Recensie: Het kleine meisje van meneer Linh van Toneelhuis/Guy Cassiers

●●●○○

 

HET KLEINE MEISJE VAN MENEER LINH

 

TONEELHUIS / GUY CASSIERS




Door Piet van Kampen, gezien 1 oktober 2017, geplaatst 7 januari 2018

De aanloop naar de première van Het kleine meisje van meneer Linh, een voorstelling die door twee acteurs zou worden gespeeld, is er een van tegenslag op tegenslag. Uit 'droevig ongenoegen over het personeelsbeleid' stapt begin augustus 2017 beoogd hoofdrolspeler Dirk Roofthooft, die meneer Linh (en de verteller) zou spelen, boos op. Regisseur Cassiers laat Gene Bervoets, die de rol van Bark zou vertolken, de hoofdrol overnemen. Voor de vrijgekomen positie, de rol van Bark, trekt hij Koen De Sutter aan.

Maar op 25 september 2017, drie dagen voor de geplande premièredatum 28 september 2017, haakt ook Gene Bervoets af. In dit geval gaat het niet om een arbeidsconflict maar om ziekte. Guy Cassiers laat zich ook door deze tweede tegenslag niet uit het veld slaan en werkt de voorstelling in een paar dagen om tot een solovoorstelling. Koen De Sutter, die in eerste instantie niet eens bij het project betrokken was, zal alle rollen spelen: Meneer Linh, de verteller, en meneer Bark. De première wordt een paar dagen naar voren geschoven.

Meneer Linh, uit een niet nader aangeduid Aziatisch land, komt samen met zijn twaalf weken oude kleindochter Sang Diû (wat in de taal van zijn land 'zachte ochtend' betekent) als bootvluchteling terecht in een asielzoekerscentrum. Op een bankje vlakbij dat asielzoekerscentrum ontmoet hij de kettingrokende weduwnaar Bark. Hoewel de twee mannen elkaars taal niet verstaan, begrijpen ze elkaar wel. Want ze herkennen in elkaar een vergelijkbaar verdriet, zonder precies te weten waardoor dat verdriet bij de ander is veroorzaakt.

Elke dag treffen de twee elkaar op dat bankje. Bark vindt het vreemd dat het meisje Sans Dieu heet, toch neemt hij als cadeautje een jurkje voor haar mee. Na verloop van tijd worden meneer Linh en Sang Diû overgeplaatst naar een opvanglocatie helemaal aan de andere kant van de stad. Maar meneer Linh mist zijn vriend. Na een aantal dagen neemt hij Sang Diû onder zijn arm en gaat op zoek naar het bankje. Hij is ervan overtuigd dat hij daar zijn vriend zal vinden.

Als ik de voorstelling op 1 oktober 2017 zie, is het goed te merken dat Koen De Sutter nauwelijks tijd heeft gehad om zich naast de rol van Bark die hij had gerepeteerd ook voor te bereiden op die van meneer Linh en de verteller. Als Bark gebruikt hij lichaamstaal en mimiek die laten zien dat hij zich helemaal in dat personage heeft ingeleefd. Als meneer Linh en als verteller moet hij het alleen hebben van zijn stem. Maar als je je dan realiseert dat hij maar een paar dagen heeft gehad om zich op die twee andere rollen voor te bereiden, kun je niet anders dan grote bewondering hebben voor de manier waarop De Sutter in zijn eentje de zaal weet te boeien.

In zijn eentje is niet helemaal waar. De Sutter wordt bij zijn solo ondersteund door de projecties van videoperformer Klaas Verpoest. Om ons te helpen ons in te leven in een vluchteling die alleen via een tolk met zijn hulpverleners kan praten, pr j ct rt V rp st b v rb ld  n z n rst z nd r kl nk rs en meteen daaronder dezelfde zin maar dan met de klinkers. Bij meneer Linh's zoektocht naar het bankje bij het asielzoekerscentrum projecteert Verpoest verticale strepen, zoals in een weergave van geluidsvolume, en zoomt dan steeds verder in, wat als effect heeft dat het ook voor ons in de zaal lijkt of we er steeds dichterbij komen.

Bij de roman Het kleine meisje van meneer Linh van Philppe Claudel waarop de voorstelling is gebaseerd, zal de lezer bij de ontknoping denken: 'Aha nu begrijp ik het. Nu krijgen die kleine aanwijzingen waar ik in eerste instantie overheen heb gelezen achteraf toch nog betekenis.' In de voorstelling komt de ontknoping volledig als een verrassing. Omdat die 'verstopte' aanwijzingen er allemaal zijn uit gelaten, wordt het publiek die aha-belevenis onthouden. Toch wel jammer.

