Recensie: Julie van ITA-Ensemble / Rebecca Frecknall

●●○○○

 

JULIA


ITA-ENSEMBLE / REBECCA FRECKNALL

 

Door Piet van Kampen, gezien 25 februari 2024

Pas na ongeveer anderhalf uur is het genieten van perfect acteren. Dat is als Hannah Hoekstra als Christine haar dialoog heeft met Minne Koole als Jan. Met die door Hoekstra schitterend gespeelde scène wordt duidelijk wat een van de belangrijkste zwaktes is van deze voorstelling.

De Engelse regisseur Rebecca Frecknall (1986) wil de machtsdynamiek tussen mannen en vrouwen onderzoeken: liefde waaronder haat verborgen ligt, afkeer dat verlangen creëert, vertrouwen dat angst probeert te maskeren.

Begrijpelijk dat ze voor August Strindbergs Fröken Julie (1888) kiest, waarin dat allemaal te vinden is. En dat dan ook nog eens tegen een achtergrond van maatschappelijke tegenstellingen. Want de drie personages, in de bewerking van Frecknall, zijn rijkeluisdochter Julie, poetsvrouw Christine en haar man Jan, de chauffeur van Julie's vader.

Terwijl Julia's vader op reis is en boven het feest ter gelegenheid van Julie's eenentwintigste verjaardag bezig is, speelt het drama zich beneden in de keuken af. Centraal daarin staat het 'spel' dat Julie denkt te spelen met Jan, wat tot een voor haar fatale afloop leidt.

In Julie zijn slechts drie personages, waarvan er twee voortdurend, ook in ogenschijnlijk oprechte momenten, hun verborgen opportunistische doeleinden moeten laten doorschemeren. Dat vraagt nogal wat van acteurs.

Hannah Hoekstra, een van de beste acteurs van haar generatie, misschien wel de beste, zou een ideale acteur zijn voor een personage dat onder wat ze zegt en doet steeds subtiel de psychologie van wat daaronder zit laat merken. Maar Hoeksta speelt Christine, de enige van de drie personages zonder verborgen agenda.

Minne Koole is ervaren genoeg om zijn personage Jan redelijk goed uit de verf te laten komen. Hoewel hij met zijn onhandig beklemtoonde 'Eén, twee, drie, ga!' als inleiding voor de slotscène wel een klein steekje laat vallen.

Het centrale personage is Julie, en daarmee komt het gewicht van deze voorstelling vooral op de schouders te liggen van de nog niet zo ervaren Eefje Paddenburg. Regisseur Rebecca Frecknall is er niet in geslaagd haar die zware last overtuigend te laten dragen, het spel van Paddenburg is, op de laatste twintig minuten na, te eendimensionaal en te clichématig.

Maar regisseur Rebecca Frecknall heeft met haar Julie vooral niet duidelijk kunnen maken dat Strindbergs meer dan 130 jaar geleden geschreven stuk ook nu nog sterk genoeg is om een publiek 'te choqueren en te provoceren' zoals ze zegt te beogen.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar:  ITA-Ensemble

 

Recensie: Weiblicher Akt 13 – De Ander (v.) van Maatschappij Discordia

●●●○○

 

WEIBLICHER AKT 13 - DE ANDER (V.)


MAATSCHAPPIJ DISCORDIA  

 

Door Piet van Kampen, gezien 16 februari 2024  

Na een voorspel dat we gewend zijn bij Maatschappij Discordia – het ogenschijnlijk nog niet begonnen zijn en toch beginnen, even iets veranderen aan de rekwisieten – trappen de drie acteurs (v) af met Levinas en dus met de vraag of het ik pas ik wordt door de ander. Waarna ze vanuit verschillende invalshoeken filosoferen over de vraag of de ander al dan niet al latent in het ik aanwezig is.

In de twaalf eerdere voorstellingen van de serie Weiblicher Akt werd of een bestaande tekst vanuit vrouwelijk perspectief herschreven, zoals in Mevrouw Macbeth, of was een schrijver/denker (v) uitgangspunt, zoals in Liebe Jelinek en Love Sontag.

