Recensie: La Plaza van El Conde de Torrefiel / Tanya Beyeler & Pablo Gisbert

●●●●●

 

LA PLAZA

 

EL CONDE DE TORREFIEL / TANYA BEYELER & PABLO GISBERT

 

Door Piet van Kampen, gezien 4 februari 2020

In de meeste voorstellingen vullen geluid, tekst en beeld elkaar aan om op die manier bij te dragen aan wat de makers willen zeggen. Maar niet in La Plaza. Nooit eerder zag ik een voorstelling waarin woorden, beeld en soundscape op zo'n geraffineerde, ontregelende, en niet parallelle manier worden ingezet als in La Plaza. En waarin ze elkaar toch, juist door die asynchrone collage, versterken.

Het woordeloze maar gloedvolle en bloemrijke openingsbeeld van de voorstelling met de daarbij horende soundscape is van grote schoonheid. Maar de ongebruikelijke duur daarvan blijkt, vanavond in ieder geval, zowel tot contemplatie als tot wrevel te kunnen leiden. 


Met trage gechoreografeerde bewegingen tonen de acteurs en de figuranten hierna in scènes op een plein wat ik zal zien, als ik, na een voorstelling die 365 dagen heeft geduurd simultaan in 365 steden, de schouwburg zal verlaten. Want de tekst van La Plaza verandert mij van een toeschouwer in een personage in de toekomst.

In deze voorstelling van El Conde de Torrefiel uit Barcelona, waarin die toekomst wordt getoond in een heden dat onontkoombaar voortkomt uit het verleden, is geen woord Spaans of Catalaans te horen. Na een minuut of tien klinkt vanavond de enige gesproken tekst. Een heel korte tekst. Uit de zaal. 'Komt er nog wat! Oplichters!' De spreker van die woorden blijft gewoon zitten.

Toch is er wel degelijk tekst in La Plaza.
In het Nederlands en het Engels. En die tekst is zo getimed dat je steeds in de pauze na een tekstfragment de neiging hebt om erover te reflecteren, om dan bij een volgend fragment toch weer op een ander spoor te worden gezet. Een onwaarschijnlijk goede literair-filosofische tekst is het, van de hand van Pablo Gisbert.

Die literair-filosofische stukjes tekst worden geprojecteerd op het achterdoek. Waar ook dit op verschijnt "Je zult die voorstelling die 365 dagen heeft geduurd niet vergeten, zoals je niet vergeten bent wat je voelde toen je voor het eerst De roeping van Matteüs van Caravaggio zag, of toen je 2666 van Roberto Bolaño las".  

Wat je ervaart tijdens La Plaza, een voorstelling van anderhalf uur, zul je waarschijnlijk ook niet gauw vergeten. Mij zal het in ieder geval wel even bijblijven.

GEZIEN TIJDENS BRANDHAARDEN
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: El Conde de Torrefiel

Recensie: Weg met Eddy Bellegueule van Toneelschuur Producties / Eline Arbo

●●●●●

 

WEG MET EDDY BELLEGUEULE

 

TONEELSCHUUR PRODUCTIES / ELINE ARBO

 

 

Door Piet van Kampen, gezien 24 januari 2020


'Ik ben tien jaar. Vandaag word ik een vechter. Net als mijn vader. En zijn vader.'

Meer staat er niet in de aantekeningen die ik tijdens de voorstelling maak, zelfs geen steekwoorden. Al na tien minuten wil ik niet meer het risico lopen iets te missen van Weg met Eddy Bellegueule. Ik wil niet dat ook maar één woord, één gebaar, zelfs maar een kleine verandering in mimiek me zou ontgaan doordat ik iets zit op te schrijven. Zo aangrijpend, en zo ontzettend goed gespeld, is het verhaal waarin Victor IJdens, Jesse Mensah, Felix Schellekens en Romijn Scholten me meenemen.

'Vandaag word ik een vechter.'