Tussen de eerste speelweek die eindigde op vrijdag 6 oktober 2017 en het begin van de tournee op woensdag 10 januari 2018 zitten ruim drie maanden. In die periode heeft De Sutter tijd gehad om zich ook het personage meneer Linh helemaal eigen te maken. Dus het is heel waarschijnlijk dat Het kleine meisje van meneer Linh nu nog beter is dan de toch al goede voorstelling die ik toen in Antwerpen zag.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Toneelhuis

Recensie: European Citizen Popsong van Marieke Dermul

●●●○○

 

EUROPEAN CITIZEN POPSONG

 

MARIEKE DERMUL




Door RiRo, gezien 19 december 2017  

Kan een popsong de eenheid in Europa bevorderen? Om dat te onderzoeken maakt Marieke Dermul een reis door Europa. De reis begint anderhalf jaar geleden, in juli 2016, op het Over het IJ Festival in Amsterdam, met een performance van een kwartier in een zeecontainer. Daarna doet ze Athene, Boedapest, Kiev en Berlijn aan. Daar filmt ze de interviews die ze er houdt. In augustus 2017, tijdens Theater Aan Zee in Oostende, laat Dermul zien wat haar reis tot dan toe heeft opgeleverd. En vandaag, dinsdag 19 december 2017, is ze terug in Amsterdam voor de première van de theaterversie van European Citizen Popsong in De Brakke Grond.

Dermul maakt meteen aan het begin van haar voorstelling duidelijk dat ze voor meer eenheid in Europa is. De overgrote meerderheid van het publiek is dat ook. Jammer, want nu is het op voorhand duidelijk dat Dermul voor eigen parochie zal preken. Behalve de vraag of we voor eenheid zijn, stelt Dermul ons nog meer vragen. Zo kun je bijvoorbeeld je hand opsteken als je vindt dat je een linkse intellectueel bent. Of een alleenstaande moeder. Of mensensmokkelaar. Ja, je weet maar nooit. 


Na de vraag wie er muzikaal is, nodigt ze vier vrijwilligers uit om haar te komen assisteren. Vanavond zijn drie daarvan van het Da Vinci College in Purmerend, twee leerlingen en hun geschiedenisleraar. Niet dat dat er iets toe doet, want veel meer dan decorstukken zijn de vier niet. Dermul houdt de touwtjes stevig in handen.

European Citizen Popsong is zowel performance als documentaire. Live gespeelde en gezongen scènes worden afgewisseld met filmbeelden van gesprekken in Athene, Boedapest, Kiev en Berlijn. In die opgenomen gesprekken zien we hoe Dermul de input die ze krijgt gebruikt om te blijven schaven aan haar popsong. Zo vraagt ze bijvoorbeeld in Kiev tijdens het Eurovisiesongfestival aan deskundigen als Cornald Maas hoe ze haar popsong geschikt zou kunnen maken voor dat evenement. Want wie weet kan ze in 2018 namens België deelnemen. Op een ander moment in de voorstelling maakt ze met de daarbij horende lichaamstaal live een rapversie.

Vermakelijk is European Citizen Popsong wel, maar inhoudelijk is de voorstelling eigenlijk te oppervlakkig voor meer dan twee van die groene ballen. Die derde heb er toch maar bij gezet als een soort aanmoedigingsbonus. Want Marieke Dermul heeft met haar natuurlijke quasi naïeve podium presence wel de potentie om echt goede voorstellingen te maken. En als ze die gaat maken, zullen we European Citizen Popsong
waarschijnlijk achteraf zien als een goed gemaakte, maar inhoudelijk toch nog te lichte, te weinigzeggende oefening op weg daarnaartoe.

Minirecensie: Apollon van Florentina Holzinger / CAMPO

●●●●●

 

APOLLON 

FLORENTINA HOLZINGER / CAMPO

Door RiRo, gezien 13 december 2017

In Apollon van Florentina Holzinger/CAMPO zetten zes performers hun lichaam volledig in. Evelyn Frantti door zichzelf fysiek te pijnigen, soms letterlijk, in andere gevallen door die indruk te wekken. De andere vijf actrices/dansers, net als Frantti volledig naakt, gebruiken hun lichamen voor bewegingstheater dat extreem ver gaat.

Door hun performance dwingen ze het publiek anders naar een vrouwenlichaam te kijken. Wat uiteindelijk, in ieder geval bij mij, bevrijdend werkt. Een aanrader deze voorstelling. 

Donderdag 14 december en vrijdag 15 december nog te zien in Frascati in Amsterdam en op woensdag 10 januari in Theater Rotterdam. Uit de info van CAMPO over deze voorstelling: 'bevat scènes die als aanstootgevend ervaren kunnen worden.' 

