Recensie: De Warme Winkel speelt De Warme Winkel van De Warme Winkel

●●●●○

 

DE WARME WINKEL SPEELT DE WARME WINKEL 

 

DE WARME WINKEL



Door RiRo, gezien 26 oktober 2016


Lettertype, kleuren, en opmaak van de flyer van de voorstelling De Warme Winkel speelt De Warme Winkel zijn volledig plagiaat. Geen twijfel mogelijk. De woorden 'zeker nu' naast het logo. Plagiaat. Geen discussie over mogelijk. Maar. Het logo linksonder is DWW in plaats van VVD. Daarmee laat de toneelgroep zien dat het hier om een parodie gaat. Het oordeel kan dan ook niet anders zijn dan vrijspraak. 

Op het podium zien we dat het decor een getrouwe kopie is van het decor dat Rolf Borzik ontwierp voor Café Müller van Tanztheater Wuppertal. In de hoek staan zes acteurs. Vincent Rietveld, Mara van Vlijmen en Ward Weemhoff van De Warme Winkel, en de drie stagiaires Kim Karssen, Sofie Porro en Rob Smorenberg. Vooraf hebben we van medewerkers van de schouwburg een disclaimer gekregen (na afloop doen ze dat voor alle zekerheid nog een keer). Daarin met grote rode letters: 'Wel willen zij graag vermeld hebben dat de film aan het begin van de voorstelling niet geheel op waarheid berust (…).' Met die 'zij' wordt de Pina Bausch Foundation bedoeld. 

Na dit niet geheel ware filmpje van een gesprek tijdens een van de laatste repetities over wel of geen toestemming hebben om iets te doen met Café Müller trekken de drie vaste leden van De Warme Winkel zich terug achter op het toneel. Onhoorbaar voor ons spelen ze dat ze met elkaar in discussie zijn. Ook de drie stagiaires gaan met elkaar in discussie. Vooraan op het toneel. Hoorbaar. Dat doen ze op de manier waarop de vaste leden van De Warme Winkel dat in hun eerdere voorstellingen deden. 

Dat gesprek tussen de stagiaires gaat niet over verschillende manieren om de beroemde dansvoorstelling Café Müller uit 1978 te interpreteren. Niet over vragen als: speelt Café Müller zich af in een café? Of in de kantine van een psychiatrische inrichting? De drie stagiaires hebben het over andere zaken. Ze beginnen met het verschil tussen hun toneelopleidingen, maar komen opvallend vaak uit bij voorouderverering, generatieverschillen, eigendom. En vooral bij plagiaat.

Na verloop van tijd zie ik dat de lichaamstaal van Sofie Porro lijkt op die van Vincent Rietveld. En de gebaren van Kim Karssen doen me denken aan de gebaren van Mara van Vlijmen. Maar ook hun woorden! De manier waarop ze discussiëren! Ja duidelijk! De stagiaires, begonnen als zichzelf, zijn op een slinkse manier in de huid van de spelers van De Warme Winkel gekropen! Ze hebben zich hun manier van doen gewoon toegeëigend! Maar wacht even. Die aanzetten tot danspasjes van Sofie Porro? Die hebben toch meer weg van de bewegingen in Café Müller? 

Na die discussie, die ruim een uur heeft geduurd, komt Vincent Rietveld op. In een bruin kostuum, en met zijn haren naar achteren gekamd, stelt hij zich in het Duits voor als Jan Minarek, danser bij Pina Bausch. Ward Weemhoff voegt zich bij hem en stelt zich in het Frans voor als Dominique Mercy. Wat hierna gebeurt is verbluffend en fascinerend. Maar ook verrassend.

Verbluffend omdat de zes acteurs ongelooflijk goed blijken te dansen. Vooral Sofie Porro, als de hyperactieve vrouw, en Ward Weemhoff, als de passief wankelende schim, zijn meesterlijk. En hoe vaak ik de registratie van Café Müller ook al heb gezien, ook nu weer vind ik de bewegingen tussen al die stoelen fascinerend.

Maar het verrassende is dat De Warme Winkel Café Müller gewoon integraal plagieert. Verzachtende omstandigheden zijn er niet. Geen parodie. Geen ironie. Het oordeel kan dan ook niet anders zijn dan schuldig. 
 