De eerste roman van Édouard Louis (1992) En finir avec Eddy Bellegueule uit 2014, werd ook in de Nederlandse vertaling van Edu Borger een groot succes. Eddy Bellegueule, die zijn naam later verandert in Édouard Louis, vertelt daarin over zijn traumatische jeugd in een arbeidersgezin in het Noord-Franse dorpje Hallencourt, waar hij op zijn negende ontdekt dat hij homo is. Alle mannen in Hallencourt gaan op hun zestiende in de fabriek werken. Alle mannen drinken en vechten. Alle vrouwen worden huisvrouw, Eddy's moeder is al op haar zeventiende zwanger.

Omdat hij bang is zich te vrouwelijk te gedragen, doet Eddy zich mannelijker voor dan hij is en praat hij met een diepere stem. Toch wordt hij regelmatig door andere jongens bespuugd en geslagen. Pas als hij op zijn zestiende zijn dorp verlaat om naar het Lycée in Amiens te gaan - een school met een option facultative théâtre - kan hij eindelijk vrijwillig doen wat hij tot dan toe altijd noodgedwongen deed: toneelspelen.

De jeugdherinneringen van Eddy Bellegueule zijn niet vrolijk. Opgroeien in een gezin uit de onderklasse, te anders zijn dan de vader, te anders dan de broers. Het is een thema dat doet denken aan De helaasheid der dingen van Dimitri Verhulst. Maar Édouard Louis gaat in En finir avec Eddy Bellegueule een stap verder. Bij
Édouard Louis wordt het persoonlijke politiek, worden de herinneringen aan de traumatische jeugdjaren ook een aanklacht tegen wat zijn vader en zijn moeder, en hun vaders en hun moeders, hebben gemaakt tot wat ze zijn geworden.

'Vandaag word ik een vechter.'

Steeds begint één van de acteurs met die mantra, en steeds weer sluiten de andere drie zich daarbij aan. En steeds weer maken ze dan vechtbewegingen die overgaan in een dans. En steeds weer drukt die dans dan het tegenovergestelde uit van die woorden.

'Vandaag word ik een vechter.'

De acteurs dragen stoere zwarte sportkleding van het merk Adidas. Maar geen identieke. De een een lange, de ander een korte broek. De een een ander type zwarte schoenen dan de ander. Alle vier zijn ze Eddy, en alle vier schakelen ze steeds supersnel naar een ander personage. Jesse Mensah wordt door alleen zijn hoofd een klein beetje schuin te houden de moeder van Eddy, en uitblinker Victor IJdens met een minieme verandering van mimiek Eddy's vader.

In de voorstelling geeft live door de acteurs uitgevoerde muziek het tijdperk aan waarin het verhaal zich afspeelt. Met naast hits uit het eind van de vorige en het begin van deze eeuw ook My Body is a Cage van Arcade Fire, en muziek die Thijs van Vuure samen met de acteurs componeerde. En ook muzikaal valt, in dit geval samen met Felix Schellekens
, Victor IJdens op.

Maar de grootste prestatie levert Eline Arbo. Met haar keuze voor een strakke, heldere enscenering en met haar magistrale acteursregie heeft regisseur Eline Arbo van Weg met Eddy Bellegueule een aangrijpende, ontroerende, en onvergetelijke voorstelling gemaakt. Een van de beste die ik dit seizoen zag.
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Toneelschuur Producties

Recensie: Familie van NTGent / Milo Rau

●●●●○

 

FAMILIE


NTGENT / MILO RAU

 

 

Door Piet van Kampen, gezien 17 januari 2020

In het Noord-Franse stadje Coulogne, in de buurt van Calais, worden in september 2007 vier lichamen gevonden. René Demeester en zijn vrouw Marie-Christine hebben samen met hun zoon Olivier (30) en dochter Angélique (28) zelfmoord gepleegd door zich in huis op te hangen. De burgemeester, die de slachtoffers persoonlijk kent, noemt hun dood 'onverklaarbaar', het gezin had geen persoonlijke of financiële problemen. Agenten vinden een brief, in het handschrift van Marie-Christine, met als slotzin: ‘Pardon, on a trop déconné’ (Sorry, we hebben het verkloot).

