Recensie: Een antwoord op alle vragen van Laura van Dolron

●●●●○

 

EEN ANTWOORD OP ALLE VRAGEN

 

LAURA VAN DOLRON




Door Piet van Kampen, gezien 13 december 2018 

Terwijl Laura van Dolron op een meditatiekussen zit, een klankschaaltje bij de hand, spreekt Willem de Wolf op blote voeten een proloog. Daarna legt Van Dolron uit dat we niet 'het' antwoord maar 'een' antwoord op onze vragen kunnen verwachten. Dat zij en De Wolf zich zo min mogelijk hebben voorbereid. En dat ook de muziek (door Wilko Sterke en Frank van Kasteren) voor een groot deel pas vanavond zal ontstaan.

Als we allemaal een vraag hebben opgeschreven, worden die eerst stuk voor stuk voorgelezen en dan met de blanco achterkant naar boven neergelegd. Van Dolron en De Wolf kiezen een willekeurige vraag. De eerste vraag vanavond is 'Bestaat de waarheid?' Uit de manier waarop Van Dolron en De Wolf daarop antwoorden, wordt meteen duidelijk dat de kracht van de voorstelling voor een belangrijk deel bestaat uit hoe verschillend die twee in Antwerpen wonende Nederlandse theatermakers en denkers zijn.

Want terwijl Van Dolron op een rustige manier haar antwoord 'Nee, de waarheid bestaat niet' aan het toelichten is met een verwijzing naar de zenmeesters die ze om raad vroeg, staat De Wolf met zweetdruppeltjes op zijn voorhoofd ongeduldig ja te knikken. Als Van Dolron klaar is, blijkt waarom. De vraag of de waarheid bestaat, heeft bij De Wolf emotionele herinneringen opgeroepen aan zijn jeugd in een communistisch gezin in Groningen: 'Ja, De Waarheid bestaat wel!!!' *

Af en toe zijn er in Een antwoord op alle vragen tekstfragmenten die doen vermoeden Van Dolron en De Wolf ze hebben voorbereid, maar een groot deel van de tekst wordt daadwerkelijk ter plekke geïmproviseerd.

Hetzelfde geldt voor de muziek. Sterke en Van Kasteren hebben natuurlijk wat klaar staan. Maar er zijn publieksvragen waarbij Van Dolron (die op een onopvallende manier de touwtjes van haar voorstelling in handen houdt) de twee musici om een muzikaal antwoord vraagt. Dan kruipt Sterke achter de piano en probeert wat uit, waarna Van Kasteren zich op gitaar bij hem aansluit.

De consequentie van het concept van Een antwoord op alle vragen is dat de voorstelling elke avond anders zal zijn. Dus een garantie dat het weer zo goed wordt, is er niet. Maar vanavond was Een antwoord op alle vragen heel goed muziektheater. En vooral door de verschillen tussen Van Dolron en De Wolf een heel spannend avontuur.

* De Waarheid, van 1940 tot 1990 de krant van De Communistische Partij van Nederland (CPN).
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Laura van Dolron of de KOE

Recensie: Complexity of Belonging van Chunky Move / Anouk van Dijk & Falk Richter

●●●○○

 

COMPLEXITY OF BELONGING 

 

CHUNKY MOVE / ANOUK VAN DIJK & FALK RICHTER



Door Piet van Kampen, gezien 9 december 2018 

Wat een weidsheid! Wat een ruimte! Een achterdoek met de weidsheid van Australië. Wat een ramp zo'n achterdoek! Alle scènes verdwijnen erin, geen enkele scène is door die achtergrond te kaderen, alles vervliegt in die ruimte.

De Nederlandse choreografe Anouk van Dijk en de Duitse theatermaker Falk Richter maakten voor Chunky Move uit Melbourne een voorstelling waarin ze inzoomen op negen levens in het tijdperk van de sociale media. Wat is individuele identiteit in een wereld van hyperverbondenheid: 'How and where do I belong?'

'Je hebt een logo nodig, zodat de mensen weten wie je bent'. 'I' am in a creative lock-down mode.' Van een homopaar dat gaat voor 'international surrogacy', springen we naar de Aboriginals met de vraag of het klopt dat 'place is more important for them than time?' Of naar een therapeute die via skype contact heeft met haar partner 'Do you want to wank?'

De parodie op de 'spirituele' vrouw die 176 voorwaarden stelt waaraan een man moet voldoen, is heel geestig, heel goed ook. Heel goed geacteerd, fenomenaal gedanst. Wel wordt er opzichtig naar een open doekje toegewerkt. Zodat pas na die bewust gecreëerde pauze blijkt dat het een uitbarsting was van een cliënt in een een gesprek met haar therapeute.

In de twee eerdere voorstellingen van Anouk van Dijk & Falk Richter die ik zag, Trust en Protect me, waren de teksten filosofisch en maatschappijkritisch. Nu is de angst voor migranten (in Australië is dat vooral de vrees voor immigratie van nog meer Aziaten) het enige maatschappelijke thema. Tekstschrijver Richter focust in Complexity of Belonging vooral op de individuele psychologie van de negen personages. Onderhoudend, interessant, vaak geestig, want schrijven kan hij wel. Maar relevant? Urgent?

De therapeute met de claimende echtgenoot, die fantaseert over intimiteit met een vrouwelijke cliënt, vat de psychologische hoofdlijn van de voorstelling samen als het verlangen om aangeraakt te worden. De uiteindelijk conclusie van Complexity of Belonging
is: 'Belonging is the only relation'.

Nee, de tekst van Richter vind ik, hoe goed geschreven ook, teleurstellend. Het decor, van Robert Cousins, een ramp. Wat Complexity of Belonging desondanks tot een bijzondere voorstelling maakt, is de indrukwekkende choreografie van Van Dijk. En het verbluffend goede acteren van de dansers.


Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Chunky Move

Recensie: Frou Frou van Bambie / Jochem Stavenuiter

●●●●○

 

FROU FROU

 

BAMBIE / JOCHEM STAVENUITER




Door Piet van Kampen, gezien 6 december 2018 

'Leven is op weg zijn naar herinneren.' Geschminkt als een pierrot, wit gezicht, zwarte tranen onder zijn ogen, zit Jochem Stavenuiter als clown Frou Frou op zijn krukje. Om hem heen de rekwisieten die bij zijn leven in het circus hoorden. Als hij moeizaam opstaat, zien we aan zijn trage bewegingen hoe breekbaar hij is, de clown die zijn einde voelt naderen.

De woorden die de clown met krakende stem spreekt zijn korte en ultrakorte gedichten. Aforismen. Waarin de hand van de dichter Harry Ikink merkbaar is, die samen met Ko van den Bosch en Jochem Stavenuiter verantwoordelijk was voor de tekst van Frou Frou.

Twee cellisten (Amber Docters van Leeuwen en Pepijn Meeuws) die door de 'barrière' in het roodfluwelen gordijn* komen en gaan, roepen met hun muziek herinneringen op bij Frou Frou: flarden van circusnummers, van trucs die hij ooit beheerste, van kunsten die hij ooit vertoonde.

Met zijn stram geworden lichaam laat Frou Frou ze nog één keer zien. Voor de laatste keer struikelt hij keer op keer over de rand van de piste en verbaast hij zich erover dat de lamp van de lantaarnpaal elke keer aan en uit gaat als hij zich er tegen stoot. Soms pakt de oude clown een rekwisiet op, kijkt ernaar, zoekt in zijn geheugen naar waar het ook weer bij hoorde, schudt dan mistroostig zijn hoofd, en legt het terug.

Als Frou Frou zich een nummer wel herinnert, probeert Stavenuiter dat nummer te spelen, bijgestaan door de twee cellisten, die dan in goochelaar, dresseur van paarden, of circusdirecteur veranderen. Maar als Frou Frou terugdenkt aan hoe de vrouw op wie hij verliefd was hem negeerde, en zich liet inpalmen door Arlecchino, wordt het hem teveel. Hij bedekt de twee onder witte lakens. Maar ook bedekt onder die lakens blijven Docters van Leeuwen en Meeuws muzikanten, blijven ze heel zachtjes muziek maken.

Nergens in Frou Frou wordt van de ingeslagen weg afgeweken, voortdurend blijft de breekbaarheid en melancholie merkbaar: in de woorden, de enscenering, de muziek, de krakende stem en de lichaamstaal van de clown. Van het begin tot het einde worden de weemoedige herinneringen subtiel en ontroerend gebracht. Een prachtige voorstelling.

* De roodfluwelen gordijnen en de kostuums in Frou Frou zijn geleend van de voorstelling Fellini van het NNT uit 2013, waarin Stavenuiter de melancholieke clown speelde en Ko van den Bosch de cineast vertolkte.
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Bambie

Recensie: De verse tijd van Dood Paard & Toneelhuis

●●○○○

 

DE VERSE TIJD


DOOD PAARD & TONEELHUIS




Door Piet van Kampen, gezien 4 december 2018

Kuno Bakker is verbonden aan Dood Paard, maar werkt ook regelmatig met anderen. Niet zo lang geleden speelde hij bijvoorbeeld nog mee in Poquelin II van tg Stan. Mokhallad Rasem ging vorig jaar (terug) naar een asielzoekerscentrum, bleef er zes weken, en maakte Zielzoekers, een hartverwarmend project waarin hij onder meer met zijn camera net zo lang op het gezicht van een asielzoeker inzoomt tot er een glimlach op verschijnt.