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: De Warme Winkel

Recensie: De Gouden Draak van De Roovers

●●●●○

 

DE GOUDEN DRAAK

DE ROOVERS


Door RiRo, gezien 10 oktober 2016


In De Gouden Draak van De Roovers volgen we zo'n twintig personages die in hetzelfde gebouw wonen. Ze worden gespeeld door vijf acteurs: de vier vaste spelers van De Roovers (Robby Cleiren, Sara De Bosschere, Luc Nuyens en Sofie Sente), aangevuld met gastspeler Nico Sturm. Achtenveertig scènes zijn er, sommige daarvan heel kort. Een volgende scène wordt altijd eerst vertellend aangekondigd en meteen daarna gespeeld. Precies zoals Roland Schimmelpfennig, de in meer dan 40 landen gespeelde Duitse toneelschrijver, het voorschrijft.

Op de benedenverdieping, in de keuken van Thais-Chinees-Vietnamees restaurant 'De Gouden Draak', werken vijf Aziaten. De jongste, die de kleine wordt genoemd, wordt gekweld door hevige kiespijn. Naar de tandarts kan hij niet, want hij is illegaal. De scène wordt abrupt afgebroken en pas later weer opgepakt. 

Dat is een vast patroon: abrupt afbreken, gevolgd door het harde geluid van een steen tegen een metalen plaat. Als teken dat we naar een andere verhaallijn switchen. Bijvoorbeeld naar de bejaarde man die met behulp van zijn negentienjarige kleindochter nog één keer jong wil zijn. Of naar de vrouw die haar man verlaat, een aanstaande vader die geen kind blijkt te willen, en een stewardess die zich afvraagt wat ze met de in haar Thaise soep aangetroffen bloederige kies zal doen.

Parallel aan die verhaallijnen, waarbij pas langzamerhand duidelijk wordt wat al die mensen met elkaar te maken hebben, loopt de fabel van de mier en de hongerige krekel. Waar oorspronkelijk bij Aesopus de mier eiste dat de krekel voor hem danste in ruil voor wat eten, verandert dat hier haast ongemerkt in verregaande vormen van seksuele uitbuiting. De mier, macho mannelijk gespeeld door Sara De Bosschere, de krekel op onderdanige vrouwelijke wijze neergezet door Nico Sturm. 

Steeds vertolken de acteurs de vrouwelijke personages, en de actrices de mannelijke. Die verwisseling versterkt het vervreemdende effect van de toch al vervreemdende mozaïekstijl waarin De Gouden Draak is geschreven. Ook de rauwheid, niet alleen in de tekst, ook in spel, kleding en enscenering (ruwe brokkelige zwarte vloer, logge metalen platen) draagt daartoe bij. De bedoeling van dat alles is dat de personages vreemden blijven waar je je als toeschouwer nauwelijks mee kunt identificeren. Waardoor je dus in de ongemakkelijke positie blijft van waarnemer.

De Gouden Draak van De Roovers maakt op een rauwe maar toch poëtische manier de schaduwzijde zichtbaar van het leven in een grote stad. En dan niet alleen het leven aan de onderkant van de samenleving, niet alleen de rechteloosheid van illegalen, de uitbuiting van migranten. Ook de verruwing. Ook de eenzaamheid. Ook het langs elkaar heen leven. De Gouden Draak is daarmee een relevante voorstelling over hoe we in de anonimiteit van de stad slechts fragmentarisch iets weten over mensen die naast of boven ons wonen.  

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: De Roovers

Recensie: Wij van Laura van Dolron

●●●○○

WIJ

LAURA VAN DOLRON



Door RiRo, gezien 6 oktober 2016

Heen en weer lopend voor een stellingkast met niet veel meer dan een Delfts blauw molentje en een kleine geluidsinstallatie (waaruit het begin van Beethovens negende klinkt) begint Laura van Dolron haar monoloog: 'Ik ga proberen te zeggen wie wij zijn'. Dat doet ze vooral omdat in eerste reacties na terroristische aanslagen nogal eens opmerkingen vallen als 'Onze waarden worden aangetast!'.

Maar in het theater een kleine anderhalf uur lang luisteren naar gedachten en ideeën over dat thema, die, in iets andere bewoordingen, ook al eens bij mezelf zijn opgekomen, blijkt soms wel een beetje saai. Het zou me niet verbazen als ik niet de enige ben in de zaal met zulke overwegingen.

