Recensie: JR van FC Bergman

●●●○○

 

JR

 

FC BERGMAN




Door Piet van Kampen, gezien 18 juni 2018 

Het decor van JR is een enorme constructie, een open 'gebouw' van veertien meter hoog, met vier verdiepingen en vijfentwintig kamers. Dat enorme decor symboliseert de grootheidswaan van de personages: beurshandelaren en (gefrustreerde) kunstenaars. In en om dat 'gebouw' achttien acteurs (waarvan twee met een camera), eenentwintig figuranten, zevenentwintig crewleden, en ruim vijfhonderd rekwisieten.

Van de vier 'Bergmannen' lopen Joé Agemans en Thomas Verstraeten met een camera, regisseert Stef Aerts ter plaatse waar dat nodig is, en speelt Marie Vinck mee als schooljuf. De overige acteurs zijn gastacteurs van Toneelhuis, Olympique Dramatique, NTGent en KVS. Het publiek zit op vier tribunes aan de vier zijden van het 'gebouw' en ziet dus maar een deel van wat zich er afspeelt. Maar op lamellen op alle vier zijden wordt het live gefilmde verhaal integraal geprojecteerd.

Dat verhaal is gebaseerd op de gelijknamige roman van William Gaddis uit 1975. Tijdens een bezoek met zijn klas aan Wall Street leert de elfjarige JR Vansandt hoe het beurssysteem werkt: 'Je moet spelen om te winnen, en als je speelt moet je winnen.' Met als start een aandeel Typhoon van zevenentwintig dollar bouwt JR aan een imperium.

Als kind heeft JR geen moreel besef, hij ziet alleen kansen en mogelijkheden. Met als stroman zijn leraar Bast (die eigenlijk liever componist zou zijn) en met een leger advocaten en spindoctors veroorzaakt JR toenemende paniek in de beurswereld. Maar uiteindelijk is de aardige en meegaande Bast het grootste slachtoffer.

De twee uur tot de pauze is JR een snelle, voortdurend van aandachtspunt wisselende voorstelling. Een verhaal waarin JR met zijn acties zowel de amorele wereld van grote beursgenoteerde bedrijven als de levens van in hun ambities gefnuikte kunstenaars ontwricht. Met geweldig goed acteerwerk van Jan Bijvoet (als dronken schrijver), Geert Van Rampelberg (als patserige beurshandelaar) en Oscar Van Rompay (als timide componist). 


In de anderhalf uur na de pauze wordt eenzijdig gefocust op de 'losers'. De veel te lange scènes over een drugsverslaafde vrouw (Anne-Laure Vandeputte) en de alcoholische schrijver halen de vaart en de afwisseling uit de voorstelling. Jammer. Gelukkig is de slotscène waarin de wanhopige Bast een vergeefse poging doet om JR het belang van immateriële waarden te laten inzien weer wel de moeite waard.


Gezien tijdens HOLLAND FESTIVAL

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: FC Bergman

RIROTONEELRECENSIES: TOPVIJF VAN ACTEURS VAN HET SEIZOEN 2017-2018.

 

TOPVIJF VAN ACTEURS VAN HET SEIZOEN 2017-2018




Door Piet van Kampen, geplaatst 13 juni 2018

Vijf ten onrechte niet door de Toneeljury van de VSCD voor een van de Toneelprijzen 2018 genomineerde acteurs. In alfabetische volgorde.

Jan-Paul Buijs voor zijn rol in De Huisbewaarder van Toneelschuur Producties/Paul Knieriem
Door steeds heel zacht, maar toch goed verstaanbaar, te spreken, benadrukt Jan-Paul Buijs in De Huisbewaarder de kwetsbaarheid van zijn personage Aston. Ook met zijn lichaamstaal, met de uiterst trage manier bijvoorbeeld waarop hij in zijn zakken naar zijn aansteker zoekt, benadrukt hij die kwetsbaarheid. In de slotscène gaat Aston, ondanks de onzekere bewegingen die het gevolg zijn van zijn psychische handicap, voor zijn fysiek veel sterkere broer staan om de zwerver Davies de deur te wijzen. Het 'nee' dat in het script staat, is door wat Buijs met zijn lichaamstaal uitdrukt eigenlijk niet eens meer nodig.

Thomas Cammaert voor zijn rol in Romeo en Julia van Toneelgroep Oostpool

Cammaert zegt er als Lorenzo in de voorstelling zelf over: 'Frater Lorenzo, saaie kutrol, Jezus!' Maar de rol van Lorenzo in Romeo en Julia van Toneelgroep Oostpool is groter dan in de hedendaagse opvoeringspraktijk gebruikelijk is. Lorenzo heeft niet alleen het eerste, maar ook laatste woord. Thomas Cammaert is door de perfecte balans tussen de tongue in cheek manier waarop hij zijn tekst uitspreekt en de schalkse blik waarmee hij daarbij over zijn schouder de zaal in kijkt de uitblinker in deze radicaal bewerkte Romeo en Julia.

Jacobien Elffers voor haar rol in Ophelia van Veenfabriek /Joeri Vos

Jacobien Elffers maakt in Ophelia moeiteloos de tijdsprong van Ophelia die een dialoog heeft met Hamlet naar Harriet die bekvecht met Berlioz. Van het Engels met een Iers accent, als Harriet Smithson, schakelt ze probleemloos naar het Nederlands als ze redetwist met Hamlet of met de Regisseur. Ook met het Amerikaans Engels van een tiener en het Frans in het Chanson de Solomom heeft ze geen enkele moeite. Wat Elffers in de waanzinscène en in de sterfscène uit de opera Hamlet van AmbroiseThomas laat zien, is van ongekend hoog niveau.

Abke Haring voor haar rol in Platina van Toneelhuis & Zuidpool / Abke Haring

Haar voorstelling is opgenomen in RiRo's Toptien en geselecteerd voor zowel het Nederlandse als het Vlaamse Theaterfestival. Is dat niet genoeg? Nee, dat is niet genoeg. Want niet alleen als maker, ook als actrice levert Abke Haring met haar rol in Platina een prestatie van vanjewelste. Hoe ze staat, leunend op de tafel, linkerbeen gebogen, rechterbeen gestrekt naar achteren. Hoe ze daarbij met onrustige bewegingen de onhandigheid van de communicatie benadrukt. En dan ook nog eens haar superieure tekstbehandeling. 

Matthijs van de Sande Bakhuyzen voor zijn rol in Bij jou begin ik van Frascati Producties/Charli Chung

De manier waarop Matthijs van de Sande Bakhuyzen acteert in Bij jou begin ik, een monoloog van anderhalf uur, is overrompelend. Zijn timing, zijn expressie, zijn lichaamstaal, alles is zo precies, de pauzes tussen de woorden zo functioneel. Daardoor geeft Van de Sande Bakhuyzen je het gevoel dat zijn personage echt met het publiek in gesprek is, een dialoog heeft met elke toeschouwer. En die overrompelende manier van acteren weet hij de hele voorstelling vast te houden.

Dit zijn de veertien acteurs die door de Toneeljury van de VSCD Toneelprijzen wel werden genomineerd voor de Louis d’Or, Theo d’Or, Arlecchino en Colombina: 

Eelco Smits voor zijn rol in Vergeef ons - Toneelgroep Amsterdam / Toneelhuis
Bruno Vanden Broecke voor zijn rol in
PARA - KVS / David Van Reybrouck, e.a.
Steven Van Watermeulen voor zijn rol in Onderworpen - NTGent
Marieke Heebink voor haar rol in Oedipus - Toneelgroep Amsterdam
Karina Holla voor haar rol in ROMP - De Gemeenschap
Alejandra Theus voor haar rol in Revolutionary Road - Theater Rotterdam / Toneelschuur Producties
Michiel Blankwaardt voor zijn rol in Woiski vs Woiski - Orkater / Bijlmerpark Theater
Arnon Grunberg voor zijn rol in De Mensheid - LOD Muziektheater
Rick Paul van Mulligen voor zijn rol in Othello – Het Nationale Theater
Vanja Rukavina voor zijn rol in The Nation – Het Nationale Theater
Anniek Pheifer voor haar diverse rollen in Gidsland - mugmetdegoudentand
Maureen Teeuwen voor haar rol in Dumas/La Dame/DeSade - Maatschappij Discordia
Dionne Verwey voor haar rol in De Blackout van ’77 - Orkater / Sir Duke
Romana Vrede voor haar rol in
The Nation - Het Nationale Theater
Ga voor meer informatie over de VSCD Toneelprijzen naar:Theater Festival


Recensie: Anna Karenina-allerdings mit anderem Text und auch anderer Melodie van DeutschesSchauSpielHausHamburg/Clemens Sienknecht & Barbara Bürk

●●●●○

 

ANNA KARENINA-ALLERDINGS MIT ANDEREM TEXT UND AUCH ANDERER MELODIE

 

DEUTSCHES SCHAUSPIELHAUS HAMBURG / CLEMENS SIENKNECHT & BARBARA BURK


Door Piet van Kampen, gezien 8 juni 2018

Zoals ze dat in 2016 ook al deden met de roman Effie Briest van Theodor Fontane uit 1894, stoffen regisseurs Clemens Sienknecht & Barbara Bürk nu Anna Karenina van Tolstoi uit 1877 grondig af. Hetzelfde concept, nagenoeg dezelfde enscenering en dezelfde acteurs. Radio Briest van toen is omgedoopt in Radio Karenina en de live gespeelde hits zijn nu bijna allemaal uit de zeventiger en tachtiger jaren.

