Recensie: Kuzikiliza van Pitcho Womba Konga / KVS

●●●○○

 

KUZIKILIZA

 

PITCHO WOMBA KONGA / KVS



Door Piet van Kampen, gezien 21 januari 2019 

Voor de Brusselse rapper, producer en acteur Pitcho Womba Konga is Kuzikiliza de eerste theatervoorstelling die hij zelf schreef en regisseerde. Met Kuzikiliza, wat 'zich laten horen' is in het Swahili, neemt Wombo Konga, die sinds zijn zesde in België woont, maar afkomstig is uit Congo, het dekolonisatieproces van Belgisch Congo onder de loep.

De voorstelling begint met het laten zien van het white privilege en het racisme van nu. Een auditie: een overduidelijk blanke kandidaat stelt zich voor als Joseph Boemaskanga. Als 'regisseur' Womba Konga doorvraagt, bekent de kandidaat snel dat hij eigenlijk Joost Maaskant heet. Maar dat hij, omdat er in de oproep iets stond over Afrika, een andere naam koos om meer kans te maken.

Maaskant speelt vervolgens de postkoloniale blanke die zegt aan de kant van de zwarte Womba Konga te staan. Maar die het ondertussen niet kan laten om racistische moppen te vertellen. Beledigingen die Womba Konga, vooruitlopend wat later in de voorstelling aan de orde komt, gelaten laat passeren.

Joost Maaskant is niet alleen acteur maar ook vocaal artiest/beatboxer. Met behalve zichzelf als rapper en acteur, en Maaskant als acteur en muzikant, heeft Womba Konga met ook nog breakdancer Karim Kalonji op het podium de mogelijkheid heel verschillende theatrale vormen in te zetten. En daarvan maakt hij ruimschoots gebruik.

In het tweede deel van de voorstelling gaan we naar de periode rond de totstandkoming van de onafhankelijkheid van Congo. Het grote drama van Belgisch Congo van toen en van het onafhankelijke Congo van nu komt daarin krachtig naar voren in het simpel opsommen van de miljoenen afgehakte handen, verkrachtingen en moorden per delfstof.

Maar het gaat vooral over de rol van Patrice Lumumba. In omgekeerde volgorde. Want eerst wordt de moord op Lumumba in januari 1961 verbeeld. Vervolgens steken Kalonji en Womba Konga zich in Europese kostuums, schminken ze hun gezichten wit, en nemen ze de gebaren van de blanke Maaskant over. Om daarmee de 'Congolais evolué' te verbeelden die Lumumba was voordat hij het voortouw nam in de strijd voor de onafhankelijkheid.

Lumumba's ideeën worden getoond in prachtige scènes, zoals die waarin danser Kalonji elke keer als hij er een uittrekt eronder weer een zwart T-shirt met een tekst erop blijkt aan te hebben. Of die waarin hij met zijn voet een plank op de speelvloer aanwijst waarop Maaskant dan aan de onderkant een tekst vindt.


Uiteindelijk werkt Pitcho Womba Konga toe naar een bijzondere versie van het slot van de speech van Patrice Lumumba op 13 juni 1960 tijdens de onafhankelijkheidsceremonie in wat toen nog Léopoldville heette. Een versie van die toespraak in gebarentaal. Terwijl we luisteren naar de stem van Lumumba zelf. Heel indrukwekkend.

In Kuzikiliza vertelt Womba Konga zijn verhaal met verrassende theatermiddelen: behalve met tekst en spel vooral met live muziek, breakdance en bewegingstheater. En hoewel Kuzikiliza inhoudelijk niet heel veel toevoegt aan het discours over dekolonisatie, is het debuut van
Pitcho Womba Konga als theatermaker daardoor toch een heel boeiende voorstelling geworden.
 
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: KVS

Recensie: L'Amour Duras van Maatschappij Discordia

●●○○○

 

L'AMOUR DURAS


MAATSCHAPPIJ DISCORDIA




Door Piet van Kampen, gezien 12 januari 2019

'Als je, voordat je eraan begint, voordat je gaat schrijven, enig idee had van wat je gaat schrijven, zou je nooit schrijven. Schrijven is proberen te weten te komen wat je zou schrijven als je schreef. Je weet het pas na afloop, van tevoren is het de gevaarlijkste vraag die je kunt stellen. Maar het is ook de meest gangbare. En je ontkomt er ook niet aan.'

