Recensie: Kind van Peeping Tom / Gabriella Carrizo & Franck Chartier

●●●●○

 

KIND

 

PEEPING TOM / GABRIELLA CARRIZO & FRANK CHARTIER




Door Piet van Kampen, gezien 3 juli 2019

In dit derde deel van een trilogie over het gezin onderzoekt het Brusselse danstheatergezelschap Peeping Tom de menselijke psyche vanuit het perspectief van het kind.We zien hoe dat perspectief verandert, anders is bij jonge kinderen en kleuters dan bij een peuter, en hoe jonge kinderen met hun angsten en fantasieën omgaan.

Het eerste deel van de trilogie, Vader uit 2014, speelde zich af aan de andere kant van het spectrum, in het grensgebied tussen leven en dood. Centrale figuur was de seniele Leo, gespeeld door Leo De Beul (1938). Zijn zoon komt wekelijks gehaast binnen voor een bezoekje in het verzorgingstehuis. Aan het eind van Vader is die zoon ook oud en seniel, ook iemand die verzorgd moet worden.

Vader was een voorstelling over het op weg zijn naar de dood, het tweede deel van de trilogie, Moeder (2016), begint met de dood, met het rouwen om de dood van een moeder. Daarna komen op allerlei manieren andere aspecten van het moeder zijn aan de orde. Vader, waarvoor Franck Chartier de hoofdverantwoordelijke was, had een duidelijkere verhaallijn dan het door Gabriella Carrizo geregisseerde Moeder
, dat associatiever was.

Kind bouwt voort op die associatieve aanpak. In geabstraheerde en vaak surrealistische vorm worden nu het gedrag, en de angsten en fantasieën, die horen bij verschillende ontwikkelingsfases van een kind, uitgebeeld in spel en dans. Zonder dat er een strikt lineaire verhaallijn is. Gedrag en angsten van jonge kinderen, vooral kleutergedrag en kleuterangsten, vormen de hoofdmoot in Kind, maar er wordt ook op de babyfase en de peutertijd ingezoomd. Zo worden er in het sprookjesdecor met rotsen en naaldbomen baby's geboren. Of wreed van hun moeder gescheiden. En danst Maria Carolina Vieira, terwijl ze met een lasso zwaait, op een meesterlijke manier een woedeaanval van een peuter.

Centrale figuur is een in het rood geklede kleuter, gespeeld door mezzosopraan Eurudike De Beul (1964). Rondrijdend op haar fietsje kijkt ze aan het begin nog nieuwsgierig naar geheimzinnige mannen in witte pakken die iets doen met een rotsblok. Maar zo onschuldig blijft het niet. Ook de minder aangename kanten van het gedrag van kleuters en jonge kinderen krijgen we te zien. Klikken bijvoorbeeld: het kind wijst de jager de illegale kampeerders in de hoop dat hij op ze zal schieten. En jaloezie: als in een prachtige scène Maria Carolina Vieira en Brandon Lagaert een mond-op-mondliefdesduet dansen, wringt het kind zich ertussen net zolang tot ze meegenomen wordt in die dans.

Het sprookjesdecor biedt ook de ideale ruimte voor de verbeelding van angsten en fantasieën van jonge kinderen. Daarbij begeleiden heftige hardrock en gierende steelgitaren de nachtmerries, en zorgen door Eurudike De Beul live gezogen opera-aria's voor de troost daarna.

Peeping Tom, met Gabriela Carrizo en Franck Chartier als regisseursduo, maakt theater op het grensgebied van dans en toneel. Altijd met ook gesproken tekst en live muziek, soms slapstick en acrobatiek. Net als met Vader en met Moeder slagen Carrizo en Chartier er ook nu met Kind in om met hun unieke manier van theatermaken de essentie van het mens zijn te vangen. Wat zou het mooi zijn om deze trilogie ooit eens in zijn geheel te kunnen zien. 

