Recensie: Online Registratie van Le Sous Sol van Peeping Tom / Glenn Vervliet

●●●●○

 

ONLINE REGISTRATIE

LE SOUS SOL

 

PEEPING TOM / GLENN VERVLIET

 

Door Piet van Kampen, geplaatst 23 maart 2020

Ik heb nog lang niet alle online registraties van voorstellingen die nu beschikbaar zijn kunnen bekijken. Het zijn er nogal wat. Maar van wat ik wel zag, bevalt de videoregistratie van Le Sous Sol van het Brusselse Peeping Tom me het meest.

Videoregisseur Glenn Vervliet heeft van Le Sous Sol een belevenis gemaakt waarbij je niet het gevoel hebt ergens in de zaal te zitten, zelfs niet op de eerste rij. Door heel dicht op de acteurs/dansers te filmen, laat hij je vanuit je huiskamer de voorstelling ondergaan alsof je er in een speciaal voor jou op het podium gezette fauteuil naar zit te kijken. De beelden, met veel prachtige close-ups, en ook het geluid, zijn van een zeer hoog niveau.

Le Sous Sol was het derde deel van een trilogie van Peeping Tom die in 2002 startte met Le Jardin, gevolgd door Le Salon in 2004. Le Sous Sol ging op 28 maart 2007 in première. De videoregistratie van Le Sous Sol is gemaakt in 2011.

We volgen een familie die dood en begraven is, maar onder de grond verder leeft. De regels en afspraken van voor hun dood gelden niet meer. De familiale verhoudingen moeten opnieuw ontstaan, opnieuw worden bevochten. Humor vormt daarbij een belangrijk contrapunt.

Ik zag de voorstelling in 2007 in de schouwburg en schreef er toen in mijn recensie onder meer over: 'Fascinerend is de dans van mezzosopraan Eurudike De Beul, sleutelbewaarder van het onderaardse, met de tachtigjarige Maria Otal. Wat begint als een piëta, gaat over in een moeder die haar kind de borst geeft. Dat contact, mond op borst, blijft in het verdere verloop van de dans in stand. Ook de drie dansers - Franck Chartier, Samuel Lefeuvre en Gabriela Carizo - blijven steeds fysiek met elkaar in contact, hoe acrobatisch en ingenieus hun bewegingen ook zijn: voet op buik, hoofd tegen nek, mond op mond.'

Naast de intrigerende dans en de steeds weer verrassende muziek (composities van Juan Carlos Tolosa en Glenn Vervliet) komt, vooral door de rustige camerabewegingen, ook in de videoregistratie de enscenering (van Yves Leirs) volledig tot zijn recht. Waardoor Le Sous Sol me ook nu weer boeit en blijft boeien.

In de videoregistratie duurt Le Sous Sol ongeveer 60 minuten. Er wordt Nederlands en Frans gesproken, maar er is weinig gesproken taal. Ook voor wie het Frans niet beheerst is Le Sous Sol dus prima te volgen.  

Ga voor de videoregistratie naar: Peeping Tom

Recensie: Weibliche Akt 10 – Liebe Jelinek van Maatschappij Discordia / De Roovers

●●●●○

 

WEIBLICHE AKT 10 - LIEBE JELINEK


MAATSCHAPPIJ DISCORDIA / DE ROOVERS

 

 

Door Piet van Kampen, gezien 22 februari 2020

Liebe Jelinek is de tiende in een serie voorstellingen van Maatschappij Discordia vanuit het perspectief van de vrouw. In eerdere voorstellingen in die reeks was dat soms met teksten van verschillende schrijvers, andere keren met vanuit het vrouwelijk perspectief herschreven klassiekers, zoals Iokaste (gebaseerd op Oedipous Rex van Sophocles) of Mevrouw Macbeth (gebaseerd op Macbeth van Shakespeare).

