Recensie: The Beauty Queen of Leenane van Toneelschuur Producties / Maren E. Bjørseth

●●●●●

 

THE BEAUTY QUEEN OF LEENANE

 

TONEELSCHUUR PRODUCTIES / MAREN E. BJORSETH

 

 

Door Piet van Kampen, gezien 14 november 2019

Waar zal ik beginnen? Want The Beauty Queen of Leenane is een voorstelling die in alle opzichten goed is. Bij het haar? Nee, dat over het haar komt later.
Leenane, een afgelegen dorp in Galway, Ierland, een godvergeten oord waar iedereen die de kans had al lang heeft gemaakt dat hij wegkwam. Boven aan een heuvel wonen de tot elkaar veroordeelde veertigjarige Maureen en haar zeventigjarige hulpbehoevende moeder Mag. Die twee hebben zo hun manieren om zowel hun frustratie als wat er nog rest aan genegenheid voor elkaar te uiten: voortdurende pesterijen, en af en toe een beetje geweld.
Waarom is dit zo'n goede voorstelling? Op de eerste plaats natuurlijk omdat The Beauty Queen of Leenane zo'n ontzettend goede tekst is. De Engels-Ierse Martin McDonagh schreef het stuk dat zowel intriest is als heel komisch in 1996. Maar het ademt de agressieve geest van de in de jaren tachtig naar Londen uitgeweken Ieren, een agressie die je bijvoorbeeld ook hoort in de muziek van de The Pogues.
Waarom nog meer? Het decor (van Janne Sterke) met de vochtplek op de vloer en alleen rekwisieten die echt nodig zijn. Maar met wel een (voor het publiek onleesbaar) piepklein tegeltje aan de muur met de spreuk 'Hoop op een half uur in de hemel voordat de duivel weet dat je dood bent'.
Vanwege de live uitgevoerde muziek ook (van Wilko Sterke). En de perfect gekozen kostuums (van Daphne de Winkel). Niet alleen de in het oog springende kleding als de feestjurk van Maureen (Keja Klaasje Kwestro), maar ook door de details, zoals het overhemd van Pato (Chris Peters), met de net iets te weide korte mouwen.
Maar vooral door het acteren. Hoe Jaqueline Blom de passief-agressieve lijdzaamheid van de moeder speelt, en hoe een ingehouden acterende Keja Klaasje Kwestro een dochter neerzet die haar moeder het liefst nu meteen zou willen vermoorden, maar die toch ook van haar houdt, want ja het blijft je moeder. Hoe Chris Peters (als Pato) lichaamstaal gebruikt om de onhandigheid van een man op vrijersvoeten uit te beelden. De manier waarop Krisjan Schellingerhout (als Ray) laat zien hoe iemand, in een dorp waar niks valt te beleven, een lichaam dat schreeuwt om te schoppen en te slaan, nog maar net in bedwang weet te houden.
Ik benijd de juryleden van de VSCD Toneelprijzen niet. Want hoe los je dit op? Als je zowel Jaqueline Blom als Keja Klaasje Kwestro zou willen nomineren voor de vrouwelijke hoofdrol, en zowel Chris Peters als Krisjan Schellingerhout voor de mannelijke bijrol. Vier acteurs uit dezelfde voorstelling! Een voorstelling die je eigenlijk ook zou willen selecteren voor het Nederlands Theaterfestival! Dat worden stevige discussies.
Regisseur Maren E. Bjørseth heeft een topprestatie geleverd. The Beauty Queen of Leenane, haar laatste voorstelling voor Toneelschuur Producties, is in alle opzichten subliem muziektheater.
Nou vergeet ik nog bijna dat haar. Het haar van Chris Peters en Krisjan Schellingerhout. Mogelijk geïnspireerd door de coupe van Sam Rockwell in de film Three Billboards Outside Ebbing, Missouri (tekst en regie ook van Martin McDonagh), en vooral natuurlijk om een kapsel mogelijk te maken dat past bij hun personages in The Beauty Queen of Leenane, hebben ze flink in hun haar laten knippen. Echt heel rigoureus. Daar is wel wat moed voor nodig geweest denk ik.
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Toneelschuur Producties

Recensie: Kreutzer vs. Kreutzer van Amsterdam Sinfonietta & Orkater

●●●○○

 

KREUTZER VS. KREUTZER


AMSTERDAM SINFIONETTA & ORKATER

 

 