Nu, in de dertiende Weiblicher Akt, wordt met verwijzingen naar meer dan één schrijver, onder meer Adam Phillips, Aminata Cairo (v), Carl Jung, Jean-Paul Sartre en Witold Gombrowicz, het thema 'De Ander' verkend. Wat wel hetzelfde is, is de vervlechting met persoonlijke, of als persoonlijk gepresenteerde, herinneringen van de drie acteurs (v) aan dat thema.

Omdat nu niet een schrijver leidend is maar een thema, en de drie dus ook geen personen uit het leven of personages uit het werk van een centraal staande schrijver kunnen spelen, spelen Annette Kouwenhoven, Miranda Prein en Zephyr Brüggen af en toe elkaar. En dus de ander.

Ook de vraag hoeveel verhalen er denkbaar zijn, hoeveel plots er mogelijk zijn, komt aan de orde. Zijn dat precies de The Thirty-Six Dramatic Situations van Georges Polti? Of zijn het er meer? Of minder? En dan is er nog de vraag naar de symboliek van een struisvogelei.

In eerdere Weiblicher Akte werd het werk van een specifieke schrijver geciteerd, bevraagd en becommentarieerd. Nu is er niet zo'n enkelvoudig houvast. Daardoor is Weiblicher Akt 13 – De Ander (v.) extra spannend: is het de makers gelukt om ook zonder zo'n schrijver om zich toe te verhouden een prikkelende voorstelling te maken? Het antwoord daarop is ja.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Maatschappij Discordia

 

Recensie: Opening Night van DE HOE

●●●●●

 

OPENING NIGHT


DE HOE

 

Door Piet van Kampen, gezien 17 januari 2024

Kan een recensie beginnen met het citeren van de laatste laatste woorden van de slotmonoloog? Doe je dan recht aan de opbouw en de gelaagdheid van de voorstelling? 

Mitch: ‘Als we zeggen dat we de liefde hebben leren kennen door ze te spelen, wat iedereen vanavond gezegd heeft, en als we zeggen dat het belangrijkste wat we kennen de liefde is, en dat we met de liefde kunnen spelen, dan kan je met minder belangrijke dingen dus ook spelen. Dan kan ik ook spelen met hoe ik naar de wereld kijk. Alles is een toneelgezelschap, een gezin is ook een toneelgezelschap, een politieke partij is ook een toneelgezelschap, zelfs een toneelgezelschap is een toneelgezelschap’.

Opening Night van DE HOE is gebaseerd Opening Night van John Cassavetes uit 1977, een film over een voorstelling. De voorstelling van DE HOE begint met een projectie van de 'hoteldeurscène' uit die film, in die scène zien we Gena Rowlands als Myrtle. 

Bij de Nederlandse première van Opening Night zie ik in de zaal onder meer Elsie de Brauw, die voor haar rol als Myrtle in de bewerking van Ivo Van Hove voor Toneelgroep Amsterdam (2006) bekroond werd met de Theo d’Or en die vorig jaar bij Wunderbaum in de voorstelling John en Gena die rol weer becommentarieerde.

De gelaagdheid van de voorstelling heeft blijkbaar het effect dat ik, ook als ik het niet heb over de inhoud of de vorm, maar nieuwsgierig rondkijk in de zaal, ook dan op zoek ben naar mogelijke extra lagen.

Cultuurcentrum Diest, 2020, twee broers corrigeren elkaar voortdurend als ze met elkaar praten. Peter koketteert graag met Michel de Montaigne, zijn broer Willem zoekt het meer bij Arthur Schopenhauwer. 

Wat die scène uit de herneming van De Nijl is in Caïro aangekomen met Opening Night te maken heeft, is dat Peter Van den Eede, die in Opening Night speelt dat hij weigert tekst uit zijn hoofd te leren, bij zijn argumentering daarvoor refereert aan het moment in Diest waarop hij een black-out kreeg en zijn tekst niet meer wist. Hoorde dat erbij? Toen ik erbij was, in Amsterdam, vergat hij zijn tekst niet. Het hoorde er dus niet bij. 

Maar is het waar?

