Recensie: La Plaza van El Conde de Torrefiel / Tanya Beyeler & Pablo Gisbert

●●●●●

 

LA PLAZA

 

EL CONDE DE TORREFIEL / TANYA BEYELER & PABLO GISBERT

 

Door Piet van Kampen, gezien 4 februari 2020

In de meeste voorstellingen vullen geluid, tekst en beeld elkaar aan om op die manier bij te dragen aan wat de makers willen zeggen. Maar niet in La Plaza. Nooit eerder zag ik een voorstelling waarin woorden, beeld en soundscape op zo'n geraffineerde, ontregelende, en niet parallelle manier worden ingezet als in La Plaza. En waarin ze elkaar toch, juist door die asynchrone collage, versterken.

Het woordeloze maar gloedvolle en bloemrijke openingsbeeld van de voorstelling met de daarbij horende soundscape is van grote schoonheid. Maar de ongebruikelijke duur daarvan blijkt, vanavond in ieder geval, zowel tot contemplatie als tot wrevel te kunnen leiden. 


Met trage gechoreografeerde bewegingen tonen de acteurs en de figuranten hierna in scènes op een plein wat ik zal zien, als ik, na een voorstelling die 365 dagen heeft geduurd simultaan in 365 steden, de schouwburg zal verlaten. Want de tekst van La Plaza verandert mij van een toeschouwer in een personage in de toekomst.

In deze voorstelling van El Conde de Torrefiel uit Barcelona, waarin die toekomst wordt getoond in een heden dat onontkoombaar voortkomt uit het verleden, is geen woord Spaans of Catalaans te horen. Na een minuut of tien klinkt vanavond de enige gesproken tekst. Een heel korte tekst. Uit de zaal. 'Komt er nog wat! Oplichters!' De spreker van die woorden blijft gewoon zitten.

Toch is er wel degelijk tekst in La Plaza.
In het Nederlands en het Engels. En die tekst is zo getimed dat je steeds in de pauze na een tekstfragment de neiging hebt om erover te reflecteren, om dan bij een volgend fragment toch weer op een ander spoor te worden gezet. Een onwaarschijnlijk goede literair-filosofische tekst is het, van de hand van Pablo Gisbert.

Die literair-filosofische stukjes tekst worden geprojecteerd op het achterdoek. Waar ook dit op verschijnt "Je zult die voorstelling die 365 dagen heeft geduurd niet vergeten, zoals je niet vergeten bent wat je voelde toen je voor het eerst De roeping van Matteüs van Caravaggio zag, of toen je 2666 van Roberto Bolaño las".  

Wat je ervaart tijdens La Plaza, een voorstelling van anderhalf uur, zul je waarschijnlijk ook niet gauw vergeten. Mij zal het in ieder geval wel even bijblijven.

GEZIEN TIJDENS BRANDHAARDEN
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: El Conde de Torrefiel

Recensie: Weg met Eddy Bellegueule van Toneelschuur Producties / Eline Arbo

●●●●●

 

WEG MET EDDY BELLEGUEULE

 

TONEELSCHUUR PRODUCTIES / ELINE ARBO

 

 

Door Piet van Kampen, gezien 24 januari 2020


'Ik ben tien jaar. Vandaag word ik een vechter. Net als mijn vader. En zijn vader.'

Meer staat er niet in de aantekeningen die ik tijdens de voorstelling maak, zelfs geen steekwoorden. Al na tien minuten wil ik niet meer het risico lopen iets te missen van Weg met Eddy Bellegueule. Ik wil niet dat ook maar één woord, één gebaar, zelfs maar een kleine verandering in mimiek me zou ontgaan doordat ik iets zit op te schrijven. Zo aangrijpend, en zo ontzettend goed gespeld, is het verhaal waarin Victor IJdens, Jesse Mensah, Felix Schellekens en Romijn Scholten me meenemen.

'Vandaag word ik een vechter.'

De eerste roman van Édouard Louis (1992) En finir avec Eddy Bellegueule uit 2014, werd ook in de Nederlandse vertaling van Edu Borger een groot succes. Eddy Bellegueule, die zijn naam later verandert in Édouard Louis, vertelt daarin over zijn traumatische jeugd in een arbeidersgezin in het Noord-Franse dorpje Hallencourt, waar hij op zijn negende ontdekt dat hij homo is. Alle mannen in Hallencourt gaan op hun zestiende in de fabriek werken. Alle mannen drinken en vechten. Alle vrouwen worden huisvrouw, Eddy's moeder is al op haar zeventiende zwanger.

Omdat hij bang is zich te vrouwelijk te gedragen, doet Eddy zich mannelijker voor dan hij is en praat hij met een diepere stem. Toch wordt hij regelmatig door andere jongens bespuugd en geslagen. Pas als hij op zijn zestiende zijn dorp verlaat om naar het Lycée in Amiens te gaan - een school met een option facultative théâtre - kan hij eindelijk vrijwillig doen wat hij tot dan toe altijd noodgedwongen deed: toneelspelen.

De jeugdherinneringen van Eddy Bellegueule zijn niet vrolijk. Opgroeien in een gezin uit de onderklasse, te anders zijn dan de vader, te anders dan de broers. Het is een thema dat doet denken aan De helaasheid der dingen van Dimitri Verhulst. Maar Édouard Louis gaat in En finir avec Eddy Bellegueule een stap verder. Bij
Édouard Louis wordt het persoonlijke politiek, worden de herinneringen aan de traumatische jeugdjaren ook een aanklacht tegen wat zijn vader en zijn moeder, en hun vaders en hun moeders, hebben gemaakt tot wat ze zijn geworden.

