Recensie: The Way She Dies van tg STAN & Teatro Nacional D. Maria II / Tiago Rodrigues

●●●●○

 

THE WAY SHE DIES

 

TG STAN & TEATRO NACIONAL D. MARIA II / TIAGO RODRIGUES




Door Piet van Kampen, gezien 27 maart 2019, geplaatst 17 april 2019 

Een station in Rusland, 1877. Anna Karenina, echtgenote van Karenin, minnares van Vronski, werpt zich voor een aanstormende trein.

Een station in Vlaanderen, 2017. Op het station van Mechelen neemt een getrouwde vrouw afscheid van haar Portugese minnaar. Zij neemt de trein naar Antwerpen, hij die naar Brussel.

Tolstoj's Anna Karenina, in de Franse vertaling, speelt een belangrijke rol in The Way She Dies. Bij zo'n boek van 2021 pagina's hoort een leeslamp, die staat er dan ook, een grote, links op het podium. Rechts, half in het donker, een geïmproviseerde keuken. Achter de acteurs een grijsblauwe wand. Met daarop de boventitels. De voorstelling laat zien hoe Tolstoi's klassieker het leven beïnvloedt van twee echtparen: het ene in het Lissabon ten tijde van Salazar, het andere in het Antwerpen van nu.

Lissabon 1967. Een vrouw (Isabel Abreu) leest de Franse vertaling van Anna Karenina omdat ze haar Frans wil verbeteren. Want ze heeft een Belgische minnaar (Frank Vercruyssen) en wil naar hem toe. Haar man (Pedro Gil) die als militair in Angola was, vindt het onzin, haar Frans is al goed genoeg, en hij verbiedt haar naar België te gaan. In het Portugal van toen had een vrouw toestemming nodig van haar echtgenoot om naar het buitenland te reizen.

Antwerpen, 2017. Een man (Frank Vercruyssen) is verdiept in de Franse vertaling van Anna Karenina, een erfstuk van zijn overleden moeder. Uit de onderstrepingen in die roman probeert hij zijn moeder postuum beter te begrijpen. Maar hij gebruikt het lezen van Tolstoj's roman ook om zijn emoties uit te stellen, om niet te hoeven reageren op zijn vrouw (Jolente De Keersmaeker) die hem duidelijk probeert te maken dat ze een minnaar heeft. Pas als hij het boek uit heeft, wil hij weer met haar spreken, pas dan zal hij haar 'we moeten praten' niet meer negeren.

The Way She Dies vertelt drie keer de hoofdlijn van Tolstoj's Anna Karenina. In drie tijden. Op een groot speelvlak met nauwelijks rekwisieten laten vier acteurs de ingenieuze tekst van Rodrigues horen: fragmenten uit de roman van eind negentiende eeuw in het Frans, scènes in het Lissabon tijdens de dictatuur in het Portugees, en die in het Antwerpen van nu in het Nederlands. Bij de dialogen tussen de Portugese vrouw en haar Belgische minnaar, en tussen de Vlaamse vrouw en haar Portugese minnaar, bedienen de acteurs zich van het Frans.

Met The Way She Dies onderzoekt Tiago Rodrigues wat er gebeurt als je Anna Karenina omzet naar een ander land, naar een andere tijd, naar een andere cultuur. Om tenslotte kort in te gaan op de verschillen in de vertalingen (in het Frans, Portugees en Nederlands). Zonder verandering van stem wisselen de twee Portugese en de twee Vlaamse acteurs regelmatig van rol en van taal. Desondanks is The Way She Dies een heel transparante voorstelling. Met een tekst om van te smullen.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: tg STAN

Recensie: Black/ The Sorrows of Belgium 1: Congo van NTGent / Luk Perceval

●●●●○

 

BLACK/ THE SORROWS OF BELGIUM 1: CONGO

 

NTGENT / LUK PERCEVAL




Door Piet van Kampen, gezien 9 april 2019 

Voor een immense landkaart van Equatoriaal Afrika van eind negentiende eeuw staat een biljart. Met daarboven een overkapping. Tijdens de moesson schuilen de personages onder die overkapping voor de regen. Over het hele podium hangen dikke touwen als lianen naar beneden. Rechts zit muzikant Sam Gysel. Met percussie en op gitaar zorgt hij voor muziek. Soms zacht en ingehouden als achtergrond bij het spel van de acteurs, dan weer voluit om een aspect van het verhaal met muziek te accentueren.