De alinea hierboven (een tekstfragment dat ik heb onthouden van de voorstelling) is het eerste wat ik van Marguerite Duras lees. Tot nu toe - om nauwkeuriger te zijn tot het moment dat nu net voorbij is - had ik nog nooit iets van Duras gelezen.

Elk nadeel heb z'n voordeel, zoals de beroemde sententiedichter uit Betondorp al zei. Ik beleef de voorstelling L'Amour Duras puur, dus zonder dat ik wat de drie actrices (Margijn Bosch,
Annette Kouwenhoven en Miranda Prein) erin zeggen voortdurend kan vergelijken met de romans van Duras.

L'Amour Duras is zowel de negende van Discordia's serie Weiblicher Akt, als de eerste van een drieluik over de liefde zoals die door vrouwen wordt beschreven*.


In de vorige Weiblicher Akt, Dumas/LaDame/DeSade wordt Marguerite Gautier, het personage uit La Dame aux Camélias van Alexandre Dumas fils, gespeeld door twee actrices: Annette Kouwenhoven en Miranda Prein. De derde actrice, Maureen Teeuwen, speelt in die voorstelling de mannen: zowel Armand Duval als diens vader.
 

Dat L'Amour Duras me een stuk minder bevalt dan Weiblicher Akt 8 komt niet omdat Margijn Bosch nu de derde actrice is. Maar door de derde persoon. Want in het grootste deel van de voorstelling beginnen de zinnen met 'Ze zei' en 'Hij zei'. Of horen we zinnen als 'Hij trilt' en 'Ze zegt niets'.

Alle drie actrices vertolken hetzelfde vrouwelijke hoofdpersonage uit drie romans** van Marguerite Duras. Geen van de drie actrices speelt, zoals in Weiblicher Akt 8, de mannen. Of in dit geval de man. Want het gaat in L'Amour Duras vrijwel uitsluitend over de liefdesgeschiedenis van een blank meisje van vijftien met een meer dan tien jaar oudere schatrijke Chinese man die ze op de veerpont over de Mekong heeft ontmoet. Een liefdesgeschiedenis die zich afspeelt in wat toen nog Indochina heette.

Tussen de vorige alinea en die waaraan ik nu ben begonnen, heb ik De minnaar, de vertaling (door Marianne Kaas) van Marguerite Duras' roman L'amant gelezen. In die roman vermijdt Dumas bij gesprekken het gebruik van het persoonlijk voornaamwoord ik. Dat levert dus zinnen op als 'Hij zegt: u bent met me meegegaan hier naartoe zoals u met ieder ander zou zijn meegegaan. Ze antwoordt dat ze dat niet kan weten, dat ze nog nooit met iemand is meegegaan naar een kamer.'

Het zou kunnen dat Duras voor de derde persoon heeft gekozen om het makkelijker te maken autobiografische gegevens te verwerken. Of dat inderdaad zo is, weet ik natuurlijk niet na het lezen van nog maar één van haar romans.

Maar dat Marguerite Duras, in ieder geval in L'Amant, en mogelijk ook in haar andere werk, geen dialogen schrijft, verplicht de makers van L'Amour Duras natuurlijk niet om zich daaraan te conformeren. Het staat theatermakers vrij om hun eigen vertelvorm te kiezen. En ik denk dat het voor de voorstelling goed zou zijn geweest als ze dat hadden gedaan, als ze de teksten van Duras voor toneel hadden herschreven en een gedeelte ervan in dialogen hadden omgezet.

Want omdat geen van de drie actrices, al was het maar af toe, de minnaar speelt, ontbreekt het in L'Amour Duras (behalve bij de spaarzame uitstapjes naar de eigen ervaringen van de drie actrices) aan de spanning waarvoor dialogen hadden kunnen zorgen. En omdat de voorstelling zich inhoudelijk ook nog eens beperkt tot één enkele liefdesgeschiedenis blijft L'Amour Duras al met al nogal stug verteltheater. 


* De volgende voorstellingen van dit drieluik zullen gaan over Susan Sontag (Love Sontag) en Elfriede Jelinek (Liebe   Jelinek)
** Un barrage contre le Pacifique, L’amant en L’amant de la Chine du Nord.
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Maatschappij Discordia

Recensie: Instant Love van Via Berlin & Cello Octet Amsterdam / Ria Marks

●●●●○

 

INSTANT LOVE

 

VIA BERLIN & CELLO OCTET AMSTERDAM / RIA MARKS




Door Piet van Kampen, gezien 15 juli 2018, geplaatst 3 januari 2019 

Zes jaar geleden hoorde ik cellist Harald Austbø voor het eerst. Dat was in Liever Niet, een voorstelling van Freek Vielen. Freek deed het woord, Harald speelde cello. In latere voorstellingen, bijvoorbeeld die van De Nwe Tijd, zag ik Austbø niet alleen op cello, maar ook als acteur. Dan speelde hij of zichzelf of iemand die daar dichtbij stond. Nu in Instant Love is Austbø niet alleen componist en cellist, maar ook echt acteur, een acteur die iets speelt dat juist ver van hem af staat.

