Recensie: Kronieken van de stad, deel 3, Het R-woord van Timen Jan Veenstra/Hesdy Lonwijk

●●○○○

 

KRONIEKEN VAN DE STAD, DEEL 3, HET R-WOORD


TIMEN JAN VEENSTRA / HESDY LONWIJK




Door Piet van Kampen, gezien 18 juli 2018

In twee jaar tijd schrijft toneelschrijver Timen Jan Veenstra (1984) vier documentaire theaterstukken gebaseerd op Amsterdamse verhalen. Het eerste deel, Tussen werven en hotels, dat in juli 2017 op het Over Het IJ Festival in première ging, behandelde de veranderingen in Tuindorp Oostzaan in Amsterdam-Noord. Het tweede, Kafir, waarvan de première was op 17 maart 2018, ging over Amsterdam-Oost en was een dialoog tussen twee broers die zijn geboren en opgegroeid in een Marokkaans gezin in de Indische Buurt.

In dit derde deel, Het R-woord, dat dit jaar op het Over Het IJ Festival in première ging, breekt Veenstra met de opzet om steeds een ander stadsdeel als uitgangspunt te nemen. Nu onderzoekt hij relaties in de moderne stad waarin verschillende culturen naast elkaar leven. In wat hij zijn meest persoonlijke voorstelling tot nu toe noemt, luisteren we naar de relatieperikelen van twee dertigers, gespeeld door een witte actrice (Stefanie van Leersum) en een zwarte acteur (Anton de Bies).

Tussen de tribune en de twee acteurs loopt een fietspad dat gewoon toegankelijk is. Een leuke vondst, vooral natuurlijk als De Bies toe is aan de tekst: 'Misschien kunnen we achterop bij iemand, een fietser.' In Het R-woord gaat het om de (mis)communicatie tussen een man en een vrouw die al enige tijd een relatie met elkaar hebben. De ruzies en de ruzietjes tussen de twee blijken tegen het eind van de voorstelling te maken hebben met een ingrijpend verlies waarop de twee op verschillende manieren reageren.

Het R-woord mag dan wel Veenstra's meest persoonlijke voorstelling zijn, het plot is al in duizenden boeken en films behandeld. Op zich hoeft dat geen probleem te zijn. Maar dan zou Veenstra er wel in geslaagd moeten zijn - met het typische van Amsterdam, of met het specifieke van dertigers van nu - nieuwe aspecten aan zo'n thema toe te voegen. Helaas komt dat niet echt uit de verf.

Voor het kunnen volgen van het verhaal is het niet storend, maar het is vreemd dat noch regisseur Lonwijk, noch anderen die bij deze productie zijn betrokken, het foutieve gebruik van het begrip 'metafoor' hebben gecorrigeerd. Een aantal keer volgt na wat een hypothetische beschrijving is de opmerking dat het om een metafoor zou gaan. Mijn vorige alinea heb ik bewust afgesloten met een taaluiting die wel een metafoor is en niet een denkbeeldig voorbeeld. Misschien hebben de makers er wat aan.

In Tussen werven en hotels, een monoloog, gespeeld door Stefan Rokebrand in een sobere regie van Olivier Diepenhorst, beschrijft Veenstra in prachtige poëtische zinnen de veranderingen waarmee de bewoners van Tuindorp Oostzaan te maken kregen. De tekst van Kafir, geregisseerd door Veenstra zelf, was minder geslaagd. En ook nu in Het R-woord overtuigt Veenstra als toneelschrijver niet. Niet zozeer omdat het taalgebruik af en toe slordig is, maar vooral omdat Het R-woord nauwelijks iets toevoegt aan wat er al over relatieproblemen is geschreven. Na Tussen werven en hotels had ik meer verwacht van de volgende delen van Kronieken van de stad.
 Gezien op het OVER HET IJ FESTIVAL

 Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Over Het IJ Festival

Recensie: Assholism-a-story-without-a-story-but-with-a-lot-of-ass van Pink Flamingooo

●●○○○

 

ASSHOLISM-A-STORY-WITHOUT-A-STORY-BUT-WITH-A-LOT-OF-ASS


PINK FLAMINGOOO




Door Piet van Kampen, gezien 13 juli 2018

Wat een verrassende en leuke enscenering, geen tribune, geen aparte speelvloer voor de acteurs. Bij Assholism (…) kom je in een met een allegaartje van meubels ingerichte 'huiskamer' met glittergordijnen in plaats van wanden. Je kiest iets uit om op te gaan zitten. Naast of voor je een tafeltje met een schemerlamp en een bakje pinda's.

