Recensie: Love Sontag - Weblicher Akt 11 van Maatschappij Discordia

●●●●○

 

LOVE SONTAG - WEIBLICHER AKT 11


MAATSCHAPPIJ  DISCORDIA

 

Door Piet van Kampen, gezien 22 februari 2022

Een jonge vrouw in de rij voor me wrijft regelmatig de lachtranen van haar wangen, ze klapt zelfs een paar keer, gelukkig bijna onhoorbaar, van blijdschap in haar handen. Want Discordia's Love Sontag is heel geestig en heel vrolijk. Een beetje onverwacht misschien bij een voorstelling over de ambitieuze maar nogal tobberige Amerikaanse denker, essayist en fictieschrijver Susan Sontag (1933-2004).

Zoals gebruikelijk bij Discordia blijkt de voorstelling al te zijn begonnen als de acteurs wel al heen en weer lopend met elkaar praten, maar nog niet echt goed verstaanbaar zijn. De eerste zin die daar uitspringt is: 'Nu eerst de foto'. Waarop gereageerd wordt met korte opmerkingen over Sontags essay On Photography. De voorstelling eindigt ook weer met fotografie, nu met gefilosofeer over wat de achterkanten van foto's over de dood te zeggen hebben.

De dood is ook het thema van de tweede van de twaalf scènes in Love Sontag, waarna onder meer ook nog liefde, ziekte, tekortkomingen en ambities aan bod komen. Daarbij zijn de dagboeken van Sontag meestal het uitgangspunt.

Natuurlijk valt er het nodige te genieten van Sontags opvattingen en van de letterlijke citaten uit Sontags werk, zoals 'Liefde is niet blind, het maakt blind' of 'Het beste is om altijd verliefd te zijn, op meerdere mensen tegelijk'.

Maar wat Love Sontag vooral tot een geslaagde voorstelling maakt, is de manier waarop Annette Kouwenhoven, Miranda Prein en Maureen Teeuwen die opvattingen en citaten gebruiken om te onderzoeken wat ze van Sontag in zichzelf herkennen. Want dat levert heerlijke al dan niet fictieve anekdotes op, waarbij de expressieve lichaamstaal van Maureen Teeuwen waar dat nodig is steeds zorgt voor relativeringen.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Maatschappij Discordia 

 

 

Theaterverhaal: Kreten en gefluister in tijden van ontrouw

 


KRETEN EN GEFLUISTER IN TIJDEN VAN ONTROUW

 

Door Piet van Kampen, gezien 15 februari 2022, geplaatst 23 februari 2022

Je hebt als peuter vast wel eens heel hard 'Pas op! geroepen als de de bazige Katrien met een deegroller achter de wat dommige Jan Klaassen opdook.

Net als in het poppenkastspel van Jan Klaassen en zijn vrouw Katrien gaat ook in Infidèles* van tg Stan en De Roovers het huwelijk van in dit geval de beroemde dirigent Markus en steractrice Marianne met de nodige commotie gepaard.

Bij de Nederlandse première van Infidèles in De Brakke Grond moet anderhalve meter afstand worden gehouden vanwege de dan nog geldende coronamaatregelen in Nederland. Dat wil zeggen, als je alleen bent. Met z'n tweeën mag je wel naast elkaar zitten.

Zijn de twee zichtbaar met elkaar gelukkige dertigers op de eerste rij sinds hun kleutertijd niet meer bij een toneelvoorstelling geweest? Daar lijkt het wel op.

Want als Marianne haar man Markus tijdens een bezoek aan Parijs bedriegt met huisvriend David pakken de twee op de eerste rij elkaar extra stevig vast. Niet veel later, als Marianne bij David intrekt, spreken ze elkaar fluisterend, maar voor iedereen merkbaar, moed in.

Als David even later Marianne botweg verbiedt haar ex Markus nog te zien, trekken ze het echt niet meer. Voor iedereen hoorbaar slaken ze kreten van ontzetting.