Eerst komt alleen Clemens Sienknecht het podium op, met blonde pruik. Op gitaar, keyboard en drums mixt hij stap voor stap het nummer Lisztomania van Phoenix. Dan is het zover, op Radio Karenina begint de radioserie Berühmte Seitensprünge der Weltliteratur. Deze keer met in de tragische hoofdrol Anna Karenina, die als een blok valt voor graaf Vronski in glitterpak (Yorck Dippe). Met hem lijkt ze het geluk te hebben gevonden. Maar helaas, het loopt niet goed af. Het omgekeerde overkomt Kitty die eerst door Levin is afgewezen, maar uiteindelijk toch met hem trouwt. In een hilarische ceremonie met Michael Wittenborn als pope.

De radioshow (en dus het spel) wordt regelmatig onderbroken door reclamespotjes en flitsmeldingen. Maar vooral door live uitgevoerde muziek die aansluit bij het verhaal, van onder meer The Bangels, Eurythmics, Grandmaster Flash, Pink Floyd, en Michael Jackson. Net als bij Effie Briest zijn het Engelstalige songs en is er geen enkele Duitstalige schlager bij. Wel weer op het eind één Frans chanson, gezongen door Ute Hannig als Anna. Als afsluiter vertolkt Sienknecht loepzuiver Don't Talk (Put Your Head On My Shoulder) van de Beach Boys. Op de valreep toch nog even een uitstapje naar de sixties dus.

Boven mijn recensie van Effie Briest - allerdings mit anderem Text und auch anderer Melodie, ook van DeutschesSchauSpielHausHamburg, zette ik twee jaar geleden drie groene ballen. Meteen na de voorstelling van vanavond wist ik dat het er nu boven Anna Karenina vier moesten worden. Maar een sluitende verklaring voor dat gevoelsmatige besluit heb ik niet. Want hoe kan het dat ik Anna Karenina hoger aansla terwijl het procedé nagenoeg identiek is? Komt het omdat ik het verhaal van Anna wel al ken, terwijl het verhaal van Effie toen nieuw voor me was? Dat ik daardoor de grappen en verwijzingen nu sneller oppik?

Het kan natuurlijk ook dat Anna Karenina gewoon beter in elkaar zit dan Effie Briest. Tenslotte hebben de makers de gelegenheid gehad minder sterke punten te verbeteren. Is dat het? Als het om films zou gaan, zou ik het kunnen controleren. Maar het is toneel, ik moet het doen met alleen mijn geheugen. Zijn die vier groene ballen dan wel terecht? Ja, toch wel. Al was het alleen maar voor de met een open doekje beloonde manier waarop Sienknecht halverwege de voorstelling, zichzelf begeleidend op keyboard, losse zinnen met het woord 'love' uit ruim vijftig verschillende popsongs aan elkaar zingt.

Bij Schauspiel Hannover maakten Sienknecht & Bürk ook nog Madame Bovary - allerdings mit anderem Text und auch anderer Melodie. In een vergelijkbaar concept. Dus ook met live uitgevoerde hits. Maar dan zonder het radio-aspect, en met acteurs van Schauspiel Hannover.
Gezien tijdens HOLLAND FESTIVAL

Ga voor voor meer informatie naar: Deutsches Schauspielhaus Hamburg

RIRO'S TOPTIEN VAN HET SEIZOEN 2017 - 2018

RIRO'S TOPTIEN VAN HET SEIZOEN 2017-2018



Door Piet van Kampen, 5 juni 2018

Van de zestig voorstellingen die ik het afgelopen seizoen zag, maakten deze de meeste indruk:

1.   Para van David Van Reybrouck, Raven Ruëll & Bruno Vanden Broecke / KVS
2.   Platina van Toneelhuis & Zuidpool / Abke Haring
3.   Uit het leven van marionetten van Toneelgroep Amsterdam / Nanouk Leopold
4.   De Huisbewaarder van Toneelschuur Producties / Paul Knieriem
5.   Vanish Beach van Hof van Eede
6.   Weiblicher Akt 8: Dumas/LaDame/DeSade van Maatschappij Discordia
7.   Majakovski/Oktober van De Warme Winkel
8.   Poquelin II van Tg STAN e.a.
9.   Plattegrond van de kunst en omstreken van 't Barre Land
10.  Uit de tijd vallen van Theater Zeelandia & LOD / Marlies Heuer

Een bijzondere vermelding krijgt Orfeo-je suis mort en Arcadie van Théâtre des Bouffes du Nord / Samuel Achache, Jeanne Candel & Florent Hubert. Uit Parijs. Dus niet uit Nederland of Vlaanderen. 

De voorstelling Chekhov’s First Play van Dead Centre uit Dublin die bij RiRo's toptien van vorig seizoen een bijzondere vermelding in de wacht sleepte, is van 11 t/m 13 oktober te zien in de Stadsschouwburg Amsterdam.

Theaterverhaal: Over de dood. En over rouwen. Marlies Heuer met een tekst en acteren / Alain Platel met een film en muziek

 

OVER DE DOOD. EN OVER ROUWEN.


MARLIES HEUER MET EEN TEKST EN ACTEREN / ALAIN PLATEL MET EEN FILM EN MUZIEK




Door Piet van Kampen, geplaatst 31 mei 2018

Marlies Heuer balanceerde zelf op het randje van de dood, Alain Platel verloor onder meer zijn vader. Beiden maakten een voorstelling waarin de dood en rouwen de hoofdthema's zijn. Ik zag de twee voorstellingen vlak na elkaar. Op vrijdag 18 mei REQUIEM POUR L van les ballets C de la B / Alain Platel & Fabrizio Cassol in de Stadsschouwburg Amsterdam. Vijf dagen later, op woensdag 23 mei, in de Toneelschuur in Haarlem, Uit de tijd vallen van Theater Zeelandia en LOD / Marlies Heuer.

Mevrouw L wist dat ze ging sterven en liet haar sterfbed filmen. Ruim anderhalf uur laat Alain Platel ons in close-up naar haar gezicht kijken totdat uiteindelijk haar mond openvalt. Voor alle zekerheid imiteert de accordeonist op dat moment het geluid van de laatste adem.

REQUIEM POUR L is behalve film ook muziek. Daarbij maken de vijftien zangers en muzikanten weliswaar door Platel gechoreografeerde dansbewegingen. Maar echte dansers, zoals in andere voorstellingen van Platel, zijn er niet. Acteurs ook niet. De meeste zangers en muzikanten zijn zwart. Mevrouw L is wit. De door Cassol gecomponeerde muziek in REQUIEM POUR L begint steeds met een fragment uit het Requiem van Mozart om dan over te gaan in iets anders. Na een half uur is de verrassing - de overgang van Mozart naar Afrikaanse ritmes, en de switch van Latijn naar Linghala of Swahili - wel uitgewerkt. Nou vooruit dan, na drie kwartier.

De overgrote meerderheid van het publiek applaudisseert na REQUIEM POUR L langdurig. Ben ik de enige die vindt dat Platel en Cassol opzichtig op de ontroering hebben ingezet?

Vijf jaar na de dood van zijn in Libanon gesneuvelde zoon Uri vindt de Israëlische schrijver David Grossman met Uit de tijd vallen, een verhaal in stemmen (2012) een manier om het verdriet van ouders die een kind verliezen onder woorden te brengen. Hij gebruikt daarbij verschillende vertelvormen naast elkaar: de structuur lijkt op die van een toneeltekst, de woorden zijn soms pure poëzie, op andere momenten lyriek. Het is een boek dat vraagt om een toneelbewerking.

Marlies Heuer deed dat, ze bewerkte samen met Alex Mallems de tekst van David Grossman (in de vertaling van Ruben Verhasselt, niet Hasselt zoals in de voorstellingsinformatie staat), regisseerde de voorstelling zelf en speelt ook een van de personages. In augustus 2017 was de voorstelling te zien tijdens het Zeeland Nazomerfestival, in mei 2018 is er een korte tournee.

Zoekende poëtische zinnen van de man (Theo Nijland) en de vrouw (Marlies Heuer) en recht voor zijn raap proza van de Centaur (Dic van Duin) wisselen elkaar af. De beschrijvingen van de stadschroniqueur (een uitstekende Jan-Paul Buijs) zorgen voor de verbinding daartussen. Met de manier waarop ze de zes acteurs hun teksten laat zeggen en waarop ze ze laat bewegen, voegt regisseur Heuer met haar voorstelling een extra laag toe aan Grossmans toch al aangrijpende tekst.