Rode draad in de voorstelling is het dagboek van de Afro - Amerikaanse presbyteriaanse missionaris William Henry Sheppard,* die vanaf 1890 een reis van twintig jaar maakte door Congo - Vrijstaat. Als een van de eersten rapporteert Sheppard in die notities over de wreedheden van de Force Publique.**

Black is geen geschiedenisles over Congo. De voorstelling vertelt niet één doorlopend verhaal, maar is een collage van, soms onafgemaakte, fragmenten. Daarbij wordt vooral gericht gezocht naar wat het publiek raakt. Niet in alle, maar wel in veel scènes, gaat het erom de (witte) toeschouwers uit te dagen om te onderzoeken of ze bij zichzelf nog restanten van koloniaal denken kunnen ontdekken.

De voorstelling opent met de bluestraditional You Gotta Move, met de hele cast (vier zwarte en vier witte acteurs) dansend en zingend. Redelijk onschuldig nog als we als publiek hierbij zouden denken dat de zwarte acteurs soepelere dansers zijn dan de witte. Pijnlijker wordt het als
acteur Frank Focketyn ons er verderop in de voortteling op wijst hoe kritiekloos we waarschijnlijk even daarvoor hebben zitten luisteren naar hoe de acht acteurs Johnny Wakkelins foute jaren '70-hitje In Zaire ten gehore brachten.

Niet allen bij de gezongen, ook bij de door de acteurs gespeelde scènes, en bij de monologen, speelt Black in op wat we voelen. Meestal door ons te verleiden mee te gaan in wat in eerste instantie vrij onschuldig lijkt, hooguit maar een heel klein beetje fout is. Zoals de scène waarin Peter Seynaeve, als de witte missionaris Samuel Lapsley, na een grappig begin, uiteindelijk in een plat Vlaams dialect 'de zwartjes' vernedert. 'Ze kunnen niets!', schreeuwt de schuimbekkende missionaris tegen de zaal, en vraagt ons vervolgens die leuze te herhalen. Wat we gelukkig niet doen. Maar het bezorgt ons ondertussen wel een onprettig gevoel.***

Gaandeweg de voorstelling komt het personage van William Sheppard, gespeeld door Nganji Mutiri en Yolanda Mpelé, centraler te staan. Met onder andere een prachtige poëtische monoloog van Mutiri die begint met het omkeren van Sartre's L'enfer, c'est les autres: 'De hel zijn niet de anderen, de hel is wat anderen doormaken'. Een speech die culmineert in een pleidooi voor radicale gelijkheid en meervoudige identiteit.

Aan het slot van de voorstelling richten de acteurs zich, met de zaallichten aan, rechtstreeks tot het publiek. 'Ziet ge mij echt voor wie ik ben?', vraagt de Belgisch - Malinese actrice Aminata Demba.
 

Regisseur Perceval laat ons met deze eerste van zijn trilogie over het verdriet van België de schaduwkant voelen van wat in de koloniale tijd 'het brengen van de beschaving' werd genoemd. De acht acteurs slagen er in Black/ The Sorrows of Belgium 1: Congo in om ons te raken, om de toeschouwers zich af te laten vragen wat er eventueel nog aan racistische restjes onder onze, met begrippen als diversiteit doorspekte, opvattingen schuil zou kunnen gaan. 

*In Nederland is een missionaris een katholieke geestelijke die eropuit trekt om mensen te bekeren. Een protestantse geestelijke met bekeringsdrift wordt een zendeling genoemd. In andere landen wordt dat onderscheid niet gemaakt.
**Van 1885 tot 1908 is Congo onder de naam Congo-Vrijstaat een privéonderneming van Leopold II. Daarna, van 1908 tot de onafhankelijkheid in1960, een Belgische kolonie. De Force Publique is in Congo-Vrijstaat het door Belgen opgeleide en geleide koloniale leger.
**Zoals regisseur Luk Perceval dat eerder deed in zijn regie van Platonov, laat hij de acteurs ook nu in Black voor een deel in hun eigen dialect spreken. Maar er is boventiteling, zowel in het Nederlands als in het Engels.
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: NTGent

Recensie: Dood in Venetië van ITA & KCO / Ivo Van Hove

●●●○○

 

DOOD IN VENETIË

 

ITA & KCO / IVO VAN HOVE




Door Piet van Kampen, gezien 8 april 2019 

'Mit Erstaunen bemerkte Aschenbach, dass der Knabe vollkommen Schön war.'

Terwijl het Koninklijk Concertgebouworkest onder leiding van David Robertson Weberns Fünf Sätze ten gehore brengt, zien we hoe Thomas Mann (Steven Van Watermeulen) in zijn werkkamer zijn bril poetst. Even later schrijft Mann de eerste woorden van wat zijn novelle Der Tod in Venedig (1912) zal worden.