Al vrij snel tijdens Van Dolron's monoloog dwaal ik even af, en bedenk ik me dat als ik niet in het theater zou zitten maar met iemand een persoonlijk gesprek zou hebben, ik het helemaal niet zo'n probleem zou vinden als mijn gesprekspartner hardop denkend en zoekend op gedachten en ideeën zou komen waarbij ik steeds instemmend zou willen knikken. Instemmend, omdat ook ik mijn vraagtekens heb bij de manier waarop in de media het begrip 'wij' te pas en te onpas wordt gebruikt. Meestal in combinatie met 'onze waarden'. Waaraan 'ze' zich dienen aan te passen. Maar ik zou in zo'n persoonlijk gesprek de kans hebben om het een beetje spannend te houden. Door met enige regelmaat al dan niet gemeende tegenwerpingen maken.

In de voorstelling ontbreekt die tegenspraak. Eigenlijk zou Van Dolron Wij samen spelen met Steve Aernouts, met wie ze ook in Sartre zegt Sorry samenwerkte. Ze kwam er tijdens de voorbereiding echter achter, zo laat ze weten, dat als ze het alleen speelt, de inhoud het best tot zijn recht komt. Tja. Daarmee snijdt Van Dolron nou net die theatrale mogelijkheden weg om het over het voetlicht brengen van haar gedachten en ideeën meer dynamiek en extra spanning mee te geven.

Gelukkig lukt het Van Dolron in Wij wel beter dan in haar vorige voorstelling Liefhebben om de vinger te leggen op het tijdsgevoel. Vooral omdat ze er nu beter in slaagt afstand te nemen van het persoonlijke. Ze zet het persoonlijke (haar dochtertje, haar geliefde, haar ouders) nu in als adstructie bij het algemene. In plaats van zoals in Liefhebben erin te blijven steken en niet verder te komen dan 'herkenbaarheid'.

Je zou kunnen zeggen dat Van Dolron met Wij, na de tegenslagen waarvan ze in Liefhebben verslag deed, een geslaagde stap zet om haar zoektocht weer los te wrikken uit de anekdotiek. Of zoals ze het zelf verwoordt om weer 'uit het kleine wij (haar dochtertje, haar gezin) in het grote wij te stappen'.
 
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Laura van Dolron

Recensie: Mevrouw Macbeth van Maatschappij Discordia

●●●○○

 

MEVROUW MACBETH

MAATSCHAPPIJ DISCORDIA



Door RiRo, gezien 4 oktober 2016

'Waarom heeft Lady Macbeth geen voornaam (hij trouwens ook niet)?' 'Is het erg dat vrouwen de touwtjes niet in handen hebben?' Nog met hun rug naar ons toe stellen de drie actrices in Mevrouw Macbeth deze en andere vragen. Vooral aan elkaar. Na die proloog pakken ze wat kledingstukken en nemen ze een rol op zich: Lady Macbeth, Macbeth en Branquo.

'Dan doe ik het paard weg', zegt Maureen Teeuwen onderkoeld. Ze ging ervan uit dat Macbeth te paard uit de oorlog terugkeert. Maar Annette Kouwenhoven corrigeert haar, dat staat nergens in de tekst van Shakespeare, dus hij is te voet. Vaak is dat de taakverdeling: Teeuwen interpreteert in Kouwenhovens ogen te vrij of wijkt net iets teveel af van Shakespeares tekst, Kouwenhoven corrigeert knorrig. De derde actrice, Miranda Prein, houdt zich in die gevallen afzijdig totdat de draad weer kan worden opgepakt.

De rollen in engere zin wisselen. In het begin is Miranda Prein mevrouw Macbeth, Annette Kouwenhoven haar echtgenoot en Maureen Teeuwen Branquo. Maar zoals spelende meisjes dat doen, verandert die rolverdeling na verloop van tijd. 'Nu wil ik dat rokje aan!'

Delen van de oorspronkelijke tekst worden nogal eens plechtig gedeclameerd in een traditioneel klinkende vertaling. Maar dat kan zomaar ineens anders zijn: 'We mollen die Branquo!' Regelmatig ook is een tekstfragment aanleiding tot terzijdes. Of er wordt een zin (zoals deze van Macbeth 'Als ik mijn daad ken, zou het beter zijn mezelf niet meer te kennen') even apart genomen, en van alle kanten geproefd en bekeken.

Nadat Macbeth door Macduff is gedood, en ook mevrouw Macbeth het leven heeft gelaten, kijken de drie actrices terug. Prein: 'Waarom moeten de vrouwen bij Shakespeare eigenlijk altijd sterven? Lady Macbeth, Desdemone, Ophelia. Maar ook Madame Bovary, Anna Karenina, Hedda Gabler?'

