Drie Zusters van Toneelschuur Producties / Eline Arbo

●●●○○

 

DRIE ZUSTERS


TONEELSCHUUR PRODUCTIES / ELINE ARBO

 

Door Piet van Kampen, gezien 21 november 2020
  

Regisseur Eline Arbo (1986) gebruikt haar bewerking van Drie Zusters van Tsjechov om het effect van de vier feministische golven te analyseren. En ze besluit die analyse met een poging de toeschouwers met een karrenvracht aan cijfers van de juistheid van haar analyse te overtuigen.

Pianomuziek en zang. Een kamer in een suf provinciestadje. We zijn halverwege de negentiende eeuw. Olga, Irina en Masja, alle drie in zwarte hoepelrokken. Ira is jarig. Maar het lukt de jarige niet om aan het woord te komen. En haar zus Masja niet om door te gaan met pianospelen. Want Olga, de oudste, overschreeuwt haar twee zussen met een idealisering van hun vroegere leven in Moskou.

Pas als de mannen, Nikolaj (Matthijs IJgosse) en Wesjinnin (Benjamin Moen), op bezoek zijn, lukt het Ira om te zeggen wat ze al steeds wilde zeggen: 'Wat wij nodig hebben is werk.' Nadat Irina daarmee de eerste feministische golf heeft geïnitieerd, snoeren de twee mannen haar onmiddellijk de mond. En beginnen met veel aplomb met elkaar te filosoferen over vrouwenrechten en stemrecht voor vrouwen.

Datzelfde procedé herhaalt zich in de volgende drie scènes, bij de drie volgende drie feministisch golven. Elke poging van Irina (Dieuwertje Dir) of haar zussen Masja (Sarah Janneh) en Olga (Keja Klaasje Kwestro) om ook een duit in het zakje te doen, wordt door de mannen in de kiem gesmoord. Elke keer zijn het de mannen die met elkaar over vrouwenrechten en over gelijkheid van mannen en vrouwen van gedachten wisselen.

Is er dan geen enkele vrouw die die rolverdeling doorbreekt? Ja die is er. Sterker nog, de opkomst in gendereneutrale kleding van Ntianu Stuger, als Natasja, aan het eind van de eerste scène, zorgt voor hevige ontsteltenis bij de drie zussen. En geeft de toeschouwer al een vooruitblik naar de toekomst.

Met het live uitgevoerde We Gotta Get Out Of This Place belanden we op een 'fuif' in de jaren zestig van de vorige eeuw. De drie zussen worden nu niet belemmerd door hoepelrokken en knellende korsetten, maar door schoenen met enorme plateauzolen. Ook hier hebben de mannen het hoogste woord, nu over de vrouwenbeweging. 

Met Running Up That Hill van Kate Bush komen we bij de derde golf, rond 1990. Ook nu kapen de mannen het thema. Pas bij de vierde, als we in het heden zijn beland, doet 'de man' een stapje terug. Met een pleidooi dat wel wat doet denken aan 'de boetedoening' van Ruut Weissman aan het slot van de documentaire van Judith de Leeuw, zegt Wesjinnin dat het tijd wordt voor een ander soort man.

Ook nu staan de zussen erbij en kijken ernaar. Zo heeft Tsjechov ze in Drie Zusters nou eenmaal neergezet. Masja verzucht 'Hoe lang staan we hier nou eigenlijk al? Het voelt als bijna 120 jaar.' (Drie Zusters van Anton Tsjechov ging in 1901 in Moskou in première)

Dan neemt eindelijk een vrouw het heft in handen. Ntianu Stuger (1998), die schoonzus Natasja speelt, en die al de hele voorstelling in kleding rondloopt die op geen enkele wijze knelt of belemmert, spreekt een epiloog. Met heel veel cijfers. En met heel veel percentages. Want met cijfers en percentages kun je je gelijk bewijzen. Denkt Eline Arbo. Het is een epiloog die doet denken aan Proloog, een gelijkhebberig theatergezelschap uit de zeventiger jaren.