Door Piet van Kampen, gezien 13 november 2019

Beethoven componeert in 1803 een vioolsonate die hij opdraagt aan de Franse violist en dirigent Rudolphe Kreutzer. Die muziek inspireert Tolstoi tot zijn novelle De Kreutzersonate (1889). Dat verhaal van Tolstoi zet Janáček vervolgens aan tot het componeren van zijn strijkkwartet Kreutzersonate (1923).
'Laat ik me even voorstellen' zegt een man tegen zijn medereizigers in de trein naar Moskou, 'Pozdnysjev is mijn naam. U zult wel van me hebben gehoord. Ik heb mijn vrouw vermoord.’ In zijn novelle De Kreutzersonate vertelt Tolstoi het verhaal uitsluitend vanuit het perspectief van Pozdnysjev, van de man dus die gevangen zit in het idee dat zijn vrouw overspel heeft gepleegd met haar vioolleraar. Van de man die door de blikken die de twee elkaar toewerpen bij het instuderen van Beethovens Kreutzersonate definitief tot zijn daad wordt gedreven.
Voor haar tekst in het eerste deel van Kreutzer vs. Kreutzer heeft de Britse toneelschrijfster Laura Wade (1977) dat perspectief van Tolstoi's novelle overgenomen. Anniek Pfeifer, als de echtgenote van Pozdnysjev, en Stefan Rokebrand als haar vioolleraar - zittend aan weerszijden van het muziekensemble - laten tussen de delen van Beethovens sonate horen wat zich in de rijke fantasie van Pozdnysjev tussen zijn vrouw en de muziekleraar zou hebben afgespeeld.
In het tweede deel, bij Janáček, laat Wade de vioolleraar en Pozdnysjevs vrouw in eerste instantie dezelfde woorden zeggen als aan begin van het eerste deel. Maar dat verandert, het perspectief verschuift naar dat van de echtgenote: de vermeende verleidster slaat terug.
Bij Beethovens Kreutzersonate gespeeld door een pianist en een violist voel je vanaf de eerste noten wat Tolstoi in zijn novelle bedoelt, dat dit 'gevaarlijke muziek' is, muziek die de zinnen zo prikkelt dat losbandigheid haast onvermijdelijk is. In het arrangement voor viool en strijkensemble (van Tognetti) dat Amsterdam Sinfonietta laat horen is dat effect er veel minder. De spanning die er wel is tussen viool en piano vervlakt door die overdaad aan strijkers. En omdat Wade's tekst in dit deel af en toe een beetje banaal is, en regisseur Leopold Witte de acteurs heeft vastgepind in hun stoelen, valt het deel voor de pauze me nogal tegen.
Bij Janáčeks strijkkwartet na de pauze zorgt de versie voor strijkorkest niet voor vervlakking. Integendeel, zowel muzikaal als visueel wordt het er juist interessanter door. Vijf eerste violen simultaan aan de ene kant, vier heftig reagerend cello's unisono daartegenover. Spannend, ook om te zien. Wade's tekst is door de verschuiving van perspectief nu veel verrassender, en regisseur Leopold Witte laat de twee acteurs nu ook nog eens wel bewegen en wel fysiek op elkaar reageren.
Kreutzer vs. Kreutzer van Amsterdam Sinfonietta & Orkater is muziektheater met twee gezichten, zowel muzikaal als theatraal. Het eerst deel valt tegen, maar het deel na de pauze maakt gelukkig veel goed.
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Orkater

Recensie: Wie is bang van NTGent / Koen De Sutter & Tom Lanoye

●●●○○

 

WIE IS BANG


NTGENT / KOEN DE SUTTER & TOM LANOYE

 

 