Ga voor de speellijst of en voor meer informatie naar: Peeping Tom

RIRO'S TOPTIEN VAN HET SEIZOEN 2018-2019

RIRO'S TOPTIEN VAN HET SEIZOEN 2018-2019



Door Piet van Kampen, 28 juni 2019

Van de vijftig voorstellingen die ik het afgelopen seizoen zag, maakten deze de meeste indruk:

1. Kill All Kids van Iona & Rineke / Orkater

2. All Inclusive van Julian Hetzel / CAMPO & Frascati Producties

3. De Vrouw van Orkater / Lars Doberman

4. The Way She Dies van tg STAN & Teatro Nacional D. Maria II / Tiago Rodrigues

5. FROU FROU van Bambie / Jochem Stavenuiter

6. Who's Afraid of Virginia Woolf van De KOE

7. I C O N van LOD Muziektheater & Asko|Schönberg

8. Black/The Sorrows of Belgium 1: Congo van NTGent / Luk Perceval

9. ALL. van Lisa Verbelen / BOG. collectie / Het Zuidelijk Toneel

10. De koning sterft van Toneelschuur Producties / Olivier Diepenhorst

Een bijzondere vermelding krijgt The Scarlet Letter van Angélica Liddell, Atra Bilis Teatro. Uit Madrid. Dus niet uit Nederland of Vlaanderen.

Recensie: De Kersentuin van ITA – ensemble / Simon McBurney

●●○○○


DE KERSENTUIN


ITA-ENSEMBLE / SIMON MCBURNEY





Door Piet van Kampen, gezien 16 juni 2019

In De Kersentuin (1904) toont Tsjechov een eigenares van een landgoed met haar entourage die met de maatschappelijke veranderingen geen raad weet. In het Rusland van begin twintigste eeuw ging het om het einde van de feodale maatschappij van grootgrondbezitters. De meeste regisseurs die dit stuk onder handen nemen, zien een parallel met latere maatschappelijke veranderingen die tot onzekerheid hebben geleid, en trekken ook de dadenloosheid van de eigenares van het landgoed met de kersentuin door naar een later tijdperk.

De gelauwerde Britse regisseur Simon McBurney (1957) verplaatst de handeling naar het Nederland van eind jaren zeventig van de vorige eeuw, een periode waarin volgens McBurney nostalgisch werd teruggeblikt op de sociale revolutie van de zestiger jaren. Maar ook een tijdperk waarin volgens hem nog nauwelijks aandacht was voor de opmars van het neoliberalisme. Tekstbewerker Robert Icke smokkelt er overigens ook de recente aandacht voor de klimaatcrises nog even in, in een monoloog van de eeuwige student Peter (Majd Mardo).

McBurney is een regisseur die bewust niet met een vast omlijnd plan aan de repetities begint, hij kiest ervoor om een intuïtief proces op gang te brengen. Het voordeel van zo'n aanpak is dat het kan leiden tot een verrassende interpretatie en een spraakmakende voorstelling. Het risico is dat op de première de acteurs nog steeds niet goed weten waar hun regisseur nou eigenlijk naartoe wil.

Acteurs van ITA-ensemble (het is even wennen om geen Toneelgroep Amsterdam meer te zeggen) met pruiken op. Een kind van acht op het podium als het in de rivier verdronken zoontje van landeigenares Amanda (Chris Nietvelt). De dame met het hondje uit 1899 (Hariët Stroet met een Duits accent) hopeloos verdwaald op een feestje in de jaren zeventig. En dan ook nog een decor dat een paar dagen voor de première rigoureus is veranderd.
 

Als het McBurney 's bedoeling is dat de acteurs voelen hoe het is als het einde van een tijdperk nadert doordat de manier waarop ze gewend zijn te repeteren en te acteren op lossen schroeven komt te staan, dan is McBurney in zijn opzet geslaagd. 