  
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: CAMPO

Recensie: On Ice van Suzanne Grotenhuis / De Nwe Tijd

●●●○○

 

ON ICE

 

SUZANNE GROTENHUIS / DE NWE TIJD




Door RiRo, gezien 14 december 2017  

Het was koud in de Der Aa-kerk in Groningen waar ik in november 2013 tijdens het Jonge Harten Festival Zwarte Woud Forever zag. Gelukkig was die monoloog van Suzanne Grotenhuis, in een dikke wollen trui en met een bontmuts op, hartverwarmend. En hoopgevend. Want voor het geval Nederland door de opwarming van de aarde onder water zou komen te staan, wat volgens Grotenhuis niet al te lang meer zou duren, had ze de overlevingspaketten al klaar liggen, en de route naar het hoger gelegen Zwarte Woud al uitgestippeld.

Voor Zwarte Woud Forever won ze de Roel Verniersprijs van € 2000. Veel te weinig natuurlijk om een nieuwe voorstelling mee te financieren. Maar voor dat bedrag bleek je wel een ijspiste te kunnen kopen. Een plastic ijspiste weliswaar, maar toch, als je er regelmatig 'glice' uit de bijgeleverde flacon opspuit, levert dat dan wel geen honderd procent, maar toch nog altijd een niet te verwaarlozen 'vijfentachtig procent schaatservaring' op.

Gekleed in een zwarte smoking, en heen en weer bewegend op witte kunstschaatsen, legt Grotenhuis in On Ice uit waarom ze ervoor koos die ijspiste aan te schaffen. Daarbij slaat ze, zoals cabaretiers dat ook wel doen, voortdurend zijpaden in. Sommige daarvan zijn heel geslaagd, andere duren net wat te lang. Het sterkste van On Ice zijn de laatste twintig minuten, met de door liefdesverdriet veroorzaakte eenzaamheid in de Australische woestijn (hij maakte het godbetert uit in de Ikea) en de varianten op de slotscène van Het Zwanenmeer On Ice.

Waar Suzanne Grotenhuis in uitblinkt, zijn onverwachte quasi terloopse, maar ondertussen heel puntige, tussenopmerkingen. Waarmee ze, in ieder geval bij mij, bijna elke keer een glimlach te voorschijn weet te toveren.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: De Nwe Tijd

Recensie: Onbezongen van Valentijn Dhaenens / KVS & SkaGen

●●●○○

 

ONBEZONGEN

 

VALENTIJN DHAENENS / KVS & SKAGEN




Door RiRo, gezien 8 december 2017  

Vanonder het achterdoek waaien plotseling tientallen kopieën van een foto de speelvloer op. In de zaal kunnen we ze niet goed zien. Maar door de reactie van de politicus en zijn spindoctor begrijpen we dat ze compromitterend zijn. De politicus oefent hoe hij de pers te woord zal staan, zal zeggen dat hij om vergeving vraagt, vooral zijn vrouw om vergeving vraagt, maar dat hij de campagne voort zal zetten. Deze scène met de foto en het vragen om vergeving zien we overigens pas tegen het eind van de voorstelling. En nog iets later, als ik bij het verlaten van de zaal zo'n foto oppak en nauwkeurig bestudeer, zie ik dat Jos er gelukkig niet op staat.

Een politicus, blauw pak, wit overhemd, blauwe stropdas, nog onwetend van die foto's, staat voor een microfoon en begint aan een speech. Met zijn charisma, zijn glimlach, en met mooie woorden als 'verandering' en 'duurzaamheid' probeert hij zijn gehoor te paaien. Na een minuut of tien stapt hij uit zijn rol, ineens heeft hij genoeg van die holle retoriek. Zijn glimlach en zijn charisma laat hij abrupt varen. Met een van ergernis vertrokken gezicht, zijn handen in zijn zij, valt hij woedend uit tegen zijn spindoctor.

In de monoloog Onbezongen zijn we getuige van de voorbereidingen van debatten van een politicus in campagnetijd. Zowel van de debatten met een rivaal binnen zijn eigen partij, als van debatten met politici van andere partijen. Tijdens die voorbereidingen gaat de politicus in discussie met zijn spindoctor, waarvan we als publiek alleen de stem horen (eerder opgenomen door Valentijn Dhaenens zelf). De politicus in Onbezongen heeft geen naam. Uit zijn woorden kunnen we ook niet opmaken waar hij voor staat.

