Recensie: The Prisoner van Théâtre des Bouffes du Nord/Peter Brook & Marie-Hélène Estienne

●○○○○

 

THE PRISONER


THÉÂTRE DES BOUFFES DU NORD / PETER BROOK & MARIE-HÉLÈNE ESTIENNE



Door Piet van Kampen, gezien 28 maart 2018 

Hoeveel parabels, soms met en soms zonder fabeldieren, zullen er in de loop van de geschiedenis zijn bedacht of geschreven? Tienduizenden? Meer? Hoe dan ook, de overgrote meerderheid daarvan is na korte tijd beland in de eeuwigdurende vergeetput van allegorische verhalen. Nog geen honderd zijn er aan dat lot ontsnapt, en een aantal daarvan wordt nu tot de wereldliteratuur gerekend.

Een van de beroemdste is het grote Indiase epos Mahabharata. Dertig jaar geleden werd dat meesterwerk door Jean-Claude Carrière bewerkt voor toneel, en door regisseur Peter Brook op de planken gebracht. Drie jaar geleden maakte hij van een deel daarvan een nieuwe voorstelling, Battlefield, dat van woensdag 21 tot en met zaterdag 24 maart 2018 in het kader van Brandhaarden te zien was in Amsterdam.

Op 93-jarige leeftijd besloot Peter Brook zelf ook maar eens een parabel te schrijven. Misschien dacht hij: iemand die zo'n succesvolle bewerking van de Mahabharata kan maken dat er ook een filmversie van kwam, doet dat wel even. Op 6 maart 2018 was de première in Parijs. En nu, iets meer dan drie weken later, beleeft The Prisoner zijn Nederlandse première in Amsterdam.

Het is bepaald geen genoegen om daarbij aanwezig te zijn. Op de eerste plaats blijkt de minimalistische vorm waar Brook altijd voor kiest wel redelijk te werken bij een goed verhaal, maar bij dit moralistische niemendalletje, vol clichés waar zelfs een pulpschrijver als Coelho zich voor zou schamen, komt dat gemimede thee drinken en dat gemimede rat eten kinderachtig over.

Even in het kort het verhaal. In een denkbeeldig land verliest een man zijn vrouw en doet het daarom voortaan maar met zijn dan dertienjarige dochter Nadia. Voor alle zekerheid stuurt hij zijn zoon Mavuso weg. Na een aantal jaar komt Mavuso terug, ziet zijn vader met Nadia in bed, en vermoordt hem. 


Zoals altijd in dat soort simplistische allegorische verhalen is er een wijze man, een heilige boom, en een louterende activiteit voor in dit geval de vadermoordenaar. Maar het moralisme ligt er in The Prisoner zo duimendik bovenop en het wordt ook nog eens zo plechtig verwoord dat het bijna gênant is.

Gelukkig is de vergeetput van allegorische verhalen niet alleen eeuwigdurend, maar ook oneindig groot. The Prisoner past er nog makkelijk bij.
 

Gezien tijdens BRANDHAARDEN 
 
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Stadsschouwburg Amsterdam

Recensie: Orfeo - je suis mort en Arcadie van Théâtre des Bouffes du Nord/Samuel Achache, Jeanne Candel & Florent Hubert

●●●●● 

 

ORFEO - JE SUIS MORT EN ARCADIE


THÉÂTRE DES BOUFFES DU NORD / SAMUEL ACHACHE, JEANNE CANDEL & FLORENT HUBERT



Door Piet van Kampen, gezien 26 maart 2018

Imkers komen de honingraten controleren en vinden op hun weg terug het kadaver van een geit. Vol bijen. Ondertussen beoefent Anne-Lise Heimburger als Calliope de retorica met een bezoeker die net is teruggekeerd van een retraite. Haar zoons Pan (Vladislav Galard) en Amor (Léo-Antoine Lutinier) interrumperen dat filosofische discours voortdurend. De een, Pan, met potsierlijke strapatsen, de ander, Amor, als een jengelend kind.