Chris Nietvelt, Majd Mardo en Bart Slegers houden zich redelijk staande. Ook Gijs Schoten van Aschat weet zich er, als de koopman die het landgoed wil om er zomerhuisjes op te zetten, nog aardig uit te redden. Dat geldt ook voor Janni Goslinga als Clara die wel met de koopman zou willen trouwen, maar alsmaar niet door hem wordt gevraagd ('Ik kan toch moeilijk om mijn eigen hand gaan vragen!'). Steven van Watermeulen, als de voortdurend om een lening bedelende Boris, zoekt het, zoals wel vaker, in het groteske, wat moet je anders met zo'n afzichtelijk dikmaakpak en zo'n koddig hoedje.
 

Het meest heb ik te doen met Emma Josten als Bonnie: zit je nog op de toneelschool, mag je in de eerste scène het spits afbijten, moet je zo'n keer of tien een fictieve deur opendoen. En natuurlijk met Robert de Hoog, een acteur die de laatste jaren heeft bewezen een hele grote te zijn, maar die nu in De Kersentuin als boekhouder Simon met een krullenbolpruikje voor de komische noot moet proberen te zorgen.  

Dat de ervaren acteurs, ondanks de onzekerheid waarmee regisseur McBurney ze opzadelt, er toch nog wat van weten te maken, is bewonderenswaardig, maar het kan de voorstelling niet redden. De Kersentuin van ITA – ensemble / Simon McBurney is een zeer matige vertoning.   

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: ITA-Ensemble

Recensie: Roughhouse van Richard Siegal / Ballet of Difference & Ensemble Schauspiel Köln

●●●○○

 


ROUGHHOUSE


RICHARD SIEGAL / BALLET OF DIFFERENCE & ENSEMBLE SCHAUSPIEL KÖLN

 


Door Piet van Kampen, gezien 11 juni 2019

De Amerikaanse choreograaf Richard Siegal schreef voor Roughhouse zelf een tekst waarin hij het online taalgebruik en de beeldtaal van nu op allerlei manieren tegen het licht houdt. Het gaat hem daarbij om hóe we in de sociale media praten, veel minder om wát we daar zeggen, en om wat het dagelijkse bombardement van beeldtaal op sociale media en tv doet met onze perceptie van de werkelijkheid.

Het begint al voordat het is begonnen. Er verschijnt een tekst met de mededeling dat er vanavond problemen zijn met de boventiteling. En inderdaad, we zien dat letters andere letters razendsnel verdringen en dat diakritische tekens in hoog tempo over elkaar heen buitelen. Dan houdt een van de acteurs, spiekbriefje in de hand, een inleiding waarin hij in het Nederlands uitlegt dat hij in het Nederlands zal beginnen en dan een 'slow change' zal maken naar het English met een bisschen Deutsch ertussendoor.

In wat er daarna volgt, komen alle denkbare taalvormen en beeldvorming aan bod. Van een razendsnelle terroristische taalactie van hectisch rondspringende dansers en acteurs, tot een klank voor klank uitgesproken robotachtige taaluiting door een in slow motion bewegende danser. Van gesproken woorden die niet worden boventiteld tot boventitels zonder dat er woorden zijn gesproken. Van bewust 'slecht' geacteerde scènes tot verfijnd uitgevoerd dansduetten.

In Roughhouse laat  Siegel in elke scène de taalvorm steeds de choreografie bepalen. Dat leidt tot een interessante en door de absurde humor af en toe ook geestige voorstelling, maar wel tot een voorstelling waarin het spelen met vormen - zowel taalvormen en vormen van beweging als theatervormen – overheerst.
 

Omdat Siegel ook nog eens erg veel varianten van hedendaagse taalgebruik en beeldtaal in Roughhouse heeft willen proppen, is zijn deconstructie van communicatie in het tijdperk van Facebook en YouTube wel een heel intelligente maar ook een niet echt makkelijk toegankelijke voorstelling geworden.