'Zelfs een toneelgezelschap is een toneelgezelschap’

Opening Night, van en met Natali Broods, Mitch Van Landeghem, Willem de Wolf, Laurence Roothooft, Carine van Bruggen, Peter Van den Eede, Greg Timmermans, Wannes Gyselinck, en cameraman Shane Van Laer, onderzoekt, net als de film waarop het is gebaseerd, de ware aard van liefde. Het gaat daarbij om wat 'echt' is en niet 'echt' en wat bij het repeteren en spelen van dat onderzoek naar de ware aard van liefde 'echt' en niet 'echt' is.

Opening Night is subliem theater over theater, waarbij 'stil spel' ontzettend veelzeggend is en waarin van heel dichtbij live gefilmde beelden en eerder opgenomen beelden van gespeelde repetities heel veel toevoegen.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: DE HOE

 

Recensie: Rhapsody van LOD Muziektheater & Asko|Schönberg

 

●●●●○

 

RHAPSODY

 

LOD MUZIEKTHEATER & ASKO/SCHÖNBERG

 

Door Piet van Kampen, gezien 23 november 2023

In zijn televisieserie Van de schoonheid en de troost uit 2002 opende Wim Kayzer het gesprek met kunstenaars, wetenschappers en filosofen steeds met 'Vertel me wat dit leven de moeite waard maakt.'

Josse De Pauw selecteerde voor Rhapsody fragmenten uit de interviews met Jane Goodall, George Steiner, John Coetzee, Karel Appel en Edward Witten. Die vijf spreken allemaal op hun eigen manier, vaak hardop denkend, soms aarzelend, soms vastberaden, maar ook alle vijf met een eigen ritme. In zijn tekstbehandeling hanteert De Pauw dan ook verschillende manieren van voordragen, van heel snel bij bijvoorbeeld Karel Appel tot heel bedachtzaam bij Coetzee.

Componist Frederik Neyrinck vond daar een muzikaal equivalent bij, de rapsodie, waarin hij vrij was om motieven te combineren, te associëren en te elimineren. De muziek en de tekst worden niet na elkaar ten gehore gebracht maar gelijktijdig, waarbij de muziek de verschillen in spreekstijl van De Pauw spiegelt.

Hoewel De Pauw erin slaagt om de gedachten van Goodall, Steiner, Coetze, Appel en Witten* te laten horen alsof ze ter plaatste ontstaan en hoewel het stuk voor stuk boeiende fragmenten zijn, lukt het me niet om me voortdurend op de tekst te concentreren. Dat ligt niet aan Josse De Pauw of aan de door hem gekozen fragmenten.

Het komt door de muziek. Die is zo ontzettend boeiend, zo rijk aan klankkleuren, waarbij vooral de prachtige lage klanken van (bas)klarinet en trombone me steeds weer verrassen. Het is dus uitsluitend Neyrinck en de vijf musici van Asko|Schönberg** aan te rekenen.

*Jane Goodall, etholoog, specialisme chimpansees / George Steiner, literatuurwetenschapper en cultuurfilosoof / John Coetzee, tweevoudig winnaar van de Bookerprijs / Karel Appel, schilder, lid van de Cobragroep / Edward Witten, natuurkundige en wiskundige.

** Anna voor de Wind, klarinet, basklarinet, Koen Kaptijn, trombone, Joey Marijs, slagwerk, Jellantsje de Vries, viool, Sebastiaan van Halsema, cello.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: LOD Muziektheater

Recensie: Superposition van Toneelschuur Producties / Vanja Rukavina

 

●●●●●

 

SUPERPOSITION


TONEELSCHUUR PRODUCTIES / VANJA RUKAVINA

 

Door Piet van Kampen, gezien 10 november 2023

In Superposition worden drie talen gesproken: Nederlands, Japans en Engels, met ook boventiteling in die drie talen. Vier wiskundigen, twee statistici en twee theoretisch mathematici, bereiden een presentatie voor voor het International Congress of Mathematicians (ICM). Twee zijn Nederlands, twee Japans. Drie zijn vrouw, één is man. Hun gezamenlijke doel: een formule ontwikkelen die alle cultuurverschillen verklaart.