Maar? Orpheus dat is toch dat verhaal over de zanger die naar de onderwereld ging om zijn geliefde Eurydice terug te halen? Daarvoor toestemming krijgt op voorwaarde dat hij op de weg terug geen enkele keer zal omkijken. Maar dat toch doet en daarom Eurydice weer verliest, nu voor altijd?

Weliswaar is Orfeo - je suis mort en Arcadie gebaseerd op Monteverdi's Orfeo. Maar de twee regisseurs Achache en Candel hebben samen met de leden van La vie brève (het muziektheatergezelschap onder leiding van Florent Hubert) al improviserend dat verhaal volledig naar hun hand gezet. Met muziek van Monteverdi. Maar ook met vaak verrassend mooie naar folk en jazz verwijzende eigen composities voor blazers. Of de verstilling van a capella zang. 

Met daarnaast verrassende en vaak heel sterke dialogen. Zoals het hilarische gesprek tussen veerman Charon en de driekoppige hond Cerberus. Met ook hier wat acteren betreft de twee uitblinkers Vladislav Galard en Léo-Antoine Lutinier.

Alles bij elkaar is Orfeo - je suis mort en Arcadie een fenomenale filosofische, burlesque, surrealistische mix van muziek en theater door veertien acteurs-musici-zangers. Wat muziek, acteren en enscenering betreft gewaagd en vernieuwend. Maar ook ontroerend en humoristisch. Zoiets moois zie en hoor je bijna nooit.


Gezien tijdens BRANDHAARDEN
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Bouffes du Nord

Minirecensie: Battlefield van Théâtre des Bouffes du Nord/Peter Brook & Marie-Hélène Estienne

 

BATTLEFIELD


THEATRE DES BOUFFES DE NORD / PETER BROOK & MARIE-HELENE ESTIENNE

 

Door Piet van Kampen, gezien 20 maart 2018

Minimale middelen, alleen doeken in verschillende kleuren en en paar bamboestokjes. Vier acteurs die zo goed zijn dat ze én hun tekst spreken én als een soort zenmeester 'er zijn' uitbeelden. Meer niet. Alsof ze niet op het podium van de schouwburg staan, maar ergens op een dorpsplein. En daar blootsvoets de blinde koning Dritarashtra, zijn neef Yudishtira, en andere personages en fabelfiguren uit het eeuwenoude Indiase epos de Mahabharata tot leven wekken.

Dertig jaar na zijn door Jean-Claude Carrière geschreven negen uur durende toneelversie van de Mahabharata concentreert Peter Brook zich in Battlefield op de vragen die de leiders van beide kanten in die sage stellen over wat er na de veldslag moet gebeuren. Met Battlefield brengen vier acteurs en een percussionist een deel van de oude Indiase fabel tot leven dat nog steeds relevant en urgent is. In een auditief, visueel en tekstueel pure vorm. Meer moet dat niet zijn. 


Gezien tijdens BRANDHAARDEN
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Stadsschouwburg Amsterdam

Recensie: Kronieken van de stad, deel 2, Kafir van Oostblok/Timen Jan Veenstra

●●○○○

 

KRONIEKEN VAN DE STAD, DEEL 2, KAFIR


OOSTBLOK / TIMEN JAN VEENSTRA




Door Piet van Kampen, gezien 17 maart 2018

In twee jaar tijd schrijft toneelschrijver Timen Jan Veenstra vier documentaire theaterstukken gebaseerd op Amsterdamse verhalen. Het tweede, Kafir, gaat over Amsterdam-Oost. Het is een dialoog tussen twee broers die zijn geboren en opgegroeid in een Marokkaans gezin in de Indische Buurt. De jongste, Fahd (Anouar Ennali), de idealist die naar Raqqa ging, blijft verdedigen wat hij daar heeft gedaan. Zijn oudere broer Adam (Mamoun Elyounoussi), de realist die zich met succes heeft aangepast aan de gebruiken van het land waar hij is geboren, heeft nu een baan waar een duur pak bij hoort.