Gezien op het HOLLAND FESTIVAL


Recensie: The Scarlet Letter van Angélica Liddell, Atra Bilis Teatro

●●●●● 

 

THE SCARLET LETTER


ANGÉLICA LIDDELL, ATRA BILIS TEATRO



Door Piet van Kampen, gezien 8 juni 2019

Angélica Liddell (1966), bewust kinderloze dochter van een franquistische militair en een streng gelovige moeder, is ook in The Scarlet Letter duidelijk nog niet klaar met het verwerken van haar nationaal-katholicistische afkomst. Haar obsessie met het katholicisme en met de franquistische bekrompen moraal is ook in The Scarlet Letter weer op allerlei manieren merkbaar. Nog steeds heeft Liddell extreme blasfemie nodig om haar woede de ruimte te geven en haar depressies onder controle te houden. Maar wat een prachtige voorstelling levert dat op!

Nadat een kind in een toga op een skateboard het hoofd van Socrates heeft geaaid, en aan de andere kant van het podium Adam en Eva na een bezoek aan het graf van de schrijver van The Scarlet Letter
uit het paradijs zijn verjaagd, komt het spektakel op gang. Het begint dreigend, met mannen in zwarte kleding en zwarte puntmutsen, ook Liddell zelf is volledig in het zwart, op de letter A ter hoogte van haar hart na. Maar als de mannen hun kleren uittrekken is die dreiging meteen weg. Nu zijn ze alleen nog maar heel mooi. En heel aantrekkelijk.

Met een geniaal gebruik van licht en kleur worden caravaggioneske beelden gecreëerd. Daarmee en met doordringende religieuze muziek dompelt Liddell het publiek onder in haar wereld. In The Scarlet Letter draagt Angélica Liddell met haar beeldtaal een hoogmis op voor de schoonheid en de kracht van mannelijkheid. Daarbij is de ene visueel overweldigend mooie scène nog niet afgerond of het volgende wondermooie tafereel betovert ons alweer.

Hoe in een dans de naakte mannen onder het slaken van masculine kreten tafels verplaatsen bijvoorbeeld, en met hun benen de letter H vormen (van Hester, het personage uit The Scarlet Letter van Hawthorne waarop de voorstelling losjes is gebaseerd). Of hoe Angélica Liddell terwijl Lully's Marche pour la ceremonie des Turcs klinkt, ter communie gaat. Eerst schrijdt ze langzaam tussen twee rijen naakte mannen door waarbij ze steeds in elke hand even een penis vasthoudt. Aan het slot neemt ze het lichaam van de heer tot zich.

Dit soort wonderschoon gechoreografeerde scènes wisselt Liddell af met in hoog tempo gehouden monologen. Daarin gaat ze furieus tekeer tegen puriteinsheid en preutsheid. Dwars tegen #MeToo in eist ze voor vrouwen de vrijheid op om zich voor hun seksualiteit te onderwerpen aan de man. In een andere monoloog vervloekt ze in een tirade waaraan maar geen eind lijkt te komen uitgedroogde roddelende en haatdragende vrouwen van boven de veertig. Wat tot ongemakkelijk gelach leidt van nogal wat vrouwen in de zaal.

Maar hoe preuts zijn we eigenlijk in de eenentwintigste eeuw? Slaat ze in haar furie niet een beetje door? Zou, als we het over de preutsheid en het puritanisme van nu hebben, niet een andere religie dan het katholicisme het mikpunt moeten zijn? Zouden de prachtige naakte mannen in plaats van onder de gewaden en de puntmutsen van de Spaanse Inquisitie niet onder de kledij van de Islamistische kuisheidspolitie of van haatpredikers vandaan moeten komen?

Net als ik dat allemaal zit te denken probeert Liddell me intellectueel om de oren te slaan met een razendsnelle monoloog vol Foucault en Barthes. Maar ik heb Foucault gelezen. En ook zo'n beetje alles van Barthes. Mij snoer je daar de mond dus niet mee. Versimpel je Foucault niet iets teveel als je zijn driedelige werk over seksualiteit reduceert tot een kritiek op preutsheid?