Al bij de kennismaking van de twee Nederlandse wiskundigen met hun twee Japanse collega's leiden cultuurverschillen tot misverstanden. Taal in de ruimste zin van het woord speelt daarbij een grote rol. Als statisticus Cecile (Keja Klaasje Kwestro) bijvoorbeeld het handgebaar maakt dat in Nederland hoort bij 'mmm... dat is lekker' kijken de twee Japansen heel verstoord. Als ze begrijpt wat de bedoeling was, laat fundamenteel wiskundige Shihoko (Mizuki Kondo) zien dat Japanners in zo'n geval en heel ander gebaar maken.

De cultuurverschillen en de daardoor veroorzaakte misverstanden blijven niet beperkt tot die van mensen uit twee verschillende werelddelen. Ook als projectleider professor Madoka (Rino Daidoji) haar ondergeschikte Shihoko voordoet hoe je 'kankerzooi!' zegt bijvoorbeeld, leidt dat tot een ongemakkelijke situatie. Zelfs de inhoudelijk eensgezinden, de twee theoretisch wiskundigen, bondgenoten in hun meningsverschil met de twee statistici, botsen met elkaar als nerd Finn (Bram Suijker) geïrriteerd reageert bij wat hij als gedram van fanaticus Shihoko over het nul- axioma ervaart.

Vanja Rukavina schreef samen met dramaturg Thomas Lamers het concept, de uiteindelijke tekst kwam tot stand tijdens het repetitieproces. De invloed van Rino Daidoji en Mizuki Kondo, beiden niet alleen acteur maar ook theatermaker, is dan ook onmiskenbaar. Geweldig goede actrices zijn het trouwens, die heel makkelijk schakelen van ingetogen naar extravert (ze wonen en werken al enige tijd in Europa).

Het is een vondst om het kennismakingsgesprek uit het begin aan het eind letterlijk terug te laten komen. De tweede keer dan ook nog eens met Bram Suijker als Madoka en Keja Klaasje Kwestro als Shihoko, in het Japans, en de twee Japanse actrices als Cecile en Finn in het Nederlands. Die persoonsverschuiving en die taalverschuiving creëren sowieso al een extra laag. Maar omdat we als publiek inmiddels veel meer weten over de vier personages, komen er daardoor nog eens een paar lagen bij.

Superposition is kortom een heel intelligent en heel geestig spel met culturele verschillen en culturele misverstanden. Een feest voor de taalliefhebber.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Toneelschuur Producties

Recensie: Orlando van Toneelschuur Producties / Loek de Bakker

●●●○○

 

ORLANDO


TONEELSCHUUR PRODUCTIES / LOEK DE BAKKER  

 

Door Piet van Kampen, gezien 19 oktober 2023   

Milou van Duijnhoven, die Orlando speelt, pakt de zaal meteen in. Ze maakt een korte beweging met haar hoofd naar opzij, alsof ze wil laten zien dat ze overal schijt aan heeft en voor niemand bang is. Al snel komt haar Orlando ook verbaal met een krachtig statement 'Ik ben Orlando, ik bepaal zelf wie ik ben'.

De voorstelling Orlando is geïnspireerd op Orlando: A Biografy van Virginia Woolf uit 1928, een fictieve biografie, opgedragen aan Vita Sackville-West, waarin Woolf de grenzen van het genre verkent. Op een lichte, humoristische toon beschrijft Woolf het leven van Orlando dat zich uitstrekt over drie eeuwen, een leven waarin Orlando begint als edelman, maar later, nadat hij voor de tweede keer ontwaakt uit een comateuze slaap van een week, vrouw blijkt te zijn geworden: 'Hij rekt zich uit. Hij verheft zich van zijn bed. Hij staat volkomen naakt voor (…) ons, hij is een vrouw.’*

In de bewerking van Loek de Bakker en Tjeerd Posthuma kijken we niet naar de personages door de ogen van een biograaf, we zien Orlando en de mensen met wie hij/zij in contact komt dus ook zonder het becommentariërende geestige oordeel.

De voorstelling houdt zich wel aan de tijdsopbouw van de roman van Woolf, maar in welke periode we terecht zijn gekomen, moeten we opmaken uit de kostuums en uit de namen van de gesprekspartners. Er is niet zoiets als geprojecteerde jaartallen bijvoorbeeld, wat wel handig zou zijn geweest. 