Cellist René van Munster rijdt vijf cello spelende prostituees in een kooi de vloer op. King, de pooier, kijkt toe. Foute zonebril, rood leren jack over zijn blote bast, haar in een staart, foute grijns. Zo verandert cello-virtuoos Austbø in een ordinaire pooier. Die ook als hij cello speelt die foute grijns op zich gezicht houdt. Austbø blijkt een rasacteur.


Instant Love is een schrijnend verhaal over vrouwen die onder valse voorwendsels verleid worden hun land te verlaten en worden gedwongen als hoer te werken. King (Harald Austbø) is de meedogenloze bedrieger, Grace (Dagmar Slagmolen) zijn nieuwste slachtoffer, en Ko van de Bosch de ideale tekstschrijver voor zo'n thema. Want wie anders komt op woordcombinaties als 'nageboorte van een verloren oorlog'?
 
King neemt zijn nieuwe prooi Grace meteen haar paspoort af zodat ze volledig aan hem is overgeleverd. Als er geweld nodig is, en dat is af en toe nodig in zijn branche, maakt King niet zelf zijn handen vuil. Dat besteedt hij uit: 'Een paard moet gebroken worden, maar dat doet de eigenaar niet. Daar heeft hij een cowboy voor.'

De speciaal voor deze voorstelling gecomponeerde muziek van Austbø geeft extra scherpte aan de thematiek van de internationale vrouwenhandel. Soms is dat muziek voor het ensemble (zes leden van het Cello Octet Amsterdam*) op een ander moment een solo voor de componist zelf. Hoogtepunt is de quatre-mains van Austbø en Slagmolen, zonder strijkstokken, op één cello.

Regisseur Ria Marks heeft gezorgd voor genoeg luchtige momenten en heeft de cellisten niet ergens in een hoekje weggezet. Integendeel, in een choreografie van Pim Veulings zijn ze volledig in het verhaal geïntegreerd. Ook dat draagt ertoe bij dat Instant Love heel goed muziektheater is, een voorstelling waarin tekst, spel en muziek elkaar op een overtuigende manier versterken.

* De zes leden van het Cello Octet Amsterdam: Sanne Bijker, Sanne van de Horst, Justa de Jong, René van Munster, Rares Mihailescu, Genevieve Verhagen.
Gezien op het OVER HET IJ FESTIVAL 2018 
THEATERTOURNEE vanaf 15 januari 2019

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Via Berlin

Recensie: Een antwoord op alle vragen van Laura van Dolron

●●●●○

 

EEN ANTWOORD OP ALLE VRAGEN

 

LAURA VAN DOLRON




Door Piet van Kampen, gezien 13 december 2018 

Terwijl Laura van Dolron op een meditatiekussen zit, een klankschaaltje bij de hand, spreekt Willem de Wolf op blote voeten een proloog. Daarna legt Van Dolron uit dat we niet 'het' antwoord maar 'een' antwoord op onze vragen kunnen verwachten. Dat zij en De Wolf zich zo min mogelijk hebben voorbereid. En dat ook de muziek (door Wilko Sterke en Frank van Kasteren) voor een groot deel pas vanavond zal ontstaan.

Als we allemaal een vraag hebben opgeschreven, worden die eerst stuk voor stuk voorgelezen en dan met de blanco achterkant naar boven neergelegd. Van Dolron en De Wolf kiezen een willekeurige vraag. De eerste vraag vanavond is 'Bestaat de waarheid?' Uit de manier waarop Van Dolron en De Wolf daarop antwoorden, wordt meteen duidelijk dat de kracht van de voorstelling voor een belangrijk deel bestaat uit hoe verschillend die twee in Antwerpen wonende Nederlandse theatermakers en denkers zijn.