We blijven in deze toneelbewerking niet lang dralen in München. Al snel zet veerman Charon (Aus Greidanus jr.) Aschenbach – schrijver en alterego van Thomas Mann - van München over naar Venetië. Daar neemt Aschenbach (Ramsey Nasr) zijn intrek in het Grand Hotel Des Bains op het Lido. Terwijl Aschenbach tijdens het diner voor het eerst zijn oog laat vallen op de veertienjarige beeldschone Tadzio, zingt countertenor Yuriy Mynenko het door Nico Muhly bewerkte Pur ti miro pur ti godo van Monteverdi. Versterkt helaas, waardoor het geluid wat blikkerig wordt.

Ramsey Nasr, die de tekst voor deze theaterbewerking schreef, heeft flink aan de novelle van Thomas Mann gesleuteld. Zijn opvallendste ingreep: het toevoegen van twee personages, die van de schrijver zelf en die van zijn vrouw Katja. Het voordeel van die ingreep is dat de dialogen tussen enerzijds Mann en zijn romanpersonage Aschenbach, en anderzijds tussen Mann en zijn echtgenote, kunnen zorgen voor de bij een theaterbewerking noodzakelijke spanning.

Die beoogde spanning komt pas echt tot zijn recht op zo'n twee derde van de voorstelling als Katja (Marieke Heebink) zonder Mann's toestemming het manuscript van Der Tod in Venedig leest. En dan ziet wat haar echtgenoot van plan is in literaire vorm te onthullen: niet alleen zijn homo-erotische verlangens, ook zijn lustgevoelens voor een jongen tijdens hun vakantie in Venetië. Katja: 'Tien Tommie, tien!' Mann: 'Ik maak hem wel ouder, dertien, vijftien.' Even later: 'Je denkt nog veel aan hem hè.' Mann: 'Aan wie? Aan hem?' Katja: 'Laat maar.' 


Het KCO zorgt voor prachtige muziek (van onder meer Schönberg, Webern en Richard Strauss). Maar theatraal is het eerste uur, hoe mooi ook om te zien, vrij vlak. Als de figuranten ruim de tijd nemen om de tafels te dekken, gaan mijn verlangens, hoezeer ik ze ook probeer te onderdrukken, uit naar de dansers van Peeping Tom. En als ze stoeien met Tadzio, droom ik ervan hoe de dansers van Les Ballet C de la B dat zouden doen. Sorry dat ik me zo door mijn verlangens laat meevoeren. Maar wat de zes figuranten in Dood in Venetië laten zien, is wat choreografie betreft gewoon erg matig.

'Fragole, fragole' roept een verkoper op het strand van het Lido. Aschenbach bestelt er 'uno', neemt er 'due', en eet ze vervolgens op. Het zal zijn dood worden. De aardbeien zijn besmet met de cholerabacterie. 


Hoewel de spanning van de dialogen en de droombeelden in de laatste drie kwartier wel wat goed maken, is Ivo Van Hove er - ondanks de unieke samenwerking tussen Internationaal Theater Amsterdam en het Koninklijk Concertgebouworkest - niet in geslaagd de hooggespannen verwachtingen waar te maken. Uiteindelijk is zijn Dood in Venetië wel gewoon goed, maar niet uitzonderlijk goed muziektheater geworden.


Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: ITA

Recensie: In wankel evenwicht van Toneelschuur Producties i.s.m. ITA 2 / Maren E Bjørseth

●●●○○

 

IN WANKEL EVENWICHT

 

TONEELSCHUUR PRODUCTIES I.S.M. ITA 2 / MAREN E BJORSETH




Door Piet van Kampen, gezien 30 maart 2019 

Het wankele evenwicht van het huwelijk van Agnes en Tobias, een echtpaar van middelbare leeftijd, wordt op de proef gesteld als Harry, al veertig jaar de beste vriend van Tobias, en zijn vrouw Edna voor de deur staan. Ze zijn hun eigen huis ontvlucht vanwege een niet nader omschreven grote angst. Even later meldt dochter Julia zich nadat haar vierde huwelijk op de klippen is gelopen. Claire, de alcoholische zus van Agnes, die al langer bij hen woont, completeert het kwartet 'vluchtelingen' dat van vrijdagavond tot zondagochtend in het huis van Agnes en Tobias onderdak vindt.

Met A Delicate Balance uit 1966 won Edward Albee zijn eerste Pulizer Prize for Drama. Net als in Who is afraid for Virginia Woolf onderzoekt Albee ook in In wankel evenwicht de grenzen van een relatie en van de liefde die daaronder zit, of er ooit onder heeft gezeten. In dit geval hoe Agnes en Tobias er in één weekend mee worden geconfronteerd dat het vermijden van het maken van keuzes, waarop hun huwelijk al sinds de vroege dood van hun zoon is gebaseerd, niet meer werkt.