Na elke campagnedag zien we (op eerder opgenomen beelden) hoe de steeds vermoeider ogende politicus 's avonds laat vanuit zijn hotelkamer skypet. Met zijn vrouw. Met zijn kinderen. Daardoor krijgen we ook de andere kant, de menselijke kant te zien. Hij is niet alleen een politicus, maar ook een echtgenoot die zegt zijn vrouw te missen, een vader die de stem van zijn kinderen wil horen.

Als Dhaenens al heen en weer lopend weer een nieuw wit overhemd uit de verpakking haalt, weten we dat er een nieuwe dag is aangebroken. Weer een dag waarop de politicus zich met zijn spindoctor voorbereidt op een debat of een interview. Zo volgen we de campagne tot aan de avond van de uitslag. Totdat hij óf de overwinningstoespraak zal houden óf zijn tegenstander zal moeten feliciteren.

In de scènes over de machtsstrijd binnen de partij waarbij Dhaenens onder meer zegt “Ik zie u graag. Maar ik maak u kapot”, zal het publiek in Vlaanderen waarschijnlijk denken aan Karel De Gucht en Guy Verhofstadt. Maar ik als Nederlander zie meteen voor me hoe Brutus Asscher zijn dolk in de rug van Diederik Samsom plantte. En als Dhaenens zijn stropdas afdoet en de mouwen van zijn witte overhemd oprolt, denk ik aan Jesse Klaver, terwijl bij het maken van de voorstelling waarschijnlijk een andere politicus de inspiratiebron was.

Na weer een slopende campagnedag in weer een ander hotel trekt de politicus met zijn ene hand zijn onderbroek wat naar voren, en met in zijn andere hand zijn smartphone maakt hij voor zijn minnares een filmpje van Jos. Met een sensuele stem zegt hij tegen haar: 'Ik wou dat ik u mee kon nemen naar het topje van de berg Jos.'

In een eerdere monoloog van Valentijn Dhaenens, DegrotemonD, die in 2009 geselecteerd werd voor zowel het Nederlandse als het Vlaamse Theaterfestival, declameerde Dhaenens fragmenten uit 2500 jaar politieke redevoeringen. Van de grafrede van Pericles tot de toespraken van Bush en Bin Laden. Dhaenens bracht die redevoeringen met zijn spel tot leven en liet ook zien dat het bij die legendarische speeches voor een niet onbelangrijk deel om retoriek ging.

Vincent Stuer, die woordvoerder was van partijvoorzitter (en later minister) Karel De Gucht en speechwriter van Europees Commissievoorzitter José Manuel Barroso, zag die voorstelling van Valentijn Dhaenens ook, was er van onder de indruk en mailde hem dat hij graag een tekst voor hem wilde schrijven. Met als uitgangspunt vragen als: Wat maakt dat iemand in de politiek gaat? Wat voor psychologie zit daar achter? 


Toen, in DegrotemonD, werden beroemd geworden politieke toespraken met bronvermelding geciteerd. Nu, in Onbezongen, gaat het over de technieken die politici inzetten om zo goed mogelijk over te komen. Over hoe je je charisma uitbuit. Over hoe je jezelf op zo'n manier neerzet als een sterke persoonlijkheid dat de kiezers je desondanks toch meevoelend en menselijk vinden. Door de kennis
van insider Vincent Stuer en het goede acteerwerk van Valentijn Dhaenens levert dat een interessant inkijkje op achter de schermen van de politiek.
 
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: KVS

Recensie: Poquelin II van tg STAN

●●●●○

 

POQUELIN II

 

TG STAN




Door RiRo, gezien 4 december 2017

Eindelijk is er een vervolg op Poquelin. En wat voor vervolg! Veertien jaar geleden maakte tg STAN een voorstelling met kluchten van de zeventiende-eeuwse Franse blijspelschrijver Jean-Baptiste Poquelin, beter bekend onder zijn pseudoniem Molière. Dat waren toen De Ingebeelde Zieke (Le Malade Imaginaire) en drie wat kleinere minder bekende stukken. Met behalve de vier spelers van tg STAN, Tine Embrechts en Adriaan Van den Hoof als gastspelers.

Nu in Poquelin II zijn er drie acteurs van tg STAN en vier gastspelers: Kuno Bakker, Els Dottermans, Willy Thomas en Stijn Van Opstal. En net als veertien jaar geleden staat er op het podium van de schouwburg een vierkante houten verhoging. Toen met aan drie zijden een tribune waarop het hele publiek zat. Nu met alleen aan weerszijden kleine tribunes. De rest van het publiek, het merendeel, zit in de zaal.