De Nederlander Kuno Bakker en de Irakees Mokhallad Rasem, die allebei in Antwerpen wonen, schetsen in De verse tijd in negen korte hoofdstukken de ups and downs van hun kennismaking. De kennismaking met elkaar, met elkaars taal, en met elkaars manier van denken. 


Heel lang blijft het bij erg triviale onderwerpen: de uitspraak van hun naam, favoriete kleur, op welk dier ze lijken. Steeds spelen Bakker en Rasem dat ze elkaar door talige miscommunicatie niet meteen begrijpen. Wat op den duur een beetje irritant wordt. Langzamerhand worden de thema's gelukkig wel iets wezenlijker.

Kuno Bakker zoekt vaak oogcontact met het publiek, alsof hij instemming wil van ons.
Mokhallad Rasem doet dat niet. Het vaste schema in alle negen hoofdstukken is dat Bakker bij een onderwerp naar de logica zoekt, Rasem naar het poëtische. Af en toe zijn er mooie 'discussies'. Zoals die waarbij Rasem na weer een taalcorrectie van Bakker niet toegeeft: 'De stad heeft haar identiteit verliest, vind ik poëtischer'. 

Als Rasem vertelt over een brief van een dode, en bij de metafoor van de klimmer, wordt het niveau van alleen maar talige miscommunicatie en poëzie versus logica, even overstegen. Maar de meeste scènes hebben erg weinig diepgang.

Het woordeloze slot, dat doet denken aan het werk van Benjamin Verdonck, is heel mooi. Toch verlaat ik de zaal met het gevoel dat Bakker en Rasem met De verse tijd vooral willen laten zien hoe lief en begripvol ze voor elkaar zijn. 

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Dood Paard of Toneelhuis

Recensie: Strindberg en dal van De Gemeenschap

●●●○○

 

STRINDBERG EN DAL

 

DE GEMEENSCHAP




Door Piet van Kampen, gezien 30 november 2018 

Rob de Graaf (tekst) en Roy Peters (regie) gaan met Strindberg en dal in op de actuele onthullingen over seksueel grensoverschrijdend gedrag in de toneelwereld. Toneelgezelschap &Co* repeteert 'Dal in de mist', een tekst van August Strindberg die net uit de archieven is opgedoken. Daarin wordt de uitgeputte frontsoldaat Vlado ingekwartierd in het huis van moeder Ira en dochter Maren. Het repeteren van 'Dal in de mist' wordt regelmatig onderbroken door regisseur Dic.

Meteen al bij zijn eerste interruptie wordt duidelijk waar het de komende twee uur over zal gaan. Regisseur Dic (Dic van Duin) richt zich eerst tot actrice Henke (Henke Tuinstra) die dochter Maren speelt: 'Iets in jou wil hem, dat weet je, dat komt niet uit je hoofd, dat komt hiér vandaan, tussen je benen dampt het'. Meteen daarna neemt hij Barnaby (Barnaby Luke Savage) die de luitenant speelt onder handen: 'Je voelt waar je energie zich ophoopt: in je kaak, in je tanden, in je lippen. En hier ook!' (regisseur Dic wijst naar zijn eigen kruis).

Het (fictieve) toneelstuk 'Dal in de mist' fungeert als een soort spiegel voor de scènes tussen de regisseur en zijn acteurs. In 'Dal in de mist' zijn zowel dochter Maren als moeder Ira (Monique Kuijpers) niet ongevoelig voor de charmes van de luitenant. Maar moeder Ira wil hem voor zichzelf. Om dat te bereiken fleemt ze dat het haar zo goed doet dat Vlado een luisterend oor voor haar heeft. En laat ze er geen misverstand over bestaan dat er in het huwelijk met haar overleden man wat ontbrak: 'Ons bed was zo kil als een onverwarmde kelder.'

De andere kant van Strindberg en dal, tegelijkertijd het hoofdthema ervan, is de manier waarop een oudere regisseur seksuele toenadering zoekt tot een jonge actrice. Onder het mom dat hij even alleen met haar een scène wil doornemen gaat Dic vlak voor Henke staan. Wat er op toneelscholen en bij toneelgezelschappen aan op hiërarchie gebaseerd grensoverschrijdend gedrag heeft plaatsgevonden is samengevat in deze heel bedreigend overkomende scène.

Ook de dialogen tussen de oudere actrice Monique en de regisseur, en tussen de regieassistent en de regisseur, gaan direct of indirect over grensoverschrijdend gedrag en seksueel misbruik. Bij Monique zijn dat naar cynisme neigende opmerkingen in de geest van 'Nee hé, niet weer.' Het felst is regieassistent Tessa (heel sterk gespeeld door Tessa Jonge Poerink) die uit haar dienende positie losbreekt en de archaïsche opvattingen van de regisseur stuk voor stuk fileert.

Strindberg en dal moet het niet hebben van een verrassende enscenering. De kracht ervan zit vooral in de tekst van Rob de Graaf. Met zoals altijd van die typische De Graaf-zinnetjes die op z'n minst een glimlach tevoorschijn roepen. Bij mij in ieder geval wel.

Toch vind ik Strindberg en dal niet een van zijn beste teksten. Niet omdat het een te eenzijdige afrekening zou zijn met heteroseksuele mannen die hun positie misbruiken. Want dat is het niet. De Graaf (1952) schreef al zo'n honderd toneelstukken, die weet inmiddels wel hoe je zoiets aanpakt. Hij zorgt ervoor dat 'de regisseur' steeds een repliek heeft, vaak zelfs het laatste woord krijgt.

Maar De Graaf valt deze keer iets teveel in herhalingen. Op een gegeven moment is het punt wel gemaakt, zijn de pleidooien wel afgerond, heeft de verdediging wel genoeg ruimte gehad voor een weerwoord. Jammer dat regisseur Peters niet wat overbodige tekst heeft geschrapt.

Dat neemt niet weg dat De Gemeenschap met Strindberg en dal erin is geslaagd om de vinger te leggen op de problematiek van het grensoverschrijdend gedrag in de toneelwereld. En dat op een manier waarbij de afhankelijke positie van in dit geval actrices voor de toeschouwers af en toe pijnlijk invoelbaar wordt. Terwijl er gelukkig toch ook nog wat ruimte blijft voor wat humor.

* Een verwijzing naar het in 2012 opgeheven toneelgezelschap Keesen & Co waarin Monique Kuijpers een van de acteurs was en waarvoor Rob de Graaf veel teksten schreef. 

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: De Gemeenschap

Recensie: I C O N van LOD Muziektheater & Asko|Schönberg

●●●●○

 

I C O N

 

LOD MUZIEKTHEATER & ASKO|SCHONBERG




Door Piet van Kampen, gezien 22 november 2018 

Atelier Bildraum (regie en scenografie) creëerde voor I C O N een vierkante ruimte waarin het publiek, de twee performers, en de muzikanten dicht op elkaar zitten. In de hoeken speakers en camera's. Op de vier wanden eerst projecties van quasi live gemaakte foto's en later onder andere ook live gefilmde beelden van het duet tussen sopraan Lieselot De Wilde (i c o n) en acteur Tibo Vandenborre (mr. Death)

De belangrijkste twee inspiratiebronnen voor I C O N zijn de mythevorming rond het dodenmasker van L'inconnue de la Seine en (keer de letters van de titel om) Nico, de zangeres die door Andy Warhol in zijn legendarische studio The Factory werd samengebracht met The Velvet Underground.

Terwijl sopraan De Wilde, als i c o n, in het donker achter een camera staat, luisteren we de eerste vijfentwintig minuten naar de door Frederik Neyerinck gecomponeerde muziek en naar de stem van mr. Death. Met een monoloog die begint met 'This is the end, beautiful friend, this is the end, my only friend' (de eerste woorden van The End van The Doors).

Tijdens zijn monoloog maakt mr. Death (in een naar de film Blow-up van Antonioni verwijzende setting) foto's van foto's. Als i c o n zich wat schuchter bij hem voegt, zingt sopraan De Wilde 'met lucht op de stem' op een introverte manier (begeleid door de basklarinet). Maar als ze daarna in een mooi gechoreografeerde verleidingsscène transformeert in een femme fatale gebeurt dat met haar stem op volle kracht. Aan het eind van I C O N transformeert het zingen van De Wilde nog een keer, nu naar een vorm van vragend zingen met een relatief lage zangstem.

Fotograferen en foto's spelen in de beeldtaal van I C O N een belangrijke rol. Warhol liet een halve eeuw geleden zien dat een foto een onbekende in een kunstwerk kan veranderen. Nu, met een selfie, kan iemand zelfs zichzelf fotograferend in kunst veranderen. 


Transformeren is het hoofdthema in I C O N. Frederik Neyrinck componeerde klanktransformaties, evolutief-repetitieve muziek met steeds dezelfde noot die hij van ritme of kleur laat veranderen. Het vrouwelijke personage i c o n evolueert van slachtoffer via femme fatale in icoon. En het mannelijke personage, mr. Death, die als stoere macho begint, verandert met rode lipstick en vrouwelijke hoofdbewegingen in een feminiene man.