Drie Zusters van Toneelschuur Producties / Eline Arbo is een boeiende voorstelling. Mede omdat de tekst (Anton Tsjechov en Eline Arbo), het decor (Sarah Nixon) en de fraaie kostuums (Rebekka Wörmann) een harmonieuze eenheid vormen. Het acteren is, zoals we bij regies van Arbo gewend zijn, van hoog niveau, waarbij Sander Plukaard als Andrej de uitblinker is. Maar Arbo's analyse van het effect van feminisme is nogal eendimensionaal. En je gelijk willen halen met een bombardement van cijfers? Tja.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Toneelschuur Producties


 


 

Istanbul, bericht van de andere kant van Michaël Bloos / Stichting Nieuwe Helden

●●●○○

 

ISTANBUL, BERICHT VAN DE ANDERE KANT


MICHAËL BLOOS / STICHTING NIEUWE HELDEN

 

 

Door Piet van Kampen, gezien 29 oktober 2020

De voorstelling begint met een monoloog: Michaël Bloos vertelt dat een van zijn leraren op de toneelschool eens tegen hem zei: “Theatraliteit is de spanning tussen het echte en het onechte.” Het is de eerste keer dat ik Michaël Bloos zie, voor het eerst ook dat ik hem hoor praten.

Kun je als acteur/theatermaker een tekst die je door een ander hebt laten schrijven op zo'n manier zeggen dat je niet alleen de woorden, maar ook de dictie en de zinsmelodie van die schrijver, al dan niet bedoeld, overbrengt? Dat blijkt te kunnen. Ik hoef mijn ogen niet eens dicht te doen om niet Michaël Bloos te zien en te horen maar Freek Vielen, de schrijver van de tekst.

Lucas Kramer komt de speelvloer op, doet zijn muts af, en pakt zijn sitar uit.

Samen met Gillis Biesheuvel en Lucas Kramer vertelt Michaël Bloos in Istanbul, bericht van de andere kant het verhaal van een zoon die bang is dat hij ooit gek zal worden. De echte vader van Michaël Bloos vertrok, toen Michaël nog in de buik van zijn moeder zat, voor een lange reis in het land van de waanzin. Hij overleed in 2016.

Michaëls niet echte vader vertrekt in november 2017 naar Istanbul om het Museum van de Onschuld te bezoeken. Die niet echte vader heeft af en toe moeite om het het verschil tussen echt en niet-echt te onderscheiden, hij lijdt aan psychoses. In Istanbul verdwijnt hij. Spoorloos.

Michaël en zijn zus Amber gaan in Istanbul op zoek naar Michaëls niet echte vader. Met behulp van een in Turkije populair tv-programma van presentatrice en journaliste Müge Anlı vinden ze hem uiteindelijk. In ruil daarvoor wil Anlı de hereniging live uitzenden.

Lucas Kramer pakt zijn sitar in, zet zijn muts op, en verlaat de speelvloer.

Michaël Bloos heeft tekstschrijver Freek Vielen gevraagd om de belevenissen tijdens die zoektocht in Istanbul, en de vraag wat het is om zoon te zijn, voor hem om te zetten in een theatertekst.

Vielen verwerkt in zijn tekst voor Michaël Bloos ook een aantal beschrijvingen die Wouter Kusters in zijn boek Filosofie van de waanzin van zijn psychoses geeft. En het verhaal over een machine die alles omdraait, zodat je als je eruit komt het idee hebt dat niet jij maar de werkelijkheid is omgedraaid. 

Het idee van die machine (de Rheniusmachine uit het sciencefictionboek Stersteen van Roger Zelany) is voor Lucas Kramer dan weer een van de inspiratiebronnen voor het ontwerpen van het decor.