Kreten en gefluister (Viskningar och rop) tijdens een voorstelling gebaseerd op zijn werk en leven. Bergman zou er wel om hebben kunnen lachen, denk ik.

* De Antwerpse toneelgezelschappen tg STAN en De Roovers hebben in Infidèles het verhaal uit het in 1997 door Ingmar Bergman geschreven scenario Trolösa (in 2000 uitgekomen als film, geregisseerd door Liv Ullmann) gecombineerd met fragmenten uit Bergmans in 1987 verschenen autobiografie Laterna magica.

Ga voor de speellijst van Infidèles en voor meer informatie naar: tg Stan of De Roovers


Recensie: Het leven zelf van Toneelschuur Producties / Loek de Bakker

●●○○○


HET LEVEN ZELF


TONEELSCHUUR PRODUCTIES / LOEK DE BAKKER

 

Door Piet van Kampen, gezien 17 februari 2022

Het leven zelf is de toneelbewerking (door Casper Vandeputte) van de gelijknamige roman van Roelof ten Napel. Die roman gaat over Amos, een getalenteerde en toegewijde zwemmer die plotseling stopt met zwemmen. Een besluit dat hij nam toen hij op het tijdenbord keek en zich realiseerde ‘dat hij nooit veel sneller zou zijn dan dit’. Niet lang daarna stapte hij van het dak van zijn studentenflat.

Het leven van Amos wordt gereconstrueerd door vier mensen voor wie hij belangrijk is geweest: zijn zus (Sharlee Daantje), een vriendin die in een bloemenzaak werkt (June Yanez), een voormalige huisgenoot (Alex Hendrickx) en een jeugdvriend (Michael Muller). Omdat ze alle vier dat deel van Amos’ leven in herinnering roepen waar ze zelf bij betrokken waren, laten ze dus ook steeds iets over zichzelf zien. 

Zus Daphne haalt herinneringen op aan haar broer aan de hand van familiefoto's. Daarna komen een voor een de drie anderen aan de beurt. Steeds blijven ze naast het ophalen van hun herinneringen ook analyseren wat hun vriendschap met Amos voor hen betekende.

De acteurs hebben vooral beschrijvende en analytische monologen. Ook in hun spel blijven ze grotendeels weg van het verdriet. Daarmee wordt weliswaar recht gedaan aan de manier waarop Roelof ten Napel in zijn roman te werk is gegaan, maar het maakt het wel lastig om de emotionele ondertoon, die ook in de roman zit, in de voorstelling te ervaren.  

Dat is vooral lastig omdat Loek de Bakker ook met zijn andere regiekeuzes het concrete versterkt. Als er sprake is van boodschappen doen bijvoorbeeld, komt er een boodschappentas tevoorschijn. Als er gesproken wordt over dozen met fotoalbums, wordt er opzichtig met een verhuisdoos rondgelopen waaruit dan daadwerkelijk een fotoalbum tevoorschijn wordt gehaald.  

De Bakker probeert dus niet door op een of andere manier te abstraheren een extra laag aan te brengen om daarmee het impliciete aspect van de tekst invoelbaar te maken. Ook de enscenering (van Janne Sterk) en het lichtplan (van Casper Leemhuis) helpen daar niet bij. Hard wit licht accentueert de realistische keuken en de andere recht toe recht aan decorstukken. 

Door acteurs live uitgevoerde muziek zorgt wel voor iets van gelaagdheid, maar te weinig om de andere regiekeuzes te compenseren. Het leven zelf van Toneelschuur Producties / Loek de Bakker is door die opeenstapeling van concretiseringen een matige voorstelling geworden, waarin eigenlijk niet veel meer gebeurt dan het nogal eendimensionaal navertellen van het boek.  

