Recensie: Platina van Toneelhuis & Zuidpool / Abke Haring

●●●●● 

 

PLATINA


TONEELHUIS & ZUIDPOOL / ABKE HARING



Door Piet van Kampen, gezien 2 mei 2018

Wat Abke Haring (tekst en regie) in haar ontroerende voorstelling Platina op indringende manier laat zien is het pijnlijke onvermogen om contact te maken. Een man en een vrouw doen vijftig minuten lang steeds wanhopigere pogingen tot communicatie. Platina is vijftig minuten pijn op een aangrijpende manier verbeeld.

Na een zwijgende proloog waarin die pijn nog alleen van de gezichten van de twee acteurs is af te leiden, volgt een Pinteriaanse dialoog. De man zit onbeweeglijk in zijn stoel. De vrouw staat, leunend op de tafel, linkerbeen gebogen, rechterbeen gestrekt naar achteren. Met onrustige bewegingen benadrukt ze de onhandigheid van hun communicatie. Steeds hoekiger worden haar bewegingen, uiteindelijk hebben ze wel wat van een door Alain Platel gechoreografeerde dans.


Door het contrast tussen het fysieke en heel expressieve spel van de vrouw (Abke Haring) en het voornamelijk onbeweeglijke lijden van de man (Koen van Kaam) is er meteen al spanning. En die spanning blijft er tot het eind van de voorstelling. 


Het geluid uit de speakers verandert van wat lijkt op dat van een machinekamer van een schip in minimal music. De man zit op zijn stoel. 'Wat wil je horen?', vraagt hij. De vrouw is achter hem gaan staan, haar handen en haar hoofd zijn geen moment in rust. Bij elke vraag van hem zien we aan haar mimiek hoe ze lijdt onder haar onvermogen echt contact met hem te hebben.

Steeds is er ook een dialoog tussen het spel en de soundscape (van Jimi Zoet). Geluid en acteren vullen elkaar soms aan, op andere momenten contrasteren ze juist. Bij een toenemende beat in de muziek beweegt nu ook de man. Samen bewegen de man en de vrouw steeds uitbundiger. Maar ook in die dans blijven hun lichamen de verkramping van hun wanhoop uitdrukken.

De muziek gaat over in geruis van stemmen ergens ver weg. De man en de vrouw zijn allebei gaan zitten. De hoofden van Haring en Van Kaam draaien heel langzaam synchroon dezelfde kant op. Terwijl hun woorden het tegenovergestelde zeggen. Die vertellen hoe de man en de vrouw steeds verder uit elkaar zijn gegroeid.

De laatste zin van de vrouw: 'De spijt, hier, in mij, is het enige wat van ons over blijft'. Dan een zwijgende epiloog. Nu zit de vrouw. De man staat achter haar.

Harings tekst is mooi. Po√ętisch. Korte, soms onafgemaakte zinnen. Maar het is toch vooral wat ze als maker met haar regie, met haar choreografie, en met haar fysieke spel daaraan toevoegt wat Platina maakt tot het juweeltje dat het is geworden.
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Toneelhuis of Zuidpool

Geen opmerkingen:

Een reactie posten