Dan komt Jan Joris Lamers (1942), oprichter van Maatschappij Discordia, uit de coulissen en leest het gedicht Theaterimpressies van Wislawa Szymborska voor:
'Voor mij is het belangrijkste bedrijf van de tragedie het zesde: De wederopstanding op de slagvelden van het toneel (…) Opstellen in één rij met de levenden, Met het gezicht naar het publiek. (…) De binnenkomst in ganzenpas van de veel eerder gestorvenen, Al in het derde en vierde bedrijf, en er tussendoor. De wondere terugkeer van hen die spoorloos waren verdwenen. Het idee dat ze achter de coulissen geduldig hebben gewacht, Zonder hun kostuum uit te trekken (…).'

Maatschappij Discordia is opgericht in 1981 en bestaat nu dus 35 jaar. Af en toe pik ik er een van hun voorstellingen uit om te kijken of ze nog steeds onvervalst Discordiaans theater maken. Ja, in Weiblicher Akt 7, Mevrouw Macbeth, doen ze dat. Nog steeds die oncomfortabele harde houten stoelen, deze keer in een soort café-chantant opstelling met alvast de glazen op tafel voor de Bloody Mary (met behoorlijk veel tabasco) die later zal worden geschonken. Stukken zeildoek op de speelvloer. Met daarop een emmer waarmee tijdens de voorstelling niks zal worden gedaan. In plaats van een achterdoek vijf hoge panelen. Met voor drie van die panelen net zo'n oncomfortabele stoel als waar ik op zit. Coulissen. Twee keer klinkt er muziek, ijle vrouwenstemmen, in een taal die ik niet ken.

Mevrouw Macbeth is aangekondigd als een voorstelling vanuit vrouwelijk perspectief, waarin én het plot vanuit Lady Macbeth zal worden bekeken én de lijn zal worden doorgetrokken naar machtige vrouwen van nu als Angela Merkel en Hillary Clinton. Af en toe wordt de vertelling inderdaad heel even naar het nu getrokken, maar Mevrouw Macbeth is toch vooral het omgekeerde, het vanuit het nu kijken naar de tekst van Shakespeare. Het is vooral een luchtig, maar wel erg talig, commentaar op het oorspronkelijke stuk. En hoewel de beloftes dus niet helemaal worden ingelost, levert dat wel een intelligente en speelse voorstelling op.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Maatschappij Discordia

Recensie: Romeo & Julia van Amsterdamse Bostheater, TENT en Veenfabriek

●●●○○

 

ROMEO & JULIA

AMSTERDAMSE BOSTHEATER, TENT EN VEENFABRIEK



Door RiRo, gezien 22 juli 2016

Zeven door sponsor Schiphol ter beschikking gestelde terminalsluizen zouden een claustrofobische sfeer moeten creëren. Want regisseur Ingejan Ligthart Schenk wil met zijn versie van het verhaal over de rivaliteit tussen de families Capulet en Montague, en de tragische liefde van Romeo en Julia, laten zien waartoe het leidt als veel mensen in een kleine ruimte samen leven.

De heerlijke nieuwe vertaling van Erik Bindervoet (en Ligthart Schenk) staat vol Shakespeariaanse, seksueel getinte, dubbelzinnigheden. Vooral in het eerste komische deel. Dubbelzinnigheden die op het lijf geschreven lijken van Sander Plukaard als Mercutio en vooral van Camilla Siegertsz als Julia's min. Bij Camilla Siegertsz bijna letterlijk. Die twee acteurs, Plukaard en Siegertsz, dragen met hun talent voor komediespelen het begin van de voorstelling.

Later, bijvoorbeeld bij de stoet met de schijndode Julia, leveren de circusartiesten van TENT een mooi gechoreografeerde bijdrage aan het verhaal. Maar in dit eerste, nog komische deel krijgen ze iets te vaak de ruimte om kunstjes om de kunstjes te laten zien. Voor de muziek geldt dat eigenlijk ook. De composities staan af en toe net wat te ver van het verhaal af.

Vanaf de balkonscène (heel mooi om te zien hoe zo'n schuin omhoog staande vliegtuigslurf de locatie voor die beroemde scène wordt) verandert dat. De sfeer van het stuk wordt anders, want het verhaal gaat nu op weg naar het tragische einde. En vanaf hier vullen de drie componenten van de voorstelling - het acteren, de acrobatiek en de muziek - elkaar perfect aan. Niet alleen is de acrobatiek nu strakker gechoreografeerd, ook de muziek van componist/toetsenist Ton van der Meer en de andere muzikanten van Veenfabriek geeft het verhaal nu een extra dimensie.