De tekst (van Sabryna Pierre) is af en toe wat eendimensionaal, die had wel wat verrassender gemogen. Maar gelukkig laat de regie acteur Vandenborre en sopraan De Wilde in hun stem en zang (en in hun spel) voor die extra dimensie zorgen. 


Het zijn de bijzondre enscenering van Atelier Bildraum* en de inventieve composities van Neyrinck die de creatieve basis vormen voor I C O N. Waarin niet alleen De Wilde en Vandenborre uitblinken, maar ook het ensemble. Want de manier waarop de vijf** van Asko|Schönberg onder leiding van dirigent Joey Marijs de muziek van Neyrinck spelen is een geweldige prestatie. Hoe ze aan het slot, centraal in de ruimte opgesteld als een soort popgroep, Neyrinck's omwerking van Dream Baby Dream van Suicide uitvoeren, is een belevenis op zich.

Vooral visueel en muzikaal is I C O N heel goed gemaakt, heel gelaagd muziektheater.

*Atelier Bildraum: Charlotte Bouckaert & Steve Salembier
**David Kweksilber: klarinet, Koen Kaptijn: trombone, Marijke van Kooten: viool, David Bordeleau: cello, Quirijn van     Regteren Altena: contrabas.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: LOD

Recensie: Kill All Kids van Iona & Rineke / Orkater

●●●●● 

 

KILL ALL KIDS


IONA & RINEKE / ORKATER



Door Piet van Kampen, gezien 18 november 2018

Het is geen vijf voor twaalf meer. Het is twee voor twaalf. Het gaat echt mis met de aarde. Er moet nu een oplossing komen. Met de dreigende ondergang van de wereld als uitgangspunt schreven Iona Daniel en Rineke Roosenboom (die allebei Writing for Performance studeerden aan de HKU) een fictief documentaire theatertekst gebaseerd op eigen research en bestaand wetenschappelijk onderzoek.

In de voorstelling betrekken Daniel en Roosenboom (die samen met muzikant Jonathan Bonny zelf op de vloer staan) het publiek in een gedachte-experiment: Wat zouden we doen om de aarde te redden als met een kleine chirurgische ingreep ons reptielenbrein (waar de primaire overlevingsreflexen zitten) uitgeschakeld zou kunnen worden? Ter geruststelling: Hoewel de titel dat wel suggereert, wordt er in de oplossing waarmee Daniel en Roosenboom uiteindelijk komen niemand gedood: 'We zijn niet pro-moord maar anti-nataal'.

Tekst, spel, regie, muziek, decor en kostuums in Kill All Kids zijn van een onwaarschijnlijk hoog niveau. En uiterst harmonieus op elkaar afgestemd.

De tekst is inhoudelijk heel sterk en heel geraffineerd geconstrueerd. Met steeds die vertelvorm die op dat moment het meest effect sorteert. Soms een monoloog. Af en toe een dialoog. Meestal een vertelvorm waarin Iona en Rineke met om en om een zin aan het woord zijn. Of om en om met een deel van een zin. Als Rineke ons bijvoorbeeld heeft gevraagd onze hand op te steken als we kinderen hebben, en daarna heeft uitgelegd dat zowel Iona als zijzelf er lichamelijk klaarder voor zijn dan ooit:
Iona: Die ander is gewoon niet gezwicht …
Rineke: … voor de eierstokken en die …
Iona: … blikken van jullie. En die een …
Rineke: … die gelooft nog steeds dat het beter is …
Iona: … on niet geboren te worden.
Rineke: Dat er niemand geboren hoeft te worden …
Regisseur Alexandra Broeder heeft de manier van kijken naar het publiek die ze eerder toepaste in haar voorstellingen met acterende kinderen nu ook gebruikt voor Iona Daniel en Rineke Roosenboom. En dat werkt! Voortdurend laten Iona en Rineke hun blik langzaam over de toeschouwers gaan. Dat heeft het effect dat het publiek zich als het ware gegijzeld voelt, dat je als toeschouwer het gevoel krijgt dat je er niet aan kunt ontkomen om mee te gaan in het gedachte-experiment.

En dan de soundscape en de slagwerk-composities van Frank Wienk. Wienk, opgeleid als klassiek slagwerker, nam de vraag wat je zou horen als het afgelopen is met de menselijke wereld als uitgangspunt. Met onder meer ontmantelde speakers waarin objecten liggen die gaan trillen, en een liggende gitaar die bespeeld wordt als een soort marimba, heeft hij voor muzikale juweeltjes gezorgd.

De kwaliteit van decor en kostuums doet daar niet voor onder. Sasha Zwiers koos voor pasteltinten voor zowel het decor als de bovenkleding van muzikant Jonathan Bonny. En als contrast voor volledig zwarte outfits voor Iona Daniel en Rineke Roosenboom. Waarmee Kill All Kids dus ook nog eens een streling is voor het oog.

Al met al is Kill All Kids subliem muziektheater met een indringende, heel goed geschreven tekst, waarin ook nog eens alle theatrale middelen van heel hoog niveau zijn.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Orkater

Recensie: Kras van Toneelschuur Producties / Paul Knieriem

●●●○○

 

KRAS

 

TONEELSCHUUR PRODUCTIES / PAUL KNIERIEM




Door Piet van Kampen, gezien 15 november 2018 

Drie jaar leefde Marlies Heuer (1952) met het idee dat ze haar ernstige ziekte, de zeldzame beenmergaandoening MDS, mogelijk niet zou overleven. Maar sinds vorig jaar staat ze weer op de planken. Iets minder vast ter been dan voor haar ziekte, dat wel. Maar haar subtiele mimiek en haar perfecte tekstbehandeling zijn weer als vanouds. Dat bleek vorig jaar al in Uit de tijd vallen, een voorstelling naar het boek Uit de tijd vallen, een verhaal in stemmen van David Grossman uit 2012.

In Kras speelt Marlies Heuer een vrouw van tegen de zeventig bij wie elke nacht een inbreker wel de boel overhoop haalt maar nooit iets steelt. Of doet ze het zelf? Ze wijst elk aanbod van haar kinderen of hun partners om bij haar in huis te komen slapen steevast af: 'Weet je, alleen zijn kost een hele tijd om dat te leren, om daar plezier in te krijgen. Maar om het weer af te leren, dat gaat helemaal niet'.

Hoewel Kras, zijn afscheidsregie bij Toneelschuur Producties, niet de beste regie is die hij daar deed, is het wel een heel goede keuze van regisseur Paul Knieriem om het personage dat Heuer speelt ook in de mise-en-scène centraal te stellen. Met haar voeten iets verder uit elkaar dan gebruikelijk, en met een theekan in haar handen, staat Heuer. Ze beweegt nauwelijks. En als ze beweegt, is dat met traag roterende bewegingen van haar bovenlichaam. Toch kun je geen moment niet naar haar kijken. Juist door dat bijna onbeweeglijke acteren en door haar fenomenale mimiek speelt Heuer de rol van de door haar man verlaten Ina op een onvergetelijke manier. 

Noteer dus maar alvast: genomineerd voor de Theo d'Or: Marlies Heuer voor haar rol als Ina in Kras van Toneelschuur Producties / Paul Knieriem.

Zowel Ina's man als haar oudste zoon zijn kunsthandelaar. Dat inspireerde Catharina Scholten tot een volledig in zwart-wit uitgevoerd decor waarin, naast het verspreid over de vloer liggende serviesgoed, een zeegezicht met vissersboot van Turner domineert. En waarin af en toe een 'laatste avondmaal' preludeert op de afloop. 

Na vijf nachten waarin 'de dief of zoiets' in haar huis is geweest, volgen vijf dagen waarop Ina eigenlijk haar kinderen en hun partners bij elkaar wilde hebben om het over haar testament te hebben. Maar in hun gesprekken gaat het - soms expliciet maar vaker op een indirecte manier – vooral over verlaten worden, over alleen zijn.

Dochter Do (Malou Gorter), de oudste, is alleen 'omdat ze niets onderneemt', Manfred (Piet Kooij), de jongste, omdat hij autistische trekjes heeft. Theo (Jan-Paul Buijs) is zo bang voor het alleen zijn dat hij alvast een reservevriendin (Lindsay Zwaan) uit Australië heeft laten overkomen. En oudste zoon William (Tjebbo Gerritsma) kan niet voor zich houden dat hij 'een schrijnend verlangen heeft naar die ander'. 'Alsof het erfelijk is', verzucht Ina, 'letterlijk, letterlijk zo formuleerde pappa het toen'.