Behalve de tiende voorstelling in de serie Weibliche Akt is Liebe Jelinek na L'amour Duras ook de tweede in een drieluik over de liefde zoals die door vrouwelijke auteurs wordt beschreven.*

'Liefde kan alleen bestaan tussen gelijken en is daarom onmogelijk tussen man en vrouw, jammer dat ik niet lesbisch ben.’ Dat zegt de Oostenrijkse schrijfster die van provocerende uitspraken houdt en waarvan de naam in de voorstelling geen enkele keer wordt genoemd. Want Annette Kouwenhoven en Miranda Prein (van Maatschappij Discordia) en Sara De Bosschere (van De Roovers) verwijzen naar Elfriede Jelinek alleen met 'Zij met die kapitalen (hoofdletters)' of 'Zij die er niet is, en misschien ook niet komt, want ze wil niet bekeken worden'.

Jan Joris Lamers zorgt voor de intermezzi. Meestal door de muziek te starten (onder andere van Bl!ndman), soms door de takkenbossen in het sprookjesbos te verplaatsen. Of door een paar zinnen voor te lezen uit een krantenartikel over het schilderij Narcissus van Caravaggio, voorafgaand aan de scène over de vrouw die, als ze in het water kijkt, uitroept: 'Nee! Het gezicht van mijn moeder!'

Een steeds terugkerende zin in de voorstelling is: 'Je gaat toch niet zó naar buiten!'
Want Liebe Jelinek gaat vooral over de liefde en de relatie tussen moeders en dochters.

De rode draad in de voorstelling is een sprookje over de dertienjarige tweeling Dessous en Dessus (en de avonturen van die tweeling met het blauwe vogeltje, de beer, de prins, en klusbedrijf Jager & Zn). Dat sprookje, waarin de drie actrices ook hun eigen verhouding met hun moeder hebben verweven, wordt afgewisseld met vraag-antwoord gesprekken:

Prein: 'Schrijven in plaats van leven?'
Kouwenhoven: 'Is dat zielig?'
De Bosschere: 'Ben ik van de ander als een ander naar me kijkt?'

Steeds wordt na zo'n gesprek, waarvan de teksten heel dicht bij Jelinek blijven, de draad van het sprookje weer opgepakt. Het is een formule die heel goed werkt. Liebe Jelinek is een van de beste in de serie Weibliche Akt die ik heb gezien. Een aanrader.

* De volgende voorstelling van dit drieluik zal gaan over Susan Sontag (Love Sontag)
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Maatschappij Discordia

Recensie: Wolven huilen niet alleen van Frascati Producties / Charli Chung

●●○○○


WOLVEN HUILEN NIET ALLEEN

 

FRASCATI PRODUCTIES / CHARLI  CHUNG

 

 

Door Piet van Kampen, gezien 20 februari 2020

Een verhaal naspelen waarin verhalen worden nagespeeld. Zonder het oorspronkelijke verhaal – de 'documentaire' The Wolfpack van van Crystal Moselle – kritisch te bevragen. Zonder echt andere invalshoeken te kiezen dan Moselle deed in haar 'documentaire'. Zonder het thema in een breder verband te trekken.

Zes broers met lang haar, zwarte kleding en een Sanskriet naam zijn door hun vader thuis opgesloten in een appartement in New York. Die vader, een Peruaanse ex-hippie met sektarische religieuze ideeën en een alcoholprobleem, vond het buiten te gevaarlijk voor ze. Hun moeder gaf ze thuis onderwijs.

Totdat ze ontsnappen en ze filmer Crystal Moselle tegen het lijf lopen, kennen de broers de wereld alleen door de duizenden films die hun vader thuis bewaarde op dvd of video. Ze kunnen hele scènes uit onder meer Reservoir Dogs en Pulp Fiction woord voor woord naspelen, in eigengemaakte filmkleding en met props van karton. Voor de documentaire van Moselle spelen ze dat nog een keer na.