Het eerste deel van Kronieken van de stad, Tussen werven en hotels, dat in juli 2017 in première ging, behandelde de veranderingen in Tuindorp Oostzaan in Amsterdam-Noord. In die monoloog, gespeeld door Stefan Rokebrand in een sobere regie van Olivier Diepenhorst, beschrijft toneelschrijver Veenstra in prachtige poëtische zinnen hoe die veranderingen de bewoners van die buurt raakten.

Zo'n duidelijke link met een Amsterdamse buurt als in Tussen werven en hotels is er in dit tweede deel van Kronieken van de stad niet. Slechts één keer is er door een straatnaam een verwijzing naar de Indische Buurt. Maar verder zou Kafir zich in elke stad met een Marokkaans-Nederlandse bevolkingsgroep kunnen afspelen.

Om 'het experiment (en risico) aan te gaan dat ik doorgaans aan anderen uitbesteed', zo rechtvaardigt Timen Jan Veenstra dat hij Kafir zelf regisseert. Helemaal geen gek idee natuurlijk voor een beginnend toneelschrijver om eens aan den lijve de andere aspecten te ervaren die een rol spelen bij het tot stand komen van een voorstelling.

Maar het probleem voor regisseur Veenstra is dat toneelschrijver Veenstra deze keer met een tekst komt waarin na ongeveer een kwartier de tegenstellingen tussen de twee broers al overduidelijk zijn. In het uur daarna verandert daar weinig aan. De dialogen tussen de twee blijven - ook al blijken ze na verloop van tijd in retrospectief te zijn - alleen nog herhalingen van zetten. Geen van de twee krijgt ook maar een millimeter meer begrip voor de ideeën van de ander. En noch de idealist noch de realist weet iets te bedenken waardoor ze ondanks hun verschillen dichter bij elkaar zouden kunnen komen. Met zo'n hermetische tekst valt er met Kafir voor eenmalig regisseur Veenstra weinig eer te behalen.
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Oostblok

Recensie: Andromache van Toneelschuur Producties/Olivier Diepenhorst

●●●○○

 

ANDROMACHE

 

TONEELSCHUUR PRODUCTIES / OLIVIER DIEPENHORST




Door Piet van Kampen, gezien 15 maart 2018 

In Andromache van Toneelschuur Producties/Olivier Diepenhorst, dat is gebaseerd op Andromaque van Jean Racine (in de nieuwe vertaling van Herman Altena) zien we vier mensen met wat je nu een posttraumatische stressstoornis zou noemen. Alle vier zijn ze getekend door wat er in de Trojaanse oorlog is gebeurd. 

Bij Euripides hadden de goden daar nog stevig de hand in. Maar in het stuk van Racine, dat voor het eerst werd opgevoerd in 1667, zijn de personages geen slachtoffer meer van de grillen van de goden. In deze zeventiende-eeuwse versie van het verhaal leiden ze vooral aan hun onvermogen hun emoties te bedwingen.

Er is in de versie van Racine nog een belangrijk verschil ten opzichte van het Griekse origineel. Bij Euripides is Astyanax, het zoontje van het Trojaanse prinsenpaar Hector en Andromache, net als zijn vader, gedood. Hector legde het loodje in een gevecht met Achilles, het jongetje werd door Achilles' zoon Pyrrhus (Neoptolemos) van de stadsmuren naar beneden gegooid.

Bij Racine is Astyanax nog in leven. Na de vernietiging van Troje is hij samen met zijn moeder door Pyrrhus als oorlogsbuit meegenomen naar Epirus. Terwijl Racine in andere opzichten de relaties tussen de vier hoofdpersonages niet wezenlijk verandert, leidt de aanwezigheid van Astyanax tot een totaal andere dynamiek tussen Pyrrhus en Andromache.