De keuze voor een variété-achtig begin van een zomeravondvoorstelling in het Amsterdamse Bos is begrijpelijk. Maar de kwaliteit van deze Romeo & Julia zit voor mij, behalve in de schitterende vertaling, toch vooral in het tweede tragische deel. Als het komische eraf is (en de acrobaten met hun capriolen minder de aandacht naar zich toe trekken) krijgen Ward Kerremans als Romeo en vooral Yara Alink als Julia ook echt de ruimte om te laten zien wat ze kunnen. Opvallend hoe stil het op de bankjes van het uitverkochte Bostheater is bij hun dialogen. Ondanks de glazen en de flessen. En de chips en de andere eetwaren. Dat zegt genoeg.
 
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Amsterdamse Bostheater 

RIRO'S TOPTIEN VAN HET SEIZOEN 2015 - 2016

RIRO'S TOPTIEN VAN HET SEIZOEN 2015-2016


Door RiRo, 12 juli 2016

Van de vijftig voorstellingen die ik het afgelopen seizoen zag, maakten deze de meeste indruk:

1.   Voor niks Umsonst van 't Barre Land en Comp.Marius
2.   De Kersentuin van NTGent
3.   Liliom van TA2 en Frascati Producties / Julie Van den Berghe
4.   Beckett Boulevard van De Koe
5.   Aneckxander van Alexander Vantournhout & Bauke Lievens
6.   De Welwillenden van Toneelhuis en Toneelgroep Amsterdam / Guy Cassiers
7.   Het jaar van de kreeft van Toneelgroep Amsterdam / Luk Perceval
8.   Don Carlos van Toneelschuur Producties / Nina Spijkers
9.   Privacy van De Warme Winkel, Wunderbaum
10. Husbands and wives van Toneelgroep Amsterdam / Simon Stone

 

Recensie: The Future of Sex van Arnon Grunberg en Wunderbaum

●●○○○  


THE FUTURE OF SEX

ARNON GRUNBERG EN WUNDERBAUM



Door RiRo, gezien 18 juni 2016

Maartje: 'Zou je alleen willen doodgaan?'
Arnon: 'Ik denk dat je uiteindelijk alleen doodgaat.'
(...)
Maartje: 'Is echte seks illegaal?'
Arnon: 'Ik denk dat je het gevoel moet hebben dat je iets illegaals doet.'
(...)
Maartje: 'Komt het goed?'
Arnon: 'Nee.'

Na dat inleidende vraaggesprek volgt een aaneenschakeling van korte scènes over de toekomst van de seks. Een toekomst waarin laptops en smartphones nog meer dan nu een sta in de weg zijn voor daadwerkelijk fysiek menselijk contact. Wat ooit voortplantingsmiddel was, en een manier om verbinding te hebben met een partner, wordt middel tot zelfexpressie met behulp van seksrobots en andere technologische snufjes.

Sophie (Maartje Remmers).
'Ik ben een normale vrouw. Ik heet Sophie.'
'Soms zou ik wel willen dat de dingen meer pijn deden.'
'Mijn werk … dat vind ik eigenlijk privé. De zorg. Dan vragen ze welk ziekenhuis. Dat vind ik intiem.'
Volgt een uitgebreid relaas over hoe ze klaarkomt.
'Dan zit ik met een badjas aan voor mensen die ik niet ken.'
Arnon Grunberg, die alle scènes, dus ook deze, vanuit het oog van zijn enorme webcam volgt, helt wat naar voren om het beter te kunnen zien.
'Als vrouw boven de dertig besta je eigenlijk niet meer. Maar ik besta nog.'

Een vrouw (Marleen Scholten) en een seksrobot (Walter Bart).
Dit is pas de tweede scène, maar die is volledig voorspelbaar. Ook door de manier van acteren. Daarna onder meer: Een man bezoekt een prostituee voor babyseks. Voorspelbaar. Of Sven en Emma hebben een relatie, maar Emma woont in Congo en Sven in Nederland. Ze hebben dus digitale seks. Als je het werk van Grunberg een beetje kent, kun je voorspellen welke opmerking er nu komt: 'Dat geeft minder vlekken.' 

Voor de overgangen wordt een tekstbalk gebruikt. Daar staat dan bijvoorbeeld 'Sophie', en bij een volgende scène 'Silvia & Erik'. En tegen het einde, om de pedoseksuele man met zijn altijd elf jaar blijvende robot aan te kondigen: 'Koen & Bobby'. Niet bepaald regievondsten waarbij ook ik denk: "De hand van regisseur Johan Simons is zichtbaar in de strakke opeenvolging van scènes." * Gelukkig zijn de muzikale intermezzi door Simon Lenski en Theaterkoor Dario Fo van hoge kwaliteit.