Rondom het huis een 'gazon' van houtsnippers. De woonkamer waar alle teksten van het stuk worden gezegd, is sober ingericht. Er staat niet meer dan nodig is. Daarboven de volledig open en volledig lege slaapkamer waar dochter Julia na elk mislukt huwelijk weer enige tijd haar toevlucht zocht. Een slaapkamer met een ondergrond die bij elke stap die de onverwachte logés Harry en Edna er zetten zo'n enorm geluid maakt dat de personages daaronder even hun adem inhouden. Meer moet dat niet zijn! De scenografie (van Juul Dekker) is functioneel en glashelder.

Dat geldt ook voor de regie van Maren Bjørseth. Geen zendmicrofoons, geen live video. Geen andere technisch snufjes alleen maar omdat het kan. Gewoon 'good old acting': functioneel en glashelder. Waarbij Bjørseth erin slaagt om ook in de manier waarop ze de spelers laat acteren de 'delicate balance' te vinden. Malou Gorter speelt een Agnes die terwijl ze zoveel mogelijk controle probeert te houden toch heel subtiel twijfel laat doorschemeren. Aan het spel van Hajo Bruins als Tobias, de schipperende echtgenoot die zijn emoties verbergt, kun je zien dat die emoties vroeg of laat toch zullen moeten komen.

Bij het, wat betreft het vinden van de balans, lastigste personage, de alcoholische zus Claire, laat Bjørseth Janneke Remmers tot de grens van overacting gaan. Waarmee ze Remmers de kans geeft een onvergetelijke versie van Claire neer te zetten, een personage dat met haar vileine vragen en opmerkingen de dilemma's van Agnes en Tobias steeds op scherp zet.

Terwijl dertiger Thomas Cammaert door een stramme lichaamshouding en door het staccato uitspreken van zijn teksten er wel in slaagt om Harry, zijn veel ouder personage, neer te zetten, heeft twintiger Emma Joosten daar als Edna veel moeite mee. Maar dat kun je iemand die nog op de toneelschool zit niet kwalijk nemen. Hetzelfde geldt voor Carina de Vroome, te jong nog en te onervaren om al geloofwaardig een vrouw te spelen die vier huwelijken achter de rug heeft. 

Maren E Bjørseth bevestigt
met In wankel evenwicht dat ze het vak beheerst. Ook met deze regie laat ze weer zien dat ze bij een tragikomedie precies weet waar de grenzen liggen om zo'n stuk op een sprankelende manier op de planken te brengen. Is Bjørseth toe aan de grote zaal? Ik denk het wel.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Toneelschuur Producties of ITA

Recensie: Who's afraid of Virginia Woolf? van de KOE

●●●●○

 

WHO'S AFRAID OF VIRGINIA WOOLF?

 

DE KOE




Door Piet van Kampen, gezien 15 februari 2019 

Het Antwerpse de KOE bestaat dertig jaar. Mede om dat te vieren hernemen ze na veertien jaar hun succesvolle Who’s afraid of Virginia Woolf? Net als in 2005 kruipen Natalie Broods en Peter Van den Eede in de rol van Martha en George, een echtpaar van rond de vijftig met een vastgelopen huwelijk. Michael Vergauwen en Tanya Zabarylo zijn in deze herneming hun gasten.

De scenografie (van Hanneke van de Kerkhof) is om van te smullen. Van de Kerkhof koos voor een living met een tapijt van tijdschriften en als centraal attribuut een tafel met heel veel glazen. Op de achtergrond een tv met Amerikaanse programma's als de Oprah Winfrey Show, en, vlak voor het einde, fragmenten uit de filmversie van Who’s afraid of Virginia Woolf? uit 1966.

In Edward Albee's Who’s afraid of Virginia Woolf? (1962) heeft Martha, zonder overleg met haar echtgenoot George, na een feestje van de universiteit het twintig jaar jongere stel Nick en Honey uitgenodigd voor een afterparty. Als die twee zich om twee uur 's nachts hebben gemeld, worden ze, rijkelijk voorzien van alcohol, betrokken in het spel van beledigingen en illusies waarmee George en Martha aan de sleur van hun vastgelopen huwelijk proberen te ontsnappen.

In elke Who’s afraid of Virginia Woolf? die ik heb gezien, is er wel iets waar ik extra van onder de indruk ben. De ene keer is dat het venijn van Martha of het sarcasme van George, een andere keer de manier waarop de timide Honey zich staande houdt. In de versie van de KOE heb ik het meest genoten van de scènes met George en Nick.