In Uit de tijd vallen wordt met tekstbehandeling of acteren op geen enkel moment op effect gespeeld. Juist daarom ontroert deze voorstelling veel meer dan die van Platel en Cassol. Na het Zeeland Nazomerfestival was Uit de tijd vallen nog zes keer in een zaal te zien. Dat is veel te weinig.
Ga voor meer informatie over REQUIEM POUR L naar: les ballets C de la B

Ga voor voor meer informatie over Uit de tijd vallen naar: Theater Zeelandia

Recensie: De Rechtvaardigen van Toneelschuur Producties/Eline Arbo

●●●●○

 

DE RECHTVAARDIGEN

 

TONEELSCHUUR PRODUCTIES / ELINE ARBO



Door Piet van Kampen, gezien 17 mei 2018

Moskou, februari 1905. In een kleine kamer met onder meer een schaakspel, een fles wodka en vijf opgestapelde matrassen, bereiden vijf jonge revolutionairen een aanslag voor. Dora (Judith van den Berg) heeft de bommen geprepareerd. Yanek, bijgenaamd 'de dichter' (Matthijs IJgosse) zal de eerste bom gooien, Alexis Voinov (Benno Veenstra) de tweede. Als Stepan (Chiem Vreeken) te fel in discussie gaat met Yanek, maakt de leider van de groep, Boria (Laura De Geest), daar een eind aan.

Albert Camus baseerde Les Justes (1949) op historische gebeurtenissen en ook de standpunten van de vijf revolutionairen ontleende hij mede aan de realiteit. Zo klinken bijvoorbeeld in de felle discussie tussen Yanek en Stepan in de eerste akte ideeën van hemzelf en van Sartre door.

In eerste instantie volgt de bewerking van regisseur Eline Arbo nauwgezet de tekst van Camus (in de vertaling van Max Croiset). Maar nadat in de tweede akte de aanslag mislukt, en het in de derde akte wel lijkt te lukken, neemt Arbo plotseling een andere afslag dan Camus.

In haar 'Crashtest Camus' stappen de acteurs in die derde akte een voor een uit hun rol om als jongeren van nu met elkaar in discussie te gaan. De vijf blijven daarbij, net als eerder hun personages, ieder een eigen standpunt innemen. Vooral daardoor vormt dat tweede deel toch een organisch geheel met het eerste.

Met de in stijl volledig van elkaar verschillende kostuums (van Rebekka Wörmann) wordt het verhaal van de vijf Russische revolutionairen al universeler gemaakt. De verwijzingen naar bijvoorbeeld Syrië en de Gazastrook in het tweede deel, trekken de thematiek van Camus ook nog eens expliciet naar de actualiteit van vandaag.

Het is Eline Arbo met De Rechtvaardigen gelukt om een verrassende tijdsprong te maken zonder dat dat tot een breuk in de voorstelling leidt. De manieren waarop de vijf jonge Russische revolutionairen een betere wereld willen creëren, weet ze inhoudelijk naadloos door te trekken naar de ideeën waarop jongeren van nu hun maatschappelijke standpunten baseren. Dat maakt van De Rechtvaardigen niet alleen een heel goede, maar ook een heel relevante voorstelling.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Toneelschuur Producties

Recensie: Platina van Toneelhuis & Zuidpool / Abke Haring

●●●●● 

 

PLATINA


TONEELHUIS & ZUIDPOOL / ABKE HARING



Door Piet van Kampen, gezien 2 mei 2018

Wat Abke Haring (tekst en regie) in haar ontroerende voorstelling Platina op indringende manier laat zien is het pijnlijke onvermogen om contact te maken. Een man en een vrouw doen vijftig minuten lang steeds wanhopigere pogingen tot communicatie. Platina is vijftig minuten pijn op een aangrijpende manier verbeeld.

Na een zwijgende proloog waarin die pijn nog alleen van de gezichten van de twee acteurs is af te leiden, volgt een Pinteriaanse dialoog. De man zit onbeweeglijk in zijn stoel. De vrouw staat, leunend op de tafel, linkerbeen gebogen, rechterbeen gestrekt naar achteren. Met onrustige bewegingen benadrukt ze de onhandigheid van hun communicatie. Steeds hoekiger worden haar bewegingen, uiteindelijk hebben ze wel wat van een door Alain Platel gechoreografeerde dans.


Door het contrast tussen het fysieke en heel expressieve spel van de vrouw (Abke Haring) en het voornamelijk onbeweeglijke lijden van de man (Koen van Kaam) is er meteen al spanning. En die spanning blijft er tot het eind van de voorstelling. 


Het geluid uit de speakers verandert van wat lijkt op dat van een machinekamer van een schip in minimal music. De man zit op zijn stoel. 'Wat wil je horen?', vraagt hij. De vrouw is achter hem gaan staan, haar handen en haar hoofd zijn geen moment in rust. Bij elke vraag van hem zien we aan haar mimiek hoe ze lijdt onder haar onvermogen echt contact met hem te hebben.

Steeds is er ook een dialoog tussen het spel en de soundscape (van Jimi Zoet). Geluid en acteren vullen elkaar soms aan, op andere momenten contrasteren ze juist. Bij een toenemende beat in de muziek beweegt nu ook de man. Samen bewegen de man en de vrouw steeds uitbundiger. Maar ook in die dans blijven hun lichamen de verkramping van hun wanhoop uitdrukken.

De muziek gaat over in geruis van stemmen ergens ver weg. De man en de vrouw zijn allebei gaan zitten. De hoofden van Haring en Van Kaam draaien heel langzaam synchroon dezelfde kant op. Terwijl hun woorden het tegenovergestelde zeggen. Die vertellen hoe de man en de vrouw steeds verder uit elkaar zijn gegroeid.

De laatste zin van de vrouw: 'De spijt, hier, in mij, is het enige wat van ons over blijft'. Dan een zwijgende epiloog. Nu zit de vrouw. De man staat achter haar.

Harings tekst is mooi. Poëtisch. Korte, soms onafgemaakte zinnen. Maar het is toch vooral wat ze als maker met haar regie, met haar choreografie, en met haar fysieke spel daaraan toevoegt wat Platina maakt tot het juweeltje dat het is geworden.
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Toneelhuis of Zuidpool

Recensie: Oedipus van Toneelgroep Amsterdam/Robert Icke

●●●●○

 

OEDIPUS

 

TONEELGROEP AMSTERDAM / ROBERT ICKE



Door Piet van Kampen, gezien 12 april 2018

In de vrije, hedendaagse bewerking van Oedipus door de Britse regisseur Robert Icke (1988) is het de avond van de verkiezingen. Op de tv's in het campagnekantoor komen de eerste prognoses binnen. We zien op een groot scherm dat Oedipus (Hans Kesting) in zijn laatste tv-optreden heeft toegezegd dat hij het onderzoek naar de dood van Laius zal heropenen. Zijn campagneleider Creon (Aus Greidanus jr.) vindt dat geen goed idee.

Dan komt de blinde Tiresias (Hugo Koolschijn) langs met het raadselachtige verhaal dat Oedipus zijn vader vermoordde en daarna trouwde met zijn moeder. Oedipus wordt kwaad en noemt hem een oude gek en een charlatan. 'Ik kan je niet helpen, het is al gebeurd', verzucht Tiresias voordat hij het campagnekantoor wordt uitgegooid. In de bewerking van Icke verwijst de 'voorspelling' dus naar het verleden.

In de scène daarna, het laatste avondmaal in het tijdelijke campagnekantoor, gebeurt het omgekeerde. Aan tafel gaan de twee puberzonen van Oedipus, Eteocles en Polynices, vooruitlopend op hun latere dodelijke twist, nu alvast stevig met elkaar in de clinch.

Net als bij Koning Oedipus van Sophocles (429 v. Chr) weet ook nu het publiek meer dan de personages. Op het podium een aftellende digitale klok. Oedipus zal de gruwelijke waarheid ontdekken voor die klok op 00.00 staat. In de laatste vijftien minuten voel je de spanning in de zaal toenemen.

De beginscènes zijn erg sterk. De scène met de maaltijd bijvoorbeeld is een juweeltje. Het tempo is hoog en het gesprek aan tafel springt op een natuurlijke manier van politiek naar de dingen die in het gezin spelen. Waardoor Icke er terloops ook wat moderne opvattingen over seksualiteit in kwijt kan.

De slotscènes zijn ook om van te smullen. De verhuizers hebben bijna alle meubels uit het campagnekantoor al meegenomen, er staan alleen nog een bank en een salontafeltje. Er zijn nog twaalf minuten te gaan als Oedipus eindelijk tijd heeft om te praten met Merope (Frieda Pittoors), de vrouw die hij tot aan dat gesprek als zijn biologische moeder heeft beschouwd. Als hij vlak na dat gesprek tegen zijn vrouw Jocaste (van wie het publiek weet dat ze zijn werkelijke moeder is) zegt: 'Zij heeft meer van mij gehouden dan de vrouw die mij heeft gedragen', is de ontzetting in de zaal hoorbaar.