Door Piet van Kampen, gezien 9 november 2019

Twee acteurs op leeftijd, Jo en Denise, halen applaus in een lang niet uitverkochte zaal ergens in de provincie. Dan zet Jo (Han Kerckhoffs) Monday, Monday van The Mama's & The Papas op, en begint de speelvloer schoon te vegen. Denise (Els Dottermans) ploft neer in een stoel: ‘Wat een kutstuk! Jozef Maria en hun godverdomese fucking kindeke djiezes nog aan toe, zeg… Wat een overroepen, godgeklaagd en totaal afgelebberd klotestuk!’ Tom Lanoye's Wie is bang begint dus net als Edward Albee's Who's Afraid of Virginia Woolf? met het aanroepen van de Here Jezus.
Wie is bang speelt zich af in de wereld van het theater. En waar bij Albee de jonge witte wetenschappelijk medewerker Nick en zijn vrouw Honey op de afterparty van George en Martha komen opdagen, verschijnen bij Lanoye na de voorstelling de gekleurde acteurs Soufian (Tarikh Janssen) en Sibel (Dilan Yurdakul) om bij Jo en Denise auditie te doen. Want aan de subsidie voor de herneming van het stuk waarmee Jo en Denise al twintig jaar rondreizen, is voor het volgende seizoen de voorwaarde diversiteit verbonden.
Als voorbereiding voor Wie is bang sprak Lanoye uitvoerig met de vier acteurs. Over leven, liefde en het theatervak. Professionele ervaringen en persoonlijke ontboezemingen van de vier acteurs schemeren dan ook door in de tekst. Van de een meer dan van de ander. Want Dottermans en Kerckhoffs laten uitsluitend wat van zichzelf zien als het gaat over hun vak, bij de meer persoonlijke thema's mogen ze van Lanoye veilig schuilen achter een muur van vet aangezette grove beledigingen die zo over the top zijn dat ze daardoor geen greintje pijn doen. Geestig is dat wel. Maar meer dan Spielerei met taal is het niet.
Pas na drie kwartier, bij de dialoog tussen de witte Jo en de gekleurde Soufian, wordt het voor het eerst een beetje spannend. Jo neemt woorden in de mond waarbij je denkt 'oei, dat kan echt niet'. Maar die foute racistische opmerkingen worden onmiddellijk met ironie gerelativeerd. Het is of Lanoye terugschrikt. Alsof hij een toneeltekst die de pretentie lijkt te hebben het commercieel uitbuiten van toneelklassiekers te bekritiseren, toch ook zelf commercieel interessant wil houden.
Wat later, bij de dialoog waarin de oudere ervaren acteur Jo zich opwerpt als mentor voor de jonge onervaren actrice Sibel, een scène die verwijst naar seksueel misbruik op toneelacademies, gebeurt iets vergelijkbaars. Nu is het de regie van Koen De Sutter die aan de handrem trekt om te voorkomen dat het voor het publiek echt ongemakkelijk wordt.
Wat me behalve de vaak originele en verrassende taalgrappen het meest boeit in Wie is bang is het acteren van Tarikh Janssen. Deze jonge acteur heeft niet alleen veel meer en veel gevoeligere persoonlijke ervaringen ingebracht dan de andere drie, ook in zijn spel durft hij het een en ander te laten zien. Een acteur en theatermaker dus waar we nog veel mooie dingen van kunnen verwachten.
Met als banier de NTGent-slogan Create your own classics is Lanoye met Wie is bang het duel aangegaan met Albee's klassieker uit 1962. Maar Wie is bang blijft een vernuftig en vermakelijk taalspel zonder echte stellingnames.
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: NTGent

Recensie: Zwart water van NNT & Toneelschuur Producties / Eline Arbo

●●●●○

 

ZWART WATER


NNT & TONEELSCHUUR PRODUCTIES / ELINE ARBO

 

 

Door Piet van Kampen, gezien 1 november 2019

Eline Arbo (1986), regisseur. Gespecialiseerd in gefnuikte idealen van jongeren. Zoals bijvoorbeeld in haar voorstelling Het lijden van de jonge Werther uit 2017, gebaseerd op Goethe's roman uit 1774, waarin een verliefde jongeman zijn hartstocht boven zijn verstand blijft stellen en tenslotte zelfmoord pleegt. Of in De Rechtvaardigen uit 2018, gebaseerd op Les Justes van Albert Camus uit 1949, waarin vijf jonge revolutionairen een aanslag voorbereiden die door onenigheid mislukt.
Roland Schimmelpfennig (1967), toneelschrijver. Gespecialiseerd in politiek-economische analyse van wat in het Duits zo mooi in één woord de Großstadt heet. Zoals in De Gouden Draak en in Arabische Nacht, die allebei op het repertoire van het Antwerpse De Roovers staan. Daarin ontleedt Schimmelpfennig, net als in Das schwarze Wasser uit 2015, aan de hand van alledaagse situaties de maatschappelijke tegenstellingen in niet met name genoemde steden.
Schimmelpfennig bouwt zijn stukken altijd op als een mozaïek, waardoor wat hij wil zeggen in het begin fragmentarisch blijft en pas gaandeweg duidelijker wordt. Je hebt als toeschouwer dus geen andere keus dan vanaf het allereerste begin de tekst nauwlettend te volgen.
Een warme avond, een openluchtzwembad. Vier jongens en twee meisjes vermaken zich aan de rand van dat zwembad. Sociale, culturele of religieuze verschillen spelen geen rol in hoe ze met elkaar omgaan. Ook niet bij de vraag wie op wie verliefd wordt, en wie er die nacht met wie vrijt.
Steeds springt het verhaal van Zwart water van de vertellende vorm naar ik-vorm en weer terug. Vaak midden in een zin. “Frank zegt: 'eh ...”. Meteen daarna, Frank: “eh … het spijt me”. Maar ook heen en weer in tijd: van de avond bij het zwembad naar twintig jaar later, en weer terug, soms ook midden in een zin. 
Op die manier onthult Zwart water stapje voor stapje dat de ideale wereld een illusie blijft van één avond en één nacht. En dat afkomst en opleiding toch bepalend zijn. Want Frank, de ministerszoon, staat twintig jaar later op het punt zelf minister te worden, terwijl Leyla, zijn vriendin van die nacht bij het zwembad, dochter van de uitbater van Yildiz Kebap, kassière is in een buurtsupermarkt.
Met het kleurrijke decor en de zes identieke rode badkostuums kiest Arbo ervoor om het optimisme van de jongeren te benadrukken, en minder accent te leggen op de wat clichématige maatschappijkritiek van Schimmelpfennig. Vrolijke waterballetten en geestige tableaux vivants bij elke scèneovergang maken de voorstelling extra luchtig. Daarmee is Zwart water, ondanks Schimmelpfennigs moralisme, toch een soepel lopende en boeiende voorstelling geworden.
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Toneelschuur Haarlem of Noord Nederlands Toneel