In Wolven huilen niet alleen spelen vijf acteurs vervolgens The Wolfpack na. Een van de vijf speelt een tweeling. Een van de anderen sporadisch de vader, of het zevende kind, een meisje met een verstandelijke handicap. Met alle twijfel over de authenticiteit van Moselle's documentaire hebben regisseur Chung en tekstschrijver Don Duyns niets gedaan. Ook hebben ze op geen enkele manier geprobeerd het door ouders om religieuze redenen opsluiten van kinderen in een breder perspectief te plaatsen.

Stel je een van de acteurs voor die een geslaagde imitatie op zijn repertoire had van de manier waarop wijlen prins Bernhard sprak, of Johan Cruijff. Dat dus. Maar dan met vijf acteurs die Amerikaanse acteurs in Amerikaanse films imiteren. Veel meer is Wolven huilen niet alleen niet. 


Leuk misschien voor een filmquiz, maar als theatervoorstelling is Wolven huilen niet alleen een overbodige exercitie.
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Frascati Producties

Recensie: La Plaza van El Conde de Torrefiel / Tanya Beyeler & Pablo Gisbert

●●●●●

 

LA PLAZA

 

EL CONDE DE TORREFIEL / TANYA BEYELER & PABLO GISBERT

 

Door Piet van Kampen, gezien 4 februari 2020

In de meeste voorstellingen vullen geluid, tekst en beeld elkaar aan om op die manier bij te dragen aan wat de makers willen zeggen. Maar niet in La Plaza. Nooit eerder zag ik een voorstelling waarin woorden, beeld en soundscape op zo'n geraffineerde, ontregelende, en niet parallelle manier worden ingezet als in La Plaza. En waarin ze elkaar toch, juist door die asynchrone collage, versterken.

Het woordeloze maar gloedvolle en bloemrijke openingsbeeld van de voorstelling met de daarbij horende soundscape is van grote schoonheid. Maar de ongebruikelijke duur daarvan blijkt, vanavond in ieder geval, zowel tot contemplatie als tot wrevel te kunnen leiden. 


Met trage gechoreografeerde bewegingen tonen de acteurs en de figuranten hierna in scènes op een plein wat ik zal zien, als ik, na een voorstelling die 365 dagen heeft geduurd simultaan in 365 steden, de schouwburg zal verlaten. Want de tekst van La Plaza verandert mij van een toeschouwer in een personage in de toekomst.

In deze voorstelling van El Conde de Torrefiel uit Barcelona, waarin die toekomst wordt getoond in een heden dat onontkoombaar voortkomt uit het verleden, is geen woord Spaans of Catalaans te horen. Na een minuut of tien klinkt vanavond de enige gesproken tekst. Een heel korte tekst. Uit de zaal. 'Komt er nog wat! Oplichters!' De spreker van die woorden blijft gewoon zitten.

Toch is er wel degelijk tekst in La Plaza.
In het Nederlands en het Engels. En die tekst is zo getimed dat je steeds in de pauze na een tekstfragment de neiging hebt om erover te reflecteren, om dan bij een volgend fragment toch weer op een ander spoor te worden gezet. Een onwaarschijnlijk goede literair-filosofische tekst is het, van de hand van Pablo Gisbert.

Die literair-filosofische stukjes tekst worden geprojecteerd op het achterdoek. Waar ook dit op verschijnt "Je zult die voorstelling die 365 dagen heeft geduurd niet vergeten, zoals je niet vergeten bent wat je voelde toen je voor het eerst De roeping van Matteüs van Caravaggio zag, of toen je 2666 van Roberto Bolaño las".  

Wat je ervaart tijdens La Plaza, een voorstelling van anderhalf uur, zul je waarschijnlijk ook niet gauw vergeten. Mij zal het in ieder geval wel even bijblijven.

GEZIEN TIJDENS BRANDHAARDEN
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: El Conde de Torrefiel

Recensie: Weg met Eddy Bellegueule van Toneelschuur Producties / Eline Arbo

●●●●●

 

WEG MET EDDY BELLEGUEULE

 

TONEELSCHUUR PRODUCTIES / ELINE ARBO

 

 

Door Piet van Kampen, gezien 24 januari 2020


'Ik ben tien jaar. Vandaag word ik een vechter. Net als mijn vader. En zijn vader.'