Istanbul, bericht van de andere kant is een boeiende en onderhoudende voorstelling geworden. Maar Michaël Bloos wilde neem ik aan meer dan boeiend en onderhoudend zijn, hij wil ook zijn angst voor gekte, en de spanning van de zoektocht in Istanbul, voor ons invoelbaar maken. Lukt hem dat? Voelt het publiek mee met zijn angst en met die spanning?

Ik kan natuurlijk alleen maar voor mezelf spreken: voor mij blijft Istanbul, bericht van de andere kant, ook door de vrij afstandelijke speelstijl, niet meer dan een heel boeiend en heel onderhoudend verteld (waargebeurd) verhaal.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Universum van de waanzin

Mount Average van Julian Hetzel / Campo

●●●○○

 

MOUNT AVERAGE


JULIAN HETZEL / CAMPO

 

 

Door Piet van Kampen, gezien 14 oktober 2020

Per tijdslot van tien minuten worden bij Mount Average vier bezoekers toegelaten, voor wat 'een performatief parcours door een fabriek' wordt genoemd. Een fabriek waar, naar zal blijken, niet iets wordt geproduceerd, maar wordt getransformeerd. Samen met de drie anderen van de groep 'twintig na acht' (20.20 uur) ga ik voorzien van een koptelefoon naar binnen.

Eerst komen we in een ruimte waarin een fluïde standbeeld (Pitcho Womba Konga) ons in abstracte lijnen schetst wat er staat te gebeuren. In de volgende ruimte wordt het concreter, sterker nog, in die tweede ruimte gaan we zelf aan de slag, met onze eigen handen brengen we een transformatie tot stand.

Mount Average is ervaringstheater, een vorm van theater die doet denken aan het werk van bijvoorbeeld het Berlijnse collectief Rimini Protokoll, waarvan in 2017 tijdens Brandstichter een aantal voorstellingen in Amsterdam waren te zien. Notoir lastig voor een recensent altijd dat ervaringstheater. Voor je het weet geef je informatie weg waardoor je afbreuk doet aan de ervaring van wie er nog naartoe wil.

Een van de onderdelen van All Inclusive, de vorige voorstelling van Julian Hetzel bij Campo, was het creëren van levende standbeelden (van de daders van iconische moordaanslagen). Je zou Mount Average daar in zekere zin een vervolg op kunnen noemen. Maar deze keer gaat het niet om de constructie van standbeelden maar om de deconstructie ervan (te beginnen bij dat van Leopold II).

Het onderdeel over de Union Minière in het koloniale Congo is, door de net iets te simplistische inhoud en de net wat te kinderlijke vorm, weliswaar wat minder. Maar wat er in de laatste ruimte gebeurt, maakt weer veel goed. Daar zorgt Kristien De Proost voor een gespeeld vrolijk en 'hoopvol' slot.

Het is de bedoeling van de voorstelling Mount Average dat je als bezoeker de transformatie, dus de constructie en de deconstructie, niet alleen ziet, maar ook ervaart. Wat mij betreft is dat gelukt.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Campo

 

De Nijl is in Caïro aangekomen van De KOE

 

●●●●○

 

DE NIJL IS IN CAÏRO AANGEKOMEN


DE KOE

 

Door Piet van Kampen, gezien 7 oktober 2020

Twee broers, oude mannen al, zoeken elkaar regelmatig op. Veel meer dan dat hebben ze ook niet meer sinds de dood van Leentje. De jongste, Peter, steekt van wal met het etaleren van zijn dedain voor mensen die zich onledig houden met trivialiteiten als kaartspelen, 'als Érzats'. Peter heeft dat niet nodig, hij mag dan wel een uitgerangeerde artiest equilibrist zijn, als 'denker' en als kenner van het werk van grote filosofen, weet hij het genot van eenzaamheid te waarderen. 

'Erzáts' zegt zijn twee jaar oude broer Willem, 'niet Érzats.