Want terwijl Van Dolron op een rustige manier haar antwoord 'Nee, de waarheid bestaat niet' aan het toelichten is met een verwijzing naar de zenmeesters die ze om raad vroeg, staat De Wolf met zweetdruppeltjes op zijn voorhoofd ongeduldig ja te knikken. Als Van Dolron klaar is, blijkt waarom. De vraag of de waarheid bestaat, heeft bij De Wolf emotionele herinneringen opgeroepen aan zijn jeugd in een communistisch gezin in Groningen: 'Ja, De Waarheid bestaat wel!!!' *

Af en toe zijn er in Een antwoord op alle vragen tekstfragmenten die doen vermoeden Van Dolron en De Wolf ze hebben voorbereid, maar een groot deel van de tekst wordt daadwerkelijk ter plekke geïmproviseerd.

Hetzelfde geldt voor de muziek. Sterke en Van Kasteren hebben natuurlijk wat klaar staan. Maar er zijn publieksvragen waarbij Van Dolron (die op een onopvallende manier de touwtjes van haar voorstelling in handen houdt) de twee musici om een muzikaal antwoord vraagt. Dan kruipt Sterke achter de piano en probeert wat uit, waarna Van Kasteren zich op gitaar bij hem aansluit.

De consequentie van het concept van Een antwoord op alle vragen is dat de voorstelling elke avond anders zal zijn. Dus een garantie dat het weer zo goed wordt, is er niet. Maar vanavond was Een antwoord op alle vragen heel goed muziektheater. En vooral door de verschillen tussen Van Dolron en De Wolf een heel spannend avontuur.

* De Waarheid, van 1940 tot 1990 de krant van De Communistische Partij van Nederland (CPN).
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Laura van Dolron of de KOE

Recensie: Complexity of Belonging van Chunky Move / Anouk van Dijk & Falk Richter

●●●○○

 

COMPLEXITY OF BELONGING 

 

CHUNKY MOVE / ANOUK VAN DIJK & FALK RICHTER



Door Piet van Kampen, gezien 9 december 2018 

Wat een weidsheid! Wat een ruimte! Een achterdoek met de weidsheid van Australië. Wat een ramp zo'n achterdoek! Alle scènes verdwijnen erin, geen enkele scène is door die achtergrond te kaderen, alles vervliegt in die ruimte.

De Nederlandse choreografe Anouk van Dijk en de Duitse theatermaker Falk Richter maakten voor Chunky Move uit Melbourne een voorstelling waarin ze inzoomen op negen levens in het tijdperk van de sociale media. Wat is individuele identiteit in een wereld van hyperverbondenheid: 'How and where do I belong?'

'Je hebt een logo nodig, zodat de mensen weten wie je bent'. 'I' am in a creative lock-down mode.' Van een homopaar dat gaat voor 'international surrogacy', springen we naar de Aboriginals met de vraag of het klopt dat 'place is more important for them than time?' Of naar een therapeute die via skype contact heeft met haar partner 'Do you want to wank?'

De parodie op de 'spirituele' vrouw die 176 voorwaarden stelt waaraan een man moet voldoen, is heel geestig, heel goed ook. Heel goed geacteerd, fenomenaal gedanst. Wel wordt er opzichtig naar een open doekje toegewerkt. Zodat pas na die bewust gecreëerde pauze blijkt dat het een uitbarsting was van een cliënt in een een gesprek met haar therapeute.

In de twee eerdere voorstellingen van Anouk van Dijk & Falk Richter die ik zag, Trust en Protect me, waren de teksten filosofisch en maatschappijkritisch. Nu is de angst voor migranten (in Australië is dat vooral de vrees voor immigratie van nog meer Aziaten) het enige maatschappelijke thema. Tekstschrijver Richter focust in Complexity of Belonging vooral op de individuele psychologie van de negen personages. Onderhoudend, interessant, vaak geestig, want schrijven kan hij wel. Maar relevant? Urgent?

De therapeute met de claimende echtgenoot, die fantaseert over intimiteit met een vrouwelijke cliënt, vat de psychologische hoofdlijn van de voorstelling samen als het verlangen om aangeraakt te worden. De uiteindelijk conclusie van Complexity of Belonging
is: 'Belonging is the only relation'.

Nee, de tekst van Richter vind ik, hoe goed geschreven ook, teleurstellend. Het decor, van Robert Cousins, een ramp. Wat Complexity of Belonging desondanks tot een bijzondere voorstelling maakt, is de indrukwekkende choreografie van Van Dijk. En het verbluffend goede acteren van de dansers.


Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Chunky Move

Recensie: Frou Frou van Bambie / Jochem Stavenuiter

●●●●○

 

FROU FROU

 

BAMBIE / JOCHEM STAVENUITER




Door Piet van Kampen, gezien 6 december 2018 

'Leven is op weg zijn naar herinneren.' Geschminkt als een pierrot, wit gezicht, zwarte tranen onder zijn ogen, zit Jochem Stavenuiter als clown Frou Frou op zijn krukje. Om hem heen de rekwisieten die bij zijn leven in het circus hoorden. Als hij moeizaam opstaat, zien we aan zijn trage bewegingen hoe breekbaar hij is, de clown die zijn einde voelt naderen.

De woorden die de clown met krakende stem spreekt zijn korte en ultrakorte gedichten. Aforismen. Waarin de hand van de dichter Harry Ikink merkbaar is, die samen met Ko van den Bosch en Jochem Stavenuiter verantwoordelijk was voor de tekst van Frou Frou.

Twee cellisten (Amber Docters van Leeuwen en Pepijn Meeuws) die door de 'barrière' in het roodfluwelen gordijn* komen en gaan, roepen met hun muziek herinneringen op bij Frou Frou: flarden van circusnummers, van trucs die hij ooit beheerste, van kunsten die hij ooit vertoonde.

Met zijn stram geworden lichaam laat Frou Frou ze nog één keer zien. Voor de laatste keer struikelt hij keer op keer over de rand van de piste en verbaast hij zich erover dat de lamp van de lantaarnpaal elke keer aan en uit gaat als hij zich er tegen stoot. Soms pakt de oude clown een rekwisiet op, kijkt ernaar, zoekt in zijn geheugen naar waar het ook weer bij hoorde, schudt dan mistroostig zijn hoofd, en legt het terug.

Als Frou Frou zich een nummer wel herinnert, probeert Stavenuiter dat nummer te spelen, bijgestaan door de twee cellisten, die dan in goochelaar, dresseur van paarden, of circusdirecteur veranderen. Maar als Frou Frou terugdenkt aan hoe de vrouw op wie hij verliefd was hem negeerde, en zich liet inpalmen door Arlecchino, wordt het hem teveel. Hij bedekt de twee onder witte lakens. Maar ook bedekt onder die lakens blijven Docters van Leeuwen en Meeuws muzikanten, blijven ze heel zachtjes muziek maken.

Nergens in Frou Frou wordt van de ingeslagen weg afgeweken, voortdurend blijft de breekbaarheid en melancholie merkbaar: in de woorden, de enscenering, de muziek, de krakende stem en de lichaamstaal van de clown. Van het begin tot het einde worden de weemoedige herinneringen subtiel en ontroerend gebracht. Een prachtige voorstelling.

* De roodfluwelen gordijnen en de kostuums in Frou Frou zijn geleend van de voorstelling Fellini van het NNT uit 2013, waarin Stavenuiter de melancholieke clown speelde en Ko van den Bosch de cineast vertolkte.
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Bambie

Recensie: De verse tijd van Dood Paard & Toneelhuis

●●○○○

 

DE VERSE TIJD


DOOD PAARD & TONEELHUIS




Door Piet van Kampen, gezien 4 december 2018

Kuno Bakker is verbonden aan Dood Paard, maar werkt ook regelmatig met anderen. Niet zo lang geleden speelde hij bijvoorbeeld nog mee in Poquelin II van tg Stan. Mokhallad Rasem ging vorig jaar (terug) naar een asielzoekerscentrum, bleef er zes weken, en maakte Zielzoekers, een hartverwarmend project waarin hij onder meer met zijn camera net zo lang op het gezicht van een asielzoeker inzoomt tot er een glimlach op verschijnt.

De Nederlander Kuno Bakker en de Irakees Mokhallad Rasem, die allebei in Antwerpen wonen, schetsen in De verse tijd in negen korte hoofdstukken de ups and downs van hun kennismaking. De kennismaking met elkaar, met elkaars taal, en met elkaars manier van denken. 


Heel lang blijft het bij erg triviale onderwerpen: de uitspraak van hun naam, favoriete kleur, op welk dier ze lijken. Steeds spelen Bakker en Rasem dat ze elkaar door talige miscommunicatie niet meteen begrijpen. Wat op den duur een beetje irritant wordt. Langzamerhand worden de thema's gelukkig wel iets wezenlijker.