Hoewel er dus wel wat op Liddells voorstelling is aan te merken, zet ik toch vijf van die groene ballen boven mijn recensie. Want ondanks die kanttekeningen is The Scarlet Letter een indrukwekkend pleidooi voor de vrijheid van denken, een imponerende verdediging van het recht op vrije artistieke expressie, en een overrompelende demonstratie van de rijkdom van podiumkunst.

Gezien op het HOLLAND FESTIVAL

Recensie: Crash Park - La Vie d'une Île van Philippe Quesne

●○○○○


CRASH PARK - LA VIE D'UNE ÎLE


PHILIPPE QUESNE




Door Piet van Kampen, gezien 7 juni 2019

Op twee schermen zien we het interieur van een vliegtuig op een intercontinentale vlucht. Het is eind zestiger jaren zo te zien, in vliegtuigen mag nog worden gerookt. In hun blauwe vliegtuigstoelen krijgen de passagiers een in plastic verpakte vliegtuigmaaltijd. Een jonge man neemt er een blikje Heineken bij. 

Daarna gaan ze lezen, allemaal. Laptops of smartphones waren er toen nog niet. Een wat oudere man is verdiept in Robinson Crusoe van Daniel Defoe, de jonge vrouw naast hem leest Homerus' Odyssee, in de stoel daarachter bladert iemand door een Kuifje (het stripalbum Vol 714 pour Sydney van Hergé uit 1968). De crew trekt zich terug in de pantry en zet het op een zuipen.

Al die tijd blijft het zaallicht aan. Veel bezoekers van de voorstelling vanavond in de Rabozaal van ITA zijn tijdens die proloog met elkaar blijven keuvelen. Vijf medewerkers van G&S Vastgoed checken hun telefoon.

Het zaallicht dooft. Het wordt stil in de zaal. Acht acteurs lopen een processie met een kartonnen vliegtuig. Eerst voor het podium langs, vervolgens de trap op bij ingang A en B. Dan dezelfde weg terug. Rookmachines moeten ervoor zorgen dat we het allemaal goed begrijpen.

Het doek gaat open. Op het podium zien we een replica van het fictieve vulkaaneiland Pulau Pulau Bompa. Daaruit komen drie nogal uit de kluiten gewassen mollen tevoorschijn, na een paar minuten verdwijnen die weer de berg in. Om er niet meer uit op te duiken. Over duiken gesproken. In een plas water ligt een kartonnen vliegtuigwrak met acht gehavende passagiers. Een daarvan duikt het water in en 'zwemt' naar het vulkaaneiland.

Pas veertig minuten na het begin van de voorstelling hebben ze alle acht het eiland bereikt. Iemand trekt een plastic blad van een plastic boom, houdt het vast bij de steel en steekt het omhoog: 'We will continue our tour'. OMG! Het zal nog een uur duren voor we de zaal uit mogen!


Een bezoeker van de voorstelling van vanavond zegt na afloop op Facebook: “
Crash Park by Philippe Quesne caused a lot of debate. Quite some people hated it and left. And it is one of the few times I heard Boo in the audience of a theatre show. I was intrigued though. Not Quesne’s best show but at least mind boggling.”

Me? Intrigued?

(Waarom praten we eigenlijk ineens Engels?)

I hated it.

Gezien op het HOLLAND FESTIVAL

Recensie: Antony and Cleopatra van Teatro Nacional D. Maria II / Tiago Rodrigues

 

●●●●○

 

ANTONY AND CLEOPATRA

 

TEATRO NATIONAL D. MARIA II / TIAGO RODRIQUES




Door Piet van Kampen, gezien 4 juni 2019

De Portugese theatermaker Tiago Rodrigues brengt het verhaal over de liefde tussen de Romeinse veldheer Marcus Antonius en de Egyptische koningin Cleopatra terug tot een confrontatie tussen twee acteurs, Sofia Dias en Vítor Roriz. De twee acteurs (alle twee ook danser en choreograaf) hebben tot vlak voor het einde geen dialogen, ze zijn vertellers die zich tot het publiek richten.