Dat doen ze vaker, elkaar corrigeren bij wat ze over zichzelf vertellen. Als Willem mijmert over zijn successen als acteur (toen hij nog zonder leesbril zijn teennagels kon knippen), relativeert Peter dat met 'Ja, als Tasso.' En na zijn broers 'die heb ik meer dan 200 keer gespeeld, voor volle zalen', haalt Peter zijn schouders op. 'Ja, je bent te lang doorgegaan, en niet zoals ik op het hoogtepunt gestopt'.

Peter koketteert graag met Michel de Montaigne, zijn broer zoekt het meer bij Arthur Schopenhauwer. Maar de twee dienen hun van die filosofen geleende gedachten steeds op op een bedje van licht verteerbare smalltalk. 

Zo vindt Willem, die van lekker eten houdt ('nierstenen hebben én geen oesters mogen eten, dat zijn twéé kwalen!'), dat geen saus zo lekker is als het zout dat je uit goed gezelschap haalt. Zijn broer Peter kan het daar onmogelijk mee oneens zijn, want een grote geest als hij kijkt niet naar wát hij eet, maar met wíe hij eet: 'Ik eet dan ook alleen'.

Terwijl de broers met hun filosofietjes en bij het ophalen van hun herinneringen steeds duidelijker gehinderd worden door de pijn die door hun nierstenen wordt veroorzaakt, wordt het ons in de zaal steeds duidelijker dat onder hun opschepperij tristesse en eenzaamheid schuilgaat.

Twee broers, kronkelend van pijn, dicht bij de dood, die ook nog eens triest en eenzaam blijken te zijn? Is dat dan niet een heel deprimerende voorstelling? Nee, zo werkt dat niet bij De KOE.

Met de van De KOE kenmerkende manier van acteren, met veel terzijdes, en met in deze voorstelling ook nog eens veel slapstick, staan Van den Eede en De Wolf garant voor een onderhoudende, leerzame avond, die je onmogelijk door kunt komen zonder regelmatig in de lach te schieten.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: De KOE

Flight 49 van ITA-Ensemble / Simon Stone

 

●●●○○

 

FLIGHT 49


ITA-ENSEMBLE / SIMON STONE

 

 

Door Piet van Kampen, gezien 3 oktober 2020

Op 24 december 1900 loopt vissersweduwe Kniertje met haar pannetje koude koteletten voor het eerst bedroefd over het podium van de schouwburg. Herman Heijermans, de schrijver van Op hoop van zegen, is dan 36 jaar.

Op zaterdag 26 september 2020 vraagt de bedroefde weduwe Christina in het tot een aankomsthal van een luchthaven omgetoverd podium voor het eerst om een oplader voor haar telefoon. Simon Stone, de schrijver van Flight 49, is dan 36 jaar.

Zo'n twee weken voor de première heeft ITA besloten de titel van de als Op hoop van zegen aangekondigde voorstelling te veranderen in Flight 49. Want er is geen vissersboot die met man en muis vergaat, maar een vliegtuig dat van de radar verdwijnt. Geen reder Clemens maar vliegtuigbouwer Clemens, met een dochter die niet Clementine heet maar Cloë.

En ook geen angstige Barend die zich verstopt en door zijn moeder wordt gedwongen aan boord te gaan. Maar een angstige Daniel die zich verstopt en door een telefoontje van zijn moeder tegen zijn wil aan boord wordt gebracht.

Oorzaak van de ramp met Kompas Air Vlucht 49 is dan ook niet het om puur economische redenen negeren van de alarmerende waarschuwingen van scheepmakersknecht Simon over de mankementen aan het schip, maar het om diezelfde reden terzijde leggen van alarmerende e-mails van ingenieur Simon over het tekort schieten van het Maneuvering Characteristics Augmentation System (MCAS) van het vliegtuig.

Tot zover een aantal parallellen.

De Australische theatermaker Simon Stone schrijft zijn teksten tijdens het repetitieproces. Elke repetitiedag schaaft hij er verder aan. En elke avond of nacht vertaalt Peter van Kraaij de wijzigingen, zodat de acteurs er de volgende dag weer mee aan de slag kunnen. En ook deze keer, net als bij Ibsen Huis, levert die werkwijze van Stone een heel sterke tekst op.