Maar niet alle scènes in Icke's bewerking van Oedipus hebben hetzelfde hoge niveau en zijn zo spannend als de beginscènes en het huiveringwekkende slot. Als Jocaste (Marieke Heebink) bijvoorbeeld beetje bij beetje aan Oedipus vertelt wat Laius haar heeft aangedaan toen ze dertien was, is Icke's tekst wel erg larmoyant. Ook met het gebruik van vertragingen en aanzwellende muziek maakt Icke sommige scènes, in ieder geval naar mijn smaak, net iets te sentimenteel.

Aan het begin is het podium een volledig ingericht campagnekantoor met alles erop en eraan. Door het stap voor stap ontmantelen van dat decor volgt de scenografie (van Hildegard Bechtler) op ingenieuze wijze wat Oedipus doormaakt. En dan is er ook nog eens het briljante acteren van Marieke Heebink en Hans Kesting. Mede om die twee redenen vind ik Oedipus van Toneelgroep Amsterdam in de regie van Robert Icke ondanks wat minpuntjes toch een heel goede voorstelling.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Toneelgroep Amsterdam

Recensie: Bij jou begin ik van Frascati Producties/Charli Chung

●●●○○

 

BIJ JOU BEGIN IK

 

FRASCATI PRODUCTIES / CHARLI CHUNG




Door Piet van Kampen, gezien 11 april 2018 

In de eerste scène van Bij jou begin ik is Matthijs van de Sande Bakhuyzen een verliefde man die hunkert naar zijn door zijn verliefdheid geïdealiseerde Simon. Als hij beschrijft hoe ideaal de man is naar wie hij verlangt, betrekt hij de zaal erbij. Hij vraagt ons om in gedachten eigenschappen aan Simon toe te voegen zodat de ideale Simon een gedeelde ervaring kan worden.

Van de Sande Bakhuyzen wacht even tot we daar mee bezig zijn. Dan richt hij zich weer direct tot ons: 'Maar maak hem niet te klein! 'Niet alles mag!' 'Welke verandering je ook aanbrengt, houd hem sterk.' 'En jong.' 'En begeerlijk.' 'Simon is begeerlijk!'

Bart van den Donker schreef vorig jaar de tekst voor The Dreamers, de afstudeervoorstelling van regisseur Charli Chung. Dat was een bewerking van Bertolucci's gelijknamige film. De monoloog Bij jou begin ik is een oorspronkelijke tekst van Van den Donker waarin, in elke relatie die de ik-figuur heeft, steeds een ander aspect van verlangen, verliefdheid en seksualiteit aan de orde komt.

In de eerste scène idealiseert de ik-figuur het object van zijn verlangen. Daarna volgen scènes over relaties met onder andere een intellectueel en met iemand die seks heeft tegen betaling. De laatste scène in Bij jou begin ik is het spiegelbeeld van de eerste. Nu is de ik-figuur de begeerde, en is het de ander, Giovanni, die zich verlaten en eenzaam voelt.

Weliswaar ligt in elke scène het accent op een ander aspect van seksuele relaties, maar een monoloog van anderhalf uur over een en hetzelfde onderwerp is toch wel vrij veel. Misschien wel teveel, inkorten tot ongeveer een uur zou de voorstelling waarschijnlijk goed hebben gedaan.

Dat neemt niet weg dat de manier waarop
Matthijs van de Sande Bakhuyzen in die anderhalf uur acteert overrompelend is. Zijn timing, zijn expressie, zijn lichaamstaal, alles is zo precies, de pauzes tussen de woorden zo functioneel. Daardoor geeft hij je het gevoel dat hij echt met het publiek in gesprek is, dat hij een dialoog heeft met elke toeschouwer. En die overrompelende manier van acteren weet hij de hele voorstelling vast te houden.

Chung liet in The Dreamers al zien dat hij een goede acteursregisseur is. Wat bij het maken van Bij jou begin ik de rol van de regisseur is geweest en wat de acteur zelf heeft ingebracht, weet ik natuurlijk niet. Maar ik ga er toch van uit dat de grote indruk die het acteren van Matthijs van de Sande Bakhuyzen in deze monoloog maakt voor een niet gering deel de verdienste is van regisseur Charli Chung.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Frascati Producties

Recensie: Vergeef ons van Toneelhuis & Toneelgroep Amsterdam/Guy Cassiers

●●○○○

 

VERGEEF ONS


TONEELHUIS & TONEELGROEP AMSTERDAM / GUY CASSIERS




Door Piet van Kampen, gezien 4 april 2018

In de roman May we be forgiven uit 2012 van A.M. Homes wil de sociaal voelende twaalfjarige Nate, de zoon van een zeer gefortuneerde televisiebaas, voor zijn bar mitswa naar het dorp in Afrika dat hij (hoe jong hij ook is) sponsort. Zijn vader en moeder kunnen niet mee. Zijn vader George zit in een inrichting omdat hij eerst een echtpaar doodreed en van hun zoon Ricardo een wees maakte. Daarna brengt hij zijn vrouw Jane om (als hij haar met zijn broer Harry betrapt).
 
Daarom gaat Nate naar zijn dorp in Afrika met zijn oom Harry (die zijn voogd is geworden), zijn elfjarige zusje Ashley, die net als hij op een peperdure (kost)school zit. En met Ricardo, die op Nate's verzoek ook door oom Harry onder zijn hoede is genomen.
 

Voor die reis werd het leven van Harry, een vijftigjarige professor in de 'Nixonologie', bepaald door wat hem overkwam. Maar in het Afrikaanse dorp geeft de plaatselijke medicijnman hem iets waar hij in eerste instantie strontziek van wordt. Maar hij houdt vol. En terug in Amerika blijkt Harry 'getransformeerd' van een secundair reagerende wereldvreemde geleerde tot een empathische familieman.

Alle gebeurtenissen in het Afrikaanse dorp zijn volledig weggelaten in de voorstelling Vergeef ons. Waarom? Cassiers zegt in een interview: “Vergeef ons van A.M. Homes geeft ons een beeld van de relationele vervreemding en emotionele verwarring van ons tijdsgewricht, zonder cynisch te worden en zelfs met een verrassend optimistisch einde.” Verrassend? Ja, dat lukt op die manier natuurlijk wel. Je haalt de scènes waarin het toewerken naar dat optimistische slot in geuren en kleuren wordt beschreven eruit 'et voila' je hebt een voorstelling met een verrassend einde.
 

In Vergeef ons hebben de acteurs geen zendmicrofoons. Ze gebruiken van die 'ouderwetse' die je in een standaard kunt schuiven maar ook in je hand kunt nemen. Het gebruik van microfoonstandaards leidt haast onvermijdelijk tot vrij statisch acteren, waardoor Vergeef ons af en toe meer een hoorspel is dan een voorstelling. Tien jaar geleden in zijn bewerking van De Geruchten van Hugo Claus werkte Cassiers overigens ook al op die manier. En ook toen werd zo'n microfoon af en toe als penis gebruikt. Maar De Geruchten was gebaseerd op een prachtige roman van een groot schrijver.

A.M. Homes rijgt in haar (overschatte) roman May we be forgiven een grote hoeveelheid korte gebeurtenissen in sneltreinvaart aan elkaar. Om die er in de voorstelling in tweeënhalf uur doorheen te jagen, spreken de acteurs dan ook zo snel dat het nog net verstaanbaar is. Om dezelfde reden zijn Evelien Bosmans en Jip van den Dool de klos. Die twee moeten voor vaak nauwelijks relevante scènes (het bezoek van de hondenvrijwilgster of van de insectenverdelger bijvoorbeeld) respectievelijk zestien en tien verschillende personages spelen.
 

De speelstijlen van de acteurs verschillen nogal in Vergeef ons. Chris Nietvelt en Steven Van Watermeulen zetten in op vet en karikaturaal. Evelien Bosmans en Jip van den Dool ontkomen er door al die personages natuurlijk niet aan aan om er typetjes van te maken. Dat Eelco Smits desondanks van het begin tot het einde een geloofwaardige Harry weet neer te zetten, is dan ook een geweldige prestatie.
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Toneelhuis of naar
Toneelgroep Amsterdam

Recensie: Actrice van Théâtre des Bouffes du Nord/Pascal Rambert

●●●○○

 

ACTRICE

 

THÉÂTRE DES BOUFFES DU NORD / PASCAL RAMBERT




Door Piet van Kampen, gezien 30 maart 2018 

Een Russisch stuk in het Frans. Pascal Rambert schreef Actrice voor het Moskouse Kunsttheater, hetzelfde theater waarvoor Tsjechov ooit De Meeuw schreef. Actrice is een tragikomedie over de laatste dagen van Eugenia, die zelf rustig en sereen blijft bij het idee dat haar leven binnenkort is afgelopen. Maar bij haar familie en haar collega's komen de emoties los: 'Door dood te gaan heb ik kokend water op een mierenhoop gegooid'.