In de eerste klucht, De Vrek (L'Avare), wil Harpagon trouwen met de jonge Mariane (Jolente De Keersmaeker). Maar die is al zonder dat Harpagon dat weet met zijn zoon Cléante (Kuno Bakker). Zijn dochter Elise (ook Jolente De Keersmaeker) wil hij uithuwelijken aan de oude rijke Anselme (Frank Vercruyssen). Maar Elise ziet meer in Valère (Stijn Van Opstal), de bediende van haar vader. En dan is er nog de angst van de wantrouwige Harpagon dat iemand zijn in de tuin verstopte 10.000 ecu's zal vinden. Genoeg aanleiding dus voor veel kluchtige scènes.

Willy Thomas, die Harpagon speelt als een gestreste paranoïde gierigaard met ADHD, maakt meteen flink vaart. En hij houdt het tempo hoog. Daarmee zet hij de toon, want dat hoge tempo blijkt bij deze twee kluchten over ijdelheid, gierigheid, geld en liefde de humor en de hilariteit enorm te versterken.

In de tweede klucht, De Parvenu (Le Bourgeois Gentilhomme), wordt de spot gedreven met een omhooggevallen burger die zo ontzettend graag bij de adel wil horen dat het niet anders kan of hij moet wel het mikpunt worden van misleiding. Zo probeert graaf Dorante (Kuno Bakker) deze rijke maar niet zo slimme Jourdain (Damiaan De Schrijver) op slinkse wijze van zijn geld te ontdoen omdat hij op zijn beurt zelf weer indruk wil maken op markiezin Dorimène (Jolente De Keersmaeker).

Ondertussen schakelt Jourdain in zijn streven om zich de gewoontes van de adel zo snel mogelijk eigen te maken zowel een leraar filosofie (Stijn Van Opstal), een muziekleraar (Els Dottermans), een dansleraar (Kuno Bakker) als een schermleraar (Frank Vercruyssen) in om dat doel te bereiken

Als zijn schermles op het punt staat te beginnen, valt het De Schrijver op dat een toeschouwer op de eerste rij van een van de tribunes op het toneel een wandelstok heeft. Onder het motto 'omhels het toeval als het zich aandient' daagt hij de man onmiddellijk uit. Het schermduel tussen de breed lachende oude man zittend op zijn stoel met zijn wandelstok en de bebaarde parvenu op zijn houten verhoging met zijn degen eindigt, zoals het in zo'n geval hoort, in remise.

Behalve de muziekleraar speelt Els Dottermans zowel Jourdains echtgenote als hun dochter Lucille. En hoe! Nu Dottermans besloten heeft bij NTGent weg te gaan en meteen het diepe in te gaan door met zes andere acteurs Poquelin II te maken, laat ze weer zien wat een fenomenale actrice ze is. Vooral in De Parvenu gaat ze helemaal los, alsof ze al haar frustraties van de afgelopen jaren bij NTGent in één keer van zich af wil spelen. Voor mij is Els Dottermans met haar extraverte hilarische spel de uitblinker in deze perfect gemaakte, heel goed geacteerde, en ontzettend geestige voorstelling.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: tg STAN

Recensie: De aankomst van de Titanic (en andere heldendichten) van Freek Vielen / de Nwe Tijd & De Nieuwe Oost

●●●●○

 

DE AANKOMST VAN DE TITANIC (EN ANDERE HELDENDICHTEN)

 

FREEK VIELEN / DE NWE TIJD & DE NIEUWE OOST



Door RiRo, gezien 29 november 2017

Dat Freek Vielen een begenadigd verhalenverteller is, wisten we al. Bijvoorbeeld van zijn voorstelling So it goes. Maar toen vertelde hij het verhaal van een ander, van Kurt Vonnegut. Nu Vielen met de door hemzelf geschreven monoloog De aankomst van de Titanic (en andere heldendichten) op de planken staat, blijkt deze woordkunstenaar niet alleen een goed verteller te zijn, maar inmiddels ook een hele goede schrijver.

Boven de verteller hangen één armoedig peertje en vijf potsierlijke kroonluchters. Op de houten planken een gewicht met daaraan een zwart touw. Links vooraan op een klein tafeltje een platenspeler met een langspeelplaat, een speaker op de grond ernaast. In een hoek een grote kist, met zo blijkt later een muziekinstrument erin. Achter de verteller, die in het wit en gebroken wit is gekleed, hangt een vaalrode doek, waarin je met enige fantasie een zonsopkomst zou kunnen zien.

Na een inleiding waarin hij teruggaat naar zijn jeugd, naar toen hij als negenjarige wakker wilde blijven om het onweer te zien, begint Vielen aan de drieëndertig heldendichten die hij zo geraffineerd in elkaar vlecht dat ze, zonder dat hij dat benadrukt of expliciet maakt, toch samen het verhaal vertellen van Europa.