Judith Herzberg schreef Kras in 1988 op verzoek van Maatschappij Discordia, een jaar later werd het ook gespeeld door Toneelgroep Amsterdam. Kras is een tekst waarin vrij lang veel verborgen blijft. Opzettelijk. Het is een tekst waarin het thema vooral uit de venijnige opmerkingen van de kinderen en hun partners langzamerhand helder wordt. Van zo'n aanpak in literatuur of toneelteksten moet je houden. Maar ook als je daar niet echt een liefhebber van bent, mag je vanwege het meesterlijke acteren van Marlies Heuer deze voorstelling toch niet missen.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Toneelschuur Producties

Recensie: Hamlet 0.2 van Jan Decorte/Bloet

●●●○○

 

HAMLET 0.2

 

JAN DECORTE / BLOET




Door Piet van Kampen, gezien 31 oktober 2018 

Zoals hij dat ook deed met andere klassiekers, ontbeende Jan Decorte in zijn eerdere vier bewerkingen van Hamlet de tekst om er vervolgens een poëtische herschrijving van te maken. Nu, de vijfde keer dat hij Shakespeare's Hamlet onder handen neemt, gaat hij op een andere manier te werk. In Hamlet 0.2 integreert Decorte flarden tekst uit zijn eerdere versies in een voorstelling waarbij vooral tableaus vivant en bewegingen, en niet zozeer teksten, het verhaal vertellen.

Daarnaast switcht Decorte deze keer volledig naar het vrouwelijke perspectief. Niet de Deense prins Hamlet staat centraal maar Ophelia, de dochter van Polonius. Hamlet 0.2 zou met die keus dus kunnen passen in de serie Weiblicher Akt van Maatschappij Discordia.

Aan drie zijden een lage witte wand, in het midden van de achterwand een wit urinoir, rechts een muurtje van grote witte stenen. In dat decor maken Sigrid Vinks en de stagiaires Ellis Meeusen en Lisah Adeaga (alle drie wit bepoederd en in witte onderbroeken) trage bewegingen die het midden houden tussen yoga-oefeningen en dans. Slechts af en toe neemt een van de drie het woord met een paar zinnen uit eerdere Hamlet-bewerkingen van Decorte. Zoals deze uit Amlett (2001):

tisof
tisni
dattist
slape
drome
sterve
Naast de speelvloer zit Decorte zelf, goudkleurige schoenen, zwarte sportbroek tot net boven de knie, zwarte bh waarvan de bandjes steeds afzakken. Na ongeveer een half uur komt hij van zijn stoel om zich te kastijden, daarna gaat hij weer zitten. Tegen het eind wordt op de achterwand op film een piëta vertoond: Decorte gedragen door Ellis Meeusen. Als iedereen gestorven is, herrijst Electra uit de dode Ophelia, een verwijzing naar Decortes versie van Die Hamletmachine van Heiner Müller.

De feminisering in Hamlet 0.2 zorgt voor een verfrissende blik op de klassieker, en het lijfelijke, haast rituele spel van de drie actrices is boeiend om naar te kijken. Maar het is wel heel erg geabstraheerd, deze vooral visuele bewerking van Shakespeare's Hamlet. Voor wie het stuk niet goed kent, mogelijk niet altijd helemaal goed te volgen.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Bloet

Recensie: Het Bezoek van De Roovers & Muziektheater Transparant

●●●○○

 

HET BEZOEK

 

DE ROOVERS & MUZIEKTHEATER TRANSPARANT




Door Piet van Kampen, gezien 19 oktober 2018 

In de bewerking van De Roovers van de groteske tragikomedie Der Besuch der alten Dame van Friedrich Dürrenmatt uit 1956 komt Klara Wäscher, die op haar zeventiende vertrok, terug in het inmiddels volledig vervallen stadje Güllen. Ze heet nu Claire Zachanassian en is door haar huwelijk met een oliemagnaat miljardair geworden. De bewoners van Güllen rekenen er dan ook op dat Claire het stadje er met een flinke financiële injectie bovenop helpt.

Het eerste bedrijf is nog wat stroef. Terwijl ze op het station wachten op de steenrijke Claire, beschrijven de notabelen de teloorgang van hun stadje. De vrouw van kruidenier Alfred beschildert een welkomstbord. De burgemeester verzamelt informatie voor zijn welkomstspeech.

Pas aan het eind van dat eerste bedrijf als Claire (Sara De Bosschere) arriveert en zegt dat ze bereid is het stadje vijf miljard te schenken, komt er vaart en spanning in de voorstelling. Want er is een voorwaarde aan haar schenking verbonden. Ze blijkt een wraakgodin en wil dat Alfred, haar toenmalige geliefde, wordt gedood: 'Ik koop met die vijf miljard gerechtigheid'. In eerste instantie wordt die voorwaarde verontwaardigd van de hand gewezen. 'We zijn humanisten', zegt de leraar Latijn (Robby Cleiren), 'liever arm, dan met bloed bevlekt'.

Maar het zaadje is geplant. De burgemeester (Warre Borgmans) maakt plannen voor een nieuw stadhuis, de dominee (Michael Vergauwen) voor een nieuwe klok, Alfreds vrouw (Sofie Sente) verschijnt in een nieuwe bontjas. En iedereen schaft nieuwe, gele, schoenen aan. Maar allemaal bezweren ze dat dat niets met de voorwaarde van Claire te maken heeft. Alleen Alfred zelf (Luc Nuyens), de tragische held in dit stuk, realiseert zich meteen dat zijn lot onvermijdelijk is: 'De stad maakt schulden. Met de schulden stijgt de welvaart. Met de welvaart de noodzaak mij te doden.'

Het aan Muziektheater Transparant verbonden ensemble LÂP (les âmes perdues) zorgt met accordeon, piano, cello, triangel en stem (sopraan Naomi Beeldens) voor prachtige muzikale intermezzi. Onder andere met fragmenten uit het Requiem van Heinrich Schütz en het lied Ich hab' noch einen Koffer in Berlin van Marlene Dietrich.

Het Bezoek is zowel een verhaal over het louteringsproces van de tragische held na zijn bedrog bij een rechtszaak, als een satire op het oplevende kapitalisme van na de tweede wereldoorlog (dankzij de financiële injectie van het Marshallplan). Het laat ook zien wat te verwachten rijkdom met mensen doet, hoe 'Liever arm, dan met bloed bevlekt' kan veranderen in 'Liever met bloed bevlekt, dan arm'.

Zeven acteurs - de vier van De Roovers en drie gastspelers - nemen zestien rollen voor hun rekening. Luc Nuyens laat het louteringsproces van zijn personage Alfred overtuigend zien. De gastspelers Warre Borgmans als burgemeester en Bert Haelvoet als politiecommissaris zorgen met hun droogkomische speelstijl voor de nodige humor. De anderen zijn wat minder overtuigend, vooral het spel van Sara De Bosschere als Claire is erg vlakjes.

Heel belangrijk is dat niet. Want Het Bezoek moet het vooral hebben van de nog altijd boeiende tekst van Dürrenmatt. En van de vaart en de nauwkeurige timing waarmee die tekst wordt gebracht. En dat gebeurt. Daardoor is Het Bezoek van De Roovers toch een voorstelling waarbij je vanaf de aankomst van 'de oude dame' tot het onvermijdelijke offer van haar jeugdliefde Alfred aan je stoel gekluisterd blijft.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: De Roovers

Recensie: Lam Gods van NTGent / Milo Rau

●●○○○

 

LAM GODS


NTGENT / MILO RAU




Door Piet van Kampen, gezien 28 september 2018, geplaatst 17 oktober 2018

Bij de Zwitserse regisseur Milo Rau is een voorstelling altijd onderdeel van iets groters, van een 'sociaal-imaginaire werkelijkheid' die veranderingen teweeg moet brengen. Dat begint met de eerste voorbereidingen en eindigt pas als het laatste woord erover is gezegd. Bijna alles wat Rau maakt is re-enactment, een proces waarbij ruimte is voor 'sociale fantasie'. Omdat er volgens Rau niet zoiets bestaat als 'documentaire waarheid', is kunst nodig, 'want kunst kan een artistieke waarheid creëren.'*

Hoe past Lam Gods, de openingsvoorstelling van Milo Rau als artistiek leider van NTGent, in die manier van denken? Welke nieuwe werkelijkheid, welke artistieke waarheid wordt met Lam Gods gecreëerd? Welke 'sociale fantasie' wordt zichtbaar bij de actualisering van het beroemde retabel De Aanbidding van het Lam Gods van de gebroeders Van Eyck?

Lam Gods begint in januari 2018 als NTGent kleine advertenties in de kranten zet. Zoals deze: 'Vindt u het goed om naakt het podium op te gaan? Houdt u van appels en slangen? lamgods@ntgent.be' Of deze: 'Vecht u voor uw overtuiging? Voor God? Vocht u voor IS, voor andere religies?
lamgods@ntgent.be' Natuurlijk weten Milo Rau en zijn team wel dat iemand die voor de IS vocht óf in de gevangenis zit, óf door justitie wordt gezocht. Maar het werkt. Tot een debat in het parlement aan toe.

In maart 2018 nodigen artistiek leider Milo Rau en hoofd communicatie Pablo Fernandez Alonso van NTGent de pers uit om een casting bij te wonen. Figuranten die zich kandidaat stellen om Adam of Eva te spelen wordt gevraagd zich niet alleen emotioneel maar ook fysiek bloot te geven voor Rau en twee andere medewerkers van NTGent. Goede keus om juist bij die casting pers toe te laten.