De speelvloer is een oceaan van kunstbloemen. In Moskou eert het publiek als het een acteur of actrice bewondert hem of haar met bloemen bij het applaus. Vandaar. Maar bloemen die zijn afgesneden om in een vaas te worden gezet symboliseren natuurlijk ook het sterven.

Het is even wennen dat personages als ze het over 'mijn land' hebben niet Frankrijk bedoelen maar Rusland. Want schrijver/regisseur Rambert heeft het stuk naar het Frans omgezet zonder verdere aanpassingen. Het helpt wel dat ook de namen Russisch zijn gebleven. Zo heet Eugenia's ladderzatte echtgenoot (l'alcolisme c'est ma vie!) Pavel, en hun zoontje Dimitri.
 

Net als in Tsjechov's De Meeuw is er ook in Actrice een stuk in het stuk. In dit geval met daarin met bloemen behangen allegorische figuren, waarbij er een opvallend onderscheid is tussen La mort mystique en La mort physique. Die laatste (gespeeld door Yuming Hey) houdt zich in de eerste twee uitbundige aktes op de achtergrond. In de derde en laatste komt hij als enige in beweging: de dood van Eugenia komt nu heel dichtbij.

Logisch dat collega-acteurs en regisseurs die afscheid komen nemen van een stervende actrice het over allerlei aspecten van theater hebben. Maar Rambert grijpt die, door hemzelf gecreëerde, mogelijkheid wel erg gretig aan om zijn standpunten over het hedendaagse theater uitvoerig over het voetlicht te brengen. En dat doet hij dan ook nog eens vooral via het middel van de monoloog. Rambert heeft sowieso de neiging erg veel uit te leggen, en zijn personages erg veel woorden in de mond te leggen, terwijl ze met wat minder tekst hun punt ook wel zouden hebben kunnen maken.

Na deze kritische opmerking wordt het tijd voor een afsluitende alinea waarin alleen maar plaats is voor bewondering. Want de dialoog waarin de gevoelige actrice Eugenia (Marina Hands) en haar zus Kesnia, de harde zakenvrouw (Audrey Bonnet) elkaar de waarheid zeggen, is van een ongekend hoog niveau. Niet alleen zijn de beide Franse topactrices in die scène op hun best, ook inhoudelijk is dit een meesterlijke scène. Vooral omdat het publiek dat tijdens de voorstelling is verleid om de kant van Eugenia te kiezen door deze dialoog wordt gedwongen zich af te vragen of dat wel terecht was. En wat zijn ze goed Marina Hands en Audrey Bonnet! 


Gezien tijdens BRANDHAARDEN

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Stadsschouwburg Amsterdam

Recensie: The Prisoner van Théâtre des Bouffes du Nord/Peter Brook & Marie-Hélène Estienne

●○○○○

 

THE PRISONER


THÉÂTRE DES BOUFFES DU NORD / PETER BROOK & MARIE-HÉLÈNE ESTIENNE



Door Piet van Kampen, gezien 28 maart 2018 

Hoeveel parabels, soms met en soms zonder fabeldieren, zullen er in de loop van de geschiedenis zijn bedacht of geschreven? Tienduizenden? Meer? Hoe dan ook, de overgrote meerderheid daarvan is na korte tijd beland in de eeuwigdurende vergeetput van allegorische verhalen. Nog geen honderd zijn er aan dat lot ontsnapt, en een aantal daarvan wordt nu tot de wereldliteratuur gerekend.

Een van de beroemdste is het grote Indiase epos Mahabharata. Dertig jaar geleden werd dat meesterwerk door Jean-Claude Carrière bewerkt voor toneel, en door regisseur Peter Brook op de planken gebracht. Drie jaar geleden maakte hij van een deel daarvan een nieuwe voorstelling, Battlefield, dat van woensdag 21 tot en met zaterdag 24 maart 2018 in het kader van Brandhaarden te zien was in Amsterdam.

Op 93-jarige leeftijd besloot Peter Brook zelf ook maar eens een parabel te schrijven. Misschien dacht hij: iemand die zo'n succesvolle bewerking van de Mahabharata kan maken dat er ook een filmversie van kwam, doet dat wel even. Op 6 maart 2018 was de première in Parijs. En nu, iets meer dan drie weken later, beleeft The Prisoner zijn Nederlandse première in Amsterdam.

Het is bepaald geen genoegen om daarbij aanwezig te zijn. Op de eerste plaats blijkt de minimalistische vorm waar Brook altijd voor kiest wel redelijk te werken bij een goed verhaal, maar bij dit moralistische niemendalletje, vol clichés waar zelfs een pulpschrijver als Coelho zich voor zou schamen, komt dat gemimede thee drinken en dat gemimede rat eten kinderachtig over.

Even in het kort het verhaal. In een denkbeeldig land verliest een man zijn vrouw en doet het daarom voortaan maar met zijn dan dertienjarige dochter Nadia. Voor alle zekerheid stuurt hij zijn zoon Mavuso weg. Na een aantal jaar komt Mavuso terug, ziet zijn vader met Nadia in bed, en vermoordt hem. 


Zoals altijd in dat soort simplistische allegorische verhalen is er een wijze man, een heilige boom, en een louterende activiteit voor in dit geval de vadermoordenaar. Maar het moralisme ligt er in The Prisoner zo duimendik bovenop en het wordt ook nog eens zo plechtig verwoord dat het bijna gênant is.

Gelukkig is de vergeetput van allegorische verhalen niet alleen eeuwigdurend, maar ook oneindig groot. The Prisoner past er nog makkelijk bij.
 

Gezien tijdens BRANDHAARDEN 
 
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Stadsschouwburg Amsterdam

Recensie: Orfeo - je suis mort en Arcadie van Théâtre des Bouffes du Nord/Samuel Achache, Jeanne Candel & Florent Hubert

●●●●● 

 

ORFEO - JE SUIS MORT EN ARCADIE


THÉÂTRE DES BOUFFES DU NORD / SAMUEL ACHACHE, JEANNE CANDEL & FLORENT HUBERT



Door Piet van Kampen, gezien 26 maart 2018

Imkers komen de honingraten controleren en vinden op hun weg terug het kadaver van een geit. Vol bijen. Ondertussen beoefent Anne-Lise Heimburger als Calliope de retorica met een bezoeker die net is teruggekeerd van een retraite. Haar zoons Pan (Vladislav Galard) en Amor (Léo-Antoine Lutinier) interrumperen dat filosofische discours voortdurend. De een, Pan, met potsierlijke strapatsen, de ander, Amor, als een jengelend kind.

Maar? Orpheus dat is toch dat verhaal over de zanger die naar de onderwereld ging om zijn geliefde Eurydice terug te halen? Daarvoor toestemming krijgt op voorwaarde dat hij op de weg terug geen enkele keer zal omkijken. Maar dat toch doet en daarom Eurydice weer verliest, nu voor altijd?

Weliswaar is Orfeo - je suis mort en Arcadie gebaseerd op Monteverdi's Orfeo. Maar de twee regisseurs Achache en Candel hebben samen met de leden van La vie brève (het muziektheatergezelschap onder leiding van Florent Hubert) al improviserend dat verhaal volledig naar hun hand gezet. Met muziek van Monteverdi. Maar ook met vaak verrassend mooie naar folk en jazz verwijzende eigen composities voor blazers. Of de verstilling van a capella zang. 

Met daarnaast verrassende en vaak heel sterke dialogen. Zoals het hilarische gesprek tussen veerman Charon en de driekoppige hond Cerberus. Met ook hier wat acteren betreft de twee uitblinkers Vladislav Galard en Léo-Antoine Lutinier.

Alles bij elkaar is Orfeo - je suis mort en Arcadie een fenomenale filosofische, burlesque, surrealistische mix van muziek en theater door veertien acteurs-musici-zangers. Wat muziek, acteren en enscenering betreft gewaagd en vernieuwend. Maar ook ontroerend en humoristisch. Zoiets moois zie en hoor je bijna nooit.


Gezien tijdens BRANDHAARDEN
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Bouffes du Nord

Minirecensie: Battlefield van Théâtre des Bouffes du Nord/Peter Brook & Marie-Hélène Estienne

 

BATTLEFIELD


THEATRE DES BOUFFES DE NORD / PETER BROOK & MARIE-HELENE ESTIENNE

 

Door Piet van Kampen, gezien 20 maart 2018

Minimale middelen, alleen doeken in verschillende kleuren en en paar bamboestokjes. Vier acteurs die zo goed zijn dat ze én hun tekst spreken én als een soort zenmeester 'er zijn' uitbeelden. Meer niet. Alsof ze niet op het podium van de schouwburg staan, maar ergens op een dorpsplein. En daar blootsvoets de blinde koning Dritarashtra, zijn neef Yudishtira, en andere personages en fabelfiguren uit het eeuwenoude Indiase epos de Mahabharata tot leven wekken.