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Toneelschuurproducties

 

Recensie: Volim te (ik hou van jou) van Bellevue Theater / Vera Morina / Abdel Daoudi

●●●●○

 

VOLIM TE (IK HOU VAN JOU)


BELLEVUE THEATER / VERA MORINA / ABDEL DAOUDI

 

Door Piet van Kampen, gezien 27 januari 2022

De vloer, het meubilair, de kussens, de schemerlamp, de trap, alles wat scenograaf Ascon de Nijs voor Volim te heeft bedacht, heeft de lichtblauwe kleur van de baretten en helmen van VN-vredesmissies. Die baretten en helmen zelf zijn niet te zien. Die woorden komen ook niet voor in de tekst. 

Volim te van theaterschrijver Vera Morina (1995) gaat over de rol die de oorlog in voormalig Joegoslavië speelt in de levens van jonge Nederlanders van wie de ouders, of een van de ouders, die oorlog hebben meegemaakt.

Morina laat ons die impact vooral voelen in de dialoog tussen Ena (Gonca Karasu), die door het oorlogsgeweld als kind angstdromen had over een enorme meteoriet die haar huis en haar stad zou vernietigen, en haar in 1995 verdwenen vader Sule (Vanja Rukavina).

Ena was negen toen haar vader verdween. Nu, in 2022, staat hij plotseling voor haar. In een bebloed shirt. 'Dat kan ik uitleggen' zegt hij, maar dat doet hij niet. Ena: 'Ik was bijna negen toen je verdween. Je bent 27 jaar weggeweest. Ik ben nu 35. Ik ben nu ouder dan jij.'

Alsof zijn dochter nog steeds het kind is met haar droom over een meteoriet, gaat Sule Ibrahimovic aan de haal met dat verhaal. Hij vertelt dat hij op 11 juli 1995, samen met ruim 8000 anderen, werd meegenomen voor een geheime missie om de mensheid te redden door in een raket met explosieven afgevuurd te worden naar die meteoriet.

Vooral door de angstfantasie van de jonge Ena door te trekken naar de fictieve ruimtereis van haar omgekomen vader creëert Vera Morina met Volim te een beklijvend beeld van wat de oorlog in Joegoslavië nog steeds betekent voor wie dat drama met zich meedraagt.

Dat Morina voor alle zekerheid de dode vader uit zijn dode droomwereld haalt door Ena tegen hem te laten zeggen 'Je was in Srebrenica, en de wereld is jou niet komen redden', zou overbodig moeten zijn. Maar dat is het helaas niet.

De kans is namelijk groot dat nogal wat leeftijdgenoten van Morina wel weten wie Floris de Vijfde was of wanneer de slag bij Nieuwpoort plaatsvond, maar niets van wat er nog maar zo kort geleden in voormalig Joegoslavië is gebeurd. Morina in NRC van 25 januari: “Wat mijn familie heeft meegemaakt, is op school (vwo in Den Haag) nooit voorbijgekomen, terwijl het wel onderdeel is van onze gedeelde geschiedenis. Al is het maar omdat we allemaal deel uitmaken van Europa.”

Jammer dat alle geplande voorstellingen al zijn uitverkocht. Hopelijk komt er een herneming als de zalen weer gewoon vol mogen zijn. Want Volim te is een te belangrijke voorstelling om maar door een handjevol toeschouwers te worden gezien. 

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Theater Bellevue 

 

Recensie: De uren van ITA-Ensemble / Eline Arbo

●●●●○

 

DE UREN


ITA-ENSEMBLE / ELINE ARBO

 

Door Piet van Kampen, gezien 24 oktober 2021

Met De uren, naar het boek The Hours van Michael Cunningham, als keuze voor haar eerste regie voor de grote zaal sluit Eline Arbo inhoudelijk aan op haar voorstelling Drie Zusters uit 2020, waarin ze het effect van vier feministische golven analyseerde. Toen voegde ze een epiloog vol cijfers toe om ons voor alle zekerheid nog even in te wrijven wat ze met haar voorstelling bedoelde.

In De uren vertrouwt ze gelukkig weer op haar (in haar eerdere voorstellingen bewezen) kwaliteit als acteursregisseur en laat ze de acteurs 'spelen' wat ze als regisseur wil overbrengen. Natuurlijk, met welke tekstfragmenten uit het boek ze wel overneemt en welke niet, geeft Arbo al aan waar ze het accent wil leggen. Maar het is toneel, dus die keuzes moeten niet alleen te horen zijn, maar ook te zien. In de lichaamstaal en in de mimiek van de acteurs. En in de enscenering.