Als acteursregisseur is Stone een perfectionist, als hij niet tevreden is, schuift hij dat niet onder stoelen of banken. Het resultaat daarvan is ook bij Flight 49 weer dat er meesterlijk wordt geacteerd. Door alle negen acteurs, in alle negentien rollen. Toch wil ik er drie van die negen even uitlichten.

Hans Kesting moest minder dan een week voor de première invallen (beterschap Bart!) en had dus nauwelijks tijd om te repeteren. Als ik de voorstelling zie, op de vierde speelavond, is daar niets meer van te merken. En hij speelt drie rollen, waaronder die van Clemens, de vliegtuigbouwer.

Maarten Heijmans komt in zijn rol als autistische nerd Kevin heel dicht in de buurt van het Nederlands record snelspreken, maar zet als de angstige, onzekere Daniel ook een volledig daarmee contrasterend personage neer. En Ilke Paddenburg laat als Cloë op overtuigende wijze zien waarom Ivo Van Hove haar vorig seizoen aan het ITA-ensemble heeft toegevoegd.

Simon Stone deed het eerder. Tegelijkertijd zowel de tekst schrijven als regisseren. Dus zonder dat hij echt de tijd neemt om te reflecteren. Zonder dat hij, al is het maar een paar dagen, met een glas whiskey achterover leunt om te kijken of er niet toch nog een darling om zeep geholpen kan worden.

En dat is jammer. Want als hij dat wel zou hebben gedaan, zou hij misschien Hugo Koolschijn als Simon tijdens de herdenkingsplechtigheid niet nog een keer hebben laten uitleggen hoe fout Clemens (dus Boeing) was. We hadden dat echt al begrepen. En als hij dan toch bezig was, zou hij misschien die hele overbodige herdenkingsscène hebben geschrapt. Net als die net iets te zweverige epiloog met Chris Nietvelt en Achraf Koutet.

Door de goede tekst en het uitstekende acteren verveelt Flight 49 geen moment. Maar een beetje relativering van het realisme en van de ernst door er een minder starre enscenering tegenover te zetten, zou misschien geen slecht idee zijn geweest. En af en toe het publiek de mogelijkheid bieden om op z'n minst wat te gniffelen, zou ook geen kwaad hebben gekund.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: ITA

A Separation van Scarlet Tummers / tg STAN

 

●●●○○

 

A SEPARATION


SCARLET TUMMERS / TG STAN

 

 

Door Piet van Kampen, gezien 22 september 2020

A Separation is een voorstelling van Scarlet Tummers onder de vleugels van tg STAN in coproductie met d e t h e a t e r m a k e r.

De voorstelling begint - net als de met prijzen overladen film A Separation van Asghar Farhadi waarop het is gebaseerd - met het projecteren van paspoorten. Daardoor weten we meteen dat de vijf acteurs in de voorstelling uit vijf verschillende landen afkomstig zijn: Scarlet Tummers (Nederland), Evgenia Brendes (Kazachstan), Gustav Koenigs (Duitsland), Sachli Gholamalizad (Iran) en Mokhallad Rasem (Irak).

Simir wil met een echtscheidingsprocedure haar man Nader overhalen om samen met haar en hun dochter te emigreren. Dat mislukt. Nader wil in Teheran blijven om voor zijn vader met Alzheimer te zorgen, en is daarom bereid de scheiding te accepteren.

Als Simir vervolgens het huis verlaat om voorlopig bij haar ouders in te trekken, zet dat een kluwen van conflicten in werking die de personages aanzetten tot leugentjes en leugens. Vooral omdat ze door hun maatschappelijke positie of hun geloofsovertuiging klem zijn komen te zitten. Uiteindelijk heeft iedereen zich op een of andere manier gecompromitteerd. Behalve Termeh, de bijna elfjarige dochter van Samir en Nader.