De eerste met wie we Orlando zien is koningin Elizabeth I, gespeeld door Michael Muller. Later zijn we er getuige van hoe hij verliefd wordt op de Russische Sacha, gespeeld door Alicia Boedhoe en hoe ze (Orlando is dan inmiddels vrouw) valt voor Shelmerdine, ook door Michael Muller gespeeld. Uiteindelijk bevrijdt Orlando zich ook van haar vrouw-zijn en beweegt als een hordeloper over het inmiddels zo goed als ontmantelde decor. 

De korte beweging met haar hoofd in de eerste minuut herhaalt Milou van Duijnhoven naar mijn smaak iets te vaak. Daardoor verliest dat gebaar aan kracht en gaat het iets te veel in de richting van een Koefnoenachtig typetje. Jammer, want afgezien daarvan is het spel van Van Duijnhoven heel krachtig en heel overtuigend.

*Virginia Woolf, Orlando, een biografie, vertaling Gerardine Franken.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Toneelschuur Producties

 

Recensie: Op hoop van zegen van Dood Paard

●●●●●

 

OP HOOP VAN ZEGEN


DOOD PAARD

 

Door Piet van Kampen, gezien 14 oktober 2023

Vijf acteurs spelen er in Op hoop van zegen van Dood Paard, waarvan er vier meerdere personages voor hun rekening nemen, veertien om precies te zijn. Alleen Manja Topper is daarvan uitgezonderd, die speelt alleen Knier (zonder diminutiefsuffix dus). 

Vrouwelijke acteurs die mannen spelen, mannelijke die vrouwen vertolken, een acteur die twee personages speelt die een dialoog hebben met elkaar, reder Bos in een leren rok. Helemaal conventioneel pakt Dood Paard het dus niet aan.

Maar wat er in de voorstellingsinformatie staat is (bewust?) misleidend. Dood Paard heeft het daar over 'een uitgebeende versie van Op hoop van zegen'. Niks uitgebeend! Dood Paard speelt Op hoop van zegen integraal! Maar dan ook echt integraal. Van het eerste woord tot het laatste letterlijk zoals Herman Heijermans ze schreef. En van de eerste tot de laatste zin precies zoals het in 1900 werd uitgesproken.

Door in dit visserijdrama zo aangrijpend mogelijk de ellende van de vissers en hun gezinnen te beschrijven – de onderbetaling, de slecht onderhouden schepen, de afhankelijkheid van reders die alleen door winstbejag worden gedreven en de assurantiepenningen opstrijken als er weer een wrakke schuit is vergaan - stelde Heijermans het kapitalisme aan de kaak. En zonder dat daar in de voorstelling expliciet naar wordt verwezen, zijn de parallellen met pakketbezorgers, bagage-afhandelaars en anderen die nu worden uitgebuit overduidelijk.

Bij de openingsscène is het nog wel even zoeken wie wie is, vooral omdat Joachim Robbrecht als Clementine (de dochter van reder Bos) de voor haar poserende Cobus (gespeeld door Dinda Provily) niet tekent, maar met een smartphone fotografeert. Wat overigens het enige anachronisme in de hele voorstelling zal blijken te zijn.

Maar het went snel al die dubbelrollen en die man-vrouwverschuivingen. Terwijl het tempo vanaf het begin meteen hoog is, veel hoger veronderstel ik dan bij de première van het stuk op 24 december 1900 in de Hollandsche Schouwburg in Amsterdam.

Opgesloten in een decorgroot visnet maken Manja Topper, Kuno Bakker, Joachim Robbrecht, Dinda Provily en Tomer Pawlicki een memorabele Op hoop van zegen, veruit de beste die ik ooit zag.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Dood Paard

 

Recensie: De Dresser van Compagnie Karina Holla

●●○○○

 

DE DRESSER


COMPAGNIE KARINA HOLLA

 

Door Piet van Kampen, gezien 12 oktober 2023

Laverend tussen “ik wil dood, ik wil geen verf meer op mijn gezicht, geen kleren meer dragen die niet van mij zijn” en “ik wil niet dood, ik wil weer verf op mijn gezicht, weer kleren die niet van mij zijn” maakt Karina Holla (73) in De Dresser de balans op van haar kunstenaarschap. Acteren of sterven, dat is de vraag. Het antwoord daarop is de overduidelijk keuze voor dat eerste.