Na zo'n muzikaal intermezzo door Simon Lenski, deze keer op een versterkte cello, spelen Matijs Jansen en Maartje Remmers het echtpaar Christian en Merel dat al vier jaar geen seks heeft. De tekst van deze scène is, net als die van een aantal van de andere scènes, op zich erg geestig. Geestig op de altijd enigszins cynische manier waarop elke tekst van Grunberg geestig is. Omdat hij altijd iets over de werkelijkheid zelf zegt en dat ogenblikkelijk daarna met humor relativeert. 

Maar zo'n tekst wil ik liever lezen. Daar lenen teksten van Grunberg zich beter voor. En tijdens het lezen van zo'n tekst stel ik me dan óf de stem en de mimiek van Grunberg voor, óf ik geef me volledig over aan mijn eigen fantasie.

De meeste scènes zijn nogal plat. Daarmee bedoel ik niet dat ze ordinair zijn, maar eendimensionaal. Bij al die min of meer expliciet gespeelde en eendimensionale voorbeelden van analoge of digitale manieren om klaar te komen, zou ik het dus prettiger hebben gevonden als er wat meer aan mijn fantasie zou worden overgelaten. In plaats van te moeten kijken naar de billen van Marleen Scholten of naar een vingerende Maartje Remmers. Want dat explicite spel door de acteurs van Wunderbaum doet de tekst van Grunberg meer kwaad dan goed.

Het is veelzeggend dat de zaal vooral reageert als de stem van Grunberg zelf klinkt, als hij incidenteel zelf een opmerking maakt. Zoals deze: 
'Nee, God wil niet dat er met hem geneukt wordt.'

Maartje: 'Bestaat echte liefde?'
Arnon: 'Ondanks alles denk ik van wel.'

* Hein Janssen in zijn recensie van The Future of Sex in de Volkskrant van maandag 20 juni 2016.
  Leestip: Arnon Grunberg, Moedervlekken, Lebowski Publishers, Amsterdam, 2016. Vier sterren.

Gezien tijdens HOLLAND FESTIVAL
 
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Wunderbaum

Recensie: Husbands and wives van Toneelgroep Amsterdam / Simon Stone

●●●●○


HUSBANDS AND WIVES

TONEELGROEP AMSTERDAM / SIMON STONE



Door RiRo, gezien 19 juni 2016   

Jack en Sally komen op bezoek bij hun vrienden Gabe en Judy. De bedoeling is dat ze met z'n vieren ergens gaan eten. Als Jack en Sally vertellen dat ze, in goed overleg, uit elkaar gaan, schrikt Judy daar enorm van. Ze vraagt zich af of ze nog wel zin heeft in dat etentje. Vanuit die beginsituatie schetste Woody Allen in zijn film Husbands and wives (uit 1992) hoe er twijfels in het huwelijk van Gabe en Judy sluipen, twijfels die er tenslotte toe leiden dat die twee uit elkaar gaan. Terwijl Jack en Sally, na kortstondige verhoudingen met een ander, juist weer bij elkaar komen.

Hélène Devos (1989) speelt alle vrouwelijke bijrollen: de studente op wie Gabe verliefd wordt, de aerobicjuf waarmee Jack een verhouding heeft, en een callgirl. Allemaal jonge vrouwen. En dat doet Devos heel geloofwaardig. En heel goed. In al die rollen. Robert de Hoog (1988) heeft alle mannelijke bijrollen. Hij speelt dus vooral personages die veel ouder zijn dan hijzelf is. Zoals de tijdelijk minnaar van Sally, de ex van Judy, en de analyticus van de twintigjarige schrijfster van een essay over orale seks in tijden van deconstructie. Maar hij slaat zich daar manmoedig doorheen.

Marieke Heebink, als Sally, zet, als ze in het huis van haar nieuwe verovering haar ex belt, op een sublieme manier de toon voor de humor in de voorstelling. Humor die regisseur Stone gebruikt om de wat gedateerde tragikomedie over relatieperikelen ook voor een publiek van nu genietbaar te maken. Vooral door de twintigjarige studente Rain assertiever neer te zetten dan Juliette Lewis dat deed in de film, draagt ook Hélène Devos daar met haar spel in belangrijke mate aan bij.