Gingerella (Willemijn Zevenhuijzen) - haar kleding opengeknipt bij borsten, venusheuvel en billen - neemt het woord: “I built a cosy livingroom and together with my beautiful darlings Miss Black and Miss L.H.Kitten I will give you an assholistic experience with some crooked acts.” Ook bij de kleding van Miss Black (Eva Zwart) en Miss Little Horny Kitten (Tessa Jonge Poerink) heeft de schaar ervoor gezorgd dat lichaamsdelen die meestal bedekt blijven juist benadrukt worden.

Assholism (…) speelt zich af in een intieme ruimte die lijkt uit te nodigen tot contact tussen spelers en publiek. Tussen spelers en elke toeschouwer apart zelfs. Maar terwijl de basisvorm (de enscenering, de kleding) die verwachting wekt, gebeurt in Assholism (…) het tegenovergestelde. Alsof de acteurs juist bang zijn voor dat contact.

Want vooral door het gebruik van handmicrofoons (en de volumeknop op tien) creëren de actrices in Assholism (…) een enorm pantser. Daarmee zorgen ze ervoor dat er (ook als ze vlak voor een toeschouwer staan) steeds een grote afstand blijft.
 

Wat een verschil met bijvoorbeeld Julie Cafmeyer vorig jaar in haar voorstelling Bombastische Liefdesverklaring. Terwijl Cafmeyer intieme verhalen over haar seksleven vertelde, moedigde ze ons aan haar te onderbreken als we iets wilden vragen of de behoefte voelden zelf iets te vertellen. En dat gebeurt in die voorstelling, Cafmeyer schermde zich niet af. Terwijl Zevenhuijzen, Zwart en Jonge Poerink in Assholism (…) niet alleen door die microfoons maar ook door onder meer hun manier van schminken dat juist wel doen.

Assholism (…) is een voorstelling waarin drie vrouwen zich afzetten tegen 'normality'. Dat thema is na een paar scènes al wel duidelijk, een verrassende themawisseling is er niet. Waardoor de voorstelling, ondanks de exhibitionistische kledij en ondanks de provocerend bedoelde teksten, me al snel nauwelijks meer weet te boeien.

Al met al blijft Assholism-a-story-without-a-story-but-with-a-lot-of-ass van Pink Flamingooo steken in een verrassende vorm. Het ziet er veelbelovend uit, maar inhoudelijk is het oppervlakkig en nogal puberaal. En door het uit de weg gaan van echt contact met het publiek ook erg afstandelijk. Jammer. 


Gezien op het OVER HET IJ FESTIVAL
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Over Het IJ Festival

Recensie: Tiefer Schweb van Münchner Kammerspiele / Christoph Marthaler

●●○○○

 

TIEFER SCHWEB


MÜNCHNER KAMMERSPIELE / CHRISTOPH MARTHALER




Door Piet van Kampen, gezien 28 juni 2018

 

20.30 tot 21.50 uur. Het geduld van het publiek wordt op de proef gesteld.

We zijn in de toekomst, er zijn problemen met onder meer gevaarlijke bacteriën, klimaatverandering, migranten. In een onderwaterkamer, op het diepste punt van het Bodenmeer (dat ook het drielandenpunt is van Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland), buigt een ambtelijke commissie zich over die problemen. Acht commissieleden, twee vrouwen en zes mannen. Zeven daarvan gaan zich excessief te buiten aan abstract ambtenarenjargon. De achtste roept wanhopig: 'Concreet!'. Regelmatig onderbreken ze hun beraadslagingen voor meerstemmig gezang.

Een commissielid vertelt hoe ze er als kind van droomde om ooit eens het Bodenmeer over te zwemmen. Een geïmmigreerd commissielid slaagt voor zijn inbeieringstoets en mag daarom een Lederhose dragen. Een derde commissielid legt uit dat er maar één hoofdzonde is: ongeduld. Weer meerstemmige gezang. Waaronder volksliedjes uit Duitsland. Of Oostenrijk. Of Zwitserland.

Tijdens zo'n lied met heel veel coupletten maak ik alvast notities over wat ik tot dan toe heb gezien. [De discussies aan de vergadertafel beginnen normaal, maar de teksten worden in no time absurdistisch. Dat is wel leuk, maar dat aaneenrijgen van woorden is typisch voor het Duits. Is dit sowieso niet te Duits? Te Beiers? Werkt dit in Amsterdam? En die liedjes? Die roepen hier toch geen herkenning op? Zouden er toeschouwers weglopen? Ik kijk even. Een stuk of tien. Valt mee] Daarna schrijft een commissielid een brief aan haar geliefde op de oever. Een accordeon komt op eigen houtje uit de coulissen. Vier commissieleden zingen meerstemmig. Met hun hoofden in een urinoir.

21.50 tot 22.35 uur. Het geduld van het publiek wordt beloond.