Dertig jaar na zijn door Jean-Claude Carrière geschreven negen uur durende toneelversie van de Mahabharata concentreert Peter Brook zich in Battlefield op de vragen die de leiders van beide kanten in die sage stellen over wat er na de veldslag moet gebeuren. Met Battlefield brengen vier acteurs en een percussionist een deel van de oude Indiase fabel tot leven dat nog steeds relevant en urgent is. In een auditief, visueel en tekstueel pure vorm. Meer moet dat niet zijn. 


Gezien tijdens BRANDHAARDEN
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Stadsschouwburg Amsterdam

Recensie: Kronieken van de stad, deel 2, Kafir van Oostblok/Timen Jan Veenstra

●●○○○

 

KRONIEKEN VAN DE STAD, DEEL 2, KAFIR


OOSTBLOK / TIMEN JAN VEENSTRA




Door Piet van Kampen, gezien 17 maart 2018

In twee jaar tijd schrijft toneelschrijver Timen Jan Veenstra vier documentaire theaterstukken gebaseerd op Amsterdamse verhalen. Het tweede, Kafir, gaat over Amsterdam-Oost. Het is een dialoog tussen twee broers die zijn geboren en opgegroeid in een Marokkaans gezin in de Indische Buurt. De jongste, Fahd (Anouar Ennali), de idealist die naar Raqqa ging, blijft verdedigen wat hij daar heeft gedaan. Zijn oudere broer Adam (Mamoun Elyounoussi), de realist die zich met succes heeft aangepast aan de gebruiken van het land waar hij is geboren, heeft nu een baan waar een duur pak bij hoort.

Het eerste deel van Kronieken van de stad, Tussen werven en hotels, dat in juli 2017 in première ging, behandelde de veranderingen in Tuindorp Oostzaan in Amsterdam-Noord. In die monoloog, gespeeld door Stefan Rokebrand in een sobere regie van Olivier Diepenhorst, beschrijft toneelschrijver Veenstra in prachtige poëtische zinnen hoe die veranderingen de bewoners van die buurt raakten.

Zo'n duidelijke link met een Amsterdamse buurt als in Tussen werven en hotels is er in dit tweede deel van Kronieken van de stad niet. Slechts één keer is er door een straatnaam een verwijzing naar de Indische Buurt. Maar verder zou Kafir zich in elke stad met een Marokkaans-Nederlandse bevolkingsgroep kunnen afspelen.

Om 'het experiment (en risico) aan te gaan dat ik doorgaans aan anderen uitbesteed', zo rechtvaardigt Timen Jan Veenstra dat hij Kafir zelf regisseert. Helemaal geen gek idee natuurlijk voor een beginnend toneelschrijver om eens aan den lijve de andere aspecten te ervaren die een rol spelen bij het tot stand komen van een voorstelling.

Maar het probleem voor regisseur Veenstra is dat toneelschrijver Veenstra deze keer met een tekst komt waarin na ongeveer een kwartier de tegenstellingen tussen de twee broers al overduidelijk zijn. In het uur daarna verandert daar weinig aan. De dialogen tussen de twee blijven - ook al blijken ze na verloop van tijd in retrospectief te zijn - alleen nog herhalingen van zetten. Geen van de twee krijgt ook maar een millimeter meer begrip voor de ideeën van de ander. En noch de idealist noch de realist weet iets te bedenken waardoor ze ondanks hun verschillen dichter bij elkaar zouden kunnen komen. Met zo'n hermetische tekst valt er met Kafir voor eenmalig regisseur Veenstra weinig eer te behalen.
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Oostblok

Recensie: Andromache van Toneelschuur Producties/Olivier Diepenhorst

●●●○○

 

ANDROMACHE

 

TONEELSCHUUR PRODUCTIES / OLIVIER DIEPENHORST




Door Piet van Kampen, gezien 15 maart 2018 

In Andromache van Toneelschuur Producties/Olivier Diepenhorst, dat is gebaseerd op Andromaque van Jean Racine (in de nieuwe vertaling van Herman Altena) zien we vier mensen met wat je nu een posttraumatische stressstoornis zou noemen. Alle vier zijn ze getekend door wat er in de Trojaanse oorlog is gebeurd. 

Bij Euripides hadden de goden daar nog stevig de hand in. Maar in het stuk van Racine, dat voor het eerst werd opgevoerd in 1667, zijn de personages geen slachtoffer meer van de grillen van de goden. In deze zeventiende-eeuwse versie van het verhaal leiden ze vooral aan hun onvermogen hun emoties te bedwingen.

Er is in de versie van Racine nog een belangrijk verschil ten opzichte van het Griekse origineel. Bij Euripides is Astyanax, het zoontje van het Trojaanse prinsenpaar Hector en Andromache, net als zijn vader, gedood. Hector legde het loodje in een gevecht met Achilles, het jongetje werd door Achilles' zoon Pyrrhus (Neoptolemos) van de stadsmuren naar beneden gegooid.

Bij Racine is Astyanax nog in leven. Na de vernietiging van Troje is hij samen met zijn moeder door Pyrrhus als oorlogsbuit meegenomen naar Epirus. Terwijl Racine in andere opzichten de relaties tussen de vier hoofdpersonages niet wezenlijk verandert, leidt de aanwezigheid van Astyanax tot een totaal andere dynamiek tussen Pyrrhus en Andromache.

Heel in het kort komt het verhaal hierop neer: Orestes, die als gezant van de Grieken naar Epirus is gestuurd, valt als een blok voor Hermione, de aanstaande van Pyrrhus (en de dochter van Helena waar het allemaal om ging bij de Trojaanse oorlog). Pyrrhus wil bij nader inzien echter liever Andromache. Maar die blijft trouw aan de dode Hector.

De beeldtaal van decorontwerper Marc Warning is net als eerder in Smekelingen (2015) en Het leven is droom (2017) heel sterk. De glazen vitrinekast waarin de personages steeds terugkeren symboliseert de last van de geschiedenis die ze met zich meedragen. Diezelfde kast staat aan het begin ook voor de opgekropte emoties die een uitweg zoeken. Het kostuumontwerp van Nicky Nina de Jong - de combinatie van de kwetsbaarheid van het kant en het strakke en verstikkende van de korsetten - sluit perfect bij die symboliek aan.

Toch is Andromache minder geslaagd dan Smekelingen en Het leven is droom, voorstellingen waarin regisseur Olivier Diepenhorst ook koos voor klassiekers die het vooral moeten hebben van de tekst. Voor een deel heeft dat te maken met Racine. De Andromaque kent zowel een wat stugge aanloop, als een in theatraal opzicht niet echt spectaculair slot.

De keuze voor zo'n extreem talig stuk stelt natuurlijk hoge eisen aan acteurs. Ideaal gesproken zou er voor elke rol een acteur moeten zijn met én een heel goede dictie, én de kwaliteiten om met kleine veranderingen in mimiek of lichaamstaal wat tegenkleur aan te brengen. Als Roeland Fernhout (Pyrrhus) en Kirsten Mulder (Andromache) in dialoog zijn, is dat wel in orde. In iets mindere mate geldt dat ook voor de dialogen tussen Matthijs IJgosse (Orestes) en Ellen Parren (Hermione).

Maar er is in Andromache ook flink wat tekst voor de vier bijrollen (vertrouwelingen van respectievelijk Orestes, Hermione, Andromache en Pyrrhus). De teksten van die vier vertrouwelingen worden nogal vlak gebracht. In Smekelingen en Het leven is droom waren alle rollen, ook de 'bijrollen', goed bezet. Het zou de voorstelling goed hebben gedaan als dat ook in Andromache het geval zou zijn geweest.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Toneelschuur Producties

Recensie: Platonov van Theater Utrecht/Thibaud Delpeut

●●●●○

 

PLATONOV 

 

THEATER UTRECHT / THIBAUD DELPEUT



Door Piet van Kampen, gezien 2 maart 2018

Met een meesterlijke tekstbewerking en met Vincent van der Valk als overtuigende hoofdrolspeler trekt Delpeut Tjechovs Platonov naar het heden. Met de verschillende manieren waarop tien vrienden zich tot elkaar verhouden, laat Delpeut zien hoe twintigers van nu de klassieke ideeën over relaties laten varen. Hoe ze proberen om ook als het om (liefdes)relaties gaat flexibel te zijn. We zien en horen ze worstelen met het leven en de liefde.

Voor de tekst nam Delpeut de vertaling van Jacob Derwig en 't Barre Land uit 2000 als uitgangspunt. Maar in zijn radicale eigentijdse bewerking gebruikt hij de taal van nu en legt hij met name het accent op de consequenties van flexibele liefdesrelaties. Hij laat zien dat er onder vrijere omgangsvormen nogal eens eenzaamheid schuilgaat. En dat het menselijke verlangen om echt in verbinding te zijn met anderen zich uiteindelijk niet laat uitschakelen.

Ook de effecten van als maatschappelijk defaitisme vermomde zelfkritiek, waaraan het de tien vrienden niet ontbreekt, haalt Delpeut in zijn bewerking naar voren. Mede om te laten zien dat daaronder meestal existentiële onzekerheden schuilgaan. Om te laten zien dat opvattingen als 'Dit is een bodemloze generatie' of 'De uitzichtloosheid van deze tijd' nogal eens persoonlijke richtingloosheid verhullen.

