jaar leefde Marlies Heuer (1952) met het idee dat ze haar ernstige ziekte, de zeldzame beenmergaandoening MDS, mogelijk niet zou overleven. Maar sinds vorig jaar staat ze weer op de planken. Iets minder vast ter been dan voor haar ziekte, dat wel. Maar haar subtiele mimiek en haar perfecte tekstbehandeling zijn weer als vanouds. Dat bleek vorig jaar al in Uit de tijd vallen, een voorstelling naar het boek Uit de tijd vallen, een verhaal in stemmen van David Grossman uit 2012.

In Kras speelt Marlies Heuer een vrouw van tegen de zeventig bij wie elke nacht een inbreker wel de boel overhoop haalt maar nooit iets steelt. Of doet ze het zelf? Ze wijst elk aanbod van haar kinderen of hun partners om bij haar in huis te komen slapen steevast af: 'Weet je, alleen zijn kost een hele tijd om dat te leren, om daar plezier in te krijgen. Maar om het weer af te leren, dat gaat helemaal niet'.

Hoewel Kras, zijn afscheidsregie bij Toneelschuur Producties, niet de beste regie is die hij daar deed, is het wel een heel goede keuze van regisseur Paul Knieriem om het personage dat Heuer speelt ook in de mise-en-scène centraal te stellen. Met haar voeten iets verder uit elkaar dan gebruikelijk, en met een theekan in haar handen, staat Heuer. Ze beweegt nauwelijks. En als ze beweegt, is dat met traag roterende bewegingen van haar bovenlichaam. Toch kun je geen moment niet naar haar kijken. Juist door dat bijna onbeweeglijke acteren en door haar fenomenale mimiek speelt Heuer de rol van de door haar man verlaten Ina op een onvergetelijke manier. 

Noteer dus maar alvast: genomineerd voor de Theo d'Or: Marlies Heuer voor haar rol als Ina in Kras van Toneelschuur Producties / Paul Knieriem.

Zowel Ina's man als haar oudste zoon zijn kunsthandelaar. Dat inspireerde Catharina Scholten tot een volledig in zwart-wit uitgevoerd decor waarin, naast het verspreid over de vloer liggende serviesgoed, een zeegezicht met vissersboot van Turner domineert. En waarin af en toe een 'laatste avondmaal' preludeert op de afloop. 

Na vijf nachten waarin 'de dief of zoiets' in haar huis is geweest, volgen vijf dagen waarop Ina eigenlijk haar kinderen en hun partners bij elkaar wilde hebben om het over haar testament te hebben. Maar in hun gesprekken gaat het - soms expliciet maar vaker op een indirecte manier – vooral over verlaten worden, over alleen zijn.

Dochter Do (Malou Gorter), de oudste, is alleen 'omdat ze niets onderneemt', Manfred (Piet Kooij), de jongste, omdat hij autistische trekjes heeft. Theo (Jan-Paul Buijs) is zo bang voor het alleen zijn dat hij alvast een reservevriendin (Lindsay Zwaan) uit Australië heeft laten overkomen. En oudste zoon William (Tjebbo Gerritsma) kan niet voor zich houden dat hij 'een schrijnend verlangen heeft naar die ander'. 'Alsof het erfelijk is', verzucht Ina, 'letterlijk, letterlijk zo formuleerde pappa het toen'.

Judith Herzberg schreef Kras in 1988 op verzoek van Maatschappij Discordia, een jaar later werd het ook gespeeld door Toneelgroep Amsterdam. Kras is een tekst waarin vrij lang veel verborgen blijft. Opzettelijk. Het is een tekst waarin het thema vooral uit de venijnige opmerkingen van de kinderen en hun partners langzamerhand helder wordt. Van zo'n aanpak in literatuur of toneelteksten moet je houden. Maar ook als je daar niet echt een liefhebber van bent, mag je vanwege het meesterlijke acteren van Marlies Heuer deze voorstelling toch niet missen.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Toneelschuur Producties

Recensie: Hamlet 0.2 van Jan Decorte/Bloet

●●●○○

 

HAMLET 0.2

 

JAN DECORTE / BLOET




Door Piet van Kampen, gezien 31 oktober 2018 

Zoals hij dat ook deed met andere klassiekers, ontbeende Jan Decorte in zijn eerdere vier bewerkingen van Hamlet de tekst om er vervolgens een poëtische herschrijving van te maken. Nu, de vijfde keer dat hij Shakespeare's Hamlet onder handen neemt, gaat hij op een andere manier te werk. In Hamlet 0.2 integreert Decorte flarden tekst uit zijn eerdere versies in een voorstelling waarbij vooral tableaus vivant en bewegingen, en niet zozeer teksten, het verhaal vertellen.

Daarnaast switcht Decorte deze keer volledig naar het vrouwelijke perspectief. Niet de Deense prins Hamlet staat centraal maar Ophelia, de dochter van Polonius. Hamlet 0.2 zou met die keus dus kunnen passen in de serie Weiblicher Akt van Maatschappij Discordia.

Aan drie zijden een lage witte wand, in het midden van de achterwand een wit urinoir, rechts een muurtje van grote witte stenen. In dat decor maken Sigrid Vinks en de stagiaires Ellis Meeusen en Lisah Adeaga (alle drie wit bepoederd en in witte onderbroeken) trage bewegingen die het midden houden tussen yoga-oefeningen en dans. Slechts af en toe neemt een van de drie het woord met een paar zinnen uit eerdere Hamlet-bewerkingen van Decorte. Zoals deze uit Amlett (2001):

tisof
tisni
dattist
slape
drome
sterve
Naast de speelvloer zit Decorte zelf, goudkleurige schoenen, zwarte sportbroek tot net boven de knie, zwarte bh waarvan de bandjes steeds afzakken. Na ongeveer een half uur komt hij van zijn stoel om zich te kastijden, daarna gaat hij weer zitten. Tegen het eind wordt op de achterwand op film een piëta vertoond: Decorte gedragen door Ellis Meeusen. Als iedereen gestorven is, herrijst Electra uit de dode Ophelia, een verwijzing naar Decortes versie van Die Hamletmachine van Heiner Müller.

De feminisering in Hamlet 0.2 zorgt voor een verfrissende blik op de klassieker, en het lijfelijke, haast rituele spel van de drie actrices is boeiend om naar te kijken. Maar het is wel heel erg geabstraheerd, deze vooral visuele bewerking van Shakespeare's Hamlet. Voor wie het stuk niet goed kent, mogelijk niet altijd helemaal goed te volgen.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Bloet