Heel in het kort komt het verhaal hierop neer: Orestes, die als gezant van de Grieken naar Epirus is gestuurd, valt als een blok voor Hermione, de aanstaande van Pyrrhus (en de dochter van Helena waar het allemaal om ging bij de Trojaanse oorlog). Pyrrhus wil bij nader inzien echter liever Andromache. Maar die blijft trouw aan de dode Hector.

De beeldtaal van decorontwerper Marc Warning is net als eerder in Smekelingen (2015) en Het leven is droom (2017) heel sterk. De glazen vitrinekast waarin de personages steeds terugkeren symboliseert de last van de geschiedenis die ze met zich meedragen. Diezelfde kast staat aan het begin ook voor de opgekropte emoties die een uitweg zoeken. Het kostuumontwerp van Nicky Nina de Jong - de combinatie van de kwetsbaarheid van het kant en het strakke en verstikkende van de korsetten - sluit perfect bij die symboliek aan.

Toch is Andromache minder geslaagd dan Smekelingen en Het leven is droom, voorstellingen waarin regisseur Olivier Diepenhorst ook koos voor klassiekers die het vooral moeten hebben van de tekst. Voor een deel heeft dat te maken met Racine. De Andromaque kent zowel een wat stugge aanloop, als een in theatraal opzicht niet echt spectaculair slot.

De keuze voor zo'n extreem talig stuk stelt natuurlijk hoge eisen aan acteurs. Ideaal gesproken zou er voor elke rol een acteur moeten zijn met én een heel goede dictie, én de kwaliteiten om met kleine veranderingen in mimiek of lichaamstaal wat tegenkleur aan te brengen. Als Roeland Fernhout (Pyrrhus) en Kirsten Mulder (Andromache) in dialoog zijn, is dat wel in orde. In iets mindere mate geldt dat ook voor de dialogen tussen Matthijs IJgosse (Orestes) en Ellen Parren (Hermione).

Maar er is in Andromache ook flink wat tekst voor de vier bijrollen (vertrouwelingen van respectievelijk Orestes, Hermione, Andromache en Pyrrhus). De teksten van die vier vertrouwelingen worden nogal vlak gebracht. In Smekelingen en Het leven is droom waren alle rollen, ook de 'bijrollen', goed bezet. Het zou de voorstelling goed hebben gedaan als dat ook in Andromache het geval zou zijn geweest.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Toneelschuur Producties

Recensie: Platonov van Theater Utrecht/Thibaud Delpeut

●●●●○

 

PLATONOV 

 

THEATER UTRECHT / THIBAUD DELPEUT



Door Piet van Kampen, gezien 2 maart 2018

Met een meesterlijke tekstbewerking en met Vincent van der Valk als overtuigende hoofdrolspeler trekt Delpeut Tjechovs Platonov naar het heden. Met de verschillende manieren waarop tien vrienden zich tot elkaar verhouden, laat Delpeut zien hoe twintigers van nu de klassieke ideeën over relaties laten varen. Hoe ze proberen om ook als het om (liefdes)relaties gaat flexibel te zijn. We zien en horen ze worstelen met het leven en de liefde.

Voor de tekst nam Delpeut de vertaling van Jacob Derwig en 't Barre Land uit 2000 als uitgangspunt. Maar in zijn radicale eigentijdse bewerking gebruikt hij de taal van nu en legt hij met name het accent op de consequenties van flexibele liefdesrelaties. Hij laat zien dat er onder vrijere omgangsvormen nogal eens eenzaamheid schuilgaat. En dat het menselijke verlangen om echt in verbinding te zijn met anderen zich uiteindelijk niet laat uitschakelen.