Meer staat er niet in de aantekeningen die ik tijdens de voorstelling maak, zelfs geen steekwoorden. Al na tien minuten wil ik niet meer het risico lopen iets te missen van Weg met Eddy Bellegueule. Ik wil niet dat ook maar één woord, één gebaar, zelfs maar een kleine verandering in mimiek me zou ontgaan doordat ik iets zit op te schrijven. Zo aangrijpend, en zo ontzettend goed gespeld, is het verhaal waarin Victor IJdens, Jesse Mensah, Felix Schellekens en Romijn Scholten me meenemen.

'Vandaag word ik een vechter.'

De eerste roman van Édouard Louis (1992) En finir avec Eddy Bellegueule uit 2014, werd ook in de Nederlandse vertaling van Edu Borger een groot succes. Eddy Bellegueule, die zijn naam later verandert in Édouard Louis, vertelt daarin over zijn traumatische jeugd in een arbeidersgezin in het Noord-Franse dorpje Hallencourt, waar hij op zijn negende ontdekt dat hij homo is. Alle mannen in Hallencourt gaan op hun zestiende in de fabriek werken. Alle mannen drinken en vechten. Alle vrouwen worden huisvrouw, Eddy's moeder is al op haar zeventiende zwanger.

Omdat hij bang is zich te vrouwelijk te gedragen, doet Eddy zich mannelijker voor dan hij is en praat hij met een diepere stem. Toch wordt hij regelmatig door andere jongens bespuugd en geslagen. Pas als hij op zijn zestiende zijn dorp verlaat om naar het Lycée in Amiens te gaan - een school met een option facultative théâtre - kan hij eindelijk vrijwillig doen wat hij tot dan toe altijd noodgedwongen deed: toneelspelen.

De jeugdherinneringen van Eddy Bellegueule zijn niet vrolijk. Opgroeien in een gezin uit de onderklasse, te anders zijn dan de vader, te anders dan de broers. Het is een thema dat doet denken aan De helaasheid der dingen van Dimitri Verhulst. Maar Édouard Louis gaat in En finir avec Eddy Bellegueule een stap verder. Bij
Édouard Louis wordt het persoonlijke politiek, worden de herinneringen aan de traumatische jeugdjaren ook een aanklacht tegen wat zijn vader en zijn moeder, en hun vaders en hun moeders, hebben gemaakt tot wat ze zijn geworden.

'Vandaag word ik een vechter.'

Steeds begint één van de acteurs met die mantra, en steeds weer sluiten de andere drie zich daarbij aan. En steeds weer maken ze dan vechtbewegingen die overgaan in een dans. En steeds weer drukt die dans dan het tegenovergestelde uit van die woorden.

'Vandaag word ik een vechter.'

De acteurs dragen stoere zwarte sportkleding van het merk Adidas. Maar geen identieke. De een een lange, de ander een korte broek. De een een ander type zwarte schoenen dan de ander. Alle vier zijn ze Eddy, en alle vier schakelen ze steeds supersnel naar een ander personage. Jesse Mensah wordt door alleen zijn hoofd een klein beetje schuin te houden de moeder van Eddy, en uitblinker Victor IJdens met een minieme verandering van mimiek Eddy's vader.

In de voorstelling geeft live door de acteurs uitgevoerde muziek het tijdperk aan waarin het verhaal zich afspeelt. Met naast hits uit het eind van de vorige en het begin van deze eeuw ook My Body is a Cage van Arcade Fire, en muziek die Thijs van Vuure samen met de acteurs componeerde. En ook muzikaal valt, in dit geval samen met Felix Schellekens
, Victor IJdens op.