Holla begint met een nagespeelde scene uit de film The Dresser van Peter Yates uit 1983. Maar in het kleine uur daarna stipt ze alleen nog haar eigen eerdere werk aan. Beweging en geluid spelen daarbij weliswaar een belangrijke rol, maar meer dan in haar vorige twee voorstellingen bedient Holla zich van het gesproken woord.

Die verwijzingen naar eerdere voorstellingen zijn kort en fragmentarisch: ze pakt even het kostuum van een klerenhanger, maakt een paar bewegingen en gebaren, en licht het toe met woorden. Na het fragment uit The Dresser neemt ze ons onder meer mee naar Parijs voor Louise Bourgeois en Roland Topor, doen we Brazilië en Moldavia aan en staan we even stil bij haar twee recente voorstellingen.

In die twee laatste liet ze, in de eerste met behulp van twee dansers, in de tweede met projecties van tekeningen, met beelden meer dan met woorden de voorstelling tot leven komen. Oorlogsvrouwen (2019) was gebaseerd op De oorlog heeft geen vrouwengezicht van Svetlana Alexijevitsj. Het eenzame leven en het fascinerende werk van ouitsider artist Henry Darger was het onderwerp in DARGER, in de werkelijkheid van de onwerkelijkheid (2021)

Zou je over het rijke artistieke leven van de van oorsprong mimespeler Karina Holla ook niet een boeiende en intrigerende voorstelling kunnen maken? Ja, waarom niet. Wie weet maakt iemand die ooit.

Want de manier waarop Holla het zelf in De Dresser aanpakt, is te fragmentarisch. Voor wie haar lange carrière heeft gevolgd, is dat mogelijk geen probleem en roepen de korte verwijzingen genoeg herinneringen op. Maar wie het werk van Holla niet of bijna niet kent, en er toch nog kennis mee wil maken, raad ik aan te wachten tot ze, hopelijk, Oorlogsvrouwen of DARGER integraal herneemt.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Compagnie Karina Holla

 

Recensie: 4.48 van De Roovers & Kunst/Werk

●●●○○

 

4.48


DE ROOVERS & KUNST/WERK 

 

Door Piet van Kampen, gezien 27 september 2023   

4.48 Psychosis is de laatste theatertekst van Sarah Kane, die in 1999 op 28-jarige leeftijd zelfmoord pleegde. In Sarah Kane's tekst staan geen regie-aanwijzingen, een maker kan dus voor meerdere personages kiezen of voor een monoloog. In 2005 deed regisseur Olivier Provily dat laatste, en hij liet de actrice, Nanette Edens, ook nog eens volledig bewegingloos en monotoon de tekst zeggen.

Als theatermaker kiest Sara De Bosschere voor een monoloog plus. Want behalve De Bosschere zelf is er ook een danser op de speelvloer, Robson Ledesma (in een choreografie van Marc Vanrunxt). Ledesma herhaalt de eerste zinnen van de actrice, wat later neemt hij de cijfers van de 'Serial sevens test' voor zijn rekening. Maar in het overgrote deel van de voorstelling zwijgt hij en vult met bewegingen de woorden van de sprekende actrice aan.

De ik-figuur in 4.48 Psychosis kan geen formele gedachten meer vormen, niet meer voelen, is de tranen voorbij. Een monotone weergave van Kane's tekst is dus niet zo onlogisch. De Bosschere doet het anders, ze brengt de tekst zoekend, toont ook regelmatig het gevoel erachter, zowel het gevoel van de zoekende maker als van de ik-figuur. Vaak is dat laatste wanhoop, soms, na het opsommen van de medicatie bijvoorbeeld, cynisme (over de behandelingen van de psychiaters).