Dat laatste, het verhullen van persoonlijke richtingloosheid, geldt ook voor de manier waarop Misja Platonov zijn superieure verbale begaafdheid inzet. Vaak in cynische dialogen waarin de uitstekend spelende Vincent van der Valk het grootste aandeel heeft. Maar soms ook met maar een paar woorden. Als de homoseksuele Mark (Jesse Mensah) door Platonov tegen een tafel wordt geduwd bijvoorbeeld, en door hem wordt gekust, kijkt Mark wantrouwend. Na nog een kus vraagt hij: 'Vind je me leuk?' Platonov: 'Nee'. Mark: 'O.' Platonov: 'Schrik je daarvan?' Een dialoog van maar negen woorden.Toch is het een scène die heel goed samenvat wat voor spel Platonov met zijn vrienden speelt.

Uiteindelijk laten, ook in Delpeuts bewerking, zijn vrienden Platonov een voor een vallen. Ondanks zijn charme. Als zijn vrouw Sasja (Jacobien Elffers) met haar kinderen als laatste vertrekt, spreekt ze elk woord nadrukkelijk uit: 'Kom – ons – niet – opzoeken'. In Platonovs laatste groet aan zijn vrouw zit nauwelijks nog overtuiging, heel zacht zegt hij 'Wat een kutwijf'.

Daarna, in zijn slotgesprek met Anna (bij Tsjechov de huiseigenaar) zijn Platonovs woorden nog alleen maar op papier venijnig. Hij spreekt ze onzeker, steeds onzekerder uit. Heel mooi hoe Vincent van der Valk de ontluistering van zijn personage verbeeldt.

Met Platonov zet Delpeut een heel sterke voorstelling neer. Waarin hij erin slaagt én Tsjechov's verhaal naar het heden te halen én de psychologie onder de teksten van Platonov en zijn vrienden voor het publiek invoelbaar te maken.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Theater Utrecht

Recensie: Plattegrond van de kunst en omstreken van 't Barre Land

●●●●○

 

PLATTEGROND VAN DE KUNST EN OMSTREKEN

 

'T BARRE LAND



Door Piet van Kampen, gezien 16 februari 2018

Voorjaarsontwaken, het toneelstuk uit 1891 van Frank Wedekind, staat centraal in Plattegrond van de kunst en omstreken. Ontluikende seksualiteit, non-communicatie tussen ouders en pubers daarover, depressie, zelfmoord, abortus. Daar gaat Voorjaarsontwaken over. Dat klinkt zwaarmoedig. Maar Vincent van den Berg, Margijn Bosch en Cseslaw de Wijs slagen erin om het publiek met regelmaat een lach te ontlokken. Zonder afbreuk te doen aan de ernst van de thematiek.

'Waar ben je nu?' Met het aan elkaar vragen waar ze met hun gedachten zijn, leggen de drie acteurs aan het begin en ook aan het slot van de voorstelling de link met herinneringen uit hun eigen pubertijd. 'In Groningen, het Werkmancollege in de Nieuwe Sint Jansstraat', antwoordt Margijn Bosch dan bijvoorbeeld. Vincent van den Berg reageert op dezelfde vraag onder andere met 'Winschoten Plan Zuid, mijn oma aan het aanrecht'.*

Daarna gaat het via de poes die is bevallen 'op een regenachtige namiddag in een donker hoekje van de alkoof, waar oude dozen en koffers staan, waar geen zonlicht komt', uit een verhaal van Herman Heijermans uit 1897 (geschreven onder het pseudoniem Samuel Falkland) en via een kort fragment uit Goethe's Faust naar het hoofdgerecht: de negentiende-eeuwse gymnasiasten van Frank Wedekind. Naar Melchior (Cseslaw de Wijs), de intelligentste, die alles al weet, ook over seksualiteit. Naar Moritz (Vincent van den Berg), die daar juist niets van weet. Naar Ilse, die van huis wegloopt en model en geliefde wordt van verschillende schilders.

En naar de veertienjarige Wendla (Margijn Bosch), die verliefd is op Melchior, zwanger van hem raakt, maar dan nog steeds niet goed weet waar de kinderen vandaan komen. In een van de aangrijpendste scènes uit de voorstelling smeekt Wendla haar moeder het haar te vertellen. Maar dat lukt de moeder niet, ze durft niet.

Waarom ben ik eigenlijk geboren? Weet jij hoe het gaat? Hoe wat gaat? Nou je weet wel. Het. Ben ik nu 'met schuld beladen' door zijn zelfmoord? De omstandigheden veranderen, maar de vragen waarmee de kinderen worstelen in Voorjaarsontwaken, zijn van alle tijden. Het stuk is daarom nooit echt gedateerd geraakt. Ook nu, voor welke generatie dan ook – van twintigers tot zestigers – zijn de thema's herkenbaar. En roepen ze jeugdherinneringen op.

'Waar ben je nu?' In Theater Kikker in Utrecht. Bij Plattegrond van de kunst en omstreken, een indrukwekkende voorstelling van 't Barre Land, die iedereen zou moeten zien.

* Hoewel de jeugdherinneringen in Plattegrond van de kunst en omstreken steeds naar Groningen leiden, zowel naar de stad als de provincie, zie ik in de speellijst dat de voorstelling nergens in Groningen te zien is. Toch wel een beetje vreemd.
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: 't Barre Land

Theaterverhaal: Tiendaags festival Lieve Stad Opportunisme?

 

TIENDAAGS FESTIVAL LIEVE STAD

 

OPPORTUNISME? 



Door Piet van Kampen, geplaatst 16 februari 2018

Lieve Stad, de tiendaagse ode van de Stadsschouwburg Amsterdam aan de stad, is woensdag 14 februari op een hartverwarmende manier van start gegaan. Het begint al in de Rotonde van de Brasserie en in de Salon met de expositie 180 Amsterdammers, een tentoonstelling met portretfoto's en videodocumentaires van de 180 nationaliteiten die in Amsterdam leven.

“Opportunisme. Naïviteit. Gemakzucht!” *

Sorry?

“Je voegt wat internationale voorstellingen samen tot een festivalletje, geeft het een handige naam en roept iets over 180 nationaliteiten, klaar!”

Op weg naar de openingsvoorstelling kom je langs een in het rood geklede saxofoniste die Aan de Amsterdamse grachten speelt. Na de kaartcontrole staan andere spelers en speelsters van Adelheid Roosens Zina op de trappen klaar voor een persoonlijk welkom voor iedereen. En dat is niet een obligaat 'fijn dat je er bent' of woorden van gelijke strekking. Nee, elke Zina-speler heeft een eigen verhaal om uit te leggen waarom hij of zij zo blij is Amsterdammer te zijn.

“Heeft iemand met Adelheid Roosen gebeld? Zij weet (…) hoe je nieuwe Nederlanders het theater in krijgt; dat vergt jarenlange wederzijdse investering.”

Ja dus. Mevrouw Wensink, uit betrouwbare bron weet ik dat de schouwburg Adelheid Roosen al in een vroeg stadium bij de voorbereiding heeft betrokken. Over bellen gesproken. U had de schouwburg natuurlijk even kunnen bellen voordat u uw pen in het gif doopte.

Breytna was weliswaar eerder te zien op Julidans, maar de keuze om Lieve Stad er toch mee te openen, is een gouden greep. Je hoeft met zo'n voorstelling niks extra's te doen om er een feestje van te maken. Breytna van Maqamat Dance Theatre is wat in het Engels zo mooi 'a crowd-pleaser' heet. Tijdens de voorstelling wordt er op het podium gemusiceerd (door Trio Joubran en percussionist Youssef Hfeisch), gedanst door Omar Rajeh, Moonsuk Choi, Anani Sanouvi en Koen Augustijnen. En gekookt. In hele grote pannen. Door de moeder van Omar Rajeh, de Libanese choreograaf, en initiatiefnemer van Breytna.

“Of praat met Andreas Fleischmann, die weet hoe hij zijn Meervaart (…) avond aan avond vol krijgt met Marokkaanse buurtbewoners.”

Je blijft maar doorgaan hè. Wat ik zei over Roosen, geldt ook voor de Meervaart, daar is ook contact mee geweest volgens mijn bron, die ik natuurlijk niet kan noemen. Ik bedenk nu dat ik er toen bij was en deed of ik de Pravda las, zodat ze dachten dat ik ze niet kon verstaan. Maar goed, als je even met de schouwburg had gebeld voor je zo tekeer ging in je column, had je dat van de Meervaart dus ook geweten.

Na een uur worden we gevraagd het podium op te komen om mee te eten, terwijl ondertussen het musiceren en dansen gewoon doorgaat. De grote zaal van de schouwburg is uitverkocht, toch blijkt er voor iedereen genoeg fatoush om de maag mee te vullen en genoeg arak on the rocks om in een nog vrolijker stemming te komen.