Milo Rau, theatermaker en activist, maakt in zijn voorstellingen re-enactments van historische gebeurtenissen. Meestal om de geschiedenis van de mensheid te veranderen, in te grijpen in het wereldgebeuren. Familie, gebaseerd op de collectieve zelfmoord van een Frans gezin, is een voor Rau atypische voorstelling. De aanleiding voor de voorstelling is een particulier drama, geen sociale misstand die je het kapitalisme of het neoliberalisme in de schoenen kunt schuiven.

Filip Peeters (57), An Miller (45) en hun tienerdochters Louisa
Peeters (15) en Leonce Peeters (14) spelen in Familie een gezin dat heeft besloten zich gezamenlijk op te hangen. We volgen de vier op hun laatste avond. Omdat het gezin wordt gespeeld door twee acteurs en hun eigen kinderen, door een echt gezin dus, kunnen die voor een deel zichzelf spelen, waardoor de laatste avond met elkaar heel natuurlijk over komt.

An neemt een douche, Filip bereidt een maaltijd, Louisa helpt haar zusje Leonce met het oefenen van Engelse woorden. Na het eten kijken ze een video waarop de meisjes nog kleuters zijn: we zien de twee vrolijk de bank op en af springen, en met rode wangetjes van de kou Almdudler drinken tijdens een skivakantie in Oostenrijk. Maar we weten hoe de avond zal eindigen. En we weten dat de vier leden van het gezin dat ook weten. Dat maakt de voorstelling beklemmend.

Net als bij de zelfmoord van het gezin Demeester blijft ook in Familie het motief onopgehelderd. Maar er is ook een heel groot verschil. In Coulogne ging het om vier volwassenen. Bij het gezin in Familie om twee volwassenen en twee kinderen. Vier volwassenen besluiten gezamenlijk uit het leven te stappen. Dat recht hebben ze. Maar twee ouders en hun minderjarige kinderen? Is dat ook nog collectieve zelfmoord? Of is dat moord op twee kinderen en zelfmoord van de ouders?

Toch is het juist door dat verschil, juist door de twee tieners, dat Familie een extra laag krijgt. Vooral door de inbreng van de vijftienjarige Louisa Peeters die voorleest uit haar dagboek, en vertelt hoe eenzaam en alleen ze zich soms voelde op haar internaat: 'Als ik een pistool zou hebben gehad, zou ik me door mijn hoofd hebben geschoten.' Door die extra invalshoek is Familie niet alleen een voorstelling over een gezinsdrama, maar ook over de existentiële vragen waardoor pubers tot zelfmoord kunnen komen.

Door te kiezen voor een existentieel thema, door een voorstelling te maken rond een vraag waarvoor ieder mens wel eens komt te staan, heeft Milo Rau me meer weten te raken dan met zijn meer politieke en activistische werk. Familie is een voorstelling die me zal bijblijven.
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: NTGent

Recensie: Yves Saint Laurent van Florian Myjer / Frascati Producties / De Warme Winkel

●●●●○

 

YVES SAINT LAURANT


FLORIAN MYJER / FRASCATI PRODUCTIES / DE WARME WINKEL

 

 

Door Piet van Kampen, gezien 18 december 2019

In een regie van Ward Weemhoff spiegelt Florian Myjer (1992), in vijf sterk van elkaar verschillende scènes, de artistieke ontwikkeling van modeontwerper Yves Saint Laurent (1936 – 2008). Met in elke scène een volledig andere stijl van acteren laat Myjer vooral zien welke rol seksualiteit speelt bij het tot stand komen van het kunstenaarschap van de Franse couturier. En indirect ook hoe belangrijk voor Myjer het omgaan met zijn eigen seksualiteit is geweest voor zijn ontwikkeling als acteur en theatermaker.
De eerste scène, waarbij het zaallicht aan blijft, is heel fysiek en heel beweeglijk. Het gaat in die openingsscène vooral om ongeremde lust gekoppeld aan het snelle succes van de jonge Yves Saint Laurent. De scène daarna is juist heel verbaal. Met nu het zaallicht uit en zijn broek aan legt Myjer als Yves Saint Laurent, in een vloedgolf van bijna schreeuwend uitgesproken woorden, onder meer uit hoe de rafelranden van de vagina hem inspireerden bij zijn ontwerpen.
Na dat snelle fysieke spel van de eerste en het verbale geweld van de tweede scène kiest Myjer in de derde voor verstilling. Op een rustige en bedachtzame toon beschrijft hij de pornobeelden waarbij hij zich graag aftrekt. Als hij bij het type mannen die hij aantrekkelijk vindt, opmerkt dat hij waarschijnlijk steeds op zoek is naar zijn vader, neemt zijn stemvolume weer toe. Om even later, haast zonder overgang, weer af te nemen bij de brief van zijn moeder.
Aandachtig luisteren naar het voorlezen van die brief, terwijl op een scherm explicite seksuele handelingen met drie stijve pikken zijn te zien, vind ik, ik citeer een frase uit de voorstelling, 'best wel ingewikkeld'. 
Ontspannen liggend met een glas champagne in zijn hand - het tegenbeeld dus van de opgewonden en beweeglijke beginscène - sluit Myjer de voorstelling af, met een, naar mijn smaak iets te lange, maar wel heel geestige, quasi improviserend uitgesproken epiloog.