De uren vertelt één dag uit het leven van drie vrouwen in drie verschillende tijden. Schrijfster Virginia Woolf, in Engeland in 1923, denkt na over haar personage Clarissa Dalloway en is ongelukkig omdat ze aan hevige depressies lijdt. Laura Brown, een kleine dertig jaar later in Los Angeles, leest de roman Mrs. Dalloway, en is ongelukkig omdat ze niet kan voldoen aan haar eigen ideaalbeeld. Clarissa Vaughn, in het New York van de jaren negentig, wordt vanwege haar voornaam Mrs. Dalloway genoemd, en is ongelukkig omdat ze weet dat ze met haar extraverte gedrag vooral haar angsten maskeert.

Chris Nietvelt speelt haar personage Virginia Woolf vanaf de eerste scène waarin ze haar ontbijt afslaat, tot aan haar laatste scène, als een depressieve sombere vrouw. Met steeds dezelfde trieste mimiek en trage lichaamstaal.

Precies aanvoelen hoe ver je kunt gaan om de zich achter haar extraverte gedrag verschuilende Clarissa Vaughn neer te zetten? Daarbij net niet 'over the top' gaan? En er toch van begin tot eind voor zorgen dat het publiek ook de daaronder liggende pijn ziet? Laat dat maar aan de ervaren Marieke Heebink over. Dit is grote klasse!

Net als de andere twee hoofdrolspelers heeft de minder ervaren Ilke Paddenburg niet echt een tegenspeler. In haar eentje moet ze laten zien dat wat Laura Brown wil zijn - perfecte echtgenote en perfecte moeder - een façade is waar ze zelf niet in gelooft. Paddenburg doet dat met de bedeesde stem die daarbij hoort. En met uiterst subtiele mimiek en lichaamstaal. Wat een spectaculaire ontwikkeling maakt deze actrice door! Heel indrukwekkend.

De dag uit de levens van Virginia Woolf, Laura Brown en Clarissa Vaughn wordt op een draaiend podium gespeeld. Je dus ziet bij elke scène steeds ook de twee andere twee personages. Daardoor blijven de parallellen voortdurend duidelijk. Drie vrouwen elk op hun eigen manier ongelukkig. Elk op hun eigen manier - de eerste onderdrukkend, de tweede ontdekkend, de derde sublimerend - worstelend met onder andere hun seksuele geaardheid.

In haar bejubelde regie van Weg met Eddy Bellegueule musiceerden de vier acteurs live op het podium. Dat had een grote toegevoegde waarde. Voor De uren nam Eline Arbo uit die voorstelling geluidsontwerper Thijs van Vuure (en lichtontwerper Varja Klosse) mee. In De uren zorgen vooral Sinem Kavus en Majd Mardo (die ook bijna alle bijrollen op zich nemen) voor de muzikale intermezzi.* Het voegt wat toe, maar heeft niet die grote impact die de live muziek in Weg met Eddy Bellegueule had.

In Cunninghams boek is er een alwetende verteller, die zoals gebruikelijk in een roman onzijdig is. Maar met Steven Van Watermeulen als verteller worden de gevoelens en gedachten van de drie vrouwen in de voorstelling vertolkt door een man. Ik vind dat best hoor. Maar of iedereen daar zo over denkt in deze woketijden?

Het boek, de verfilming ervan, en deze voorstelling zijn zo opgebouwd dat het einde verrassend is. ITA geeft in de informatie over de rolverdeling die verrassing weg. Een onbegrijpelijke blunder (die natuurlijk niet de regisseur is aan te rekenen).

Want met wat Eline Arbo in De uren aan enscenering en acteerprestaties bij ITA voor elkaar heeft gekregen, laat ze meteen bij haar debuut al zien dat ze ook als regisseur voor de grote zaal tot de top behoort.