Nog nooit eerder zag ik het stuk met een George die het gevecht met Martha met zo'n geïroniseerd sarcasme aanging. Met een George die het vernederen van Nick en Honey op zo'n subtiele manier fysiek versterkte. Nog nooit ook met een George die, door steeds te reageren op de zaal, het publiek zo voor zijn karretje wist te spannen.

Ik schaam me er wel een beetje voor, maar ik betrapte mezelf erop dat ik steeds weer hard moest lachen als Peter Van den Eede (George) de toch al onzeker gemaakte Nick nog meer vernedert door Michael Vergauwen met zes glazen in zijn armen te dwingen om te gaan zitten, en dan vrijwel meteen daarna om weer op te staan.

Heel knap ook hoe Michael Vergauwen ook met zijn lichaamstaal zijn personage Nick laat evolueren. Van volledig door zijn gastheer en gastvrouw overrompeld tot iemand die zich daar steeds meer tegen verzet. En die tenslotte het spel van Martha en George doorziet.

In hun Who’s afraid of Virginia Woolf? laten alle vier acteurs van de KOE zien dat ze ware meesters zijn in het verbeelden van 'de ondraaglijke lichtheid van het bestaan' in Albee's klassieker. Wat een heerlijke voorstelling!

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: de KOE

Recensie: Best of Fringe Tour 2019, Körper van NEON & Song of the Sisters van King Sisters

●●●●○

●●●○○

 

BEST OF FRINGE TOUR 2019

 

KÖRPER VAN NEON & SONG OF THE SISTERS VAN KING SISTERS




Door Piet van Kampen, gezien 11 februari 2019 

Best of Fringe Tour 2019 is een tournee met twee van de drie prijswinnaars van het Amsterdam Fringe Festival van vorig jaar, met in de pauze een kort optreden van Rikkert van Huisstede.

Voor de pauze het fascinerende Körper van NEON, een strakkere versie van Körper Körper waarmee de Deense Nanna Hanfgarn Jensen en de Duitser Leon Emil Franzke in 2017 afstudeerden aan de dansacademie van ArtEZ in Arnhem.

Nadat
Franzke en Hanfgarn Jensen eerst als Adam en Eva in voortdurend contact met elkaar zijn gebleven, maken de twee dansers zich van elkaar los en versnellen ze hun bewegingen. Allebei trekken ze mannenkleding aan. Pakken, en een stropdas. En identieke laarsjes, met hakken. Die hakken gebruiken ze - als in een tapdans - om het ritme aan te geven van een duet waarbij ze elkaar eerst enige tijd volgen, maar daarna, in een steeds hoger ritme, gaan beconcurreren. Een uitputtingsslag waarbij ze uiteindelijk allebei slachtoffer worden.

Maar ach, dat narratief doet er eigenlijk niet zoveel toe. Want wat Körper vooral zo fascinerend maakt, is dat Hanfgarn Jensen en Franzke, hoewel ze het uiterste van hun krachten vergen, alles met zo'n perfecte lichaamsbeheersing doen en met zo'n verfijnde afstemming op elkaar, dat ze het publiek van het begin tot het eind ademloos weten te boeien.

In de prijswinnende voorstelling van na de pauze, Song of the Sisters van King Sisters, onderzoeken de zussen Joske, Annelie en Marthe Koning wat hen met elkaar verbindt, en waarin ze van elkaar verschillen.

Zowel in de gespeelde als in de gezongen scènes zien we en horen we hoe de drie zussen manoeuvreren tussen symbiose en autonomie. Waarbij zowel de rangorde - oudste, middelste, jongste - als de competentie een rol speelt. Zo trekt bij de gezongen scènes Annelie, hoewel ze de middelste is, vanwege haar conservatoriumopleiding toch de leiding naar zich toe. Terwijl bij de verkleedkist de andere twee hun oudere zus Joske, vooruitlopend op haar studie aan de Toneelacademie Maastricht, als autoriteit accepteren.

Wie vrouw is en een of meer zussen heeft, zal in Song of the Sisters ook in de gespeelde scènes heel veel herkennen. Voor de anderen zijn er in ieder geval de gezongen scènes om van te genieten. Want de zes verschillende manieren waarop de drie All of me (van Gerald Marks en Seymour Simons) zingen, en het prachtig uitgevoerde meerstemmige Dona nobis pacem aan het slot zijn de hoogtepunten in deze heel charmante voorstelling.