'Vandaag word ik een vechter.'

Steeds begint één van de acteurs met die mantra, en steeds weer sluiten de andere drie zich daarbij aan. En steeds weer maken ze dan vechtbewegingen die overgaan in een dans. En steeds weer drukt die dans dan het tegenovergestelde uit van die woorden.

'Vandaag word ik een vechter.'

De acteurs dragen stoere zwarte sportkleding van het merk Adidas. Maar geen identieke. De een een lange, de ander een korte broek. De een een ander type zwarte schoenen dan de ander. Alle vier zijn ze Eddy, en alle vier schakelen ze steeds supersnel naar een ander personage. Jesse Mensah wordt door alleen zijn hoofd een klein beetje schuin te houden de moeder van Eddy, en uitblinker Victor IJdens met een minieme verandering van mimiek Eddy's vader.

In de voorstelling geeft live door de acteurs uitgevoerde muziek het tijdperk aan waarin het verhaal zich afspeelt. Met naast hits uit het eind van de vorige en het begin van deze eeuw ook My Body is a Cage van Arcade Fire, en muziek die Thijs van Vuure samen met de acteurs componeerde. En ook muzikaal valt, in dit geval samen met Felix Schellekens
, Victor IJdens op.

Maar de grootste prestatie levert Eline Arbo. Met haar keuze voor een strakke, heldere enscenering en met haar magistrale acteursregie heeft regisseur Eline Arbo van Weg met Eddy Bellegueule een aangrijpende, ontroerende, en onvergetelijke voorstelling gemaakt. Een van de beste die ik dit seizoen zag.
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Toneelschuur Producties

Recensie: Familie van NTGent / Milo Rau

●●●●○

 

FAMILIE


NTGENT / MILO RAU

 

 

Door Piet van Kampen, gezien 17 januari 2020

In het Noord-Franse stadje Coulogne, in de buurt van Calais, worden in september 2007 vier lichamen gevonden. René Demeester en zijn vrouw Marie-Christine hebben samen met hun zoon Olivier (30) en dochter Angélique (28) zelfmoord gepleegd door zich in huis op te hangen. De burgemeester, die de slachtoffers persoonlijk kent, noemt hun dood 'onverklaarbaar', het gezin had geen persoonlijke of financiële problemen. Agenten vinden een brief, in het handschrift van Marie-Christine, met als slotzin: ‘Pardon, on a trop déconné’ (Sorry, we hebben het verkloot).

Milo Rau, theatermaker en activist, maakt in zijn voorstellingen re-enactments van historische gebeurtenissen. Meestal om de geschiedenis van de mensheid te veranderen, in te grijpen in het wereldgebeuren. Familie, gebaseerd op de collectieve zelfmoord van een Frans gezin, is een voor Rau atypische voorstelling. De aanleiding voor de voorstelling is een particulier drama, geen sociale misstand die je het kapitalisme of het neoliberalisme in de schoenen kunt schuiven.

Filip Peeters (57), An Miller (45) en hun tienerdochters Louisa
Peeters (15) en Leonce Peeters (14) spelen in Familie een gezin dat heeft besloten zich gezamenlijk op te hangen. We volgen de vier op hun laatste avond. Omdat het gezin wordt gespeeld door twee acteurs en hun eigen kinderen, door een echt gezin dus, kunnen die voor een deel zichzelf spelen, waardoor de laatste avond met elkaar heel natuurlijk over komt.

An neemt een douche, Filip bereidt een maaltijd, Louisa helpt haar zusje Leonce met het oefenen van Engelse woorden. Na het eten kijken ze een video waarop de meisjes nog kleuters zijn: we zien de twee vrolijk de bank op en af springen, en met rode wangetjes van de kou Almdudler drinken tijdens een skivakantie in Oostenrijk. Maar we weten hoe de avond zal eindigen. En we weten dat de vier leden van het gezin dat ook weten. Dat maakt de voorstelling beklemmend.

Net als bij de zelfmoord van het gezin Demeester blijft ook in Familie het motief onopgehelderd. Maar er is ook een heel groot verschil. In Coulogne ging het om vier volwassenen. Bij het gezin in Familie om twee volwassenen en twee kinderen. Vier volwassenen besluiten gezamenlijk uit het leven te stappen. Dat recht hebben ze. Maar twee ouders en hun minderjarige kinderen? Is dat ook nog collectieve zelfmoord? Of is dat moord op twee kinderen en zelfmoord van de ouders?

Toch is het juist door dat verschil, juist door de twee tieners, dat Familie een extra laag krijgt. Vooral door de inbreng van de vijftienjarige Louisa Peeters die voorleest uit haar dagboek, en vertelt hoe eenzaam en alleen ze zich soms voelde op haar internaat: 'Als ik een pistool zou hebben gehad, zou ik me door mijn hoofd hebben geschoten.' Door die extra invalshoek is Familie niet alleen een voorstelling over een gezinsdrama, maar ook over de existentiële vragen waardoor pubers tot zelfmoord kunnen komen.

Door te kiezen voor een existentieel thema, door een voorstelling te maken rond een vraag waarvoor ieder mens wel eens komt te staan, heeft Milo Rau me meer weten te raken dan met zijn meer politieke en activistische werk. Familie is een voorstelling die me zal bijblijven.
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: NTGent