* In de reprise in november 2023 zijn dat Hanna van Vliet en Jesse Mensah

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: ITA-Ensemble

 

Recensie: Mooi van Maatschappij Discordia

●●○○○


MOOI


MAATSCHAPPIJ DISCORDIA

 

Door Piet van Kampen, gezien 22 oktober 2021

Gerardjan Rijnders schreef Mooi in 1994 en regisseerde het bij wat toen nog Toneelgroep Amsterdam heette in 1995. Nu, ruim 27 jaar later, kijkt hij vanaf de achterste rij toe hoe Annette Kouwenhoven, Matthias de Koning en Miranda Prein met zijn tekst omgaan.

In Mooi doen twee geliefden pogingen om elkaar emotioneel te begrijpen en te bereiken. Dat doen ze vooral door elkaar uit te dagen met vragen en filosofietjes over taal, over woorden om precies te zijn. Zoals “Kan iets dat lelijk is ook mooi zijn?” Of “Kun je zeggen 'Ik kan kunnen'?”

Behalve de twee geliefden neemt af en toe ook een onduidelijk derde personage aan het gesprek deel. Zonder dat dat iets wezenlijks toevoegt. Dat personage* spreekt dan weer redelijk goed klinkend Engels (als Annette Kouwenhoven haar vertolkt), dan weer belabberd Engels (als Matthias de Koning dat doet).

Wat veel voorstellingen van Discordia zo interessant maakt, is de manier waarop bestaande teksten worden bevraagd, zoals bijvoorbeeld in de tien voorstellingen onder de noemer Weibliche Akt. In die voorstellingen werden belangrijke literaire teksten (bijvoorbeeld van Jelinek of Duras) of vaak gespeelde toneelteksten (Macbeth) én omgewerkt naar een vrouwelijk perspectief én becommentarieerd met aan de thematiek verwante 'persoonlijke' ontboezemingen van de acteurs.

Ik ken de tekst niet, niet zo gek bij een tekst die nooit wordt gespeeld. Maar ik neem aan dat Discordia Rijnders' Mooi zo goed als integraal speelt. En ze doen dat zonder de tekst echt te bevragen of te becommentariëren. Want het enige merkbare commentaar is het bij Discordia gebruikelijke stuivertje wisselen met de personages.

Door die, voor dit toneelgezelschap ongebruikelijke, onkritische speelwijze wordt de kwaliteit van de voorstelling dus wel erg afhankelijk van die van Rijders' tekst.

Ach, het is niet echt een straf om naar Rijnders' spielerei met taal te luisteren, want af en toe zit er wel een geestige vondst in of een tot heel even nadenken uitnodigend fragment. Maar uiteindelijk ontkom je toch niet aan de conclusie dat Mooi dan wel de pretentie heeft van een filosofische denkoefening, maar qua diepgang niet heel veel verder komt dan die van een tweemansbob. Dat Mooi de afgelopen 27 jaar op de plank is blijven liggen, is dan ook niet zo heel vreemd.

* Nadere informatie leert dat het om een Vietnamees dienstmeisje gaat, maar dat wordt in de voorstelling zelf niet duidelijk.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Discordia

Recensie: Una costilla sobre la mesa: Madre van Atra Bilis Teatro / Angélica Liddell

●●●●○

 

UNA COSTILLA SOBRE LA MESA: MADRE


ATRAS BILIS TEATRO / ANGÉLICA LIDDELL

 

Door Piet van Kampen, gezien 22 september 2021

Tussen zes menselijke tronen vertelt Angélica Liddell in een wanhopige openingsklaagzang, met steeds heftigere gebaren, over haar dode moeder. Met toenemende ontsteltenis onthult ze dat ze in haar moeders laatste uren alleen maar liefde voelde voor de vrouw die ze vijftig jaar had gehaat. En dat ze dat haatte.