Zowel Simon & Garfunkel, Procol Harum als Leonard Cohen treden op in de onderwaterkamer. Niemand loopt nu meer de zaal uit. Er klinkt zelfs een voorzichtig aanzetje tot een open doekje. Na Blute nur, du liebes Herz uit de Matthäuspassion van Bach en een paar Zwitserse volksliedjes is het tijd voor filosofische overpeinzingen: Wat is het wezen van de commissiemens? Denken is willen, willen is denken. Is het willen van het niet-willen ook willen?

Er komt tempo in de voorstelling. De commissieleden verschijnen in Duitse, Oostenrijkse, Zwitserse en Chinese klederdracht. Dat laatste omdat ze Chinees willen leren. Als ze in wit ondergoed met planken en prikkeldraad in de weer zijn, meldt Radio Konstanz nog meer onheil. De acht nemen weer plaats aan de vergadertafel om zich over de nieuwe problemen te buigen. Na nog wat gedelibereer en meerstemmig gezang zit hun werk er na ruim twee uur op. Alle acht krijgen ze bloemen.

Bij de première van Tiefer Schweb in München op 24 juni 2017 zijn er regelmatig open doekjes. En de acteurs moeten ook nog eens een keer of tien terugkomen voor applaus. Een groot succes dus daar in de Beierse hoofdstad.

Na Seemannslieder, Maeterlinck en Der Entertainer is dit mijn vierde Marthaler. Bij Seemannslieder (2004) had ik houvast aan Kniertje uit Op Hoop van Zegen en aan de Nederlandse en Vlaamse zeemansliedjes (dankzij Hadewych Minis, Chris Nietveld en Bert Luppes). Bij Maeterlinck (2007) stond de klok op het podium stil en gebeurde er een half uur bijna niets. Dat bij een voorstelling van Marthaler geduld een schone zaak is, wist ik dus al. Der Entertainer (2016) beviel me het meest, misschien omdat ik het stuk (van John Osborne) al kende. 
Mijn probleem met Tiefer Schweb is niet de typische Marthalerstijl waarin Bach en volksliedjes elkaar afwissen, waarin steeds het absurde wordt opgezocht en waarin het geduld van het publiek op de proef wordt gesteld. Mijn probleem is dat grappen over het Duitse ambtenarenjargon en Duitse, of Oostenrijkse, of Zwitserse volksliedjes simpelweg te ver van me af staan.

Gezien tijdens HOLLAND FESTIVAL
 

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Münchner Kammerspiele

Recensie: Gesualdo van De Warme Winkel & Nederlands Kamerkoor

●●●○○

 

GESUALDO

 

DE WARME WINKEL & NEDERLANDS KAMERKOOR




Door Piet van Kampen, gezien 22 juni 2018 

Carlo Gesualdo (1562-1613). Een van de grootste componisten uit de late Renaissance, maar ook een man met een zeer tot de verbeelding sprekende levensgeschiedenis. Niet zo gek dus dat de directeur van het Nederlands Kamerkoor De Warme Winkel benaderde voor een samenwerkingsproject. En niet zo gek dus dat het acteurscollectief daar graag op inging. De theatermakers van De Warme Winkel zijn tenslotte specialisten in het vertellen van verhalen over leven en werk van kunstenaars.

Tot nu toe gingen bijna alle voorstellingen van De Warme Winkel over schrijvers of dichters. Daarin lieten ze zelf én fragmenten uit het werk horen én beeldden ze scènes uit het leven van de schrijver uit. Bij Gesualdo is dat anders. Vincent Rietveld, Mara van Vlijmen en Ward Weemhoff (en de gastacteurs Florian Myjer en Marieke de Zwaan) leven hun creativiteit volledig uit op de waanzinnige verhalen die over prins Carlo Gesualdo de ronde doen. De fragmenten uit het werk van de componist laten ze over aan de tien zangers van het Nederlands Kamerkoor. 


Dat de muzikaal voor zijn tijd zeer vooruitstrevende Gesualdo zijn vrouw en haar minnaar vermoordde, berust vrijwel zeker op waarheid. Maar dat hij er opgewonden van raakte als hij dieren martelde? Of als hij zich door zijn personeel liet geselen? Feit of mythe. De Warme Winkel maakt geen onderscheid. En omdat het bizarre leven van de componist daar nou eenmaal om vraagt, zitten er in Gesualdo ook scènes die pure horror zijn. Maar dan wel altijd met een humoristische ondertoon. 
 
In het overheersend roze decor staan een chaise longue, drie bomen, en een muur van iets dat nog in aanbouw is. De voorstelling begint als Ward Weemhoff omstandig zijn handen tegen elkaar wrijft om ze te verwarmen. Meer zeg ik niet over de openingsscène. Gesualdo is een voorstelling waarbij de verrassing essentieel is. Ben je van plan er naartoe te gaan? Lees er dan niet te veel over. Stop voor alle zekerheid ook maar met het lezen van deze recensie.