Met het herkenbare en muzikaal sterke Song of the Sisters van King Sisters na de pauze en de fascinerende dansvoorstelling Körper van NEON ervoor is
Best of Fringe Tour 2019 absoluut de moeite waard.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Amsterdam Fringe Festival

Recensie: De koning sterft van Toneelschuur Producties / Olivier Diepenhorst

●●●●○

 

DE KONING STERFT

 

TONEELSCHUUR PRODUCTIES / OLIVIER DIEPENHORST




Door Piet van Kampen, gezien 24 januari 2019 

Je zou Le Roi se meurt, het stuk uit 1962 dat Eugène Ionesco (1909-1994) schreef toen hij ernstig ziek was, een handleiding voor het sterven kunnen noemen. In een interview erover zegt hij: 'We zouden elkaar moeten kunnen helpen sterven. Het lijkt mij onze belangrijkste opdracht, aangezien we allemaal stervenden zijn die weigeren te sterven. Dit stuk is een poging tot een les in sterven.'

De koning sterft van Toneelschuur Producties / Olivier Diepenhorst wordt gespeeld op en rond veertien door Marc Warning ontworpen houten traptreden. Veertien stoffige treden zijn er voor de koning nog te gaan. Want over anderhalf uur, aan het eind van de voorstelling, zal de koning dood zijn. Koningin Marie, zijn tweede echtgenote, heeft moeite dat te aanvaarden: 'Zeg het hem voorzichtig, alstublieft. Neem er alle tijd voor.' Maar Koningin Marguerite, zijn eerste echtgenote, is resoluut: 'We hebben geen tijd om er tijd voor te nemen.'

Regisseur Diepenhorst kiest ervoor om Ionesco's stuk niet met zes maar met vier acteurs te spelen: Abke Haring is de koning, Krisjan Schellingerhout en Imke Smit zijn de koninginnen, en Jip van den Dool de wachter. Door het weglaten van de bijrollen focust Diepenhorst vooral op het absurde in enge zin: op het feit dat sterven inherent is aan het leven, en dat het van wijsheid getuigt je daar elke dag rekenschap van te geven. 'De eerste dag vijf minuten', zoals koningin Marguerite aanraadt, 'de tweede tien', enzovoorts.

In de recente regies van Diepenhorst neemt muziek een belangrijke plaats in. Ook nu, in De koning sterft, is dat zo. De acteurs gebruiken in de loop van de voorstelling een grote gong als muziekinstrument. Jip van den Dool - die samen met Pim van den Heuvel verantwoordelijk is voor de composities - tovert daarnaast ook nog muziek uit onder meer een drumcomputer en twee synthesizers. De voor een groot deel live gecreëerde soundscape speelt in De koning sterft een wezenlijke rol.

In zijn rol als wachter heeft Van den Dool minder kans om uit te blinken. Hetzelfde geldt voor Imke Smit als de naïeve tweede echtgenote van de koning die 'alleen maar kan lachen en huilen'. Uitblinken kan Abke Haring als koning natuurlijk wel. En dat doet ze. Met een bleek gezicht en wankele bewegingen zet ze de stervende koning op een fenomenale manier neer. Door een veranderende manier van praten en met haar lichaamstaal laat ze de opeenvolgende fases op weg naar het einde zien: van ontkenning, via boosheid, angst en onmacht, tot de uiteindelijke acceptatie.

Ook Krisjan Schellingerhout als de liefdevolle, maar noodzakelijkerwijs strenge, koningin Marguerite schittert. Met zijn subtiele stille spel laat hij zien wat er in iemand omgaat die de taak heeft een stervende naar die acceptatie te leiden. In het aangrijpende slotdeel zorgt hij, ondersteund door de indringende klanken die Van den Dool laat horen, samen met Haring voor een onvergetelijke apotheose.

Olivier Diepenhorst heeft een voorkeur voor klassieke stukken met mooie taal, die hij dan in een sobere regie op de planken zet. Dat heeft eerder al tot heel goede voorstellingen geleid als Smekelingen of Het leven is droom. Ook met zijn regie van De koning sterft laat Diepenhorst weer zien dat hij een van de meest veelbelovende Nederlandse regisseurs is. 


Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Toneelschuur Producties

Minirecensie: Lenin van Schaubühne am Lehninerplatz / Milo Rau

●○○○○


LENIN


SCHAUBUEHNE AM LEHNINER PLATZ / MILO RAU




Door Piet van Kampen, gezien 25 januari 2019

Wat een verspilling!

Tien acteurs, twee kinderen, twee cameramensen, twee grimeurs. En dan ook nog eens die trailers met decors en rekwisieten.

Van Berlijn naar Amsterdam. En een paar dagen later weer terug naar Berlijn.