Geïnspireerd door As I lay dying van William Faulkner maakt Liddell vervolgens met behulp van zo'n twintig figuranten een rituele reis naar Extramadura, de geboortegrond van haar moeder, in het traditionele zuidwesten van Spanje. Wat we tijdens dat requiem voor een gehate moeder te zien krijgen is een processie van zowel in beeld als muziek in grote schoonheid omgezette woede en pijn.

Zo'n twintig figuranten staan Liddell bij in het scheppen van die prachtige beelden, zoals in de scène waarin we Liddells moeder zien als een klein meisje in een kist, gedragen door mannen met als het firmament beschilderde torso's.

Barokke sacrale muziek, van onder andere Pachelbel, en live gezongen religieuze en rituele liederen door flamencozanger Niño de Elche versterken steeds die beelden. Met als muzikaal hoogtepunt een langdurige door De Elche 'gezongen' jammerklacht van Legioen, een door demonen bezeten man.

Hoewel er vraagtekens geplaatst kunnen worden bij de grote hoeveelheid op het achterdoek geprojecteerde nogal mysterieuze teksten, is Una costilla sobre la mesa: Madre een oprechte en bij vlagen hartverscheurende voorstelling van een unieke kunstenaar die er alweer in slaagt haar particuliere pijn in schoonheid om te zetten.

Recensie: Cliënt E. Busken van ITA-Ensemble / Maria Kraakman

 

●●●○○

 

CLIËNT E. BUSKEN


ITA-ENSEMBLE / MARIA KRAAKMAN

 

Door Piet van Kampen, gezien 16 september 2021
  

Maria Kraakman debuteert als regisseur bij ITA. Op een verrassende manier. Met muziektheater. In de stijl van Orkater. Met als acteurs/muzikanten Gijs Scholten van Aschat en Jip van den Dool, die allebei in muziektheatervoorstellingen van Orkater hebben gestaan.

Cliënt E. Busken (2020), de roman van Jeroen Brouwers, is een monologue intérieur van een man op de gesloten afdeling van een instelling, die weigert te spreken en doet of hij doof is. Maar die wel, soms warrig, soms helder, voortdurend zwijgend denkt en herinnert en becommentarieert. Het niet willen spreken van Busken lijkt gericht tegen de psychiater van de instelling en de domheid van zijn medepatiënten, maar is ook een protest tegen het steeds verder aftakelen van zijn lichaam.

Voegt de voorstelling Cliënt E. Busken iets toe aan het stilistische meesterwerk van Jeroen Brouwers waarop het is gebaseerd?

In eerste instantie zou je meteen, zonder er verder over na te denken, zeggen nee. Want noodzakelijkerwijs moet er voor een voorstelling van negentig minuten veel tekst uit de roman sneuvelen. De prachtige zinnen uit de roman die ze voor de voorstelling wel gebruiken, hebben bewerker Scholten van Aschat en regisseur Kraakman overigens, gelukkig, volledig intact gelaten.

Brouwers' geweldig goed geschreven roman is één gedachtenstroom waarin verzet, verontwaardiging en herinnering, steeds zonder afronding, maar ook zonder onderbrekingen, in elkaar overgaan.

In de voorstelling is dat niet zo. Met door Gijs Scholten van Aschat gezongen viriele songs, uit de jaren dat 'het gevalletje' van Busken zich nog zonder moeite en veelvuldig oprichtte, wordt de toeschouwer van de theatermonoloog, in tegenstelling tot de lezer van de roman, af en toe bewust uit de gedachtenstroom van Busken gehaald. Voegt dat iets toe? Ik vind van niet.  

Wat wel iets toevoegt is de andere manier waarop muziek wordt ingezet. Als Jip van den Dool de tekst, die Scholten van Aschat uitspreekt, ondersteunt met live uitgevoerde muziek. En er op andere momenten met zijn composities juist een tegenkleur aan geeft. (In het laatste half uur, bij de definitieve lichamelijke aftakeling van Busken, komt Van den Dool ook als acteur in actie.)