Begin september 2018 duiken er beelden op, of lekt NTGent beelden, waarin de figuranten die Adam en Eva zullen spelen naakt een intieme choreografie uitvoeren waarbij kinderen die meedoen in het stuk toekijken. Het is een groot succes. De Vlaamse kranten gaan er gretig op in. Meestal met het woord 'commotie' in de kop van het artikel. Weer gratis publiciteit dus. 

Tijdens de première op vrijdag 28 september 2018 vertelt Fatima Ezzarhouni op het podium over haar zoon die naar Syrië vertrok. Met tranen in haar ogen leest ze zijn korte afscheidsbrief voor. Toen ze al aan het repeteren was, hoorde ze dat hij in Idlib is omgekomen. NTGent-actrice Chris Thys reikt haar na die getuigenis een blauwe omslagdoek aan, want in de re-enactment van De aanbidding van het Lam Gods zal Ezzarhouni als Maria op het achterscherm worden geprojecteerd.

Op zondag 30 september 2018, twee dagen na de première, trekt Ezzarhouni zich onder druk van de Gentse moslimgemeenschap terug. Als reden wordt opgegeven het naakt op het podium.

Op maandag 8 oktober 2018 meldt NTGent in een persbericht dat Lam Gods niet zal worden aangepast. Daarbij wordt verwezen naar een petitie van
CitizenGo, waarin wordt gesteld dat 'kinderen op jonge leeftijd worden gedwongen een erotische scène te bekijken'. Wie had er voor dat persbericht van NTGent van dat clubje gehoord?

De voorstelling zelf is geen toneelstuk, maar het proces van het tot stand komen van een geactualiseerde afbeelding van het beroemde vijftiende-eeuwse altaarstuk. Twee acteurs, Frank Focketyn en Chris Thys, voeren daarbij steeds een inleidend gesprekje met een figurant voordat die op het achterscherm zal worden geprojecteerd. Op die manier worden de twaalf panelen van het schilderij van Hubert en Jan Van Eyck stap voor stap in een hedendaags jasje gestoken.

In de twee uur die de voorstelling duurt, is er maar één scene die het publiek iets anders laat meemaken dan primaire ervaringen. Alle andere scènes zijn getuigenissen die de onmiddellijkheid niet overstijgen. De indrukwekkendste van die getuigenissen, die van de moeder van de jihadist, is na twee speeldagen ook nog eens noodgedwongen geschrapt.
 

Alleen de scène waarin Adam en Eva elkaar strelen, overstijgt die onmiddellijkheid, door de choreografie, door de esthetisering, door er kunst van te maken. Daarmee appelleert deze scène als enige aan meer dan alleen primaire ervaringen als herkenning, vertedering of medeleven.
 
*Zie de essays en interviews in Milo Rau, Globaal Realisme, NTGent & IIMP, 2018.
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: NTGent

Recensie: Heimat 3, How to build a home van De Nwe Tijd

●●●○○

 

HEIMAT 3, HOW TO BUILD A HOME

 

DE NWE TIJD




Door Piet van Kampen, gezien 12 oktober 2018 

Eenzaamheid is het thema van deze derde Heimat. Centraal staat een gefilmd bezoek aan James Alexander Wood uit Leicester die een reactie plaatste onder een YouTube-filmpje van de song To Build A Home. Daarin schreef hij dat zijn beste vriend een jaar daarvoor zelfmoord had gepleegd. Tot drie keer toe had die vriend hem die avond proberen te bellen. Maar Wood had zijn telefoon niet opgenomen omdat hij zat te gamen. Hij schreef dat hij zich nog steeds zo schuldig en verdrietig voelde. En zo eenzaam.

Terwijl ze met bouwhelmen op een huis bouwen, wisselen de vijf op het podium (Suzanne Grotenhuis, Harald Austbø, Rebekka de Wit, Matthias Van de Brul en Tim David) collectief vertelde verhalen (waarbij ze om en om aan het woord zijn) af met monologen. Tijdens de overgangen tussen de scènes zorgt Austbø steeds voor (cello)muziek. Alle scènes, zowel de monologen als de samenspraak, hebben min of meer te maken met eenzaamheid, of met de relatie tussen individu en groep.

In de openingsmonoloog van Rebekka de Wit ligt het accent op het moment vlak voor een voorstelling begint, vlak voordat in een publiek ieder zich individueel tot de voorstelling gaat verhouden. Matthias Van de Brul zoomt in zijn monoloog in op het feit dat van zijn generatie al vanaf dat ze konden lezen een eigen mening werd gevraagd. Dat ze zich vanaf dat ze zeven waren al niet meer mochten verschuilen in de groep. In de slotmonoloog haalt Suzanne Grotenhuis een herinnering op aan hoe ze achterop de fiets bij haar moeder in slaap viel, waarmee ze deze derde met de eerste Heimatevoorstelling verbindt.*

De kwaliteit van de scènes wisselt nogal. De monologen van De Wit en Van de Brul springen eruit. Die van De Wit vanwege de geraffineerde compositie, die van Van de Brul door zijn acteren. Ook de muzikale intermezzi van Harald Austbø zijn van hoog niveau. Maar sommige van de collectief vertelde verhalen, zoals die over de bouw van Crystal Palace voor de wereldtentoonstelling in Londen, zitten wel vol leuke weetjes, maar de relatie met het thema is af en toe een beetje gezocht. Datzelfde geldt voor de met de formule 'Ik stel me zo voor dat' gefantaseerde onderdelen. Zoals het bezoek van Karl Marx aan diezelfde wereldtentoonstelling.

Ondanks het feit dat er hier en daar wat minder in het thema passende scènes zijn, is er in Heimat 3, How to build a home net als in de twee vorige Heimatvoorstellingen, weer genoeg om van te genieten en om over na te denken. Ook nu is het door Freek Vielen, Suzanne Grotenhuis en Rebekka de Wit geleide De Nwe Tijd er weer in geslaagd een intelligente en boeiende voorstelling te maken.


* In Heimat, een theatervoorstelling, uit 2014, onderzoeken Suzanne Grotenhuis, Harald Austbø, Rebekka de Wit, Tom Struyf en Tim David wie ze zijn als eind twintigers door én live zichzelf te spelen én in opgenomen beelden in gesprek te gaan met hun ouders en grootouders. Dat leverde een aantal ontroerende scènes op. Zowel inhoudelijk als wat betreft de vorm was die eerste Heimat een perfect uitgebalanceerde en indrukwekkende voorstelling.
In Heimat 2, afscheid nemen, uit 2016, doen Freek Vielen, Suzanne Grotenhuis, Harald Austbø en Tim David verslag van hun reis via Denemarken en IJsland naar Groenland om daar een requiem te spelen. Inhoudelijk interessant maar door de vele videobeelden van besneeuwde landschappen en interviews toch wat te fragmentarisch. Wel af en toe goede teksten. En heel mooie muziek van Austbø.
  
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: De Nwe Tijd

Recensie: Voltaire van Maatschappij Discordia

●●●○○

 

VOLTAIRE

 

MAATSCHAPPIJ DISCORDIA




Door Piet van Kampen, gezien 6 oktober 2018 

Een klein podium, twee donkerbruine kasten links en rechts, een plankenvoer ertussen, een donkerbruin achterdoek. Als we de zaal binnenkomen, lopen Jan Joris Lamers en Miranda Prein rond alsof ze tot het allerlaatste moment nog bezig zijn het eens te worden over de beste looplijnen voor de overgangen. 'Is het nou één keer opschenken?', vraagt Annette Kouwenhoven ondertussen. Ze is koffie aan het zetten op de barkruk naast een van de twee kasten.

Wat we na deze ouverture zullen gaan zien is een voorstelling over leven en werk van Voltaire. Maar, zoals vaker bij Discordia, gaat het ook over de enscenering van de voorstelling en over de manier waarop de personages zouden moeten worden gespeeld. De drie acteurs stappen daarom dan ook voortdurend in en uit hun rol. Soms gaat dat zo snel dat je als toeschouwer niet weet of bijvoorbeeld Voltaire kwaad wordt op Emilie of Lamers op Prein. Of dat Voltaire iets beweert of Lamers. Het kan natuurlijk ook nog dat die twee het dan gewoon met elkaar eens zijn.

Voltaire is het pseudoniem van François-Marie Arouet (1694-1778). Hij publiceerde romans, toneelstukken, gedichten, filosofische verhandelingen en essays. Maar zijn grote liefde was toneel. Hij had een klein theatertje waar hij samen met vrienden, waaronder zijn vriendin Emilie Marquise du Châtelet, zijn eigen stukken opvoerde.

Miranda Prein
die zowel zichzelf als Emilie speelt, heeft een papier met een schema in haar handen. Daar ontstaan regelmatig discussies over met Lamers. Kouwenhoven mengt zich daar niet in, met als argument dat ze altijd het compromis zoekt. Prein blijft steeds houvast zoeken in dat schema: 'Flarden van gebaren die horen bij een plot (…) repeteren van het applaus (…) acht korte teksten met onderbreking (…) nu spring je weer naar 3 (tegen Lamers). Lamers, het conflict zoekend zoals Voltaire dat deed, gaat daar dan altijd tegenin.