Yves Saint Laurent is al met al een overrompelende, grensverleggende voorstelling. Een voorstelling waarmee Florian Myjer bevestigt dat hij niet alleen een heel goede acteur is, maar ook een groot kunstenaar.
 Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Frascati Producties

Recensie: Pronk van Frascati Producties / Anoek Nuyens

●●○○○


PRONK 

 

FRASCATI PRODUCTIES / ANOEK NUYENS

 

 

Door Piet van Kampen, gezien 6 december 2019

Het eerste wat me opvalt als ik voor de voorstelling Jan Pronk in het theatercafé tegen het lijf loop, is dat hij nogal klein is. Joop den Uyl noemde Pronk ooit 'een klein gevaarlijk ideoloogje'. Toen hij hem beter had leren kennen, stelde Den Uyl dat oordeel overigens bij voor wat betreft de kwalificatie gevaarlijk.

Anoek Nuyens (1984) maakt documentair theater. Haar voorstelling Pronk is een monoloog waarin ze terugverlangt naar het einde van de negentiger jaren toen ze urenlang vanaf de publieke tribune volgde wat er in de Tweede Kamer gebeurde, een periode die ze zich herinnert als een tijdperk waarin politici nog visies hadden en niet alles de markt ingooiden, en ook als de jaren waarin ze zelf als vijftienjarige begeesterd werd door Jan Pronk (1940), 'het linkse geweten van de sociaaldemocratie'.

Theatraal is Pronk een sobere voorstelling, in een functionele regie van Erik Whien. Nuyens staat op een kleine verhoging, en komt niet van haar plaats. Slechts ondersteund door haar mimiek en haar gestiek vertelt ze over de gesprekken die ze de afgelopen zeven jaar heeft gevoerd met Jan Pronk.

Ze beschrijft zijn woonkamer, het schilderij met drie vrouwen en een duif, de appelboom in de tuin, en vertelt hoe ze met Jan Pronk rondloopt door zijn archief boven, terwijl Pronks vrouw ondertussen beneden de vissoep bereidt. Hoe ze samen stilstaan bij het manifest van Willem Vliegen uit 1894, het begin van de sociaaldemocratie in Nederland. Ze herinnert ons aan Pronks ideeën over sterke schouders die de zwaarste lasten moeten dragen, en aan het door hem gemunte begrip 'voorzorgbeginsel'.

Nuyens besteedt in Pronk niet alleen aandacht aan de intellectueel en ideoloog Jan Pronk, ze beschrijft ook hoe hij in 1994 op de grens van Rwanda en Tanzania lijken telt die met de rivier worden meegevoerd. En ze laat een geluidsfragment horen waarin hij zijn rapportage over de gruwelen in Somalië moest onderbreken omdat het hem teveel emotioneerde.

In haar voorstelling richt Nuyens zich vooral tot haar generatiegenoten, de dertigers. In een slotwoord uit ze impliciet kritiek op leeftijdgenoten die hun geloof in de politiek hebben verloren en alleen nog heil verwachten van buitenparlementaire acties: “Ik besluit te geloven in een sociaaldemocratie die gelooft in medemenselijkheid. Wat we nodig hebben is visionair luisteren."
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Frascati Producties

Recensie: body a.k.a. van Bloet / Jan Decorte

●●●●○

 

BODY A.K.A.