De tekst van Sarah Kane is poëtisch, maar ook strak gestructureerd en vaak heel direct, bijvoorbeeld daar waar ze preludeert op wat een jaar later werkelijkheid wordt: 'Please don't cut me up to find out how I died. I'll tell you how I died. One hundred lofepramine, forty five zopiclone, twenty five temazepam and twenty melleril. Everything I had. Swallowed. Slit. Hung.'

Het is jammer dat Sara De Bosschere een groot deel van de voorstelling achter of aan de achterkant van het grote kleed van schapenvachten blijft, niet zo dicht mogelijk bij het publiek komt. Omdat ze ook nog eens haar zoekende en tastende verhouding tot Kane's tekst tot het einde toe wil blijven uitdrukken, creëert ze naar mijn smaak teveel afstand tot de intieme en schrijnende woorden van Sarah Kane.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: De Roovers

 

Recensie: Het Debuut '23 van Via Rudolphi Producties

●●●○○

 

HET DEBUUT '23


VIA RUDOLPHI PRODUCTIES 

 

Door Piet van Kampen, gezien 23 september 2023   

Ook dit jaar heeft Via Rudolphi Producties weer drie afstudeervoorstellingen geselecteerd. Nadat artistiek coach Peer van de Berg ze heeft ingekort tot voorstellingen van een half uur, zodat ze op één avond achter elkaar gespeeld kunnen worden, organiseert en faciliteert het impresariaat een landelijke tournee onder de titel Het Debuut '23.

Ik wil wit zijn van Femi van Elshuis

In een recent interview vertelt Van Elshuis dat ze inmiddels de witte wens voorbij is. Wat we vanavond te zien krijgen is dus de geschiedenis van die wens. Ze begint met een leesbril op achter een witte katheder met een serie vragen die ze zelf in de loop van dat proces heeft gesteld. Even later komen de vragen van anderen aan haar aan bod, zoals 'Waar kom je vandaan?' Of die van de jongen op school in de bank voor haar aan zijn buurman: 'Val jij op zwarte meisjes?'

In Ik wil wit zijn vertrekt Van Elshuis steeds bij het persoonlijke, maar ze legt regelmatig verbanden met de geschiedenis van tot slaaf gemaakten. Daarnaast gebruikt ze haar half uur om zoveel mogelijk aspecten van haar talent te laten zien. Van het voorlezen achter die witte katheder tot uitbundige dans.

Moddergat van Jeroen van Arkel en Koen ter Braak

Van Arkel en Ter Braak kiezen vol voor komedie, een theatergenre dat je niet vaak ziet bij jonge makers. In een hoog tempo, voortgestuwd door een waanzinnig goede soundscape, spelen de twee acteurs steeds met dezelfde vier zinnetjes de dialoog tussen twee Friese vrienden, waarvan de een op pad wil om vogels te spotten en de ander daar geen zin in heeft.

Het gaat bij Moddergat niet om de tekst maar om het komische effect van herhaling met steeds alleen een klein verschil in beweging of mimiek. Heel knap en origineel om op die manier een zaal vanaf begin tot eind te boeien. Ben benieuwd of Van Arkel en Ter Braak met deze vorm doorgaan in hun volgende voorstellingen.

A Thousand Roses van Jonathan Eduardo Brito

Een grote man in een kleine, van doorschijnend materiaal gemaakte, speelruimte met een kroontje op, in een maagdelijk blauw gewaad. En een gouden roos in een omgekeerde vaas. Met dat beeld begint A Thousand Roses. In de loop van de voorstelling zal Brito stap voor stap dat blauw laten vallen en een zwart shirt en een zwarte hoodie aantrekken.

De voorstelling van Brito is een openhartig verslag van de zoektocht naar zijn identiteit. Door ook vragen aan het publiek te stellen en de antwoorden vervolgens in zijn voorstelling te integreren, neemt hij de nodige risico's, waardoor zijn voorstelling nog kwetsbaarder wordt dan het door het onderwerp al is.

Het Debuut '23

Ook met deze twaalfde editie van Het Debuut geeft Via Rudolphi Producties beginnende makers weer de kans om hun voorstellingen in een landelijke tournee te laten zien en het publiek de mogelijkheid om kennis te maken met veelbelovend talent.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Via Rudolphi