Anderhalf uur is Vielen aan het woord. En daarvan heb ik geen enkel woord gemist. Geen seconde zijn mijn gedachten afgedwaald. Vanaf het begin lukt het Vielen om me mee te nemen, en steeds zie ik voor me wat hij beschrijft. Vanaf hoe in het eerste heldendicht negen theaterauteurs uit negen verschillende Europese landen in  een klooster op Sicilië hun pasta met courgette eten.

En ik blijf voor me zien wat hij beschrijft tot aan het allerlaatste woord van het drieëndertigste en laatste heldendicht aan toe. Het heldendicht waarin een schip de haven van het dorpje Sperino binnenvaart. Niet het cruiseschip met de 6000 passagiers waarop de dorpelingen al dagen wachten, en waarvoor de negenjarige Ricardo zo graag wakker wilde blijven. Maar een oude vissersboot met 62 opvarenden.

Ik zie voor me hoe de opvarenden van de oude lekke vissersboot worden gered en opgevangen in het dorp waar overal vlaggen hangen met 'Welkom'. Waar Nonna honderden flesjes limoencello klaar heeft staan om aan de toeristen die met het Cruiseschip zouden komen te verkopen. En waar Marco, de saxofonist, tijdens de reddingsoperatie gewoon door blijft spelen.

Is het de verdienste van de verteller Freek Vielen dat mijn gedachten tijdens De aankomst van de Titanic (en andere heldendichten) op geen enkel moment afdwalen? Voor een deel natuurlijk wel. Maar het is zeker ook de verdienste van de schrijver Freek Vielen. Want De aankomst van de Titanic (en andere heldendichten) is een jaloersmakend goed geschreven, inhoudelijk heel rijke monoloog, waarin Vielen in drieëndertig korte, stuk voor stuk boeiende hoofdstukken op een onnadrukkelijke, heel natuurlijke manier het verhaal vertelt van het Europa van nu.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: de Nwe Tijd

Recensie: Eenzame begeerte van Theatergroep Suburbia/Olivier Diepenhorst

●●○○○

 

EENZAME BEGEERTE


THEATERGROEP SUBURBIA / OLIVIER DIEPENHORST



Door RiRo, gezien 25 november 2017

In Eenzame begeerte, dat in de flyer wordt aangeprezen met de woorden 'Rauw acteursduel over liefde, lust en venijn' worden zonder pauze twee eenakters van Steven Berkoff gespeeld, Lunch en The bow of Ulysses. Beide stukken in een vertaling van Ingmar Heytze.

Marie en Thomas ontmoeten elkaar en voelen zich fysiek meteen sterk tot elkaar aangetrokken. Is dat voldoende basis voor een relatie? Die vraag zal Berkoff twintig jaar later beantwoorden. Want in The bow of Ulysses (2002) laat Berkoff zien hoe het inmiddels is gesteld met de relatie die in Lunch (1983) begon.

Het taalgebruik is bijzonder. De een zal het virtuoos vinden, taal vol originele beeldspraak, zinnen waarin onder poëtisch verwoorde vulgariteiten op een geraffineerde manier een schreeuw om echte liefde schuilgaat.

Ik bevind me aan de andere kant van het waarderingsspectrum. In het begin denk ik nog ach, waarom niet, moet toch kunnen, een man die zegt dat hij ligt te gisten omdat hij zich metaforisch tot vrucht heeft getransformeerd. Maar nadat er weer een emmer beeldspraak over het publiek is uitgestort en er weer een blik synoniemen voor het mannelijk geslachtsorgaan is opengetrokken, heb ik er wel een beetje genoeg van. Maar dat is natuurlijk een kwestie van smaak.

Bij het begin van de voorstelling zien een we een man (Stefan Rokebrand) en een vrouw (Lot van Lunteren) ver van elkaar af staan. Zo ver van elkaar af dat duidelijk is dat we dat niet alleen letterlijk moeten nemen. De man begint een monoloog waarin hij zich er bij de vrouw over beklaagt dat er de laatste tijd niet meer wordt gevreeën.

Dan is het de beurt aan de vrouw met een venijnige tekst waarin ze haar verbale pijlen op steeds dezelfde anderhalve decimeter van het lichaam van de man richt. En zo gaat het om en om door. Nadat ze twintig jaar de schijn hebben opgehouden, laten de twee hun frustraties over hun relatie volledig de vrije loop. Er is geen houden meer aan, alle opgekropte teleurstelling en verbittering komt eruit.