BLOET / JAN DECORTE

 

 

Door Piet van Kampen, gezien 2 december 2019

Wat voorafging. Vijfentwintig jaar geleden, 1994. Etnische oorlogen in Joegoslavië. Genocide in Rwanda. Slachtpartijen. Overal bloed. Jan Decorte & Co speelt Bloetwollefduivel, een tot op het bot gefileerde Macbeth. Vol gruwelijkheden. De dan negenjarige Lisa De Boeck als Dekselisa (de heksen) en Sigrid Vinks als Madámbuik (Lady Macbeth): 'Eerst kaptenem hunne kopaf enzettenem opne staak in zijn kamer hij klapten ernochmee'. Dekselisa: 'wassei jem'. Madámbuik: 'Datschoo weerwas intschots wattenkte'. Aan het slot van die voorstelling klinkt harde muziek van Nirvana.

Vijfentwintig jaar later, 2019. Aan het begin van de voorstelling body a.k.a. trekt de mist langzaam op. Met achter zijn geloken ogen zijn met moeite ingehouden moordlust loopt Jan Decorte als de Bloetwollefduivel heen en weer over de speelvloer. Uit de speakers harde muziek van Lingua Ignota (Kristin Hayter). Dan verstilling. In een Oosters aandoend decor bewegen Jan Decorte, Sigrid Vinks en Lisah Adeaga in een trage choreografie. Want vijfentwintig jaar nadat de naam Jan Decorte & Co werd veranderd in Bloet, is het tijd voor rituele reiniging.

Decorte beweegt een flink uit de kluiten gewassen pollepel rustig heen en weer. Als een wierookvat. De bewegingen versnellen, het slingeren wordt agressiever. Dekselisah, de goede heks, grijpt met zachte hand in. Nieuwe rituele bewegingen. Een rituele kruisbewassing. Nog meer rituelen om de laatste restanten moordzucht van de Bloetwollefduivel te bezweren. Het lukt. Decorte gaat in foetushouding op de grond liggen.Tot slot als catharsis Herz und Mund und Tat und Leben, de cantate van Johann Sebastian Bach.

In body a.k.a. zit maar een klein stukje tekst van de voorstelling van vijfentwintig jaar geleden. Gechoreografeerde bewegingen, dans en stiltes komen daarvoor in de plaats. Die zorgvuldig uitgevoerde rituele handelingen en die stiltes maken body a.k.a. tot een weldadige voorstelling, een voorstelling die in een tijd dat bloedvergieten ons elke dag via de media overspoelt, troost geeft, en hoop. 

 
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Bloet

Recensie: Het arsenaal der ongeleefde dingen van Nieuw Amsterdams Peil / Mayke Nas / Teun Hocks / Ria Marks / Floriaan Ganzevoort

●●●●●

 

HET ARSENAAL DER ONGELEEFDE DINGEN

 

NIEUW AMSTERDAMS PEIL / MAYKE NAS / TEUN HOCKS / RIA MARKS / FLORIAAN GANZEVOORT

  