In de voorstelling wordt de film vrij nauwgezet nagespeeld. En waar dat niet kan, naverteld: 'De camera komt hier close' of 'de piano wordt de trap af gedragen'. Tummers gebruikt voor haar voorstelling ook de vertaling (ondertiteling) van de film.

Toch is de voorstelling niet zonder meer een imitatie van Farhadi's film. Al was het alleen al omdat Mokhallad Rasem, die Nader speelt, zijn claus met enige regelmaat voorziet van de toegift 'Echt waar'. En Gustav Koenigs, als de agressieve Hojjat, de zijne vaak accentueert met de toevoeging 'Of wat!'

Maar vooral niet omdat de acteurs hun land van herkomst en andere persoonlijke eigenschappen en opvattingen uitspelen. Daardoor zie je als publiek ook hoe de acteurs zich verhouden tot de karakters uit de film en (gespeeld) tot elkaar.

Mokhallad Rasem bijvoorbeeld dikt regelmatig zijn natuurlijke overwicht aan. Hij geeft daarmee niet alleen zijn personage Nader extra gezag, hij suggereert er ook mee dat hij overwicht heeft over de andere acteurs. Waardoor Gustav Koenigs' agressie zowel de agressie van Hojjat tegen Nader is, maar ook die van Koenings tegen Rasem. En waardoor Gholamalizads gezucht als dochter van Nader ook dat is van een Iraanse, die een Irakees een verhaal uit haar land ziet kapen.

Sachli Gholamalizad is overigens pas in een laat stadium aan de cast toegevoegd. Ze acteert heel expressief, maar zoekt bij het 'spel in het spel' merkbaar nog af en toe naar haar positie ten opzichte van de andere vier.

Vooral door dat 'spel in het spel' is A Separation een niet alleen intrigerende maar ook geestige voorstelling geworden. Het kan haast niet anders of de voorstelling zal nog groeien als de acteurs wat meer op elkaar ingespeeld raken.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: tg STAN

Real Boys van Orkater/De Nieuwkomers |More Dogs

 

●●○○○


REAL BOYS


ORKATER / DE NIEUWKOMERS / MORE DOGS

 

Door Piet van Kampen, gezien 19 september 2020

Het Vlaamse collectief More Dogs maakt met Real Boys muziektheater over een popgroep die repeteert voor een theatrale show over Pinokkio. De vijf leden van More Dogs (ze studeerden samen Drama aan het Conservatorium Antwerpen, met als afstudeerrichting Kleinkunst) schreven de muziek en de tekst voor deze voorstelling zelf. 
De vijf acteurs/muzikanten spelen én personages uit De avonturen van Pinokkio én de leden van de band Real Boys én zichzelf. Het idee is om door te jongleren met die drie verschillende lagen het thema 'authenticiteit' aan te kaarten. Maar die opzet om kritisch commentaar te leveren op de 'kunstmatigheid' op vooral de sociale media is blijven steken in goede bedoelingen. 
Het feit dat ze als Pinokkio (Julien Neyrinck), zijn maker Gepetto (Victor De Greef), de krekel (Robin Keyaert), de blauwe fee (Elias Vandenbroucke) en de theaterdirecteur (Gode Kempen) slechts hapsnap wat elementen uit De avonturen van Pinokkio plukken, vind ik geen probleem. Dat moet kunnen. 
Maar dan zouden de gekozen citaten uit Collodi's klassieker uit 1883 wel duidelijker moeten bijdragen aan wat ze met hun voorstelling willen zeggen. En dan zouden ook de teksten die ze als leden van de band Real Boys en als zichzelf uitspreken wel meer diepgang moeten hebben. Want de gesproken tekst, maar ook het acteren, is (ondanks begeleiding door zowel Peter Seynaeve als Titus Tiel Groenestege) over het algemeen nogal matig. 
De kracht van de voorstelling zit in de door More Dogs zelf gecomponeerde en uitgevoerde popmuziek - van rauwe punk (door het collectief) tot zoetgevooisde ballad (door Victor De Greef). Als concert is Real Boys heel genietbaar. Maar voor goed muziektheater is meer nodig dan dat.
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Orkater