Recensie: Orestes in Mosul van NTGent / Milo Rau

 

●●●○○

 

ORESTES IN MOSUL


NTGENT / MILO RAU

 

 

Door Piet van Kampen, gezien 29 oktober 2019

Zeven jaar geleden zag ik voor het eerst een voorstelling van Milo Rau, Hate Radio. Mijn recensie eindigde toen zo: “Mijn probleem (…) is niet de relevantie van het onderwerp. Het probleem is dat in een theater iets een theatervoorstelling zou moeten worden. En dat wordt Hate Radio niet. Omdat Rau niet verder komt dan een reconstructie. (…).” *
Nu ik inmiddels meer werk van hem heb gezien, weet ik dat 'reconstructie' een te onnauwkeurig begrip was. Ik weet nu dat Rau altijd, in elke voorstelling, van historische gebeurtenissen bewust re-enactments maakt. Dat hij door ze kunstmatig te maken, door ze in scène te zetten, bij de toeschouwers de drang om er betekenis uit te halen wil stimuleren. Want Rau is meer dan theatermaker, hij is ook journalist, documentalist, activist. En vooral propagandist. Rau wil met het theater dat hij maakt niets minder dan ingrijpen in het wereldgebeuren, hij wil met zijn theater de geschiedenis van de mensheid veranderen.
Met zijn voorstelling Orestes in Mosul maakt Milo Rau voor het eerst gebruik van een bestaande toneeltekst, de Oresteia. In die klassieke trilogie van Aeschylus zette de Trojaanse oorlog een opeenvolging van bloedvergieten in gang, waarbij een gewelddadige afrekening steeds weer tot een volgende leidde. Totdat uiteindelijk in het derde deel, in het democratische Athene, de kringloop van wraak en revanche doorbroken werd door verzoening en rechtspraak.
Met het verweven van die Griekse sage met de hedendaagse tragedie van de miljoenenstad Mosul in Irak, probeert Rau nabestaanden van de slachtoffers van de IS te winnen voor een eerlijke berechting, hoewel de Iraki die hij spreekt hem erop wijzen hoe corrupt de rechtspraak in hun land is. Ook nu wil Rau door het samen met Iraki creëren van een voorstelling, ingrijpen in het wereldgebeuren. Ook in Orestes in Mosul is Rau boven alles propagandist.
Johan Leysen komt op en vertelt dat hij honderd uur beeldmateriaal met executies door de IS heeft bekeken en daar veel van heeft geleerd. Nadat hij ons met gestrekte wijs - en middelvinger heeft laten zien hoe je vakkundig een nekschot geeft, vertelt hij dat het hem verraste dat het zo lang duurt om iemand door verwurging om het leven te brengen. De voorstelling is dan nog geen vijf minuten bezig. Het is muisstil in de zaal.
De manier waarop na deze indrukwekkende openingsmonoloog, zowel in de opgenomen beelden als in de op het podium geacteerde scènes, de verhalen van de Iraki in Mosul en die van Agamemnon in elkaar worden gevlochten, lijdt helaas onder iets te veel herhalingen. Te vaak wordt wat op film al is getoond op het podium bijna letterlijk herhaald. Dat neemt niet weg dat wat er te zien is indruk blijft maken, ook al omdat het nou eenmaal om gruwelijke gebeurtenissen gaat.
Tot slot, onder verwijzing naar het citaat over de eerste voorstelling van Milo Rau die ik zag: ik ben niet ongevoelig voor wat de inwoners van Mosul meegemaakt hebben en nog zullen meemaken. Maar ik ben en blijf vooral theaterliefhebber. Dus voor mij is de manier waarop de acteurs Johan Leysen (Agamemnon), Elsie de Brauw (Klytaimnestra), Bert Luppes (Aigisthos) en Susana AbfdulMajid (Kassandra) met veel stiltes, een minimum aan woorden, en vooral met subtiele mimiek, de terugkeerscène uit de Oresteia spelen, toch het hoogtepunt van deze weliswaar indrukwekkende, maar door de herhalingen wat te trage voorstelling.
* In Hate Radio laat Milo Rau zien hoe de presentatoren van de Rwandese Hutu-radiozender RTLM in 1994 dag in dag uit, tussen het draaien van platen door, schaafden aan de ontmenselijking van de Tutsi’s. En hoe ze hun luisteraars opriepen om ‘die kakkerlakken in stukken te hakken.’ In honderd dagen tijd werden in dat jaar in Rwanda bijna een miljoen Tutsi’s op gruwelijke wijze vermoord.
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: NTGent