Ook de effecten van als maatschappelijk defaitisme vermomde zelfkritiek, waaraan het de tien vrienden niet ontbreekt, haalt Delpeut in zijn bewerking naar voren. Mede om te laten zien dat daaronder meestal existentiële onzekerheden schuilgaan. Om te laten zien dat opvattingen als 'Dit is een bodemloze generatie' of 'De uitzichtloosheid van deze tijd' nogal eens persoonlijke richtingloosheid verhullen.

Dat laatste, het verhullen van persoonlijke richtingloosheid, geldt ook voor de manier waarop Misja Platonov zijn superieure verbale begaafdheid inzet. Vaak in cynische dialogen waarin de uitstekend spelende Vincent van der Valk het grootste aandeel heeft. Maar soms ook met maar een paar woorden. Als de homoseksuele Mark (Jesse Mensah) door Platonov tegen een tafel wordt geduwd bijvoorbeeld, en door hem wordt gekust, kijkt Mark wantrouwend. Na nog een kus vraagt hij: 'Vind je me leuk?' Platonov: 'Nee'. Mark: 'O.' Platonov: 'Schrik je daarvan?' Een dialoog van maar negen woorden.Toch is het een scène die heel goed samenvat wat voor spel Platonov met zijn vrienden speelt.

Uiteindelijk laten, ook in Delpeuts bewerking, zijn vrienden Platonov een voor een vallen. Ondanks zijn charme. Als zijn vrouw Sasja (Jacobien Elffers) met haar kinderen als laatste vertrekt, spreekt ze elk woord nadrukkelijk uit: 'Kom – ons – niet – opzoeken'. In Platonovs laatste groet aan zijn vrouw zit nauwelijks nog overtuiging, heel zacht zegt hij 'Wat een kutwijf'.

Daarna, in zijn slotgesprek met Anna (bij Tsjechov de huiseigenaar) zijn Platonovs woorden nog alleen maar op papier venijnig. Hij spreekt ze onzeker, steeds onzekerder uit. Heel mooi hoe Vincent van der Valk de ontluistering van zijn personage verbeeldt.

Met Platonov zet Delpeut een heel sterke voorstelling neer. Waarin hij erin slaagt én Tsjechov's verhaal naar het heden te halen én de psychologie onder de teksten van Platonov en zijn vrienden voor het publiek invoelbaar te maken.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Theater Utrecht

Recensie: Plattegrond van de kunst en omstreken van 't Barre Land

●●●●○

 

PLATTEGROND VAN DE KUNST EN OMSTREKEN

 

'T BARRE LAND



Door Piet van Kampen, gezien 16 februari 2018

Voorjaarsontwaken, het toneelstuk uit 1891 van Frank Wedekind, staat centraal in Plattegrond van de kunst en omstreken. Ontluikende seksualiteit, non-communicatie tussen ouders en pubers daarover, depressie, zelfmoord, abortus. Daar gaat Voorjaarsontwaken over. Dat klinkt zwaarmoedig. Maar Vincent van den Berg, Margijn Bosch en Cseslaw de Wijs slagen erin om het publiek met regelmaat een lach te ontlokken. Zonder afbreuk te doen aan de ernst van de thematiek.

'Waar ben je nu?' Met het aan elkaar vragen waar ze met hun gedachten zijn, leggen de drie acteurs aan het begin en ook aan het slot van de voorstelling de link met herinneringen uit hun eigen pubertijd. 'In Groningen, het Werkmancollege in de Nieuwe Sint Jansstraat', antwoordt Margijn Bosch dan bijvoorbeeld. Vincent van den Berg reageert op dezelfde vraag onder andere met 'Winschoten Plan Zuid, mijn oma aan het aanrecht'.*

Daarna gaat het via de poes die is bevallen 'op een regenachtige namiddag in een donker hoekje van de alkoof, waar oude dozen en koffers staan, waar geen zonlicht komt', uit een verhaal van Herman Heijermans uit 1897 (geschreven onder het pseudoniem Samuel Falkland) en via een kort fragment uit Goethe's Faust naar het hoofdgerecht: de negentiende-eeuwse gymnasiasten van Frank Wedekind. Naar Melchior (Cseslaw de Wijs), de intelligentste, die alles al weet, ook over seksualiteit. Naar Moritz (Vincent van den Berg), die daar juist niets van weet. Naar Ilse, die van huis wegloopt en model en geliefde wordt van verschillende schilders.