Omdat voorstellingen van De Warme Winkel altijd bewust niet stijlvast zijn, zal ook deze keer de appreciatie wel weer per scène verschillen. Dat ik bijvoorbeeld die waarin Vincent Rietveld als derderangs variétéartiest een etentje komt verstoren erg matig vind, zegt daarom ook iets over mijn smaak. Die scène is overigens de enige waarin een acteur zingt. Nou ja, zingt. Met geluiden die doen denken aan het krassen van een kraai, martelt Rietveld Gesualdo's Moro, lasso! zodanig dat er van dat madrigaal uiteindelijk alleen nog maar een zielig hoopje ellende over is. 


Niet alle scenes overtuigen me. Maar de gouden steiger. Om je vingers bij af te likken. De engel en de duivel op wieltjes. Wat een inventiviteit. De scène met de schommel. Pure suggestie, waarbij je toch huivert. Ik tenminste wel. Wat met een naald en een oog gebeurt (in wat ik maar even een Florentina Holziger-scène noem). Verrukkelijke horror. Maar op nummer één komt voor mij toch de originele manier waarop Florian Myjer door Rietveld en Weemhoff wordt gemarteld, terwijl hij een brief van de directeur van het Nederland Kamerkoor probeert voor te lezen.

Met als uitzondering een duet tussen Mara van Vlijmen en vijf zangers blijven de geacteerde scènes en het koorwerk heel lang strikt gescheiden. Eerst de acteurs. Dan, afhankelijk van of het een madrigaal of een kerkelijk werk is, vijf of tien zangers. Pas als die weer veilig in de coulissen zijn, de acteurs voor hun volgende scène. Enzovoorts. Pas het laatste half uur verandert dat. Rijkelijk laat vind ik.
 
Prachtige muziek. Goede zangers. Het is echt genieten van het Nederlands Kamerkoor. Maar Gesualdo zal me toch vooral bijblijven als een voorstelling waarin De Warme Winkel op een inventieve en geestige manier de meest weerzinwekkende gruwelijkheden uitbeeldt.

Gezien tijdens HOLLAND FESTIVAL

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Nederlands Kamerkoor

Recensie: JR van FC Bergman

●●●○○

 

JR

 

FC BERGMAN




Door Piet van Kampen, gezien 18 juni 2018 

Het decor van JR is een enorme constructie, een open 'gebouw' van veertien meter hoog, met vier verdiepingen en vijfentwintig kamers. Dat enorme decor symboliseert de grootheidswaan van de personages: beurshandelaren en (gefrustreerde) kunstenaars. In en om dat 'gebouw' achttien acteurs (waarvan twee met een camera), eenentwintig figuranten, zevenentwintig crewleden, en ruim vijfhonderd rekwisieten.

Van de vier 'Bergmannen' lopen Joé Agemans en Thomas Verstraeten met een camera, regisseert Stef Aerts ter plaatse waar dat nodig is, en speelt Marie Vinck mee als schooljuf. De overige acteurs zijn gastacteurs van Toneelhuis, Olympique Dramatique, NTGent en KVS. Het publiek zit op vier tribunes aan de vier zijden van het 'gebouw' en ziet dus maar een deel van wat zich er afspeelt. Maar op lamellen op alle vier zijden wordt het live gefilmde verhaal integraal geprojecteerd.

Dat verhaal is gebaseerd op de gelijknamige roman van William Gaddis uit 1975. Tijdens een bezoek met zijn klas aan Wall Street leert de elfjarige JR Vansandt hoe het beurssysteem werkt: 'Je moet spelen om te winnen, en als je speelt moet je winnen.' Met als start een aandeel Typhoon van zevenentwintig dollar bouwt JR aan een imperium.

Als kind heeft JR geen moreel besef, hij ziet alleen kansen en mogelijkheden. Met als stroman zijn leraar Bast (die eigenlijk liever componist zou zijn) en met een leger advocaten en spindoctors veroorzaakt JR toenemende paniek in de beurswereld. Maar uiteindelijk is de aardige en meegaande Bast het grootste slachtoffer.

De twee uur tot de pauze is JR een snelle, voortdurend van aandachtspunt wisselende voorstelling. Een verhaal waarin JR met zijn acties zowel de amorele wereld van grote beursgenoteerde bedrijven als de levens van in hun ambities gefnuikte kunstenaars ontwricht. Met geweldig goed acteerwerk van Jan Bijvoet (als dronken schrijver), Geert Van Rampelberg (als patserige beurshandelaar) en Oscar Van Rompay (als timide componist). 