Maar de grootste prestatie levert Eline Arbo. Met haar keuze voor een strakke, heldere enscenering en met haar magistrale acteursregie heeft regisseur Eline Arbo van Weg met Eddy Bellegueule een aangrijpende, ontroerende, en onvergetelijke voorstelling gemaakt. Een van de beste die ik dit seizoen zag.
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Toneelschuur Producties

Recensie: Familie van NTGent / Milo Rau

●●●●○

 

FAMILIE


NTGENT / MILO RAU

 

 

Door Piet van Kampen, gezien 17 januari 2020

In het Noord-Franse stadje Coulogne, in de buurt van Calais, worden in september 2007 vier lichamen gevonden. René Demeester en zijn vrouw Marie-Christine hebben samen met hun zoon Olivier (30) en dochter Angélique (28) zelfmoord gepleegd door zich in huis op te hangen. De burgemeester, die de slachtoffers persoonlijk kent, noemt hun dood 'onverklaarbaar', het gezin had geen persoonlijke of financiële problemen. Agenten vinden een brief, in het handschrift van Marie-Christine, met als slotzin: ‘Pardon, on a trop déconné’ (Sorry, we hebben het verkloot).

Milo Rau, theatermaker en activist, maakt in zijn voorstellingen re-enactments van historische gebeurtenissen. Meestal om de geschiedenis van de mensheid te veranderen, in te grijpen in het wereldgebeuren. Familie, gebaseerd op de collectieve zelfmoord van een Frans gezin, is een voor Rau atypische voorstelling. De aanleiding voor de voorstelling is een particulier drama, geen sociale misstand die je het kapitalisme of het neoliberalisme in de schoenen kunt schuiven.

Filip Peeters (57), An Miller (45) en hun tienerdochters Louisa
Peeters (15) en Leonce Peeters (14) spelen in Familie een gezin dat heeft besloten zich gezamenlijk op te hangen. We volgen de vier op hun laatste avond. Omdat het gezin wordt gespeeld door twee acteurs en hun eigen kinderen, door een echt gezin dus, kunnen die voor een deel zichzelf spelen, waardoor de laatste avond met elkaar heel natuurlijk over komt.

An neemt een douche, Filip bereidt een maaltijd, Louisa helpt haar zusje Leonce met het oefenen van Engelse woorden. Na het eten kijken ze een video waarop de meisjes nog kleuters zijn: we zien de twee vrolijk de bank op en af springen, en met rode wangetjes van de kou Almdudler drinken tijdens een skivakantie in Oostenrijk. Maar we weten hoe de avond zal eindigen. En we weten dat de vier leden van het gezin dat ook weten. Dat maakt de voorstelling beklemmend.

Net als bij de zelfmoord van het gezin Demeester blijft ook in Familie het motief onopgehelderd. Maar er is ook een heel groot verschil. In Coulogne ging het om vier volwassenen. Bij het gezin in Familie om twee volwassenen en twee kinderen. Vier volwassenen besluiten gezamenlijk uit het leven te stappen. Dat recht hebben ze. Maar twee ouders en hun minderjarige kinderen? Is dat ook nog collectieve zelfmoord? Of is dat moord op twee kinderen en zelfmoord van de ouders?

Toch is het juist door dat verschil, juist door de twee tieners, dat Familie een extra laag krijgt. Vooral door de inbreng van de vijftienjarige Louisa Peeters die voorleest uit haar dagboek, en vertelt hoe eenzaam en alleen ze zich soms voelde op haar internaat: 'Als ik een pistool zou hebben gehad, zou ik me door mijn hoofd hebben geschoten.' Door die extra invalshoek is Familie niet alleen een voorstelling over een gezinsdrama, maar ook over de existentiële vragen waardoor pubers tot zelfmoord kunnen komen.