Milo Rau's hyperrealistische re-enactment van de laatste uren van Wladimir Iljitsch Uljanov, beter bekend als Lenin, is door het voortdurend draaien van de krakende speelvloer alleen op de door twee cameramensen live gefilmde beelden op het scherm boven de spelvloer te volgen. Denk Katie Mitchel. En dan tien keer zo irritant.
 

Het zou dus hebben volstaan die film op te sturen?

Als die film niet zo ongelooflijk saai zou zijn wel.

Want hoewel er goed wordt geacteerd, is wat Rau inhoudelijk te melden heeft volkomen plat. En wat vorm betreft honderd procent kitsch.

Of zou Rau het hebben bedoeld als parodie?

Maar dan nog.

Blijft het kitsch.


Gezien tijdens BRANDHAARDEN 

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Schaubühne am Lehniner Platz

Recensie: Kuzikiliza van Pitcho Womba Konga / KVS

●●●○○

 

KUZIKILIZA

 

PITCHO WOMBA KONGA / KVS



Door Piet van Kampen, gezien 21 januari 2019 

Voor de Brusselse rapper, producer en acteur Pitcho Womba Konga is Kuzikiliza de eerste theatervoorstelling die hij zelf schreef en regisseerde. Met Kuzikiliza, wat 'zich laten horen' is in het Swahili, neemt Wombo Konga, die sinds zijn zesde in België woont, maar afkomstig is uit Congo, het dekolonisatieproces van Belgisch Congo onder de loep.

De voorstelling begint met het laten zien van het white privilege en het racisme van nu. Een auditie: een overduidelijk blanke kandidaat stelt zich voor als Joseph Boemaskanga. Als 'regisseur' Womba Konga doorvraagt, bekent de kandidaat snel dat hij eigenlijk Joost Maaskant heet. Maar dat hij, omdat er in de oproep iets stond over Afrika, een andere naam koos om meer kans te maken.

Maaskant speelt vervolgens de postkoloniale blanke die zegt aan de kant van de zwarte Womba Konga te staan. Maar die het ondertussen niet kan laten om racistische moppen te vertellen. Beledigingen die Womba Konga, vooruitlopend op wat later in de voorstelling aan de orde komt, gelaten laat passeren.

Joost Maaskant is niet alleen acteur maar ook vocaal artiest/beatboxer. Met behalve zichzelf als rapper en acteur, Maaskant als acteur en muzikant,
en ook nog breakdancer Karim Kalonji op het podium, heeft Womba Konga de mogelijkheid heel verschillende theatrale vormen in te zetten. En daarvan maakt hij ruimschoots gebruik.

In het tweede deel van de voorstelling gaan we naar de periode rond de totstandkoming van de onafhankelijkheid van Congo. Het grote drama van Belgisch Congo van toen en van het onafhankelijke Congo van nu komt daarin krachtig naar voren in het simpel opsommen van de miljoenen afgehakte handen, verkrachtingen en moorden per delfstof.

Maar het gaat vooral over de rol van Patrice Lumumba. In omgekeerde volgorde. Want eerst wordt de moord op Lumumba in januari 1961 verbeeld. Vervolgens steken Kalonji en Womba Konga zich in Europese kostuums, schminken ze hun gezichten wit, en nemen ze de gebaren van de blanke Maaskant over. Om daarmee de 'Congolais evolué' te verbeelden die Lumumba was voordat hij het voortouw nam in de strijd voor de onafhankelijkheid.

Lumumba's ideeën worden getoond in prachtige scènes, zoals die waarin danser Kalonji elke keer als hij er een uittrekt eronder weer een zwart T-shirt met een tekst erop blijkt aan te hebben. Of die waarin hij met zijn voet een plank op de speelvloer aanwijst waarop Maaskant dan aan de onderkant een tekst vindt.


Uiteindelijk werkt Pitcho Womba Konga toe naar een bijzondere versie van het slot van de speech die Patrice Lumumba hield op 13 juni 1960 tijdens de onafhankelijkheidsceremonie in wat toen nog Léopoldville heette: een versie van die toespraak in gebarentaal. Terwijl we luisteren naar de stem van Lumumba zelf. Heel indrukwekkend.

In Kuzikiliza vertelt Womba Konga zijn verhaal met verrassende theatermiddelen: behalve met tekst en spel vooral met live muziek, breakdance en bewegingstheater. En hoewel Kuzikiliza inhoudelijk niet heel veel toevoegt aan het discours over dekolonisatie, is het debuut van
Pitcho Womba Konga als theatermaker daardoor toch een heel boeiende voorstelling geworden.
 