Antony and Cleopatra is een vrije bewerking van Shakespeare's gelijknamige stuk. Daarnaast liet Rodrigues zich inspireren door wat Plutarchus over de twee schreef. En door zowel de film Cleopatra van Mankiewicz uit 1963, als door de manier waarop Elizabeth Taylor en Richard Burton in die film hun personages vertolken.

Je hebt als publiek de neiging de acteur met Antonius te associëren en de actrice met Cleopatra. Maar die verwachting blijkt niet te kloppen: Vítor Roriz vertelt wat Cleopatra denkt en voelt, en Sofia Dias wat er in Antonius omgaat. Dat wordt gevisualiseerd met handbewegingen. Sofia Dias beeldt, alsof ze een handpop voor zich houdt, Antonius uit, Vítor Roriz, met naar voren gestrekte armen, op dezelfde manier Cleopatra. Als een soort buiksprekers dus met fictieve poppen

Antony and Cleopatra is niet alleen een vrije maar ook een heel poëtische bewerking. Een soort gedicht in negen verzen over de gevoelens die de twee geliefden voor elkaar hebben. Zowel als ze samen zijn in Egypte als wanneer ze van elkaar zijn gescheiden omdat Antonius in Rome is.

In de laatste verzen, als Antonius op weg is naar zijn zelfgekozen dood, verandert het vertellen in een vorm van dialoog, de twee acteurs staan dan voor het eerst tegenover elkaar en kijken elkaar ook voor het eerst aan. Het slotvers is een dubbelmonoloog van losse woorden die steeds sneller overgaan in andere losse woorden. De twee acteurs spreken die woorden nu allebei tegelijk uit, alsof ze nu samen
Antonius zijn geworden die in het zicht van zijn dood 'zijn leven nog één keer als in een flits voorbij ziet komen'.

Met maar twee acteurs weet Tiago Rodrigues met zijn Antony and Cleopatra de essentie van Shakespeare's tragedie overtuigend over te brengen. Met een voorstelling waarin behalve de poëzie van de tekst, ook het perfecte ritme van de twee stemmen, de subtiele handbewegingen, en de uitgekiende choreografie waarmee Sofia Dias en Vítor Roriz over de speelvloer bewegen, indruk maken.
Gezien op het HOLLAND FESTIVAL

Recensie: The Head & The Load van William Kentridge, Philip Miller, Thuthuka Sibisi, Gregory Maqoma

 

●●●●○

 

THE HEAD & THE LOAD

 

WILLIAM KENTRIDGE, PHILIP MILLER, THUTHUKA SIBISI, GREGORY MAQOMA




Door Piet van Kampen, gezien 29 mei 2019

Hoofdthema van The Head & The Load van William Kentridge is de tragedie van de anderhalf à twee miljoen Afrikaanse 'carriers' (dragers) tijdens de Eerste Wereldoorlog. Die dragers uit verschillende Afrikaanse landen, die vaak onder dwang werkten voor de koloniale legers van de Britten, Fransen en Duitsers in Afrika, stierven massaal door uitputting en ziektes. Een Europese officier in de voorstelling (gespeeld door Xolani Dlamini): “They are not men because they have no name. They are not soldiers because they have no number. You don’t call them, you count them.”

Een tweede thema is de dialoog tussen twee muzikale werelden van in en vlak na de Eerste Wereldoorlog. Met aan de ene kant onder meer composities van Hindemith en Schönberg en aan de andere kant de klankwereld van de Afrikaanse zang en koormuziek. Met het klankgedicht Ursonate van Kurt Schwitters wordt ook een link gelegd met het dadaïsme. Een link die ook op allerlei manieren terug te zien is in de beeldtaal van de voorstelling.

The Head & The Load is een overvolle voorstelling. Op een podium van zo'n vijftig meter breed brengt Kentridge het tragische verhaal over de Afrikaanse dragers in WO I met alle denkbare theatrale middelen. Ik tel alleen al zo'n veertig acteurs, danser, zangers en musici. En dan is er ook nog regelmatig film en schaduwspel te zien op het achterdoek.