Door te kiezen voor een existentieel thema, door een voorstelling te maken rond een vraag waarvoor ieder mens wel eens komt te staan, heeft Milo Rau me meer weten te raken dan met zijn meer politieke en activistische werk. Familie is een voorstelling die me zal bijblijven.
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: NTGent

Recensie: Yves Saint Laurent van Florian Myjer / Frascati Producties / De Warme Winkel

●●●●○

 

YVES SAINT LAURANT


FLORIAN MYJER / FRASCATI PRODUCTIES / DE WARME WINKEL

 

 

Door Piet van Kampen, gezien 18 december 2019

In een regie van Ward Weemhoff spiegelt Florian Myjer (1992), in vijf sterk van elkaar verschillende scènes, de artistieke ontwikkeling van modeontwerper Yves Saint Laurent (1936 – 2008). Met in elke scène een volledig andere stijl van acteren laat Myjer vooral zien welke rol seksualiteit speelt bij het tot stand komen van het kunstenaarschap van de Franse couturier. En indirect ook hoe belangrijk voor Myjer het omgaan met zijn eigen seksualiteit is geweest voor zijn ontwikkeling als acteur en theatermaker.
De eerste scène, waarbij het zaallicht aan blijft, is heel fysiek en heel beweeglijk. Het gaat in die openingsscène vooral om ongeremde lust gekoppeld aan het snelle succes van de jonge Yves Saint Laurent. De scène daarna is juist heel verbaal. Met nu het zaallicht uit en zijn broek aan legt Myjer als Yves Saint Laurent, in een vloedgolf van bijna schreeuwend uitgesproken woorden, onder meer uit hoe de rafelranden van de vagina hem inspireerden bij zijn ontwerpen.
Na dat snelle fysieke spel van de eerste en het verbale geweld van de tweede scène kiest Myjer in de derde voor verstilling. Op een rustige en bedachtzame toon beschrijft hij de pornobeelden waarbij hij zich graag aftrekt. Als hij bij het type mannen die hij aantrekkelijk vindt, opmerkt dat hij waarschijnlijk steeds op zoek is naar zijn vader, neemt zijn stemvolume weer toe. Om even later, haast zonder overgang, weer af te nemen bij de brief van zijn moeder.
Aandachtig luisteren naar het voorlezen van die brief, terwijl op een scherm explicite seksuele handelingen met drie stijve pikken zijn te zien, vind ik, ik citeer een frase uit de voorstelling, 'best wel ingewikkeld'. 
Ontspannen liggend met een glas champagne in zijn hand - het tegenbeeld dus van de opgewonden en beweeglijke beginscène - sluit Myjer de voorstelling af, met een, naar mijn smaak iets te lange, maar wel heel geestige, quasi improviserend uitgesproken epiloog.

Yves Saint Laurent is al met al een overrompelende, grensverleggende voorstelling. Een voorstelling waarmee Florian Myjer bevestigt dat hij niet alleen een heel goede acteur is, maar ook een groot kunstenaar.
 Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Frascati Producties

Recensie: Pronk van Frascati Producties / Anoek Nuyens

●●○○○


PRONK 

 

FRASCATI PRODUCTIES / ANOEK NUYENS

 

 

Door Piet van Kampen, gezien 6 december 2019

Het eerste wat me opvalt als ik voor de voorstelling Jan Pronk in het theatercafé tegen het lijf loop, is dat hij nogal klein is. Joop den Uyl noemde Pronk ooit 'een klein gevaarlijk ideoloogje'. Toen hij hem beter had leren kennen, stelde Den Uyl dat oordeel overigens bij voor wat betreft de kwalificatie gevaarlijk.

Anoek Nuyens (1984) maakt documentair theater. Haar voorstelling Pronk is een monoloog waarin ze terugverlangt naar het einde van de negentiger jaren toen ze urenlang vanaf de publieke tribune volgde wat er in de Tweede Kamer gebeurde, een periode die ze zich herinnert als een tijdperk waarin politici nog visies hadden en niet alles de markt ingooiden, en ook als de jaren waarin ze zelf als vijftienjarige begeesterd werd door Jan Pronk (1940), 'het linkse geweten van de sociaaldemocratie'.