Recensie: Naar IKEA van Frascati Producties / Marijn Graven

●●○○○


NAAR IKEA


FRASCATI PRODUCTIES / MARIJN GRAVEN





Door Piet van Kampen, gezien 17 oktober 2019


In zijn trilogie Naar Damascus (geschreven tussen 1898 en 1901) geeft August Strindberg ons een uitgebreide inkijk in zijn zielenroerselen. In de oorspronkelijke versie vergt dat drie avondvullende voorstellingen. Met het moeizame zoeken naar de zin van het leven en de problematische relatie tussen een man en zijn dertig jaar jongere vrouw als de terugkerende twee hoofdthema's. Voor Naar IKEA
maakte toneelschrijver Sytske Frederika van Koeveringe daar een wel heel erg vrije bewerking van. En ze comprimeerde de trilogie tot een een stuk van anderhalf uur.

Laat ik eerst even zeggen wat ik heel goed vind aan deze voorstelling: wat decorontwerper Sacha Zwiers heeft gedaan met Strindbergs 'rozerode muren en rozerode gordijnen'. Heel goed vind ik ook het lichtontwerp van Varja Klosse en het geluidsontwerp van Jelle Hoekstra. Wat ik goed vind aan Naar IKEA: de regie van Marijn Graven en het spel van Damaris de Jong en Martijn Nieuwerf. Leuk gevonden, en ook leuk uitgevoerd, hoe Strindbergs 'viool en gitaar' tot zang en gitaar is omgesmeed.

Nu wordt het tijd om uit te leggen waarom er ondanks die drie keer heel goed, en drie keer goed, toch maar twee groene ballen boven deze recensie staan.

De tekst van Van Koeveringe begint met en paar leuke ingrepen. We hebben ons als publiek om bij het theater te komen allemaal een weg moeten banen door hordes bierdrinkers en blowers. Leuk dus dat Strindbergs 'Alweer die vreselijke muziek' is veranderd in 'Alweer die vreselijke toeristen'. Zonder meer sterk van Van Koeveringe is het om de man-vrouwverhouding om te draaien. In Naar IKEA is niet de 52-jarige man de schrijver, maar de 22-jarige vrouw.

Daarmee is het positieve over de tekst van Naar IKEA wel zo ongeveer gezegd. Want na een sterk begin worden de dialogen vooral herhalingen van eerder gedane zetten en de monologen steeds voorspelbaarder. Mede omdat Van Koeveringe bij haar bewerking een onzalige afslag heeft genomen. 


Natuurlijk, Strindberg hield zich onledig met theosofie en andere in zijn tijd populaire occulte zoektochten naar het ware zelf, en dat komt ook in zijn toneelwerk tot uiting. En natuurlijk is het dan geen gek idee om dat aspect uit Naar Damascus om te zetten naar een hedendaags variant ervan. Maar Naar Damascus is ondanks die metafysische zijsprongen toch een rijke en voor die tijd vernieuwende toneeltekst. En dat kun je over Naar IKEA helaas niet zeggen.

In Van Koeveringe's tekstbewerking krijgt het esoterische veel meer ruimte dan het occulte in Strindbergs Naar Damascus heeft. Op zich is daar natuurlijk niks tegen, als bewerker ben je vrij om die keuze te maken. Maar na de zoveelste frase in het genre 'dat ik een oude ziel heb', 'dat je je innerlijke reis hebt afgelegd', 'je aura, je energie staat me niet aan', verwacht ik op z'n minst enige relativering. Maar dat blijft uit. Waarmee een groot deel van Naar IKEA dus bestaat uit het kritiekloos opdissen van een met een New Age-sausje overgoten pseudo-boeddhisme.


Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Frascati Producties

Recensie: De thuiskomst van ITA-ensemble / Nanouk Leopold

●●●●○

 

DE THUISKOMST

 

ITA-ENSEMBLE / NANOUK LEOPOLD




Door Piet van Kampen, gezien 13 oktober 2019

Net als in Uit het leven van Marionetten (2017), naar Bergmans gelijknamige film, kiest Nanouk Leopold ook in haar tweede toneelregie niet voor de makkelijke weg. Want The Homecoming uit 1964 van Nobelprijswinnaar Harold Pinter is een stuk dat én door het ontbreken van een moreel houvast én door de agressieve omgangsvormen ook ruim vijftig jaar nadat het in première is gegaan nog steeds behoorlijk hard binnenkomt.

Een mannenhuishouden in Londen. Max, een zeventiger, weduwnaar en gepensioneerd slager. Sam, zijn nog net niet gepensioneerde broer, vrijgezel en privéchauffeur. Lenny, zoon van Max, pooier, en zijn jongere broer Joey, die bokser wil worden.