Ramsey Nasr, als Gabe, de professor die verliefd wordt op zijn twintigjarige studente, maar ook Aus Greidanus jr, als Jack die valt voor de wat zweverige Samantha, en Halina Reijn als de passief-agressieve Judy die erg gecharmeerd is van haar collega Michael, blijken zich te kunnen vinden in wat Simon Stone met zijn interpretatie van de tragikomedie Husbands and wives voor ogen heeft.

Want de Australische regisseur Simon Stone (1984) heeft de film van Allen afgestoft, opgefrist, en er vaart en humor in gebracht. En hoewel hij de tekst van het script van Woody Allen bijna volledig overneemt, en in kleding en enscenering gewoon in het begin van de jaren negentig van de vorige eeuw blijft, is zijn Husbands and wives veel beter, veel expressiever en veel sneller dan het origineel.

Een film van vijfentwintig jaar geleden met vooral pratende hoofden, waarin voor locatieveranderingen en flash-backs nogal eens naar de noodgreep van de voice-over werd gegrepen, transformeert de jonge talentvolle Stone met zijn formidabele regie in sprankelend, soepel lopend hedendaags theater. Waarin hij vooral in de overgangen tussen de scènes met geniale vondsten komt.

Gezien tijdens HOLLAND FESTIVAL

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar:  Toneelgroep Amsterdam

Recensie: Privacy van De Warme Winkel, Wunderbaum

●●●●○


PRIVACY

DE WARME WINKEL, WUNDERBAUM



Door RiRo, gezien 10 juni 2016   

Een slaapkamer, een bed. Met een gordijn ervoor. Aan de zijlijn geeft de 'Oostenrijkse' muzikale begeleider S.M. Snider in slow motion een samenvatting van wat we zullen gaan zien. Op het gordijn dat als projectiescherm dient, verschijnt Wine Dierickx als de Sloveense filosoof Slavoj Zizek. In Engels met Sloveense tongval zet ze, zet hij, het thema, het kader van de voorstelling neer: zijn bedachte identiteiten onechter dan het ware zelf? En als het publieke zelf nu eens het ware zelf blijkt te zijn, en 'het ware zelf' het onderdrukken daarvan? ”There can be more truth in the mask that you adopt than in your real, inner self.”

Voor een historisch perspectief spelen Weemhoff en Dierickx vervolgens kunstenaarsparen die net als zijzelf hun privéleven publiekelijk maakten. John Lennon en Yoko Ono in hun gefilmde Bed-in voor de wereldvrede in het Hilton in Amsterdam. Jeff Koons met zijn partner, pornoster en parlementslid Cicciolina. En Tracey Emin met het tentoonstellen van My Bed, haar onopgemaakte bed inclusief bebloede slipjes en gebruikte condooms. Dierickx laat in dit inleidende deel weer eens zien hoe geweldig goed ze kan acteren. Wel een beetje jammer dat Weemhoff in zijn vertolking van Lennon met nogal gratuite kritiek komt aanzetten.

Maar het zij hem vergeven. Want wat na dat inleidende half uur gebeurt, is zo opwindend en zo goed! En het blijft een vol uur lang opwindend en goed, tot de laatste seconde in het donker toe. De kunstenaars Weemhoff en Dierickx spelen zo overtuigend (én ontroerend, én schrijnend, én humoristisch) een authentiek verhaal over het privéleven van Ward en Wine, dat hun voorgangers met terugwerkende kracht exhibitionistische poseurs lijken die geen kunst maar kitsch maakten.

Bijna onbeweeglijk staan ze daar. Naakt. Gezicht naar de zaal, bijna geen interactie. Eerst over het niet zwanger kunnen worden, wat ontaardt in een twistgesprek over of dat kwam door dood zaad, de mening van Wine, of gegijzeld zaad, de overtuiging van Ward. Ze gaan in op wat het ivf-traject met hun relatie deed. Met humor en ironie houden ze het voor het publiek draaglijk. 

Allebei spreken ze op harde toon, in wat je misschien zou kunnen omschrijven als een agressieve staccatostijl. Een slimme theatrale vondst. Want daardoor is het theater, en tegelijkertijd toch persoonlijk. Of lijkt het dat te zijn. Want dat is waar ze ons óók mee confronteren: met de vraag wanneer ze Ward en Wine de geliefden zijn, en wanneer Weemhoff en Dierickx de acteurs.

Het blijft intiem, persoonlijk, 'authentiek'. En ook bij Ward's gastro-enterologische problemen en Wine's anale seks met Arend P blijven Dierickx en Weemhoff de wat over the top manier van praten hanteren. Pas aan het slot verandert dat, dan gaan ze liefdevol en zacht met elkaar om. Als ze naar het publiek toelopen, naakt nog steeds, wordt hun lichaamstaal natuurlijker, praten ze op een 'gewone manier', zachter, uiteindelijk fluisterend. Nu zijn ze hun ware zelf. Of nu juist niet?