“En dan is er nog de (...) marketingtechnisch slimme naam Lief Amsterdam.“

Het heet Lieve Stad, maar als je het Lief Amsterdam wil noemen, ook goed. Jammer dat je er niet was bij de opening trouwens.

* De citaten tussen de dubbele aanhalingstekens komen uit Nieuw publiek haal je niet binnen door alleen je programmering door elkaar te husselen en te pimpen van theaterredacteur Herien Wensink in de Volkskrant van 25 november 2017.

Om de column van Herien Wensink te lezen, klik hier

Ga voor meer informatie over Lieve Stad naar: Stadsschouwburg Amsterdam

Recensie: Geluk van Toneelschuur Producties/Nina Spijkers

●○○○○

 

GELUK


TONEELSCHUUR PRODUCTIES / NINA SPIJKERS



Door Piet van Kampen, gezien 10 februari 2018 

Na een knullig voorspel met een zaklantaarn begint Geluk met een pleidooi van het allegorisch personage Het Lijden (Linde van den Heuvel). 'Wij zijn een grote familie', zegt Het Lijden, 'maar koester ons'. Een van de beste scènes is dit. Zowel door de keuze om Het Lijden een stem te geven, als door de kwaliteit van de tekst. Er zijn nog twee scènes die goed zijn: halverwege en vlak voor het einde. Dat zijn de andere twee scènes waarin de allegorische figuur Het Lijden met een tekst komt die tot nadenken stemt.

Behalve die drie goede scènes is er één scène die er wel mee door kan. Dat is als Sander Plukaard een opsomming geeft van uitdrukkingen met 'Happy', zoals 'Happy Meal'. Door verder te gaan dan uitdrukkingen die iedereen wel kent, door er gewoon een aantal bij te verzinnen dus, wordt het geestig. Alle andere scènes in Geluk (het zijn er een stuk of twintig) zijn of uiterst matig of gewoon slecht. Zowel wat betreft de inhoud als de theatrale vorm.

Tenenkrommend zijn de intermezzi waarin de acteurs uit hun rol stappen en doen of ze twijfelen over hoe ze verder zullen gaan. Als zo'n theatraal middel goed wordt uitgevoerd, kan het natuurlijk iets toevoegen. Maar in Geluk zijn het gênante vertoningen. Regisseur Nina Spijkers en de vier acteurs (Linde van den Heuvel, Tessa Jonge Poerink, Sander Plukaard en Victor IJdens) zouden misschien eens naar een voorstelling van Maatschappij Discordia kunnen gaan. Het maakt niet uit welke voorstelling van Discordia. Om te zien hoe ervaren vakmensen zoiets doen.

Nina Spijkers (1988) is een veelbelovende jonge regisseur. Dat liet ze bijvoorbeeld zien met Don Carlos, Ivanov en Anatol. Drie heel geslaagde en goede voorstellingen. Maar dat was repertoiretoneel. Met teksten van respectievelijk Schiller, Tsjechov en Schnitzler.

Het is moedig van Spijkers om ook eens iets anders te proberen. Om eens een keer geen klassieke tekst te nemen. Om te onderzoeken hoever je komt als je samen met de acteurs zelf teksten en scènes bedenkt en daar een montagevoorstelling van maakt. Helaas heeft dat geleid tot een zo goed als volledig mislukte voorstelling.

Soms kan het een wijs besluit zijn om een voorstelling die al in première is gegaan alsnog terug te trekken. Erkennen van falen is ook moedig.
 
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Toneelschuur Producties

Recensie: Liedje voor Gigi van Toneelhuis/Benjamin Verdonck

●●●○○

 

LIEDJE VOOR GIGI

 

TONEELHUIS / BENJAMIN VERDONCK




Door Piet van Kampen, gezien 23 januari 2018

Liedje voor Gigi begint met een replica van een maquette van een huis van de Tsjechische kubistische architect Josef Chochol. Met die replica in zijn hand houdt acteur, schrijver, beeldend kunstenaar, theatermaker (en aan het einde van deze voorstelling ook zanger) Benjamin Verdonck een inleiding waarin hij het onder meer heeft over de Inuit die meer dan honderd woorden hebben voor sneeuw. En dat dat een mythe is.

Na die korte inleiding vormen drie samenhangende elementen de compositie van de rest van de voorstelling: muziek, een installatie, en tekst. Twee muzikanten, Bram Devens en Tomas De Smet, maken repeterende minimal music. Verdonck bedient de touwtjes van een installatie met schuivende panelen. En af en toe deelt hij vanuit het donker, vaak onzichtbaar voor het publiek, zijn gedachten met ons. Meestal zijn dat herinneringen aan dialogen tussen een vader en zijn dochter.

De installatie met de schuivende panelen in Liedje voor Gigi is groter dan die in notallwhowanderarelost uit 2014. Toen was Verdonck in zijn eentje, paste de installatie op een tafel, en bleef de ruimte eromheen verlicht, we konden hem dus steeds bezig zien met de touwtjes.

De wat grotere installatie in Liedje voor Gigi zou je kunnen zien als een theater in een theater in een theater, enzovoorts. Steeds blijkt er nog een verdere blik mogelijk, na elke paneel dat opzij wordt geschoven is er nog meer diepte, nog een perspectief. Je zou daar een metafoor in kunnen zien voor het zich steeds verdiepende inzicht van een opgroeiend kind. Van de veranderende blik van de dochter die zich afvraagt waarom er legervoertuigen in de stad staan, en na het antwoord van de vader, waarom die aanslagplegers dan kwaad zijn op ons.

Liedje voor Gigi eindigt weer met een huis, nu een huis met 'two cats in the yard', Verdonck zingt een glimlach tevoorschijn toverende versie van Our House. In mijn herinnering was notallwhowanderarelost intiemer, misschien ook omdat het publiek er toen dichterbij zat. Maar ook Liedje voor Gigi is weer een voorstelling waar je blij van wordt.

Liedje voor Gigi is overigens ook de titel van een beeldend kunstwerk dat Benjamin Verdonck in 2009 maakte, zoals je hier kunt zien.
 
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Toneelhuis

Recensie: Weiblicher Akt 8: Dumas/LaDame/DeSade van Maatschappij Discordia

●●●●○

 

WEIBLICHER AKT 8: DUMAS/LADAME/DESADE

 

MAATSCHAPPIJ DISCORDIA



Door Piet van Kampen, gezien 13 januari 2018

Links staan de meubels al opgestapeld, alleen het versleten kleed ligt er nog. Want als Marguerite Gautier, de Parijse courtisane, sterft, zijn er schulden en worden haar meubels verkocht. Rechts zes kartonnen coulissen, die intensief worden gebruikt, de drie actrices in Dumas/LaDame/DeSade zijn veel in beweging, lopen in en uit.

De roman La Dame aux Camélias van Alexandre Dumas fils uit 1848 begint met de dood van Marguerite Gauthier. Een naamloze verteller loopt rond in haar appartement en ontmoet daar Armand Duval. Maar ook nu, net als in eerdere voorstellingen in de serie Weiblicher Akt, heeft Maatschappij Discordia de roman herschreven om het verhaal vanuit vrouwelijk perspectief te kunnen vertellen.

In Dumas/LaDame/DeSade wordt Marguerite, die weet dat ze door haar longziekte nog maar een half jaar te leven heeft, gespeeld door twee actrices, Annette Kouwenhoven en Miranda Prein. De derde actrice, Maureen Teeuwen, speelt zowel Armand Duval als diens vader. De belangrijkste vraag in Dumas/LaDame/DeSade is waarom Marguerite Gautier niet voor zichzelf kiest, waarom ze voldoet aan de eisen van de vader van haar geliefde.

La Dame: 'De liefde deed mij leven. Nu sterf ik eraan.' Een mooie zin uit de mond van een ten dode opgeschreven prostituee. Behalve de loopbewegingen van de drie actrices, die een heel zorgvuldige voorbereiding verraden bij deze ogenschijnlijk uit de losse pols gespeelde voorstelling, valt me ook op dat ze een mooie zin heel even laten zweven. Zodat we genoeg tijd hebben om ervan te genieten. Er zijn veel mooie zinnen. Nog een paar:

La Dame: 'De eerste plaats in hun liefde, de laatste plaats in hun achting.'
La Dame: 'Mijn leven, hoe kort ook, zal langer duren dan jouw liefde.'
Armand: 'Als je wist hoeveel ik van je houd.'
La Dame: 'Ja hoor, daar gaan we weer. Nationale bijgeloof.'

Ik ben erg onder de indruk van deze voorstelling. Van de inhoudelijk rijke tekst, die toch luchtig wordt gebracht. Van de uitstapjes naar zowel serieuze zaken als de ontdekking van de tuberculose-bacterie door Robert Koch, als wat minder serieuze als de laatste draaikolk in het putje in het bad van de grootouders van Annette Kouwenhoven. En van Maureen Teeuwen. Wat speelt die goed!

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Discordia