In de eerste scènes zien we hoe die vier mannen de hiërarchie in hun huis bevechten. Max (Gijs Scholten van Aschat), in arbeideristische kleding, hangt met zijn grofgebekte gescheld op zijn broer Sam (Fred Goessens) nog wel het alfamannetje uit, maar weet dan eigenlijk al dat er een nieuwe leider is: zijn in een maatpak gestoken zoon Lenny (Majd Mardo).

Teddy (Aus Greidanus jr.), de oudste zoon van Max, die in Amerika woont en zes jaar niks van zich heeft laten horen, komt onverwacht op bezoek met zijn vrouw Ruth (Maria Kraakman). De eerste dialoog tussen de beide echtelieden laat er geen twijfel over bestaan: Ruth is een vrouw die niet gedwee doet wat haar man wil, maar die zelf beslist. En die maar weinig woorden nodig heeft om dat duidelijk te maken.

Vanaf het moment dat Max de vrouw met wie Teddy op zijn oude kamer heeft geslapen de ene seksistische verwensing na de andere naar haar hoofd slingert, is De thuiskomst een voorstelling waarbij je op het puntje van je stoel zit. Want ook in haar tweede toneelregie heeft Leopold er, net als in haar films, voor gezorgd dat de acteurs met een gebaar of met een stilte aan de woorden die ze uiten ook een tweede betekenis geven. Of andersom. Als Teddy bijvoorbeeld zijn vader met uitgestrekte armen uitnodigt om hem een knuffel te geven, zet hij dat kracht bij met 'kom op dan', uitgesproken op de manier waarop mannen elkaar uitdagen voor een fysiek gevecht.


Drie mannen voor wie Ruth tot aan dat moment een vreemde was, Max, en zijn zonen Lenny en Joey, behandelen haar alle drie op een machomanier. Maar er is er uiteindelijk maar één is die beslist wat er met haar en met haar lichaam gebeurt, en dat is Ruth zelf. Dit is mijn interpretatie, één van de vele die je uit De thuiskomst kunt halen, zoals altijd bij stukken van Pinter. 


De scenografie die Leopolds vaste vormgever Elsje de Bruijn voor deze voorstelling bedacht, zal ook wel voor velerlei uitleg vatbaar zijn. Maar ik kan er geen enkele bedenken waar ik wat mee kan. Gelukkig zijn de muziekfragmenten van Roeland Fernhout wel kraakhelder. Dat geldt ook voor de videobeelden van Daan Emmen in de scèneovergangen, die accentueren dat het concept lichamelijke integriteit nog niet is doorgedrongen bij Max en zijn drie zonen.

Hoewel het misschien een goed idee zou zijn geweest om De Bruijns ontwerp (dat door de acteurs tijdens de repetities al snel 'vulva' werd genoemd) af te wijzen en haar te vragen met iets anders te komen, vind ik De thuiskomst toch een heel goede voorstelling, een voorstelling waarin de ambiguïteit van de tekst van Pinter volledig tot zijn recht komt.


Ga voor de speellijst of en voor meer informatie naar: ITA

Recensie: Lawrence of Arabia van Marjolijn van Heemstra / Trouble Man / Sadettin Kırmızıyüz

●●○○○


LAWRENCE OF ARABIA


MARJOLIJN VAN HEEMSTRA / TROUBLE MAN / SADETTIN KIRIMIYÜZ





Door Piet van Kampen, gezien 10 oktober 2019

In de eerste scène van de voorstelling Lawrence of Arabia zijn we in het Midden-Oosten van 1917. Alidtcha Binazon (21), Giovanni Brand (25) en Pip Lucas (22) spelen een scène na uit de gelijknamige film van David Lean uit 1962 over de Britse officier T. E. Lawrence die de Arabieren leidt in de strijd tegen de Turken. De scenografie van de voorstelling en het spel in vooral die eerste scène doen me denken aan een repetitie van een musical van groep 8 van een basisschool. Waarbij de meester, Sadettin Kırmızıyüz, toekijkt, en hier en daar een aanwijzing geeft.

Dan grijpt Kırmızıyüz in. Hij stelt vast dat de film Lawrence of Arabia, de enige blockbuster die gemaakt is over de Eerste Wereldoorlog in het Midden-Oosten, ons maar één perspectief laat zien, dat van de Engelse officier. 'Wij gaan meer perspectieven laten zien, vanaf hier nemen wij de regie over het verhaal over.'

In de zevenentwintig scènes die volgen, zien we het verhaal over de strijd tussen de Arabieren en de Ottomanen onder meer vanuit het perspectief van een vrouw, van Sherif Ali, van een kameel, van Gertrude Bell, van de minnaar van Lawrence, en van een Turk. In die laatste scène duikt het woord 'mehmetcik' op, de weer actuele koosnaam voor Turkse soldaten. (zie ook #mehmetcik op Twitter, met steunbetuigingen voor Turkse soldaten die nu Noord-Syrië binnenvallen).