En naar de veertienjarige Wendla (Margijn Bosch), die verliefd is op Melchior, zwanger van hem raakt, maar dan nog steeds niet goed weet waar de kinderen vandaan komen. In een van de aangrijpendste scènes uit de voorstelling smeekt Wendla haar moeder het haar te vertellen. Maar dat lukt de moeder niet, ze durft niet.

Waarom ben ik eigenlijk geboren? Weet jij hoe het gaat? Hoe wat gaat? Nou je weet wel. Het. Ben ik nu 'met schuld beladen' door zijn zelfmoord? De omstandigheden veranderen, maar de vragen waarmee de kinderen worstelen in Voorjaarsontwaken, zijn van alle tijden. Het stuk is daarom nooit echt gedateerd geraakt. Ook nu, voor welke generatie dan ook – van twintigers tot zestigers – zijn de thema's herkenbaar. En roepen ze jeugdherinneringen op.

'Waar ben je nu?' In Theater Kikker in Utrecht, bij Plattegrond van de kunst en omstreken, een indrukwekkende voorstelling van 't Barre Land, die iedereen zou moeten zien.

* Hoewel de jeugdherinneringen in Plattegrond van de kunst en omstreken steeds naar Groningen leiden, zowel naar de stad als de provincie, zie ik in de speellijst dat de voorstelling nergens in Groningen te zien is. Toch wel een beetje vreemd.
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: 't Barre Land

Theaterverhaal: Tiendaags festival Lieve Stad Opportunisme?

 

TIENDAAGS FESTIVAL LIEVE STAD

 

OPPORTUNISME? 



Door Piet van Kampen, geplaatst 16 februari 2018

Lieve Stad, de tiendaagse ode van de Stadsschouwburg Amsterdam aan de stad, is woensdag 14 februari op een hartverwarmende manier van start gegaan. Het begint al in de Rotonde van de Brasserie en in de Salon met de expositie 180 Amsterdammers, een tentoonstelling met portretfoto's en videodocumentaires van de 180 nationaliteiten die in Amsterdam leven.

“Opportunisme. Naïviteit. Gemakzucht!” *

Sorry?

“Je voegt wat internationale voorstellingen samen tot een festivalletje, geeft het een handige naam en roept iets over 180 nationaliteiten, klaar!”

Op weg naar de openingsvoorstelling kom je langs een in het rood geklede saxofoniste die Aan de Amsterdamse grachten speelt. Na de kaartcontrole staan andere spelers en speelsters van Adelheid Roosens Zina op de trappen klaar voor een persoonlijk welkom voor iedereen. En dat is niet een obligaat 'fijn dat je er bent' of woorden van gelijke strekking. Nee, elke Zina-speler heeft een eigen verhaal om uit te leggen waarom hij of zij zo blij is Amsterdammer te zijn.

“Heeft iemand met Adelheid Roosen gebeld? Zij weet (…) hoe je nieuwe Nederlanders het theater in krijgt; dat vergt jarenlange wederzijdse investering.”

Ja dus. Mevrouw Wensink, uit betrouwbare bron weet ik dat de schouwburg Adelheid Roosen al in een vroeg stadium bij de voorbereiding heeft betrokken. Over bellen gesproken. U had de schouwburg natuurlijk even kunnen bellen voordat u uw pen in het gif doopte.