Kuno Bakker zoekt vaak oogcontact met het publiek, alsof hij instemming wil van ons.
Mokhallad Rasem doet dat niet. Het vaste schema in alle negen hoofdstukken is dat Bakker bij een onderwerp naar de logica zoekt, Rasem naar het poëtische. Af en toe zijn er mooie 'discussies'. Zoals die waarbij Rasem na weer een taalcorrectie van Bakker niet toegeeft: 'De stad heeft haar identiteit verliest, vind ik poëtischer'. 

Als Rasem vertelt over een brief van een dode, en bij de metafoor van de klimmer, wordt het niveau van alleen maar talige miscommunicatie en poëzie versus logica, even overstegen. Maar de meeste scènes hebben erg weinig diepgang.

Het woordeloze slot, dat doet denken aan het werk van Benjamin Verdonck, is heel mooi. Toch verlaat ik de zaal met het gevoel dat Bakker en Rasem met De verse tijd vooral willen laten zien hoe lief en begripvol ze voor elkaar zijn. 

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Dood Paard of Toneelhuis

Recensie: Strindberg en dal van De Gemeenschap

●●●○○

 

STRINDBERG EN DAL

 

DE GEMEENSCHAP




Door Piet van Kampen, gezien 30 november 2018 

Rob de Graaf (tekst) en Roy Peters (regie) gaan met Strindberg en dal in op de actuele onthullingen over seksueel grensoverschrijdend gedrag in de toneelwereld. Toneelgezelschap &Co* repeteert 'Dal in de mist', een tekst van August Strindberg die net uit de archieven is opgedoken. Daarin wordt de uitgeputte frontsoldaat Vlado ingekwartierd in het huis van moeder Ira en dochter Maren. Het repeteren van 'Dal in de mist' wordt regelmatig onderbroken door regisseur Dic.

Meteen al bij zijn eerste interruptie wordt duidelijk waar het de komende twee uur over zal gaan. Regisseur Dic (Dic van Duin) richt zich eerst tot actrice Henke (Henke Tuinstra) die dochter Maren speelt: 'Iets in jou wil hem, dat weet je, dat komt niet uit je hoofd, dat komt hiér vandaan, tussen je benen dampt het'. Meteen daarna neemt hij Barnaby (Barnaby Luke Savage) die de luitenant speelt onder handen: 'Je voelt waar je energie zich ophoopt: in je kaak, in je tanden, in je lippen. En hier ook!' (regisseur Dic wijst naar zijn eigen kruis).

Het (fictieve) toneelstuk 'Dal in de mist' fungeert als een soort spiegel voor de scènes tussen de regisseur en zijn acteurs. In 'Dal in de mist' zijn zowel dochter Maren als moeder Ira (Monique Kuijpers) niet ongevoelig voor de charmes van de luitenant. Maar moeder Ira wil hem voor zichzelf. Om dat te bereiken fleemt ze dat het haar zo goed doet dat Vlado een luisterend oor voor haar heeft. En laat ze er geen misverstand over bestaan dat er in het huwelijk met haar overleden man wat ontbrak: 'Ons bed was zo kil als een onverwarmde kelder.'

De andere kant van Strindberg en dal, tegelijkertijd het hoofdthema ervan, is de manier waarop een oudere regisseur seksuele toenadering zoekt tot een jonge actrice. Onder het mom dat hij even alleen met haar een scène wil doornemen gaat Dic vlak voor Henke staan. Wat er op toneelscholen en bij toneelgezelschappen aan op hiërarchie gebaseerd grensoverschrijdend gedrag heeft plaatsgevonden is samengevat in deze heel bedreigend overkomende scène.

Ook de dialogen tussen de oudere actrice Monique en de regisseur, en tussen de regieassistent en de regisseur, gaan direct of indirect over grensoverschrijdend gedrag en seksueel misbruik. Bij Monique zijn dat naar cynisme neigende opmerkingen in de geest van 'Nee hé, niet weer.' Het felst is regieassistent Tessa (heel sterk gespeeld door Tessa Jonge Poerink) die uit haar dienende positie losbreekt en de archaïsche opvattingen van de regisseur stuk voor stuk fileert.

Strindberg en dal moet het niet hebben van een verrassende enscenering. De kracht ervan zit vooral in de tekst van Rob de Graaf. Met zoals altijd van die typische De Graaf-zinnetjes die op z'n minst een glimlach tevoorschijn roepen. Bij mij in ieder geval wel.

Toch vind ik Strindberg en dal niet een van zijn beste teksten. Niet omdat het een te eenzijdige afrekening zou zijn met heteroseksuele mannen die hun positie misbruiken. Want dat is het niet. De Graaf (1952) schreef al zo'n honderd toneelstukken, die weet inmiddels wel hoe je zoiets aanpakt. Hij zorgt ervoor dat 'de regisseur' steeds een repliek heeft, vaak zelfs het laatste woord krijgt.