Het concept van de voorstelling Lawrence of Arabia is van Marjolijn van Heemstra en Sadettin Kırmızıyüz. Van Heemstra tekent ook voor de tekst en voor de dramaturgie. En voor zover ik weet, is dit de eerste keer dat Van Heemstra niet zelf op het podium staat in een voorstelling waarvoor ze (mede) de research heeft gedaan en die ze óf alleen óf met iemand samen heeft gemaakt.

Lawrence of Arabia is nogal rommelig en onevenwichtig. Dat kan ook haast niet anders met drie kapiteins op het schip. Eva Line de Boer is weliswaar de eindregisseur, maar de inbreng van Kırmızıyüz en vooral Van Heemstra in de regie is duidelijk merkbaar. Hoe Alidtcha Binazon haar woorden uitspreekt bijvoorbeeld, de momenten waarop ze pauzes inlast, haar zinsmelodie, het is bijna eng, doe je ogen dicht en je hoort Van Heemstra.

Wat ik in Lawrence of Arabia het meest mis, is de zichtbare gedrevenheid van theatermaker Van Heemstra. Met haar niet-toneelmatige manier van acteren wist ze me, in voorstellingen waarin ze (ook) zelf stond, daarmee steeds te overtuigen van de urgentie van zo'n voorstelling. De keuze om deze keer drie stagiaires het verhaal te laten spelen is sympathiek. Maar door de bordkartonnen enscenering en het kinderlijke gespeel met de vorm 'meester met zijn drie leerlingen' komt wat Van Heemstra en Kırmızıyüz te zeggen hebben nogal onbeholpen over. Jammer, want wat ze willen zeggen, is inhoudelijk wel de moeite waard.


Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Trouble Man

Recensie: 1991, een palindroomverhaal van 't Barre Land

●●○○○

 

1991, EEN PALINDROOMVERHAAL


'T BARRE LAND 




Door Piet van Kampen, gezien 27 september 2019

De voorstelling 1991, een palindroomverhaal van 't Barre Land is bijna honderd procent verteltheater: een door drie sprekers, elkaar aflossend als in een estafette, voorgedragen essay (een woord dat ze alle drie op z'n Engels uitspreken). In 1991 worden behalve gitaarmuziek en loopbewegingen geen andere theatrale middelen ingezet dan het woord.

Een kwalificerende uitspraak over de voorstelling 1991 is daarom noodgedwongen vooral ook een uitspraak over de inhoud, dat wil zeggen over essays van Dubravka Ugrešić (1949), een schrijfster die schrijfster genoemd wil worden en niet Kroatische schrijfster. Ik noem mezelf toneelrecensent, ik zou me niet moeten wagen aan recensies over essays (door mij uitgesproken op z'n Nederlands, dat wil zeggen op z'n Frans), ik noem mezelf tenslotte niet voor niks geen essayrecensent.

Helaas ontkom ik er bij 1991 dus niet aan om toch een paar kanttekeningen te maken bij de essays van Ugrešić omdat de voorstelling nou eenmaal voornamelijk bestaat uit citaten uit haar essayistiek. We volgen in 1991 hoe Ugrešić's denken zich ontwikkelt tijdens haar studie in Moskou, bij haar bezoek aan Berlijn, op een schrijverscongres in Lissabon. Steeds gaat het bij de gekozen fragmenten direct of indirect over Ugrešić's kritiek op het nationalisme in haar geboorteland dat in 1991 de onafhankelijkheid uitriep.

Ik heb mijn twijfels bij de urgentie daarvan voor de problemen waar we vandaag voor staan. In het Europa van vandaag maken demagogische populistische leiders, maar ook hun opponenten, gebruik van een narratief waarin identiteit vooral met andere stereotyperingen dan etniciteit wordt gemystificeerd. We hebben niet zoveel aan analyses van het vooral op nationalistische sentimenten gebaseerde separatisme in het voormalige Joegoslavië. 


Voor het begrijpen van identiteitsconflicten in het Nederland van nu - autochtonen tegenover allochtonen, 'onze' christelijk gefundeerde cultuur versus de 'achterlijke' islam, de 'hardwerkende' middenklasse tegenover het 'profitariaat' - zijn de door 't Barre Land gekozen essayfragmenten van Dubravka Ugrešić dan ook niet het eerste waaraan ik zou denken.

Nu naar het aspect waarover ik als toneelrecensent wel iets wil opmerken: de theatrale middelen in de voorstelling. Bij 1991 vind ik dat aspect teleurstellend, zelfs voor Discordiaans theater. De enscenering is heel summier. Er staan twee houten stoelen vlak naast elkaar tegen de linkerwand, en iets verder naar achteren tegen diezelfde wand een speelgoedaapje met zijn of haar rug naar de zaal. Op de vloer, slordig op een hoop gegooid, stof van katoenen tenten in vier lichte kleuren.