Kinderen van Nora van ITA-Ensemble / Robert Icke

 

●●○○○


KINDEREN VAN NORA 


ITA-ENSEMBLE / ROBERT ICKE

 

Door Piet van Kampen, gezien 10 september 2020

Hoe zou het de kinderen van Nora uit Ibsens Een Poppenhuis (1879) zijn vergaan nadat hun moeder na acht jaar huwelijk de deur met een klap achter zich dichtsloeg. Daarover gaat het door Robert Icke geschreven en geregisseerde Kinderen van Nora
Met de manier waarop hij twee jaar geleden - bij toen nog Toneelgroep Amsterdam- de klassieker Oedipus actualiseerde, liet Icke (1988) zien dat hij als maker van regisseurstoneel terecht als een groot talent wordt beschouwd.  
Hoe zou het hem vergaan als hij én de tekst schrijft én regisseert. 
Laat ik beginnen met een positieve opmerking: de drie ervaren acteurs van ITA- Ensemble (Aus Greidanus jr., Marieke Heebink, Steven Van Watermeulen) acteren in Kinderen van Nora op hoog niveau. Aan de andere kant, dat doen ze altijd. 
Kinderen van Nora begint met het van zijn sokkel sleuren van het iconische beeld van een vrouw die vastbesloten en onverstoorbaar laat zien dat de tijden gaan veranderen. Want in Icke's samenvatting van het laatste bedrijf van Een Poppenhuis is het niet alleen haar man Torvald die verrast is door wat zijn vrouw hem heeft te zeggen, maar ook Nora zelf. 
Daarna, vanaf het moment dat Nora het huis heeft verlaten, focust Icke vooral op wat er met de twee oudste kinderen van Nora gebeurd zou kunnen zijn. De scènes in die twee verhaallijnen - de zoon die zich niet kan binden aan zijn minnaar, de dochter die juist bang is dat haar minnaar haar verlaat – eindigen steeds met zinnetjes als 'Ik denk dat ik nu maar ga'. En met na zo'n scène dan ook steeds weer het geluid van een deur die dichtgegooid wordt. 
Als Kinderen van Nora is bedoeld als een stuk à la Ibsen, komt dat niet uit de verf. Want Icke komt niet los van het psychologische niveau, hij slaagt er niet in om er ook iets maatschappelijk relevants mee te zeggen. En dan zijn de psychologische ontwikkelingen van de personages ook nog eens heel voorspelbaar. 
Al met al is het een uiterst matige voorstelling, moeizaam voortgetrokken door het bejaarde tweespan bindingsangst en verlatingsangst. Als regisseur is Robert Icke een belofte. Maar als toneelschrijver lijkt hij zichzelf met Kinderen van Nora schromelijk te hebben overschat.
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: ITA-Ensemble

RIRO'S TOPTIEN VAN HET SEIZOEN 2019-2020

RIRO'S TOPTIEN VAN HET SEIZOEN 2019-2020



Door Piet van Kampen, 22 april 2020

Van de voorstellingen die ik dit seizoen tot aan de 'intelligente lockdown' zag, maakten deze de meeste indruk:

1. Weg met Eddy Bellegueule van Toneelschuur Producties / Eline Arbo 

2. Het arsenaal der ongeleefde dingen van Nieuw Amsterdams Peil  / Mayke Nas / Teun Hocks /  Ria  Marks / Floriaan Ganzevoort