Voor wie nog nooit iets van Jeroen Brouwers heeft gelezen is wat Gijs Scholten van Aschat uit Brouwers' laatste roman laat horen misschien een stimulans om dat wel te gaan doen. En omdat de inbreng van Jip van den Dool als componist en muzikant de voorstelling iets extra's geeft, is Cliënt E. Busken van ITA-Ensemble/Maria Kraakman ook voor wie Cliënt E. Busken heeft gelezen toch ook nog wel de moeite waard.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Internationaal Theater Amsterdam

Recensie: Gevechten en metamorfosen van een vrouw van ITA-Ensemble / Ivo Van Hove

●●●○○

 

GEVECHTEN EN METAMORFOSEN VAN EEN VROUW


ITA-ENSEMBLE / IVO VAN HOVE

 

Door Piet van Kampen, gezien 14 september 2021
  

In zijn eerste roman, En finir avec Eddy Bellegueule (2014), vertelt Édouard Louis (1992) over zijn traumatische jeugd in een gezin uit de onderklasse. Een gezin met een alcoholische vader die op zijn zestiende in de fabriek ging werken, en die net als alle andere mannen in dat milieu drinkt en vecht. En met een moeder die al op haar zeventiende zwanger raakte. En dus huisvrouw werd. En ongelukkig.

Qui a tué mon père uit 2018 (door Ivo Van Hove als Wie heeft mijn vader vermoord voor toneel bewerkt) is een hommage van Édouard Louis aan zijn vader, maar vooral een aanklacht tegen het systeem dat zijn vader (en diens vader) heeft gemaakt tot wat hij is geworden.

In Combats et métamorphoses d'une femme (2021) zijn vierde roman, en de derde over het gezin waarin hij opgroeide, beschrijft Édouard Louis hoe zijn moeder uit het mistroostige leven in het Noord-Franse dorpje Hallencourt weet te ontsnappen. In de bewerking en vertaling van Ivo Van Hove heet de voorstelling die op deze roman is gebaseerd Gevechten en metamorfosen van een vrouw.*

In een voor scenograaf Versweyveld ongebruikelijk realistisch decor met een morsige keuken, de geur van frituurvet, en een slonzig geklede Marieke Heebink (als de moeder), brengen regisseur Ivo Van Hove en Jan Versweyveld ons terug in de tijd. Naar hoe een moeder van vijf kinderen boodschappen doet, eten kookt, afwast, het huis schoonmaakt, weer kookt en weer afwast. En ongelukkig is met haar alcoholisch man en haar zuipende oudste zoon die zijn vrouw slaat, zoals veel jonge mannen in dat godvergeten dorp.

In het laatste deel van de voorstelling springen Van Hove en Versweyveld vooruit in de tijd. Een smetteloos wit gedekte tafel verbeeldt het chique restaurant in Parijs waarnaar haar inmiddels succesvolle zoon Édouard (gespeeld door Majd Mardo) zijn moeder jaren later heeft meegenomen, als ze na haar metamorfose bevrijd lijkt te zijn.

In Gevechten en metamorfosen van een vrouw is de liefdevolle reflecterende monoloog van een zoon over zijn moeder (in het boek waarop de voorstelling is gebaseerd) veranderd in een samenspraak tussen zoon en moeder. In die quasi-dialoog wordt het terugblikken van de zoon, waar dat maar enigszins kan, door Van Hove opgeblazen tot schreeuwend en tierend gespeelde ruzies.

Voegt dat iets toe? Heeft de tekst van Édouard Louis dat nodig? Ik denk het niet. Integendeel, ik denk dat daarmee de impliciet maatschappijkritische kracht van de roman tekort wordt gedaan.

Marieke Heebink en Majd Mardo, als de moeder en de zoon, doen wat ze van hun regisseur moeten doen, en ze doen het goed. Maar door te kiezen voor een lelijk realistisch in plaats van een gestileerd decor en voor onnodige stemverheffingen, levert Van Hove met Gevechten en metamorfosen van een vrouw niet bepaald zijn beste regie af.