Door Piet van Kampen, gezien 21 november 2019
Wat word ik hier blij van! Het arsenaal der ongeleefde dingen is een sublieme tragikomische muziektheatervoorstelling, waar ik van het begin tot het eind met een glimlach naar heb zitten kijken en luisteren. Maar ook met toenemende bewondering. 
De unieke composities en ensceneringen van Mayke Nas en de met olieverf overgeschilderde foto's van beeldend kunstenaar Teun Hocks zijn op zich al heel fascinerend en heel theatraal. Regisseur Ria Marks en lichtontwerper Floriaan Ganzevoort voegen daar met hun expertise nog de details aan toe die Het arsenaal der ongeleefde dingen maken tot wat het is: een muziektheatervoorstelling van heel hoog niveau.
Kun je muziektheater zonder acteurs en zonder tekst nog wel theater noemen? Ja, bij Het arsenaal der ongeleefde dingen kan dat zeker. Om te beginnen al door de theatrale manier waarop componist Nas geluiden gebruikt, en de theatrale manier waarop ze die geluiden door de musici laat voortbrengen. Op de tweede plaats door de belangrijke rol van de (soms ook bewegende) beelden van Teun Hocks. 
Bovendien zijn de zeven musici van Nieuw Amsterdams Peil niet zomaar musici, alle zeven zijn ze gewend om te acteren en ze kunnen dat ook. Sterker nog, deze muziektheatervoorstelling bestaat deels uit geïmproviseerd acteren.
Bij de scène Paard bijvoorbeeld is niet alleen de muzikale instructie van componist Mayke Nas aan trombonist Koen Kaptijn uiterst summer 'Bries maar wat in je trombone', ook in de manier waarop Kaptijn als ruiter te paard in die scène over het podium beweegt, is hij voor een deel vrij, ook dat is deels improvisatie.
Alle scènes in Het arsenaal der ongeleefde dingen zijn heel goed tot subliem. Muzikaal is wat voormalig Componist des Vaderlands Mayke Nas doet met geluiden onovertroffen. Wat het theatrale aspect betreft doen sommige scènes een beetje denken aan het muziektheater dat Hauser Orkater lang geleden maakte. Het mooi uitgelichte Percussie-duet voor twee rode damesschoenen bijvoorbeeld. Of het fenomenaal gecomponeerde en vormgegeven Hoe klinkt een bos.
Het arsenaal der ongeleefde dingen is een muziektheatervoorstelling die je niet mag missen. Gaan dus! Als je de kans hebt om het te zien en je doet dat niet, krijg je daar gegarandeerd spijt van.

De titel Het arsenaal der ongeleefde dingen is ontleend aan het gedicht Ich bin nur einer deiner Ganzgeringen van Rainer Maria Rilke uit 1901:
Und wenn ich abends immer weiterginge
aus meinem Garten, drin ich müde bin, -
ich weiß: dann führen alle Wege hin
zum Arsenal der ungelebten Dinge
.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Nieuw Amsterdams Peil

Recensie: Seks(e)(n) van de KOE & Mugmetdegoudentand

●●○○○


SEKS(E)(N)


DE KOE & MUGMETDEGOUDENTAND





Door Piet van Kampen, gezien 20 november 2019

Ze hadden het beter haren gegeven, dat dier in het slotbeeld, om het er aan die haren bij te kunnen slepen, bij die fantasie over de toekomst die naar het verleden leidt, een fantasie die blijkt geeft van zo weinig begrip van de evolutietheorie dat mijn mond ervan openviel; ik griezel gauw dat geef ik onomwonden toe, en me te laten griezelen was waarschijnlijk de bedoeling, om me daarna in verwarring te laten afvragen of dat slotbeeld misschien ook ironisch was bedoeld.
Dat grote dier, dat uitgestorven dier zonder haren, krijgen we te zien nadat Lineke Rijxman de laatste woorden van de voorstelling al heeft uitgesproken. Nadat ze zich naar de toekomst heeft gefantaseerd, om precies te zijn naar 24 mei 2044, met een monoloog waarin voor de enige keer de naam valt van de schrijver die de twee gezelschappen voortdurend opvoeren in hun marketing, maar waarvan ze tot aan dat moment geen woord, geen letter, hadden gebruikt.
Want in die slotmonoloog heeft Rijxman het over de gevolgen van de klimaatverandering in 2044, en voert ze de dan 86-jarig Dries Van Noten op, een couturier uit Lier, die ze laat zeggen “zoals mijn goede vriend Goethe zegt 'gelukkig kan de mens slechts een bepaald deel van zijn ongeluk bevatten, wat daarboven gaat vernietigt hem of laat hem koud.'”
Het oorspronkelijk plan voor Seks(e)(n) was iets te doen met Die Wahlverwandtschaften van Goethe uit 1809. Maar de makers van de voorstelling – Natali Broods, Lineke Rijxman, Peter Van den Eede en Willem de Wolf – vonden die roman bij nader inzien 'ongelooflijk gedateerd'. Daarom besloten ze zelf een tekst te schrijven, een tekst die beter zou passen in 'deze tijd van LGBTQ+'. 
Het resultaat is een nogal matige voorstelling waarin de vier proberen het spanningsveld op te zoeken tussen iemands natuurlijke (seksuele) geaardheid en hoe iemands culturele identiteit is gevormd. Ze nemen daarbij steeds het persoonlijke als uitgangspunt en vergroten dat dan uit. 
Seks(e)(n) gaat dus eigenlijk vooral over de vier makers zelf. Maar door het voortdurend spelen met taal en door ironie in te zetten, zorgen ze er wel voor dat ze zich niet echt blootgeven.
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: de KOE of naar Mugmetdegoudentand