Maar De Graaf valt deze keer iets teveel in herhalingen. Op een gegeven moment is het punt wel gemaakt, zijn de pleidooien wel afgerond, heeft de verdediging wel genoeg ruimte gehad voor een weerwoord. Jammer dat regisseur Peters niet wat overbodige tekst heeft geschrapt.

Dat neemt niet weg dat De Gemeenschap met Strindberg en dal erin is geslaagd om de vinger te leggen op de problematiek van het grensoverschrijdend gedrag in de toneelwereld. En dat op een manier waarbij de afhankelijke positie van in dit geval actrices voor de toeschouwers af en toe pijnlijk invoelbaar wordt. Terwijl er gelukkig toch ook nog wat ruimte blijft voor wat humor.

* Een verwijzing naar het in 2012 opgeheven toneelgezelschap Keesen & Co waarin Monique Kuijpers een van de acteurs was en waarvoor Rob de Graaf veel teksten schreef. 

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: De Gemeenschap

Recensie: I C O N van LOD Muziektheater & Asko|Schönberg

●●●●○

 

I C O N

 

LOD MUZIEKTHEATER & ASKO|SCHONBERG




Door Piet van Kampen, gezien 22 november 2018 

Atelier Bildraum (regie en scenografie) creëerde voor I C O N een vierkante ruimte waarin het publiek, de twee performers, en de muzikanten dicht op elkaar zitten. In de hoeken speakers en camera's. Op de vier wanden eerst projecties van quasi live gemaakte foto's en later onder andere ook live gefilmde beelden van het duet tussen sopraan Lieselot De Wilde (i c o n) en acteur Tibo Vandenborre (mr. Death)

De belangrijkste twee inspiratiebronnen voor I C O N zijn de mythevorming rond het dodenmasker van L'inconnue de la Seine en (keer de letters van de titel om) Nico, de zangeres die door Andy Warhol in zijn legendarische studio The Factory werd samengebracht met The Velvet Underground.

Terwijl sopraan De Wilde, als i c o n, in het donker achter een camera staat, luisteren we de eerste vijfentwintig minuten naar de door Frederik Neyerinck gecomponeerde muziek en naar de stem van mr. Death. Met een monoloog die begint met 'This is the end, beautiful friend, this is the end, my only friend' (de eerste woorden van The End van The Doors).

Tijdens zijn monoloog maakt mr. Death (in een naar de film Blow-up van Antonioni verwijzende setting) foto's van foto's. Als i c o n zich wat schuchter bij hem voegt, zingt sopraan De Wilde 'met lucht op de stem' op een introverte manier (begeleid door de basklarinet). Maar als ze daarna in een mooi gechoreografeerde verleidingsscène transformeert in een femme fatale gebeurt dat met haar stem op volle kracht. Aan het eind van I C O N transformeert het zingen van De Wilde nog een keer, nu naar een vorm van vragend zingen met een relatief lage zangstem.

Fotograferen en foto's spelen in de beeldtaal van I C O N een belangrijke rol. Warhol liet een halve eeuw geleden zien dat een foto een onbekende in een kunstwerk kan veranderen. Nu, met een selfie, kan iemand zelfs zichzelf fotograferend in kunst veranderen. 


Transformeren is het hoofdthema in I C O N. Frederik Neyrinck componeerde klanktransformaties, evolutief-repetitieve muziek met steeds dezelfde noot die hij van ritme of kleur laat veranderen. Het vrouwelijke personage i c o n evolueert van slachtoffer via femme fatale in icoon. En het mannelijke personage, mr. Death, die als stoere macho begint, verandert met rode lipstick en vrouwelijke hoofdbewegingen in een feminiene man.

De tekst (van Sabryna Pierre) is af en toe wat eendimensionaal, die had wel wat verrassender gemogen. Maar gelukkig laat de regie acteur Vandenborre en sopraan De Wilde in hun stem en zang (en in hun spel) voor die extra dimensie zorgen. 


Het zijn de bijzondre enscenering van Atelier Bildraum* en de inventieve composities van Neyrinck die de creatieve basis vormen voor I C O N. Waarin niet alleen De Wilde en Vandenborre uitblinken, maar ook het ensemble. Want de manier waarop de vijf** van Asko|Schönberg onder leiding van dirigent Joey Marijs de muziek van Neyrinck spelen is een geweldige prestatie. Hoe ze aan het slot, centraal in de ruimte opgesteld als een soort popgroep, Neyrinck's omwerking van Dream Baby Dream van Suicide uitvoeren, is een belevenis op zich.