Theatraal is Pronk een sobere voorstelling, in een functionele regie van Erik Whien. Nuyens staat op een kleine verhoging, en komt niet van haar plaats. Slechts ondersteund door haar mimiek en haar gestiek vertelt ze over de gesprekken die ze de afgelopen zeven jaar heeft gevoerd met Jan Pronk.

Ze beschrijft zijn woonkamer, het schilderij met drie vrouwen en een duif, de appelboom in de tuin, en vertelt hoe ze met Jan Pronk rondloopt door zijn archief boven, terwijl Pronks vrouw ondertussen beneden de vissoep bereidt. Hoe ze samen stilstaan bij het manifest van Willem Vliegen uit 1894, het begin van de sociaaldemocratie in Nederland. Ze herinnert ons aan Pronks ideeën over sterke schouders die de zwaarste lasten moeten dragen, en aan het door hem gemunte begrip 'voorzorgbeginsel'.

Nuyens besteedt in Pronk niet alleen aandacht aan de intellectueel en ideoloog Jan Pronk, ze beschrijft ook hoe hij in 1994 op de grens van Rwanda en Tanzania lijken telt die met de rivier worden meegevoerd. En ze laat een geluidsfragment horen waarin hij zijn rapportage over de gruwelen in Somalië moest onderbreken omdat het hem teveel emotioneerde.

In haar voorstelling richt Nuyens zich vooral tot haar generatiegenoten, de dertigers. In een slotwoord uit ze impliciet kritiek op leeftijdgenoten die hun geloof in de politiek hebben verloren en alleen nog heil verwachten van buitenparlementaire acties: “Ik besluit te geloven in een sociaaldemocratie die gelooft in medemenselijkheid. Wat we nodig hebben is visionair luisteren."
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Frascati Producties

Recensie: body a.k.a. van Bloet / Jan Decorte

●●●●○

 

BODY A.K.A.


BLOET / JAN DECORTE

 

 

Door Piet van Kampen, gezien 2 december 2019

Wat voorafging. Vijfentwintig jaar geleden, 1994. Etnische oorlogen in Joegoslavië. Genocide in Rwanda. Slachtpartijen. Overal bloed. Jan Decorte & Co speelt Bloetwollefduivel, een tot op het bot gefileerde Macbeth. Vol gruwelijkheden. De dan negenjarige Lisa De Boeck als Dekselisa (de heksen) en Sigrid Vinks als Madámbuik (Lady Macbeth): 'Eerst kaptenem hunne kopaf enzettenem opne staak in zijn kamer hij klapten ernochmee'. Dekselisa: 'wassei jem'. Madámbuik: 'Datschoo weerwas intschots wattenkte'. Aan het slot van die voorstelling klinkt harde muziek van Nirvana.

Vijfentwintig jaar later, 2019. Aan het begin van de voorstelling body a.k.a. trekt de mist langzaam op. Met achter zijn geloken ogen zijn met moeite ingehouden moordlust loopt Jan Decorte als de Bloetwollefduivel heen en weer over de speelvloer. Uit de speakers harde muziek van Lingua Ignota (Kristin Hayter). Dan verstilling. In een Oosters aandoend decor bewegen Jan Decorte, Sigrid Vinks en Lisah Adeaga in een trage choreografie. Want vijfentwintig jaar nadat de naam Jan Decorte & Co werd veranderd in Bloet, is het tijd voor rituele reiniging.

Decorte beweegt een flink uit de kluiten gewassen pollepel rustig heen en weer. Als een wierookvat. De bewegingen versnellen, het slingeren wordt agressiever. Dekselisah, de goede heks, grijpt met zachte hand in. Nieuwe rituele bewegingen. Een rituele kruisbewassing. Nog meer rituelen om de laatste restanten moordzucht van de Bloetwollefduivel te bezweren. Het lukt. Decorte gaat in foetushouding op de grond liggen.Tot slot als catharsis Herz und Mund und Tat und Leben, de cantate van Johann Sebastian Bach.