In de anderhalf uur na de pauze wordt eenzijdig gefocust op de 'losers'. De veel te lange scènes over een drugsverslaafde vrouw (Anne-Laure Vandeputte) en de alcoholische schrijver halen de vaart en de afwisseling uit de voorstelling. Jammer. Gelukkig is de slotscène waarin de wanhopige Bast een vergeefse poging doet om JR het belang van immateriële waarden te laten inzien weer wel de moeite waard.


Gezien tijdens HOLLAND FESTIVAL

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: FC Bergman

RIROTONEELRECENSIES: TOPVIJF VAN ACTEURS VAN HET SEIZOEN 2017-2018.

 

TOPVIJF VAN ACTEURS VAN HET SEIZOEN 2017-2018




Door Piet van Kampen, geplaatst 13 juni 2018

Vijf ten onrechte niet door de Toneeljury van de VSCD voor een van de Toneelprijzen 2018 genomineerde acteurs. In alfabetische volgorde.

Jan-Paul Buijs voor zijn rol in De Huisbewaarder van Toneelschuur Producties/Paul Knieriem
Door steeds heel zacht, maar toch goed verstaanbaar, te spreken, benadrukt Jan-Paul Buijs in De Huisbewaarder de kwetsbaarheid van zijn personage Aston. Ook met zijn lichaamstaal, met de uiterst trage manier bijvoorbeeld waarop hij in zijn zakken naar zijn aansteker zoekt, benadrukt hij die kwetsbaarheid. In de slotscène gaat Aston, ondanks de onzekere bewegingen die het gevolg zijn van zijn psychische handicap, voor zijn fysiek veel sterkere broer staan om de zwerver Davies de deur te wijzen. Het 'nee' dat in het script staat, is door wat Buijs met zijn lichaamstaal uitdrukt eigenlijk niet eens meer nodig.

Thomas Cammaert voor zijn rol in Romeo en Julia van Toneelgroep Oostpool

Cammaert zegt er als Lorenzo in de voorstelling zelf over: 'Frater Lorenzo, saaie kutrol, Jezus!' Maar de rol van Lorenzo in Romeo en Julia van Toneelgroep Oostpool is groter dan in de hedendaagse opvoeringspraktijk gebruikelijk is. Lorenzo heeft niet alleen het eerste, maar ook laatste woord. Thomas Cammaert is door de perfecte balans tussen de tongue in cheek manier waarop hij zijn tekst uitspreekt en de schalkse blik waarmee hij daarbij over zijn schouder de zaal in kijkt de uitblinker in deze radicaal bewerkte Romeo en Julia.

Jacobien Elffers voor haar rol in Ophelia van Veenfabriek /Joeri Vos

Jacobien Elffers maakt in Ophelia moeiteloos de tijdsprong van Ophelia die een dialoog heeft met Hamlet naar Harriet die bekvecht met Berlioz. Van het Engels met een Iers accent, als Harriet Smithson, schakelt ze probleemloos naar het Nederlands als ze redetwist met Hamlet of met de Regisseur. Ook met het Amerikaans Engels van een tiener en het Frans in het Chanson de Solomom heeft ze geen enkele moeite. Wat Elffers in de waanzinscène en in de sterfscène uit de opera Hamlet van AmbroiseThomas laat zien, is van ongekend hoog niveau.

Abke Haring voor haar rol in Platina van Toneelhuis & Zuidpool / Abke Haring

Haar voorstelling is opgenomen in RiRo's Toptien en geselecteerd voor zowel het Nederlandse als het Vlaamse Theaterfestival. Is dat niet genoeg? Nee, dat is niet genoeg. Want niet alleen als maker, ook als actrice levert Abke Haring met haar rol in Platina een prestatie van vanjewelste. Hoe ze staat, leunend op de tafel, linkerbeen gebogen, rechterbeen gestrekt naar achteren. Hoe ze daarbij met onrustige bewegingen de onhandigheid van de communicatie benadrukt. En dan ook nog eens haar superieure tekstbehandeling. 

Matthijs van de Sande Bakhuyzen voor zijn rol in Bij jou begin ik van Frascati Producties/Charli Chung

De manier waarop Matthijs van de Sande Bakhuyzen acteert in Bij jou begin ik, een monoloog van anderhalf uur, is overrompelend. Zijn timing, zijn expressie, zijn lichaamstaal, alles is zo precies, de pauzes tussen de woorden zo functioneel. Daardoor geeft Van de Sande Bakhuyzen je het gevoel dat zijn personage echt met het publiek in gesprek is, een dialoog heeft met elke toeschouwer. En die overrompelende manier van acteren weet hij de hele voorstelling vast te houden.