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: KVS

Recensie: L'Amour Duras van Maatschappij Discordia

●●○○○

 

L'AMOUR DURAS


MAATSCHAPPIJ DISCORDIA




Door Piet van Kampen, gezien 12 januari 2019

'Als je, voordat je eraan begint, voordat je gaat schrijven, enig idee had van wat je gaat schrijven, zou je nooit schrijven. Schrijven is proberen te weten te komen wat je zou schrijven als je schreef. Je weet het pas na afloop, van tevoren is het de gevaarlijkste vraag die je kunt stellen. Maar het is ook de meest gangbare. En je ontkomt er ook niet aan.'

De alinea hierboven (een tekstfragment dat ik heb onthouden van de voorstelling) is het eerste wat ik van Marguerite Duras lees. Tot nu toe - om nauwkeuriger te zijn tot het moment dat nu net voorbij is - had ik nog nooit iets van Duras gelezen.

Elk nadeel heb z'n voordeel, zoals de beroemde sententiedichter uit Betondorp al zei. Ik beleef de voorstelling L'Amour Duras puur, dus zonder dat ik wat de drie actrices (Margijn Bosch,
Annette Kouwenhoven en Miranda Prein) erin zeggen voortdurend kan vergelijken met de romans van Duras.

L'Amour Duras is zowel de negende van Discordia's serie Weiblicher Akt, als de eerste van een drieluik over de liefde zoals die door vrouwen wordt beschreven*.


In de vorige Weiblicher Akt, Dumas/LaDame/DeSade wordt Marguerite Gautier, het personage uit La Dame aux Camélias van Alexandre Dumas fils, gespeeld door twee actrices: Annette Kouwenhoven en Miranda Prein. De derde actrice, Maureen Teeuwen, speelt in die voorstelling de mannen: zowel Armand Duval als diens vader.
 

Dat L'Amour Duras me een stuk minder bevalt dan Weiblicher Akt 8 komt niet omdat Margijn Bosch nu de derde actrice is. Maar door de derde persoon. Want in het grootste deel van de voorstelling beginnen de zinnen met 'Ze zei' en 'Hij zei'. Of horen we zinnen als 'Hij trilt' en 'Ze zegt niets'.

Alle drie actrices vertolken hetzelfde vrouwelijke hoofdpersonage uit drie romans** van Marguerite Duras. Geen van de drie actrices speelt, zoals in Weiblicher Akt 8, de mannen. Of in dit geval de man. Want het gaat in L'Amour Duras vrijwel uitsluitend over de liefdesgeschiedenis van een blank meisje van vijftien met een meer dan tien jaar oudere schatrijke Chinese man die ze op de veerpont over de Mekong heeft ontmoet. Een liefdesgeschiedenis die zich afspeelt in wat toen nog Indochina heette.

Tussen de vorige alinea en die waaraan ik nu ben begonnen, heb ik De minnaar, de vertaling (door Marianne Kaas) van Marguerite Duras' roman L'amant gelezen. In die roman vermijdt Duras bij gesprekken het gebruik van het persoonlijk voornaamwoord ik. Dat levert dus zinnen op als 'Hij zegt: u bent met me meegegaan hier naartoe zoals u met ieder ander zou zijn meegegaan. Ze antwoordt dat ze dat niet kan weten, dat ze nog nooit met iemand is meegegaan naar een kamer.'

Het zou kunnen dat Duras voor de derde persoon heeft gekozen om het makkelijker te maken autobiografische gegevens te verwerken. Of dat inderdaad zo is, weet ik natuurlijk niet na het lezen van nog maar één van haar romans.

Maar dat Marguerite Duras, in ieder geval in L'amant, en mogelijk ook in haar andere werk, geen dialogen schrijft, verplicht de makers van L'Amour Duras natuurlijk niet om zich daaraan te conformeren. Het staat theatermakers vrij om hun eigen vertelvorm te kiezen. En ik denk dat het voor de voorstelling goed zou zijn geweest als ze dat hadden gedaan, als ze de teksten van Duras voor toneel hadden herschreven en een gedeelte ervan in dialogen hadden omgezet.

Want omdat geen van de drie actrices, al was het maar af toe, de minnaar speelt, ontbreekt het in L'Amour Duras (behalve bij de spaarzame uitstapjes naar de eigen ervaringen van de drie actrices) aan de spanning waarvoor dialogen hadden kunnen zorgen. En omdat de voorstelling zich inhoudelijk ook nog eens beperkt tot één enkele liefdesgeschiedenis blijft L'Amour Duras al met al nogal stug verteltheater. 


* De volgende voorstellingen van dit drieluik zullen gaan over Susan Sontag (Love Sontag) en Elfriede Jelinek (Liebe   Jelinek)
** Un barrage contre le Pacifique, L’amant en L’amant de la Chine du Nord.
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Maatschappij Discordia