Twintig jaar daarvoor. Thomas, een vertegenwoordiger, brengt zijn lunchpauze door aan zee. Hij ziet daar een aantrekkelijke vrouw en spreekt haar aan. Hun gesprek verloopt stroef, de woorden die ze met elkaar wisselen zijn triviaal, gaan over hoe mooi de zee is, over de schuimkoppen op de golven. Maar ondertussen zijn hun gedachten vol lust, vol explicite seksuele verlangens. Zijn gedachten zijn bij de binnenkant van haar dijen, haar gedachten zijn bij zijn mond.

Omdat we als publiek zowel te horen krijgen wat ze zeggen als wat ze denken, weten we dat hij haar wil versieren. En ook dat zij door hem versierd wil worden. Maar des te langer dat eerste gesprek tussen Thomas en Marie duurt, des te duidelijker wordt het ook dat ze er beter aan zouden doen geen relatie met elkaar te beginnen.

Drie keer eerder zag ik een regie van Olivier Diepenhorst. Boven mijn recensie van al die drie voorstellingen zette ik vier van die groene ballen. Maar nu niet. Dat heeft voor een deel te maken met de tekst, ik houd niet van de beeldspraak in deze voorstelling. Maar ook inhoudelijk ben ik er niet zo van onder de indruk. Waarom kiest Diepenhorst eigenlijk voor deze twee stukken? Wat is de relevantie ervan?

Maar los daarvan, op grond van het in de flyer beloofde 'Rauw acteursduel over liefde, lust en venijn' zou je mogen verwachten dat er veel interactie is tussen de twee personages Thomas en Marie. Maar Rokebrand en Van Lunteren kijken elkaar in de eerste drie kwartier nauwelijks aan, ze richten zich voornamelijk tot de zaal. Pas in het tweede deel, als ze elkaar tijdens hun lunchpauze versieren, is er rechtstreeks contact tussen de twee acteurs.

En dan het omkeren van de volgorde van de twee eenakters. Ik vind niet dat die keuze goed uitpakt. Want omdat Diepenhorst ons in Eenzame begeerte eerst The bow of Ulysses laat zien en pas daarna Lunch, komen de frustratie en de verbittering van Thomas en Marie aan het begin volledig uit de lucht vallen. En omdat we in The bow of Ulysses drie kwartier lang murw gebeukt zijn met alleen maar verwijten en venijn is het moeilijk om daarna in Lunch naast de verbale gevechten ook de zachtheid te zien die er in het begin van de relatie nog was. Al met al een matige voorstelling dus.


Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Theatergroep Suburbia

Recensie: De Blackout van '77 van Orkater De Nieuwkomers/Sir Duke

●●●○○

 

DE BLACKOUT VAN '77

 

ORKATER DE NIEUWKOMERS / SIR DUKE




Door RiRo, gezien 16 november 2017  

Op de avond van 13 juli 1977, bekend geworden als The New York City Blackout of 1977, is het chaos in New York. Maar terwijl anderen zich door de stroomuitval te buiten gaan aan vandalisme, plundering en brandstichting, zit Amina, een jonge zwarte schrijfster, bewegingloos in de subway. In de onverwachte stilte die daar heerst, reconstrueert ze haar levensgeschiedenis.

In korte poëtische teksten neemt toneelschrijfster Esther Duysker ons in De Blackout van '77 mee langs de hoogte- en dieptepunten van de emancipatie van de zwarte Amerikanen. De levensloop van de in het behouden zuiden opgegroeide schrijfster Amina is daarbij de rode draad. Amina belandt via Philadelphia in New York waar ze onder meer betrokken raakt bij de Black Panters. Iconen als die Black Panters, maar ook bijvoorbeeld Martin Luther King, worden door de spelers steeds even kort in tableaux vivants uitgebeeld.

Maar Sir Duke is een muziektheatercollectief. Het is dus vooral via muziek dat het verhaal wordt verteld. In een voorstelling van ruim een uur nemen Dionne Verwey, Francesca Pichel en Gery Medes van Sir Duke, aangevuld met percussionist Vernon Chatlain, ons dan ook mee op een reis door de Amerikaanse zwarte muziek uit de jaren vijftig, zestig en zeventig. Met live uitgevoerde nummers van onder andere James Brown, Little Richard en Tina Turner.

In het strakke decor van witte balken liggen de pruiken al in de goede volgorde klaar zodat rolwisselingen heel snel kunnen plaatsvinden. Omdat de vier acteurs/muzikanten elkaar ook nog eens de instrumenten (gitaren, dwarsfluit en percussie) doorgeven alsof ze getraind hebben voor de vier keer honderd meter estafette, verlopen de overgangen heel soepel en zit er vanaf het begin tot het eind een hoog tempo in de voorstelling.