Dit zijn de veertien acteurs die door de Toneeljury van de VSCD Toneelprijzen wel werden genomineerd voor de Louis d’Or, Theo d’Or, Arlecchino en Colombina: 

Eelco Smits voor zijn rol in Vergeef ons - Toneelgroep Amsterdam / Toneelhuis
Bruno Vanden Broecke voor zijn rol in
PARA - KVS / David Van Reybrouck, e.a.
Steven Van Watermeulen voor zijn rol in Onderworpen - NTGent
Marieke Heebink voor haar rol in Oedipus - Toneelgroep Amsterdam
Karina Holla voor haar rol in ROMP - De Gemeenschap
Alejandra Theus voor haar rol in Revolutionary Road - Theater Rotterdam / Toneelschuur Producties
Michiel Blankwaardt voor zijn rol in Woiski vs Woiski - Orkater / Bijlmerpark Theater
Arnon Grunberg voor zijn rol in De Mensheid - LOD Muziektheater
Rick Paul van Mulligen voor zijn rol in Othello – Het Nationale Theater
Vanja Rukavina voor zijn rol in The Nation – Het Nationale Theater
Anniek Pheifer voor haar diverse rollen in Gidsland - mugmetdegoudentand
Maureen Teeuwen voor haar rol in Dumas/La Dame/DeSade - Maatschappij Discordia
Dionne Verwey voor haar rol in De Blackout van ’77 - Orkater / Sir Duke
Romana Vrede voor haar rol in
The Nation - Het Nationale Theater
Ga voor meer informatie over de VSCD Toneelprijzen naar:Theater Festival


Recensie: Anna Karenina-allerdings mit anderem Text und auch anderer Melodie van DeutschesSchauSpielHausHamburg/Clemens Sienknecht & Barbara Bürk

●●●●○

 

ANNA KARENINA-ALLERDINGS MIT ANDEREM TEXT UND AUCH ANDERER MELODIE

 

DEUTSCHES SCHAUSPIELHAUS HAMBURG / CLEMENS SIENKNECHT & BARBARA BURK


Door Piet van Kampen, gezien 8 juni 2018

Zoals ze dat in 2016 ook al deden met de roman Effie Briest van Theodor Fontane uit 1894, stoffen regisseurs Clemens Sienknecht & Barbara Bürk nu Anna Karenina van Tolstoi uit 1877 grondig af. Hetzelfde concept, nagenoeg dezelfde enscenering en dezelfde acteurs. Radio Briest van toen is omgedoopt in Radio Karenina en de live gespeelde hits zijn nu bijna allemaal uit de zeventiger en tachtiger jaren.

Eerst komt alleen Clemens Sienknecht het podium op, met blonde pruik. Op gitaar, keyboard en drums mixt hij stap voor stap het nummer Lisztomania van Phoenix. Dan is het zover, op Radio Karenina begint de radioserie Berühmte Seitensprünge der Weltliteratur. Deze keer met in de tragische hoofdrol Anna Karenina, die als een blok valt voor graaf Vronski in glitterpak (Yorck Dippe). Met hem lijkt ze het geluk te hebben gevonden. Maar helaas, het loopt niet goed af. Het omgekeerde overkomt Kitty die eerst door Levin is afgewezen, maar uiteindelijk toch met hem trouwt. In een hilarische ceremonie met Michael Wittenborn als pope.

De radioshow (en dus het spel) wordt regelmatig onderbroken door reclamespotjes en flitsmeldingen. Maar vooral door live uitgevoerde muziek die aansluit bij het verhaal, van onder meer The Bangels, Eurythmics, Grandmaster Flash, Pink Floyd, en Michael Jackson. Net als bij Effie Briest zijn het Engelstalige songs en is er geen enkele Duitstalige schlager bij. Wel weer op het eind één Frans chanson, gezongen door Ute Hannig als Anna. Als afsluiter vertolkt Sienknecht loepzuiver Don't Talk (Put Your Head On My Shoulder) van de Beach Boys. Op de valreep toch nog even een uitstapje naar de sixties dus.

Boven mijn recensie van Effie Briest - allerdings mit anderem Text und auch anderer Melodie, ook van DeutschesSchauSpielHausHamburg, zette ik twee jaar geleden drie groene ballen. Meteen na de voorstelling van vanavond wist ik dat het er nu boven Anna Karenina vier moesten worden. Maar een sluitende verklaring voor dat gevoelsmatige besluit heb ik niet. Want hoe kan het dat ik Anna Karenina hoger aansla terwijl het procedé nagenoeg identiek is? Komt het omdat ik het verhaal van Anna wel al ken, terwijl het verhaal van Effie toen nieuw voor me was? Dat ik daardoor de grappen en verwijzingen nu sneller oppik?