De drie acteurs - Margijn Bosch, Czeslaw de Wijs en Vincent Van den Berg - hebben nauwelijks dialogen, op een paar kleine uitzonderingen na zijn het opeenvolgende monologen. Behalve de drie acteurs is er een gitarist, Stef van Es, die dan weer op een rood krukje zit, dan weer ernaast staat. Zijn gitaarmuziek voegt niet iets toe, als dat wel zo is, heb ik dat niet begrepen. Als de loopbewegingen van de acteurs betekenis hebben, heb ik ook die niet begrepen. En ik heb geen flauw idee wat ze met dat speelgoedaapje bij de linkerwand willen zeggen.


Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: 't Barre Land

Recensie: Freud van ITA-ensemble & FC Bergman/Ivo Van Hove

●●○○○

 

FREUD


ITA-ENSEMBLE & FC BERGMAN / IVO VAN HOVE




Door Piet van Kampen, gezien 22 september 2019

Hélène Devos als Cäcilie, een patiënt van Breuer, wordt binnengedragen, ze heeft rode sokjes aan. Fijn dat Devos na een jaar afwezigheid terug terug is. Onder hypnose vertelt Cäcilie over de dood van haar vader. Een doodshoofd. Een bordeel. Nog meer raadselachtige details. Die moeten natuurlijk ontrafeld worden, en dat zal die sul van een Breuer onmogelijk kunnen, daar is hij te laf voor. Nee, daarvoor is onze onverschrokken jonge held Sigmund Freud nodig.

Meer dan een uur is de voorstelling dan al bezig, eindelijk is het spel op de wagen. In het uur ervoor heeft de jonge Freud in Parijs kennis gemaakt met hypnose, en behandelt daar terug in Wenen patiënten mee. Maar met Cäcilie pakt Freud het anders aan. Hoe? Daar kom ik op terug. Eerst even terug naar dat eerste uur.

Op het achterdoek hoofdstuktitels. Eén daarvan is Terug thuis,1868. Dat zit zo. De Nederlander Gerardjan Rijnders vertaalt Le Scénario Freud van Jean-Paul Sartre waarop de voorstelling is gebaseerd in het Nederlands. Vervolgens bewerkt het Antwerpse FC Bergman die hoofdstuktitel weer naar het Vlaams. Terug thuis uit Parijs dus heeft Stef Aerts als Freud een scène met Ilke Paddenburg als Martha, dan nog zijn verloofde, later zijn echtgenote.

Terug nu naar hoe het verder gaat vanaf de entree van Hélène Devos in haar witte kleedje en haar rode sokjes. Breuer was al met de hypnosebehandeling van Cäcilie begonnen maar deinst, lafaard als hij is, terug voor de consequenties. Freud niet. Die gaat voor genezen door de waarheid. En het begint hem te dagen 'Misschien hebben alle neuroses wel', hij aarzelt even, 'een seksuele oorsprong.'

Vanaf nu wordt de voorstelling spannend, vanaf nu is het een thriller met als hoofdthema de vraag of Cäcilie's vader haar heeft misbruikt, en als neventhema de vraag waarom Freud steeds vaderfiguren nodig heeft om zich tegen af te zetten.

In de interactie met zijn patiënt Cäcilie ontdekt Freud dat hij zijn behandelmethode moet veranderen, geen hypnose meer maar praten, associatief praten, waarbij de behandelaar de patiënt geneest en de patiënt de behandelaar. Vanaf dat moment wordt in de gesprekken tussen Freud (Stef Aerts) en Cäcilie (Hélène Devos) beetje bij beetje de waarheid over het seksleven van Cäcilie's vader onthuld. Daarnaast onderzoekt Freud in gesprekken met zijn vriend Fliess (Matteo Simoni) waarom hij toch steeds vaderfiguren nodig heeft.

Stel je eens voor dat al die saaie inleidende scènes van het eerste uur van Freud gecomprimeerd zouden zijn in een dialoog tussen Aerts en Simoni, tussen de vrienden Freud en Fliess. Vrienden die elkaar vertrouwen en elkaar daarom unverfroren de waarheid durven zeggen. Dus niet een uur lang Hans Kesting als Meynert, Steven Van Watermeulen als Beuer, en Joep Paddenburg en Marie Vinck als patiënten. Nee, in plaats daarvan, laten we zeggen een kwartier, twintig minuten voor Aerts en Simoni om de inhoud van dat eerste uur dan weer ruziënd, dan weer elkaar vindend, de zaal in te knallen. Ze zouden het kunnen. Het zijn twee rasacteurs.


Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: ITA