In body a.k.a. zit maar een klein stukje tekst van de voorstelling van vijfentwintig jaar geleden. Gechoreografeerde bewegingen, dans en stiltes komen daarvoor in de plaats. Die zorgvuldig uitgevoerde rituele handelingen en die stiltes maken body a.k.a. tot een weldadige voorstelling, een voorstelling die in een tijd dat bloedvergieten ons elke dag via de media overspoelt, troost geeft, en hoop. 

 
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Bloet

Recensie: Het arsenaal der ongeleefde dingen van Nieuw Amsterdams Peil / Mayke Nas / Teun Hocks / Ria Marks / Floriaan Ganzevoort

●●●●●

 

HET ARSENAAL DER ONGELEEFDE DINGEN

 

NIEUW AMSTERDAMS PEIL / MAYKE NAS / TEUN HOCKS / RIA MARKS / FLORIAAN GANZEVOORT

  


Door Piet van Kampen, gezien 21 november 2019
Wat word ik hier blij van! Het arsenaal der ongeleefde dingen is een sublieme tragikomische muziektheatervoorstelling, waar ik van het begin tot het eind met een glimlach naar heb zitten kijken en luisteren. Maar ook met toenemende bewondering. 
De unieke composities en ensceneringen van Mayke Nas en de met olieverf overgeschilderde foto's van beeldend kunstenaar Teun Hocks zijn op zich al heel fascinerend en heel theatraal. Regisseur Ria Marks en lichtontwerper Floriaan Ganzevoort voegen daar met hun expertise nog de details aan toe die Het arsenaal der ongeleefde dingen maken tot wat het is: een muziektheatervoorstelling van heel hoog niveau.
Kun je muziektheater zonder acteurs en zonder tekst nog wel theater noemen? Ja, bij Het arsenaal der ongeleefde dingen kan dat zeker. Om te beginnen al door de theatrale manier waarop componist Nas geluiden gebruikt, en de theatrale manier waarop ze die geluiden door de musici laat voortbrengen. Op de tweede plaats door de belangrijke rol van de (soms ook bewegende) beelden van Teun Hocks. 
Bovendien zijn de zeven musici van Nieuw Amsterdams Peil niet zomaar musici, alle zeven zijn ze gewend om te acteren en ze kunnen dat ook. Sterker nog, deze muziektheatervoorstelling bestaat deels uit geïmproviseerd acteren.
Bij de scène Paard bijvoorbeeld is niet alleen de muzikale instructie van componist Mayke Nas aan trombonist Koen Kaptijn uiterst summer 'Bries maar wat in je trombone', ook in de manier waarop Kaptijn als ruiter te paard in die scène over het podium beweegt, is hij voor een deel vrij, ook dat is deels improvisatie.
Alle scènes in Het arsenaal der ongeleefde dingen zijn heel goed tot subliem. Muzikaal is wat voormalig Componist des Vaderlands Mayke Nas doet met geluiden onovertroffen. Wat het theatrale aspect betreft doen sommige scènes een beetje denken aan het muziektheater dat Hauser Orkater lang geleden maakte. Het mooi uitgelichte Percussie-duet voor twee rode damesschoenen bijvoorbeeld. Of het fenomenaal gecomponeerde en vormgegeven Hoe klinkt een bos.
Het arsenaal der ongeleefde dingen is een muziektheatervoorstelling die je niet mag missen. Gaan dus! Als je de kans hebt om het te zien en je doet dat niet, krijg je daar gegarandeerd spijt van.

De titel Het arsenaal der ongeleefde dingen is ontleend aan het gedicht Ich bin nur einer deiner Ganzgeringen van Rainer Maria Rilke uit 1901:
Und wenn ich abends immer weiterginge
aus meinem Garten, drin ich müde bin, -
ich weiß: dann führen alle Wege hin
zum Arsenal der ungelebten Dinge
.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Nieuw Amsterdams Peil