Bij het slotbeeld zwijgt de muziek. In het gele glittergordijn waardoor de beroemdheden opkwamen, staat Dionne Verwey. Bewegingloos. Met haar hand aan de denkbeeldige lus boven haar. Ze is weer de jonge zwarte schrijfster Amina in de onverwachte stilte van de New Yorkse subway waarmee het verhaal begon.

Muzikaal is De Blackout van '77 vooral voor liefhebbers van soul en funk een voorstelling om je vingers bij af te likken. Maar doordat het accent vooral op muziek ligt, raakt de verhaallijn af en toe wel een beetje uit het zicht.
 
Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: Orkater

Recensie: Arabische Nacht van De Roovers

●●●○○

 

ARABISCHE NACHT

 

DE ROOVERS




Door RiRo, gezien 9 november 2017

Roland Schimmelpfennig (1967) is een van de meest gespeelde hedendaagse Duitse toneelschrijvers. Vorig jaar speelde De Roovers zijn stuk De Gouden Draak (2009), nu is het de beurt aan het magisch-realistische Arabische Nacht (2001).

Op een warme, broeierige zomeravond, is er op de drie bovenste verdiepingen van een appartementengebouw geen water meer. Maar in een woning op de zevende doucht laborante Franziska Dehke. Dat doet ze elke dag na haar werk. En zoals elke dag begluurt overbuurman Peter Karpati haar daarbij. Na het douchen valt Franziska, zoals elke dag, in een fauteuil in slaap.

Fatima Mansur, de vrouw met wie Franziska haar appartement deelt, komt thuis met drie plastic zakken met boodschappen. Conciërge Hans Lomeier is op weg naar boven om het probleem van het verdwenen water te onderzoeken. En Kalil, de minnaar van Fatima, zet, zoals elke dag, voor de ingang van het appartementengebouw zijn brommer op slot. Tot zover allemaal heel gewone nogal triviale alledaagse gebeurtenissen. Maar dat verandert.

Want in haar droom belandt Franziska in een harem. Terwijl ze nog slaapt kussen de voyeur en de conciërge de vrouw, die in haar droom inmiddels in een Arabische sprookjeswereld is beland. Ze betalen daarvoor allebei met hun leven. De voyeur Karpati verschrompelt tot hij in een bijna lege cognacfles past en daarin van zeven hoog naar beneden valt, conciërge Lomeier komt om in de woestijn.

Ook Kalil, de minnaar van Franziska's huisgenote Fatima, ontkomt niet aan de wereld van de magie. Want de inmiddels half wakkere Franziska ziet hem aan voor de sjeik en kust hem hartstochtelijk. Door die betovering wordt Kalil zo aantrekkelijk voor vrouwen, van piepjong tot hoogbejaard, dat hij geen leven meer heeft.

Arabische Nacht is een stuk met vijf parallelle monologen en heel weinig dialogen. Bij zo'n vertelvorm is het aan de toeschouwer (of aan de luisteraar, want Arabische Nacht is ook wel eens als hoorspel uitgezonden) om zelf die vijf elementen met elkaar te verbinden, en er zelf beelden bij te bedenken. Gelukkig is de compositie van Schimmelpfennig's stuk zo geraffineerd dat dat heel goed werkt.

Wat voegen ze bij De Roovers op theatraal gebied toe aan dat verhaal? Het zien van de mimiek, de lichaamstaal en de bewegingen van de vijf acteurs heeft vanzelfsprekend meerwaarde boven alleen maar luisteren zoals bij een hoorspel. Want zowel Robby Cleiren, Sara De Bosschere als Sofie Sente, en in iets mindere mate Saïd Boumazoughe en Luc Nuyens, geven door hun spel het verhaal iets extra's.

Maar dan de enscenering. Je zou kunnen zeggen dat zo'n leeg en grauw decor, dat doet denken aan een verlaten fabriekspand, laat zien dat ze bij De Roovers consequent zijn. Want ook bij hun voorstelling De Gouden Draak kozen ze daarvoor.

Maar juist bij zo'n stuk als Arabische Nacht, waar magie en realiteit door elkaar lopen, waar een sprookjesachtige sfeer heerst, stel ik me een veel lichter en een veel kleurrijker toneelbeeld voor. Ook al omdat het verhaal van Arabische Nacht zich afspeelt op een bloedhete, broeierige zomeravond. Maar in de versie van De Roovers lijkt het wel zo'n sombere dag in november, zo'n grijze dag zonder zon, zo'n herfstdag waarop het voortdurend regent.

Ga voor de speellijst en voor meer informatie naar: De Roovers