Voltaire (Jan Joris Lamers), steeds in het midden - de twee vrouwen staan aan de zijkanten - vertelt eerst over zijn leven. Over zijn vader, de volksliedjesschrijver, de notaris bij wie hij opgroeide, het jezuïetencollege. Daarna over zijn werk: 'Toen ik 21/22 was schreef ik Oedipe. Alles wat ik daarna schreef, ligt in dat plot besloten.' En natuurlijk over de vele ruzies als hij weer eens iemand had beledigd. Oedipe schreef hij om die reden dan ook in de Bastille, waarin hij een jaar vast zat.

Na elk van de acht delen van Voltaire is er gekissebis over de manier waarop de overgang naar het volgende deel moet worden uitgevoerd. Tot twee keer toe (bij toneel moet alles worden herhaald, hebben we dan al geleerd) leidt dat tot totale ontreddering: bijna twee minuten blijven de drie acteurs/personages onbeweeglijk staan.

Jan Joris Lamers is in Voltaire niet alleen als maker (zoals bij de serie Weiblicher Akts) maar ook weer eens als acteur actief. Zowel als zichzelf als als Voltaire schiet hij daarbij regelmatig uit zijn slof. Kouwenhoven tegen Voltaire: 'Je was toch heel intelligent!' 'Wat heb ik eraan intelligent te zijn', fulmineert Voltaire, 'als je voortdurend op een kist moet springen om te zeggen dat het zo niet kan!'

Maatschappij Discordia blijft maar met goede voorstellingen komen. Ook deze Voltaire is weer heel informatief, maar toch luchtig. Ideaal voor wie op een prettige manier wat wil bijleren over Voltaire en over het vak theatermaken. En wie zou dat niet willen na Voltaire's verordening 'Het enige waarachtige gebod is het gebod op weten.'


Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Maatschappij Discordia

Recensie: Chekhov's First Play van Dead Centre / Bush Moukarzel en Ben Kidd

●●●●○

 

CHEKHOV'S FIRST PLAY

 

DEAD CENTRE / BUSH MOUKARZEL EN BEN KIDD




Door Piet van Kampen, gezien 19 augustus 2016, geplaatst 8 oktober 2018 

Tsjechov was negentien toen hij zijn eerste toneelstuk schreef. Maar hij was er niet tevreden over. Het ging de la in. Als Tsjechov na het schrijven van korte verhalen later in zijn leven toch weer met toneelstukken aan de slag gaat, levert dat klassiekers op als De Meeuw, Oom Wanja, Drie Zusters en De Kersentuin. Pas na zijn dood wordt zijn eersteling ontdekt, zonder titel. Meestal wordt het opgevoerd als Platonov, naar het hoofdpersonage, de charismatische dorpsonderwijzer.

'De regisseur' (gespeeld door regisseur Bush Moukarzel) komt op en begint met een soundcheck. Want de toeschouwers hebben allemaal een koptelefoon. Pas daarna gaat het doek open en horen we via die koptelefoons de acteurs én het kritische commentaar dat 'de regisseur' daarop geeft vanuit de coulissen.

In het landhuis van Anna Petrovna wachten de gasten op Platonov. Ze discussiëren ondertussen over leven en dood, verveling, depressie en ongelukkige huwelijken. En allemaal verlangen ze naar iets groters dan het leven dat ze nu leiden. Dit eerste deel van Chekhov's First Play speelt zich af in een traditionele realistische setting. Maar dan wel steeds met het kritische, vaak meta-theatrale, maar ook geestige commentaar van 'de regisseur'. In dat commentaar zijn ook kritische opmerkingen verwerkt die Tsjechov zelf in zijn brieven maakte over zijn toneelwerk.

Terwijl de gesprekken tussen de op Platonov wachtende personages gewoon doorgaan, horen we aan het eind van het eerste deel hoe 'de regisseur' steeds meer opgaat in zichzelf: 'I had ambitions, once (...) for new forms of theatre (…) connect to audiances in a new way (…) a real person from the audience (…) instead of this'.

Deel twee begint als
een sloopkogel met een klap een eind maakt aan het negentiende-eeuwse realisme en iemand uit het publiek de rol van Platonov op zich neemt. We zijn in het nu. Met de taal van nu. Triletsky: 'Everybody shut up! I'm ordering Chinese. Anyone wants anything? ' In dit tweede deel is wat er met de koptelefoons wordt gedaan nog ingenieuzer dan in het eerste.

Alleen het geluidsontwerp (van Jimmy Eadie) maakt Chekhov's First Play al tot een unieke theaterervaring. Maar er is meer. De acteurs zijn zonder uitzondering van hoog niveau. Het zelfgenoegzame erudiete commentaar van 'de regisseur' en de manier waarop Platonov, die maar gewoon uit het publiek komt, wordt aangestuurd, zijn technisch heel knappe, maar ook heel geslaagde 'new forms of theatre.' Chekhov's First Play is al met al een heel intelligente, heel ingenieuze en heel geestige voorstelling. Een must voor de echte theaterliefhebber.

Chekhov's First Play van Dead Centre is van donderdag 11 t/m zaterdag 13 oktober 2018 te zien in Internationaal Theater Amsterdam (Stadsschouwburg Amsterdam).


Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Dead Centre

Recensie: All Inclusive van Julian Hetzel / CAMPO

●●●●○

 

ALL INCLUSIVE

 

JULIAN HETZEL / CAMPO




Door Piet van Kampen, gezien 20 september 2018 

'Allah is groot! Vergeet Aleppo niet, vergeet Syrië niet!', riep de schutter die in 2016 in een expositieruimte de Russische ambassadeur in Turkije neerschoot.' De foto van de moordenaar met zijn opgeheven wijsvinger ging de wereld over. Met levende standbeelden (Edoardo Ripani en Geert Belpaeme) die iconische moordaanslagen uitbeelden, waaronder die in Turkije, begint All Inclusive, de nieuwe voorstelling van Julian Hetzel bij Campo.

Die eerste scène, in wat later de eerste zaal van een expositie blijkt te zijn, is niet de sterkste. De standbeelden van de moordenaars en hun slachtoffers spreken al voor zich. Toch worden ze uitgelegd door de foto's te tonen waarop ze zijn gebaseerd. Vervolgens komen die standbeelden ook nog eens in beweging, terwijl er een fragment uit Stop Imperialist Pop van Atom TM klinkt. Dat is iets te veel van het goede.

Maar wat daarna komt is indrukwekkend en blijft indrukwekkend. Een museumgids (Kristien De Proost) leidt vijf bezoekers rond
in een museum voor contemporaine kunst en geeft uitleg bij wat er is te zien. Vanavond zijn die bezoekers figuranten uit Amsterdam, drie daarvan vluchtelingen uit Aleppo, de andere twee uit Irak. Ik wil niet te veel weggeven van wat er in Escape, zoals het museum voor actuele kunst in All Inclusive heet, wordt getoond. Voor wie de voorstelling nog wil zien, is het verrassingselement essentieel.

Heel cryptisch dan: Zaal 2 heeft te maken met een video die IS in februari 2015 maakte in een museum in Mosul, Irak. In zaal 3 staan schattige porseleinen hondjes. En er ligt een hamer. In zaal 4 gebeurt iets met oorlogspuin uit Aleppo, Syrië. In zaal 5 kijken de vijf museumbezoekers uit Syrië en Irak naar een film waarop verf in allerlei kleuren opspat, terwijl de geluiden erbij het verhaal vertellen. In de zesde en laatste zaal zijn cijfers belangrijk, want in deze zaal gaat het om de aantallen slachtoffers. 


Na een live gespeelde muziekclip, met hier en daar wat geweld en wat bloed, nodigt Kristien De Proost het publiek uit om nog even door de museumshop te lopen voor een leuke button of een andere vrolijke herinnering aan het museumbezoek.

Met als inspiratie het oorlogsgeweld in het Midden-Oosten wordt op de speelvoer live kunst gecreëerd door destructie. Het gevolg van vernietiging en het vernietigen zelf tot kunst maken en dat in een museale setting tonen, daarover gaat All Inclusive. Af en toe heel confronterend is dat. Maar ook zeer de moeite waard.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Campo

Recensie: De Vrouw van Orkater | Lars Doberman

●●●●○

 

DE VROUW 

 

ORKATER - LARS DOBERMAN



Door Piet van Kampen, gezien 14 september 2018

Muziektheatercollectief Lars Doberman onderzoekt in De Vrouw wat dat eigenlijk is 'de vrouw'. Op speelse wijze besnuffelen Reinout Scholten van Aschat, Jip van den Dool, Mattias Van de Vijver, Matthijs van de Sande Bakhuyzen en scenograaf Jochem van Laarhoven - allemaal eind twintigers - dat mysterieuze onderwerp. De op hun verzoek door Vincent van der Valk geschreven tekst dient daarbij als raamwerk.

Na een sereen en zwijgend opgebouwd openingsbeeld, ontworpen door Van Laarhoven, waarin de vier acteurs heel geconcentreerd samenwerkend een wankel evenwicht creëren, volgt eerst een disclaimer. Scholten van Aschat en Van de Sande Bakhuyzen excuseren zich uitvoerig voor wat ze vorig jaar in een interview in de Volkskrant over vrouwen hebben gezegd. Vervolgens citeren ze mails van schrijver Vincent van de Valk en eindregisseur Vincent Rietveld, die zich daarin op voorhand indekken tegen wat de Dobermannen van plan zijn te doen.