Breytna was weliswaar eerder te zien op Julidans, maar de keuze om Lieve Stad er toch mee te openen, is een gouden greep. Je hoeft met zo'n voorstelling niks extra's te doen om er een feestje van te maken. Breytna van Maqamat Dance Theatre is wat in het Engels zo mooi 'a crowd-pleaser' heet. Tijdens de voorstelling wordt er op het podium gemusiceerd (door Trio Joubran en percussionist Youssef Hfeisch), gedanst door Omar Rajeh, Moonsuk Choi, Anani Sanouvi en Koen Augustijnen. En gekookt. In hele grote pannen. Door de moeder van Omar Rajeh, de Libanese choreograaf, en initiatiefnemer van Breytna.

“Of praat met Andreas Fleischmann, die weet hoe hij zijn Meervaart (…) avond aan avond vol krijgt met Marokkaanse buurtbewoners.”

Je blijft maar doorgaan hè. Wat ik zei over Roosen, geldt ook voor de Meervaart, daar is ook contact mee geweest volgens mijn bron, die ik natuurlijk niet kan noemen. Ik bedenk nu dat ik er toen bij was en deed of ik de Pravda las, zodat ze dachten dat ik ze niet kon verstaan. Maar goed, als je even met de schouwburg had gebeld voor je zo tekeer ging in je column, had je dat van de Meervaart dus ook geweten.

Na een uur worden we gevraagd het podium op te komen om mee te eten, terwijl ondertussen het musiceren en dansen gewoon doorgaat. De grote zaal van de schouwburg is uitverkocht, toch blijkt er voor iedereen genoeg fatoush om de maag mee te vullen en genoeg arak on the rocks om in een nog vrolijker stemming te komen.

“En dan is er nog de (...) marketingtechnisch slimme naam Lief Amsterdam.“

Het heet Lieve Stad, maar als je het Lief Amsterdam wil noemen, ook goed. Jammer dat je er niet was bij de opening trouwens.

* De citaten tussen de dubbele aanhalingstekens komen uit Nieuw publiek haal je niet binnen door alleen je programmering door elkaar te husselen en te pimpen van theaterredacteur Herien Wensink in de Volkskrant van 25 november 2017.

Om de column van Herien Wensink te lezen, klik hier

Ga voor meer informatie over Lieve Stad naar: Stadsschouwburg Amsterdam

Recensie: Geluk van Toneelschuur Producties/Nina Spijkers

●○○○○

 

GELUK


TONEELSCHUUR PRODUCTIES / NINA SPIJKERS



Door Piet van Kampen, gezien 10 februari 2018 

Na een knullig voorspel met een zaklantaarn begint Geluk met een pleidooi van het allegorisch personage Het Lijden (Linde van den Heuvel). 'Wij zijn een grote familie', zegt Het Lijden, 'maar koester ons'. Een van de beste scènes is dit. Zowel door de keuze om Het Lijden een stem te geven, als door de kwaliteit van de tekst. Er zijn nog twee scènes die goed zijn: halverwege en vlak voor het einde. Dat zijn de andere twee scènes waarin de allegorische figuur Het Lijden met een tekst komt die tot nadenken stemt.

Behalve die drie goede scènes is er één scène die er wel mee door kan. Dat is als Sander Plukaard een opsomming geeft van uitdrukkingen met 'Happy', zoals 'Happy Meal'. Door verder te gaan dan uitdrukkingen die iedereen wel kent, door er gewoon een aantal bij te verzinnen dus, wordt het geestig. Alle andere scènes in Geluk (het zijn er een stuk of twintig) zijn of uiterst matig of gewoon slecht. Zowel wat betreft de inhoud als de theatrale vorm.