Al snel merk ik dat het onmogelijk is om alles wat er op het podium gebeurt te volgen. Er gebeurt doodgewoon teveel tegelijk. Omdat de muziek me meteen vanaf het begin fascineert, besluit ik om me daar ieder geval zo goed mogelijk op te concentreren. En dan maar zien of ik ook nog wat van de overweldigende visuele indrukken kan opslaan, en wat van de tekst kan onthouden.

Ondanks het feit dat ik me vooral op de muziek (en op de andere geluiden) focus, zijn me toch allerlei kleine visuele details bijgebleven. De sjerp in de kleuren van Ghanese vlag bij tenor N'Faly Kouyate bijvoorbeeld. En de drie kleine kwastjes in dezelfde kleuren rood, geel en groen op de koto, die hij, als hij er niet op speelt, als een vuurwapen voor zich houdt. Of de kunstig gevouwen bruine papieren zak op het hoofd van sopraan Ann Masina, die me doet denken aan de plastic zak op het hoofd van Paula, de dochter van fotograaf Hendrik Kerstens.

Maar de meeste indruk op me maakt de speciaal voor The Head & The Load gecomponeerde muziek van Philip Miller en Thuthuka Sibisi (die ook als dirigent op het podium staat). Wat die twee ons op muzikaal gebied laten beleven, is vanaf de eerste gezongen sirenegeluiden voortdurend verrassend. Hoe Ann Masina Je Te Veux van Satie bijvoorbeeld over laat gaan in een roep om onafhankelijkheid. Of hoe het koor God Save The King in een koraal verandert en een violiste met een vioolsonate van Fritz Kreisler wordt weggeblazen door een oorlogslied in het Zoeloe.

Met The Head & The Load opent het Holland Festival met muziektheater van vooral visueel en muzikaal hoog niveau, met een voorstelling die op een boeiende (maar wel iets te overdadige) manier het 'vergeten verhaal' van de tragiek van de Afrikaanse 'carriers' in WO I onder onze aandacht brengt.

Gezien op het HOLLAND FESTIVAL
 

Recensie: ALL. van Lisa Verbelen / BOG. collectie en Het Zuidelijk Toneel

 

●●●●○

 

ALL.

 

LISA VERBELEN / BOG. COLLECTIE EN HET ZUIDELIJK TONEEL




Door Piet van Kampen, gezien 27 mei 2019

Op de enorme speelvloer van de grote zaal van de Brakke Grond in Amsterdam staat een klein platform waarop Lisa Verbelen haar solovoorstelling ALL. creëert. Dat contrast met die grote vloer maakt dat die performer daar in haar eentje op dat platform meteen al iets kwetsbaars krijgt.*

In ALL. onderzoekt Lisa Verbelen hoe muziek, taal en beeld elkaar beïnvloeden. Door klank, beeld en woorden te combineren zoekt ze naar manieren om de muzikaliteit van taal te tonen, en om ons muziek als taal te laten horen. Ze wil laten zien hoe muziek, taal (en decor) samen een compositie kunnen vormen.

Op de vierkante vloer van haar kleine platform verschuift Verbelen op kaartjes geschreven woorden. Steeds verplaatst ze met een vinger zo'n kaartje waardoor steeds nieuwe woordcombinaties ontstaan. Die dan worden geprojecteerd op een cirkelvormig scherm. Eerst onderzoekt Verbelen op deze manier de relatie tussen YOU en THE WORLD. Dan de relatie tussen NOW en PAST, die tussen NOW en FUTURE, en tenslotte die tussen YOU en YOU.

Na elk semantisch onderzoek met die op kaartjes geschreven woorden, zingt Verbelen uitsluitend uit klanken bestaande muziek. Het is fascinerend om mee te maken hoe ze dat aspect van haar voorstelling stap voor stap opbouwt. Hoe ze beat op beat stapelt, en stem op stem op stem. Hoe ze eerst eenstemmig, dan tweestemmig, en tenslotte driestemmig zingt. Met maar een beperkt aantal klanken creëert ze op die manier een steeds complexere en steeds boeiendere compositie. En omdat de klanken die ze gebruikt geen woorden zijn, worden die klankcombinaties met elke volgende stap zelf een steeds betekenisvollere taal.