Recensie: The Beauty Queen of Leenane van Toneelschuur Producties / Maren E. Bjørseth

●●●●●

 

THE BEAUTY QUEEN OF LEENANE

 

TONEELSCHUUR PRODUCTIES / MAREN E. BJORSETH

 

 

Door Piet van Kampen, gezien 14 november 2019

Waar zal ik beginnen? Want The Beauty Queen of Leenane is een voorstelling die in alle opzichten goed is. Bij het haar? Nee, dat over het haar komt later.
Leenane, een afgelegen dorp in Galway, Ierland, een godvergeten oord waar iedereen die de kans had al lang heeft gemaakt dat hij wegkwam. Boven aan een heuvel wonen de tot elkaar veroordeelde veertigjarige Maureen en haar zeventigjarige hulpbehoevende moeder Mag. Die twee hebben zo hun manieren om zowel hun frustratie als wat er nog rest aan genegenheid voor elkaar te uiten: voortdurende pesterijen, en af en toe een beetje geweld.
Waarom is dit zo'n goede voorstelling? Op de eerste plaats natuurlijk omdat The Beauty Queen of Leenane zo'n ontzettend goede tekst is. De Engels-Ierse Martin McDonagh schreef het stuk dat zowel intriest is als heel komisch in 1996. Maar het ademt de agressieve geest van de in de jaren tachtig naar Londen uitgeweken Ieren, een agressie die je bijvoorbeeld ook hoort in de muziek van de The Pogues.
Waarom nog meer? Het decor (van Janne Sterke) met de vochtplek op de vloer en alleen rekwisieten die echt nodig zijn. Maar met wel een (voor het publiek onleesbaar) piepklein tegeltje aan de muur met de spreuk 'Hoop op een half uur in de hemel voordat de duivel weet dat je dood bent'.
Vanwege de live uitgevoerde muziek ook (van Wilko Sterke). En de perfect gekozen kostuums (van Daphne de Winkel). Niet alleen de in het oog springende kleding als de feestjurk van Maureen (Keja Klaasje Kwestro), maar ook door de details, zoals het overhemd van Pato (Chris Peters), met de net iets te weide korte mouwen.
Maar vooral door het acteren. Hoe Jaqueline Blom de passief-agressieve lijdzaamheid van de moeder speelt, en hoe een ingehouden acterende Keja Klaasje Kwestro een dochter neerzet die haar moeder het liefst nu meteen zou willen vermoorden, maar die toch ook van haar houdt, want ja het blijft je moeder. Hoe Chris Peters (als Pato) lichaamstaal gebruikt om de onhandigheid van een man op vrijersvoeten uit te beelden. De manier waarop Krisjan Schellingerhout (als Ray) laat zien hoe iemand, in een dorp waar niks valt te beleven, een lichaam dat schreeuwt om te schoppen en te slaan, nog maar net in bedwang weet te houden.
Ik benijd de juryleden van de VSCD Toneelprijzen niet. Want hoe los je dit op? Als je zowel Jaqueline Blom als Keja Klaasje Kwestro zou willen nomineren voor de vrouwelijke hoofdrol, en zowel Chris Peters als Krisjan Schellingerhout voor de mannelijke bijrol. Vier acteurs uit dezelfde voorstelling! Een voorstelling die je eigenlijk ook zou willen selecteren voor het Nederlands Theaterfestival! Dat worden stevige discussies.
Regisseur Maren E. Bjørseth heeft een topprestatie geleverd. The Beauty Queen of Leenane, haar laatste voorstelling voor Toneelschuur Producties, is in alle opzichten subliem muziektheater.
Nou vergeet ik nog bijna dat haar. Het haar van Chris Peters en Krisjan Schellingerhout. Mogelijk geïnspireerd door de coupe van Sam Rockwell in de film Three Billboards Outside Ebbing, Missouri (tekst en regie ook van Martin McDonagh), en vooral natuurlijk om een kapsel mogelijk te maken dat past bij hun personages in The Beauty Queen of Leenane, hebben ze flink in hun haar laten knippen. Echt heel rigoureus. Daar is wel wat moed voor nodig geweest denk ik.
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Toneelschuur Producties