3. The Beauty Queen of Leenane van Toneelschuur Producties / Maren E. Bjørseth

4. La Pretenza van Jan Hulst & Kasper Tarenskeen / Frascati Producties / Toneelgroep Oostpool

5.  Eindspel van Theater Rotterdam / Erik Whien

6. Familie van NTGent / Milo Rau

7. De thuiskomst van ITA-ensemble / Nanouk Leopold

8. body a.k.a. van Bloet / Jan Decorte

9. Weibliche Akt 10 – Liebe Jelinek van Maatschappij Discordia / De Roovers

10. Zwart Water van NNT & Toneelschuur Producties / Eline Arbo

Een bijzondere vermelding krijgt La Plaza van El Conde de Torrefiel / Tanya Beyeler & Pablo Gisbert. Uit Barcelona. Dus niet uit Nederland of Vlaanderen.


Opnieuw geplaatst: Recensie John Gabriel Borkman van Deutsches Schauspielhaus Hamburg/Karin Henkel

●●●●● 

 

JOHN GABRIEL BORKMAN

 

DEUTSCHESSCHAUSPIELHAUS HAMBURG / KARIN HENKEL



Door Piet van Kampen, gezien 1 maart 2016, opnieuw geplaatst 11 april 2020

Regisseur Karin Henkel laat in haar fenomenale interpretatie van Ibsen's John Gabriel Borkman (1906) zien wat er tevoorschijn komt als de maskers vallen. In een grandioze enscenering kijken we naar de schaduwkant van het menselijk leven. Daar waar primitieve instincten vrijkomen en eigenbelang niet meer verhuld is, en waar agressie onverbloemd naar buiten komt. Met grotesk spel tonen de acteurs ons die nachtmerrie. Wat een ongelooflijk goede voorstelling!

Borkman, een bankier met grootheidswaan, maar zonder spijt of wroeging, heeft vijf jaar in de gevangenis gezeten en zich daarna teruggetrokken op de bovenverdieping van zijn huis. De tweelingzussen Gunhild en Ella (de eerste de vrouw, de tweede de vroegere geliefde van Borkman) vechten om Borkman's twintigjarige zoon. Gunhild is weliswaar zijn moeder, maar Ella heeft hem na het bankroet in huis genomen en verzorgd. De twee zussen, maar ook Borkman, zien de jongen als verlosser, alle drie verwachten ze via hem hun onvervulde verlangens alsnog te realiseren.

De nachtmerrie speelt zich af in een grauwe betonnen bunker met enorme traptreden. Aan het begin ligt helemaal bovenaan, als vooruitblik, de bankier al opgebaard. Terwijl tegelijkertijd beneden, in een terugblik, de zussen, meesterlijk vertolkt door Lina Beckmann (Ella) en Julia Wieninger (Gunhild), als kleine kinderen ruzie maken. Wat een openingsbeeld!

In de strijd om de jongen schotelt regisseur Henkel ons in de loop van de voorstelling veel prachtige beelden voor. Soms bijbels geïnspireerd, de zussen reinigen de jongen in een badkuip, koesteren hem als in een pietà, trekken aan weerszijden aan zijn mouwen tot het beeld van de gekruisigde ontstaat. Vaak ook met verwijzingen naar comics of films over ondoden en zombies. Ook de muziekkeuze past daarbij. Als de zoon voor zichzelf kiest, en het huis verlaat, klinkt Danse macabre van Saint-Saëns.

De tekst van Ibsen heeft nog niks aan actualiteit ingeboet, maar John Gabriel Borkman is vooral zo'n ongelooflijk goede voorstelling door de perfecte balans tussen de briljante enscenering en het groteske van het spel. Daardoor wordt de nachtmerrie die het leven zou zijn als de vernislaag er vanaf is op een magnifieke manier zichtbaar gemaakt. 

Gezien tijdens BRANDHAARDEN 2016

Ga voor de streaming van zaterdag 11 april 18.00 uur tot zondag 12 april 18.00 uur naar: Deutsches Schauspielhaus Hamburg

Wacht als je op de website van Deutsches Schauspielhaus bent heel even, en scrol dan naar boven voor de video-registratie van de voorstelling.