Voor de slotmonoloog komt het platform met Verbelen tot vlak voor de eerste rij. Terwijl ze aan het slot van haar vorige solovoorstelling ONE. met haar cover van Who Knows Where The Time Goes nog geleende woorden gebruikte, doet ze dat deze keer bij ALL. niet. Deze keer zijn het haar eigen woorden. Nu schreef ze zelf haar slottekst. En wat voor tekst! De slotmonoloog van ALL. doet me denken aan de poëzie van Charles Bukowski. Niet alleen door de poëtische vorm, ook door de inhoudelijke kracht ervan.

Lisa Verbelen slaagt erin om me in ALL. mee te nemen in een steeds geraffineerdere compositie waarin taal muziek wordt. En waarin muziek taal wordt. Om me aan het eind van haar voorstelling als 'spoken word artist' ook nog eens te overdonderen met haar krachtige poëzie. 


* Omdat Verbelen in het decor geen achterdoek en geen zijwanden gebruikt, zal het scènebeeld in elke zaal anders zijn. In een zaal met een klein vloeroppervlak zal het kleine speelplatform waarschijnlijk een ander effect hebben dan hier in de enorme ruimte van de grote zaal van de Brakke Grond.
Ga voor de speellijst of en voor meer informatie naar: BOG. collectie of Het Zuidelijk Toneel

Recensie: De wereld volgens John van Het Nationale Theater / Eric de Vroedt

 

●●●○○

 

DE WERELD VOLGENS JOHN


HET NATIONALE THEATER / ERIC DE VROEDT

 

Door Piet van Kampen, gezien 13 mei 2019

In een radiostudio presenteert John Landschot (Bram Coopmans) zijn talkradioprogramma De wereld volgens John, als het koor in een Griekse tragedie levert de populistische John commentaar op het lokale Haagse nieuws. En het belangrijkste Haagse nieuws van de dag is dat over Jan K. uit de arbeiderswijk Duindorp.
 

Zoals in Eugene O’Neills The Hairy Ape (1922) - waarop de voorstelling losjes is gebaseerd - de stoere stoker Yank uit zijn evenwicht raakt als een mooie jonge vrouw van het eersteklasdek naar het benedendek komt, zo raakt Jan K. van slag als de jonge Gooise journaliste Kim (Whitney Sawyer) naar zijn Haagse arbeidersbuurt komt omdat ze van hem het verhaal over het vreugdevuur wil horen.

Schrijver Joeri Vos heeft het personage Jan K. met uiterste zorgvuldigheid geschetst, hij laat in zijn tekst de onmacht en de kwetsbaarheid van Jan K. steeds met kleine stapjes toenemen. Regisseur Eric de Vroedt heeft op zijn beurt de tijd genomen om ons zorgvuldig alle krenkingen en alle pech te laten zien die geleid hebben tot Jan K's dramatische besluit om zich in te laten sluiten in het apenverblijf van Blijdorp.

Behalve de drie volwaardige personages John Landschot, journaliste Kim en vooral Jan K. lopen er in De wereld volgens John ook minder zorgvuldig uitgewerkte personages rond. Het lijkt erop dat zowel Vos als De Vroedt na het met kleine penseeltjes tot in detail schilderen van de psychologische ontwikkeling van Jan K. in tijdnood zijn gekomen. En dat ze toen maar de grootste kwast en de dikste verfroller ter hand hebben genomen om die bijrollen er nog snel even bij te zetten.

Des te opmerkelijker is de enorme prestatie van Joris Smit, die de groeiende onmacht van Jan K. met een perfecte combinatie van stoerheid en kwetsbaarheid neerzet. Schrijf Joris Smit voor zijn rol in De wereld volgens John maar vast op voor het lijstje van de Louis d'Or.


Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Het Nationale Theater