Hoewel het collectief Lars Doberman vaart onder de vlag van Orkater en niet onder die van De Hotshop is De Vrouw een voorstelling à la De Warme Winkel: het thema wordt op allerlei manieren en in allerlei verschillende speelstijlen onderzocht en de acteurs gaan regelmatig met elkaar in discussie. Niet zo gek natuurlijk met een van de oprichters van de Warme Winkel als eindregisseur.

De Vrouw is een voorstelling waarvan je vrolijk wordt. Ik tenminste wel. Misschien wel vooral omdat de vier - het zijn alle vier hele goede acteurs – zo zichtbaar met plezier 'spelen' met hun materiaal. En daarbij steeds ook laten zien dat ze boven dat materiaal en boven de tekst staan, zelf makers zijn van hun voorstelling. Om dat te demonstreren zetten ze de lichtbak met een afbeelding van een valk erop aan als ze zich letterlijk aan de tekst van Van der Valk houden. Knippen ze het licht uit dan laten ze die tekst los. Of gaan ze er tegenin.

De toon wordt gezet met een hilarisch verhaal over De Ware Liefde. Met een sublieme Matthijs van de Sande Bakhuyzen als koning Amorius (in een speelstijl die doet denken aan Rick Mayall als Lord Flashheart in Blackadder). Met Mattias Van de Vijver als pater Pedro, die beroepsmatig vanzelfsprekend alles weet over vrouwen. En dan nog een geweldige Jip van den Dool als koninklijke boodschapper die kiest voor bevredigende antwoorden omdat hij neerkijkt op de waarheid. Jammer dat een brief van het publiek dat prachtige sprookje zo abrupt afbreekt.

Er is geen enkele scène die ik niet heel goed vind. Maar er zijn er twee die meer zijn dan heel goed. De fluisterdiscussie achter het gesloten doek is de ene. Daarin komen alle clichébeelden die mannen hebben over het verschil tussen vrouwen en mannen in hoog tempo aan bod. De andere is 'het relatiegesprek' waarbij de acteurs steeds zo razendsnel van positie wisselen (man spelen of vrouw spelen) dat ze elke keer rennend naar de lichtbak met de valk moeten om die aan of uit te doen. Het is een scène waarin alle denkbare manieren om in relaties te bekvechten de revue passeren. En dat in een minuut of tien. Meesterlijk.

De Vrouw van Orkater | Lars Doberman is twee uur lang volop genieten van de fraaie enscenering en van vier op hoog niveau acterende acteurs/muzikanten die alles wat ze weten, denken en fantaseren over het fenomeen 'de vrouw' op een speelse manier uitwerken. Een aanrader. Ook voor vrouwen.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Orkater

Recensie: Hin und Her van 't Barre Land & Tijdelijke Samenscholing en Co

●●●○○

 

HIN UND HER

 

'T BARRE LAND & TIJDELIJKE SAMENSCHOLING EN CO




Door Piet van Kampen, gezien 7 september 2018 

Ödön von Horváth (1901-1938) schreef Hin und Her, een klucht in twee delen, in 1933. Het ging in 1934 in première in Zürich en was tot nu toe niet in het Nederlands vertaald. Vanavond is de Nederlandse première van een stuk dat weliswaar is gebaseerd op Hin und Her, maar dat is aangevuld met teksten uit andere bronnen.

Drogist Ferdinand Havlicek (Michiel Bakker) is geboren in land X, maar als baby al verhuisd naar land Y. Een halve eeuw heeft hij daar gewoond, dertig jaar heeft hij er belasting betaald. Nu zijn drogisterij is gesloten, wil Havlicek de grens over, terug naar zijn geboorteland.

Grenswachter Tomas Szamek (Margijn Bosch) laat hem niet door. Havlicek heeft niet de juiste papieren, hij heeft verzuimd om zijn verblijfsvergunning te verlengen. Zijn verweer dat hij van die verplichting niet op de hoogte was omdat hij in de kranten alleen de overlijdensberichten leest, maakt geen indruk. Terug kan hij ook niet. Ook grenswachter Konstantin (Sarah Jonker) laat hem op juridische gronden niet door. Ook in het land waar hij bijna zijn hele leven heeft gewoond, is hij niet meer welkom. Havlicek zit vast op de houten brug tussen de twee landen.

Op die brug gebeurt van alles. Zo vist een leraar (Vincent van den Berg) er elke dag zonder wat te vangen. Dat komt, vindt hij zelf, omdat zijn vrouw (Carole van Ditzhuyzen) hem steeds veel te dunne wormen brengt. Er wordt gesmokkeld tussen de twee landen. En Havlicek wordt door de grenswachter van het land waar hij woonde ingezet als postillon d'amour. Want Konstantin is verliefd op Szamek's dochter Eva.

Von Horváth noemde zijn Hin und Her een klucht, een sprookje. Daarnaast wilde hij dat in sommige scènes werd gezongen. Echt kluchtig spelen de acht acteurs niet, geen enkele keer ontlokken ze een lach aan de zaal, en zingen laten ze over aan muzikant Stan Vreeken, die zich daarbij begeleidt op gitaar. Het sprookjesachtige einde heeft de bewerking wel overleefd.

Het is verleidelijk om in Hin und Her uit 1933 een verhaal te zien waarin de actualiteit van het huidige migrantenvraagstuk aan de orde komt, om er een naar te kijken als een stuk dat gaat over de vluchtelingen van nu die kloppen op de deuren van Europa. En om daarmee de keuze voor dit stuk te rechtvaardigen. Zelf zegt Von Horváth over zijn bedoeling met Hin und Her: 'Es soll zeigen, wie leicht sich durch eine menschliche Geste unmenschliche Gesetze außer Kraft setzen lassen.' (Vrij vertaald: Het moet laten zien hoe gemakkelijk onmenselijke wetten door een menselijk gebaar terzijde kunnen worden geschoven). 

Hin und Her gaat dus over een situatie waarbij wetten in eerste instantie een menselijke beslissing in de weg staan. Maar waarbij uiteindelijk die menselijkheid toch overwint: de smokkelaars worden gepakt, de beloning daarvoor wordt eerlijk gedeeld, de geliefden trouwen, en Havlicek kan gaan en staan waar hij wil.

Als je in Hin und Her toch iets over de actualiteit wil zien, is dat dus eerder de parallel met wat de Armeense kinderen Howick en Lili afgelopen week is overkomen. Op juridische gronden zouden ze uit Nederland, het land waar ze zijn opgegroeid, worden uitgewezen. Op het laatste moment ging dat door een 'menschliche Geste' van de staatssecretaris niet door. 

Hin und Her van 't Barre Land & Tijdelijke Samenscholing en Co is een goede en onderhoudende voorstelling. Niet meer en niet minder. De associatieve taalmonoloog van Sarah Jonker is een knap staaltje super snel spreken. Maar deze en andere aanvullingen maken Hin und Her niet tot een voorstelling die je in verband met de huidige discussie over migranten perse moet hebben gezien.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: 't Barre Land

Recensie: Kronieken van de stad, deel 3, Het R-woord van Timen Jan Veenstra/Hesdy Lonwijk

●●○○○

 

KRONIEKEN VAN DE STAD, DEEL 3, HET R-WOORD


TIMEN JAN VEENSTRA / HESDY LONWIJK




Door Piet van Kampen, gezien 18 juli 2018

In twee jaar tijd schrijft toneelschrijver Timen Jan Veenstra (1984) vier documentaire theaterstukken gebaseerd op Amsterdamse verhalen. Het eerste deel, Tussen werven en hotels, dat in juli 2017 op het Over Het IJ Festival in première ging, behandelde de veranderingen in Tuindorp Oostzaan in Amsterdam-Noord. Het tweede, Kafir, waarvan de première was op 17 maart 2018, ging over Amsterdam-Oost en was een dialoog tussen twee broers die zijn geboren en opgegroeid in een Marokkaans gezin in de Indische Buurt.

In dit derde deel, Het R-woord, dat dit jaar op het Over Het IJ Festival in première ging, breekt Veenstra met de opzet om steeds een ander stadsdeel als uitgangspunt te nemen. Nu onderzoekt hij relaties in de moderne stad waarin verschillende culturen naast elkaar leven. In wat hij zijn meest persoonlijke voorstelling tot nu toe noemt, luisteren we naar de relatieperikelen van twee dertigers, gespeeld door een witte actrice (Stefanie van Leersum) en een zwarte acteur (Anton de Bies).

Tussen de tribune en de twee acteurs loopt een fietspad dat gewoon toegankelijk is. Een leuke vondst, vooral natuurlijk als De Bies toe is aan de tekst: 'Misschien kunnen we achterop bij iemand, een fietser.' In Het R-woord gaat het om de (mis)communicatie tussen een man en een vrouw die al enige tijd een relatie met elkaar hebben. De ruzies en de ruzietjes tussen de twee blijken tegen het eind van de voorstelling te maken hebben met een ingrijpend verlies waarop de twee op verschillende manieren reageren.