De voorstelling wordt beloond met een daverend applaus. Op de recensent van de Theaterkrant na, die demonstratief blijft zitten, staat iedereen op voor een staande ovatie. Maar voor wie doen ze dat? Voor de acteurs? Voor de regisseur?

Ik hoop voor Édouard Louis. Want omdat Louis, net als in zijn eerdere werk, ook in Combats et métamorphoses d'une femme via het kleine (huiselijke) drama het grote maatschappelijke onrecht laat zien, is Gevechten en metamorfosen van een vrouw toch een redelijk boeiende voorstelling.

* Ivo Van Hove vertaalde en bewerkte de roman al vóór de Franse publicatie, dus ook voordat de Nederlandse vertaling ervan op de markt kwam. In de inmiddels door De Bezige Bij uitgegeven vertaling (van Reintje Ghoos en Jan Pieter van de Sterre) heet de roman Strijd en metamorfose van een vrouw.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Internationaal Theater Amsterdam

 

MARIA MARIA MARIA van Veenfabriek / Joeri Vos

 

●●○○○


MARIA MARIA MARIA


VEENFABRIEK / JOERI VOS

 

Door Piet van Kampen, gezien 1 september 2021

De door Joeri Vos geschreven tekst van MARIA MARIA MARIA eindigt zo: 'Het is zo makkelijk om te vergeten wat je moet onthouden.' 

Mijn in stilte uitgesproken repliek meteen daarna, nog tijdens het applaus: Het is minstens zo gemakkelijk om te onthouden dat je die banale tekst maar het beste zo snel mogelijk kunt vergeten.

Veenfabriek maakt muziektheater. Ook in MARIA MARIA MARIA speelt live uitgevoerde muziek een belangrijke rol. De voorstelling begint met een door Anass Habib loepzuiver gezongen Ave Maria in het Aramees, met meteen daarna een heerlijk duet tussen basklarinet en de spreekstem van Jacobien Elffers.

Later in de voorstelling horen we, behalve nog twee door dezelfde Habib prachtig gezongen liederen uit de vroegmiddeleeuwse Cantigas de Santa Maria, ook intrigerende door Bastiaan Woltjer gecomponeerde instrumentale muziek.

Maar. Ik ben geen muziekkenner. En hoewel ik onder de indruk ben van vooral de zang van Habib en het spel van Ghaeth Almaghoot op klarinet, basklarinet en duduk, weeg ik bij het bepalen van het aantal ballen boven deze recensie bewust de muziek niet mee. Ik kies ervoor om me bij mijn oordeel over MARIA MARIA MARIA te beperken tot het waarderen van de door Joeri Vos geschreven tekst en de regie van dezelfde Joeri Vos.  

Tekstschrijver Joeri Vos serveert ons een ontzettend kinderachtig verhaal over Maria, op smaak gebracht met flauwe grappen van het niveau 'Als ze maar niet alleen gaan zeiken over de slechte grappen.' De goed spelende Jacobien Elffers valt natuurlijk niet te verwijten dat ze zo'n tekst uitspreekt, de verantwoordelijkheid daarvoor ligt volledig bij regisseur Joeri Vos. 

Regisseur Vos slaagt er niet in om radicaal genoeg te schrappen in de vondsten van schrijver Vos. Als hij echt kritisch had gekeken, zou hij er minimaal een derde uit hebben gehaald. En dan zou hij en passant altviolist Milena Haverkamp hebben bespaard om zonder muzikale begeleiding de Cantiga voor Alfonso uit de Cantigas de Santa Maria op te zeggen. 

En dan komt Vos ook nog eens met deze pretentieuze disclaimer: 'Als de voorstelling onverhoopt nieuwe inzichten oplevert, een wereldbeeld verandert, inspireert en/of aanzet tot bepaalde voornemens, dan zijn alle eventuele daaruit voortvloeiende veranderingen in manier van leven, geloven, of anderszins, geheel de verantwoordelijkheid van de toehoorder en niet van de Veenfabriek.' Tja. Hoe puberaal wil je het allemaal hebben.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: De Veenfabriek