Het eerste half uur is Privacy uitbundig theater. Met alles erop en eraan. Verkleedpartijen, pruiken. Maar als Weemhoff en Dierickx zich in het uur daarna volledig blootgeven, is het theater zoals ik dat nog nooit heb gezien. Heel spannend. Heel ontroerend. Heel humoristisch. Heel indrukwekkend.

Privacy van De Warme Winkel, Wunderbaum ging op 20 april 2016 in Berlijn in première.

Gezien tijdens HOLLAND FESTIVAL

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar:  De Warme Winkel

Recensie: Die Stunde da wir nichts voneinander wussten van Thalia Theater Hamburg

●●●○○

 

DIE STUNDE DA WIR NICHTS VONEINANDER WUSSTEN

THALIA THEATER HAMBURG



Door RiRo, gezien 4 en 6 juni 2016

Een plein. Ergens in Europa. Zakenlieden met aktetassen lopen af en aan, allemaal in een net even andere kleur grijs, ook de uniformen van twee brandweermannen zijn grijs. Vijftig tinten grijs. Misschien wel meer dan vijftig. Op dat plein, ergens in Europa, ontmoeten mensen elkaar. Of lopen juist langs elkaar heen.

Een schoonmaker die 's morgens het plein veegt, fluit een flard van een liedje. Een oude man, alles wat hij bezit in twee tassen, huilt. Maar de personages spreken niet met elkaar. Na ongeveer tien minuten krijgt de voorstelling kleur, een meisje in een vrolijk jurkje komt op en slaat met een hamer op de vloer.

Het Estse regie-duo Ene-Liis Semper en Tiit Ojasoo heeft aan het uitsluitend uit regieaanwijzingen bestaande Die Stunde da wir nichts voneinander wussten van Peter Handke ruim een uur nieuwe scènes toegevoegd. Vooral over actuele Europese vraagstukken. De rode draad is verandering. Europa verandert. Mensen veranderen.

Europa krijgt te maken met migranten, vluchtelingen, nieuwe religieuze conflicten, milieuproblematiek, de invloed van de sterkere Chinese economie. Mensen krijgen andere inzichten, worden verliefd, verliezen hun baan, komen terug van een oorlog in een ver land, en worden oud. In de voorstelling veranderen ook de stereotype situaties. In precies dezelfde choreografie als de blanke zakenlieden in de beginscène, bewegen later, in het veranderde Europa, zakenlieden met een Aziatisch uiterlijk. En, bij het paradijselijke slot, naakte zakenlieden.

De beste momenten, vind ik, zijn die waarin het lukt om de essentie van zo'n stereotype situatie of van zo'n verandering in een zo kort mogelijke scène te vatten. Een van mijn favoriete scènes is de verandering van piloot in stewardess en stewardess in piloot. Minder geslaagd vind ik de langere scènes, vooral in het laatste uur van de voorstelling. Daarin wordt vaak net iets teveel uitgelegd.

Omdat er een muur moet kunnen draaien, en de vloer van het podium daarom waterpas is gemaakt, is die meer dan een halve meter verhoogd. Dan worden normaal gesproken de stoelen van de voorste rijen weggehaald. Dat is nu niet gebeurd. 'Wel een beetje dom' zou Maxima hebben kunnen zeggen. Misschien hééft ze het wel gezegd. Want vanuit de koninklijke loge zag ze hoe ik eerst nog regelmatig mijn handen op de stoelleuningen plaatste en mezelf omhoog drukte. En het na verloop van tijd opgaf en me moedeloos onderuit liet zakken.

Zaterdag bij de openingsvoorstelling van het Holland Festival, ik zat op de voorste rij, heb ik van Die Stunde da wir nichts voneinander wussten dus niet veel gezien.

Maandag weer naar de schouwburg. Voor dezelfde voorstelling. Maar nu op een goede plaats. De sfeer is heel anders dan zaterdag. Behalve dat er natuurlijk niemand is die over Lex en Max zegt 'Ze ziet er wel mooi uit hè', is het publiek in de zaal nu veel levendiger, wordt er veel meer gelachen. Daarmee vergeleken was het zaterdag in de schouwburg vol genodigden dus maar een dooie boel.

Gezien tijdens HOLLAND FESTIVAL 

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Thalia Theater