Het R-woord mag dan wel Veenstra's meest persoonlijke voorstelling zijn, het plot is al in duizenden boeken en films behandeld. Op zich hoeft dat geen probleem te zijn. Maar dan zou Veenstra er wel in geslaagd moeten zijn - met het typische van Amsterdam, of met het specifieke van dertigers van nu - nieuwe aspecten aan zo'n thema toe te voegen. Helaas komt dat niet echt uit de verf.

Voor het kunnen volgen van het verhaal is het niet storend, maar het is vreemd dat noch regisseur Lonwijk, noch anderen die bij deze productie zijn betrokken, het foutieve gebruik van het begrip 'metafoor' hebben gecorrigeerd. Een aantal keer volgt na wat een hypothetische beschrijving is de opmerking dat het om een metafoor zou gaan. Mijn vorige alinea heb ik bewust afgesloten met een taaluiting die wel een metafoor is en niet een denkbeeldig voorbeeld. Misschien hebben de makers er wat aan.

In Tussen werven en hotels, een monoloog, gespeeld door Stefan Rokebrand in een sobere regie van Olivier Diepenhorst, beschrijft Veenstra in prachtige poëtische zinnen de veranderingen waarmee de bewoners van Tuindorp Oostzaan te maken kregen. De tekst van Kafir, geregisseerd door Veenstra zelf, was minder geslaagd. En ook nu in Het R-woord overtuigt Veenstra als toneelschrijver niet. Niet zozeer omdat het taalgebruik af en toe slordig is, maar vooral omdat Het R-woord nauwelijks iets toevoegt aan wat er al over relatieproblemen is geschreven. Na Tussen werven en hotels had ik meer verwacht van de volgende delen van Kronieken van de stad.
 Gezien op het OVER HET IJ FESTIVAL

 Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Over Het IJ Festival

Recensie: Assholism-a-story-without-a-story-but-with-a-lot-of-ass van Pink Flamingooo

●●○○○

 

ASSHOLISM-A-STORY-WITHOUT-A-STORY-BUT-WITH-A-LOT-OF-ASS


PINK FLAMINGOOO




Door Piet van Kampen, gezien 13 juli 2018

Wat een verrassende en leuke enscenering, geen tribune, geen aparte speelvloer voor de acteurs. Bij Assholism (…) kom je in een met een allegaartje van meubels ingerichte 'huiskamer' met glittergordijnen in plaats van wanden. Je kiest iets uit om op te gaan zitten. Naast of voor je een tafeltje met een schemerlamp en een bakje pinda's.

Gingerella (Willemijn Zevenhuijzen) - haar kleding opengeknipt bij borsten, venusheuvel en billen - neemt het woord: “I built a cosy livingroom and together with my beautiful darlings Miss Black and Miss L.H.Kitten I will give you an assholistic experience with some crooked acts.” Ook bij de kleding van Miss Black (Eva Zwart) en Miss Little Horny Kitten (Tessa Jonge Poerink) heeft de schaar ervoor gezorgd dat lichaamsdelen die meestal bedekt blijven juist benadrukt worden.

Assholism (…) speelt zich af in een intieme ruimte die lijkt uit te nodigen tot contact tussen spelers en publiek. Tussen spelers en elke toeschouwer apart zelfs. Maar terwijl de basisvorm (de enscenering, de kleding) die verwachting wekt, gebeurt in Assholism (…) het tegenovergestelde. Alsof de acteurs juist bang zijn voor dat contact.

Want vooral door het gebruik van handmicrofoons (en de volumeknop op tien) creëren de actrices in Assholism (…) een enorm pantser. Daarmee zorgen ze ervoor dat er (ook als ze vlak voor een toeschouwer staan) steeds een grote afstand blijft.
 

Assholism (…) is een voorstelling waarin drie vrouwen zich afzetten tegen 'normality'. Dat thema is na een paar scènes al wel duidelijk, een verrassende themawisseling is er niet. Waardoor de voorstelling, ondanks de exhibitionistische kledij en ondanks de provocerend bedoelde teksten, me al snel nauwelijks meer weet te boeien.

Al met al blijft Assholism-a-story-without-a-story-but-with-a-lot-of-ass van Pink Flamingooo steken in een verrassende vorm. Het ziet er veelbelovend uit, maar inhoudelijk is het oppervlakkig en nogal puberaal. En door het uit de weg gaan van echt contact met het publiek ook erg afstandelijk. Jammer. 


Gezien op het OVER HET IJ FESTIVAL
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Over Het IJ Festival

Recensie: Tiefer Schweb van Münchner Kammerspiele / Christoph Marthaler

●●○○○

 

TIEFER SCHWEB


MÜNCHNER KAMMERSPIELE / CHRISTOPH MARTHALER




Door Piet van Kampen, gezien 28 juni 2018

 

20.30 tot 21.50 uur. Het geduld van het publiek wordt op de proef gesteld.

We zijn in de toekomst, er zijn problemen met onder meer gevaarlijke bacteriën, klimaatverandering, migranten. In een onderwaterkamer, op het diepste punt van het Bodenmeer (dat ook het drielandenpunt is van Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland), buigt een ambtelijke commissie zich over die problemen. Acht commissieleden, twee vrouwen en zes mannen. Zeven daarvan gaan zich excessief te buiten aan abstract ambtenarenjargon. De achtste roept wanhopig: 'Concreet!'. Regelmatig onderbreken ze hun beraadslagingen voor meerstemmig gezang.

Een commissielid vertelt hoe ze er als kind van droomde om ooit eens het Bodenmeer over te zwemmen. Een geïmmigreerd commissielid slaagt voor zijn inbeieringstoets en mag daarom een Lederhose dragen. Een derde commissielid legt uit dat er maar één hoofdzonde is: ongeduld. Weer meerstemmige gezang. Waaronder volksliedjes uit Duitsland. Of Oostenrijk. Of Zwitserland.

Tijdens zo'n lied met heel veel coupletten maak ik alvast notities over wat ik tot dan toe heb gezien. [De discussies aan de vergadertafel beginnen normaal, maar de teksten worden in no time absurdistisch. Dat is wel leuk, maar dat aaneenrijgen van woorden is typisch voor het Duits. Is dit sowieso niet te Duits? Te Beiers? Werkt dit in Amsterdam? En die liedjes? Die roepen hier toch geen herkenning op? Zouden er toeschouwers weglopen? Ik kijk even. Een stuk of tien. Valt mee] Daarna schrijft een commissielid een brief aan haar geliefde op de oever. Een accordeon komt op eigen houtje uit de coulissen. Vier commissieleden zingen meerstemmig. Met hun hoofden in een urinoir.

21.50 tot 22.35 uur. Het geduld van het publiek wordt beloond.

Zowel Simon & Garfunkel, Procol Harum als Leonard Cohen 'treden op' in de onderwaterkamer. Niemand loopt nu meer de zaal uit. Er klinkt zelfs een voorzichtig aanzetje tot een open doekje. Na Blute nur, du liebes Herz uit de Matthäuspassion van Bach en een paar Zwitserse volksliedjes is het tijd voor filosofische overpeinzingen: Wat is het wezen van de commissiemens? Denken is willen, willen is denken. Is het willen van het niet-willen ook willen?

Er komt tempo in de voorstelling. De commissieleden verschijnen in Duitse, Oostenrijkse, Zwitserse en Chinese klederdracht. Dat laatste omdat ze Chinees willen leren. Als ze in wit ondergoed met planken en prikkeldraad in de weer zijn, meldt Radio Konstanz nog meer onheil. De acht nemen weer plaats aan de vergadertafel om zich over de nieuwe problemen te buigen. Na nog wat gedelibereer en meerstemmig gezang zit hun werk er na ruim twee uur op. Alle acht krijgen ze bloemen.

Bij de première van Tiefer Schweb in München op 24 juni 2017 zijn er regelmatig open doekjes. En de acteurs moeten ook nog eens een keer of tien terugkomen voor applaus. Een groot succes dus daar in de Beierse hoofdstad.

Na Seemannslieder, Maeterlinck en Der Entertainer is dit mijn vierde Marthaler. Bij Seemannslieder (2004) had ik houvast aan Kniertje uit Op Hoop van Zegen en aan de Nederlandse en Vlaamse zeemansliedjes (dankzij Hadewych Minis, Chris Nietveld en Bert Luppes). Bij Maeterlinck (2007) stond de klok op het podium stil en gebeurde er een half uur bijna niets. Dat bij een voorstelling van Marthaler geduld een schone zaak is, wist ik dus al. Der Entertainer (2016) beviel me het meest, misschien omdat ik het stuk (van John Osborne) al kende. 
Mijn probleem met Tiefer Schweb is niet de typische Marthalerstijl waarin Bach en volksliedjes elkaar afwissen, waarin steeds het absurde wordt opgezocht en waarin het geduld van het publiek op de proef wordt gesteld. Mijn probleem is dat grappen over het Duitse ambtenarenjargon en Duitse, of Oostenrijkse, of Zwitserse volksliedjes simpelweg te ver van me af staan.

Gezien tijdens HOLLAND FESTIVAL
 

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Münchner Kammerspiele