Recensie: Kreutzer vs. Kreutzer van Amsterdam Sinfonietta & Orkater

●●●○○

 

KREUTZER VS. KREUTZER


AMSTERDAM SINFIONETTA & ORKATER

 

 

Door Piet van Kampen, gezien 13 november 2019

Beethoven componeert in 1803 een vioolsonate die hij opdraagt aan de Franse violist en dirigent Rudolphe Kreutzer. Die muziek inspireert Tolstoi tot zijn novelle De Kreutzersonate (1889). Dat verhaal van Tolstoi zet Janáček vervolgens aan tot het componeren van zijn strijkkwartet Kreutzersonate (1923).
'Laat ik me even voorstellen' zegt een man tegen zijn medereizigers in de trein naar Moskou, 'Pozdnysjev is mijn naam. U zult wel van me hebben gehoord. Ik heb mijn vrouw vermoord.’ In zijn novelle De Kreutzersonate vertelt Tolstoi het verhaal uitsluitend vanuit het perspectief van Pozdnysjev, van de man dus die gevangen zit in het idee dat zijn vrouw overspel heeft gepleegd met haar vioolleraar. Van de man die door de blikken die de twee elkaar toewerpen bij het instuderen van Beethovens Kreutzersonate definitief tot zijn daad wordt gedreven.
Voor haar tekst in het eerste deel van Kreutzer vs. Kreutzer heeft de Britse toneelschrijfster Laura Wade (1977) dat perspectief van Tolstoi's novelle overgenomen. Anniek Pfeifer, als de echtgenote van Pozdnysjev, en Stefan Rokebrand als haar vioolleraar - zittend aan weerszijden van het muziekensemble - laten tussen de delen van Beethovens sonate horen wat zich in de rijke fantasie van Pozdnysjev tussen zijn vrouw en de muziekleraar zou hebben afgespeeld.
In het tweede deel, bij Janáček, laat Wade de vioolleraar en Pozdnysjevs vrouw in eerste instantie dezelfde woorden zeggen als aan begin van het eerste deel. Maar dat verandert, het perspectief verschuift naar dat van de echtgenote: de vermeende verleidster slaat terug.
Bij Beethovens Kreutzersonate gespeeld door een pianist en een violist voel je vanaf de eerste noten wat Tolstoi in zijn novelle bedoelt, dat dit 'gevaarlijke muziek' is, muziek die de zinnen zo prikkelt dat losbandigheid haast onvermijdelijk is. In het arrangement voor viool en strijkensemble (van Tognetti) dat Amsterdam Sinfonietta laat horen is dat effect er veel minder. De spanning die er wel is tussen viool en piano vervlakt door die overdaad aan strijkers. En omdat Wade's tekst in dit deel af en toe een beetje banaal is, en regisseur Leopold Witte de acteurs heeft vastgepind in hun stoelen, valt het deel voor de pauze me nogal tegen.
Bij Janáčeks strijkkwartet na de pauze zorgt de versie voor strijkorkest niet voor vervlakking. Integendeel, zowel muzikaal als visueel wordt het er juist interessanter door. Vijf eerste violen simultaan aan de ene kant, vier heftig reagerend cello's unisono daartegenover. Spannend, ook om te zien. Wade's tekst is door de verschuiving van perspectief nu veel verrassender, en regisseur Leopold Witte laat de twee acteurs nu ook nog eens wel bewegen en wel fysiek op elkaar reageren.
Kreutzer vs. Kreutzer van Amsterdam Sinfonietta & Orkater is muziektheater met twee gezichten, zowel muzikaal als theatraal. Het eerst deel valt tegen, maar het deel na de pauze maakt gelukkig veel goed.
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Orkater