Vooral visueel en muzikaal is I C O N heel goed gemaakt, heel gelaagd muziektheater.

*Atelier Bildraum: Charlotte Bouckaert & Steve Salembier
**David Kweksilber: klarinet, Koen Kaptijn: trombone, Marijke van Kooten: viool, David Bordeleau: cello, Quirijn van     Regteren Altena: contrabas.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: LOD

Recensie: Kill All Kids van Iona & Rineke / Orkater

●●●●● 

 

KILL ALL KIDS


IONA & RINEKE / ORKATER



Door Piet van Kampen, gezien 18 november 2018

Het is geen vijf voor twaalf meer. Het is twee voor twaalf. Het gaat echt mis met de aarde. Er moet nu een oplossing komen. Met de dreigende ondergang van de wereld als uitgangspunt schreven Iona Daniel en Rineke Roosenboom (die allebei Writing for Performance studeerden aan de HKU) een fictief documentaire theatertekst gebaseerd op eigen research en bestaand wetenschappelijk onderzoek.

In de voorstelling betrekken Daniel en Roosenboom (die samen met muzikant Jonathan Bonny zelf op de vloer staan) het publiek in een gedachte-experiment: Wat zouden we doen om de aarde te redden als met een kleine chirurgische ingreep ons reptielenbrein (waar de primaire overlevingsreflexen zitten) uitgeschakeld zou kunnen worden? Ter geruststelling: Hoewel de titel dat wel suggereert, wordt er in de oplossing waarmee Daniel en Roosenboom uiteindelijk komen niemand gedood: 'We zijn niet pro-moord maar anti-nataal'.

Tekst, spel, regie, muziek, decor en kostuums in Kill All Kids zijn van een onwaarschijnlijk hoog niveau. En uiterst harmonieus op elkaar afgestemd.

De tekst is inhoudelijk heel sterk en heel geraffineerd geconstrueerd. Met steeds die vertelvorm die op dat moment het meest effect sorteert. Soms een monoloog. Af en toe een dialoog. Meestal een vertelvorm waarin Iona en Rineke met om en om een zin aan het woord zijn. Of om en om met een deel van een zin. Als Rineke ons bijvoorbeeld heeft gevraagd onze hand op te steken als we kinderen hebben, en daarna heeft uitgelegd dat zowel Iona als zijzelf er lichamelijk klaarder voor zijn dan ooit:
Iona: Die ander is gewoon niet gezwicht …
Rineke: … voor de eierstokken en die …
Iona: … blikken van jullie. En die een …
Rineke: … die gelooft nog steeds dat het beter is …
Iona: … on niet geboren te worden.
Rineke: Dat er niemand geboren hoeft te worden …
Regisseur Alexandra Broeder heeft de manier van kijken naar het publiek die ze eerder toepaste in haar voorstellingen met acterende kinderen nu ook gebruikt voor Iona Daniel en Rineke Roosenboom. En dat werkt! Voortdurend laten Iona en Rineke hun blik langzaam over de toeschouwers gaan. Dat heeft het effect dat het publiek zich als het ware gegijzeld voelt, dat je als toeschouwer het gevoel krijgt dat je er niet aan kunt ontkomen om mee te gaan in het gedachte-experiment.

En dan de soundscape en de slagwerk-composities van Frank Wienk. Wienk, opgeleid als klassiek slagwerker, nam de vraag wat je zou horen als het afgelopen is met de menselijke wereld als uitgangspunt. Met onder meer ontmantelde speakers waarin objecten liggen die gaan trillen, en een liggende gitaar die bespeeld wordt als een soort marimba, heeft hij voor muzikale juweeltjes gezorgd.

De kwaliteit van decor en kostuums doet daar niet voor onder. Sasha Zwiers koos voor pasteltinten voor zowel het decor als de bovenkleding van muzikant Jonathan Bonny. En als contrast voor volledig zwarte outfits voor Iona Daniel en Rineke Roosenboom. Waarmee Kill All Kids dus ook nog eens een streling is voor het oog.

Al met al is Kill All Kids subliem muziektheater met een indringende, heel goed geschreven tekst, waarin ook nog eens alle theatrale middelen van heel hoog niveau zijn.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Orkater