Tenenkrommend zijn de intermezzi waarin de acteurs uit hun rol stappen en doen of ze twijfelen over hoe ze verder zullen gaan. Als zo'n theatraal middel goed wordt uitgevoerd, kan het natuurlijk iets toevoegen. Maar in Geluk zijn het gênante vertoningen. Regisseur Nina Spijkers en de vier acteurs (Linde van den Heuvel, Tessa Jonge Poerink, Sander Plukaard en Victor IJdens) zouden misschien eens naar een voorstelling van Maatschappij Discordia kunnen gaan. Het maakt niet uit welke voorstelling van Discordia. Om te zien hoe ervaren vakmensen zoiets doen.

Nina Spijkers (1988) is een veelbelovende jonge regisseur. Dat liet ze bijvoorbeeld zien met Don Carlos, Ivanov en Anatol. Drie heel geslaagde en goede voorstellingen. Maar dat was repertoiretoneel. Met teksten van respectievelijk Schiller, Tsjechov en Schnitzler.

Het is moedig van Spijkers om ook eens iets anders te proberen. Om eens een keer geen klassieke tekst te nemen. Om te onderzoeken hoever je komt als je samen met de acteurs zelf teksten en scènes bedenkt en daar een montagevoorstelling van maakt. Helaas heeft dat geleid tot een zo goed als volledig mislukte voorstelling.

Soms kan het een wijs besluit zijn om een voorstelling die al in première is gegaan alsnog terug te trekken. Erkennen van falen is ook moedig.
 
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Toneelschuur Producties

Recensie: Liedje voor Gigi van Toneelhuis/Benjamin Verdonck

●●●○○

 

LIEDJE VOOR GIGI

 

TONEELHUIS / BENJAMIN VERDONCK




Door Piet van Kampen, gezien 23 januari 2018

Liedje voor Gigi begint met een replica van een maquette van een huis van de Tsjechische kubistische architect Josef Chochol. Met die replica in zijn hand houdt acteur, schrijver, beeldend kunstenaar, theatermaker (en aan het einde van deze voorstelling ook zanger) Benjamin Verdonck een inleiding waarin hij het onder meer heeft over de Inuit die meer dan honderd woorden hebben voor sneeuw. En dat dat een mythe is.

Na die korte inleiding vormen drie samenhangende elementen de compositie van de rest van de voorstelling: muziek, een installatie, en tekst. Twee muzikanten, Bram Devens en Tomas De Smet, maken repeterende minimal music. Verdonck bedient de touwtjes van een installatie met schuivende panelen. En af en toe deelt hij vanuit het donker, vaak onzichtbaar voor het publiek, zijn gedachten met ons. Meestal zijn dat herinneringen aan dialogen tussen een vader en zijn dochter.

De installatie met de schuivende panelen in Liedje voor Gigi is groter dan die in notallwhowanderarelost uit 2014. Toen was Verdonck in zijn eentje, paste de installatie op een tafel, en bleef de ruimte eromheen verlicht, we konden hem dus steeds bezig zien met de touwtjes.

De wat grotere installatie in Liedje voor Gigi zou je kunnen zien als een theater in een theater in een theater, enzovoorts. Steeds blijkt er nog een verdere blik mogelijk, na elke paneel dat opzij wordt geschoven is er nog meer diepte, nog een perspectief. Je zou daar een metafoor in kunnen zien voor het zich steeds verdiepende inzicht van een opgroeiend kind. Van de veranderende blik van de dochter die zich afvraagt waarom er legervoertuigen in de stad staan, en na het antwoord van de vader, waarom die aanslagplegers dan kwaad zijn op ons.

Liedje voor Gigi eindigt weer met een huis, nu een huis met 'two cats in the yard', Verdonck zingt een glimlach tevoorschijn toverende versie van Our House. In mijn herinnering was notallwhowanderarelost intiemer, misschien ook omdat het publiek er toen dichterbij zat. Maar ook Liedje voor Gigi is weer een voorstelling waar je blij van wordt.

Liedje voor Gigi is overigens ook de titel van een beeldend kunstwerk dat Benjamin Verdonck in 2009 maakte, zoals je hier kunt zien.
 
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Toneelhuis