Het kan natuurlijk ook dat Anna Karenina gewoon beter in elkaar zit dan Effie Briest. Tenslotte hebben de makers de gelegenheid gehad minder sterke punten te verbeteren. Is dat het? Als het om films zou gaan, zou ik het kunnen controleren. Maar het is toneel, ik moet het doen met alleen mijn geheugen. Zijn die vier groene ballen dan wel terecht? Ja, toch wel. Al was het alleen maar voor de met een open doekje beloonde manier waarop Sienknecht halverwege de voorstelling, zichzelf begeleidend op keyboard, losse zinnen met het woord 'love' uit ruim vijftig verschillende popsongs aan elkaar zingt.

Bij Schauspiel Hannover maakten Sienknecht & Bürk ook nog Madame Bovary - allerdings mit anderem Text und auch anderer Melodie. In een vergelijkbaar concept. Dus ook met live uitgevoerde hits. Maar dan zonder het radio-aspect, en met acteurs van Schauspiel Hannover.
Gezien tijdens HOLLAND FESTIVAL

Ga voor voor meer informatie naar: Deutsches Schauspielhaus Hamburg

RIRO'S TOPTIEN VAN HET SEIZOEN 2017 - 2018

RIRO'S TOPTIEN VAN HET SEIZOEN 2017-2018



Door Piet van Kampen, 5 juni 2018

Van de zestig voorstellingen die ik het afgelopen seizoen zag, maakten deze de meeste indruk:

1.   Para van David Van Reybrouck, Raven Ruëll & Bruno Vanden Broecke / KVS
2.   Platina van Toneelhuis & Zuidpool / Abke Haring
3.   Uit het leven van marionetten van Toneelgroep Amsterdam / Nanouk Leopold
4.   De Huisbewaarder van Toneelschuur Producties / Paul Knieriem
5.   Vanish Beach van Hof van Eede
6.   Weiblicher Akt 8: Dumas/LaDame/DeSade van Maatschappij Discordia
7.   Majakovski/Oktober van De Warme Winkel
8.   Poquelin II van Tg STAN e.a.
9.   Plattegrond van de kunst en omstreken van 't Barre Land
10.  Uit de tijd vallen van Theater Zeelandia & LOD / Marlies Heuer

Een bijzondere vermelding krijgt Orfeo-je suis mort en Arcadie van Théâtre des Bouffes du Nord / Samuel Achache, Jeanne Candel & Florent Hubert. Uit Parijs. Dus niet uit Nederland of Vlaanderen. 

De voorstelling Chekhov’s First Play van Dead Centre uit Dublin die bij RiRo's toptien van vorig seizoen een bijzondere vermelding in de wacht sleepte, is van 11 t/m 13 oktober te zien in de Stadsschouwburg Amsterdam.

Theaterverhaal: Over de dood. En over rouwen. Marlies Heuer met een tekst en acteren / Alain Platel met een film en muziek

 

OVER DE DOOD. EN OVER ROUWEN.


MARLIES HEUER MET EEN TEKST EN ACTEREN / ALAIN PLATEL MET EEN FILM EN MUZIEK




Door Piet van Kampen, geplaatst 31 mei 2018

Marlies Heuer balanceerde zelf op het randje van de dood, Alain Platel verloor onder meer zijn vader. Beiden maakten een voorstelling waarin de dood en rouwen de hoofdthema's zijn. Ik zag de twee voorstellingen vlak na elkaar. Op vrijdag 18 mei REQUIEM POUR L van les ballets C de la B / Alain Platel & Fabrizio Cassol in de Stadsschouwburg Amsterdam. Vijf dagen later, op woensdag 23 mei, in de Toneelschuur in Haarlem, Uit de tijd vallen van Theater Zeelandia en LOD / Marlies Heuer.

Mevrouw L wist dat ze ging sterven en liet haar sterfbed filmen. Ruim anderhalf uur laat Alain Platel ons in close-up naar haar gezicht kijken totdat uiteindelijk haar mond openvalt. Voor alle zekerheid imiteert de accordeonist op dat moment het geluid van de laatste adem.

REQUIEM POUR L is behalve film ook muziek. Daarbij maken de vijftien zangers en muzikanten weliswaar door Platel gechoreografeerde dansbewegingen. Maar echte dansers, zoals in andere voorstellingen van Platel, zijn er niet. Acteurs ook niet. De meeste zangers en muzikanten zijn zwart. Mevrouw L is wit. De door Cassol gecomponeerde muziek in REQUIEM POUR L begint steeds met een fragment uit het Requiem van Mozart om dan over te gaan in iets anders. Na een half uur is de verrassing - de overgang van Mozart naar Afrikaanse ritmes, en de switch van Latijn naar Linghala of Swahili - wel uitgewerkt. Nou vooruit dan, na drie kwartier.

De overgrote meerderheid van het publiek applaudisseert na REQUIEM POUR L langdurig. Ben ik de enige die vindt dat Platel en Cassol opzichtig op de ontroering hebben ingezet?

Vijf jaar na de dood van zijn in Libanon gesneuvelde zoon Uri vindt de Israëlische schrijver David Grossman met Uit de tijd vallen, een verhaal in stemmen (2012) een manier om het verdriet van ouders die een kind verliezen onder woorden te brengen. Hij gebruikt daarbij verschillende vertelvormen naast elkaar: de structuur lijkt op die van een toneeltekst, de woorden zijn soms pure poëzie, op andere momenten lyriek. Het is een boek dat vraagt om een toneelbewerking.

Marlies Heuer deed dat, ze bewerkte samen met Alex Mallems de tekst van David Grossman (in de vertaling van Ruben Verhasselt, niet Hasselt zoals in de voorstellingsinformatie staat), regisseerde de voorstelling zelf en speelt ook een van de personages. In augustus 2017 was de voorstelling te zien tijdens het Zeeland Nazomerfestival, in mei 2018 is er een korte tournee.

Zoekende poëtische zinnen van de man (Theo Nijland) en de vrouw (Marlies Heuer) en recht voor zijn raap proza van de Centaur (Dic van Duin) wisselen elkaar af. De beschrijvingen van de stadschroniqueur (een uitstekende Jan-Paul Buijs) zorgen voor de verbinding daartussen. Met de manier waarop ze de zes acteurs hun teksten laat zeggen en waarop ze ze laat bewegen, voegt regisseur Heuer met haar voorstelling een extra laag toe aan Grossmans toch al aangrijpende tekst.

In Uit de tijd vallen wordt met tekstbehandeling of acteren op geen enkel moment op effect gespeeld. Juist daarom ontroert deze voorstelling veel meer dan die van Platel en Cassol. Na het Zeeland Nazomerfestival was Uit de tijd vallen nog zes keer in een zaal te zien. Dat is veel te weinig.
Ga voor meer informatie over REQUIEM POUR L naar: les ballets C de la B

Ga voor voor meer informatie over Uit de tijd vallen naar: Theater Zeelandia

Recensie: De Rechtvaardigen van Toneelschuur Producties/Eline Arbo

●●●●○

 

DE RECHTVAARDIGEN

 

TONEELSCHUUR PRODUCTIES / ELINE ARBO



Door Piet van Kampen, gezien 17 mei 2018

Moskou, februari 1905. In een kleine kamer met onder meer een schaakspel, een fles wodka en vijf opgestapelde matrassen, bereiden vijf jonge revolutionairen een aanslag voor. Dora (Judith van den Berg) heeft de bommen geprepareerd. Yanek, bijgenaamd 'de dichter' (Matthijs IJgosse) zal de eerste bom gooien, Alexis Voinov (Benno Veenstra) de tweede. Als Stepan (Chiem Vreeken) te fel in discussie gaat met Yanek, maakt de leider van de groep, Boria (Laura De Geest), daar een eind aan.

Albert Camus baseerde Les Justes (1949) op historische gebeurtenissen en ook de standpunten van de vijf revolutionairen ontleende hij mede aan de realiteit. Zo klinken bijvoorbeeld in de felle discussie tussen Yanek en Stepan in de eerste akte ideeën van hemzelf en van Sartre door.

In eerste instantie volgt de bewerking van regisseur Eline Arbo nauwgezet de tekst van Camus (in de vertaling van Max Croiset). Maar nadat in de tweede akte de aanslag mislukt, en het in de derde akte wel lijkt te lukken, neemt Arbo plotseling een andere afslag dan Camus.

In haar 'Crashtest Camus' stappen de acteurs in die derde akte een voor een uit hun rol om als jongeren van nu met elkaar in discussie te gaan. De vijf blijven daarbij, net als eerder hun personages, ieder een eigen standpunt innemen. Vooral daardoor vormt dat tweede deel toch een organisch geheel met het eerste.

Met de in stijl volledig van elkaar verschillende kostuums (van Rebekka Wörmann) wordt het verhaal van de vijf Russische revolutionairen al universeler gemaakt. De verwijzingen naar bijvoorbeeld Syrië en de Gazastrook in het tweede deel, trekken de thematiek van Camus ook nog eens expliciet naar de actualiteit van vandaag.

Het is Eline Arbo met De Rechtvaardigen gelukt om een verrassende tijdsprong te maken zonder dat dat tot een breuk in de voorstelling leidt. De manieren waarop de vijf jonge Russische revolutionairen een betere wereld willen creëren, weet ze inhoudelijk naadloos door te trekken naar de ideeën waarop jongeren van nu hun maatschappelijke standpunten baseren. Dat maakt van De Rechtvaardigen niet alleen een heel goede, maar ook een heel relevante voorstelling.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Toneelschuur Producties